dinsdag 31 mei 2011

Pas regelen


De Militaire Kapel marcheerde vandaag door de straten van Paramaribo (Uitvlugt en omgeving). 'Pas regelen', zoals het marcheren in de woonwijken in militaire termen wordt genoemd, heeft als doel het geven van een meer praktische inhoud aan de civiel- militaire relatie, het bevorderen van de relatie met het Korps Politie Suriname en de bewoners vermaken met mars- en andersoortige muziek. De route zag er als volgt uit: Kawamhakenstraat, Drietabikistraat, Puleowinastraat, Alalaparoestraat, Kasabaholoweg, Franchepanestraat, Mathoeralaan, Barnetbloemstraat, Leysweg, Prof. Dr. E. van der Kuypstraat, Kasabaholoweg, Priscillastraat, Altagraciastraat, Anwar Sadatstraat, Desi Samson Sportcomplex. Het marcheren in de woonwijken zal een maandelijks karakter hebben en wel op de laatste zaterdag van de maand. Volgende maand is de wijk Flora aan de beurt. Ook de districten zullen aan de beurt komen.

[uit de West, 29 mei 2011]

Caraïbische promovendi bijeen

In het weekend van 28 en 29 mei kwamen alle promovendi die vallen onder de leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam (prof. Michiel van Kempen) bij elkaar voor hun jaarlijkse promovendiweekend. Zij komen vanuit allerlei landen bijeen voor gespecialiseerde colleges op het gebied van de Caraïbische cultuur en literatuur. Op zaterdagochtend kregen zij een workshop van dr Fridus Steijlen (KITLV) over: Hoe om te gaan met orale bronnen? Aan de orde kwamen onder meer de status van orale bronnen en de techniek om die op te tekenen en te interpreteren. Dr Theo Meder, werkzaam als antropoloog bij het Meertensinstituut, sloot met zijn college over de aard en functie van Anansi-vertellingen naadloos aan op de workshop van Steijlen. Op zondagochtend gaf prof. dr Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) een college over de lezer als component van de schrijver. Zicht op het functioneren van de lezers biedt andere perspectieven op de literatuurgeschiedenis. Prof. dr Gert Oostindie (Universiteit Leiden en KITLV) sprak over het kritisch omgaan met historische bronnen. Hij stelde aan de orde dat historici in de regel meer in de empirische feiten en het hoe-het-geweest-is geïnteresseerd zijn dan letterkundigen. Zijn kritische vragen bij de positie van de historicus en multifocality leidden tot levendige debatten. Tussendoor kregen de promovendi ook nog een korte cursus Powerpoint.

Gert Oostindie over historische bronnen

Belangrijkste doel van de promovendibijeenkomst is dat de promovendi een presentatie houden over de stand van hun eigen onderzoek en de vragen en dilemma’s die dat oproept. Zij krijgen daarbij feedback van de hoogleraren en van hun collega-promovendi. Ook Cynthia Abrahams, als eerste bij deze leerstoel gepromoveerd (op R. Dobru), was aanwezig: zij hield de speech tijdens het diner op zaterdag en vertelde over haar ervaringen gedurende haar promotietraject. Vier jaar lang bewijzen deze bijeenkomsten dat zij bijna de life line zijn voor het promotie-onderzoek dat vaak in afzondering moet gebeuren, zeker in het geval van de zgn. buitenpromovendi die niet een arbeidsplek aan een universiteit hebben. Dat de leerstoel bedreigd wordt (klik hier voor meer informatie) is voor hen een schrikbarend perspectief.

Ellen de Vries - Joe Fortin - Carl Haarnack

Lopend promotieonderzoek West-Indische Letteren
Cheryda Adamah-de Ziel: leven en werk van Trefossa
Sabine Ernst: Nederlandse recente migrantenliteratuur
Joe Fortin: de Papiamentstalige literatuur van Aruba
Radjin Gena: de coolitude in de hindostaans-Surinaamse literatuur
Johan Graaven: het werk van Edgar Cairo
Mieke Groen: geschiedenis van de opera in het Nederlands-Caraïbisch gebied
Carl Haarnack: de Duitsers in Suriname
Paul Hollanders: de planter-dichter Paul François Roos en zijn kring
Ida Mursidah: vrouwelijke Surinaamse literatuur van na 2000
Matthijs Ponte: postkoloniale literatuurtheorie en de receptie van Caraïbisch werk
Jos de Roo: de rol van de Wereldomroep in de ontplooiing van jonge Antilliaanse en Surinaamse schrijvers in de jaren ’50 en ‘60
Benoît Verstraete: de zendeling-schrijver P.M. Legêne
Ellen de Vries: de journalistieke berichtgeving over Suriname na de onafhankelijkheid, en in het bijzonder de Binnenlandse Oorlog
Tim de Wolf: teksten, muziek en opnames van Antilliaanse musici
Adriënne Zuiderweg: het culturele leven in Batavia van de 17de tot de 19de eeuw


Wim Rutgers over lezers
Tim de Wolf legt uit hoe hij Antilliaans geluidsmateriaal restaureert

Jos de Roo - Paul Hollanders - Mieke Groen

Johan Graaven - Benoît Verstraete - Cheryda Adamah-de Ziel
Fridus Steijlen geeft college over oraal bronnenmateriaal Theo Meder laat een Afrikaanse verteller aan het woord
Tim de Wolf - Michiel van Kempen - Carl Haarnack - Ellen de Vries
Sanne Landvreugd besloot het weekend muzikaal met de Eerste Cellosuite van J.S. Bach in een arrangement voor altax

Informeel bijeenzijn en uitwisseling van ervaringen is van groot belang voor promovendi die ver van elkaar werken


Foto's: @ Anja Hollanders & Michiel van Kempen

Wanhatti krijgt eigen bibliotheek



Op vrijdag 3 juni wordt in Wanhatti in het Surinaamse district Marowijne een bibliotheek geopend. Deze bibliotheek is onderdeel van de school van Wanhatti en zal feestelijk geopend worden door Stichting Unu Pikin, de schenker van de bibliotheek.

Het dorp Wanhatti ligt aan de Cotticarivier en heeft ongeveer 500 inwoners. De EBG-school is recentelijk opgeknapt. Het is nu een mooi stenen gebouw met ruim 50 leerlingen. Het schoolhoofd mevrouw IJvelaar heeft Stichting Unu Pikin verzocht de school te ondersteunen met de nieuw op te zetten schoolbibliotheek.

Stichting Unu Pikin heeft in samenwerking met de school deze bibliotheek tot stand gebracht. De stichting heeft in Paramaribo een sociale werkplaats waar de kasten, tafels en stoelen zijn gemaakt. Ze heeft dit meubilair voor het kantoor en de bibliotheek dankzij donaties kunnen schenken. Daarnaast heeft de school een voorraad boeken ontvangen om te investeren in de toekomst van de kinderen.


