donderdag 30 december 2010

Mieke de Haan - Fata Morgana

Wat doe je
als de fata morgana
achter heuvels
zichtbaar wordt?

sta je stil?
loop je door?
kus je de aarde?
denk je dan

dat het een valstrik is van God
gooide Hij een stukje hemel
in het zinderende zand
dat bij al teveel dorst en verlangen
verschijnt
en genadeloos verdwijnt?

bij welke stap
vervliegt de hoop
daar te zitten
onder bomen
in de schaduw van de troost?

drogen de tranen dan
voordat ze vallen?
.

Ed Hart - Ronette

Amsterdam.
Binnenshuis hadden we weer lekker Surinaams gegeten. Ronette en ik. Ze was na haar werk rond half zes zoals ze vaker deed, gezellig komen ontspannen. Bij haar binnenkomst door de poort glipten wat gele bladeren mee en snoof ik behalve een vleug parfum ook die typische herfstgeur op. Ronette was verslaafd geraakt aan de gerechten die haar oma, mijn moeder, haar voorzette. Maar oma zat hoog en droog op een tropisch eiland in de Cariben te genieten van het mooie weer en liet de familie aldaar smullen van haar specialiteiten op culinair gebied.

Buiten namen in feestelijk geel getooid bomen, dag en nacht afscheid van hun eens groen gebladerte dat met prachtige kleuren geruisloos losliet voor een eenmalige dwarreling naar haar oorsprong, de geduldige aarde. Andere losgeraakte bladeren warrelden voorgoed weg op de herfstwind naar willekeurge plekjes. Tijdelijke haltes vanwaar ze nu eens zachtjes dan weer rap over de grond werden voortgeblazen om samengevoegd of verspreid, ontheemd te blijven liggen. Bij het minste zuchtje wind klonk dan een omfloerst samenritselen als teken dat ze hun laatste kleuren aflegden en hun bestaan definitief gingen beëindigen.

Na een sigaretje gingen we naar de keuken om op te ruimen want tijdens m’n kookinspanningen was de keuken in een waar slagveld veranderd. Op het fornuis stond er een gesloten pan. Een diepe, donkerblauwe waarnaar ze steels onderzoekende blikken wierp. Ik voelde het al aankomen. Aangloeiend van nieuwsgierigheid vroeg ze met een reeds uitgestoken hand naar de deksel: “En wat schaft de pot voor morgen ?” Met een vinger op de mond gaf ik haar het roodlicht signaal en drong bij haar aan om die vraag asjeblieft niet meer te stellen.“Maar waarom niet?” vroeg ze nóg nieuwsgieriger met flitsende blikken naar de pan. “Anders is het immers geen verrassing meer” legde ik het vanzelfsprekende geduldig uit en voegde eraan toe: "Morgen, oké?” Een beetje sip wendde ze zich van de pan af. Toen haast alles was opgeruimd keek ze me met haar meest innemende glimlach aan en vroeg of ze zelfs niet eens mocht piepen in de pan? “Eventjes maar...?” smeekte ze. “Liever niet…. anders is de aardigheid er van af,” zei ik overgeduldig. “Ach, doe niet zo flauw... mag ik?... mag ik effe ?… kan ik me alvast op verheugen toch?” paaide ze met een timide maar berekenend stemmetje. Na wat geaarzel gaf ik tensotte toe. “Ga je gang maar…?” zei ik zo onverschillig mogelijk terwijl ik afdrogend, haar tersluiks bespiedde. Ze liet er geen gras over groeien en verlekkerd schoof ze licht voorovergebogen de deksel opzij en keek alsof ze een gebraden kippetje verwachtte. Schoof de deksel helemaal opzij en staarde een moment bijna diepzinnig in de pan die haar zo in verzoeking had gebracht en die haar nu aangaapte als een afgrond. Ze versteende even in die houding van ongeloof - zoals Lot’s vrouw- want de pan was ontstellend leeg. Ik durf zweren dat ze licht huiverde.

In grote verlegenheid keek ze snel weg met een gezichtsuitdrukking die was veranderd van begerig naar die van iemand die zonet een ferme klap - zonder hand - had gekregen. Daarna keek ze me aan met de doffe, gepijnigde blik van een gewond dier. Oh oh, straks ging ze me nog betichten van opzet en me verwijtend vragen waaraan ze deze schandalige swai had verdiend. Ik probeerde zo koelbloedig mogelijk terug te kijken. Maar niet lang want ik stond op ontploffen van de ingehouden lach en waste beide mijne handen in het ruime sop van onschuld. Erg noh?

Zeg me beste lezer(es), had ik gelijk of niet? Ja toch !
Want later gaf ze ruiterlijk toe dat ze nog nooit eerder zo was gefopt.


[Swai = teleurstelling]

Herman Hennink Monkau - Schubert in de Palmentuin

Zondagmorgen vroeg, behalve de geluiden van de natuur heerst de stilte op de veranda van het oude plantershuis in Uitvlucht. Eindelijk, na jaren ben ik terug op de plek waar granm´ma Sarah haar kleinzoon vertrouwd maakte met de ondeugende streken van Anansi. Het heeft langer geduurd dan gedacht, veel te lang, de vervulling van een vaak terugkerende droom. Om als een jongen van Frimangron met blote voeten in veterloze gympen te genieten van een rijpe manja. Hoe gunstig zijn de goden me deze morgen gezind. Met een zachte plof viel de vrucht een paar minuten geleden als manna in de tuin. Geboeid door de vorm, de kleuren van het fluwelig rood en Veronese groen die zich mengen, aarzel ik om mijn tanden in de schil te zetten. De dag beginnen met het schenden van de natuur? Het onverwacht openen van de schuifdeuren die de veranda scheiden van de grote kamer onderbreekt de gedachten. Aletta, mijn stuurse hospita, doet haar intrede en kondigt onverwacht bezoek aan. Een achterdochtige blik en de gefronste wenkbrauwen onder strak gevlochten uitstaande rastavlechtjes vallen me ten deel. Sinds de amoureuze escapades met haar zus, jaren geleden, heb ik het bij haar verbruid. Nog klinkt de beschuldigende toon van haar stem me in de oren: ‘Hendrik, ze melden me dat je de liefde met mijn zus Esther hebt bedreven. Valt dat soms ook onder ontwikkelingshulp?



[begin van het verhaal 'Schubert in de Palmentuin', opgenomen in de bundel Voor mij ben je hier; verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers. Red. Michiel van Kempen. Amsterdam: Meulenhoff, 2010, ISBN 978 90 290 8679 0]

Foto van Herman Hennink Monkau: @ John Treffer

Weinig interesse voor Dichter bij de Dichter

Paramaribo - De zaal van Ballroom Energy is slechts met 20 procent publiek gevuld. Het belooft dus een intieme avond te worden tussen dichter en publiek. Echter, de afstand tussen dichter en publiek vormt aan het begin nog een barrière om de avond te doen slagen.

Daarom wordt het publiek gevraagd daadwerkelijk dichter bij de dichter te komen. Slechts een handvol mensen geeft gehoor aan dit verzoek. Blaxtar deed eveneens zijn best om die barrière weg te werken: hij stapt het podium op en brengt de microfoon dichter bij het publiek.
.



Mr Double B is een van de rappers die met woorden het publiek vermaakte (dWTfoto/Claudio Barker)


Dan maakt Sherida Asinga haar entree. Hartverscheurend is haar verhaal over het verbrande zusje. Tijdens de vragenronde kwam het publiek steeds dichter bij de dichter. Zo kwam men van Sherida te weten, dat zij het erg belangrijk vindt haar identiteit te laten weerklinken in teksten die ze schrijft. Mr Double B stelde vóór zijn optreden het publiek een nogal confronterende vraag: “Hoeveel mensen leven hun droom uit?” Dat hij erg geïnspireerd is door Nederlandse hiphop is duidelijk. Dat heeft hem geleerd dat het mogelijk is je eigen identiteit te ontwikkelen. Baby G. Is klein, maar krachtig. Als vrouw moet je je volgens haar kunnen meten aan de man. Zo klein als Baby G is, zo groot is de bas in de stem van Ori. Hij weet het publiek kundig te vermaken met humor en zijn pakkende teksten.

Ori bleek daadwerkelijk, zoals hij zelf verklaart, de baas van hiphop in Suriname te zijn. Als baas moet je dus veel vragen kunnen beantwoorden, en dat had het publiek ook voor hem. Een van de vragen uit het publiek was: “Wanneer kunnen we een nieuwe Ori-cd verwachten?” Na wat grapjes wist hij te vertellen, dat zijn nieuwe cd in februari 2011 uitkomt.

Tijdens de pauze leek de zaal al wat meer gevuld. De sfeer is intussen nog aangenamer: de artiesten lopen rond om vragen van het publiek te beantwoorden. Na de pauze toen Blaxter op het podium kwam, zong het publiek enthousiast met hem mee.

Bij Envers optreden werd het publiek weer serieus. Hij spreekt de regering rechtstreeks aan op haar beleid middels zijn actuele teksten. Hij triggerde het publiek met ondeugende humor. Met zijn quote “als ik in die spiegel sta, zie ik wie ik graag wil zijn”, liet Enver wederom blijken dat identiteit en integriteit de thema’s van de avond waren. Zijn performance geeft je het gevoel dat hij je beste vriend is, een gevoel van thuis zijn, een gevoel van dichter bij de dichter te zijn. Het publiek ging merkbaar voldaan terug naar huis.

[uit de Ware Tijd, 27/12/2010]

Warmer en uitgebalanceerder

door Robin Austen

Tot ongeveer vier jaar terug, wist bijna niemand wie Sabrina Starke was. De in Suriname geboren Rotterdamse zangeres, zong in een Reggaeband en besloot in 2005 om een solocarrière te beginnen. In 2006 won ze de Rotterdamse “Talent Night”, waarna ze in het Apollo Theater in New York stond en werd ze tweede bij de Grote Prijs van Nederland.

Haar debuutalbum Yellow Brick Road kwam in oktober 2007 uit en sindsdien is de zangeres op een duizelingwekkend snelle trein gestapt, die maar niet lijkt te stoppen. Het gerenommeerde Amerikaanse Blue Note raakte onder de indruk, van de wat verlegen ogende zangeres en bood haar een platencontract aan.

Terwijl Yellow Brick Road een potpourri is van onvervalste soul en funk, is Bags & Suitcases meer een singer/songwriters album. Veel nummers op het album staan duidelijk in het teken van verandering, vernieuwing en vooral persoonlijke groei. Over de titel van het album zegt Starke het volgende: “Deze titel wist ik al heel vroeg in het proces. Hij staat voor de emotionele bagage die wij allemaal met ons meedragen gedurende ons leven. Die vormt jou als persoon en vormt jouw mening en kijk op de wereld. Een nieuwe fase: weer wat wijzer, iets meer ervaren, vol inspiratie, en zelfverzekerd ga ik van start met dit nieuwe album, waar ik trots op ben.

