zaterdag 30 april 2011

Laat Ze Maar Komen


Jandino Asporaat is bezig aan een toernee met zijn nieuwe show Laat Ze Maar Komen. Jandino is uniek in zijn soort, vol passie en charme overspoelt hij het publiek. Met scherpe energieke grappen, mooie verhalen, eigenzinnige personages en prachtige liedjes. Deze opkomende ster is niet te stoppen. In Laat Ze Maar Komen daagt hij iedereen en alles weer uit, maar vooral zichzelf. Hoe wil u het hebben, want hij gaat het u geven.

Bij de volgende theaters krijgt u een speciale korting van €5,- per ticket als u bij uw bestelling het codewoord "Antilliaans Netwerk" vermeldt:

6 mei 2011: Theater aan de Schie te Schiedam - 010-2467467
11 mei 2011: Rijswijkse Schouwburg te Rijswijk - 070-3360336
12 mei 2011: Stadsschowburg Middelburg te Middelburg - 0900-3300033
17 mei 2011: Schouwburg Venray te Venray - 0478-530999
18 mei 2011: Theaterhotel Almelo te Almelo - 0546-803010
20 mei 2011: Theater de Flint te Amersfoort - 033-4229229
21 mei 2011: Cool Kunst en Cultuur te Heerhugowaard - 072-5347662
4 juni 2011: Theater Chasse te Breda - 076-5303126

Foto: @ Brett Russel

Seksualiteit in Indonesië en de Caraïben

Op vrijdag 17 juni vindt van 13.00—18.00 in het Museum Volkenkunde in Leiden de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering en lezingenmiddag van het KITLV. Het thema van de lezingenmiddag (aansluitend op de Algemene Ledenvergadering) is: ‘Seksualiteit in Indonesië en de Caraïben’.

Voorlopig programma:

Op zoek naar het perfecte afrodisiacum; het gebruik van alcoholische bitters in West-Afrika en het Caraïbisch gebied, Dr. Tinde van Andel (Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis)
Wie kent ze niet, de flessen vol bittere stukjes hout, bast en zaden die overal in Suriname en het Caraïbisch gebied worden verkocht voor de mannelijke potentie? Gedrenkt in sterke rum geven deze kruiden de Caraïbische man zijn legendarische ‘power’. Het gebruik van alcoholische bitters komt echter uit West-Afrika. Slaven hebben in elk land waar ze te werk werden gesteld nieuwe ingrediënten moeten zoeken om hun favoriete drankje opnieuw uit te vinden. En dat is ze gelukt.

‘Van mati-werk tot kabula-feesten’; een zoektocht naar Surinaamse seksualiteit, Dr. Gloria Wekker (Universiteit Utrecht)
Een interessante vraag in de studie naar Surinaamse/ Caraïbische seksualiteit is: waarom is de blik juist op Creolen gericht geweest en niet of nauwelijks op andere groepen in de Surinaamse samenleving? Een lange lijn van onderzoekers, van de Herskovitses (1936) tot Groenfelt (2009), heeft zich beziggehouden met Creoolse seksualiteit, terwijl er tot voor kort nauwelijks aandacht was voor de wijzen waarop seksualiteit in andere etnische groepen vorm kreeg. Wat zegt dit over de Nederlandse psyche, en de plaats die de seksualiteit van zwarten daarin inneemt?

Goddelijke genade en animistische wih; de ontmoeting tussen twee heilseconomieën aan de zuidkust van Nieuw Guinea, ca. 1910, Dr. Raymond Corbey (Universiteit van Tilburg)
De afgelopen jaren verdiepte Raymond Corbey zich in teksten en etnografische foto’s van de hand van missionarissen van het Heilig Hart met betrekking tot sterk seksueel geladen rituelen van de Marind Anim van Nieuw-Guinea van ongeveer honderd jaar geleden. Deze middag presenteert hij dit boeiende historisch beeldmateriaal en analyseert hij de worsteling van de missionarissen met deze materie. Hiervoor maakt hij ondermeer gebruik van de narratologie en de analyse van metaforen.

Tussen hoofddoek en hotpants; kledingkeuze en identiteitsvorming onder jonge moslima’s in Yogyakarta, Lisa Storms, MA
Indonesische jongeren hebben steeds meer mogelijkheden om over de eigen landsgrenzen heen te kijken, onder andere door het internet. Dat dit echter niet automatisch leidt tot het overnemen van andere waarden, zoals, bijvoorbeeld seksuele waarden, blijkt uit het onderzoek dat Lisa Storms enkele jaren geleden uitvoerde onder jonge islamitische vrouwen in Yogyakarta. Zij stelde vast dat een deel van deze vrouwen zich afzet tegen westerse noties over seks, niet door terug te grijpen naar Indonesische normen en waarden over seks, maar door zich in hun kledingkeuze en omgangsvormen met de andere sekse te laten leiden door islamitische richtlijnen.

Wilt u zich alvast aanmelden? Dat kan via: kitlv@kitlv.nl of 071 527 2295.

Argentijnse schrijver Sabato (99) overleden

Buenos Aires - De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato is zaterdag op 99-jarige leeftijd overleden. De Argentijn staat bekend om zijn boeken Over helden en graven en De tunnel. Dat laatste wordt gezien als een existentialistisch meesterwerk. ''De mensheid kan niet leven zonder helden, martelaren en heiligen'', zei de intellectueel eens. Hij werd zelf door veel Argentijnen beschouwd als een held. Na het militaire bewind in Argentinië leidde Sabato een commissie die de verdwijning van duizenden Argentijnen onderzocht. De commissie schreef een rapport van 50.000 pagina's met bewijzen over de systematische ontvoering en martelingen door de militairen.

Sabato was van oorsprong natuurkundige en hoogleraar aan de universiteit van La Plata.

[ANP]

Foto: @ oswaldo-aiffil.blogspot.com

Jagen op geneeskracht uit het oerwoud

door Karin Anema

Het is groen, geneeskrachtig en er valt geld mee te verdie
nen. De Surinaamse jungle is een schatkamer van medicinale planten waarvan het effect wetenschappelijk vaststaat. Hoe ze precies werken weten alleen medicijnmannen. Naar die kennis speurt de farmaceutische industrie het oerwoud af.

Mijn zoon had een botziekte die niet met westerse geneeskunde te behandelen was. In Suriname legde marronmedicijnman Pake (marron: afstammeling van gevluchte plantageslaven - red.) kruidencompressen bij hem aan, waarna mijn zoon zonder rolstoel naar huis kon terugkeren. Nadat in het VPRO televisieprogramma Boeken dit verhaal aan de orde kwam tijdens het interview naar aanleiding van mijn boek De groeten aan de koningin. Reis door Suriname, volgde een stroom van reacties. Ze kwamen vooral van patiënten die er al hun geld voor over hadden om ook naar Suriname te gaan.



Dat vond ik even fascinerend als zorgwekkend. Want ondanks deze geslaagde genezing door de betreffende 'bottendokter' is Suriname niet het land van belofte, waar een medicijnman een blik vol kruiden opentrekt. Bovendien is van die wereld van traditionele genezers en de precieze geneeskrachtige werking van de planten nog maar weinig bekend. Wel groeit het besef dat deze geneeskrachtige planten een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de westerse geneeskunde. En dus neemt de belangstelling toe. Niet alleen van patiënten, maar ook van de medisch-wetenschappelijke wereld. In dat opzicht kwam de mooiste reactie van een Surinaamse huisarts uit Den Haag: 'Als medicus ben ik tegen inheemse medicijnmannen. Maar ik ben je heel dankbaar dat je dit boek hebt geschreven, het werd tijd dat de waarheid op schrift werd gesteld.'

Vaststaat dat het Surinaamse oerwoud een schatkamer is van geneeskrachtige planten en dat daarin een aardige handel wordt gedreven. Die speelt zich vooral af binnen de marrongemeenschap. Veel marrons drijven als kenners, verzamelaars en verkopers eenmansbedrijfjes. Etnobotanicus Tinde van Andel, van het Nationaal Herbarium Utrecht, die onderzoek doet naar geneeskrachtige planten in onder andere Suriname, schat dat er 245 soorten medicinale planten worden verhandeld, die jaarlijks een marktwaarde van ongeveer 1 miljoen US dollar vertegenwoordigen. Per jaar wordt 55 duizend kilo kruiden geëxporteerd naar Nederland, vertelt zij. 'Marktventers vertellen graag dat de kruiden diep uit het bos komen, maar de meeste planten groeien als onkruid rondom Paramaribo. Daar hebben wij ze ook voor ons onderzoek verzameld.´


Voetballers en politici

Soms is de kennis van medicinale kruiden het visitekaartje van een gemeenschap. Zo is Pake, de marron die mijn zoon genas, niet zomaar een medicijnman. Zijn faam reikt tot ver over de Surinaamse grens: van voetballers uit het Nederlands elftal tot parlementsvoorzitter Lachmon kwamen op zijn erf.

Vaak ook lijkt kennis door het uitsterven van medicijnmannen te verdwijnen.

De neef van Pake is Frits van Troon (70), veldbotanicus, geboren in het district Saramacca in het noorden van Suriname. Volgens Van Troon is het verlies van de expertise van medicijnmannen vaak ook gewoon toeval. 'Het gaat om kennis binnen een familie. Als clans ruzie met elkaar krijgen, zoekt een van de partijen zijn toevlucht elders. Als dat de familie is die veel weet van medicinale planten, verlies je die kennis meteen ook.'

Hoe het in dit opzicht is gesteld met inheemse bevolking van Suriname, de indianen, is vaak nog onduidelijker. Deels komt dit doordat hun knowhow van de ene op de andere dag werd afgeschreven door zendelingen die de pil van de blanken superieur verklaarden. Toch zijn er indianen die hun kennis hebben weten te behouden. Ook al doen ze soms alsof ze er niets meer van weten, omdat traditioneel genezen not done is in de ogen van 'de kerk' en 'de blanken'.

