donderdag 31 maart 2011

An aching daughter of the Cuban revolution

Loving Che by Ana Menéndez

Reviewed by Timothy Peters

The pain and loneliness of exile -- surely a cornerstone of Cuban American fiction -- permeates this poetic, fragmentary first novel by Ana Menéndez, a former journalist born in Los Angeles to Cuban emigres and the author of a well-received book of short
stories (In Cuba I Was a German Shepherd, 2001). But in telling the story of a young woman abandoned by her mother during the early days of the Cuban revolution, Menéndez connects the understandable loss of exile with a much more profound "trauma of separation." Raised in Miami by her grandfather, the unnamed narrator longs to know the truth of her parents, but the grandfather only supplies "the understanding that my father had been in prison, and had died there, and that in her grief my mother had sent me away."
Such a cursory explanation fails to answer the questions that haunt this detached young woman, and she begins to search for her mother or, at least, for a glimpse of her mother's experience. But the quest is largely fruitless until a mysterious package, postmarked in Spain but without a return address, arrives containing a bundle of handwritten notes and photographs. Its contents supply the core narrative of the book, an account of her mother, Teresa de la Landre, and her love affair with the legendary revolutionary, Ernesto Che Guevara.

Related in disjointed shards of prose and illustrated by news photos of the scruffy leader, Teresa's story amounts to an impressionistic autobiography: a privileged upbringing, her marriage to an academic named Calixto de la Landre, her vocation as a painter. These fragments also form an idiosyncratic and evocative portrait of Cuba, from the "yellow-green heat like liquid" to, as the revolution begins, "gunfire ... like thunder from a demented half-world. "

The revolution, of course, is the signal event in Teresa's life, and she writes that "cataclysmic events, whatever their outcome, are as rare and transporting as a great love." In this case, one small by-product of that violent, ugly upheaval is the encounter between Teresa and Guevara. She is at first "repulsed ... with his smell and filth" and put off by his vulgarity, feelings that mask her attraction to the bearded rebel. They become lovers when Guevara visits her studio, and the story of their affair is told in some of the finest writing in the novel, handled with palpable erotic heat and refreshing decorum (not an easy balance to achieve): "A kiss. The first parting of flesh. Everything that comes later is sweet elaboration."

But is the affair real or imagined? That's the essential mystery at the heart of this novel. The narrator's attempt to fathom the nearly unfathomable nature of truth, particularly personal truth, enables Menéndez to conjoin love and history and politics into a powerful melange. One of the strengths of this book is that while its backdrop is one of the most politically charged events since World War II, Menéndez's focus is on a much more intimate drama; she uses the revolution because it illuminates her theme of separation. She doesn't romanticize it, but there's no attempt at neutrality either; she provides a devastating portrayal of Cuba's postrevolutionary failure.

Her narrator observes that contemporary Havana, "so lovely at first glance, was really a city of dashed hopes." And later: "Everywhere, the socialist experiment seemed dead and buried, awaiting only the death and burial of its maximum leader."

Even Teresa realizes that Che and the new government were devolving into corruption and terror when she writes that "a thin black core of doubt has begun to burrow into the revolution's heart."

Literature should never be purely polemical or political, but that doesn't mean that politics and literature cannot intermingle in interesting, insightful ways.

Menéndez's literary sensibility also reveals itself in strongly, often beautifully poetic prose: "Where the cement had cracked, small purple flowers blossomed, as if every house held a garden prisoned within its walls." But she occasionally stretches her gifts as a stylist too far, and the language becomes so self-consciously precious that it fails to contain any truth, literal or fictive ("Women ate their dreams and bloomed like orchids in the rain").


More seriously, the novel suffers from the thinness of the plot; Loving Che can feel more like an impressionistic memoir than a fully formed narrative. One of Menéndez's concerns is the elusiveness of a clear story line ("Life is not a tidy narrative," Teresa's mother observes), but the essence of a story's power is to provide shape and form to the shards of memory and experience.

That's probably why the framing narrative -- the narrator's story -- is in some ways the most compelling part of the novel, even though her life is nowhere near as dramatic as her mother's. As she researches the history of Guevara and the revolution, then returns to Cuba to look for evidence of her mother's, her quest propels the reader along, a hopeful search that takes her into some strange and compelling little narrative corners. All of us want to understand where we came from; all of us want to understand the early forces that shaped our lives. Perhaps it's true that definitive answers are hard to come by, but the search for them is an essential component of life itself. This finely wrought, emotionally nuanced first novel reminds us that it's not just Cubans who have a "fetish for the past."

Timothy Peters is a Berkeley writer.

[This article appeared on page M - 1 of the San Francisco Chronicle, Sunday, January 11, 2004]

Bukutori schenkt meubilair aan CCS

Direct na de renovatie van de CCS-bibliotheek in oktober 2008, hebben de stichtingen CCS en Bukutori een samenwerking beklonken, inhoudende dat Bukutori een partij bibliotheekmeubilair in bruikleen afstond aan het CCS. Daartegenover verleende het CCS bibliotheek-technische ondersteuning bij de verwerking van de bibliotheek-collectie van de Bukutori in het Prasoro-complex.

Dankzij deze goede samenwerking, heeft de stichting Bukutori thans besloten om het in bruikleen afgestane meubilair aan het CCS te schenken. Tevens wordt de goede samenwerking gecontinueerd, waarbij Pool, voorzitter van Bukutori, toezegde zich verder in te zetten voor het ondersteunen van het CCS door bruikbare materialen in te zamelen bij bevriende relaties in Nederland.



Guillaume Pool, voorzitter van Stichting Bukutori, ondertekent de samenwerking tussen de stichting Bukutori en het CCS.

De voorzitter van het CCS-bestuur, Nadia Becker, geeft aan zeer blij te zijn met deze geste en dankte namens alle lezers

en medewerkers van de CCS bibliotheek, de stichting Bukutori en in het bijzonder Pool, voorzitter van stichting, voor de blijvende ondersteuning. “Goede vrienden moet je koesteren”, zei Becker.

[uit de Ware Tijd, 31/03/2011]

Arie als eilanddichter

door René van Nie

[Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in de Amigoe zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw]


De Nederlandse dichter Benne Solinger pleit wederom voor een Arubaanse eilanddichter. Hij heeft daarvoor de hulp ingeroepen van onze cultuurminister Michelle Winklaar (AVP), die ik ken als best wel een aardige meid maar die waarschijnlijk geen idee heeft wat Solinger nu precies bedoelt, want hij kreeg op talloze e-mails aan haar adres over dit onderwerp geen enkele antwoord. Daarbij is het Nederlands van Michelle minder dan middelmatig en dat kan ook een reden voor haar onbegrip zijn. Let wel, ik heb verder nog geen kritiek op Michelle als minister en voor zover bekend heeft ze nog geen brokken gemaakt. Behalve dat ze zich eerst Alice van Romondt en daarna Jan van der Straten als Cultuurpaus door de strot liet drukken.
Maar het idee voor een eilanddichter trekt me wel aan. Helaas ben ik daarvoor een te middelmatig tot slecht dichter en lukt er bij mij hooguit eentje op de 25, en voor zover ik ooit van plan was een dichtbundel van mijn hand uit te geven heb ik dat plan laten vallen, want dan moet ik voor een boekje met 100 gedichten er 2500 bij elkaar smokkelen. En dat gaat me wat te ver. Solinger opteert voor Ruthy Vrieswijk, alias lady Ruth. Geen slecht idee, maar dan moet Lady Ruth zich ook wat kritischer durven opstellen, want het is nu allemaal nog te veel hartjes, lief zijn, en voor alles vaak alleen maar positief. En zo zit de wereld, en Aruba in het bijzonder, niet in elkaar. Daarbij moet een eilanddichter zich ook durven profileren en de straat op gaan en voor een passerend volk haar stem laten horen. En dan bij voorkeur dichten in zijn of haar ‘moerstaal’, want dichten in het Engels levert alleen maar opgeklopte onzin op als dat je taal niet is.
Maar misschien kan ik een lans breken voor mijn vriend Arie, want die weet me steeds weer te verrassen met zijn teksten, die hij me per e-mail doet toekomen. Al weet je nooit wanneer, want als Arie met een project bij hem thuis bezig is, dan hoor ik soms twee weken lang niets van hem. Vooropgesteld, deze projecten zouden bij normale mensen binnen een dag gepiept zijn, maar Arie denkt veel en lang na. Normaal gesproken neemt hij vooraf aan het project drie tot vier dagen de tijd. Hij zit dan op zijn porch en staart in de verte. Want daar haalt hij zijn inspiratie vandaan. Van ver dus. Vervolgens neemt hij een hamer, zaag of nijptang ter hand en gaat weer zitten. En met een beetje mazzel gaat hij dan de vijfde dag aan de slag. Wat neerkomt op het volgende verslag dat ik per e-mail van hem ontving en wat een eilanddichter van hoge klasse niet zou misstaan.

‘Grote reorganisatie van de week….
het ene kastje moest plaats maken voor het andere kastje
want daar moest een kastje komen wat beter ergens anders zou passen
bovendien konden we dan dat kastje weer gebruiken voor de geluidsinstallatie
en het kastje wat we daarvoor gebruikten wordt dan de keukentafel in het appartement
en de tafel die we juist daarvoor bedoeld hadden en net niet paste,
gebruiken we nu voor op de porch om de TV en radio op te zetten,
waardoor het kastje wat daarvoor gebruikt werd,
nu kan dienen als audio-kastje voor in de kamer
en kan dat kastje weer gebruikt worden als boekenkastje in de slaapkamers’

Arie, Aruba, maart 2011.

Nou meneer Solinger, hier sta je van te kijken indien je dit leest, want het is poëzie van het hoogste orde. Dus zoek maar niet verder en praat met mij als manager van deze grote dichter. Ik zal dan het honorarium laag houden, want de collega’s van Michelle hebben de staatskas al leeg geplunderd.