[van Suriname.nu, 30 mei 2011]

Pim de la Parra geëerd op jaardag TBL Cinemas

Cineast Pim de la Parra kan voor de rest van zijn leven gratis naar de film in TBL Cinemas. Ter gelegenheid van het éénjarig bestaan van de multiplex ontving de regisseur van onder meer Wan Pipel en Blue Movie zondagmiddag een zogenoemde gold pass uit handen van Eddy Wijngaarde, artistiek directeur van TBL Cinemas.

Vrijwel tegelijkertijd werd de 280 duizendste bioscoopbezoeker verwelkomd. Pooja Birjmohun die met haar vriendinnen in de rij stond om een kaartje te kopen, werd onthaald op champagne en een pasje dat haar tot het eind van het jaar gratis filmbezoek garandeert.

De la Parra (71) was ingenomen met zijn cadeau. Hij had tijdens de officiële opening van TBL Cinemas vorig jaar al verlangend uitgekeken naar de levenslange abonnementen die werden uitgedeeld aan de initiatiefnemers van de bioscoop. Nu De la Parra er zelf eentje in bezit heeft, is hij ervan overtuigd dat hij daardoor een stuk langer blijft leven.

Wijngaarde liet weten dat TBL Cinemas na een jaar ruim boven de gestelde verwachtingen draait. De bioscoop trekt volgens Wijngaarde sinds de opening gemiddeld ongeveer 25 duizend bezoekers per maand: “We zitten met 280 duizend op 93 procent van het aantal bezoekers dat we voor 2012 jaarlijks hebben begroot. Begin dit jaar hadden we wat minder bezoekers maar dat is te verwachten na de dure decembermaand. Maar verder merken we weinig van de hogere benzineprijzen en de andere prijsstijgingen. Kennelijk voorzien we duidelijk in een behoefte.”

[uit Starnieuws, 30 mei 2011]

Exotische Liefde



Op donderdag 9 juni 2011, vindt de presentatie plaats van de hertaling van Reize in eenen Palanquin van Jacob Haafner in de bewerking van Thomas Roosenboom onder de titel Exotische Liefde (Uitgeverij Athenaeum).

Programma
Erica van Boven (Universitair hoofdocent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen) ‘Onverkort Haafner’
Olf Praamstra (Buitengewoon Hoogleraar Nederlandse Literatuur in contact met andere culturen) ‘Haafner Literair’
Thomas Roosenboom (Auteur en voormalig author in residence aan de Universiteit Leiden) leest voor uit Exotische Liefde.
Presentatie door Paul van der Velde (International Institute for Asian Studies, Leiden/ Amsterdam)
Na afloop signeert Thomas Roosenboom.

Over Jacob Haafner
Jacob Haafner (1754-1809) leefde een kleine twintig jaar in Zuid-Afrika, India en Sri Lanka. Hij schreef vijf reisverhalen over zijn verblijf in die landen. Zijn directe, aanstekelijke manier van schrijven en zijn avontuurlijke leven maakten hem tot een van de populairste schrijvers van het begin van de negentiende eeuw in Nederland en daarbuiten. Haafners boeken blijven ook voor de hedendaagse lezer aantrekkelijk. De levendige beschrijvingen van het aleldaagse leven in de tropen getuigen van een scherp observatievermogen en een innige verbondenheid met de Indiase cultuur. Hij bestudeerde de talen en culturen van het subcontinent
en genoot ervan als hij voor een Indiër werd aangezien.

Aanmelden en locatie

Locatie: Doelenzaal in de Universiteitsbibliotheek van de UvA. Adres: Singel 425, 1012 WP Amsterdam. Bij binnenkomst gaat u direct linksaf de gang in en treft u de Doelenzaal aan uw linkerhand.
Tijd: 20:00 - 22:00 uur

Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. U dient zich wel van tevoren in te schrijven via www.spui25.nl
Organisatie: SPUI25 in samenwerking met IIAS Outreach

Herdenking trinta di mei


Het was gisteren 42 jaar geleden dat Curaçao werd opgeschrikt door het volledig uit de hand lopen van arbeidersprotesten. De arbeidsopstanden van 30 mei 1969 betekenden een breuk met het verleden en brachten een sociale- en economische verandering teweeg op het eiland. Gisteren herdachten de FOL, de Fundashon Wilson ‘Papa’ Godett en de stichting Kas di Kultura ‘30 mei’. De oranje partij plaatste kransen bij de graven van een aantal prominente oud-FOL-leden. Op de foto een FOL-delegatie bij de katholieke begraafplaats aan de Roodeweg.

OSO: gemis aan warmte

door Hilde Neus, m.m.v. Christine Samsom en Els Moor

De nieuwe OSO, Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied, is uit. Meestal zijn we blij, vanwege de variatie aan artikelen en de inhoud die voor ons vaak bij onderzoek (op welk niveau dan ook) van belang is. Deze keer zijn we niet onverdeeld enthousiast. Dit heeft mede te maken met het feit dat Els Moor en ondergetekende aanwezig waren op het symposium van november 2010 met dezelfde titel, plus de aanvulling: ‘Het Surinaamse binnenland, obstakels, ontwikkelingen en mogelijkheden’. De meeste artikelen die op dat symposium zijn gepresenteerd, zijn ook opgenomen in dit themanummer van het tijdschrift.


Foto rechts: de dichter Sombra en Hilde Neus


Ik ben al lang abonnee van OSO en was erg benieuwd naar het symposium van de stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS), die het tijdschrift uitgeeft samen met het KITLV. Het werd een tegenvaller. In de benadering van de mensen miste ik de warmte van Suriname. Martina Amoksi stond te sukkelen met de techniek van haar powerpoint-presentatie, niemand schoot haar te hulp of stelde haar op haar gemak. Het maakte dat ze erg uit haar doen raakte. Voor ons duidelijk: ze had in het Nationaal Archief te Paramaribo deze presentatie ook gehouden, en dat verliep vlekkeloos. En als we bij de discussie vragen wilden stellen of opmerkingen wilden maken, werd ons op onvriendelijke wijze duidelijk gemaakt dat we het vanwege de tijd in twee of drie zinnen moesten doen.

De goudlijn
De documentaire De goudlijn van Hans Hylkema werd vertoond. Mijn ergernis over dit verhaal over de spoorlijn ‘van ergens naar nergens’ werd steeds groter. Recensente Elin Derks verwoordt het goed: ‘Ik vraag me af of hij überhaupt heeft nagedacht over wat hij zijn doelgroep wilde vragen (“Loopt u hier vaak?” vraagt hij aan zo’n vijf schichtige voorbijgangers, wanneer hij de spoorlijn te voet door het oerwoud volgt). De meest interessante verhalen ontstaan wanneer je de interviewer niets hoort vragen. Ook lijkt het of hij de inlanders meer irriteert dan grote betrokkenheid weet over te brengen. Dit komt vooral mooi tot uiting wanneer hij door de burgemeester van één van de dorpjes boos wordt toegesproken: “Jullie moeten ons nu helpen en niet gratis komen filmen…”’
Ik denkt dat veel van die irritatie ook ontstaat omdat de ondervraagden geen Nederlands spreken. Helaas bleef het debat over deze paternalistische insteek, dat ik op zo’n Oso-symposium verwachtte, uit.