Veldbotanicus Van Troon is een van de laatst levende traditionele bomen- en plantenkenners van Suriname. In samenwerking met het Nationaal Herbarium in Utrecht en Leiden en met etnobotanicus dr. Tinde van Andel determineert hij planten in Suriname en ook in Guyana (voorheen Brits) en Frans Guyana. Ook legt hij vast welke planten voor welke kwaal worden gebruikt. Het resultaat van dat speurwerk wordt de plantengids van het Nationaal Herbarium, die in 2008 verschijnt en die is bedoeld als een consumentengids van welke planten voor welke kwaal kunnen worden gebruikt.

Al decennialang bestudeert het Nationaal Herbarium, samen met het Nationaal Herbarium van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo, de flora van Suriname en inmiddels liggen zo'n 50.000 gedroogde exemplaren in Utrecht opgeslagen. Zo'n onderzoek hangt volledig af van een goede bomenkenner ter plaatse, zegt Tinde van Andel. Bovendien kent Van Troon tientallen medicijnmannen in Suriname, onder marrons, en ook onder indianen, Hindoestanen en Javanen. Van Troon: 'Ze hebben allemaal hun eigen planten, medicijnen en specialisme: van botziekten tot onvruchtbaarheid, van potentieklachten tot vrouwenkwalen. De marrons zijn meester in het mixen van kruiden voor het genezen van de meest ingewikkelde bot- en gewrichtsziekten.'

Ik herinner me hoe Pake bij zijn kookpot vol pruttelende kruiden vertelde dat de exacte hoeveelheid van de afzonderlijke ingrediënten heel nauw luisterde. De ene plant heeft effect op de botgroei, een andere doet een schadelijke bijwerking teniet, en weer een andere zorgt voor het transport van de werkzame stof.

Westerse belangstelling

Voor die kostbare kennis komt steeds meer belangstelling van westerse bedrijven. Zo doet het Amazon Conservation Team onderzoek naar geneeskrachtige planten in Suriname. Het Noord-Amerikaanse ACT probeert volgens hun mission statement, samen met de inheemse bevolking de biodiversiteit in tropisch Zuid-Amerika te onderzoeken én te behouden. Het gebeurt lang niet altijd dat de verdiensten daarvan terugvloeien naar de gemeenschap waar de plantenkennis vandaan komt.

Zo werkte Frits van Troon jarenlang voor het ACT. Van Troon bracht de directeur overal heen en wees hem de weg in Suriname. Honderden inheemse planten werden naar een Amerikaans laboratorium gestuurd. Bij deze onderneming was ook het grote Noord-Amerikaanse farmaceutische bedrijf Bristol-Myers-Squibb betrokken. Tijdens een reis door Suriname sprak ik met Skapie, een Javaan en de opvolger van Frits van Troon bij ACT. Hij vertelde dat ACT ook in Brazilië, Colombia en Venezuela actief is en dat het bedrijf de activiteiten in Suriname uitbreidt naar de Saramaccaanse dorpen.

Ook Rudi Labadie kent de commerciële interesse voor de planten en voor de traditionele geneeskunde. Hij is emeritus hoogleraar in de farmacie met als specialisatie biogene geneesmiddelen. (biogeen: door levende organismen gevormd - red.) 'Als de werking van een stof bekend is, kan een fabrikant via een chemisch proces vervolgens stoffen maken die er sterk op lijken: het synthetiseren. Het vereist veel integriteit van wetenschappers om zorgvuldig om te gaan met, bijvoorbeeld, de stoffen die Pake heeft gebruikt bij het genezen van je zoon.

Ook Frits van Troon was zich daarvan bewust, reden waarom hij tijdens zijn samenwerking met het ATC dan ook niet alle kennis zomaar heeft overgedragen: 'Ik had de planten gecodeerd. Want als het laboratorium de plantennaam krijgt te zien, komen ze niet bij mij terug. Als ze bijvoorbeeld om 'B29' vroegen, dan wist alleen ik om welke schors het ging. Slotsom is dat het laboratorium niets meer van zich heeft laten horen. Het ACT houdt haar onderzoek geheim.' Patenten zijn voor zover bekend nog niet aangevraagd.

Ook ik heb het ACT diverse keren benaderd om te vernemen hoe het ervoor staat, maar de geslotenheid van het bedrijf is uiteindelijk alleen uit te leggen als eigenbelang. Organisaties als het World Wildlife Fund en Conservation International doen vergelijkbaar onderzoek en proberen de inheemse kennis vast te leggen. Maar iedereen lijkt angstvallig op zijn eentje te werken. De inheemsen die in Suriname met het ACT samenwerken, sluiten - vermoedelijk op aandrang van het ACT - hun territorium voor andere onderzoekers. Het wordt steeds lastiger het binnenland in te komen en daar research te doen.

Ander nadeel: de orale dynamiek en het aloude proces van trial and error dreigen te verdwijnen in het proces van vastleggen. Het bevriest als het ware de traditionele, holistische, kennis. Terwijl ik juist die holistisch waarde sterk heb ervaren bij de behandeling van mijn zoon: Pake behandelde niet alleen de zieke heup, maar het hele lichaam om het weer in balans te krijgen. Labadie beaamt dat de holistische benadering niet verloren mag gaan: 'Je moet de kennis niet alleen op schrift stellen, maar ook levend houden door die traditie over te dragen aan bijvoorbeeld een etnofarmacologisch centrum.'

Lichaamssappen en merg

Valt die traditionele kennis wel te combineren met de westerse reguliere geneeskunde? Zelf vond ik die twee werelden onverenigbaar. Van Pakes uitleg over lichaamssappen en merg begreep ik niets. Farmacoloog Labadie, die ook onderzoek deed naar grondstoffen uit de natuur om daar geneesmiddelen van te maken, weet uit ervaring hoe traditionele geneeskunst kan botsen op westerse regelgeving en op de eis van gestandaardiseerde receptuur. Toch ziet hij wel degelijk aanknopingspunten: 'Pake heeft een bepaald beeld van wat hij aan het doen is. In feite beoefent hij gewoon een andere manier van kijken naar dezelfde dingen. In mijn wetenschappelijke veldwerk heb ik ervaren dat, zodra je in detail met deze kenners gaat praten, je verband kunt leggen tussen wetenschappelijke theorie en traditionele voorstellingsbeelden. Pake heeft van een aantal planten een extract gemaakt en kompressen aangebracht op het afstervende bot. Wat zijn dan die werkzame stoffen die de botgroei stimuleerden? In de reguliere geneeskunde zoek je naar één stof. In een plant gaat het altijd om meerdere stoffen. De wetenschap moet dat spoor gaan volgen: in meerdere stoffen gaan denken. Bovendien: geluk is zowel in de wetenschap als in de traditionele kennis belangrijk. Op beide terreinen wordt inzicht met vallen en opstaan verworven. De kennis van mensen als Pake en Frits is opgebouwd uit heel kleine stapjes, overlevering en praktische oefening, het is evolutie. Achter hun traditionele kennis zit geen magie maar intelligentie.'


Genezend gif

De natuur is de bron van alle geneesmiddelen. Denk aan morfine (uit papaver) en aan aspirine (uit wilgenbast). In één plant zitten duizenden stoffen. Slechts een klein deel van de geneeskrachtige planten is onderzocht op hun medicinale efect, dat sterk afhankelijk is van de toegepaste hoeveelheid. Een beetje meer en de stof werkt als gif. Wat indianen vroeger in hun pijlen deden, gebruiken anesthesisten nu in een kleinere hoeveelheid.

De farmaceutische industrie probeert niet alleen de werkzame chemische stoffen van een plant te ontrafelen, maar geneeskrachtige planten ook genetisch te manipuleren, als het synthetisch vervaardigen van een plantaardige stof te moeilijk of te kostbaar is. Of als voor het genezen van één patiënt zes bomen nodig zijn. Dan kunnen via mutaties de werkzame stoffen snel worden vermeerderd. Dat gebeurt met taxol, een werkzame stof tegen borstkanker die in de taxusboom zit. Ook een maagdenpalmsoort uit Madagascar, waarvan in de jaren tachtig werd ontdekt dat deze plant twee zeer effectieve stoffen produceert tegen kinderleukemie en de ziekte van Hodgkin, wordt in gemuteerde vorm in Texas verbouwd.


onzeWereld Media september 2007]

Foto: binnenland van Suriname, @ Karin Anema

Samenwerkingsverband tussen inheemse en wetenschappelijke deskundigen

door Jimmy Mans

Onlangs waarschuwde bibliothecaris David Stuart-Fox van het Museum Volkenkunde conservator Laura van Broekhoven dat er mogelijk nog meer Penard-materiaal gevonden was. In 2002 was er namelijk al een twintigtal schriften gevonden in de bibliotheek van het museum met Kari’na tekeningen die de gebroeders Penard gebruikt zouden hebben voor het schrijven van een Encyclopedie van de Caraïben. Zoals bekend was deze encyclopedie, die het vervolgwerk had moeten worden op de Menschetende Aanbidders der Zonneslang, uiteindelijk nooit gepubliceerd en het manuscript verloren gewaand. Totdat Laura van Broekhoven en Jimmy Mans samen het nieuwe materiaal gingen bekijken. Bij het openen van de doos werd het al snel duidelijk: dit was de Penard encyclopedie!

Na onderzoek in het handgeschreven correspondentie-archief van het museum bleek dat het manuscript in 1950 vanuit de Verenigde Staten, via de erfgenamen van Thomas Penard, in het Rijksmuseum voor Volkenkunde terecht was gekomen. In die periode was er echter geen expertise in het museum om er iets mee te kunnen doen en zo is het manuscript uiteindelijk weer in een doos verdwenen. Om een beeld te krijgen van de informatie die in dit manuscript staat, zijn de museummedewerkers nu sinds enkele weken begonnen met het transcriberen van het document. Uit de eerder gevonden contextuele informatie bleek dat een groot deel van de inhoud die in de encyclopedie is opgenomen afkomstig is van Kari’na ‘pijai’ uit het eerste decennium van de 20ste eeuw. Door het feit dat voornamelijk pijai (sjamanen) als informanten zijn geraadpleegd voor dit werk, wordt al snel duidelijk dat het hier om gevoelige informatie gaat voor de Kari’na.