[uit Amigoe, 29 maart 2011]

Speciale commissie voor ‘luchtkunst’


De Arubaanse luchthaven Reina Beatrix moet een ‘typisch tropische Arubaanse ervaring’ worden voor passagiers, bezoekers en medewerkers. Daarom gaat een Air Art Comite advies uitbrengen aan Aruba Airport Authority (AAA) over kunstprojecten van lokale kunstenaars in het luchthavengebouw. Passagiers moeten direct bij aankomst een ‘warm Arubaans welkom krijgen’ en bij vertrek een ‘tropisch afscheid’. In de Air Art Comite, die door luchthavendirecteur Peter Steinmetz is geïnstalleerd, zitten Claudia Ruiz-Vasquez (voorzitter en werkzaam bij ArteSano Design Studio), Adi Martis (kunstcurator), Ciro Abath (adviseur van kunstenaars), Myrna Jansen (adviseur van de minister van Toerisme, Arbeid en Transport) en Stan Kuiperi (cultuuradviseur van de premier). De commissie werd vanmorgen officieel aan de media voorgesteld. Luchthaven, overheid en kunstenaars zien graag dat de luchthaven uitgroeit tot een ‘architectonisch en cultuur icoon’ in het Caribisch gebied. Om dit te kunnen doen, gaat ze dus adviseren over specifieke materialen en over het tonen van lokale producten die passen in de lijn die Aruba Tourism Authority voor ‘het merk’ Aruba heeft uitgezet.

[uit Amigoe, 30 maart 2011]

Inktaap doet jongeren lezen

‘Hoewel men vaak zegt dat jullie jongeren niet meer lezen, ben ik na deze middag ontroerd… Omdat jullie lezers zijn.’ (A.F.Th. bij het winnen van De Inktaap)

Jongeren van 15 tot 18 jaar hebben wel degelijk belangstelling voor literatuur. Dat blijkt uit onderzoek naar aanleiding van het tienjarig bestaan van De Inktaap. Dit leesbevorderingsproject brengt jongeren in aanraking met boeken die ze uit zichzelf niet zouden lezen. Het wordt georganiseerd in Nederland, Vlaanderen, Suriname en Curaçao. Het gaat om literatuur die wordt uitgegeven als volwassenenliteratuur. De scholieren lezen de drie winnende boeken van de belangrijke literaire prijzen uit het taalgebied: de AKO Literatuurprijs, de Libris Literatuurprijs en de Gouden Uil. Daaruit kiezen ze hun eigen favoriet. Ze beargumenteren hun keuze niet alleen tegenover andere lezers van dezelfde school, maar kunnen hun mening over de boeken ook kwijt op een internetforum, socialmediasites en tijdens de slotdag in maart die afwisselend in Nederland en Vlaanderen plaatsvindt.

Van de jongeren vindt 55% de confrontatie boeiend; van de deelnemende leraren zegt 85% dat De Inktaap leesbevorderend heeft gewerkt. Aan de tiende editie van De Inktaap deden ruim 2.500 jongeren mee, verspreid over 160 scholen in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Voor het eerst lazen ook jongeren op Curaçao de genomineerde boeken. Zo is De Inktaap het eerste literatuurproject dat het gehele taalgebied van de Nederlandse Taalunie bereikt.

Tien jaar De Inktaap wordt op 5 april gevierd met een literair en educatief programma in deSingel in Antwerpen, samen met verschillende winnaars van De Inktaap. Leraren en leerlingen vertellen over De Inktaap in het literatuuronderwijs, TV Klasse vertoont zijn film over De Inktaap en Bernard Dewulf en Robert Vuijsje spreken over hun ervaringen bij het winnen van deze jongerenprijs. De Inktaap is een initiatief van de Nederlandse Taalunie, CANON Cultuurcel, Stichting Lezen Nederland en het Ministerie van Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap, en wordt uitgevoerd door Villanella in Antwerpen, Passionate Bulkboek in Rotterdam en de Nederlandse Taalunie in Suriname en Curaçao.

WINNAARS DE INKTAAP:

2011: Bernard Dewulf – Kleine dagen
2010: Robert Vuijsje – Alleen maar nette mensen
2009: A.F.Th – Het schervengericht
2008: Dimitri Verhulst – De helaasheid der dingen
2007: Henk van Woerden – Ultramarijn
2006: Willem Jan Otten – Specht en zoon
2005: Arthur Japin – Een schitterend gebrek
2004: Tom Lanoye - Boze tongen
2003: Harry Mulisch - Siegfried
2002: Tomas Lieske – Franklin

[bericht van de Nederlandse Taalunie]

Open Dag De Nieuw Amsterdam

Vrijdag 8 april open dag bij theatergroep De Nieuw Amsterdam. Klik op het plaatje voor een groter formaat.

Expositie Anton Vrede


Ed Hart - Obsession

1.

Wijlen onze buurvrouw zal wel gedacht hebben dat ik haar graag een gevraagd genoegen deed. Wat ze niet wist is dat zij een droom van me in vervulling deed gaan. Of was het een obsessie geworden? Soms bleef er een kweekje bij haar. Via onze bovenramen correspondeerden we dan met briefjes, tot prop gemaakt en naar binnen gemikt. Wat op ze stond geschreven zou de kweekmoeder hebben doen verbleken. Een van de propjes landde een keer net niet binnen en viel terug op het glooiende dak van de galerij. We kregen het toen knap benauwd, want we konden het alleen 's avonds stiekem van het dak proberen te verwijderen met een lange stok.

Iedere dag leefde ik naar de momenten wanneer ik via een bovenraam daar naar binnen kon kijken. Voor ik naar school ging vroeg ik me af als deze dag weer een gelukkige dag voor me zou worden. Thuis na school keek ik direct als ik weer positie kon gaan innemen op de plek vanwaar ik, in bijna vervoering dat wat daar sluimerde kon zien. 't Hing wel af van de zolderramen. Alleen wanneer ze openstonden kon ik m'n hart ophalen aan het verleidelijker wordende zichtbare deel van wat ik als het ware begon te adoreren.

Het verlangen ernaar groeide met de dag. Om het begeerde desnoods maar één keertje helemaal voor mezelf te hebben zodat ik niet eeuwig van op afstand hoefde te strelen met m'n oog. Dat wat buiten bereik bleef, echt te beleven, eindelijk aanraken en betasten. Een vurige hoop en tegelijkertijd een wensdroom. Als ik de voor mij magnetisch geworden lieveling vanwege een gesloten raam niet kon zien en niet van kon genieten dan was m'n stemming totaal bedorven. Teleurgesteld en somber gestemd ging ik dan m'n huiswerk of andere bezigheden doen. Zo het raam weer openstond voedde de aanblik van wat me was gaan obsederen mij als weinig andere attracties. Soms werd het me gewoon te veel en vluchtte ik weg van het raam.

2.
Op een goede dag werd ik geroepen door deze buurvrouw, een uit de Antillen teruggekeerde groot-modiste die vanwege veel opdrachten dag en nachtvoor haar electrische naaimachine zat. Vriendelijk vroeg ze me om wat ontbrekend naaigerei voor haar te gaan kopen bij Singer aan de Gravenstraat. Paljetten, rikrak, statiekoord en garen waren het benodigde op de lijst die ze me meegaf. Deze kledingopdracht moest dringend af. Ik stemde toe, nam het geld en begon de deur uit te lopen toen ze zei: "Wacht even…" Ze stond op en vroeg me naar boven te gaan en een aldaar staande herenfiets naar beneden te brengen. Dat deed ik en zag een qua bouw, gestroomlijnde fiets staan zonder bagagedrager zodat ie iets sportiefs had. Nadat ik hem grondig in ogenschouw had genomen daalde ik de trap af ermee en wilde hem tegen een muur plaatsen toen ze me uitlegde dat ik met die fiets de boodschap kon gaan doen. Had ik haar goed gehoord? Sprakeloos keek ik haar aan. Ze was weer aan de machine gaan zitten. Verder liet ik niets blijken, maar wat toen in me omging is beyound words. Ik moest me met alle macht inhouden om van geluk niet op m'n knieën te gaan en haar te bedanken voor dit groots moment in m'n jongensleven. Het kleine stukje lopen naar de straat deed me al ettelijke keren slikken van stille opwinding. Dit was te mooi om waar te zijn. De hele wereld lachte me toe. En ik wilde gezien worden tijdens deze luxe-rit. Langzaam rijdend op deze zo lang begeerde fiets (geen enkele andere!), naar en door het centrum voelde ik me onaantastbaar en trots als een pauw. Genoot met diepe teugen van elke geruisloze trapbeweging, vasthouden van het stuur, de bel, het berijden. Zowat alles wat ik had gedagdroomd. Zo voelt men zich in een zeppelin was m’n conclusie. Zelden heb ik me zo triomfantelijk gevoeld en zo gezegend. Dit was topgenot en verhief zich ver boven alle muzikale, erotische e.a. meeslepende sensaties van die periode. Ik moest me weliswaar uit alle macht beheersen om geen rondjes te gaan rijden in Palmentuin, vandaar verder de Combé in en terug naar Gouvernementsplein. Bij de Marinetrap pronkerig afstappen en doen alsof die fiets mijn eigendom was om pas een uur later met de gekochte spullen terug te keren met als verontschuldiging, platte band of ketting-gedoe etc. Buurvrouw zou zeer verontrust zijn geworden. Enfin...ik bleef de verzoeking de baas en kon die morgen niet verleid worden tot stoute dingen.

Eenmaal terug thuis, bracht ik deze fiets die me zo was gaan obsederen weer keurig naar de zolder van de buurvrouw die me uitvoerig bedankte. Ja, dagdromen komen soms uit en hoe! Het was tevens een afscheid van die fiets. Want ik voelde me genezen van die obsessie om er mee te moeten rijden. Alle verdere interesse was weg. Ik was bevrijd. Einde relatie met een functioneel ding dat je zonder omkijken laat voor wat het is. In tegenstelling tot een relatie met een ander mens die niet zomaar aan de kant mag worden gezet.
R.I.P. lieve buurvrouw.

Nieuwe naam Peter Stuyvesant College bekend

Het Peter Stuyvesant College (PSC) op Curaçao heet vanaf 1 augustus Kolegio profèsor dòkter Alejandro 'Jandie' Paula (KAP). Dat heeft demissionair minister René Rosalia (Onderwijs) bekendgemaakt op 18 maart. De jury die opties voor een nieuwe naam voor de school moest selecteren, speelde uiteindelijk twee namen door aan Rosalia: het hoogst scoorde Alejandro ‘Jandie’ Paula, tweede keus was Pedro Tirso Sprockel. Ook Cola Debrot behoorde bij de voorstellen.

Lees hier verder

De identiteit van de Yiu di Kòrsou

Bijeenkomst met Francio Guadeloupe en Lammert de Jong Op vrijdag 15 april 2011 organiseert de Vereniging Antilliaans Netwerk een bijeenkomst over de identiteit van de Yiu di Kòrsou. Tijdens deze bijeenkomst zullen dr. Francio Guadeloupe, sociaal-cultureel antropoloog en ontwikkelingspsycholoog en dr. Lammert de Jong, bestuurskundige en tussen 1984 en 1998 geruime tijd Vertegenwoordiger van Nederland in de Nederlandse Antillen, hun visie geven over dit onderwerp. Daarbij krijgt u de gelegenheid tot het stellen van vragen. Als moderator zal deze avond optreden de heer Ruben Severina, onder andere voorzitter van SPLIKA en de stichting Vrienden van Kerwin én trouw lid van de Vereniging Antilliaans Netwerk.