Ook in Bags & Suitcases is haar grote liefde, de soulmuziek hoorbaar, weliswaar iets subtieler en meer doorspekt met folk- en popinvloeden. Sabrina Starke heeft een wat lomige stem, die soms zoals bv. in het nummer Jasmine bijna krakend een verhaal vertelt en op andere momenten hoog en ferm uithaalt, maar altijd soulful blijft klinken. Na een periode waarop ze zich voornamelijk concentreerde op haar vocale bijdragen, neemt de zangeres nu regelmatig de gitaar ter hand, waardoor onherroepelijk de vergelijking met Tracy Chapman, die een belangrijke inspiratiebron is, komt bovendrijven. Maar het gehele Bags and Suitcases is veel meer dan dat!
Het album, opgenomen in Miami, Florida en geproduceerd door Pete Wallace, die eerder werkte met o.a. P!nk en Herbie Hancock, klinkt als een mooi organisch geheel dat nog warmer en uitgebalanceerder klinkt dan Yellow Brick Road.

Sabrina Starke is erin geslaagd om zowel in haar debuutalbum, maar ook nu weer in Bags & Suitcases muziek te creëren die én goed bij haar past én commercieel ook nog loont. En dat is met een platencontract, waar vooral de verkoopcijfers tellen, meer dan knap!


Sabrina Starke
Bags & Suitcases
Blue note 2010

[ontleend aan Oer Digitaal Vrouwenblad, zie link in de rechterkolom]

Aart G. Broek - Istanbul of Het gemeenzaam helen

voor Marinus

De nacht loopt ten einde, de dag nadert al.
Romeinen 13, 12
(Nieuwe Bijbelvertaling, 2004)

Zeg: ‘Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad. Tegen het kwade van wat Hij heeft geschapen. En tegen het kwade van de duisternis wanneer deze zich verspreidt. En tegen het kwade van degenen die vaste banden door boze inblazingen willen ontbinden. En van het kwade van de benijder wanneer deze benijdt.’ Koran, 113 (de dauw [el-Falaq])



I.

En terwijl de mannen om ons heen elkaar
de wangen toekeren, hun handen schouders
en ruggen strelen, ogen stralen, en zij
de armen ineenrijgen om - als gezworenen –
de lotsverbondenheid te wettigen,
tol ik
naast je door de smalle gewelfde stegen
van de bonzende bazaar.

Niet de kleurrijke kruiden, gebrande noten
of geurende baklava uit de Ottomaanse keuken
noch de oogstrelende tapijten, shawls
en gordijnen van zijde en wol of de zoetrode
appelthee in kleine glazen kelkjes op wandelende
dienbladen bedwelmen, maar mij bij jou te weten
in dat kloppende hart verdooft mij. Onder jouw
wakende bescherming weet ik eindelijk
te vergeten en mag ik verdwalen in de stegen,
terwijl je de vlammende tongen die nog zo
venijnig in m’n lijf likken, dooft. Je pakt mij
op en draagt mij mee en ik leg m’n benevelde
hoofd op jouw vermoeide schouders.
Je knieën
trillen wanneer je door de eeuwenoude poort
het plein opstapt. De spieren in je nek beven.
Je voeten aarzelen gepijnigd door de last.


II.

Na de schroeiende hitte van de jaren achter
mij reik jij de frisse zilte wind van de Bosporus
aan. En wanneer wij ons de wangen toekeren,
jouw handen mijn schouder en rug strelen,
de armen koesterend beschermen, dan zien
mijn ogen, troebel van tranen, niets dan
schittering. Jouw ogen helen stralend. Geduldig
leer je me weer rustig ademen in de nevelen
van het sproeiende water dat de klappende
golven op de kade slaan en waarin de kleuren
van kruiden schuilen en de geuren van gebrande
noten en de streling van zuivere wol en zijde,
van shawls en tapijten, en het aroma van thee
met zo’n zoete kwetsbaarheid.
Ja, je blust
die vretende vlammen in m’n lijf.

Jouw tedere toewijding geneest - als eeuwen
aan masserende zorg in de marmeren badruimte
van de hamam - en brengt voor dagen het einde-
loos vergeten, terwijl mannen om ons heen elkaar
wangen toekeren, handen schouders en ruggen
strelen, ogen stralen, armen ineen rijgen …



baklava
lekkernij van bladerdeeg, gezoet met room, honing of siroop, gevuld en versierd met stukjes (pistache)noten; behoort tot de traditie van het Turkse Ottomaanse rijk dat bestond van de 14e tot aan het begin van de 20ste eeuw en, op het toppunt van zijn macht, zich uitstrekte over delen van Noord Afrika, het Midden-Oosten en Zuidoost Europa

hamam
Turks badhuis dat zich ontwikkelde uit de Grieks-Romeinse badtraditie; mannen en vrouwen baden gescheiden in natdampende marmeren ruimte met gedempt licht; er is koud en warm water, men kan zich er laten wassen, afschrobben en masseren.



Ontleend aan:
Aart G. Broek, Het lichten van de jaren. Haarlem: In de Knipscheer, 2010.
.

woensdag 29 december 2010

De wonderlijke wereld van het Papiamundu

Nooit van Papiamundu gehoord? Nooit eens gedroomd bergen geld te verdienen met een taal die door kolonisten lang geleden is ontwikkeld? De heer Peter Kleuters (nomen est omen) wel. The world is ripe for World Wide Communication from Nation to Nation!!!!!

Lees over deze ongedachte mogelijkheden en klik hier. Onder de eerste honderd inzenders van een lijst met 75 taalfouten in het Engels verloot de Werkgroep Caraïbische Letteren een boekenbon van NAF 3,50!

Gedichten over eilanden (I)

Curaçao

door Albert Hagenaars

Eilandgevoel, dat is het onbetwiste trefwoord voor de anthologie Vaar naar de vuurtoren met gedichten en volksliederen over álle eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden. Het zijn er 12, verdeeld over het Caribisch gebied en Nederland zelf, waarvan twee met een actueel verse status. Curaçao en Sint-Maarten werden namelijk landen binnen het koninkrijk.

Geholpen door kenners ter plaatse verzamelde Klaas de Groot, die ook het nawoord met verantwoording schreef, een opvallend groot aantal teksten: Ameland (8 stuks), Aruba (12), Bonaire (7), Curaçao (14), Rottum (6), Saba (7), Schiermonnikoog (8), Sint-Eustatius (4), Sint-Maarten (4), Terschelling (11), Texel (11), Vlieland (9). De room op het geheel is een slotdeel (8) dat een algemeen perspectief biedt. Dichters van faam, o.a. Arion, Bernlef en Slauerhoff, staan naast plaatselijke grootheden als Gré Buitenwerf en Cecile Peterson.


Het motto voorin, van Cola Debrot, is zo goed gekozen dat ik het wel moet citeren. De originele tekst luidt: ‘Ami gusta un cos / I abo gusta e mes cos / ma kiko e cost a cu nos gusta / lo keda un secreto entre nos dos’. In de Nederlandse versie van Carel de Haseth komt dat, hoewel hij niet letterlijk vertaalde, niet minder treffend over: ‘Ik houd ergens van / en jij houdt van hetzelfde / maar wat het is waar wij van houden / blijft een geheim tussen jou en mij’.

Curaçao, dat dus qua aantal bijdragen aan kop gaat, krijgt de onverdeelde aandacht van, in alfabetische volgorde: Frank Martinus Arion, Oswin ‘Chin’ Behilia, Oda Blinder, Charles Corsen, Lucille Haseth, Carel de Haseth, Elis Juliana, Antoine A.R. de Kom, Pierre A. Laufer, Boeli van Leeuwen, Walter Palm, Myra Römer, Andries van der Wal en Guillermo E. Rosario. De naam van laatstgenoemde is verbonden aan het volkslied van het eiland, dat door Rose Ellen Evertsz-Jonkhout en Margaret Grace Jonkhout in het Nederlands werd vertaald en hier eveneens afgedrukt. Aan deze van trots en zelfvertrouwen blakende ‘Himno di Korsou’, die inmiddels alleen in het Papiaments gezongen mag worden, werkten opvallend veel personen mee, iets wat in dit boek helaas onduidelijk blijft, waardoor het ten onrechte alleen aan Guillermo Rosario toegeschreven kan worden. De historie in een notendop: de Nederlandse broeder Radulphus schreef al in 1898, ter gelegenheid van de kroning van Wilhelmina, de tekst op het stramien van, godbetert, een Tyrools lied. In de jaren dertig componeerde broeder Candidus Nouwens dan de tegenwoordig gebruikte melodie. In 1978 gaf de regering tenslotte een commissie, bestaande uit Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran, de opdracht de tekst te herzien, opdat die beter paste bij de veranderde politieke en maatschappelijke context. Van deze versie, die een tijdlang voor alle zes de Nederlandse Antillen gold, worden tegenwoordig meestal alleen de eerste, tweede, zevende en achtste strofe gezongen.

De literair beste bijdrage over het eiland is van Boeli van Leeuwen (1922-2007), die als prozaïst een grote hoogte bereikte maar dus ook als dichter weet te imponeren, en dat terwijl hij zich nauwelijks in deze discipline uitte. Van hem is ‘In dit licht’ opgenomen, gekozen uit de gelijknamige publicatie met foto’s van Carlos Tramm (Uitgeverij ICS, 1995). De titel geeft al aan welk aspect van Curaçao centraal staat en dat is niet vreemd gezien de aandacht in zijn werk voor kijken, góed kijken, zién dus, en inzien, doorzien maar ook ontzien:

In dit licht

Op zulk een schrale harde bodem
ging, op een ezel wiegend,
Jezus aan de mens voorbij.

sindsdien kan niemand
hoog te paard gezeten
over dorre bodem gaan:
geen paard krijgt vleugels in het gruis van deze gronden
geen ruiter stijgt in hoogmoed uit het stof.

verschuilen kan zich niemand onder deze hemel:
een bol en strak gespannen suizelend plafond
gekoepeld om een bronzen ruimte
waarin zonnen exploderen
en ’t gesmolten licht doen spatten in de zee.

in dit licht zijn alle dingen zoals ze zijn
en niet zoals wij ze willen dromen
en wij zijn ook niet meer dan wat wij zijn:
morituri op een eiland in de zee.

dit is geen land van melk en honing
maar van sprinkhaan en profeet
dit is geen land waar gras
het stof der aarde camoufleert
en waar zachte grijze wolken
tussen mensen en vuur geschoven zijn.

wij staan hier naakt op deze rots.