Een deel van de IBS-medewerkers maakt zich schuldig aan bevoogding en kritiek op de situaties in Suriname. Iemand zei in de pauze: ‘Ik begrijp niet waarom alles zo moeizaam gaat in Suriname.’ Boosheid bekroop me over zoveel betweterigheid, en ik zei: ‘Simpel: twee redenen: het klimaat: mensen functioneren langzamer, wied groeit sneller, de houten huizen moeten extra goed onderhouden worden, enzovoort. Daarnaast zijn de mensen dun gezaaid, zeker in de districten. Dit betekent dat je voor alle nutsvoorzieningen veel meer geld per hoofd van de bevolking uit moet geven. Dus voor grote infrastructuurprojecten zoals bruggen of wegen moet de belastingbetaler per kilometer veel meer afdragen dan bijvoorbeeld in Nederland. Een simpele optelsom dus. Ik ben ervan overtuigd dat veel onderzoekers Suriname een warm hart toedragen. Daarom is het zo belangrijk dat ze zich goed laten informeren en niet steeds vergelijken met Nederland. Of, zoals een stagiaire in Suriname op haar blog schreef: ‘We sluiten de avond af met een glas wijn en een kaasje. Zoals ons is geleerd.’ Ik houd daar af en toe ook wel van. Maar hier, in Su, verkies ik Borgoe-cola en cassavechips.

De Caribische fotocollectie van de Fraters van Tilburg
In het artikel ‘De Caribische fotocollectie van de Fraters van Tilburg’ ordenen en beschrijven de auteurs Ton de Jong en Jeroen Ketelaars dozen vol met tienduizenden foto’s die van 1886 tot aan 2000 toe gemaakt zijn. Opmerkelijk is, dat er gezegd wordt dat er rond 1900 maar enkele tientallen studio’s in Suriname waren, en wel 450 in Nederlands-Indië. Dit wijten de auteurs aan economisch gewin. Ik zou denken dat het bevolkingsaantal zeker ook meespeelt. Het beeld van de West zou beperkt zijn gebleven hierdoor. Dat mag zo zijn. Maar het blijft nog steeds beperkt als de auteurs Augusta Curiel niet noemen, wier foto’s uit de collectie van het Surinaams Museum en het KIT in een prachtig boek zijn gepubliceerd (Augusta Curiel, Fotografe in Suriname 1904-1937, Van Dijk, Van Petten en Van Putten, Libri Musei Surinamensis 3, 2007). Zij heeft ook een aantal religieuze ordes vastgelegd op de gevoelige plaat. Diverse foto’s zijn te zien op de internet, site Flickr; u komt erop als u ‘Surinaams Museum’ invoert. De foto’s uit de collectie van de fraters worden ook gedigitaliseerd. Een goede zaak, want dan heeft eenieder toegang tot de mooie afbeeldingen. Klinkt het niet lichtelijk ironisch als de archivaris van de congregatie zegt dat de foto’s juridisch gezien aan de fraters behoren, maar moreel en gevoelsmatig ook aan de Antillianen? Jammer genoeg kunnen we vele gefotografeerde personen niet meer vragen of ze toestemming hebben gegeven om vastgelegd te worden op de gevoelige plaat, maar we kunnen ons wel voorstellen hoe dat in veel gevallen is gegaan. De foto’s komen vooral van de Antillen, vanwege een grotere aanwezigheid van de fraters daar, ook in het onderwijs. De afbeeldingen kunnen zeker een ondersteunende functie hebben bij het schrijven van de geschiedenis van de fraters in de West, waartoe hier een aanzet is gedaan.

The making of Ronnie Brunswijk in Nederlandse media
De uitdrukking ‘De Wetten van de Jungle’ heeft net als het woord ‘bananenrepubliek’ naast een fysieke (hoe het werkt in de natuur) ook een denigrerende lading. Zo van: ‘wij in de beschaafde wereld, wij weten hoe het hoort….’ ‘O ja?’ zeg ik dan, ‘hoe lang is het geleden dat miljoenen joden werden vermoord in dat o zo beschaafde Europa, er koloniale oorlogen werden gevoerd met alle bijbehorende wreedheden om maar te zwijgen van huidige oorlogen?’
Sinds de artikelen en verslagen over de militaire machtsovername in 1980 en vooral ook over de Binnenlandse Oorlog sinds 1986 in Nederlandse kranten en weekbladen, vraag ik me af of het werk van journalisten niet ook soms/vaak onderhevig is aan die wetten van de jungle.
Daarom ben ik erg blij met het artikel ‘The making of Ronnie Brunswijk in Nederlandse media’, waarin Ellen de Vries (foto links), auteur van het boek Suriname na de Binnenlandse Oorlog (2005, KIT Publishers), haar mening geeft over en vragen oproept ten aanzien van de gevolgen van de berichtgeving in Nederlandse media, de invloed daarvan op het verloop van de burgeroorlog door de verheffing van Ronnie Brunswijk tot Robin Hood, guerrillastrijder respectievelijk junglecommandoleider van de ‘good guys’, tegenover de ‘bad guys’ van legerleider D.D. Bouterse. De Vries komt met veel voorbeelden, vooral tijdens de eerste weken van de Binnenlandse Oorlog, uit onder andere de Volkskrant, de Telegraaf, NRC Handelsblad (ja, die ‘kwaliteitskrant’ deed ook mee), Het Parool en het weekblad de Nieuwe Revu. Ik herken in dit artikel de mening van veel mensen in het binnenland die de oorlog van dichtbij hebben meegemaakt en eronder hebben geleden. Voor hen was het: ‘de duivel uitdrijven met Beëlzebub’, oftewel: iets ergs bestrijden met iets wat nog erger is! De schrijfster pleit voor meer onderzoek.
Demystificering van de Marrongemeenschappen in Suriname
De cultureel antropoloog Salomon Emanuels schrijft in zijn bijdrage ‘De last van koloniale erfenissen bij politici en beleidsmakers’ over hoe in het verleden en in navolging daarvan ook door huidige beleidsmakers wordt omgegaan met traditionele ideeën over grondbezit, bestuur en ander gewoonterecht in tribale gemeenschappen. De schrijver zet, met het aanhalen van onder anderen Afrikaanse wetenschappers, uiteen, hoe eurocentrisch er tot de dag van vandaag wordt gedacht door beleidsmakers, zelfs als ze zelf uit het binnenland afkomstig zijn. Volgens hem zijn ‘traditionele structuren’ op zich geen belemmering voor ontwikkeling’.

Contact, Marrons en de transport- en communicatierevolutie in het Surinaamse binnenland
`Als je geen voeten hebt, heb je ook geen schoenen nodig` verkondigde een minister niet zo heel lang geleden toen hij op een krutu de vraag kreeg, wanneer ook het binnenland de mogelijkheid zou krijgen om mobiel te telefoneren. Dat was niet erg aardig van die minister en het werd hem dan ook niet in dank afgenomen. Maar gelukkig, deze uitspraak is allang achterhaald. Uit de bijdrage van Alex van Stipriaan blijkt de ´vooruitgang´ op dat gebied overduidelijk. Hij noemt de komst van de buitenboordmotor en de cellulair als meest revolutionaire veranderingen. En hij voorspelt nog veel meer veranderingen (en meer migratie naar de stad!) met de aanleg van meer wegen.