Locatie: Muiderkerk (naast NiNsee, Linneausstraat 37, 1093 EG Amsterdam
Aanvang: 20:00 uur. Inloop vanaf 19:15 uur
Entree: Leden gratis, niet leden 10 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
U kunt zich aanmelden via: http://www.antilliaansnetwerk.nl/aanmelding-bijeenkomst

George Struikelblok pakt uit met nieuwe expositie

door Diederik Samwel

Schilder en beeldend kunstenaar George Struikelblok opende dinsdagavond zijn nieuwe solo-expositie Lob’ mi tu tamara in De Hal aan de Grote Combéweg in Paramaribo. Wie de kans heeft, moet de komende dagen zeker gaan kijken. ‘Tru lobi’, ‘Makandra’, ‘No mek mi fadon’, ‘Lobi wan’; de titels van de nieuwe kunstwerken van Struikelblok spreken voor zich. Net als de felle kleuren en de overtuiging waarmee de kunstenaar zijn schilderijen en beelden heeft gemaakt. Maar Struikelblok laat nog meer dan genoeg aan de verbeelding over.

Bezoekers bewonderen de werken van George Struikelblok. (Foto: Ramon Keijzer)


Zo heeft hij een combinatie vervaardigd van talloze kleurige spaarvarkens rond drie gedaanten die volledig in elkaar opgaan. Of een spoor van spiegeltjes en gekleurde doppen dat leidt naar een liggende gestalte van schuimplastic. En anders een heel stel vrolijke springballonnen die op het water dansen. Dat laatste kunstwerk bevindt zich op het water bij de Ma Retraite Mall. Zoals er ook vier beelden zijn te vinden op het Onafhankelijkheidsplein. De overige nieuwe kunstwerken van Struikelblok zijn in De Hal tentoongesteld. Daar zijn de grote doeken het spectaculairst. Figuratief, abstract maar vol leven en energie. Wie goed kijkt, haalt een sociale boodschap uit de nieuwe werken van Struikelblok. Dat kinderen in liefde moeten opgroeien en niet in de steek gelaten mogen worden. Dat we stil moeten staan bij het lot van kinderen in een weeshuis. Nu, maar ook in de toekomst. Tijdens de opening geniet de kunstenaar temidden van zeker tweehonderd bezoekers van alle aandacht. Hij moest de afgelopen weken nog stevig doorwerken om alle kunstwerken te kunnen presenteren, vertelt hij. Dat viel nog niet mee omdat Struikelblok eind vorig jaar door een ongeluk in zijn atelier bijna zijn hand verloor. Twaalf hechtingen zitten erin en zijn linkerhand is nog steeds gezwollen. Nog een geluk dat hij rechts is.

De expositie van Struikelblok is nog tot en met zondag te zien in De Hal, telkens vanaf zeven uur ’s avonds. Op zaterdag wordt de speciale 3D-dansvoorstelling herhaald die dinsdagavond tijdens de opening van de expositie werd opgevoerd. Het is een intiem optreden van dansers van de Soeki Irodikromo Volksacademie voor Kunst en Cultuur, onder leiding van Dwight Warsodikromo. Ze zijn van top tot teen door Struikelblok beschilderd in dezelfde felle kleuren als de kunstwerken die hen omringen. De dansers worden begeleid door percussionist Bongo Charlie.

[uit Starnieuws, 30 maart 2011]

Verleden Aukaners duidelijk aanwezig in heden


Het verleden van de Aukaanse marrons is dwingend aanwezig in het heden. Dat stellen Bonno Thoden van Velzen (foto) en Wim Hoogbergen in het boek Een zwarte vrijstaat in Suriname. De auteurs noemen enkele voorbeelden: de manier waarop Marrons met de goudkoorts omgaan en de politieke strijd van het Jungle Commando in de jaren '80. Het goud werd aanvankelijk door Brazilianen gewonnen: "Op een gegeven moment dachten ze: 'Dat kunnen we zelf ook'. Toen zijn de Brazilianen verjaagd." De Aukaners doppen graag hun eigen boontjes: "De rivier is van ons en moet van ons blijven." Ze luisteren wel naar hun goden, die bijvoorbeeld een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het Jungle Commando, zegt Thoden van Velzen.

Vampiergedachte

Mensen van buiten laten de Aukaners niet snel toe voor onderzoek. De auteurs hebben dat ook zelf ervaren. "Ze hebben geen zin om vragen te beantwoorden en zeker niet waar anderen bij zijn." Thoden van Velzen noemt dat de vampiergedachte: als ze hun geschiedenis vertellen, dan blijven ze achter als een beroofd volk. Toch heeft een van hun eigen mensen, André Pakosie, een boek gepubliceerd over de geschiedenis van zijn volk.

Thoden van Velzen en Hoogbergen hebben doorgezet: "We kunnen niet langer wachten met het verzamelen van de orale tradities van de Marrons in het binnenland." Anders gaat de rijke geschiedenis verloren. Dat het nu door witte mensen gebeurt, maakt niet uit, zegt Thoden van Velzen stellig.

[RNW, 30 maart 2011]

Herinneringen aan Indië

Op donderdag 7 april a.s. vindt de Bijzondere Lezing Postkoloniaal Indië: geleende herinneringen en collectief geheugen plaats door prof. dr. Pamela Pattynama.

In postkoloniaal Nederland is Indië een ‘plaats van herinnering' geworden die steeds opnieuw blijkt te fascineren en te emotioneren. Indië is diep in de textuur van het nationale geheugen ingeweven. Al vanaf de 17e eeuw tot aan de dag van vandaag zijn verhalen over Indië populair. De ex-kolonie roept herinneringen op in Indische herinneringsgemeenschappen, maar ook bij mensen die nooit zelf onder de palmen hebben gewandeld. Al die Indië-beelden zijn vervuld van nostalgie, schaamte, nationale trots of een mengeling daarvan. In deze bijzondere lezing zal Pamela Pattynama ingaan op de dynamische beeldvorming rondom Indië zoals die tot uiting komt in publieke herinneringsdragers waaronder literatuur, amateurfilms, musicals, Pasar Malams, landschapskunst en strips.

Prof. dr. Pamela Pattynama is bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis, in het bijzonder Nederlands-Indië, vanwege de Stichting Indisch Herinneringscentrum Het Indisch Huis. Pamela Pattynama wordt ingeleid door haar collega Michiel van Kempen.

Datum: donderdag 7 april 2011
Toegang gratis
Tijd: 17.15 uur
Plaats: Academisch Cultureel Centrum SPUI25, Spui 25, Amsterdam
Aanmelden voor deze Bijzondere Lezing is verplicht en kan via http://www.spui25.nl/

Dansers en doeken

Dansers van de Soeki Irodikromo Volksacademie voor Kunst en Cultuur zijn beschilderd door George Struikelblok en vormen samen met één van zijn doeken een levend driedimensionaal schilderij. Gisteren was de opening van Struikelbloks solo-expositie ‘Lobí mi tu tamara’ in De Hal in Paramaribo, die tot met en 29 maart duurt.

Foto: @ Claudio Barker.

woensdag 30 maart 2011

Sleeping With the Enemy

Op woensdag 6 april a.s. spreekt de Cubaans-Amerikaanse schrijfster Ana Menéndez de Tweede Cola Debrot-lezing uit in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (klik hier voor meer informatie en het reserveren van kaarten). The New York Times besprak vorig jaar haar laatste boek, The Last War.

by Gaiutra Bahadur


The narrator of The Last War has received an anonymous letter accusing her war correspondent husband of infidelity. So, unfortunately, did the book’s author. It speaks to Ana Menéndez’s maturity — as a woman and a writer — that her novel doesn’t go where it might have. It doesn’t constitute literary payback.

Sure, it’s clear to a small, knowing circle that Brando, the character cast as a cheater, is an avatar of Menéndez’s ex-husband, Dexter Filkins, a New York Times reporter formerly based in Iraq. And yes, she does kill Brando off in a roadside bomb attack. But blowing him up only makes him a martyr to the cause of journalism, and Menéndez ultimately vindicates Brando, having a woman he had a chance to seduce tell his wife: “He was loyal to you.” The book even includes the prominent acknowledgment: “To Dexter Filkins, who showed me the whole world, my everlasting gratitude and affection.”

The details about the letter to Menéndez surfaced publicly in 2005, but barely registered beyond the small community of working journalists. So extraliterary interest goes only so far as a justification for heeding the novel, the third work of fiction by Menéndez, a former columnist for The Miami Herald. Nor is its insight into the commonplace drama of possible adultery especially acute. The narrator, Flash, is a photojournalist. She and her husband are a team, veterans of joint overseas assignments. The letter’s appearance at their home in Istanbul, where she waits before joining Brando in Baghdad, causes her to wander the city in a mawkish fog of doubt, interrogating the past.

The Last War is best when it emerges from this cloud into the clear air where Menéndez began, before her own tear-gas canister of a letter landed. She has said that the letter, arriving as she was midway through her writing, altered it radically. The novel was originally intended to evoke the macabre merry-go-round of reporters who have whirled in and out of Iraq — and, thankfully, it still does. It remains a character study of those who have found their purpose in bearing witness to bloodshed. The truth of War Is a Force That Gives Us Meaning, a book by the journalist Chris Hedges on the perverse hold of war on whole societies, resonates for them in the most immediate way. As it turns out, Flash shares this affliction with Brando. And it isn’t just a case of adrenaline addiction.

Flash’s memories keep returning to a scene that unfolded in Afghanistan, where she was on assignment with Brando. After witnessing an execution in a stadium, she saw two boys poking the ground with a stick. When she realized they were tormenting a gecko, she grabbed the stick and whacked one of the boys with it, over and over again. Her breakdown complicates the novel in welcome ways. It makes Flash’s Afghan translator — and others in her group — dislike her. It makes the reader’s feelings about her more conflicted. And it leads to an encounter that tests her own fidelity.

The scene also hints at the broken psyches that pull certain people to spectacles of violence — including a few who have risked their lives to report on the conflict in Iraq. “We were the war junkies,” Flash says, “endlessly drawn to the ragged margins where other people hated and died. It was as if we believed constant movement would deliver us finally from the disappointments of an ordinary life.” The Last War shows how that instinct can lead to dispatches about the bedroom, as well as those from the war zone.