Sinds de afgelopen jaren heeft het Museum Volkenkunde een samenwerkingsverband met vertegenwoordigers van verschillende inheemse dorpen (Kari’na, Lokono, Wayana en Trio). Deze vertegenwoordigers zijn de afgelopen jaren als gastconservatoren bij het museum in Leiden op bezoek geweest en hebben een selectie van hun overzeese erfgoed (fotomateriaal en objecten) bekeken en bediscussieerd. Een van de zaken die daaruit naar voren kwam, was de vraag hoe er omgegaan moet worden met de kennis die de gastconservatoren met het museum deelden. Er moest een onderscheid gemaakt worden in informatie die aan iedereen meegedeeld kan worden en gevoelige informatie waarbij dat niet wenselijk is (voornamelijk sjamanistische zaken).

Geleerd uit deze ervaring ontzegt het museum nu externe partijen (onderzoekers en pers) toegang tot de kennis die in de encyclopedie besloten ligt, totdat de inhoud ervan beter met de Kari’na, in zowel Suriname als in Nederland, besproken is. Inmiddels heeft het Museum Volkenkunde ook contact gehad met de besturen van de verschillende inheemse volken, VIDS, en is het belang van dit voornemen nogmaals benadrukt. In augustus van dit jaar is er reeds een evaluatie van het project gepland in Paramaribo met de gastconservatoren die de afgelopen jaren op bezoek waren bij het museum. Het museum wil deze gelegenheid dan ook aangrijpen om de Kari’na goed te kunnen informeren over de specifieke inhoud van het manuscript van de Penard-encyclopedie.

Afbeelding: De Menschetende Aanbidders der Zonneslang door F.P. en A.P. Penard, Paramaribo 1907. Collectie M. van Kempen

Uitdrijving van een priester uit de Indiaanse hemel

door F.P. en A.P. Penard


[fragmenten]


Penalo ame weipiompo

Eertijds… voor nog de grootvader van mijn grootmoeder geboren was, werden de oevers van de Boven-Marowijne door talrijke Indianen bewoond. Maar hun aantal slonk bij de dag, omdat zij veel te lijden hadden van allerlei Boze Geesten, die zich niet door piaaien lieten verdrijven. Vele Roodhuiden verlieten dan ook de behekste streken teneinde zich te begeven naar Mazwano, een plaats die zij reeds menigmaal in hun dromen hadden bezocht. Ontelbare Roodhuiden woonden daar in kampen, die elke morgen schitterend verlicht werden door de morgenzon.

In het midden stond het wonderkamp van Tamoesi (de Grote Geest/God). De grond was wit als het glinsterende witte kwartszand van de savanne. Wit was ook de kleur van de wateren die om dit aards Paradijs vlieden.

De Indiaanse God zag er geweldig uit. Zijn huid had, zoals vanzelf spreekt, een rode kleur. Hij was versierd met vederen, franjes en kralen. In zijn hand hield hij een ongehoord grote Maraka of Piaairatel, waarin zich de geesten bevonden van alle wezens; de steel was als een boa bewerkt.

Als Tamoesi aan het piaaien was, kon het geluid dagreizen ver gehoord worden. Priesters (blanke priesters) en andere Boze Geesten vluchtten dan ijlings naar de duistere wateren, zodat de omtrek der Mazwano steeds rein en wit bleef. […]

[…] Door de Piaaimannen werd het losbreken van de Boze Geesten toegeschreven aan een Pater, aan wie het gelukt was vele Indianen tot het Christendom te bekeren. En, zeiden zij, zo dit niet ophield, zou de Marowijne geheel ontvolkt worden, omdat alle Indianen zich naar het Paradijs zouden begeven. De Priester, die van zijn volgelingen vernomen had, wat de Roodhuiden tot de Mazwano aantrok, besloot een bezoek aan die plaats te brengen. Zulk een stoutmoedig plan verbaasde de Indianen ten zeerste. Ga niet, waarschuwden zij, want Paters worden niet in de Mazwano toegelaten.

De Priester luisterde echter niet, doch vertrok, vergezeld van enige van zijn bekeerlingen, in een boot. De reis duurde drie weken. […]

[…] In het Paradijs der Roodhuiden werd lustig feestgevierd. De lucht daverde van het geroffel der samboela’s ( trommen) en het eentonig geluid der kwama’s (fluiten). Het aantal vrouwen was zó groot, dat de Indianen die in hun hangmatten lagen, slechts de hand behoefden uit te strekken om een wonderschoon meisje beet te pakken.

Niemand voelde ooit honger, doch slechts een voortdurende dorst naar paiwari (drank).

Bij het aanschouwen van dit, in zijn ogen zo vreselijk Paradijs, kon de Priester niet nalaten een zucht te slaken. De piaaimannen lieten hem echter niet de tijd om zich te bedenken. “Welkom vriend, in de Mazwano,”riepen zij hem toe, “gij zult hier een heerlijk leventje hebben.”

Verscheidene beeldschone meisjes naderden thans met kalebassen vol drank. De Priester weigerde.

“Wat!”riepen de Piaaimannen uit, “drinkt gij niet? “

“Ja,”antwoordde de Pater, “maar slechts met mate.”

“Danst gij?” ”Neen.” “Hebt gij geen vrouwen?” “O! Neen.”

“Dan, “schreeuwden de Piaaimannen gebelgd, “moet gij nog de genoegens van het leven leren kennen.” Zij wierpen zich nu op de weerloze Pater, rukten hem de kleren van het lijf, besmeerden zijn lelijk wit lichaam met mooie, rode koesoewe, trokken hem een kamisa aan en versierden hem met veren, kralen en franjes. Toen werden hem opnieuw kalebassen met drank aangeboden. “Drink,”, riepen de Piaaimannen.

De Priester weigerde echter, doch toen hij de dreigende gezichten en de opgeheven apoetoe’s ( knotsen/strijdbijlen) om zich heen zag, dronk hij achtereenvolgens drie kalebassen leeg.

“Braak,”werd hem toegebulderd. En hij braakte, waarna hem wederom drank werd aangeboden. Toen moest hij dansen en zingen tot hij van uitputting neerviel en in een hangmat werd gelegd om zijn roes uit te slapen.

Toen hij de volgende morgen wakker werd, voelde de pater iets naast zich in de hangmat. Hij keek en daar lag een beeldschoon Indiaans meisje. Vlug (volgens de verteller uiterst vlug) sprong hij op en wilde wegvluchten. Maar de Piaaimannen grepen hem aan, en riepen hem toe: “Nu kent gij de genoegens van het Paradijs; wilt gij hier blijven?”

“Neen,”antwoordde de Pater. […]

Uit: KRI, KRA! Proza van Suriname. Bloemlezing samengesteld door Thea Doelwijt, Bureau Volkslectuur, Paramaribo 1972



Paloemeu

De gebroeders Penard weer zichtbaar in Leiden

door Thea Doelwijt

Niet te geloven.
Met een gehele encyclopedie, geschreven op kleine blaadjes, laten de gebroeders Penard hun gezicht weer zien in Leiden. Ze waren daar al, maar ondergesneeuwd… En nu toont de Nederlandse televisie wat de Surinaamse broers zo’n honderd jaar geleden hebben opgetekend. Hun vrienden, indianen die aan de Waterkant afmeerden om ‘dingen’ te brengen, kregen schriften (van de firma Kersten!) mee, plus potloden, om verhalen op te tekenen en te illustreren.
Ook Jimmy Mans, archeoloog, onderzoeker van de Suriname-collectie van het Museum Volkenkunde te Leiden, is verrast door de inzet van de Nederlandse televisie. Er zijn zoveel belangrijke (noodlottige) berichten in de wereld en dan toch!
De bezoekers die worden uitgenodigd het werk van de broers Penard te bezichtigen, staan nog voor een lege ruimte, met enkele tekeningen en verhaalfragmenten. En natuurlijk ligt daar het boek De menschetende Aanbidders der Zonneslang, dat ik thuis heb.
Dus ben ik daar, met Marijke (ja, juf van Geest!). Voorlopig als enigen. Ik zou en wou en ik móest zien wat daar verborgen lag. Zovele malen heb ik mij immers laten inspireren door de indianenverhalen* van de Penards.
Ik zie nog hun huis voor me aan de Waterkant, hun magazijn… Dat heb ik ooit onderzocht. Hun gezichten ken ik niet. Tot de heer Mans mij een foto laat zien van broer Thomas, die vroeg naar Amerika verhuisde om geen lepra te krijgen zoals zijn broers.
Wij laten ons in- en voorlichten door de heer Mans, voor wie ik uiteindelijk toch maar Geen geraas of getier op tafel leg, verschenen in Paramaribo in 1974.
Hij heeft het al thuis liggen… sinds kort! En is blij mij die het boek heeft samengesteld, te ontmoeten.
In augustus gaat het Museum Volkenkunde, Leiden, een presentatie in Suriname houden. Nu moeten zij nog van alles uitzoeken, tyekken, toestemming vragen aan onder anderen de sjamanen/piaiman van Suriname.
Terwijl ik met de heer Mans praat, en hem om foto’s en teksten vraag, maakt Marijke aantekeningen.
De heer Mans zegt, dat niet alles zomaar mag/kan gepubliceerd worden. Er moet eerst overleg gepleegd worden met de vertegenwoordigers van de Kalinja-indianen (Caraïben) of het niet al te geheim is. Niet iedereen mag alle geheimen van de Caraïben kennen.

Dat was Leiden.
Dat was Surinaamse geschiedenis.
Spannend , spannend, spannend!

*Werk van Thea Doelwijt, met verhalen van/of geïnspireerd door de Indianen van de gebroeders Penard:
-Wajono, Paramaribo 1969
-Kri, kra, bloemlezing, Paramaribo, 1972
-Geen geraas of getier, bloemlezing, Paramaribo, 1974
-Kainema de Wreker en de menseneters, Paramaribo, 1977

Foto: @ Buku Surinamica

Biografie De Kom genomineerd voor Du Perron-prijs

Anton de Kom, Mama Tandoori en Opgejaagd zijn genomineerd voor de E. du Perronprijs. De uitreiking is op 31 mei in Tilburg. De Zuid-Afrikaanse dichter en publicist Antjie Krog verzorgt een lezing bij de uitreiking.