In plaats van een weelderige taal die nogal eens met de tropen geassocieerd wordt, vergast Van Leeuwen de lezer op schraal, hard, profetisch, om niet te zeggen calvinistisch aandoende beelden en beschrijvingen, die indringend genoeg zijn om hun werking niet meer te laten vergeten.
Dat dit maar één perspectief is waarvoor Curaçao zich leent, bewijzen met name Arion, die in ‘Eiland van mijn dromen’ wel een plaats aan nachtelijke voorstellingen en wensen geeft, én aan de lach, en De Kom, in wiens beeldenrijke ‘Blauwbaai’ de branding tevens de grens van leven en dood wordt. Oswin Behilia sluit met de beschrijvende zang van ‘Zikizá’ meer bij de Latijns-Amerikaanse traditie aan en Myra Römer laat Papiaments en Nederlands samenvallen in één gedicht. Hoewel er zeker, zowel inhoudelijk als vormtechnisch, overeenkomsten tussen de bijdragen te ontdekken zijn, is het onderscheidend vermogen van elk groot genoeg om er relevante leeservaringen aan te kunnen koppelen. Daar schuilt de grote verdienste van samensteller Klaas de Groot.

Alle teksten in Vaar naar de vuurtoren werden in de originele taal afgedrukt, die in het Fries en Papiaments tevens in vertaling, de Engelse niet. John Jansen van Galen schreef een hoogst vermakelijk voorwoord aan de hand van eigen eilandervaringen en dat blijken er vele te zijn.

Het resultaat is een in alle opzichten afwisselend boek dat velen zal boeien én zelfs de koffers doen pakken!

Klaas de Groot (red.), Vaar naar de vuurtoren - gedichten over eilanden
978-9062-656585
Haarlem: In de Knipscheer, 2010
€ 18,50

[ook in Confetti, jrg. 1, nummer 12, december 2010]

Mieke de Haan - Muggenrivier

Aan de oeverrand
van jouw benedenloop
zitten we loom
nachtlucht in te ademen
laten onze voeten door je aaien.
Morgen draag je ons terug
onder je oksels strak omhoog
dan laat je ons vallen op het zand.
Bulterig, bloot en schoon
trachten wij aan jou te ontsnappen.
Maar bij terugkeer in de stad
haal je ons in
grijpt ons weer
bij de lurven.
We draaien koortsig
onze ogen hemelwaarts
jij dwingt ons
Luku mi!!!
Bitter zweet verdampt in lakens.
Spreken kost veel.
Een verloren zakdoek zoeken
lukt niet meer.
Maar op de koele ziekenzaal
houdt engel S. de hele lange nacht
zijn hand op mijn gesloten ogen.
Jij stroomt door mijn aderen
Ik krijg je er niet meer uit.


dinsdag 28 december 2010

Het culturele leven in Batavia (1900-1942)

Themazondag op landgoed Bronbeek - 20 februari 2011

Robert Voskuil, Reggie Baay en Tim de Wolf gaan in op de culturele diversiteit die Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië, in de eerste decennia van de 20e eeuw bood. Hans van den Akker geeft een toelichting op filmbeelden uit de collectie van Museum Bronbeek.




Foto uit: Esther Wils (samenst.), Wonen in Indië. Den Haag, Stichting Tong Tong 2000, 74

Na de opheffing van het Cultuurstelsel in Nederlands-Indië was vanaf 1870 de weg vrij voor particuliere initiatieven. Ondernemers openden er handelshuizen en kantoren en zetten plantages op. Er werden delfstoffen gewonnen en de daarbij behorende verwerkende industrie ontwikkelde zich. Deze veranderingen hadden sociaal-economische gevolgen. Nieuwe woonwijken verrezen voor het personeel, dat na de opening van het Suezkanaal in 1867 zijn weg naar Indië sneller vond, evenals hun echtgenotes. Tussen 1890 en 1920 nam het aantal vrouwen toe met 300%. Bij de nieuwe bewoners ontstond de behoefte aan vermaak. Thuis was er de leestrommel en waren er muziek- en dansavonden. In de ‘Bataviaasche Tooneelsociëteit’ op Pasar Baroe vonden toneelopvoeringen plaats. In het zuiden van de stad verrezen de wijken Gondangdia en Menteng waar de elite de Nederlands-Indische Kunstkring, de Menteng- en Grand-bioscoop bezocht. Op Weltevreden verpoosde men in de sociëteit ‘Harmonie’ en de militaire sociëteit ‘Concordia’, of men bezocht het Museum van het Bataviaasch Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen. Voor de heren waren er bijeenkomsten in de vrijmetselaarsloge ‘De Ster in het Oosten’.

De themadag vindt plaats in het reünie- en congrescentrum Kumpulan op het Landgoed Bronbeek, Velperweg 147 Arnhem (honden niet toegestaan). Ontvangst met koffie en spekkoek vanaf 10.00 uur, aanvang 11.00 uur, afsluiting 15.00 uur.

Inschrijving
Voorinschrijving is vereist; er is geen kaartverkoop ter plaatse. Inschrijven voor het afzonderlijke dagprogramma (incl. Indisch lunchbuffet) à € 23,50 kan uitsluitend via een inschrijfformulier (zie p.2). Dit formulier kan ook worden aangevraagd bij mevrouw N. Bosman, telefonisch (026) 376 35 78 (maandag, dinsdag, donderdag) of per e-mail: kumpulan_bronbeek_evenementen@yahoo.com.
Inschrijven kan tot 1 week vaarafgaand. Annuleren leidt niet tot teruggave.

De organisatie van de themadagen is in handen van de Stichting Klein Bronbeek en de Stichting Indisch Erfgoed in samenwerking met het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Voor actuele informatie: www.bronbeek.nl (in Agenda) en op www.indischerfgoed.nl.

Wijsheid hoog aangeschreven in alle culturen

Nummer 6 van het tijdschrift Filosofie heeft het over wijsheid. Prof. Frans Jacobs en prof. Koo van der Wal wijzen er Ter introductie op dat in alle culturele tradities wijsheid hoog stond en staat aangeschreven.

In de Indiase denktraditie is filosofie nog duidelijk een wijs-begeerte. Dr. André van der Braak schetst in 'De Indiase wijsheidstraditie: de weg van de jnanayogi' eerst de hoofdlijnen van de Indiase wijsheidstraditie, waarna hij onder meer ingaat op parallellen met het Griekse denken en op mogelijke overeenkomsten tussen een Indiase wijsheidstraditie, het mahayana-boeddhisme en de westerse wijsheidstraditie van de gnostiek.

Robert Nozick (1938-2002) is vooral bekend geworden door zijn boek Anarchy, State, and Utopia (1974). Prof. Frans Jacobs becommentarieert Nozicks meditaties over wijsheid.

De fundamentele vraag hoe een goed leven te leiden heeft Ludwig Wittgenstein altijd bezig gehouden van de vroege jaren, waaruit zijn Tractatus Logico-Philosophicus dateert, tot aan zijn dood. In 'Leven zonder hoop of vrees' bekijkt prof. Martin Stokhof de stoïcijnse elementen in de conceptie van het goede leven in Wittgensteins Tractatus.

Prof. Koo van der Wal besluit het themagedeelte met boeiende Indiaanse wijsheid.
Daarna volgen de vertrouwde rubrieken: comparatieve filosofie, filosofie van techniek en ict, filosofische praktijken, filosofie en onderwijs.

Filosofie, jrg. 20, nr. 6, 64 blz.

Voor een abonnement op Filosofie, inbegrepen elektronisch archief, klik hier.
Om dit nummer te bestellen, klik hier.

"In Suriname vind je geen ezels"

Toespraak Noraly Beyer bij de onthulling van Sonny Boy, het beeldje van Teus van de Berg, in het Bijlmer Parktheater op 10 december 2010, de internationale dag van de mensenrechten.

In de oorlogstijd, waarin het verhaal speelt van Waldemar en Rika, de ouders van Sonny Boy, werden mensenrechten, onder meer het recht op vrijheid, met de voeten getreden. De dag van de mensenrechten is dan ook met zorg gekozen voor de onthulling van het beeldje van Sonny Boy.

“Waldemar was een zwemmer”. Zo begint het succesvolle boek Sonny Boy van Annejet van der Zijl. In die eerste alinea volgt een prachtig portret van de Surinamerivier in Paramaribo, omschreven als een krokodil met halfgeloken ogen: stil, maar levensgevaarlijk. Waldemar was nog niet eens 15 jaar oud toen hij van Domburg naar de Waterkant kon zwemmen, een marathontocht van 20 kilometer, alleen voorbehouden aan de allerbeste, de sterkste én slimste zwemmers van Paramaribo.

Afgelopen maart was ik in Suriname. Ik wist dat Sonny Boy verfilmd zou worden. Maar laat ik nou net op de eerste dag dat ik in Paramaribo wakker werd, gevraagd worden of ik het leuk vind om te komen kijken op de filmset van Sonny Boy. Zo heb ik tot mijn grote verrassing van heel dichtbij kunnen zien hoe de jonge Waldemar, gespeeld door Angelo Arnhem, op lokatie gefilmd werd, vlak naast Fort Zeelandia. Ik zag met hoeveel geduld hij keer op keer uit de rivier de steiger opklom, om te rennen over de nagebouwde markt uit begin jaren 20. Iedereen en alles perfect in de stijl van die tijd, inclusief een kar met ezels. Daar heb ik wel van over gehouden dat er “Geen ezels zijn in Suriname”. De lokale producent had stad en platteland afgezocht, maar nee, geen ezels. Die zijn tenslotte wel gevonden in buurland Guyana.

Op de set liep ook een oudere Javaanse man. Hij was ingehuurd als “rainman”, omdat hij kan voorspellen of het gaat regenen of niet. Meer nog, hij zou de gave bezitten om de regen op afstand te houden. Het moest die hele dag droog blijven. Later in die middag was er wel regen nodig, maar dat maakten de filmmakers liever zelf, met hulp van de brandweer. Het was een hele sensatie dat een verhaal dat in Suriname begon en in de concentratiekampen van Duitsland eindigde, zoveel furore had gemaakt, dat het nu verfilmd werd.

Het toeval wilde dat ik in diezelfde vakantie in Suriname, in gesprek kwam met Muriel Samsin-Hewitt. Haar vader was een halfbroer van Waldemar. Ze liet foto’s zien van de twee zusters van Waldemar, Hilda en Lily. Van Waldemar zelf had ze jammer genoeg geen foto’s. Zijn zoon Waldy Nods, Sonny Boy, kent ze wel, maar in de familie was verder niets of in elk geval niet veel bekend over de geschiedenis van Sonny Boy en zijn ouders Waldemar en Rika. Het boek van Annejet van der Zijl was een eye-opener geweest voor Muriel.

Dat bleek ook het geval voor Anastatia Poki, ambtenaar bij het Centraal Buro voor Burgerzaken in Paramaribo. We kwamen bij haar omdat we nieuwsgierig waren geworden naar de wortels van Sonny Boy in Suriname. Anastatia diepte uit de archieven de geboorteakte op van Waldemar en de huwelijksakte van zijn ouders, Koos Nods en Eugenie Elder. Ze vond geen echtscheidingsakte, maar tot haar verbazing wel een nieuwe trouwakte van Koos met een andere vrouw. Anastatia wist helemaal niks van Sonny Boy. Toen we haar een exemplaar gaven van de speciale editie van Sonny Boy in de serie SuriBoek, leek ze de hemel te rijk.