The Last War by Ana Menéndez
225 pp. Harper/HarperCollins Publishers. $24.99

Gaiutra Bahadur reported from Baghdad for the Knight Ridder newspapers in 2005.



[uit The New York Times, June 24, 2009]

dinsdag 29 maart 2011

Max Woiski jr. overleden

De Surinaamse muzikant Max Woiski jr. is niet meer. Hij overleed op 23 maart in het bijzijn van naaste familie in zijn woonplaats Alkmaar in Nederland. Max Woiski jr. (1930) is vooral bekend geworden door zijn onvergetelijke hits als Je bent nog niet gelukkig met een mooie vrouw en Rijst met kouseband en verdween na een carrière van ruim dertig jaar in de anonimiteit.

Pas in 2011 laat hij weer volop van zich horen naar aanleiding van het verschijnen van een cd- en dvd-verzamelbox, uitgebracht ter ere van Max Woiski junior en senior. Met deze box, Ritmo Tropical, wordt de glansrijke carrière van zowel vader als zoon in beeld en geluid gebracht. Het afscheid van Max Woiski jr. heeft op zijn uitdrukkelijke verzoek in besloten kring plaatsgevonden.

Max René Valentino Mackintosh (Paramaribo, 13 mei 1930), beter bekend onder zijn artiestennaam Max Woiski jr, was een zanger en gitarist van Surinaamse afkomst.
.


Het repertoire van Max Wolksi sr. enMax Wolksi jr werd onlangs gebundeld uitgebracht.


Hij is de zoon van Max Woiski sr. Woiski jr. speelde met zijn orkest voornamelijk in zijn eigen club La Tropicana in de Leidsedwarsstraat in Amsterdam en was rond 1970 veel op de radio te horen. In zijn orkest zaten de Surinamers Raul Burnett (conga's), Steve Boston (timbales), Johan 'Groentjie' Groenberg (percussie) en de Nederlanders Jan Jacobs (bas) en Ronald Langestraaten (piano).Ze speelden voornamelijk Zuid-Amerikaanse muziek. Na een zakelijk conflict verlieten Boston, Burnett, Groenberg en Jacobs de band en richtten zij Ritmo Natural op. Met Hans Dulfer namen ze drie lp's op.

[uit de Ware Tijd, 29/03/2011]

Lisibeti Sings Negro Spirituals

door Rosita Leeflang

Het moet een avond gaan worden vol mooie muziek en een reis van Afrika via Suriname naar de Verenigde Staten. Een avond waarbij de verhalen en verworvenheden van sterke vrouwen als de Afrikaanse Harriet Tubman, de Surinaamse Ma Es en de Amerikaanse Mahalia Jackson voorbijkomen. Lisibeti Sings Negro Spirituals wordt komende vrijdag door Liesbeth Peroti opgevoerd in de Grote Stadskerk.

“Het is niet mijn idee om dit te doen”, vertelt zij aan de Ware Tijd. “Vorig jaar heb ik het stuk in Nederland opgevoerd. Een echte anitri [EBG-er...red.] zag dat en vroeg of ik het wilde opvoeren in verband met 275 jaar EBG in Suriname, omdat het een leuke activiteit is voor de gemeenschap.”
.

Liesbeth Peroti tijdens een van haar muzieklessen. Komende vrijdag brengt zij de gasten in de grote stadskerk via woorden en muziek op reis.


Het is die persoon, die niet nader bij naam genoemd wil worden, die de opvoering heeft voorgefinancierd en het voorstel heeft gedaan aan de hoogste autoriteiten binnen het kerkbestuur. Zij op hun beurt vonden het een leuk idee. “Maar voor de rest heeft de kerk er niets mee te maken”, benadrukt Peroti. “Het is een geste geweest, waarbij er van onze kant procedurele fouten zijn gemaakt en wij de productie niet op 02 april, maar op 1 april zullen opvoeren. Het is een bijzondere dag, law man dei, en wij zullen de mensen in positieve zin gek maken met de productie”, zegt Peroti lachend.

Lisibeti Sings Negro Spirituals is een muziektheaterstuk, waarin er pianomuziek wordt gespeeld en er wordt geacteerd. Het stuk vertelt via een monoloog het verhaal van een jonge vrouw uit Afrika, die via Suriname naar de Verenigde Staten gaat. Het verhaal zit in de negro spirituals, die in Suriname sokopsalm worden genoemd. “Een sokopsalm werd in het verleden gezongen voor familie die gedoopt is. Ze zijn dan ook voor een groot deel gebaseerd op Bijbelse teksten, terwijl ze niet helemaal Bijbels zijn bedoeld. Het is in de songs duidelijk te horen dat alle hoop en blijdschap refereert naar Afrika of naar de verlangens naar de ouders.”

Peroti gebruikt een digitale piano tijdens de voorstelling. Het stuk is geen concert, alhoewel er heel veel wordt gezongen. Ma Es (Esseliene Fabiesmeer 1926 – 2008), Mahalia Jackson (1911 – 1972) en Hariett Tubman (1822-1913), die tijdens de slavernij velen heeft helpen vluchten, hebben een centrale plaats in het verhaal. “Het is goed dat mensen weten dat de religieuze nummers werden gezongen, omdat mensen verlangden naar de goedheid van Afrika. Zij hebben er strijd geleverd om niet weg te gaan.”

Nog een reden waarom het zeker de moeite waard is om deze productie te zien, is de mooie zang en de kerkklassiekers die bijvoorbij komen. Gekozen is voor de Grote Stadskerk, mede vanwege het prachtige decor. De productie duurt twee keer 40 minuten en wordt beëindigd met een bijdrage van het Mannenkoor Harmonie. Het stuk is geschreven en geregisseerd door de Nederlandse Lamara Bronne, die haar oorsprong in Suriname heeft. Lisibeti Sings Negro Spirituals wordt vrijdag 1 april eenmalig opgevoerd in de Grote Stadskerk, om 20.30 uur.

[uit de Ware Tijd, 29/03/2011]

Appreciating Gandhi Through His Human Side


by Hari Kunzru


Few figures seem more remote from contemporary India than Mohandas Karamchand Gandhi, the Mahatma, or “Great Soul,” who spearheaded the struggle for independence. Gandhi’s beloved rural poor figure only intermittently in the consciousness of a country now focused on call centers, software entrepreneurs and movie stars. In the cities the Gandhian ideals of service, self-denial and universal uplift have been drowned out by the aggressive nationalism and shiny consumer culture of India’s urban boom.

Further reading, click here

[from The New York Times, March 29, 2011]

Vijfentwintig jaar ‘dWTL’: een verhalenwedstrijd!


De Ware Tijd Literair bestaat dit najaar 25 jaar en organiseert een verhalenwedstrijd.

Hoe gaat alles in zijn werk bij deze verhalenwedstrijd?

A. De deelnemers:
- iedereen mag deelnemen aan de wedstrijd, ongeacht leeftijd, woonplaats of nationaliteit;
- wie dat wil, mag meer dan één verhaal inzenden.
B. De verhalen:
- de verhalen mogen niet eerder gepubliceerd zijn;
- de taal van de verhalen is het Nederlands;
- een verhaal mag maximaal 2000 woorden bevatten.
C. Het inzenden:
- bij het verhaal zelf vermeldt de inzender zijn of haar naam niet. Boven het verhaal staat een odo of motto, die of dat ook op de enveloppe staat waarin het verhaal wordt ingeleverd. In die enveloppe bevindt zich dan een andere, gesloten enveloppe waarin een vel papier met de naam van de inzender, het adres, het e-mailadres en telefoonnummer(s). De inzending geschiedt op twee manieren: via een digitale versie, met odo/motto en naam, naar ons speciaal daarvoor ingestelde e-mailadres: verhalenwedstrijddwtl@hotmail.com én in de bovengenoemde enveloppe, in te leveren bij de hoofdredactie van ‘de Ware Tijd’ aan de Malebatrumstraat te Paramaribo;
- deadline:15 augustus 2011.
D. De jury en de uitslag:
- de jury bestaat uit drie deskundigen die alle ingezonden verhalen persoonlijk zullen lezen en gezamenlijk zullen bespreken wie de prijswinnaars zijn;
- de jury zal twee prijswinnaars aanwijzen;
- de uitslag zal gepubliceerd worden in het jubileumnummer van ‘de Ware Tijd Literair’ op zaterdag 5 november 2011.
Wie deel wil nemen aan de wedstrijd en nog meer informatie wil hebben, kan dat vragen op het e-mailadres van ‘dWTL’: verhalenwedstrijddwtl@hotmail.com Wij zullen in de komende maanden regelmatig schrijftips geven! Doe mee aan de wedstrijd, schrijvers, debuterende schrijvers, studenten van de Schrijversvakschool… iedereen die boeiende ideeën in zich meedraagt om te verwerken tot een verhaal: SUCCES!
.


Illustraties: Halina Jaworski, Book-bridge

KidzTori, een nieuw kwartaalblad

door Cobi Pengel

Twee orthopedagogen en een in het onderwijs ‘verdwaalde’ marketeer, zoals zij zichzelf noemen in de inleiding, namen het initiatief voor het tijdschrift Kidz Tori, waarvan de eerste uitgave in maart verscheen. Op de kleurrijke, aantrekkelijke cover staat duidelijk de doelgroep vermeld: ‘Voor opvoeders van kinderen van 0-18 jaar’. Deze doelgroep komt in KidzTori ruimschoots aan zijn trekken bij het lezen van de vele informatieve artikelen en het bekijken van de prachtige foto’s. Het enthousiasme van de makers spettert de lezer tegemoet. De overzichtelijke inhoudsopgave vermeldt maar liefst vijftien vaste rubrieken, met daarnaast andere, variabele artikelen. Het blad telt ruim 60 pagina’s boordevol KidzTori. Er zijn artikelen over baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en tieners. Ook zwangerschap en wat een echtscheiding met een kind kan doen komen aan bod. Er is een bezoek gebracht aan een basisschool, wat een artikel met een interessante inhoud heeft opgeleverd. In deze editie is het de OS Clevia waar men een kijkje genomen heeft. Suggestie: ook eens een kijkje nemen bij een school in het binnenland of bij een school waar de zaken minder succesvol verlopen. Voor enkele specifieke artikelen zijn deskundigen geraadpleegd (de dokter, tandarts, de verloskundige, de diëtiste). Nergens kom ik ‘belerende’ woorden tegen, slechts aantrekkelijk gepresenteerde, gemakkelijk leesbare, meestal herkenbare informatie. Ik ben het roerend eens met bijvoorbeeld het grote belang van consequent zijn bij het opvoeden, idem met het sterk afkeuren van het bang maken van jonge kinderen met ‘boeboelaas’, ‘een man’, ‘de dokter’ en meer van dergelijke voor een kind enge figuren. Mijn verbazing spreek ik uit over de ‘wijsheid’ van een leerkracht die een moeder het advies gaf haar kind ’s ochtends voor het naar school gaan liever niet te laten ontbijten, omdat het kind anders in de pauze zijn brood niet eet! Gelukkig wordt dit verkeerde advies door de diëtiste duidelijk weerlegd. Heel leuk is de aandacht die in de vaste rubriek ‘Lekker Lezen’ wordt besteed aan enkele aanbevolen leesboekjes. Het prachtige, uitgebreide naslagwerk Lees je wijs, uitgegeven door de Stichting PCOS, werd hiervoor geraadpleegd. In deze editie van KidzTori worden bijvoorbeeld aanbevolen Popki patu deel 1 en 2 van Orlando Emanuels.