Overleven in de Wayanajungle
‘Wie niet sterk is, moet slim zijn’, is het motto, en meteen de ondertitel, van het artikel van Karin Boven. Daarmee slaat ze de spijker op de kop van de thematiek. Karin Boven is dé deskundige op het gebied van onderzoek naar het inheemse Wayanavolk in het zuiden van Suriname. Door enkele jaren in het dorp Kawemhakan met de mensen te leven, heeft ze veel essentiële kennis opgedaan.
Overleven is altijd dé kunst voor volken die in het wilde bos in het binnenland leven. Maar tegenwoordig zijn er heel wat problemen bij gekomen. Vooral de overlast die veroorzaakt wordt door vreemdelingen die in groten getale, meest illegaal, aan goudzoeken doen, nog afgezien van de goudmijnen. Het Wayanagebied is niet meer van de Wayana, waardoor de situatie totaal ongecontroleerd is geworden. Criminaliteit stijgt onrustbarend en de gezondheid van de bewoners wordt bedreigd door het kwik in het rivierwater. Behalve een militaire post aan de grens met Frans-Guyana doet de Surinaamse overheid niets om de chaos op vele gebieden op te heffen.
Karin Boven heeft een informatief en zeer overzichtelijk artikel geschreven over deze problematiek in ‘de jungle’. Ikine Makalena, een van haar informanten uit Kawemhakan zegt het mooi: ‘Aan de Franse zijde zijn planten en dieren beschermd. Maar wie of wat zijn wij, de Wayana dan?’ )

Ontwikkelingshulp bij de Trio en de Wayana. De wetten van interculturele communicatie
Dit artikel van Eithne B. Carlin (foto links) was een van de inleidingen op het colloquium van de stichting IBS in november 2010. Ik was erbij en verbaasde me steeds meer. Het begint al met de uitspraak: ‘Als onafhankelijk toeschouwer ben ik tot de conclusie gekomen dat de pogingen om van ontwikkelingshulp tot ontwikkelingssamenwerking te komen, op een enkele uitzondering na, mislukt zijn. Dat klopt in gevallen van buitenlandse projecten wel, maar vanuit Suriname en met name het project ‘Change for Children’ zijn ontwikkelingsprojecten vaak tot echte samenwerking uitgegroeid. Carlin baseert haar theorie voor een groot deel op het niet begrijpen van elkaars taal. ‘Wij’ en ‘moeten’ bijvoorbeeld, hebben een totaal andere inhoud in het Trio dan in de westerse talen. Dat zou tot miscommunicatie leiden. Maar de projecten zijn meestal praktisch, samen met kinderen spelenderwijs bezig zijn met onderwijs in de moeilijke schooltaal, samen aan sport doen en aan kunst, landbouw en gezondheidszorg. De taal is echt niet het enige middel om elkaar te begrijpen en samen te gaan werken. En wetenschap is ook werkelijk niet hét middel om aan ontwikkeling te werken. Samen creatief en inventief aan een ontwikkelingsdoel werken, vanuit de eigen omgeving, daar gaat het om!

Recensies
De Oso bestaat zoals altijd uit een aantal recensies, berichten en In Memoriams. Verder is de signalementenlijst erg belangrijk voor mensen die willen weten wat er over een bepaald onderwerp in het afgelopen half jaar is gepubliceerd. Van de recensies kunnen we met trots zeggen dat het overgrote gedeelte al is besproken op deze pagina. De boekselectie verbaast soms: er zijn uitgaven bij uit 2007.
De inhoud is vaak informatief, maar helaas soms ook onjuist. In de recensie van Tinde van Andel staan enkele storende fouten: black eyed peas zijn geen djar’pesi, en callaloo is geen klaroen maar tayerblad. Even googelen en je weet het. Of: kom weer eens hier eten meisje, we maken het voor je neus klaar en yu man tes’ ing.

[Hilde Neus, met aanvullingen van Christine Samsom (‘The making of Ronnie Brunswijk in de Nederlandse media’ , ‘De mystificering van de Marrongemeenschappen in Suriname’ en ‘Contact en de transport- en communicatierevolutie in het Surinaamse binnenland’) en Els Moor (‘Overleven in de Wayajajungle’en ‘Ontwikkelingshulp bij de Trio en de Wayana’).

OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied. KITLV, Leiden, april 2011.

Geen hoge dunk van de pers


Willemstad — Iemand heeft duidelijk een groot probleem met de media op Curaçao. Op de buitenmuur van de Kathedraal te Pietermaai staat in grote letters te lezen wat de schrijver van deze tekst denkt van de lokale pers. De reden voor de actie is niet bekend maar past wel in de steeds grimmiger wordende verhoudingen in de samenleving, te beginnen in de publieke sector waar de overheid overhoop ligt met verschillende directeuren van overheids-nv’s en zelfstandige bestuursorganisaties en hoofden van diensten.

[uit Amigoe, 30 mei 2011]

Gil Scott-Heron: Radicale dichter die gewoon pianist wil zijn

"De ware revolutie vindt plaats in het bewustzijn van mensen"

Op 28 mei overleed in New York op 62-jarige leeftijd Gil Scott-Heron, de zwarte dichter-muzikant, die door tal van vooraanstaande rappers uit de Hip Hopscene wordt gezien als de ‘godfather of rap’. Popjournalist Peter Bruyn had op 5 mei 1998 een gesprek met hem dat hieronder met zijn toestemming wordt geplaatst.


door Peter Bruyn

"Mag ik je misschien wat vragen, Gil?"
"Dat heb je dan bij deze gedaan, knul..."
Gil Scott Heron’s even gevreesde als bewonderde gevatheid slaat al bij de kennismaking, een paar minuten na zijn Bevrijdingspop-optreden, toe. Hij wenkt me de geblindeerde toerbus binnen en lijkt compleet te verdwijnen achter de zwarte zonnebril die hem bij zijn concert al een bijna Stevie Wonder-achtige uitstraling gaf.