Eenzelfde soort heugelijke verbazing vonden we bij de Amerikaanse predikant van de Lutherse Kerk. “No… No..”. Nog nooit gehoord van Sonny Boy. Hij kwam er maar niet over uit dat in een archieflade van zijn kerk de namen van Koos Nods en Eugenie Elder bewaard zijn gebleven, de grootouders van Sonny Boy, over wie nu zo’n grote film werd gemaakt.

Toen ik Sonny Boy indertijd las, moest ik vaak denken aan een neef van mij die in de jaren 60 een verhouding had met een Nederlandse vrouw, bij wie hij in huis woonde. Zij was stukken ouder dan hij. Zij was wit. Hij zwart. Wij vonden toen dat ze teveel verschilden in leeftijd en cultuur. Zoals we verwachtten, hielden ze het niet lang uit, samen. Ik denk dat ik hierom ook geraakt werd door Sonny Boy.

Waldemar en Rika bleven WEL bij elkaar. Zij wit, getrouwd, moeder van vier kinderen. Hij zwart en veel jonger dan zij. Hun liefde was een groot schandaal. Maar ze trotseerden alles, ook het verdriet dat Rika haar kinderen niet meer bij zich kon hebben. Het kind dat ze samen kregen, noemden ze ook Waldemar, liefkozend afgekort tot Waldy, maar meer nog tot Sonny Boy.

Alom is bekend wat Waldy Nods zei tegen Annejet van der Zijl, toen hij het boek had gelezen. Na meer dan 50 jaar ronddolen had zij het boek geschreven dat hij altijd had willen schrijven, maar wat hem nooit gelukt was. Zij had hem zijn ouders teruggegeven, zijn geschiedenis, zijn jeugd en zijn lieve koosnaam. Ik ben zo vrij om er dankbaar aan toe te voegen dat Annejet het verhaal ook teruggegeven heeft aan Suriname, aan Nederland, aan ons.

Begin 2005, kort nadat het boek was uitgekomen, had ik de eer om Annejet van der Zijl te interviewen tijdens het literatuurfestival Winternachten. Annejet vertelde toen dat het verhaal van Waldemar en Rika haar zo geboeid had, omdat het raakt aan de twee zwartste episodes uit de Westerse geschiedenis, slavenhandel en Jodenvervolging. Inderdaad, in Sonny Boy komen veel lijnen samen. Van Suriname en Nederland. Van oorlog en verraad. Van liefde en trouw. Van ouders en kinderen. Van zwart en wit. En zo legt het ook de kiem bloot van onze samenleving, zeker als we hier in de Bijlmer om ons heen kijken.

De Bijlmer spiegelt het multiculturele karakter van Nederland. De Bijlmer is een broedplaats voor gemengde huwelijken. Bijgevolg is de Bijlmer een belangrijke leverancier van de nieuwe Nederlanders, die van allerlei windstreken komen en vele kleuren bloed in hun aderen hebben. De Bijlmer is een grote producent van de toekomst van Nederland, van de nieuwe Sonny Boys. Het Bijlmer Partktheater is dan ook een uitstekende plek om onderdak te geven aan Sonny Boy, dat wil zeggen aan zijn beeltenis, gemaakt door Teus van de Berg.


Foto van Noraly Beyer: @ Jean van Lingen

Giselle Ecury over Nydia Ecury

Giselle Ecury over het gedicht 'Herinnering' van Nydia Ecury

In de bloemlezing Vaar naar de vuurtoren (verschenen bij In de Knipscheer, november 2010) is in de afdeling Aruba zowel een gedicht opgenomen van Giselle Ecury als van haar tante Nydia Ecury (still, rechts). Bij gelegenheid van de Haarlemse presentatie van deze bundel in ‘Mondiaal Literair’ sprak Tico Vos van Nosteve over Nydia Ecury’s gedicht Rekuerdo/Herinnering met Giselle Ecury. In het interview vertelt Giselle Ecury ook over haar grootouderlijk huis op Aruba.

Het gesprek is te zien op you tube, klik hier
en ook hier

Ed Hart - Op schoolreis (I)


Vaillantsplein, in hartje centrum van Paramaribo. Vertrekpunt van stoomtreinen met eindbestemming de goudvelden. of minder veraffe plaatsen zoals Republiek en Onverwacht. De laatste twee gelden samen met Kwakoegron, Lelydorp en Beekhuizen als hoofdstations. De locomotieven worden er voorzien van water en houtblokken nodig voor stoomproduktie. Treinen die men meestal ziet vertrekken, langsrijden of aankomen. De bewoners van stadsbuurten langs en dichtbij het traject Heiligenweg-Beekhuizen, horen iedere werkdag op bepaalde tijdstippen het getingeltangel en waarschuwend gefluit van een naderende trein. Ook als er, altijd op een zondag, een excursie richting goudvelden vertrekt.

.

De bestemming van de trein die vanmorgen vertrekt is plantage La Prosperité, meer bekend als Bersaba aan de Coropinakreek in ’t Paradistrict. We vormen een groot aantal leerlingen die over zijn gegaan en onder toezicht van leerkrachten er voor een dagje recreatie naar toe gaan. Fleurig en sportief gekleed stralen we al bij binnenkomst een en al grote verwachting uit. Om een felbegeerde plaats bij de ramen te bemachtigen is opwindend genoeg maar het is vooral het snerpend vertreksignaal dat de adrenaline door allen heen doet gieren. Alle geroezemoes verstomt en in een flits ondergaan we ademloos met versnelde hartslag de sensatie van de schok die de wagons na mekaar in beweging brengt. Juichend, joelend en met bonte vlaggetjes zwaaiend, zouden we dit feestgevoel willen uiten. Maar ogenschijnlijk beheerst blijven we op de houten banken zitten.

Na de bocht tegenover de veersteiger tingeltangelt de trein vlak langs warenhuis Bettencourt, de Jodenbreestraat, Handel Mij. H. J. de Vries, de Lutherse kerk, een school, de Steenbakkersgracht en woonhuizen voorbij Ladesma- en Prinsenstraat.. Tingtang tingtang tingtang tingtang…pyoeoeoe…!!! ’t Is even wennen aan het licht geslinger van de wagons. Links passeren we de KNSM-steiger, de overdekte markt, klerenwinkels en ingangen naar scheepswerven aan de rivier. Deze trein stopt bij geen enkele stadshalte. Nog minder voor ander verkeer.
Bij Gasfabriek mindert de machinist vaart om met een slakkengang, haast voorzichtig over de korte spoorbrug naast Tingi-uku te gaan. Na nog wat kilometers door de Zwartenhovenbrug- en de Van ‘t Hogerhuysstraat, volgt vlak voor Beekhuizen de tweede spoorbrug die even smal is maar lang. Het wordt weer spannend stil in de wagons. Uiterst langzaam rijden wij erover met een gevoel alsof we minutenlang zweven boven de brede Domineekreek.

Dan zijn we op Beekhuizen waar de tot feestkaravaan omgedoopte trein een kwartier lang stil houdt. Hier mogen we van plaats verwisselen, heen en weer drentelen op het gangpad en geduldig zijn. Tot het vertreksein met doordringend gefluit door een van de conducteurs (vader van twee medeleerlingen) wordt gegegeven. We nemen weer plaats en voor de tweede maal ondergaan we verzaligd de snelle vertrekschok. Het treinfeest begint nu onherroepelijk te bruisen.


.

Na Beekhuizen stoomt de trein in een wijde boog richting Saronkerk en rijden we districtsgebied binnen met uitzicht op eenvoudige huisjes en grote woningen met veranda en verdieping. Tussen en achter sommige van deze huizen bevinden zich uitgestrekte weilanden met grazend vee en landbouwakkers met trekossen. De trein ontwikkelt een fikse vaart die de verhoogde reisstemming verdubbelt. Aangezet tot het zingen van bekende, vrolijke liedjes doen we dat uit volle borst terwijl we bananen- en citrusaanplantingen passeren.
“Varen varen, over de baren….”
Overal waar er kokospalmen staan steken de meeste kruinen boven alles uit. Hier en daar duikt, soms wat vervallen, een kerkje tussen het groen op. Of een moskee.
"Hoort, zegt het voort, dat nu jong…"
De leerkrachten zijn zeer mild gestemd. (Geen barse of vinnige stemmen. Ook geen strenge blikken of berispingen mét of zonder liniaal). Ze glimlachen geamuseerd om de uitbundige reisbeleving van hun leerlingen.
"Want wij willen vooruit, daar de toekomst aan ons behoort … werk maakt ons sterk, brengt ons door ’t leven voort…”
De rijweg die tot Onverwacht parallel met de spoorbaan loopt bevindt zich links. Daarop haast zich geen enkele ezelskar. Het langsrijdend autoverkeer wel.
.


Te Lelydorp aangekomen houdt de trein iets langer halt dan op Beekhuizen. De locomotief wordt hier van het nodige voorzien. Lelydorp heeft veel weg van een stadsbuurt. Er is markt en al aardig wat volk op de been. Javaanse versnaperingen worden te koop aangeboden bij het instapplatform en onder de ramen. Er wordt druk gekocht en flink gesmuld. ’t Gonst als een bijenkorf in de trein. Twintig minuten later zijn we vertrokken en op weg naar Onverwacht. De machinisten aanvurend met “Dikke vette pannekoeken”, en sneller: "dikkevettepannekoeken…….” Nu langs beboste gronden tussen binnenwegen en een reeks treinhaltes geplaatst naast hun ingang, met uitheemse naambordjes: … Curacao … Bonaire … Aruba … Perica … Palissaden … Java ... Mon Plaisir … Montpellier … Mocha ... Libanon … Voortgetrokken door de snelste locomotief, een groenkleurige genaamd Para, dendert onze karavaan al deze haltes voorbij met nadrukkelijk gefluit en een snelheid die aller bijval oogst. Bij Copieweg schenkt Bernarddorp een schoon, ruim en keurig onderhouden aanzicht van koningspalmen, kerkgebouw, internaat en school. Net als de R.K. panden en instituten in de stad. We passeren Groenhart ... Bijlhout ... van Hattem … en Rijsdijkweg.
“Overal….. overal….. waar de jongens zijn… zijn de meisjes ook…” Binnenpret alom.

Na Rijsdijkweg mindert de machinist vaart en naderen we hoofdstation Onverwacht waar we blakend van energie aankomen. De aangeboden koopwaar bestaat hier uit dosi, dokun en vers gebakken cassavebrood. (Het dorp Onverwacht zelf ligt aan de overkant achter de rijweg naar Zanderij. Een deel van de verkoopsters komt uit Osembo dat achter de twee winkels tegenover het station ligt). We mogen de trein even uit maar de meesten blijven in de wagons en uiten hun reisroes via opgewekte gesprekken. Aan het begin van een lange vakantieperiode genieten we na een heel schooljaar voor het eerst van zo’n bijzondere dag samen. Ver van school, huis en stad.

.

maandag 27 december 2010

Carry-Ann Tjong-Ayong - Afscheid

De dood kent geen tijd of plaats. Tegelijkertijd bereiken ons de berichten van het overlijden van de buurvrouw twee deuren verder en van mijn neef ver weg in Suriname.