Rob Woortman en Alice Boots schreven een biografie over de Surinaamse Nederlander Anton de Kom (Anton de Kom. Biografie 1898 – 1945 / 1945 – 2009, Uitgeverij Contact, 2009), die in 1920 in Nederland arriveert met het plan het Nederlandse publiek bekend te maken met zijn land van herkomst. De auteurs laten zien hoe De Kom steeds weer speelbal wordt van politieke machinaties, zowel tijdens het interbellum, als na de oorlog. In 1980 wordt hij door de coupplegers op een voetstuk geplaatst als voorloper en symbool van de revolutie. Het boek stond eerder op de longlist voor de Erik Hazelhoff-Roelfzema-prijs voor de beste biografie verschenen in de jaren 2008-2009.

Ernest van der Kwast vertelt in Mama Tandoori (Nijgh & Van Ditmar, 2010) het verhaal van zijn moeder, die als Indiase verpleegster in Nederland terecht komt, hier trouwt en een gezin vormt met een Nederlandse arts. Het verhaal, dat aanvankelijk als een slapstick begint, krijgt gaandeweg een steeds schrijnender ondertoon. In 200 pagina’s weet Van der Kwast een blijspel in een tragedie om te toveren.

In Opgejaagd (Leopold, 2009) brengt Lydia Rood de geschiedenis van de razzia’s op Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht. Het jeugdboek werd gepubliceerd binnen het project Vergeten Oorlog, dat aandacht vraagt voor onderwerpen die niet veel in jeugdboeken aan de orde komen. Het verhaal van Maira vertelt over het leven van rondtrekkende woonwagenbewoners aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, hun vervolging tijdens oorlog, en hoe Nederlanders tegen hen aankeken.

Lezing Antjie Krog over Suske, Wiske en Mandela
De E. du Perron lezing die de prijs omlijst wordt uitgesproken door Antjie Krog, die gerenommeerde boeken publiceerde over de democratisering en identiteit van Zuid-Afrika na de Apartheid. In de lezing – Consequential Pictures: Suske, Wiske and Mandela – vergelijkt Krog het album Kaapse Kaalkoppen uit de Suske en Wiske-reeks met oudere strips van onder meer Willy Vandersteen. Krog laat zien hoe Vandersteen breekt met het vooroordeel over Zuid-Afrika als een onderontwikkeld en corrupt land dat het zonder het Westen niet redt, en daartoe het basisrecept van de stripserie wezenlijk moet aanpassen.


Alice Boots & Rob Woortman, foto @ Michiel van Kempen


De E. du Perronprijs is een initiatief van de Gemeente Tilburg en de School of Humanities van Tilburg University. De prijs wil mensen en instellingen bekronen die door middel van een cultuuruiting in brede zin een bijdrage leveren aan het multiculturele Nederland. Net als Du Perron in zijn tijd signaleren zij grenzen en doorbreken zij scheidsmuren die wederzijds begrip tussen de verschillende Nederlandse bevolkingsgroepen in de weg staan.



Verkuijl, Relyveld & De la Parra

Arie Verkuijl, Wim Relyveld en Pim de la Parra, tijdens een bezoek dat Relyveld in 2007 bracht aan het kantoor van de Stichting de Surinaamse Filmacademie aan de Costerstraat in Paramaribo, tijdens de montage van de film Het laatste verlangen.

Fikkie in de Caraïben (3)

door Fred de Haas

Kaapverdië
Ook buiten het Caribisch gebied zijn parallellen te vinden met de situatie op de ABC eilanden, bijvoorbeeld in Kaapverdië, dat eeuwenlang dienst deed als slavendépôt voor de Portugese slavenhandelaren. Ook de Kaapverdianen hebben hun Afro-Portugese taal (die veel verwantschap heeft met het Papiaments) eeuwenlang horen verguizen. Zo was er een Portugese ‘wetenschapper’, een zekere Joaquim Lopes de Lima, die in 1844 het volgende op te merken had over de Kaapverdische, van Afrikaanse talen en het Portugees afgeleide taal, het Kriolu:

‘Gíria ridícula, composto monstruoso de antigo português e das linguas da Guiné que aquele povo tanto preza e os mesmos brancos se comprazem a imitar […] sem regras algumas de gramática; língua…que carece de tres letras – scilicet não se acha nela F, nem L, nem R, coisa digna de espanto porque assim não tem Fé, nem Lei, nem Rei e, desta maneira vivem sem justiça e desordenadamente’



(transculturele vertaling: een monsterlijk mengsel van Oud-Portugees en van West- Afrikaanse talen waar dat volk dol op is en dat met graagte wordt overgenomen door de Blanken […] , een taal zonder grammaticaregels, een taal die drie letters mist, te weten de G, de W en de K, iets om je dood te schrikken omdat die mensen dus geen Geloof, geen Wet en geen Koning hebben en op die manier er maar op los leven’).

Niet te geloven. De beledigende karakteriseringen van het Papiaments door bepaalde Hollanders in de 19e eeuw vallen er bijna door in het niet.

Ook in Kaapverdië, waar Portugees voor de meesten ook een vreemde taal is, is men volop bezig te strijden voor de moedertaal. Er zijn ongeveer een miljoen Kaapverdianen van wie ongeveer de helft buiten Kaapverdië woont (census 2010). Men is er in Kaapverdië in geslaagd een spelling te ontwerpen (de zgn. ALUPEC) die de negen varianten van het Kaapverdische Kriolu dekt. Natuurlijk kent die spelling ook tegenstanders en vinden sommige eilanden dat hun eigenheid erdoor wordt miskend.

In dit verband zij het mij vergund nog eens op te merken dat het nog steeds jammer is dat er niet één spelling is voor het Papiaments op de Benedenwindse eilanden. Twee spellingen voor ± 300.000 mensen die dezelfde taal spreken! En dan te bedenken dat van deze ± 300.000 ruim één derde deel (138.000 , waarvan 57.000 al tweede generatie) in Nederland woont, een minderheid vergeleken met het Turkse (totaal 384.000), Marokkaanse (totaal 349.000) en Surinaamse deel (totaal 342.000) van de bevolking in Nederland (afgerond, CBS, 2010).
Het aantal varianten in het Papiaments op de drie eilanden is zeer klein. Al deze varianten kunnen – of het woordenboek nu geschreven is op fonologische of etymologische basis – door één spelling worden gedekt. Die varianten staan overigens ook in de woordenboeken van Van Putte en Joubert. Joubert vermeldt alleen niet op welk eiland een bepaalde variant wordt gebruikt.
Hoewel Curaçaoënaars en Arubanen erg sportief zijn, zijn ze niet in staat om over hun eigen schaduw heen te springen en één spelling te creëren!

[Klik hier voor vervolg, deel 4]

Eerste Lampe-prijs voor Ryan Oduber

Oranjestad — Kunstenaar, videoartiest en mede-eigenaar van Suave TV, heeft afgelopen maandag de J.C. Lampe-prijs ontvangen. Het is de eerste keer dat deze culturele prijs - vernoemd naar Padu Lampe - werd uitgereikt. De prijs werd vorig jaar tijdens zijn verjaardag in het leven geroepen door Cultuur-minister Michelle Winklaar (AVP) om de Arubaanse cultuur te stimuleren. “Ik ben hartstikke blij om dit te mogen ontvangen”, reageert Oduber.

De kunstenaar is echter nog verheugder dat de prijs bestaat. “Liliana Erasmus verwoordde dat tijdens de uitreiking goed: Het gaat niet om het winnen, maar dat de kunstdisciplines gewaard worden en een positie krijgen in onze maatschappij.” Want Oduber vindt dat het nog steeds schort aan erkenning en waardering voor de kunst. “Je ziet die waardering wel voor muziek, maar voor de moderne kunst onvoldoende.” Een oplossing zou volgens hem kunnen zijn om een centrale denktank te creëren en de ‘vele leuke ideeën’ te bundelen, waaruit creatieve projecten ontstaan waaraan iedereen kan meewerken. Ook vindt de kunstenaar dat kunst veel beter geïntegreerd kan worden met het toerisme. “Waarom de ministeries van Toerisme en Cultuur hier niet een pot voor hebben, begrijp ik nog steeds niet. Wat is het product Aruba immers? Dat is ontstaan uit cultuur. Toerisme bestaat niet zonder cultuur. Je kan het niet gaan fabriceren, het was er altijd en dat is de kracht ook van het Arubaanse product; muziek, kunst, theater, caha di orgel. Dat is de Arubaan.”

Oduber verwijst in dit verband ook naar de studie van studenten van de faculteit Toerisme die onder leiding van professor Ryan Peterson inzichtelijk hebben gemaakt dat door meer aandacht en investeringen in de culturele sector en ‘creatieve industrie’ het mogelijk is om met toerisme meer dan 100 miljoen dollar op te brengen. “Dat is zelfs zonder de groei van het aantal toeristen mee te rekenen, de potentie om de kwaliteit van bestaande producten en diensten te verbeteren en een gespecialiseerde markt om de cruisetoerist die meer geld uitgeef te trekken. Het is aan ons om te bepalen welke kant we opwillen”, aldus Peterson. Hij is er dus van overtuigd dat investeringen in de cultuur met name het cruisetoerisme hier kan versterken.

Kunstenaar Oduber zegt verder gehoord te hebben van plannen van de overheid om met een museum voor moderne kunst (op de plek van het onlangs gesloopte Texas-pand in Oranjestad) te komen. “Ik hoorde ook dat ze een voorkeur hebben voor mijn ontwerp voor dat museum. Maar het is nog te bezien. Bovendien moet de overheid dan ook met een heel programma komen. Want Aruba heeft een kunstdepot. De werken zijn allemaal in bezit van particulieren, de kunstenaars zelf of bevinden zich in het buitenland doordat toeristen deze gekocht hebben. Heeft de overheid zelf wel een kunstwerk van Elvis Lopez, Osaira Muyale, Ciro Abath, noem maar op? Ik denk van niet.” Een museum, zegt Oduber, moet namelijk ook kunnen laten zien wat er is en is geweest aan Arubaanse kunst en het belang ervan in de regio en de rest van de wereld.