KidzTori ziet er prachtig uit en leest prettig. Het zal echter vermoedelijk vooral, misschien wel uitsluitend, gelezen worden door het deel van de doelgroep dat de bovenlaag van onze maatschappij uitmaakt, om de simpele reden dat het deze groep is die zich het meest zal kunnen identificeren met de inhoud en de erbij behorende foto’s. Misschien kan deze opmerking bij het samenstellen van de volgende edities worden meegenomen en de doelgroep worden uitgebreid. KidzTori is ongetwijfeld een aanwinst ‘voor opvoeders van kinderen van 0-18 jaar’ en andere geïnteresseerden.

Annelot Hahn-Themen, Cindy Lalay-Cederburg & Vanda Koorndijk-Kernizan (redactie), Edme Koorndijk (vormgeving): KidzTori, jrg. 1, nr. 1 . Paramaribo: Kompas Publishing, maart 2011.

De winst van een slavenmaatschappij

door Deryck J.H. Ferrier MSc.

Voor de hedendaagse discussie met betrekking tot vereffening van de ereschuld aan de nabestaanden van de tot slaaf gemaakten als gevolg van het kolonialisme, is er onder meer een duidelijk beeld nodig van de baten en de kosten van het koloniaal proces. Noodzakelijk voor de discussie zijn de bevindingen betreffende de wijze waarop de verschillende elementen van koloniale activiteiten met elkaar verbonden zijn, en wat zij in financieel opzicht voor en met elkaar hebben betekend voor de betrokkenen in het proces. Daartoe behoren slavenhandelaars, plantage-eigenaren en andere slavenexploitanten, financiers, handelaren en kooplieden die zich ten koste van dwangarbeid verricht door ontmenste slaven hebben kunnen verrijken. Met op de achtergrond daarvan het aandeel uit de opbrengsten van koloniale exploitatie dat de Staat zich kon toeëigenen middels inning van reguliere belastingen. Belastingheffingen op kapitaal dat verkregen werd door dienstverlening aan en handel in goederen voortgebracht door de kolonie. Daartegenover komen natuurlijk ook de kosten te staan die de Staat heeft moeten maken om het koloniaal proces en de onderdrukking in de koloniale gebieden mogelijk te maken en in stand te houden.
.

De kern van de studie is zoals Zunder zelf in de proloog van het boek zegt: ‘... het inzichtelijk maken van de aard en omvang van de economische aspecten van het kolonialisme in Suriname. [...] Wat heeft Nederland in de loop van drie eeuwen plantage-economie van de kolonie Suriname gemaakt?’ En elders: ‘Wat hebben de slavenhandel en de kolonie Suriname in de loop van drie eeuwen de Nederlandse belanghebbenden opgeleverd?’
De studie van Armand Zunder, Herstelbetalingen, was gericht op het verkrijgen van objectief zicht op de ontwikkeling en kwantificering van kosten en baten. Die zijn essentieel om te kunnen begrijpen hoe de diverse actoren van het kolonialisme voordeel hebben kunnen trekken uit de slavenhandel, de exploitatie van plantages middels slavenarbeid, de verhandeling van aldus voortgebrachte goederen en het daarmee samenhangend economisch dienstbetoon.
Zunder beschrijft in grote lijnen hoe het kapitaal dat in Suriname werd voortgebracht, emigreert van de kolonie naar het land van de kolonisator. Hij gebruikt hiervoor beschrijvingen en cijfers en een methode van realistisch redeneren die in wetenschappelijk opzicht als volstrekt aanvaardbaar wordt erkend.Het interessante van Zunders werk is dat er veel verwijzingen zijn naar officiële en wetenschappelijk degelijk onderbouwde studieresultaten van anderen, die hij combineert met zijn eigen bevindingen. Daardoor onstaat uiteindelijk een logisch opgebouwd betoog, met een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing, dat zich gemakkelijk laat lezen en begrijpen. Gecombineerd met de gekwantificeerde resultaten van zijn eigen onderzoek naar de kapitaalstromen, komt een venieuwend inzicht tot stand met betrekking tot de aard en de omvang van de bijdragen van de kolonie Suriname aan de materiële welvaart van zowel de stad Amsterdam als de provincie Zeeland in de periode van de Verenigde Provinciën, en na 1815 van de Staat der Nederlanden.Juist omdat Zunder zijn bevindingen spiegelt aan de conclusies van anderen die zich een beeld hebben proberen te vormen van de economische betekenis van koloniale slavenmaatschappijen voor de Europese kolonisatoren, zijn de uitkomsten van zijn studie opvallend en origineel. Bovendien geeft de wijze waarop hij zijn afwijkend standpunt illustreert - middels kwantitatieve data met betrekking tot de financieel-economische betekenis van Suriname voor de kolonisator - meer rechtvaardiging aan zijn conclusies, vragen en twijfels over de wetenschappelijke correctheid van de bevindingen en opvattingen van andere auteurs die vaak lijnrecht tegenover zijn eigen conclusies staan. (Het betreft, onder meer, werken van auteurs als J. Wolbers, R.A.J. van Lier, R.M. Nanan Panday, P. Emmer, J. van der Voort, G. Oostindie, A. van Stipriaan, A. van der Woude en H. van der Kuilen).
.
Is Suriname een verlieslatend wingewest geweest voor Nederland? - zoals door de voornoemde auteurs vaak wordt beweerd. Zunder is van mening dat er voor een oordeel over de vermeende armlastig-, verlieslatend- en geldverslindendheid van de kolonie Suriname in de eerste plaats gedegen studie gemaakt behoort te worden. Een studie van de reële waarde van de vanuit Suriname aangevoerde goederen op de Amsterdamse markten enerzijds, terwijl er anderzijds gelijktijdig een objectieve analyse behoort te worden gemaakt van de betalingen voor door Nederland aan de kolonie geleverde goederen en diensten.
In een dergelijke analyse dient vooral aandacht besteed te worden aan de controle die door kooplieden-bankiers en andere financiële hoogwaardigheidsbekleders werd uitgeoefend op de geld- en goederenstromen in beide richtingen, én aan de voordelen die zij middels deze controle-uitoefening door de jaren heen hebben genoten.
In zijn boek geeft de auteur de databronnen en de systematiek aan die voor een dergelijke benadering in overweging genomen kunnen worden. En hij doet voor hoe deze benadering in de praktijk uitwerkt. Met zijn bevindingen als grondslag bestrijdt Zunder effectief en overtuigend de gevestigde opvattingen over de geldverslindendheid van de kolonie Suriname. Gevestigde opvattingen die het onder meer doen voorkomen alsof Suriname als verlieslatende entiteit de Staat der Nederlanden en zijn staatkundige voorgangers altijd veel meer geld heeft gekost dan het voor hen heeft opgebracht.
Zunder komt tot de conclusie dat de instandhouding van de kolonie Suriname nimmer een last kan zijn geweest voor de schatkist van de kolonisator.Met een hele serie cijferreeksen betreffende de omvang en de waarde van de goederenproducties door Suriname aan Europa geleverd, bewijst hij het tegendeel. Hij toont aan dat, zelfs indien de goederenstromen van de slechtste jaren worden gekapitaliseerd - zonder de normale door Stad en Staat geheven belastingen - de staatsontvangsten uit door Suriname voortgebrachte kapitaalgoederen op jaarbasis altijd aanzienlijk groter zijn geweest. Groter dan de middelen die de Staat der Nederlanden en Nederlandse ondernemers hebben besteed aan de kolonie, in de vorm van investeringen, subsidies, administratie- en defensiekosten.
.De meeste zogenaamde gezaghebbende auteurs hebben volgens Zunder nooit grondig en structureel naar de migratie van kapitaal gekeken. Deze auteurs hebben verder de indruk gewekt dat na de Amsterdamse beurscrisis van 1773 de export van de plantageondernemingen zo goed als tot stilstand zou zijn gekomen. Dit is beslist niet juist. De kolonie bleef grondstoffen produceren voor export naar Nederland, maar de plantages ontvingen steeds minder voor de producten. De slaven kregen uiteraard niets terug voor de van hen afgedwongen arbeidsinzet.
In de periode 1683-1940 is er volgens Zunders berekeningen in totaal voor meer dan 1.7 miljard aan migratie van kapitaal in de vorm van import van grondstoffen, in Nederland terechtgekomen. De kapitaalmigratie in de periode 1683-1773 bedroeg - volgens Zunder - het equivalent van circa 600 miljoen Nederlandse guldens en in de periode 1774-1939 het equivalent van circa 1.1 miljard. De bestedingen van Nederland aan de kolonie Suriname in de voornoemde perioden blijken tezamen slechts een fractie te bedragen van de belastingontvangsten die opgestreken werden uit de verhandeling van de uit Suriname geleverde goederen.
.Nederland heeft ook in de periode voor 1667 een groot aandeel gehad in de aanvoer van slaven naar het tegenwoordige Brazilië. De West-Indische Compagnie (WIC) had haar koloniale activiteiten in die periode hoofdzakelijk op Noordoost-Brazilië en West-Afrika gericht, en niet op Suriname. Er zijn aantoonbaar heel wat Nederlandse ondernemers en ondernemingen - vooral rederijen en kooplieden-bankiers - geweest die in die periode en de jaren daarna actief betrokken zijn geweest in de lugubere slavenhandel, die hun enorme winsten heeft opgeleverd.
De omvang van deze winsten kan volgens Zunder globaal op enkele miljarden guldens worden geschat. Naar hedendaagse opvattingen over de verwerpelijkheid van de slavenhandel, zou het vorengestelde al meer dan voldoende aanleiding kunnen vormen voor ‘Wiedergutmachung’ in de vorm van materiële compensatie aan de nazaten van de tot slaaf gemaakten, voor het leed dat hun voorouders werd aangedaan.