Zij was in de 80, een vrolijke geletterde dame, die gepensioneerd directeur van de Openbare bibliotheek was. Altijd had zij een leuke anekdote die zij op haar karakteristieke wijze lardeerde met literaire kwinkslagen. Zij hield van een goed glas wijn en een sigaretje sloeg zij ook nooit af.Soms aten wij bij haar in de grote woonkamer vol boeken met uitzicht op de diepe tuin. Daar bracht zij haar laatste weken in bed door, genietend van de vogeltjes in de sneeuw.

Mijn neef was in de 70 maar deed nog steeds veldwerk aan de weg naar Atjonie, waarvan het laatste deel nog moest worden voltooid. Hij was geen stadsmens en bracht jaren door in het binnenland, wonend waar zijn baan hem bracht, in de Inheemse of Marrongemeenschappen. De familie hield telefooncontact of zag hem af en toe in de stad. Hij was rustig en stil en prettig in de omgang. Ook hij hield van lezen en nam stapels boeken mee om in de hangmat te lezen.

En deze twee mensen worden op dezelfde dag na de kerst naar hun laatste rustplaats gebracht, elk in hun deel van de wereld, de een in een koud winters landschap, de ander in de warme tropenzon.
Ik heb het niet voor het kiezen, dus ga ik naar de crematie van de buurvrouw, al gaat mijn hart uit naar de neef uit mijn jeugd, die ik meer zal missen. De dood kent echter geen tijd of plaats, maar komt en gaat en laat ons weemoedig achter. Dag Minnie, dag Dolf.....

cat 26/12 2010

zondag 26 december 2010

Kenneth Zandvliet - Moderne devotie

Ik zag drie dames bidden!
Op een dakterras, overvol
Op een donderdagmiddag
In tweeduizendenzeven

Ik zag drie dames bidden
Intens, vol bezieling, met oprechte toewijding
Voor hun zalmfilet, komkommersalade
En baguette Old Amsterdam

Ik zag drie dames bidden
Opzienbarend!
Op een donderdagmiddag
In tweeduizendenzeven

Rode lippenstift, Chanel no. 5,
Pierre Cardin, nagellak en PDA’s

Verbaasd en verwonderd geniet ik stilletjes mee
Van dit zeldzaam geworden tafereel
Moderne devotie
zomaar op een doordeweekse dag

Even nog glossen zij hun lippen
Met een penseeltje en trekken hun mantelpakjes keurig recht
Dan verdwijnen zij gedrieën in oostelijke richting
Tegen het naderende zonlicht

Mijn God wat was dit puur en o zo mooi!


[Donderdag 12 april 2007].


Drie dames en wat nu, Marijke van Otterloo-van Olst

Kaylee’s kerst gedoopt

Kralendijk — De achtjarige Kaylee de Jongh heeft afgelopen weekeinde haar eerste boek gedoopt. Kaylee’s kerst heeft ze zelf geschreven en het dopen vond plaats aan het strand. Meter is haar vriendin Camila en peter Kaylee’s vriend Tyzick. Met een schelp werd het boek symbolisch met zeewater gedoopt. Telefonia Boneriano en RBTT Bank maakten de uitgave mogelijk. Giselle Rhuggenaath deed de illustraties en grafisch ontwerp. Kaylee wil iedereen die haar geholpen heeft bedanken. Ze hoopt dat alle kinderen dit kerstverhaal leuk zullen vinden.
Kaylee’s kerst gaat over de gezellige kersttijd, zoals zij die beleeft. Ze zoekt een klein maar zeer speciaal kerstboompje uit. Deze keer heeft Kaylee een avontuurlijke en fijne kerst, samen met mama, papa, oma en haar beste vriendin. Kaylee Filomene de Jongh is op Curaçao geboren en gaat nu naar de basisschool op Bonaire, waar ze in groep 5 zit. Kaylee is erg creatief. Haar hobby’s zijn zwemmen, koken, tekenen en handenarbeid.

[van Amigoe.com, 21 december 2010]

Bea Vianen - Gedicht

Het is na het bezoeken
van de kampong
weer ijlen. Licht bestrijden.
De koloniale patrouille
die verdorie niet meer
verkent. Hebben Javanen
van pure ellende een mat
van lege four-ace pakken
aan de muur gehangen.

[niet eerder gepubliceerd].

Documentaire Jong! Suriname dinsdag in première

Als het een beetje mee zit, wordt Grätl Blokland (22) later de eerste vrouwelijke president van Suriname. Jason Eduard (20) is tegen die tijd allang internationaal doorgebroken als jazzgitarist. Maradona Majokko (19) is dan eigenaar van een succesvol resort op zijn geboortegrond bij Kayana, aan de Boven-Surinamerivier.

De documentaire Jong! Suriname van Mirjam Marks gaat over de dromen, ambities en toekomstplannen van deze drie Surinamers. Welke mogelijkheden hebben ze in eigen land? Of zijn ze beter af in Nederland of de VS om hun plannen te realiseren? Op dit moment is Blokland pas gekozen als ressortsraadlid voor de NDP, heeft Eduard minimaal twee keer per week een optreden in eigen land en is Majokko druk aan het bouwen in het bos.

Marks nam als uitgangspunt dat Suriname een jonge bevolking heeft met zo’n 70 procent jongeren. 40 duizend daarvan mochten in mei dit jaar voor het eerst hun stem uitbrengen tijdens de verkiezingen. De regisseur koos er drie uit die ze een jaar lang intensief volgde om hun belevingswereld, mogelijkheden en beperkingen in beeld te brengen. In de film komen ook nog andere jongeren aan het woord. Marks gaf hen, net als Eduards, Blokland en Majokko een eigen camera om hun dagelijkse ervaringen vast te leggen. Het resultaat daarvan is te zien uitgebreid op de speciaal ontworpen site www.jongsuriname.com

Marks komt vanaf 1997 regelmatig in Suriname en heeft er alles bij elkaar inmiddels zo’n vijf jaar gewoond en gewerkt. In die tijd heeft ze een aantal documentaires over Suriname gemaakt: onder meer de documentaireserie Ruilen Internationaal, de serie Villa Paramaribo en Faya!. Sinds vorig jaar kreeg ze ook bekendheid als een van de initiatiefnemers en creatief directeur van kindermuseum Villa Zapakara.

Na de première op dinsdag 28 december voor genodigden is Jong!Suriname op 1 en 2 januari te zien in TBL Cinemas in Paramaribo. De documentaire is gemaakt in opdracht van de VPRO-televisie in Nederland en was daar op 2 december te zien. Waarschijnlijk komt Jong!Suriname begin volgend jaar ook op de Surinaamse televisie.

[overgenomen uit Starnieuws, 25 december 2010]

Michiel van Kempen - Gedicht

voor mijn vader,
die op 16 november 2010 naar zijn laatste spoor verkaste



Ik zie je daar zachtjes zoevend je laatste gang
inslaan, je handen licht gespannen, de nagels goed
verzorgd zoals die jaren de tabellen volgden
tot je in cijfers uitgetekend was.
Je bent alert, maar niet dat je vooruit wilt gaan
je zou wel met geweld terug willen
als redelijkheid niet afgedwongen werd
door zoveel jaren dat een ieder zegt:
het is ’t beste zo, wie zou er niet voor tekenen.
Maar ik verbeeld me deze werkelijkheid:
dat geen minuut voor jou korter duurt
omdat je zoveel jaar gelukkig was
terwijl je dat nooit dorst uit te spreken.
Zo laat besef je dat wat geen woorden vond
tenslotte toch een woord verdient
dat vreemd genoeg niet jou maar
het leven dat je in haar schiep omlijnde: moeder.
Denk je daar nu aan: dat wie je het liefste was
altijd een label kreeg dat zich aan jou onttrok
en haar benoemde tot iets buiten jou?
Je zit nu, omringd door nagedragen foto’s,
een fauteuil die je vertrouwd is en nog zo wat
vergaanbaar materiaal, te turen door een mist
op één hoog, twee hoog misschien, een uur of wat,
en voor je geestesoog verschijnt wie daar niet lopen kan:
je vrouw die elders worstelt met haar mist,
dezelfde wolk, stijgt zij al op?,
rijst zij nog eenmaal boven deze vensterbank?
veegt zij aandachtig stof van blaadjes
zoals zij plichtsgetrouw haar leven deed?
Waren al die kleine gestes te miniem dat jij ze
nu pas onder je hersenvlies wilt steken?
Waren je dromen groter dan dit bestaan
en vul je nu pas aan waarvoor je eerder nauwelijks
woorden vond, kruipt dit besef nu in de kieren
van je nieuwe ruimte: is nu de cirkel rond?
Houden deze vragen je aan het leven,
of projecteert de zoon wat levenslang
godsonmogelijk leek: dat jij een halve eeuw
zou óverspringen en wel tot werkelijkheid kon brengen
wat in het diepste van je denken zich verschool.
Want dat je in elk moment te veel weerstand vond,
dat jij kortom wel wilde maar niet kon,
dat jij onbegrepen maar drukken bleef
op een afstandsbediening die wel andere
beelden toverde, maar niet de werkelijkheid,
dat geen van ons het paradijs veroverde,
laat dat nu aan het einde van de gang gekomen
tot troost zijn, voor mij en jou, een klein gedeeld
gebied, dat nergens is, behalve in wat jaren
onuitgesproken bleef: ik houd van jou.
.

Foto: @ Sergio Ranalli

vrijdag 24 december 2010

Het uitgeven is moeilijker en leuker geworden

door Wim Danhof

In wat voor een wereld is de uitgever anno 2010 verzeild geraakt? Het vak is in ieder geval veel, maar dan ook veel complexer geworden. Maar leuker is het daarmee ook.

Geen trend is in de mediawereld zo snel en zo massaal opgekomen als die van het mobiele mediagebruik. Smartphones en nu ook tablets mogen zich wereldwijd verheugen in een exploderend gebruik. Uitgevers hebben de trend massaal omarmd, want waar de consument informatie wil consumeren, daar wil de uitgever informatie uitgeven. Helaas staat het businessmodelprobleem nog recht overeind. Want hoe gaan die uitgevers online eindelijk eens serieus geld verdienen? Via apps? Naar het zich laat aanzien wat gemakkelijker dan via het open internet, dat wordt geassocieerd met ‘gratis’. Maar staat het al in enige verhouding tot de inkomsten uit informatie op papier? Door de bank genomen niet. En dus moeten uitgevers aan papier vasthouden en in online investeren. Een moeizame combinatie, want diezelfde inkomsten uit papieren media slinken aan zowel de lezers- als adverteerderskant. Dat beperkt weer de investeringsruimte voor online vernieuwing…

Het moderne uitgeven vergt gegeven al deze problemen veel meer managementvaardigheden en gogme dan voorheen. Men moet subtiel schakelen tussen een hele set parameters; er moet ook volop worden geïnvesteerd in de veranderende competenties die worden verlangd van onder meer redacteuren, opmakers en media-adviseurs (advertentieverkopers). Redacteuren moeten video-interviews kunnen produceren, want beeld wordt in de mobiele media leidend boven tekst. Opmaken voor een iPad of een Samsung Galaxy is veel complexer dan opmaken voor papier. Audio en video worden immers toegevoegd aan tekst en beeld. Hoe creëer je dan toch nog herkenbare artikelen met een duidelijke navigatie? Dat vergt een hoger niveau van degenen die tijdschriften, kranten en wie weet ook boeken vormgeven voor tablets. En wat betreft de media-adviseurs: zij moeten nu eens echt gaan denken vanuit de adverteerder en zich werkelijk verdiepen in diens wereld en diens behoeften.