Toch is de kunstenaar blij met de Lampe-prijs als waardering. “Het is geen vetpot voor kunstenaars, je doet het vanuit je hart en ziel. En je hoeft er ook niets voor terug, maar wel waardering. Want als kunstenaar vraag je je toch al heel vaak af, waar doe ik het voor.” Behalve waardering heeft Oduber maandagavond ook een schilderij van Frank Croes - “die had ik nog niet” - en 5.000 florin gekregen. “Met het geld moet ik iets positief doen voor mezelf en het Arubaanse volk, is mij gezegd. Ik heb nog geen idee, maar misschien gebruik ik het voor een eigen atelier. Want dat heb ik nog niet. En een blijvende plek heb je toch nodig om te blijven creëren.”

Voor de Lampe-prijs waren ook muzikant en producer Michael Lampe (bekend onder meer van zijn band Datapanik), pianist Armand Simon, schrijfster Liliana Braamskamp-Erasmus en het dansechtpaar Oslin en Janice Boekhoudt van Pachanga genomineerd. De prijs wordt om de twee jaar uitgereikt.

[uit Amigoe, 27/28 april 2011]

Koninkrijk in Wereldoorlog

Op 8 mei worden twee filmdocumentaires vertoond bij de Vereniging Ons Suriname over de West in de Tweede Wereldoorlog.

Koninkrijk in Wereldoorlog
is een documentaire van Dorna van Rouveroy over de omstreden geschiedenis van de interneringskampen die Nederland had ingericht in de Tweede Wereldoorlog in het enige nog vrije stukje Nederland, n.l. Suriname en de Antillen. In deze kampen werden gevluchte Duitse Joden, Zuid-Afrikaanse dienstweigeraars, Duitsers, en anti-kolonialisten gevangen gehouden. Ook werd vanuit Nederlands-Indië 146 man aangevoerd die de Onverzoenlijken werden genoemd. De groep was een mengeling van NSBers en in het wilde weg opgepakte en opgesloten mannen. Twee van hen werden tijdens de gevangenschap in Suriname vermoord door hun Nederlandse bewakers, maar de schuldigen werden ondanks parlementaire enquêtes na de oorlog, niet berecht. De film maakt een zoektocht langs monumenten uit die tijd en mensen worden geinterviewd die betrokken zijn geweest bij de gebeurtenissen en die periode van de Tweede Wereldoorlog, die ook een einde maakte aan het immense rijk dat Nederland toen was.

In Suriname waren er interneringskampen op de Copieweg en op Joden Savanna. Bekende progressieve Surinamers die daar ook geïnterneerd werden waren onder andere: Otto Huiswoud, Wim Bos Verschuur en Eddy Bruma. De verwijdering van Bos Verschuur uit de samenleveing was het gesprek van de dag. De grond voor zijn opsluiting was het feit dat hij ageerde tegen het Nederlandse beheer van Suriname en dat hij tegen de gouverneur (Kielstra) was. Eddy Bruma had een anti-koloniaal pamflet geschreven en Otto Huiswoud werd gevreesd om zijn reputatie in de internationale progressieve beweging.



Mayday in the West is een filmdocumentaire van Dave Edhard, een productie van Fawaka Creations.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in Suriname 48 vliegtuigen neergestort. In 2008 ondernam de Surinaamse regisseur Dave Edhard expedities naar twee van deze neergestorte toestellen. Samen met expeditieleider Rob van Petten en militairen van het Surinaams Nationaal Leger werd gezocht naar restanten van de vliegtuigen in de Coroniezwampen en in de buurt van de Warapakreek in het district Commewijne. In eerste instantie dacht Edhard deze expedities vooral voor eigen gebruik vast te leggen, maar toen hij dieper in het verhaal achter de crashes dook en de expedities groter werden, besloot hij er een documentaire over te maken. Tijdens intensief onderzoek in archieven en documenten ontdekte Edhard tot nu toe onbekend gebleven informatie over de rol van Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. In gesprekken met nabestaanden ontdekte hij dat er rondom het in 1943 neergestorte vliegtuig bij de Warapakreek nog altijd een groot mysterie hangt. Het gebruikte archiefbeeldmateriaal verschaft een duidelijk beeld van het leven in Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Programma

Welkom
Vertoning Koninkrijk in Wereldoorlog
Jules Rijssen interviewt Dorna van Rouveroy, Esther Captain en Guno Jones, auteurs van Oorlogserfgoed overzee
Discussie

Pauze

Vertoning Mayday in the West
Datum: zondag 8 mei 2011, aanvang 15.00 uur
Plaats:Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-a
1093 SK Amsterdam
Tel: 020 - 693 50 57
Email: info@veronsur.org
Toegang: 5 euro


Kamla Sukul met Waar de lotus bloeit

door Eric Mahabier

Waar de lotus bloeit is de eerste roman van Kamla Sukul. Het boek vertelt het waargebeurde verhaal van Mira, een in Guyana geboren hindoevrouw. Haar moeder, zoals een hindoevrouw het betaamt, accepteerde haar echtgenoot als god op aarde en verdroeg zijn wreedheden zonder tegenspraak. Mira zwoer geen leven te leiden als die van haar moeder.

Uitgehuwelijkt op zeventienjarige leeftijd aan een schoolonderwijzer uit het rijstdistrict Nickerie, dacht Mira dat ze ontsnapte aan de strikte regels van een dominante vader. Hoewel ze helemaal niet wist wat het lot in petto had voor haar, was ze vastbesloten geen slachtoffer te worden van haar omgeving. Mira koos voor het ondenkbare in die dagen: scheiding. Ze keek op naar de hemel met de overtuiging dat god daar ergens moest zijn. Mira geloofde dat ze haar zielsverwant zou vinden en op een dag vond ze hem ook. Zoals de lotus haar bloem ontvouwt om de warmte van genegenheid te ontvangen, zo nipte Mira aan de nectar van liefde.

Kamla Sukul heeft twee dichtbundels op haar naam staan namelijk Wandana en Dil Aaj Shayar Hai. Waar de lotus bloeit is in het Engels geschreven en door Rinia Kanhai in het Nederlands vertaald.

[bewerkt naar de Ware Tijd, 26-4-2011]

Banya-spoken word bij Suriprofs

Op zaterdag 7 mei a.s zullen Dayenne Denneboom & Art-Chi in samenwerking met Stichting NAKS Nederland de openingsact verzorgen tijdens Suriprofs 2011. De act is een spoken word performance in de Banya-sfeer. Gesproken woorden, zang, muziek en dans zullen met elkaar worden verenigd.

Plaats: Sparta-stadion, Rotterdam
Tijd: 15.00-15.30 uur

Rasta Connections in Studio/K



Rootical Vibrations


Op vrijdag 27 mei 2011 presenteert Caribbean Creativity in samenwerking met Each One Teach One en Studio/K de derde editie van Rootical Vibrations, een avondvullend evenement waarbij Roots Reggae en Rasta Livity centraal staan.

De avond begint om 20:30 uur met een Nyabinghi welkomstsessie, gevolgd door de Nederlandse première van Awake Zion. Deze unieke documentaire, gemaakt door filmmaakster Monica Haim, verkent de onverwachte connecties tussen Rastafari en het Jodendom. De film laat zien dat beide religieuze culturen, alhoewel ze op het eerste gezicht veel van elkaar lijken te verschillen, opvallende overeenkomsten vertonen. Haim, een Joodse reggaeliefhebster, zal tijdens de voorstelling aanwezig zijn en na afloop vragen uit het publiek beantwoorden.

Na de film en Q&A, zo rond een uurtje of elf, wordt de zaal omgebouwd tot club en gaat de avond swingend verder met live optredens van Raphael en Leah, twee opkomende Amsterdamse reggaeartiesten. Rond middennacht neemt DJ Rastology het stokje van ze over met Strictly Roots Reggae classics tot diep in de nacht. Voor de feestgangers die even willen uitrusten tussen al het dansen door, is er een markt met ital food en reggaemerchandise.

Datum: Vrijdag 27 mei 2011
Tijd: 20:30 – 3:00 uur
Film: Awake Zion (incl. Q&A met regisseuse Monica Haim)
Live acts: Raphael en Leah
Sound System: DJ Rastology
Entree: €10 (film plus feest) of €6 (na 23:00 uur, alleen feest)
Adres: Timorplein 62, Amsterdam Oost (bus 22, tram 14)
Reserveren voor de film kan via Studio/K (tel. 020-6920422).
Meer info: www.studio-k.nu, www.caribbeancreativity.nl, www.awakezion.net

Multimedia dansworkshop met live drum

Klik op de afbeelding voor een groter formaat


Ian Douglas is een danser/ choreograaf/dansdocent die zich al meer dan 30 jaar op internationaal vlak beweegt. Hij heeft o.a. gewerkt met wijlen Henk Tjon en is momenteel als cultural officer verbonden aan de National Cultural Foundation in Barbados. Douglas komt naar Suriname i.v.m. de lancering van de Global Day of the Drum, een evenement dat DeSaN Productions onder auspiciën van het Internationaal Consortium van de Global Day of the Drum in juli van dit jaar in Suriname organiseert. Douglas is de initiatiefnemer van dit wereldwijd evenement dat uitgevoerd wordt in het kader van het Internationaal Jaar van Mensen van Afrikaanse Afkomst, uitgeroepen door de OAS en de Verenigde Naties.

De workshop: deze duurt 3 uur en kan gezien worden als een introductie van Douglas' werk als choreograaf/ danser, een combinatie van moderne en afro-caribische dans. De workshop begint met een inleiding met een dvd- vertoning van het werk van Douglas, daarna zal Douglas met de groep werken op verschillende ondergronden: hout, zand, gras, beton en klinkers. Door de ondergrond te veranderen, wil Douglas de deelnemers het verschil in gevoel en beweging laten beleven. Douglas maakt ook gebruik van live drums, drummers worden daarom van harte uitgenodigd deel te nemen aan deze workshop.