Mede vanwege de nauwkeurige beschrijving van de uitgangspunten die essentieel zijn om de context te kunnen begrijpen waarbinnen het koloniaal proces zich heeft voltrokken, kan het werk van Zunder als een ideaal referentiedocument worden aanbevolen. Aan historici, journalisten, studenten en anderen die zich om welke redenen dan ook willen verdiepen in de financiële, economische en sociale aspecten van de slavernij, slavenhandel en koloniale producties. En dan met name de suiker-, koffie-, cacao- en katoenproducties van Suriname en hun betekenis voor de Nederlandse economie en welvaart in de periode tussen 1700 en 1940.
Het is wellicht aanbevelenswaardig om het ‘Zunder rekenmodel’ - meer gedetailleerd uitgewerkt - in een aparte publicatie uit te geven, om het ook voor anderen hanteerbaarder te maken in studies die betrekking hebben op procedures voor de identificatie van de kapitaalwaarden van goederen- en dienstenproducties.

De inhoud van Zunders Herstelbetalingen biedt naast een alleszins relevante kwantitatieve grondslag ter rechtvaardiging van de claim tot ‘Wiedergutmachung’, ook een objectieve referentie voor de inschatting/vaststelling van de omvang van de eventuele herstelbetalingen aan de gemeenschappen van nabestaanden van enkele honderdduizenden tot slaaf gemaakte Afrikanen en tienduizenden onderbetaalde Aziatische contractarbeiders, voor de dwangarbeid in de loop van 196 jaren verricht.
Met de gebundelde presentatie van zijn studieresultaten heeft Zunder zonder twijfel zijn doel bereikt, namelijk te komen tot rechtvaardiging van claims tot ‘Wiedergutmachung’; door middels systematische en kwantitatieve analyse de economische en financiële implicaties van het kolonialisme voor Suriname en de in Suriname tewerkgestelde slaven zowel cijfermatig als structureel inzichtelijk te maken. En hij verdient daarvoor een waardig compliment.

Armand Zunder, Herstelbetalingen. De “Wiedergutmachung” voor de schade die Suriname en haar bevolking hebben geleden onder het Nederlands kolonialisme, 495 pp. Den Haag: Amrit, 2010. ISBN 978- 90-74897-55-6
Naschrift: Jammer dat zo’n belangrijke studie slecht tot boek gebonden is. Bij intensief gebruik raakt het binnenwerk los van het omslag. Heel jammer! [- Red. ‘dWTL’]

‘Onafhankelijkheid bestaat niet’

door Sharina Henriquez

Aruba jubileert dit jaar 25 jaar Status Aparte en op 18 maart wordt dit gevierd én tevens dat het eiland op deze dag 35 jaar een eigen vlag en volkslied heeft. Cultureel Aruba is hier druk mee en deze week verschijnt als een van de eerste publicaties de nieuwe gedichtenbundel Bos pa planta van de Arubaanse schrijver Quito Nicolaas.
.

Het is amper een paar maanden geleden dat Nicolaas ook al in beeld kwam met zijn Nederlandstalige roman Verborgen Leegte over een vrouw op zoek naar haar identiteit

en onafhankelijkheid. Nicolaas die in Nederland woont, is deze maand echter vooral op Aruba te vinden voor zijn bundel, die overigens gedichten bevat die hij onder meer tussen 2000 en 2005 publiceerde in de kranten ter viering van 18 maart. En ook het gedicht ‘Ontheemd’ staat er in wat eerder als openingsgedicht in de bundel vanwege het 50-jarige bestaan van het Statuut door het ministerie van Binnenlandse Zaken in Nederland werd uitgegeven. “Dit gedicht heb ik weer gekozen omdat het heel veel zegt in eenvoudige bewoordingen. Het zal typerend zijn, want we gaan nu na deze 25 jaar een nieuwe fase in als Aruba”, vertelt Nicolaas de Amigoe. Dat geldt ook voor een ander gedicht uit de bundel getiteld ‘Steen’, dat volgens hem over de toekomst van Aruba gaat. Namelijk die van een ‘echtscheiding tussen Nederland, Aruba en Curaçao. “In dit verband is een steen gebruikt als symbool voor die eilanden en je ziet heel duidelijk die grotere stappen van de grote broer aan de zuidkant.” De schrijver is vrij resoluut wat het komende kwart van deze eeuw Aruba staat te wachten, wat hij ook in zijn nieuwe bundel als commentaar heeft opgenomen. “Ik geloof zeker dat we in komende 25 jaar afscheid van elkaar moeten nemen, of Nederland van Aruba en Curaçao of andersom. En dan zal zich de situatie voordoen dat we min of meer worden gedwongen op eigen benen te staan, waarmee we toch niet echt blij zullen zijn, met dat bewuste moment. Vandaar die teneur in dit dedicht.”

“Als je terugkijkt, 50 jaar geleden, zijn heel veel landen in Azië, Zuid-Amerika en het Caribische gebied onafhankelijk geworden. Maar 50 jaar later beseffen zij pas dat zoiets als onafhankelijkheid niet bestaat. Dat door de verwevenheid van de economieën met elkaar, je niet zonder elkaar kan. En ook al zouden de eilandbewoners het zelf niet willen, dan is het wel Nederland”, zegt de auteur. “Het klimaat is daar ook aan het veranderen dat ik ook niet uitsluit dat er een bepaald moment komt van tot hier en niet verder.”

En Nicolaas kan het allemaal goed volgen. Vanuit Nederland dus waar hij woont, maar waar vandaan hij nog sterk in verbinding staat met zijn geboorte-eiland. “Het is bovendien toch schrijvers eigen dat je in twee werelden leeft. In die zin zit ik fysiek in Nederland, maar mentaal maak ik alle ontwikkelingen hier mee.” Net als hoofdpersoon Maureen in zijn roman

Verborgen Leegte

Ook hij kwam evenals haar in de jaren zeventig naar Nederland om te studeren. Het autobiografische zit er soms zelf zo sterk in dat Maureen die in het boek vlak voor vertrek naar Nederland het erf van de pastorie schoonmaakt om zo een abonnement op Time en Newsweek te kunnen nemen om alvast wat meer wereldwijs te worden, in feite een werkelijke ervaring van Nicolaas is. “Maar iedere auteur schrijft nu eenmaal over dingen dicht bij zichzelf.”

De schrijver vertelt dat hij van 8 tot 13 maart op Curaçao zal zijn om niet alleen zijn nieuwe dichtbundel maar dus ook Verborgen Leegte te presenteren. Zo is hij er uitgenodigd door Fundashon pa Planifikashon di Idioma voor een debat over auteurs die vrouwelijke personages in hun romans gebruiken. “Ik ben zelf ook benieuwd wat er naar voren komt. En ik heb zo mijn eigen percepties over het opvoeren van personages, maar wat ik het publiek in elk geval wil meegeven is dat we op een kruispunt staan. Dat er meer proza gecreëerd moet worden, maar ook van een bepaald gehalte. Dus niet iedere keer weer over de gebeurtenissen van 30 mei bijvoorbeeld, maar wel over een zijstraatje daarvan. Of meer over de geschiedenis van het eiland Curaçao.”

Historische roman

Nicolaas houdt een sterk pleidooi voor historische romans. “Ik heb in 2009 deelgenomen aan een symposium over historische romans en toen ook al in mijn toespraak de toehoorders voorgehouden dat we best op een andere manier met de werkelijkheid om kunnen gaan. Meer op de Zuid-Amerikaanse toer. En op het eind van mijn verhaal bracht ik naar voren dat je het in ons geval in de Antilliaans/Arubaanse literatuur niet steeds weer over 30 mei 1969 moet hebben, maar ook over andere aspecten van onze geschiedenis. Neem maar de rol en functie van de gouverneurs in die tijd, daar kan je een prachtig verhaal van maken. Zo zijn er veel meer dingen, ook op Aruba, om dat op papier te krijgen. Ik vind het in die zin belangrijk dat het publiek kennis gaat nemen van hoe men in een bepaalde tijdsperiode heeft geleefd. En dat kan nu dus ook gelden voor de afgelopen vijftig jaar. Dat je dan bijvoorbeeld een roman schrijft die zich afspeelt in de jaren 50. Mijn roman speelt zich af in de jaren 60/70. Het is mijn bedoeling om hierna ook met een nieuwe roman te komen die zich in een latere tijdsperiode afspeelt.”

In Verborgen Leegte wordt vooral de geschiedenis van de migranten in San Nicolas verhaald. Niet geheel toevallig. Nicolaas is afkomstig uit San Nicolas. “Het ging er mij om dat er heel weinig over de komst van de migranten is geschreven. Dus ik dacht, verrek, daar ga ik dan over schrijven. Want ik ben opgegroeid met de migranten, had er schoolvrienden en trok dus met ze op. En in dat verband was het vrij gemakkelijk om erover te schrijven. Het was mijn dagelijks gebeuren wat ik voor mij zag gebeuren.” Nicolaas ziet dus graag meer historische romans omdat deze iets vertellen van onze eigen geschiedenis. “Maar het wordt anders ingevuld. Al die andere romans die we gepubliceerd hebben, die zijn nu gedateerd. Ze behandelen een bepaald thema, dat had ook anders gekund.”

Nederlands

Hij ziet ook graag dat zijn collega-schrijvers meer in het Nederlands publiceren. Hoewel het voor Nicolaas zijn eerste Nederlandstalige roman is, heeft hij wel al eerder werk gepubliceerd in het Papiaments. “In 2004 heb ik mijn eerste roman geschreven, een Papiamentstalige, die was snel uitverkocht. En toen heb ik mij voorgenomen om een roman in het Nederlands te schrijven. De Nederlandstalige Arubaanse literatuur is heel dun gezaaid. Je merkt op Aruba vergeleken met Curaçao een grote aversie op tegen het Nederlands. Van de andere kant zeg ik, willen wij herkenbaar zijn en blijven binnen het Koninkrijk, dan moeten wij ook een bijdrage leveren aan wat ik dan reisliteratuur of Koninkrijksliteratuur noem. Jammer genoeg merk ik dat van Arubaanse kant dat nog heel weinig gebeurt.” In december bij de boekpresentatie van Verborgen Leegte wees hij daar ook al op. Nicolaas vindt dat Antilliaanse en Arubaanse auteurs namelijk ook over de schutting heen moeten kijken. “Dus niet altijd binnen de grenzen van Aruba en Curaçao denken en schrijven. Dat vind ik belangrijk. Of dat betekent dat mijn collega-auteurs op Aruba dat ook gaan doen, dat betwijfel ik. Misschien is dat meer iets voor de nieuwe generatie schrijvers. Want voor de huidige generatie zal het Jacques Thönissen blijven, Joan Leslie en ik.”