Een merkwaardig concert was het wel. Het eerste kwartier leek één lange, lome jamsessie, opgebouwd rond de zinnetjes ‘I don’t wanna hurt nobody. I believe in peace’. De insider herkende elementen in van het nummer Work for Peace van Scott-Heron’s meest recente album Spirits uit 1994. Een messcherpe aanklacht tegen het militair-industriële complex. De plaatversie leunt echter op het veel briljantere regeltje: ‘The military and the monetary make the world a cementary’. ‘De krijgsmacht en de financiële macht maken de wereld tot één groot kerkhof’. Kortom, deze man is niet zonder reden voor Bevrijdingspop uitgenodigd. Als weinig anderen heeft de inmiddels negenenveertigjarige Amerikaan gedurende zijn bijna dertigjarige artiestenloopbaan de thema’s aangesneden waar het bij de 5 mei-festivals ook telkens weer om draait. Daarbij deinst hij er niet voor terug om melodieën van John Coltrane onder zijn poëzie te zetten. En op Spirits wast hij in een schitterend vloeiende stijl ook nog eens de jonge rappers-generatie de oren met de mededeling dat schuttingtaal nog geen dichter van je maakt.
"De impact van m’n songs? Mmm. Ik speel ze gewoon en als er geluisterd wordt hebben ze blijkbaar impact. M’n oude songs gaan over situaties van destijds en m’n recente songs gaan over nu. Dat is het voornaamste verschil. En verder moet je me er niet teveel over vragen. Ik ben geen politicus, maar een doodgewone pianist uit Tennessee....."

Hij zwijgt even om te zien of z’n provocatie effect heeft. Ik doe alsof ik de laatste zin niet gehoord heb en vraag hem naar zijn affiniteit met het bevrijdingspopthema: De mensenrechten. "Ach, ik heb overal al over gezongen. Dus ook over de mensenrechten," reageert de Amerikaan nog een beetje nukkig. "Maar ik heb het recht om de dingen te zeggen die ik wil zeggen. En daar maak ik al zo’n dertig jaar gebruik van. Kijk, de tien geboden zijn er al vele eeuwen. Ze worden alleen niet nagevolgd. Ik betaal m’n belasting en ik vind dat ik daarom ook wel iets zou mogen eisen van de overheid. En ik wou dat er meer mensen zo over dachten."

Tijdens het grote ‘No Nukes’-festival, het muzikale anti-kernenergieprotest naar aanleiding van het Three Mile Island/Harrisburg-ongeluk in 1979, sloeg Scott-Heron de spijker op z’n kop met het schitterende We almost lost Detroit. En de betekenis van zijn bekendste song, The Revolution will not be televised, werd in 1990 nog eens onderstreept bij de val van de Berlijnse muur. De dronken massa die op het beton in beukte kwam onophoudelijk in beeld, maar het echte werk was maanden daaraan voorafgaand al verricht in Oost-Berlijnse achterkamertjes, buurthuizen en kerken. "Zo is het! De ware revolutie vindt plaats in het bewustzijn van mensen. Als de ideeën veranderen. Als mensen beginnen na te denken over een situatie. Wat je op de beeldbuis ziet zijn de resultaten daarvan. Als de massa’s in beweging komen is dat vaak het gevolg van een bewustzijnsverandering die door een paar mensen in gang is gezet. Waarmee ik maar wil zeggen dat één mens soms heel veel voor elkaar kan krijgen. Het is een domino-effect."

Martin Luther King, de radicale zwarte Amerikaanse dominee en mensenrechtenactivist was zo’n man. In april 1968, dertig jaar geleden, werd hij in Memphis, Tennessee, doodgeschoten. Leeft zijn gedachtegoed nog in de Verenigde Staten?
Scott-Heron haalt wat vermoeid de schouders op. "Z’n moordenaar is onlangs overleden. Dat bracht de zaak weer even in de actualiteit. Maar vooral Kings dood heeft destijds natuurlijk voor veranderingen gezorgd. Dat heeft de mensen toen aan het denken gezet over de dingen waar hij voor stond. Nu zijn we dertig jaar verder en spelen er weer heel andere zaken in Amerika. De immigratiepolitiek en noem maar op."

De opmerking dat de muziekwereld sinds de jaren zeventig veel commerciëler is geworden wuift hij weg. "Flauwekul. Iedere grammofoonplaat waar een prijsstickertje op geplakt zit is natuurlijk commercieel. Sommige verkopen alleen wat gemakkelijker dan andere. Ik heb altijd zoveel mogelijk platen proberen te verkopen als in mijn vermogen lag. En als Al Green op zijn cd’s de Heer prijst wil hij ook alleen maar die platen verkopen. Waarom zou je die verdomde platen anders nog maken? Je moet er alleen voor waken dat je jezelf niet verkoopt..."

De deur van de bus zwaait open en de manager zegt dat het eten klaar staat. "Bye," zegt Scott Heron en is verdwenen. Nog voor ik hem heb kunnen vragen hoe het dan zit met die - gecensureerde - versie van The Revolution will not be televised die in Amerika in een Nike-commercial is gebruikt.

Foto: Gil Scott-Heron in 1994; @ Henrietta Butler

St. Martin Book Fair on free speech

Great Bay, St. Martin (May 29, 2011) — The just-released program of the St. Martin Book Fair, June 2 – 4, is a mix of workshops, discussions, book launches, book sales, book signing by new and famous authors, and original literary readings, said book fair coordinator Shujah Reiph.



St. Maarten Tourist Bureau (STB) head Regina LaBega (R) receiving copy of From Yvette’s Kitchen To Your Table by Yvette Hyman, from HNP president Jacqueline Sample. STB made a heritage tourism contribution toward the new cookbook published by HNP in 2011. (Saltwater Collection)

On Thursday, June 2, the ribbon cutting ceremony, which will honor the nation’s fishermen and declare the book fair open, will be preceded chiefly by an evening with Nobel Laureate Derek Walcott, making worldly comments and reading from his newest works, said Reiph. This opening ceremony takes place at the Chamber of Commerce Bldg., Spring Concordia, Marigot, at 8 PM. Admission is free and new books will be available.

The first highlight on Friday is the Presidents Forum at the University of St. Martin (USM), starting at 4 PM. The forum focuses on freedom of speech and expression in St. Martin relative to the work of the four speakers. The panelists include author and political scientist Joseph H. Lake, Jr. and Kaiso Brat, St. Martin Calypso King 2011. The new USM president, Annelies van den Assem, LL.M., will introduce the panel, said Reiph.

Books galore, authors around to sign them, “I’m just excited about all of this,” said Reiph, “but don’t miss the workshops for the entire family.” Among the Book Fair workshops on Saturday are: ‘The Great Salt Pond: Untangling the History of Salt in St. Martin" by Dr. Jay Haviser; A literacy workshop by Dr. Rene Baly for at-risk youth and their parents. The ‘Language in literature’ workshop by Dr. Rhoda Arrindell. Participants can bring their own poems and fictions to be critiqued in this creative writing workshop.

“Don’t miss the spiritually-based motivational workshop,” said Sample. It is entitled, ‘365 Secrets for a Healthy Mind, Body, and Spirit’ by author and former Essence editor Stephanie Stokes Oliver. The photography workshop will be conducted by by Drisana Deborah Jack. At the end of the day Mix Master Pauly will give a live DJ Workshop: ‘Mixing sound, A freedom of expression.’

Then comes the evening party to “step out” to. The book party for From Yvette’s Kitchen To Your Table – A Treasury of St. Martin’s Traditional & Contemporary Cuisine by Yvette Hyman will take place at Belair Community Center, Cay Hill, at 8 PM. Tourism director Regina LaBega is the guest speaker at the Closing Ceremony and Main Book Launch. Award-winning musician and kaisonian Mighty Dow, will perform on pan, and the Presidents Award will be presented at the end of the Saturday evening program, said Sample. For more about the St. Maarten Book Fair program, visit www.houseofnehesipublish.com or http://www.houseofnehesipublish.com/book_fair2040.html.