Het is aan het management van de uitgeverijen om ervoor te zorgen dat al deze soorten professionals derhalve worden toegerust met de kennis en vaardigheden om in dat snel veranderende medialandschap te excelleren. Dat vergt dus nog meer investeringen, namelijk in training en ondersteunende hardware en software.

Het zal duidelijk zijn: de nieuwe media hebben de informatieconsumptie veel dynamischer en leuker gemaakt, maar het leven voor uitgevers is er dus ontegenzeggelijk moeilijker door geworden. Vroeger stroomde het geld voor velen haast vanzelf binnen, nu moeten uitgevers alle registers open trekken.

Maar voordat ik in mijn eigen azijnbad verzuip: kansen zijn er natuurlijk zat. Uitgevers die beschikken over sterke merken en daaraan verbonden communities beschikken over de autoriteit waaraan consumenten en adverteerders steeds meer behoefte zullen krijgen. Zij zullen in de uitdijende informatiejungle van het internet of in de wirwar van social media een groeiende behoefte krijgen aan de ordenende functie van een uitgever. Dat levert immers tijdwinst en gemak op, en daarvoor zal men in toenemende mate willen betalen. Zelfs online, vooral als ook dat online betalen binnenkort uiterst gemakkelijk, ja intuïtief, wordt gemaakt.

[overgenomen uit Nederlands MediaNieuws]

De mooiste heruitgave van 2010


Carry-Ann Tjong Ayong - Wintergasten

Buiten is het wit, wit, wit. De sneeuw ligt dik op de takken van de kale bomen en bedekt mijn terrastegels, de hopen dorre bladeren die wij niet hebben opgeruimd en de daken van de achterburen. Het is een mooi gezicht, maar ik ril bij het idee dat ik naar buiten zou moeten.
Ondertussen arriveren de kerstkaarten en mailtjes uit warm Suriname. Zat ik daar nu maar. Wij kwamen in november terug voor de kinderen. Zij zijn groot genoeg om zonder ons te kunnen, maar steeds als wij zeiden, dat we hier bleven, zeurden zij weer dat het zo ongezellig was met de feestdagen.... Dus vertrokken wij maar weer uit het paradijs naar de kou. Winter in Holland. Wie vindt daar nou wat aan.

Wim heeft op mijn verzoek een netje ongebrande pinda's opgehangen, omdat de merels zo zielig door de tuin hippen op zoek naar een verlaten worm, die vast nog stijfbevroren is ook. Nu bengelt er steeds een meesje aan, smullend van de nootjes. Eksters en Vlaamse gaaien vliegen hier ook al rond. Een brutale met blauwzwarte vleugels tegen de grijsbruine buik verjaagt het smullende meesje en gaa driftig zitten pikken. Ik bestudeer ze nieuwsgierig, maar mis toch mijn vrolijke grikibi, die mij iedere morgen wakker zong.
En de sabaku met hun dagelijkse vlucht. Een groep van 7, 9, of 11, nooit een even getal, achter mekaar met een leider voorop en altijd een stuntelige laatkomer er achteraan. 's Ochtends gingen ze heen en 's avonds vlogen ze terug weer in formatie
en dan naar een hoge boom ergens verderop waar zij sliepen.
Er zijn talloze vogeltjes in de tuinen van Paramaribo. Zij zingen om het hardst.
Kleurige roodborstjes, grijsblauwe bakkies, de bonkidif en nog veel meer. Ze zitten op de takken van de reusachtige oude nepbom en houden hun zangwedstrijden tegenover mijn deur, die ik wijd openzet.

De mooiste vogels zag ik in Bigi Pan, waar ik na veel gepleit eindelijk heen mocht, omdat het niet eenvoudig was over de gladde aarden wal te komen met een rolstoel in een korjaal. Drie mannen waren er voor nodig, die tot hun middel in de modder stonden. Maar zij deden het kranig, zodat ik ze wel moest zoenen na afloop.

Maar hier in mijn winterse tuin, komt de zwarte merel al ajren op bezoek en soms zie ik zijn bruine vrouwtje ook. Elk voorjaar hebben ze een nest ergens in de slingerplanten of in de groene bladeren van de klimop langs mijn balkon en jaag ik de dikke zwarte kater weg die hen reeds heeft ontdekt. Ze zingen om het hardst met de meesjes en lijsters en andere gevederde vriendjes. Ik heb vier vogelhuisjes laten ophangen in de hoop dat zij daar een comfortabel onderkomen vinden. Nu afwachten tot het voorjaar komt.
Winter in Holland duurt lang, lang, lang.....

cat 24 december 2010


Foto van de auteur

Ed Hart - Prasi

Wanneer ik terugdenk aan de tienduizenden erven in de stad, dan zie ik eerst de poorten, die men voorbij liep als men daar niks te zoeken had. Maar toch heb ik een aardig aantal erven gezien. Vervolgens denk ik aan de huizen die aan een of beide zijden van de bewoonde erven werden aangeduid als kamra-oso, planga-oso of staande huizen. Allen met een foroisi, gadri, botri en een zodro. De ruimere hadden ook een extra kamer beneden. De foroisi’s waren gemeubileerd met rechte, donker glanzende stoelen, de zitting en rugleuning met riet gevlochten. Ook een hobbelstoel ontbrak zelden! De vloer gestoffeerd met karpet. Op siertafeltjes prijkte een glazen of koperen vaas op dito onderzetter.

Ander glimmend koperwerk stond opgesteld als voor een inspectie. Alles krikkrak schoon. Waar aanwezig, stond in de etagère het fijne glaswerk zoals karaf, glazen, het zilverbestek en de blakers voor speciale gelegenheden. In een hoek op de grond, een aarden waterkruik. Boven de middentafel hing een met gekleurd textiel beklede lampenkap. De vorm als van een Maagdenburger halve bol, aan de rand afgewerkt met een fluwelen strook waaraan sierkwastjes hingen.

Aan de wanden enkele familie-foto’s, een kalender of een inheems ornament. Als reserve lichtbronnen stonden er ook een kokolampu en een piti. De tafelbladen netjes bekleed met kanten tafeldoekjes De familiewapens van deze woningen stonden niet opzichtig te tronen boven ingangen of aan de deuren. Nee meneer. Vlak bij ramen en naast deuren lagen ze in de vorm van houten bouten, toujours binnen handbereik. Soms ookal om eventuele buurtvetes te beslechten. En, o wee de insluiper die waagde om met z’n bigi-ai tap tra sma sani, het te munten op het soms schamel bezit.

Alle woningen beschikten over een uitbouwseltje in de botri. Het prototype afzuigkap genaamd kokeraam. De permanente plaats voor koolpot, waaier of stuk karton en een snoerloos gasstelletje (jaja, die bestonden al bij ons in Su) om melk op te koken. Op de vloer een kleine jutezak met krofaja. Fles petroleum naast eentje met wat spiritus. Tegen de muur boven de botribangi, een bordenrek met porseleinen borden bovenaan en de blikken borden onderaan. De doro-doro en de platte baskiet om rijst uit te lezen, hadden een vaste plek aan de muur. In hun gezelschap verkeerde verder een houten rekje voor mokken, kannen of kroezen. Naast de deur een lange bezem en in een hoekje de korte. Op de botribangi’s een afgedekte emmer drinkwater met scheplepel, wat kopjes en schoteltjes, een botervlootje, een fles zout, bakolie, gebroken thee, fles met pisi-k’kau.

Overig keukengerei werd keurig onderaan de botribangi weggezet. Beschermd tegen mieren en andere insecten bevonden zich in de hangende vliegerkast, suiker, homp brood, gecondenseerde melk, stuk boeba-kassi of ander surrogaattoespijs. Brede beskoetoe werd bewaard in een groot Marie-beschuitblik.

In al hun eenvoud was er toch structuur te bespeuren in deze botri’s. Op de meeste erven stonden vruchtbomen, een waterput of een leiding(kraan) en achterop het erf, de was-oso voor algemeen gebruik en een privaat met meerdere hokjes. Op de erven waarop geen huizen stonden, heerste een niet-uitnodigende stilte...

.


De schuttingen tussen de erven verschilden. Aan de ene kant van hout, dan weer van zinkplaat, kippengaas, prikkeldraad of lange verticale latten op vijf centimeters afstand van elkaar. Als de zinkplaten niet nieuw waren, dan zagen ze er fletsrood uit na veel helse dienstjaren als dakbedekking, en nu doorboord met spijkergaatjes, lieten ze slechts één oog toe voor het peepen (of piepen). De houten schuttingen, horizontaal geplaatst, hadden kieren die wel een ruimer uitzicht garandeerden aan beide ogen van gluurders.

De zinken schuttingen uitgezonderd, vormden de andere een ideale hechtplek voor
snek’-komkomro, duivelsnaaigaren, wilde sopropo en soortgelijke slingerend en klimmend gespuis.

Na een regenbui begon de samenstelling van dit kleef-onkruid sterk te geuren. Vooral de wilde sopropo, die, het bestaan van bittere geuren, gekromd en afstotend bewees en daarom onaangeraakt bleef. Niemand die wist waarvoor ze wel nuttig waren. Zo te zien, geen bedreigde soort.

Dan nog de erven die gedeeltelijk omheind waren door angalanpu-hagen waartussen bruidstranen en ‘t bloedend hart welig tierden. Veel later werden die grauwe, zielloze stenen muren opgetrokken. Er waren privé tuinen en die van grotere omvang. Daar werden ruikers verkocht. De lange erven, soms smal, soms breed. De smalle hadden meer iets van doodlopende steegjes. Alle erven hadden hun geschiedenis. Idem elk huis. Levens na levens hadden zich in ze afgespeeld. Nieuwe bewoners voegden ’t hunne aan ze toe. Ik behoorde tot een van ze, dat kan ik je verzekeren.