El Show

“Ongeacht de taal”, zegt Nicolaas tot slot, “is de productie van Arubaanse auteurs sowieso niet om over naar huis te schrijven.” Hij verklaart dat vooral aan het fenomeen ‘El Show’ dat op Aruba waart. “Bijna alles draait hier om show. Ook bij mijn collega-schrijvers en dichters. Je ziet ze eerder zich in de kranten manifesteren of op een foto dan dat ze keihard werken aan een volgende publicatie. Dat zegt heel veel over onze gemeenschap, dat glamourgedoe of overal aanwezig willen zijn. Maar als ik kijk naar het productieritme van mijn collega’s dan is dat vrij laag.” In 1986, dat geeft Nicolaas ook in het voorwoord van zijn nieuwe bundel aan, kende Aruba nog een explosie van literair werk. “33 Boeken werden er uitgegeven en in 2008 was er een vergelijkbare explosie vanwege het Culturele Jaar. Maar in de periode daar tussenin is het heel beschamend en afgelopen jaar ook. Hooguit vier boeken zijn er toen verschenen. Ik ben nu geloof ik ook de eerste die voor 25 jaar Status Aparte met werk komt. Wat ook weer zegt dat men er op het eiland vanuit historisch besef niet echt mee bezig is.”

[uit Amigoe Ñapa, 12 maart 2011]

Quito Nicolaas - Steen

Hoe ver, kan ik je werpen
dat je 'n boog maakt
zo groot als een regenboog.
Daar waar je neerkomt
aan de andere kant
van de straat, ver van mij
vandaag als 'n blikseminslag.
Al die voetstappen over je
heen zonder enig medelijden
de verwonding, pijn en leed
die ze jou aandoen.
Groter word je niet tussen
al dat puin in een ander z’n tuinsnakkend naar die tijden
om niet te verzuipen.
Jouw ogen stralen nog,
als die ene dag
toen ik je tegenkwam
jou in bescherming nam
tegen al dat gevaar.Tussen losse munten,
sprak je innige woorden
die mij zijn bijgebleven;
“Geef mij 'n nieuw leven,
werp mij heel ver.”


[Uit Bos pa planta, 2011]
.



Foto: @ Carlos E. Tramm

Suriname Wereldatlas

Waren er voorheen wereldatlassen met hooguit één bladzijde voor Suriname en de Cariben, de nieuwe wereldatlas Suriname wereldland besteedt 70% van de inhoud aan Suriname en het Caribisch gebied. Deze volwaardige wereldatlas is bedoeld voor gebruik op school, maar natuurlijk ook voor thuis en op kantoor. . De atlas begint in Suriname en bouwt een beeld op van de wereld steeds verder weg vanuit de eigen omgeving. Centraal in de atlas staat Suriname, dat is ook de eigen omgeving voor de Surinaamse leerling. Op de foto's en de districtskaarten kan ieder het gebied herkennen waar hij of zij woont. In het tweede deel van de atlas wordt het Caribisch gebied gedetailleerd, tot de kleinste eilanden, behandeld. Daarna volgen Zuid- en Noord-Amerika. Steeds verder weg van Suriname volgen Europa, Afrika, Azië en de rest van de wereld. Met 240 kaarten in prachtig heldere kleuren, integratie van historische kaarten, aparte districtskaarten, actuele onderwerpen, thematische kaarten en satelietbeelden.

Landsmeer: Hebri
166 pagina's hard cover 247 x 340 mm € 75,- (SRD 337,50)
ISBN: 978-90-74699-03-7

Onbegrip, onkunde en onvermogen

Anton de Kom draait zich om in z'n graf

Eindelijk is het dan zover, de olifant heeft een muis gebaard. Was het voor de vorige regering (te) moeilijk om een opvolger als voorzitter van het bestuur van de AdeK te benoemen voor Gregory Rusland toen deze minister werd benoemd in het laatste kabinet Venetiaan, voor de regering Bouterse was het evenmin makkelijk om een nieuwe voorzitter te vinden en benoemen. Feit is, de Anton de Kom Universiteit van Suriname heeft dan eindelijk een nieuw en volwaardig (?) bestuur.

Dat vraagteken staat daar niet zómaar, want om te beginnen is dat nieuwe bestuur letterlijk ‘in elkaar geklungeld’ om -zoals de landelijke mores dat nu eenmaal willen- randfiguren van verschillend etnisch- en partijgeloof te accomoderen, in plaats van benoemingen op grond van bewezen capaciteiten. Dat laatste is zéker bij zo’n specifiek instituut als de universiteit geen overbodige luxe, hoezeer de regering Bouterse het daarmee ook oneens is. De voorzitter móest en zóu geliëerd zijn aan Pertjajah Luhur, maar die partij moest eindeloos zoeken alvorens een door haar capabel geachte figuur te kunnen nomineren. Verder moesten alle bestuursleden naar de inmiddels al eeuwenoude mode van de dag uiteraard NDP- en Bouterse-‘angehaucht’ zijn. De meest opvallende exponent daarvan is opportunist Henry Ori, die na lang en onzeker politiek geploeter eindelijk ‘op z'n plaats’ is gevallen.

Maar dat is niet alles. Het vraagteken strekt zich veel verder uit, want de eerste uitlatingen van de zijde van het nieuwe bestuur zijn -op z'n zachtst gezegd- zonder meer ontmoedigend te noemen. Het begon uiteraard met Minister Raymond Sapoen van Onderwijs en Volksontwikkeling, die bij de installatie van het nieuwe bestuur sarcastisch constateerde dat het oude bestuur een goede basis achterlaat, want er zijn “problemen en uitdagingen die met veel inzet aangepakt kunnen worden.” Verder kon Sapoen het niet laten een grote vlucht vooruit te maken met de aankondiging van plannen binnen de regering tot de oprichting van een ‘Open Universiteit’. En alsof dat nog niet genoeg was, liet hij weten dat er een Nationale Raad voor Wetenschap en Technologie komt en dat het Bureau voor Wetenschap, Onderwijs en Onderzoek zal worden gerehabiliteerd. Alsof het ‘runnen’ van een universiteit nog niet moeilijk genoeg is!

Dat runnen van de universiteit -en de capabiliteit van de voorzitter daarbij- werd al onmiddellijk verdacht door het ‘statement’ van de zojuist benoemde voorzitter Ryan Sidin: “dat de universiteit zoveel als mogelijk moet trachten de subsidie van de overheid af te bouwen en de instelling moet transformeren naar een prestatiegericht bedrijf.” Verder zou er een overstap moeten worden gemaakt naar subjectsubsidie (waarschijnlijk bedoelt hij projectsubsidie), waarbij vooral gedacht moet worden aan het verstrekken van volwaardige studiebeurzen aan studenten. De wat ze hier zo graag ‘nieuwbakken’ voorzitter noemen denkt dat een belangrijk deel van de inkomsten gehaald kan worden door hier buitenlandse studenten te accomoderen, waartoe de Masterprogramma’s zich uitstekend zouden lenen. Hoe onnozel een mens kan zijn. Maar even onnozel zijn de media, die al dit ‘geblaat’ klakkeloos en kritiekloos neerpennen, zo van “zoek het maar uit".

Het is zonneklaar dat Sidin en zijn medebetuurderen niet weten of niet willen weten waaraan zij beginnen. De AdeK is een universiteit die die naam niet waard is, het is een onderwijsinstituut dat hooguit te vangen is onder de term ‘hoger beroepsonderwijs’ en dat dan ook nog slecht onderwijs. Wetenschapsbeoefening, de primaire doelstelling van een universiteit, is er niet of nauwelijks aan de orde. Dat is de trieste stand van zaken, maar als het nieuwe bestuur dat niet onder ogen wil zien, kunnen we het z’n allen helemaal vergeten. Doe in godsnaam eerst iets aan verbetering van onderwijs en wetenschapsbeoefening, dat is de éérst dringende opdracht. Dat het nieuwe bestuur -met de minister voorop- de vlucht vooruit maakt is een duidelijk blijk van onbegrip, onkunde en onvermogen.

maandag 28 maart 2011

NiNsee-lezing: Het Stadsarchief Amsterdam

Een archief is niet alleen een bergplaats om antieke documenten veilig achter slot en grendel te sluiten, een archief is ook een publieke werkplaats. Een plek waar iedereen zijn eigen verleden kan reconstrueren. Een plek waar iedereen met zijn eigen vragen terecht kan. Soms de vraag naar identiteit, soms de vraag naar samenhang en verbanden, of soms gewoon om de leuke, kleine en persoonlijke geschiedenissen te vinden. Voor volgende generaties wil het Stadsarchief Amsterdam zorgen dat iedereen die nu deel uitmaakt van de stedelijke samenleving, in het archief zijn stem, zijn ervaringen en ontwikkeling kan achterlaten. Jongeren van nu willen straks terug kunnen kijken op de generaties van hun ouders en grootouders. Wij moeten dat nu mogelijk maken.

Marens Engelhard, directeur van het Stadsarchief Amsterdam, wil met u in gesprek om te zien hoe we de erfenis van Surinamers in Amsterdam kunnen behouden. De geschiedenis van de migranten, de verenigingen, de kerken, de sport, de studenten, de muzikanten, de festivals, de ondernemers, de winkels, de mode, de vrijmetselarij (loge), etc. Hij zal een lezing houden over het Stadsarchief, zijn positie in de maatschappij en over ontwikkelingen van archieven in het digitale tijdperk. Daarna hoopt hij ook van u te horen hoe u denkt dat het Surinaamse erfgoed in Amsterdam het best behouden en toegankelijk kan blijven.

Marens Engelhard (1955) is afgestudeerd in Moderne Aziatische Geschiedenis en Ontwikkelingseconomie. Hij heeft na zijn studie tot 1995 vooral in Aziatische landen gewerkt voor diverse projecten van de EU, ILO en UNIDO. Sinds 1998 werkt hij voor de gemeente Amsterdam. In 2002 behaalde hij een Masters in organisatiewetenschap bij het SIOO. Van 2007-2010 was hij stadsdeelsecretaris van stadsdeel Osdorp. Sinds juni 2010 is hij directeur van het Stadsarchief.