Lesgeven over duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling, waar we toch de mond vol van hebben, is een thema dat bij elk schoolvak kan worden toegepast. Het is een manier van denken, een streven naar een evenwichtig gebruik van menselijke en natuurlijke hulpbronnen in de samenleving. Uiteraard hebben leerkrachten en docenten hierbij een belangrijke taak, voor zichzelf, hun leerlingen en hun studenten.

Hoe pas je duurzame ontwikkeling het beste in je onderwijs in?
Het boek Lesgeven over duurzame ontwikkeling. Didactische handreiking van Martin de Wolf (red.), Rob van Otterdijk, Peter Pennartz, Peter Hurkxkens & Tom Toebes (Lerarenopleiding Fontys, Tilburg) biedt een didactisch handreiking, waarbij het accent ligt op contentanalyse van diverse maatschappelijke en natuurkundige onderwerpen. Via een didactisch model leer je om onderwerpen uiteen te rafelen, gebaseerd op de principes van duurzame ontwikkeling. Het gaat onder meer om systematisch kijken naar oorzaken en gevolgen van problemen, oplossingen en kansen voor duurzame ontwikkeling. De focus van het boek ligt uiteindelijk op de vraag hoe je duurzame ontwikkeling een plaats geeft in de lessituatie. Dat blijkt te kunnen op vele manieren.

Het boek is bedoeld voor docenten, leerkrachten, ontwikkelaars van leermiddelen en cursussen en studenten in educatieve opleidingen binnen alle vakgebieden. Maar ook voor bestuurders en schoolleiders die een school willen waarvoor duurzame ontwikkeling geen holle slogan is.

M. de Wolf (Red.), R. van Otterdijk, P. Pennartz, P. Hurkxkens & T. Toebes
Lesgeven over duurzame ontwikkeling. Didactische handreiking.
Uitgeverij Garant, ISBN 978-90-441-2766-9, 208 blz., geïllustreerd, € 22,90

Domme blondjes in de jungle

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Elke week zijn ze op de buis. De spreekwoordelijke domme blondjes, die zich laten exploiteren door programmamakers, die hun gebrek aan intellect aan de Nederlandse kijker mogen demonstreren. Zij worden in mijn mooie binnenland gedropt, waar ze gilletjes slaken, zoeken naar hun haardroger of krulset, walgen van het zelfgekookte eten, ruzie maken en onnozele conversatie plegen. Tenslotte moeten ze vragen beantwoorden, die basisschoolkinderen moeiteloos beheersen. De prijs is echter wel 30.000 Euro.

Hiervoor kun je een heel weeshuis van nieuwe spullen voorzien. Diverse projecten in het binnenland ondersteunen, ouderen een maand of langer van maaltijden voorzien.
De domme blondjes kopen er een sportwagen met gouden velgen voor of gaan heel vaak naar de Mac Donalds.

Is dan niemand van de programmamakers op het idee gekomen dat juist deze meiden baat zouden hebben bij een crisis ontwikkelingswerk. Dat ze beter 14 dagen konden helpen in een kindertehuis in de stad of in de districten. Dat Surinaamse artiesten zelfs meewerken aan dit domme gedoe, dat stelt mij nog het meest teleur.

Ik hoop dat ze tenminste kunnen lezen en een reactie geven.

cat 30/5

De Surinaamse taalproblematiek (8)

door mr dr W.R.W. Donner

Foutief Engels?

Hoe anders was mijn ervaring toen ik mij op de Engelse tour waagde! Ik vertaalde een van mijn boeken, Politiek betaalt over Jopie Pengel, in het Engels onder titel The Party Leader en toog met het manuscript naar de Frankfurter Buchmesse op zoek naar een uitgever. Daar maakte ik kennis met een Indiër, Lakhani geheten, die in Londen een boekhandel bezat. Hij bracht mij in contact met vertegenwoordigers van The Commonwealth House. Die vonden het interessant genoeg om het op de scholen in Londen, die vooral bezocht werden door West-Indiërs te brengen. Wat het boek interessanter maakte was het feit dat het door iemand was geschreven die niet uit het Engelse taalgebied uit de West Indies kwam.
Lakhani financierde de publicatie. Het boek liep als een trein. Achter elkaar werden stukken uit mijn dikke boeken omgewerkt (titels: Jungle Politics, Life in These Amazing West Indies, Road to Richess) en in verschillende versies (vocabulary range 3000 words, 900 words, 1500 words) uitgegeven voor gebruik op verschillende niveaus van onderwijs op de Londense scholen. Ik kan met de hand op het hart verklaren dat nooit een recensent een woord heeft gezegd over het taalgebruik. Er werd gewoon aangenomen dat het gehanteerde Engels een variant was van het Engels dat in de Caribbean wordt gesproken. Hier zien wij onmiddellijk een verschil in benadering van de taal door de Engelsen en de Hollanders. Voor de Engelsman is elke vorm van het Engels aanvaardbaar en wordt gewoon gezien als een variant van het Engels. Zelfs het Sranantongo wordt gezien als een variant van het Engels. Negro english, neger Engels, het Engels gesproken door negers. Het zou de Engelsman een zorg wezen dat de Amerikaan schrijft: your honor i.p.v. your honour of thru in plaats van through. De Hollander zou ogenblikkelijk uitroepen: fout. Hier ligt vermoedelijk de aversie tegen het Nederlands. Steeds heeft de Hollander iets aan te merken over de wijze waarop je zijn taal hanteert. Het blijft zijn taal en wordt nooit de jouwe.

Foutief Spaans

Vreemd genoeg had ik dezelfde ervaring in Costa Rica toen ik daar met mijn boeken in het Spaans verscheen. Ook de Spanjaard ziet afwijkende schrijfwijzen van het Spaans gewoon als de zoveelste variant van de taal. Er wordt nooit aan iemand gezegd dat hij slecht Spaans spreekt of schrijft. Op de scholen in Costa Rica braken ze slechts hun kop over de vraag of ze te doen hadden met een Cubaanse of een Ecuadoriaanse variant. Toen bleek dat ik Surinamer was werd dat nog mooier, want dan bleek er een Surinaamse variant van het Spaans te bestaan. Niemand piekerde erover om te zeggen dat ze met slecht Spaans te doen hadden. Elke Spanjaard zal u kunnen zeggen dat het Spaans dat in Columbia wordt gesproken het mooiste Spaans is. Niet slecht of goed, maar mooi. En welke Portugees zal aan een Braziliaan zeggen dat hij slecht Portugees spreekt? Daarom laat ik mijn boeken niet vertalen in het Engels of het Spaans (weggegooid geld) maar schrijf ze rechtstreeks in die talen. Ik laat ze ook nooit corrigeren. Elke schrijfwijze van die talen is immers aanvaardbaar zolang wat je zeggen wil maar duidelijk overkomt.