Schilderij: Arnie Breeveld

De postkoloniale zwijnenstal


In NOS-Eén Vandaag van 23 december 2010 beklaagde emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur Bert Paasman zich over de wilde zwijnen die over het lage hek van zijn tuin in het Veluwse Putten springen en zijn gazon en bloemperken omploegen. Hij heeft gelijk, een nieuw paradigma is daarmee geboren: de postkoloniale zwijnenstal.

donderdag 23 december 2010

Gloria in excelsis Deo


4,95 and a snow white hat

by Aliefka Bijlsma

I had a meeting - or was it a chat? There was Jasmine tea - with a man of substance and grace and we spoke of his plans, my plans, of his projects and mine after which I stepped into the minus 5 degrees which it was outside and crossed over through slush and snow over ice to the High Street thinking maybe I could skip a tram stop and find a toy store in order to have my son's Christmas present all set and taken care of but was distracted by - or was it drawn to? - a window sized poster of a female ass which was round and firm and soft and lifted slightly so you could see between her legs and look straight at her peach - covered by red underwear - and I considered whether I knew anyone who had an ass as perfect as the one on the poster which said "Ibiza sex" and couldn't help I wander into that shop where I studied vibrators which were light pink and baby blue and came in all kinds of twisted rubbery shapes and sizes that were stranger than I remember them being at age 18 and there was also the Tarzan which apparently "everyone" has except for me just like I don't have the Uggs which "everyone" has and so I went back outside and followed those Uggs - most of them topped by asses that clearly weren't as firm and peachy as the one on the poster even though they were really very young - through grey slush and ended up in H&M wondering what I needed and therefore buying a 4,95 euro synthetic hat which was white as snow - except snow actually never is that white - and stood in line for half an hour listening to Kate Bush that was on way too loud and got on my nerves while nobody else seemed to mind so I studied the faces of the girls who had Uggs and also wore shiny black puffy jackets with fake fur collars and most of them seemed to have zoned out which is what I then did - zone out - after which I somehow paid without realizing I did and ended up in that High Street again drifting on the smell of french fries and pancakes and baked bread past the Cool Cat where I had worked when I was young in similar way too loud music and meanwhile considered how I had worked my way up the retail ladder to Esprit which in fact was worse than Cool Cat while all these people out there, on the street, all these girls and boys, wove in and out of shops selling cheap bags, fake brands, sneakers and stuff to go with their overpriced Uggs were in no hurry at all so I started wondering whether all this was a conspiracy against me because I was dizzy and felt like I was somehow falling into the question where all of this was going to end and why. Why was there not a single toy store for my son? Not one.
.

woensdag 22 december 2010

‘Als hij er was, was hij er helemaal’

Hernieuwde aandacht voor schrijver/schilder Edgar Cairo: ‘We respecteerden elkaar in de relatie die we met hem hadden’

door Ad van Dam

Tien jaar geleden overleed in Amsterdam op 52-jarige leeftijd de Surinaams-Nederlandse schrijver en schilder Edgar Cairo. Cairo schreef in zijn leven een veertigtal boeken, was columnist van De Volkskrant en hield zich gedurende zijn laatste jaren bezig met schilderen. In zijn werk komen allerlei thema’s aan de orde: huidskleur, sekse en de onverwerkte koloniale erfenis. Onlangs verscheen de documentaire Ik ga dood om jullie hoofd van Cindy Kerseborn en werd één van zijn belangrijkste boeken, Famir’man-sani (Kollektieve schuld), herdrukt. Cairo was naast een opvallende, veelzijdige kunstenaar ook een bijzondere persoonlijkheid, aldus Jenny Hoolt en Hans de Visser, Cairo’s twee liefdespartners.

Hoewel Edgar Cairo zijn homoseksualiteit niet verborgen hield en hij zelfs enige tijd columnist was van het tijdschrift Homologie, wilde hij zich niet in een hokje laten stoppen. Hij onderhield geruime tijd een liefdesrelatie met zowel Jenny Hoolt (1946) als Hans de Visser (1963).
Jenny: “Ik werkte eind jaren zeventig voor de Gemeente Amsterdam en deed onderzoek onder Surinaamse en Antilliaanse Amsterdammers. Ik vond het nodig om Surinaams te gaan leren en ben toen een cursus gaan volgen. Edgar was de docent. Ik werd verliefd op hem. Ik wilde hem blijven zien nadat de cursus was afgelopen. Hij bleek dicht bij mij in de buurt te wonen. Het heeft een tijdje geduurd voordat het echt wat werd. We hebben nooit samengewoond. Dat zijn we wel ooit van plan geweest, maar hij bedacht zich. Hij vond zichzelf niet geschikt om samen te wonen. In februari 1988 is het uitgeraakt. Dat voorjaar vierde Edgar zijn veertigste verjaardag. Ik weet nog dat hij kort daarna met een bevriende naar een psychiater ging. Edgar kwam daar binnen en zei dat hij de grote Surinaamse schrijver Edgar Cairo was. Die psychiater concludeerde meteen: grootheidswaanzin!”
Hans: “Ik was achttien jaar toen Edgar Cairo op mijn middelbare school een lezing kwam geven. Hij was toen al vrij bekend als schrijver. Ik ben na de lezing op hem afgestapt. Zo is de relatie, de vriendschap, begonnen. Ik kende hem en zijn werk eigenlijk niet. Ik vond het gewoon een aantrekkelijke man, that’s it. Ik denk wel dat Edgar gevleid was. We hebben een jaar of vier een relatie gehad, maar nooit samengewoond. Het was een liefdesrelatie, maar zijn werk stond voor hem altijd op de eerste plaats. Als hij schreef, was dat echt het enige wat-ie deed. Daarnaast had hij vaak nog optredens door het hele land. Hij was vaak ’s avonds laat thuis. Ik had een heel ander leven. Ik studeerde inmiddels rechten en moest ’s morgens om negen uur in de collegebanken zitten. Edgar en ik praatten altijd over allerlei maatschappelijke onderwerpen en dagelijkse dingen, ook toen hij ziek was, maar hij was een binnenvetter. Belangrijke mededelingen kwamen soms op momenten dat je het niet verwachtte. Persoonlijke kwesties - ondermeer over zijn vader – besprak hij niet met mij. Van het feit dat Edgar ergens voor stond en een duidelijke mening had, heb ik veel geleerd. Het leeftijdverschil was vijftien jaar, maar later voelde dat anders. Het vlakte af. Onze relatie ontwikkelde zich later tot een gewone vriendschap. Toen was Edgar inmiddels ziek geworden.”

“Ik denk wel dat hij mijn grote liefde is geweest, maar dat weet ik niet helemaal zeker”, stelt Jenny. “Dat klinkt een beetje raar, want dat dacht ik op dat moment wel. Ik denk ook niet dat er maar één grote liefde in je leven komt, dat kunnen er meer zijn. Maar hij was een grote liefde, dat wel.”
Hans: “Edgar was wel mijn eerste grote liefde. Dat kun je zo wel zeggen. Hij was iemand met een heel scherp brein en met veel gevoel voor humor. Hij was heel aanwezig, maar niet op een vervelende manier. Hij was echt een personality, iemand waar je rekening mee hield. Wanneer hij er was, was hij is er helemaal.”
Jenny: ”Hans en ik zijn ooit door Edgar aan elkaar voorgesteld. Zo deed Edgar dat. Hij stelde zijn vrienden aan mij voor en vertelde zijn vrienden over mij. We hebben samen de laatste jaren voor Edgar gezorgd. We maakten duidelijke afspraken over wie wanneer naar hem toeging. Zo zijn we bevriend geraakt. We hebben Edgar samen gevonden toen hij overleden was.”
Hans: “We respecteerden elkaar in de relatie die we met Edgar hadden. We gingen er verder niet al te diep op in. Dat is nog steeds zo.”

“Wat mij in zijn werk het meest ontroerd heeft, is de allereerste versie van Zij die liefhebben”, zegt Jenny. Het verhaal van wat er met hem gebeurd is ontroerde me. Dat verdriet van hem raakte me enorm. Ook het moeizame en het ambivalente in de relaties tussen mensen, die aan de ene kant van elkaar houden en elkaar aan de andere kant pijn doen. Dat is natuurlijk precies wat er gebeurt wanneer je van mensen houdt. Dan kunnen ze je ook meer pijn doen. Of liever gezegd: dóet het veel meer pijn wanneer er wat gebeurt. Hij zat ook met zijn eigen pijn, omdat dingen niet zo liepen zoals hij zou willen.”
.

Hans: “Edgar schreef veelal in een zelf samengestelde taal van Surinaams-Nederlands en Sranantongo. Het later zogenoemde Cairojaans is zeer poëtisch en taalvernieuwend en alleen door hem zelf op onnavolgbare wijze voor te dragen. Ik vond Temekoe een heel mooi boek. Over een indringende vader-zoonrelatie. Een aangrijpende passage is het moment waarop de zoon zijn vader een hand wil geven en de vader die hand niet aanneemt. Dat zijn scherp omschreven momenten. Die raken me.”
Jenny:” Edgar had op een gegeven moment een groot en kleurrijk schilderij gemaakt. Dat hing bij hem thuis. Hij had al eens schilderijen weggegooid en ik was bang dat hij dit ook aan de straat zou zetten. Toen hij op een dag geld nodig had, zei ik: ‘Jij kunt dat geld krijgen als je mij dat schilderij geeft.’ Het werk, The Birds uit 1990, hangt nu prominent in mijn woonkamer. Edgar kon precies vertellen welke Surinaamse vogels er allemaal op staan. Ik ken ze niet, maar zie wel die ene vogel tussen al die andere vogels. Allemaal zitten op één lijn, zo schuin, en die ene vogel gaat er zo dwars doorheen. Dat doet me op een bepaalde manier aan Edgar denken.”
Hans: “Eén schilderij heeft hij mij gegeven toen ik in 1993 mijn eigen advocatenkantoor opende. De compositie, de kleuren en de dieptewerking spreken me aan. Nadat ik het had uitgekozen heeft Edgar er met goudverf nog extra figuren aan toegevoegd. Dat was best grappig. We hebben het samen naar mijn kantoor gebracht. Ik ben niet zo lang geleden van kantoor verhuisd en ga het nu bij mij thuis ophangen.”

“Doordat er weer aandacht is voor het werk van Edgar komen er opnieuw dingen naar boven, constateert Hans. “Ik mis zijn intellectuele stevigheid. De warmte en de scherpte van zijn persoon. Je kon echt ontzettend met hem lachen.”
Jenny: “Ik mis de momenten dat hij me opbelde om te zeggen dat hij eraan kwam. Hij parkeerde zijn auto voor de deur, ik keek uit het raam en zag hem dan aan komen rijden. Ik voelde dan dat het goed was tussen ons. En dat we later samen door de stad liepen en hij ineens zijn hand uitstak als er een auto aan kwam. Met al zijn ziekte was hij dan toch nog zorgzaam. Dat ontroerde me.”

Kollektieve schuld/Famir’man-sani, uitgeverij In de Knipscheer. Meer informatie over de documentaire Ik ga dood om jullie hoofd op cimakefoundation.eu


[overgenomen uit de Gay Krant]


Portretfoto Cairo: @ Jan Stegeman. Op de middelste foto: uitgever Franc Knipscheer, Jenny Hoolt en Hans Visser bij de presentatie van de Cairo-film van Cindy Kerseborn, @ Hellen Gill; onderste foto: het schilderij The Birds, @ Michiel van Kempen

Reppie Redmond: ‘Een voorbeeld voor velen in de toneelwereld’

Na Henk Tjon, Elvriede Baarn verlaat nu Robert Redmond de theaterwereld. Maandagavond overleed de moppentapper-cabaretier. “Hij was een voorbeeld voor velen in de toneelwereld. Hiernaast ken ik hem ook als een zakelijk en kritische man”, vertelt Ruben Silvin over Reppie Remond.