Datum: 15 april 2011, 18.00-19.00 uur
Contact: Drs. Ruth Dors, r.dors@ninsee.nl of telefoon (020) 568 2083
Adres: Linnaeusstraat 35f, 1093 EE Amsterdam
Bij voorkeur reserveren.
Afsluiting met een borrel!

Foto's: Ato Kando - Bron: Nederlands Fotomuseum

In memoriam Mavis de Lannoy (1932-2011)

Diskurso na okashon di seremonia di entiero di Mavis Josephine de Lannoy-Berg
24-08-1932 / 08-03-2011

pronunsiá pa Lucille Berry-Haseth
na misa di Janwe, djamars 15-03-2011, 3.15 pm


Kara pa morto nos ta realisá kada be di nobo ku morto a bini pa nos tur, pero nos ku awe a keda, ta mira ademas Mavis su logronan manera un monumento ku lo t’ei te dia solo fria.

Amigu i konosínan, famianan, tur Mavis su hendenan stimá, Dudi, Linchi. Su prendanan presioso: Aimée, Noëmie, Michel, Jean-Philippe, Luigi, pabien ku ta Mavis ta boso mama.
Ta bon ku durante e amistat entre Mavis ku mi - amistat ku a nase na prinsipio di dékada sesenta na radio Curom - nos no tabata sa ken lo a papia na despedida di otro. Aki ratu manera e aviso den korant ta mustra, nos lo lesa tambe riba Mae su tumba, su fecha di nasementu i su fecha di despedida. I e elemento mas importante ta e strepi meimei di e fechanan ei. E strepi ku lo por konta kiko a pasa tur e 78 añanan i piku, kon e añanan ei a pasa, i ki marka nan a laga pa posteridat. Mi Chimé a warda su agèndanan ku anotashon tambe di e rekuerdonan di su bida pa su famia, ku por ta orguyoso di nan mama, nan wela, nan ruman, tanta, suegra i kuñá.
Ora hende bai fo’i mundu ta sirkulá hopi komentario rònt di nan. Kada ken ta usa un otro vokabulario. E dianan akí tur komentario den kaso di Mavis su despedida a resultá entre otro den: ‘E señora ei... un dama elegante, pèrtinènt, serio, na su punto, papia nèchi..., sivilisá... na nivel.’ Ta bèrdè. Mi amiga Mavis semper a gosa di presta ‘na nivel’ den tur loke e organisá, tur loke e hasi. Su filosofia tabata: trese bèrdat sunú, sin fraña, sin hipokresia, nèchi presentá sí. I e tabata bon dokumentá, un persona krítiko, ku e debido midí pa dekoro.
Mavis ta hende di pariba. I fiel na su bario ‘VolksBond’, Pader Loduvicus Jansenstraat/ Oranjestraat, el a sostené di manera partikular e inisiativa di e habitantenan kontemporáneo di selebrá dia di Bandera den su Bario di infansia i adolesensia. E tabata konvensí ku e núkleo bario ta esensial den hende su bida i na vários okashon el a splika via medionan di komunikashon importansia di e konvivensia ku rèspèt i sentido di kompromiso ku otro. Su hendenan di ‘Bond’ lo sinti su falta komo konsehero, amiga i maestro di seremonia.
Ta bon pa banda di e inkontabel eventonan kultural ku Mavis a organisá trahando na CCC, na RVD, e programanan informativo di gobièrnu na televishon, su trabou komo lokutor na Curom..., menshoná tambe al ménos sinku obra grandi ku el a realisá: buki di protokòl pa ministernan, buki di hubileo di Orfeon Crescendo, buki biográfiko di Sr. Juancho Evertsz (Seis ménos un ta sero), buki tokante bida i trabou di señora Lucina da Costa Gómez (Di bèrdè bèrdè) i e seri pa televishon ‘In Holland staat een huis’. El a traha tur trabou ku lealtat i profeshonalismo pa yega na e meta proyektá, e kousa kolektivo.
Bon komunikashon tabata haltu den su pal’i bandera. Si el a primintí ku e ta hasi algu, bo por a konta ku ya esei ta hasí kaba. Mavis tabata intensamente aktivo. Na lugá di Josephine, su di dos nòmber lo por bien tabata ‘responsabilidat’. Tin masha hende ku a traha kuné ku por konfirmá esaki. Asina tantu hende tambe ta gradisidu pa su amistat i su sosten... pa su inisiativanan kreativo i inspirador... Semper tabatin algu den su tapara kultural. Su interes a kubri un kampo ekstenso di tema i tópiko. E tabata konvensí ku su kontribushon na pais tabata puru i di balor.
Reina di Hulanda a honr’é meresidamente ku e distinshon di Kabayero den órden di Oranje Nassau, pa su kontribushon na pais riba tereno sosial i kultural, i el a selebrá e echo akí na su kas, ku famia i hopi amigu, na 1976. Mavis tabata un pal’i muhé. Un mama, modelo pa su sinku yunan. Den e inkontabel aktividatnan kultural ku el a desplegá, el a mustra ku ehèmpel..., ku su integridat ta sinónimo di su personalidat. E tabata intensamente i orguyosamente katóliko.
Un detaye chikitu di su hospitalidat i kreatividat...: Tabata su kustumber invitá dos o tres amigu pa bin kibra yuna kuné na su kas, bièrnèsantu atardi. Tur aña un otro grupo chikitu di amigu tabata na bùrt. Mi tabatin e privilegio di partisipá huntu ku Mavis na hopi evento kultural ku el a organisá na Kòrsou, i nos dos a representá Kòrsou na e Konferensia Mundial di Mujeres Demócrata Cristianas na Caracas, tempu di Presidente Caldera, i na Porto-Riko, durante e último Festival di Pablo Casals, chelista, kaminda nos por a promové Kòrsou via radio i televishon. Tabata na dékada setenta, tempu nos pueblo tabata buska pa mediante aktividatnan kultural mustra un kara propio, loke pa algun hende a nifiká refleho eksklusivo di e kontinente afrikano, pero den buki di lei di Mavis ku mi, nos no a rechasá banda di e refleho ei ku sigur meresé su lugá, e ekspreshonnan internashonal ku por sigui alimentá rikesa kultural di nos pueblo, hasi nos pais, presisamente pa e diversidat akí, mas riku.
Anto es ta un yu Mavis tabata pa su mama! Shon Ros! Tur shon Ros su tres yu muhénan por sierto a resultá bon yu p’e. Muchanan dediká, orguyoso tambe di nan tata Pablo ku a inkulká den nan, norma i balor di den e komunidat akí di nos. Mavis por a papia ku un smak di Mami ku Papi...! El a stima tantu su famianan djaserka komo esnan djaleu.


Anto... es ta un mama pa su yunan! Miguel, su esposo kende 15 aña pasá bai su dilanti, tabata p’e ku su yunan un sosten balioso, i Miguel a dun’é e trankilidat pa e por tabata mama i tur espasio pa a la bes el a traha apashonadamente den kampo kultural pa komunidat. E tabatin e abilidat di mustra kon orguyoso e ta ku logro di su sinku yunan i nan kompañeronan di bida, sin broma, pasobra a parsemi ku el a komprendé ku humildat ta un adorno presioso si e manifestá den su proporshon hustu. I bida a duna Mavis hopi motibu pa e ta gradisidu. Hopi fruta ku el a kosechá di loke ku konvikshon e mes a planta.
Su mayor plaser durante su último añanan tabata... dediká tur tempu na su yunan, nan kasá i e ñetunan. Nos sa, pasobra e tabata kompartí su goso ku su amigunan. I providensia a laga ku e por tabata presente ora su ñetu Kimberly a gradua komo enfermera na prinsipio di aña pasá. E portrèt huntu ku e aviso den korant ta prueba di e Mavis kontentu ku nos ke sigui kòrda. I providensia a spar e di un tratamentu médiko infernal, promé ku el a bai.

Mavis a despedí dia 8 di mart, dia Internashonal di hende muhé, i fecha di nasementu di Don Juancho Evertsz, persona ku mashá el a atmirá i stima. Mechi su presensia semper a papia p’e, i di igual manera su ousensia lo sigui papia p’e den tur loke e tabata gusta i tur loke tabata disgust’é. Mavis su despedida ta un gran pèrdida pa nos tur, pero memoria di e hende ku nos a konosé, ku nos tabatin e privilegio di sinti nos di dje, lo keda biba tanten nos tin bida. Ku su rekuerdonan i ehèmpel sirbi nos tur di konsuelo ta mi mas ferviente deseo.

Mavis de Lannoy-Berg a emprendé su último biahe - su lus no t’ei mas, su inteligensia, su presensia elegante ni su lustre no t’ei mas – pero su memoria lo no blikia nunka.

Badal, debuutroman van Anil Ramdas

Op 31 maart verschijnt de debuutroman van Anil Ramdas, Badal. Badals huwelijk is voorbij en zijn loopbaan ten einde. Hij kijkt terug op zijn leven als gevierd essayist en journalist, op de man die als jonge student naar Nederland kwam en zich liet omarmen door de blanke intellectuele elite. Zij lieten hem in het begin van de jaren negentig naar Londen gaan, waar de duizendste nacht van de Fatwa tegen Rushdie wordt herdacht. Twintig jaar later trekt Badal zich terug aan zee en heeft alleen nog contact met S. Haar vertelt hij over zijn leven, zijn kwijtgeraakte engagement en zijn verloren liefdes.

Anil Ramdas (1958) is journalist en publiceerde verhalen en een novelle. Hij verbleef in India en Paramaribo. Naar aanleiding daarvan schreef hij Zonder liefde valt best te leven, Correspondentie uit India en Paramaribo. De vrolijkste stad in de jungle.

Volgens Folia, het blad van de universiteit van Amsterdam, waar donderdag de presentatie wordt gehouden, heet het boek van Ramdas een roman te zijn, maar lijkt het leven van de protagonist "verdacht veel" op dat van Ramdas zelf. Ook Ramdas kwam rond zijn twintigste vanuit Suriname naar Nederland. Daar ging hij sociale geografie studeren om later uit te groeien tot een gevierd essayist, publicist en programmamaker bij onder meer De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad en de VPRO.

Badal
wordt op donderdagavond 31 maart a.s. gepresenteerd in SPUI25 in Amsterdam.
Daarbij houden schrijfster Manon Uphoff en Thomas Vaessens, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, een voordracht en gaan ze aansluitend in gesprek over het engagement in de roman.