De doelgroep: De workshop is bestemd voor iedereen van 15 jaar of ouder die bezig is met dans en/of percussie.

Wanneer: dinsdag 3 en woensdag 4 mei, 18.00 – 21.00 uur (op beide avonden wordt dezelfde workshop georganiseerd)

Waar: De workshops vinden plaats in de Werkplaats van ArtLab.sr, Verl. Gemenelandsweg 194, Paramaribo

Kosten workshop: Deelname kost SRD 50,-.

Informatie en aanmelding
E-mail: desanproductions@ymail.com / artlab@sr.net
Telefoon: 7165588 (Nancy de Randamie - DeSaN Productions)
8736989 (Henk van der Laak –ArtLab.sr)
8100707 (Maikel Austen - ArtLab.sr)

Betaling: Aan deze workshop kan een beperkt aantal deelnemers deelnemen. Om zeker te zijn van een plek verzoeken wij de betaling vooraf te voldoen. Dit kan: Op werkdagen op het secretariaat van ArtLab.sr van 09.00 tot 15.00 u aan de Stanvastestraat 16 Telefoon 400031). Er kan ook betaald worden op de dag voor aanvang van de workshop.

Graf Henny en Maritza Coomans-Eustatia


Het graf van Henny Coomans en zijn twee echtgenotes op de R.K. begraafplaats Adelbert, Dennenweg, Bloemendaal. Foto @ Klaas de Groot

Voor een In Memoriam van Henny Coomans, klik hier

The Colors of Anand Dwarka

door Claudine Saaki


Paramaribo - Kunstenaar Anand Dwarka viert zijn dertigste verjaardag op het terras van het Nola Hatterman Art Academy met een expositie in het Surinaams Museum. “Dertig jaar is een rond getal, dus het is de moeite waard om mijn kunstwerken tentoon te stellen aan mijn fans en kunstliefhebbers”, verheugt Kunstenaar Anand Dwarka zich.

The colors of Anand Dwarka zal zijn zesde solo-expositie zijn en heeft zijn naam te danken aan de verschillende vrouwen die Dwarka ontmoet heeft tijdens zijn werk en exposities. Bovendien vervullen vrouwen een belangrijke rol in zijn leven.


De zeer eigenzinnige jonge kunstenaar Anand Dwarka voegt steeds meer waarde toe aan zijn kunstwerken. Aan de hand van nieuwe technieken probeert hij zijn werk naar een hoger niveau te brengen.

Dwarka concentreerde zich voorheen op het thema ‘natuur’. Nu is hij een andere richting ingeslagen, en is in zijn schilderwerken het vrouwelijk figuur duidelijk te bewonderen. “Je kan je niet blijven vastklampen aan iets, maar je moet doorgaan met de nieuwe inspiraties die je krijgt vanuit andere leefgemeenschappen, zoals het buitenland”, legt Dwarka uit. “Ik twijfel niet aan mijn kunstwerken noch aan de kwaliteit daarvan. Ik ben altijd zeker van wat ik doe.” Daarom blikt hij tevreden terug op zijn kunstcarrière. Morgen laat Dwarka dertig nieuwe kunstwerken zien die hij binnen drie maanden maakte. De expositie duurt tot en met 1 mei. Na de opening van de expositie begint zijn verjaardagsfeest precies om negen uur ‘s avonds en duurt tot bam.

[uit de Ware Tijd, 28/04/2011]

Noraly Beyer geridderd


Noraly Beyer, journalist, actrice en bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren, heeft is bij de jaarlijkse lintjesregen ter gelegenheid van Koninginnedag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De Werkgroep Caraïbische Letteren feliciteert haar van harte met haar Ridderschap en hoopt nog lang van haar actieve inzet te mogen profiteren.

Andere bekende Surinamers en Antillianen die met een lintje werden bedacht zijn: Alvy Derks-Tai A Pin (mede-oprichter van ouderenorganisatie Fos'ten), Philomena Essed (antropologe), Joan Ferrier (directeur E-Quality), Roland Ignacio (vakbondsman), Luciën Lafour (architect), Roos Leerdam-Bulo (echtgenote van John Leerdam), Merytha Leetz-Clijn (elf jaar voorzitter van de Women's Conference of Churches) en Clarence Seedorf (voetballer). Vincent Henar, leider van Fra Fra Sound, ontving al eerder dit jaar een lintje.

Foto: @ Jean van Lingen

WO II en Boy Ecury

Op vrijdag 6 mei 2011 organiseert het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba in samenwerking met de Vereniging Antilliaans Netwerk een bijeenkomst over de Arubaanse verzetsheld Segundo Jorge Aldelberto (Boy) Ecury. Tijdens deze bijeenkomst zal de Gevolmachtigde Minister van Aruba de heer Edwin B. Abath een inleiding geven over het oorlogsverleden van Aruba; de rol van de Arubaanse militie hierin en de betekenis van Boy Ecury in het Nederlands verzet in de oorlogsjaren.

Mevrouw Giselle Ecury zal een inleiding geven over de verzetsheld Boy Ecury gezien vanuit de familie Ecury.


Hierna wordt de film Boy Ecury (2002) van regisseur Franz Weisz vertoond. De film is geïnspireerd op het boek Boy, een Antilliaanse jongen in het Nederlands verzet van Ted Schouten.

Na afloop van het officiële gedeelte volgt een informeel gedeelte onder het genot van een drankje.

Locatie: De Balie (Leidse Plein)
Adres: Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam
Aanvang: 19:30 uur. Inloop vanaf 19:00 uur
Entree: € 10,- p.p. studenten € 5,- (op vertoon van collegekaart.)
U kunt zich uitsluitend aanmelden via:
: http://www.antilliaansnetwerk.nl/aanmelding-bijeenkomst

Audubons Birds of America geveild voor 8,7 miljoen euro

Een exemplaar van Birds of America van de Frans-Amerikaanse ornitoloog John James Audubon (1785-1851) is vandaag bij de Londense Sotheby's geveild voor 7,321,250 pond (8,7 miljoen euro - 11,5 miljoen dollar). Daarmee is het boek opnieuw het duurst geveilde gepubliceerde boek ooit. In 2000 werd bij Christie's een ander exemplaar van dit boek geveild voor 8,8 miljoen dollar, toen ook al een recordbedrag. De koper is Michael Tollemache, een kunsthandelaar uit Londen.

Van het boek met de levensgrote vogelschilderijen bestaan nog slechts 119 (bekende) exemplaren, waarvan 108 in het bezit van musea en universiteiten (onder meer in het Teylersmuseum). Dit exemplaar kwam uit de nalatenschap van de familie Fermor-Hesketh, fervente - en welstellende - bibliofielen die vooral in de jaren 1950 een indrukwekkende collectie aanlegden. Audubon verkocht het indertijd als nummer 11 van de oplage aan een Britse paleobotanist na een met wijn bezegelde maaltijd.

De waarde van deze Birds of America in impecabele staat werd door Sotheby's tussen de vier en zes miljoen pond (4,8 tot 7,2 miljoen euro) geschat, maar het zogenaamde 'double elephant folio' heeft dus nog meer opgebracht. Naast de Audubon werd uit de collectie onder meer ook een exemplaar van Shakespeare's First Folio geveild, een van de overblijvende 219 exemplaren, voor 1,5 miljoen pond. Ander hoogtepunt was de brievencollectie van de Britse koningin Elisabeth I. In totaal bracht de veiling 15 miljoen pond (17,8 miljoen euro) op.

Fikkie in de Caraïben (2)

door Fred de Haas


Eenzaam maar niet alleen

Het waren niet alleen de kinderen van de ABC eilanden die niet begrepen wat er met hen aan de hand was. Dezelfde problemen werden, bijvoorbeeld, ondervonden door de kinderen in de Frans-Caribische gebieden die in 1947 departementen van Frankrijk zouden worden. Van huis uit spraken die kinderen Krèyol (Frans Creools), maar op school kregen zij les in het Frans, dat voor hen praktisch een vreemde taal was. Alleen de allerbeste leerlingen begrepen de taal van de schoolboeken, haalden het eindexamen en konden in Frankrijk gaan studeren. Pas in 1984 was het wettelijk mogelijk om wat plaats in te ruimen voor onderwijs in het Creools, maar het bleef een keuzevak en het ‘normale’, door Frankrijk gedicteerde onderwijs mocht er in geen geval door worden ‘verstoord’. De meeste ouders gaven bovendien de voorkeur aan Engels boven het Creools als vreemde taal. Immers, net als het Nederlands op de ‘Nederlandse Antillen’ bood het Engels, net als het officiële Frans, een weg die naar een beter leven zou leiden.

Op het Franse eiland Guadeloupe ging het al niet veel anders. Je vond daar, net als op Curaçao, óók mensen die zich inspanden voor onderwijs in de moedertaal en die in dit streven door ‘hogerhand’ danig werden gefrustreerd. In 1957 werd Gérard Lauriette (foto links) door de Franse regering op non-actief gesteld en voor niet goed wijs verklaard omdat hij ernaar streefde het Creools officieel erkend te krijgen door het onderwijssysteem. Lauriette begon later zijn eigen school, dertig jaar vóór Frank Martinus op Curaçao.

In 1992 stelde het Europees Handvest de erkenning van minderheidstalen en regionale talen verplicht. ‘Regionale talen en culturen’ werd een ‘vak’ op de middelbare school en kon ook deel uitmaken van het eindexamen. Docenten konden officieel examen doen in het Creools. De resultaten van de leerkrachten waren bedroevend. Zij beschikten niet over voldoende creools vocabulaire en vercreoliseerden naar hartenlust dan maar bestaande Franse woorden.