Het Nederlands heeft, om dit deel van het betoog af te sluiten, ons niet ver gebracht en zal ons niet ver brengen. Op de enige plek op aarde waar wij wat aan de Nederlandse taal zouden hebben gehad (Nederland) ziet men ons liever gaan dan komen. Het wordt echt tijd om het roer om te gooien.

[Slot volgt met suggesties voor een therapie - klik hier]

maandag 30 mei 2011

Hans Dorrestijn - Nieuwe rozen van Saron

Tot vorig jaar achtte ik mijzelf ongeschikt voor de tropen. Vanwege malariamuggen en andere tirannen. Toen mijn dochter voor de derde keer naar Suriname moest voor journalistieke werkzaamheden, wilde ze per se haar liefde voor dat land met me delen. Van mijn stegenstribbelingen trok ze zich weinig aan. Mijn zwaarste argument, dat ik krap bij kas zat, pareerde ze met: ‘Ik betaal.’

Van Paramaribo herinner ik me vooral de fleurige zaterdagse aanblik. En wat me in de drukte opviel, was de beschaafde conversatietoon. In Amsterdam klinken op straat harde stemmen. Alsof er overal tegelijk ruzie uitbreekt. Paramaribo maakte een vredige indruk, maar het zwarte verleden is er altijd ontstellend dichtbij. Zodra we met Surinamers in gesprek raakten, voerden ze ons met een paar welgemikte woorden de slaventijd binnen. We kregen elke dag dingen te horen waarvan we wel door de grond wilden zakken van schaamte, al was dat absoluut niet de bedoeling van de vertellers. Hoe het ook zij, al bood Paramaribo een luchtige aanblik, her en der staken stormen op van emotie.

Op een snikhete dag wilden we zwemmen. Kirsten wist een zwembad in een van de luxere hotels. We namen een taxi. Het zwarte meisje achter de balie was van een onbegrijpelijke schoonheid. Gelaatstrekken: fijngevoelig, edel, intelligent. Lieftallige oogopslag. Meer dan sympathiek, veeleer engelachtig. Ik stond met open mond naar haar te kijken, terwijl Kirsten onze zwemwens kenbaar maakte.
‘Ach, wat jammer’, zei de Surinaamse godin met zilver in haar stem, ‘tegenwoordig mogen alleen de hotelgasten het zwembad gebruiken. Maar als u bij de uitgang rechtsaf slaat, komt u bij een hotel waar het nog wel mag. Het is vijf minuten lopen.’

De schoonheid voegde er op lichtelijk geamuseerde toon aan toe: ‘Ikzelf mag hier ook niet meer zwemmen.’ Ze zei het bij wijze van troost. Toen we haar aanwijzing opvolgend in de schelle hitte liepen, zuchtte ik: ‘Voor dit meisje had ik wel willen knielen.’ Kirsten knikte: ‘Onbegrijpelijk dat ze zo iemand de toegang tot het zwembad weigeren.’

We zwoegden woordloos door de trillende hitte. Al peinzend kwam ik op het onderwerp Schoonheid en Kwaad. En toen herinnerde ik me voor de zoveelste keer een aangrijpende passage uit het meesterwerk Ondergang van de historicus Jacques Presser. Hierin behandelt hij met verbijsterende discipline het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog: de razzia’s, de deportaties, het einde. Ergens in het meer dan duizend bladzijden tellende werk beschrijft Presser een scene van een rij ontklede Joden op weg naar de gaskamers van een bepaald concentratiekamp. En dan stuit de lezer op de volgende mededeling: ‘onder wie mijn echtgenote, wel de mooiste Roos van Saron die de wereld ooit heeft gekend.’

(Ik citeer uit mijn hoofd, de weergave zal gebrekkig zijn). Deze passage in Ondergang trof mij indertijd als een mokerslag. Eén kort moment wankelt de historicus onder de zwaarte van zijn persoonlijk lot. Merkwaardig genoeg had ik deze leeservaring nooit met een ander gedeeld. Nu wilde ik haar aan Kirsten kwijt, maar ik schoot vol. Ik moest de woorden ‘Roos van Saron’ een paar keer herhalen voor ze verstaanbaar waren. Veertig jaar na het lezen van Ondergang eindelijk in tranen. Op een ander continent. In een voormalige kolonie. Onder de brandende zon.
Kirsten pakte mijn hand. ‘Ach, lieve pappa.’

In de hitte was haar hand licht en koel. Haar zachte woorden gaven troost. De wanhoop over het lot van de mens maakte plaats voor verzoening met de wereld. En ik bedacht dat het Kwaad niet heeft kunnen verhinderen dat er nieuwe Rozen van Saron bloeien. En dat er Surinaamse godinnen te vinden zijn in Surinaamse hotels. Alsook dochters met een groot medelijdend hart.

Van het zwemmen trouwens knapte ik weer helemaal op.

[Deze column is verschenen in Nouveau (juni 2011).]

Gerard Termorshuizen Officier bij afscheid

Symposium over Amusement in de Koloniale pers naar aanleiding van het verschijnen van het boek Realisten en Reactionairen - Een Geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers 1905-1942 door Gerard Termorshuizen, op vrijdag 27 mei 2011 in de Lorentzzaal van het Kamerlingh Onnes Gebouw, Steenschuur 25, te Leiden. Een foto-impressie van dit afscheid van Termorshuizen, waarbij hij benoemd werd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassa. Foto's: @ Hans Kleijn.
Uitgever Vic van de Reijt van Nijgh & Van Ditmar spreekt Gerard Termorshuizen (1e rij, geheel rechts) toe.
Thom Hoffmann, welingevoerd in Indische letteren

KITLV-directeur Gert Oostindie kwam Termorshuizen uitzwaaien

Violist Johnny Rahaket speelde Bach met een Moluks accent


Angelie Sens sprak over tekeningen in de Indische pers


Dagvoorzitter was Peter van Zonneveld (links)


Michiel van Kempen sprak over tweeëneenhalve eeuw amusement in de Surinaamse kranten

Elsbeth Etty had een hekel aan "die oerconservatieve Indische mensen"


Wim Rutgers betoogde dat er weinig te lachen valt met de Antilliaanse kranten

Op het schellinkje: Wilma Scheffers en Reggie Baay

Domper bij jubileumconcert Court Humaniteit

door Rosita Leeflang

Het is maar omdat enkele van de artiesten en koren die er zijn goede muziek hebben laten horen, dat er enigszins plezier te beleven was aan de avond. Want het jubileumconcert van Court Humaniteit vrijdag was een heel lange zit, vooral voor de vele ouderen die op de activiteit zijn afgekomen.

Het concert is precies om half acht ‘s avonds begonnen, maar is pas na half elf geëindigd. Waarmee er geen rekening is gehouden, is het opkomen en afgaan van koren, waarin redelijk veel tijd gaat zitten. Maar liefst vijf koren hebben hun bijdrage geleverd en drie van de zangkoren moesten drie keer het podium opkomen. Ook het aan elkaar praten van de avond heeft liet te wensen over. De mc heeft hele biografieën van de artiesten en koren gelezen en was daarbij niet altijd goed verstaanbaar.