Na de sociale onlusten van 2009 in de Caribische departementen (de ‘Franse’ eilanden verkeren op dit moment in een diepe sociale en geestelijke crisis, ook het Franse deel van Sint-Maarten) werd Frankrijk ineens wakker en begreep men dat er nodig iets moest worden gedaan aan de sociale, economische en taalkundige behoeften van de lokale Caribische bevolking. Overal in de Franse Départements en Collectivités (in het Caribische gebied waren dit Guyane, Martinique, St. Martin en Guadeloupe) werden er onder deskundige leiding workshops gehouden waar de deelnemers (specialisten en niet-specialisten) de balans op konden maken van wat er mis was en wat er moest worden gedaan om de situatie te verbeteren. Tal van plannen werden in de steigers gezet en verschenen, verpakt in de bekende, gezwollen Franse bewoordingen, in allerlei rapporten. De voorgestelde hervormingen waren voor een eiland als Martinique echter veel minder vergaand dan, bijvoorbeeld, de hervormingen die de Curaçaose regering – te snel en te onnadenkend - had doorgevoerd. In een officiële circulaire d.d. 24 juni 2010 van de Directeur van de Departementale diensten voor het Nationale Onderwijs stond dat volgens de (Franse) Wet op het Onderwijs ‘les kan worden gegeven in de regionale talen en culturen tijdens de hele schoolopleiding volgens modaliteiten die gemeenschappelijk zijn vastgesteld tussen de (Franse) Staat en de territoriale gemeenschappen waar die talen worden gebruikt’. Fraaie taal, maar de praktijk was dat het onderwijs in het Creools facultatief was en er per week voor de Creoolse taal of een andere (vreemde) taal maar drie lesuren beschikbaar waren. Creools werd geen taal van instructie. Het werd een ‘vak’. Het ‘normale’ onderwijs werd er niet door ‘verstoord’.



We moeten hierbij wel bedenken dat Martinique, net als de andere Frans-Caribische gebieden – bij Frankrijk horen en dat de Franse regering als een terriër het Frans als officiële onderwijstaal bewaakt en bevoordeelt. Voor Curaçao en Aruba is deze situatie anders. Nederland kan zich nauwelijks meer met het Onderwijs daar bemoeien. Beleid voeren en verantwoordelijkheid nemen voor dat beleid is daar de taak van de autonome regering. Voor de BES-eilanden gelden andere spelregels.

[Voor vervolg, klik hier]

Uitspraken Mario Vargas Llosa doen politiek stof opwaaien

Nobelprijswinnaar Literatuur Mario Vargas Llosa heeft zich de woede van politiek correct Peru op de hals gehaald met harde uitspraken over de aanstaande tweede ronde van de presidentsverkiezingen. In een televisie-interview ging hij zover om de keuze tussen de twee eindkandidaten te vergelijken met een keuze tussen "kanker" en "aids". Politieke commentatoren in Peru en daarbuiten kwalificeren de uitlatingen van de doorgaans zo gerespecteerde schrijver als onverantwoordelijk, naïef en gestoord.
In een opiniestuk in El País verwoordt de schrijver, die in 1993 ook de Spaanse nationaliteit verwierf, deze week zijn visie op de Peruviaanse presidentsverkiezingen. Hij spreekt zich daarin uit in het voordeel van de populistische kandidaat Ollanta Humala, vooral omdat hij diens tegenkandidate, Keiko Fujimori als een nog grotere bedreiging voor de democratie beschouwt. Zij is de dochter van de omstreden oud-president Alberto Fujimori.
Toen Vargas Llosa in 1990 zelf een gooi deed naar het Peruviaanse presidentschap, verloor hij onverwacht van Fujimori. In El País noemt hij zijn vroegere tegenstander een moordenaar, een dief en een verrader. De wrok zit kennelijk diep. Over zijn politieke ervaringen schreef Vargas Llosa in 1993 het autobiografische El pez en el agua (in het Nederlands verschenen als De vis in het water). Lees ook de berichtgeving in The Guardian.


Villa Zapakara neemt feestelijk afscheid van Ghana

Paramaribo - Na een feestelijke afsluiting van de Ghana Tour op zaterdag in Villla Zapakara gaat het kindermuseum voor ruim twee maanden dicht. Die tijd is nodig voor de voorbereidingen op de nieuwe tentoonstelling Ster in de stad over de Indiase miljoenenstad Mumbai (voorheen Bombay), terwijl zaterdag de allerlaatste dag van de tentoonstelling Paleisgeheimen wordt.

Paleisgeheimen, de interactieve tentoonstelling over het Ashanti-koninkrijk in Ghana, begon eind november 2009 als de openingstentoonstelling van het eerste kindermuseum in Suriname en trok sindsdien ruim 17.000 bezoekers. De meeste van hen waren scholieren uit het basisonderwijs en hun begeleiders.


Leerlingen van diverse basisscholen brachten maandelijks een bezoek aan het kindermuseum. Voor hen waren deze educatieve dagen zeer leerrijk.

Tijdens het afsluitingsfeest maakt Villa Zapakara nog een gebaar naar de Surinaamse samenleving. De prachtige spullen uit de tentoonstelling, die het afgelopen anderhalf jaar zijn gebruikt om kinderen deel te laten uitmaken van de hofhouding, het drumorkest en de onderkoningen zullen worden verdeeld over verschillende culturele instellingen die met kinderen werken. “We zouden heel graag de spullen willen houden maar we moeten plaats maken voor de nieuwe tentoonstelling over Mumbai. De kinderen hebben zo genoten van al deze trommels, kleding, zetels en sieraden. En omdat wij ze gekregen hebben van het Tropen Museum Junior in Amsterdam willen we ze doorgeven aan verschillende culturele instanties hier in Suriname die met kinderen werken, zodat er nog langer genoten kan worden van deze prachtige spullen”, aldus bedrijfsleidster Dakaya Ienz.

Het feest zaterdag wordt een swingende afsluiting, geheel in Ashanti stijl. Alle aanwezigen zullen een rol spelen bij de allerlaatste optocht voor de Ashantikoning. Met als spetterend eind een koninklijk optreden van The Mysticals.

Op 4 mei gaat de bouw van de nieuwe tentoonstelling Ster in de stad van start. De opzet hiervan is om kinderen opnieuw op een interactieve manier kennis te laten maken met een andere cultuur. Ditmaal worden ze aan het werk gezet in de miljoenenstad Mumbai. Als theeverkoper, schoenenpoetser of bloemenrijger krijgen ze uiteindelijk de kans om auditie te doen voor een Bollywood-film en maken ze kans om een echte ‘Ster in de Stad’ te worden.

Decorbouwer Thijs van de Wall-Bake, die ook het decor voor de tentoonstelling Paleisgeheimen voor zijn rekening nam, gaat vanaf begin mei opnieuw met een lokale bouwploeg aan het werk. Inmiddels zijn twee containers onderweg naar Suriname, de één uit Mumbai, de ander uit Amsterdam. ‘Ster in de stad’ wordt wederom gerealiseerd in samenwerking met het Tropenmuseum Junior in Amsterdam. Er hebben zich al heel wat schoolklassen aangemeld voor de nieuwe Bombaytour. Half juli gaat Villa Zapakara weer open. De ontwikkelingen kunnen tot die tijd op www.villazapakara.com en op Facebook worden gevolgd.

[uit de Ware Tijd, 29/04/2011]

Early Dutch Books Online



Op donderdag 26 mei 2011 presenteren de Koninklijke Bibliotheek (Den Haag) en de bibliotheken van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden de databank Early Dutch Books Online. Rond de 10.000 in Nederland uitgegeven boeken met meer dan twee miljoen pagina's uit de periode 1780-1800 zijn hiervoor gedigitaliseerd.

Op weg naar een onderzoekslaboratorium voor de Geesteswetenschappen

Early Dutch Books Online is een eerste stap in de richting van een omvangrijk digitaal onderzoekslaboratorium voor de Geesteswetenschappen, waarin onder andere alle in Nederland uitgekomen drukwerken en geschreven bronnen zijn opgenomen. Het project is een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek en de bibliotheken van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden. Deze bibliotheken dragen zorg voor zeer omvangrijke collecties oude en kostbare boeken, manuscripten, archieven en brieven. Door deze collecties te digitaliseren en op grootschalige wijze samen te brengen leveren zij een essentiële bijdrage aan nieuwe vormen van onderzoek en onderwijs. Het project is gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).


Een goed begin

Early Dutch Books Online maakt een start met deze digitalisering. Voor dit project is een selectie gemaakt van in Nederland gedrukte werken uit de periode 1780-1800. Vanuit praktisch oogpunt is gekozen voor in het ‘moderne’ lettertype Romein gedrukte teksten, die zeer geschikt zijn voor OCR (digitale optische tekenherkenning). Hierdoor kunnen alle teksten op woordbasis doorzocht worden. Inhoudelijk is gekozen voor de geschiedkundige, politieke, theologische en letterkundige werken. Zoekacties van wetenschappers zijn vooral hierop gericht. De uiteindelijke selectie bevat 10.000 boeken met ruim 2 miljoen pagina's.


Revolutionaire jaren

Early Dutch Books Online maakt uniek historisch bronnenmateriaal beschikbaar uit de woelige tijd van de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog, de Franse Revolutie en de Bataafse Republiek. In dezelfde periode bloeide de wetenschap en cultuur. De databank bevat beroemde werken uit de Nederlandse geschiedenis, zoals de briefroman Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken, de verhandeling over de elektriseermachine van Deiman en het verslag van de veldtochten van generaal Pichegru. Maar ook veel populair drukwerk, zoals griezelromans, toneelstukken, liedbundels, erotische romans, politieke teksten en wetenschappelijke verhandelingen, is te vinden. Alles wat de Nederlander eind achttiende eeuw bezighield, is nu voor iedereen toegankelijk.


Programma

16.00 uur Welkom door drs. Nol Verhagen, voorzitter stuurgroep Early Dutch Books Online, directeur Universiteitsbibliotheek UvA

16.10 uur De opmars van de e-humanities; Inleiding door prof. dr. Theo Mulder, directeur Onderzoek KNAW

16.20 uur ‘De heilrijke vruchten der volksverlichting'. Een nieuwe toekomst voor de Geesteswetenschappen? Lezing door prof. dr. Wijnand Mijnhardt, directeur Descartes Centre

17.00 uur Lancering website Early Dutch Books Online door drs. Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

17.15 uur Receptie

Locatie: Stadsgehoorzaal – Aalmarktzaal, Aalmarkt 7, Leiden


Deelname is gratis. In verband met het aantal beschikbare plaatsen vragen wij u zich uiterlijk 18 mei aan te melden. Dit kan door een e-mail te sturen naar: edbo@library.leidenuniv.nl, onder vermelding van ‘aanmelding lezing’ of telefonisch via het secretariaat van de universiteitsbibliotheek Leiden: 071-5272832.

Vanaf 27 mei beschikbaar: http://www.earlydutchbooksonline.nl



Illustraties: Thomas Waller, A Voyage in the West Indies

Spoken Word master class Manu


Donderdag 12 mei organiseert Studio West in Amsterdam voor de eerste keer een spoken word masterclass en daar is spoken word artist Manu voor aangetrokken.
Manu zit sinds 2008 bij Raen Music (label van Blaxtar). Daar bracht hij het album De Vloek Op De Overvloed zijn solodebuut uit, waarmee hij door heel Nederland en Vlaanderen heeft getourd. Daarvoor bracht hij samen met zijn broer Neo de albums Verwarring, Gouda Spoort Nie en Goudse Snippers uit.

Momenteel host hij elke zondag tussen 21.00 en 23.00 uur Spoken Radio op FunX en staat zijn nieuwe plaat nog dit jaar gepland.

Ben jij dichter, rapper, zanger/zangeres of gewoon liefhebber van poëzie ? Kom dan naar deze masterclass! Het enige wat je hoeft te doen is je inschrijven, betalen en komen.

Wanneer : donderdag 12 mei 2011
Waar : Studio West, Osdorpplein 6, 1068 EL Amsterdam
Tijd : 18.00 – 20.30
Kosten : € 5, 00
Leeftijd : 15-25 jaar
Aanmelden via : www.studiowest.nl

woensdag 27 april 2011

Fikkie in de Caraïben (1)

door Fred de Haas

De Verenigde Naties heeft het jaar 2011 uitgeroepen tot ‘Internationaal jaar voor mensen van Afrikaanse afkomst’, de Afrikaanse diaspora. In samenwerking met Unesco wordt dit jaar op Curaçao binnen deze context dan ook een serie activiteiten ontplooid. Onze medewerker Fred de Haas heeft zich in dit verband gebogen over de controversiële manier waarop Afro-Antilliaanse kinderen in de laatste eeuw onderwijs hebben gekregen. In gaat hij o.a. in op de moeizame keuze van een onderwijstaal voor de Curaçaose scholen, de taak van regering en schoolbesturen, de situatie van minderheidstalen, de onderwijskundige adviezen van UNESCO in 1951 en 2003, trekt parallellen met o.a. de situatie op de Frans-Caribische eilanden en geeft zijn mening over de volgens hem voor Curaçao op de lange termijn meest geschikte taalkeuze voor het onderwijs en het eiland.


‘Fikkie!’
De grote blanke man hield een tekening voor de verbaasde oogjes van de Antilliaanse kinderen. Hun eerste les Nederlands. De veertiger jaren van de vorige eeuw.
De kinderen keken vol ontzag naar de witte toog die om het transpirerende lichaam van de Nederlandse Frater golfde. Op zijn borst hing een groot kruis. De Bonairiaanse hitte was verzengend. De frater veegde zijn voorhoofd af.
‘Fikkie!’, zei de frater.
Op de tekening stond een hond. De kinderen waren stil. Dat was toch een ‘kachó’? Maar de grote blanke man zei ‘Fikkie’, dus een hond was in die vreemde taal geen ‘kachó’ maar een ‘Fikkie’.
‘Fikkie’, zei Angel braaf. Het zou een paar jaar duren voordat hij begreep dat niet alle ‘kachó’s’ ‘Fikkies’ waren, maar dat ‘Fikkie’, net als ‘Does’, gewoon de naam van een hond was.
En er zouden nog tientallen jaren voorbijgaan voordat de Nederlandse Fikkie zou verdwijnen en langzaam plaats zou gaan maken voor kwispelstaartende hondjes die vrolijk in de moedertaal van de ABC eilanden zouden gaan keffen.



Willemstad, Pietermaai; aubade op Koninginnedag, 31 augustus 1940. Collectie Fraters van Tilburg

De strijd tussen het Nederlands en de taal van de kleine Afrocaribische kinderen zou een moeizaam gevecht worden. Alle Antilliaanse vaders en moeders bleven maar denken dat het Nederlands de sleutel was tot een beter leven en een ‘middel om van het eiland af te komen’. Dat laatste lukte immers niet met alleen maar het Papiaments. Hun kinderen mochten van de Frater en de Meester om die reden dan ook hun eigen taal niet spreken op school. ‘Voor hun bestwil’. De verborgen boodschap luidde: ‘jullie taal stelt niks voor’. De kinderen gingen zich ervoor schamen. Ze wilden zo vlug mogelijk de taal van de blanke mensen leren, wit van binnen zijn en zwart van buiten. En ook was Willem van Oranje de vader van hun vaderland en zouden de Batavieren bij Lobith hun land binnen komen varen. Eenmaal per jaar zouden ze zelfs mogen zingen op het plein voor het grote huis van de Gouverneur. Voor hun Koningin. Vóór het grote huis stond altijd een blanke meneer in een wit uniform en met een witte pet op. Pas veel later zou de blanke man bruin of zwart worden. Maar de Koningin bleef wit en kwam niet veel naar het eiland. En iedereen vond dat allemaal maar gewoon.

De kinderen wisten niet beter. Ook wisten ze niet dat er op de andere eilanden misschien óók wel kinderen stonden te zingen, in een ándere vreemde taal.
Als je goed kon leren had je kans om naar de middelbare school te mogen. Daar waren allemaal blanke mannen die les gaven. Soms gaf er ook een bruine man les, maar die sprak net zo goed Nederlands als de blanke mannen. Die bruine man had immers óók bij de Hollandse fraters op school gezeten en over Fikkie geleerd. De meeste blanke mannen waren best aardig, maar ze spraken je taal niet. Ze wisten alleen wat een ‘Pan dushi’ was. In de pauzes tussen de lessen kwamen er een paar witte mannen naar de speelplaats om op te letten. Ze bleven dan altijd bij elkaar staan. Omdat het zo’n lawaai was kon je gewoon je eigen taal spreken. Er waren ook blanke mannen die lelijke dingen tegen je zeiden. Op een dag kwam er zo’n man de vijfde klas van de middelbare school binnen en vroeg welke ‘makaku’ (aap) er voor zijn klaslokaal naar binnen had staan loeren. Het werd ijzig stil, maar de leerlingen kwamen zelfs niet op het idee om hem bij zijn nekvel te grijpen en de klas uit te gooien. Nee, het was uitkijken geblazen. Het was een blanke meneer. Die sprak Nederlands en Nederlands was belangrijk op school. Je kon ermee van het eiland af… En wat bedoelde hij met ‘loeren’ eigenlijk?
En de blanke mannen? Die hadden niets in de gaten. Ze dachten dat het voor altijd zo zou blijven. Ze voelden niet hoe de weerstand langzaam groeide in de harten van de kinderen en de grote mensen van het eiland.

Ook op Curaçao keken de kinderen hun ogen uit. Al in de jaren twintig leerden Pierre, Luis, Charles, Tip en Elis over de kleine Fikkie. Taalgevoelig als ze waren vonden ze die vreemde Nederlandse taal best mooi en ze deden hun uiterste best om hem goed te schrijven en uit te spreken, soms met een Brabants accent, omdat de mannen in de witte pijen, de ‘fratunan’, vaak uit Brabant kwamen. Maar ook hun eigen taal bleven ze mooi vinden. Ze zouden er later echte literatuur in produceren en zich beijveren om in hun moedertaal te excelleren. Anderen zouden het Papiaments – literair gezien - de rug toekeren en in het Nederlands gaan schrijven: Colá, Tip, Boeli, Frank en anderen. Het drong maar heel langzaam tot iedereen door dat ze eigenlijk in een heel rare situatie verkeerden en dat het allemaal niet zo gewoon was als het leek. Pas heel langzaam kwam het besef dat hen, misschien met de beste bedoelingen, groot onrecht werd aangedaan. Ze moesten én een vreemde taal leren én ook nog kennis opdoen via die vreemde taal. Een dubbele moeilijkheid die desastreuze gevolgen had voor hun zelfvertrouwen en hun schoolprestaties. Hun eigen taal telde niet mee. Dat was wel duidelijk. Pas veel later zouden zij hun eigen identiteit gaan opeisen en zich gaan vereenzelvigen met hun moedertaal, vooral na de sociale onlusten van 1969, toen het ‘gewone volk’ voor het eerst massaal voor zijn rechten opkwam en in de politiek enig resultaat ging boeken.



Frater superior met fraters van het St. Albertus College. Curaçao. Datum onbekend. Collectie Fraters van Tilburg

Maar het Nederlands zou voorlopig nog oppermachtig blijven, al was de kiem voor de terugtocht gelegd. Pas in 1987 zou Frank Martinus een eigen school stichten die als onderwijstaal het Papiaments zou voeren om de kinderen een zo harmonieus mogelijke ontwikkeling te bieden, zonder remmingen veroorzaakt door een opgelegde vreemde taal (het Nederlands). Het zou een dappere sprong zijn, maar een sprong in het ongewisse: de ervaring ontbrak, er was de eerste jaren geen schoolhoofd, de docenten waren niet bevoegd, er was niet voldoende geld, het was een titanenstrijd om ook nog – verplicht - hetzelfde peil en taalniveau te halen als de Nederlandstalige scholen, er was een groot gebrek aan lesmateriaal en veel ouders haalden hun kinderen na de vierde klas van school omdat ze bang waren dat ze de aansluiting met het Nederlands onderwijs zouden missen. De kleine Angel, die inmiddels van landmeter (HTS Utrecht, Nederland) Gedeputeerde van Onderwijs op Curaçao was geworden en die de toen nog springlevende Fikkie, net als Frank Martinus, zo gauw mogelijk aan de ketting wilde leggen, heeft er nog voor gezorgd dat de regering de school van Frank, het Kolegio Erasmo, voor een deel zou gaan subsidiëren.

[Klik hier voor deel 2]

[eerder verschenen in de Amigoe Ñapa]