Het mannenkoor Maranatha liet de kerk vibreren met zijn koorzang. (foto: Cedric Cooman)

Het Vrouwenkoor Maranatha heeft de eer gehad om de avond te openen. Dat is met twee mooie nummers gedaan. Jammer dat het koor zo onzeker klinkt, waardoor het mooie koorzang ietwat verloren gaat. De avond krijgt echter meer kleur en gezelligheid met het Jongenskoor Harmony. Met kinderlijke eenvoud en spontaniteit hebben ze enkele nummers zijn enkele nummers gezongen. Met hun choreografie krijgen de jongens het publiek aan het lachen. De allerkleinsten voorin kijken soms wat verloren om zich heen, maar swingen na een paar seconden ook vrolijk mee. Goede koorzang is van het Mannenkoor Maranatha gekomen. De bassen en tenoren doen de kerk haast vibreren en het publiek geniet zichtbaar. Met Humphrey and Friends is het feest compleet, als de vocale muziekinstrumenten worden bespeeld. Het laatste koor van de avond is Hope & Togetherness dat op de oude vertrouwde manier het publiek weet te bekoren. Solo-optredens komen van Jules Fullington en Helianthe Redan. De laatste brengt twee nummers van Stevie Wonder, en wordt begeleid door haar dochter Shanice Redan.

Kort na de pauze doet zich een incident voor, waarbij een jongeman een microfoon oppakt en zijn misnoegen uit dat er dingen in Gods Huis gebeuren die niet mogen, want een Court hoort niet in de kerk thuis, zei hij. Na zijn zegje, smijt hij de microfoon op de grond, waardoor het daarna totaal verkeerd gaat met het geluid. Het duurt zeker tien minuten om het publiek tot bedaren te brengen en het is de zang van het Mannenkoor Maranatha die de rust enigszins terugbrengt. Maar het voorval legt gelijk een domper op de rest van de avond. Aan het eind van de avond verontschuldigt de mc zich namens de organisatie en voegt eraan toe dat de Court in een slecht daglicht wordt gesteld.
Het concert van Court Humaniteit werd gehouden in de Grote Stadskerk en is in verband met het 90 jarig bestaan op zes augustus .

[uit de Ware Tijd, 30/05/2011]

Gratis workshop voor saxofonisten op Aruba

Oranjestad — Het saxofoonorkest Vento do Norte uit Portugal geeft op zaterdag 4 juni een concert in de balzaal van het Marriott hotel. De voorverkoop is gestart en kaartjes zijn verkrijgbaar bij boekhandels Plaza en DeWit&Van Dorp. Een dag eerder is er een workshop.

Saxofonisten, bespelers van blaasinstrumenten en leerlingen die deze instrumenten leren bespelen, hebben ook de gelegenheid om een workshop te volgen bij de orkestleden en hun artistieke leider, Henk van Twillert. Hij woont zowel in Portugal en de Verenigde Staten, is een internationaal vermaarde baritonsaxofonist en leraar aan de conservatoria in Amsterdam, Caracas en Porto. Twillert behoort volgens kenners tot de beste klassieke saxofonisten in Europa.

De workshop wordt georganiseerd door de Arubaanse Kunstkring in samenwerking met Fundacion Desaroyo Educativo Comunitario (FDEC). De workshop vindt plaats op vrijdag 3 juni van vier uur ’s middags tot zes uur ’s avonds in de tentoonstellingszaal van Cas di Cultura. De toegang is gratis.
Eerder deze maand gaf het orkest al een optreden op Curaçao en Bonaire. Het tien man sterke saxofoonorkest klinkt als een groot symfonieorkest en brengt klassieke Portugese werken, fado’s, tango’s, Antilliaanse walsen en enkele jazzstukken ten gehore. Vento do Norte bestaat uit saxofonisten van het conservatorium in Porto. Orkestleider Van Twillert was in 2010 al op het eiland met pianist Tjako van Schie.

[uit Amigoe, 27 mei 2011]

Klassieke stukken bij viering 35 jaar China - Suriname

door Charles Chang

Gracieus liet zij haar handen vallen op de gu zheng. Strijkend of knijpend aan de snaren van de horizontaal liggende harp, bracht Fan Bofang het publiek in vervoering. De solo van Wang Yue op de yang qin, klonk ook even sprankelend. Het hakkebord doet denken aan de gamelan, maar dan met snaren – subtiel en gepassioneerd bespeeld door Wang Yue, die de zaal meenam op een vlucht door bergen en rivieren.

De muziek die de Tianjin Sing and Dance Troupe uit Beijing vrijdagavond presenteerde in Thalia, bestond uit klassieke stukken uit vooral het zuiden van China. Elk instrumentaal nummer had een klassiek verhaal dat werd vertolkt door een traditioneel Chinees muziekinstrument of een combinatie van instrumenten. De avond, georganiseerd door de Chinese ambassade en Kong Ngie Tong Sang, stond in het teken van de viering van 35 jaar diplomatieke en vriendschappelijke betrekkingen tussen China en Suriname. Thalia stroomde vol met Chinese ouderen en jongeren. De zitplaatsen werden verdeeld onder de Chinese ambassade, de Chinese vereniging en het ministerie van Buitenlandse Zaken.



Hier wordt de gu zheng bespeeld.

"Ik vergeet dat ik in Suriname ben!" zegt een aanwezige uit China over de sublieme performance van de muzikanten. "They play very well..." zegt de mevrouw. In een andere solo vertelde Xu Yingmei met de pipa, een peervormige luit, het heftige verhaal van een slagveld. China's meest populaire viersnarig muziekinstrument deed tweeduizend jaar geleden zijn intrede tijdens de Qin-dynastie. Het vierde en kleinste instrument, waarmee het folkloristische ensemble ook imponeerde, was de erhu. Deze tweesnarige Chinese viool deed in de tiende eeuw vanuit het noorden zijn intrede in China en wordt nu ook gebruikt in rock, jazz en andere hedendaagse muziek.


Deze artiest bespeelt vol liefde en met haar ogen dicht de pipa.

"Traditionele Chinese instrumenten zijn moeilijker te bespelen dan westerse!", weet Simon Cheung van Cheung's Music. "Vanaf klein moet je beginnen, en elke dag oefenen! Jammer dat we vergeten zijn de muziekscholen uit te nodigen, want dit weekend gaat de groep al weg." De viering 35 jaar China-Suriname werd zaterdagavond voortgezet met een receptie bij de Chinese ambassade.

[uit de Ware Tijd, 30/05/2011
]

Foto’s: @ Cedric Cooman

A Keba foe na waka waka libie foe Nelis


A Keba foe na waka waka libie foe Nelis van de groep Wie Na Wang wordt woensdag 1 juni, om 19:00 uur opgevoerd in het Bijlmerparktheater. Vrouwenlist gaat boven mannenkracht. Lol!!