De laatste tijd was Silvin vaak in contact met hem geweest vanwege optredens die ze samen moesten doen. Jarenlang heeft hij ook shows samen met Harold Braam verzorgd. Reppie was meer dan een broer voor Ruben Silvin. Zijn artiestenleven kon hij goed onderscheiden met zijn werk als politieagent. Wat ook heel interessant is van Reppie is het feit dat ondanks dat hij slecht ter been was, hij andere mensen plaagde.

Lucien ‘Pleffo’ Vriese van 1 en 1 = 3 betreurt het heengaan van Reppie. “Ik ben echt niet in een vrolijke stemming. Hoewel hij slecht ter been was, had ik het helemaal niet verwacht”, zegt Vriese. We hebben samen heel prettig gewerkt in Naks, Mix Max en de Four Seasons samen Harold Braam en Ruben Silvin.”

Reppie is voor de toneelwereld een goeroe geweest. Hij stond eenieder met raad en daad bij. We zijn echt in de rouw gedompeld.
.


Serena Holland overhandigt namens haar organisatie de ‘Langa libi’ award aan Robert ‘Reppie’ Redmond voor zijn grote bijdrage aan onder meer de toneel-en sportwereld in het land, eerder dit jaar in de Anthony Nesty Sporthal. De cabaretier, toneelspeler en moppentapper was een graag geziene figuur en bij velen zeer geliefd. Hij overleed gisteren na een kort ziekbed op 67-jarige leeftijd.


[uit De Ware Tijd, 22/12/2010]

Bankieren of Het menselijk tekort

signalement


door Aart G. Broek

Bonus: deze meeslepende kijk in de keuken van het bankwezen is afkomstig van een man die zijn voorouderlijke roots op Curaçao heeft liggen: Kilian Wawoe. Geboren in Nijmegen. Van zijn vaderskant stamt hij echter af van ‘slaven die naar Curacao werden gevoerd, maar zich al snel konden vrijkopen. Ze mochten hun eigen naam houden.’ (NRC Weekblad, 13/19 november 2010) Geen reguliere historische achtergrond, wat de eigen levensloop van Wawoe tot nu toe evenzeer kenmerkt. Tien jaar was hij werkzaam als personeelsmanager bij ABN-AMRO in Nederland, India, België en Monaco. Van binnenuit heeft hij de smadelijke teloorgang van de trots van het Nederlandse bankwezen meegemaakt. En er zijn steentje aan bijgedragen.
Evenals zijn collega’s was Wawoe een alleszins ondernemende bankier. Als zodanig streek hij – gezien het behalen van de voorafgestelde ‘targets’ – aantrekkelijke bonussen op. Idealiter, zo wees zijn eigen onderzoek uit, wordt een ‘goede’ bankier aangestuurd door drie persoonlijkheidskenmerken: een hoger dan gemiddelde intelligentiescore, extravert, en nauwgezet. Achter deze kenmerken gaan weer andere eigenschappen schuil, zoals gedegen assertiviteit, actief, resultaatgericht, ordelijk, betrouwbaar, ijverig, doelgericht, zelfredzaam. ‘Medewerkers die nauwgezet zijn, zijn vaak ook in hogere mater integer, meer dan hun minder nauwgezette collega’s,’ eindigt Wawoe de opsomming.

Wawoe kan een zekere ‘nauwgezetheid’ stellig niet ontzegd worden. Bijgevolg (?) zou een achtenswaardige ‘integriteit’ hem ertoe hebben kunnen aangezet zijn persoonlijke ervaringen en bevindingen op papier te stellen en te laten uitgeven. Hoe het ook zij, onder de titel Bonus verschijnt een alleszins vlot lezend relaas, dat soms zeer speels stoeierig is en een boeiende boodschap herbergt. Wawoe maakt tastbaar duidelijk dat het bankwezen niet zonder meer gedragen wordt door mensen met voornoemde kenmerken. Hij laat zijn licht schijnen op de drijfveer die zijns inziens het handelen van de bankiers, meer in het bijzonder in de top van het bankwezen, karakteriseert: winnen! In het bedrijfsleven en bovenal in het bancaire wezen, zo verdedigt Wawoe, worden mensen ‘gedreven door de wil om te winnen’.

Wawoe neemt zijn lezers bij de hand en leidt ze door de bankwereld, opent deuren en laat ons kijken naar deze spelers, waartoe hij zelf ook behoorde, aan een bancaire casinotafel. In deze wereld ‘kijken [de bankmanagers] goed om zich heen en zetten dan in. Ze nemen grote risico’s en vertalen hun risicovolle strategieën in targets. Iedereen in de bank wordt geacht die targets te halen. Wie aan de verwachting voldoet krijgt een bonus, wie dat niet doet krijgt niets.’ De keerzijde is, dat spreekt, dat deze mensen een ding absoluut niet willen: verliezen. Dat zou nog wel eens een krachtiger drijfveer kunnen zijn, zo meent Wawoe. Zijn rondleiding levert een boeiend betoog op, niet in de laatste plaats door de eigen emotionele kwetsbaarheid die in het boek afgewogen is verwerkt. Zo is ruimte ingebouwd voor twijfel en trots, vriendschappen, vaderschap, boze verontwaardiging, tederheid.

Toch lijkt mij Wawoe net even te vroeg zijn zoektocht te hebben afgebroken. Het ‘winnen’ en de ‘angst voor verliezen’ zijn ongetwijfeld dominant aanwezig in het bancaire leven. Dat zijn sowieso kernelementen in het hele maatschappelijke leven dat wij met elkaar vormen. De vraag moeten we stellen, waarom willen we winnen? Wat betekent ‘winnen’ eigenlijk? Wat brengt het ons? Het is evident dat het niet om de centen gaat, daar heb je al spoedig meer dan genoeg van: ‘Ze spelen niet aan de roulettetafel om een bepaald bedrag binnen te halen.’

Naast eten en drinken, bescherming tegen kou en/of hitte, is er een absolute behoefte aan: geborgenheid. Experimenten te over – en anders levert de praktijk voorbeelden genoeg – om aan te tonen, dat we ons ‘geborgen’ willen weten: we kunnen niet zonder acceptatie, waardering, bewondering, koestering. Wat anders is ‘winnen’ dan het intense verlangen naar absolute ‘geborgenheid’. Je op handen gedragen weten. Vandaar ook de angst voor ‘verliezen’, wat niets anders is dan het verlies van geborgenheid. Niet voor niets is een van de grootste angsten: schaamte, d.w.z sociaal-emotionele afwijzing. We doen alles om dat te voorkomen. Bancaire managers zijn net mensen zoals u en ik.

In het bankwezen werd het intense, menselijke verlangen naar acceptatie en bewondering aangejaagd door de bonussen. Wawoe wrijft het ons de nodige keren in: niets heeft zo fnuikend gewerkt als het opstellen aan het begin van het jaar van ‘targets’ die, eenmaal gerealiseerd, bonussen oplevert. In emotionele zin wordt voornoemde ‘geborgenheid’ ermee bewerkstelligd: waardering, bewondering, acceptatie: je hoort er helemaal bij! In de praktijk zorgt het er vooral voor, dat mensen enorme risico’s nemen. Medewerkers – van hoog tot laag – worden aangespoord om het eigen belang boven het gemeenschappelijke belang van de onderneming te plaatsen. Het halen van targets is geen enkele garantie dat daarmee de organisatie als zodanig een dienst wordt geleverd. Het verhoogt vooral de kans op fraude. In het bankwezen zijn de bankiers zelf echter niet degenen die de risico’s dragen. Dat doet uiteindelijk de belastingbetaler.
In de bancaire wereld zijn de consequenties die de belastingbetaler draagt, immens gebleken. Het is echter niet alleen deze wereld, zoals Wawoe opmerkt, waar de risico’s niet door het ‘bedrijf’ worden gedragen, maar door de belastingbetaler. Wat te denken van het onderwijs, de gezondheidszorg, de sociale werkvoorziening, musea en meer van dergelijke organisaties die als ‘bedrijf’ de ‘markt’ opgingen, en waarvan de directeur ‘chief executive officer’ werd.

Wat er vervolgens zo voor de hand lijkt te liggen om de geconstateerde problematiek om te buigen in gunstige zin: ‘zorg ervoor dat het streven naar eigen belang voor de medewerker minder aantrekkelijk wordt door bonussen af te schaffen’. Wawoe tekent in algemene termen wat hiervoor in de plaats zou moeten komen. Met onverhulde verbijstering, moet hij echter constateren, dat er sinds de crisis feitelijk niets is veranderd. In krachtdadige oplossingen blijken politiek, media en vakbondswezen nauwelijks geïnteresseerd. Politici maken zich druk om immigratie, media nagelen de zondebokken (losers) uit het bankwezen aan het kruis, en vakbonden koesteren de transparantie van ‘targets’ voor hun leden. Dit mag het vigerende handelen van de respectieve gremia ogenschijnlijk rechtvaardigen, misschien is er toch vooral spraken van boter op ons aller hoofd.

Worden we niet allemaal gestuurd door dezelfde emoties als de vermaledijde topmanagers van de banken? Winnen, dat wil zeggen, de roep: ‘koester mij!’ Wij allen koesterden Groenink (man van het jaar 2005), Lippens, Goodwin, Scheringa (‘een voorbeeld voor ons allemaal,’ sprak Balkenende) en andere bankiers. Wij zetten ze aan tot uitzonderlijke risico’s en excessieve gedragingen, opdat ze onze bewondering zouden behouden. Zij waren topscoorders. Zoals we dat zelf – al dan niet in de bancaire wereld – willen zijn: zo op handen gedragen te worden! They lived our dreams.
Ons verlangen wordt duur betaald.


Kilian Wawoe, Bonus; Een Nederlandse bankier vertelt. Amsterdam: de Bezige Bij, 2010. Papercover, 204 p., € 17,90.

Biografen gezocht!

In 2011 staat de Boekenweek in het teken van de (auto)biografie. Het motto is: Curriculum Vitae – geschreven portretten. Aan de vooravond van de Boekenweek organiseren de SLAA en De Balie op 10 maart 2011 in Amsterdam een avond over de opkomst van de biografie: ‘Bio-industrie’.

De biografie heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. Er verschijnen steeds meer biografieën over een steeds groter wordende groep mensen. De biografie is niet langer voorbehouden aan dode staatsmannen maar ook aan levende staatsmannen, beroemdheden in het algemeen, piepjonge beroemdheden en ook niet of nauwelijks beroemde mensen.

Misschien verdient iedereen wel een biografie. Misschien verdien jij wel een biografie

Dit is je kans.
Je krijgt 400 woorden om uit te leggen waarom het onderwerp van je biografie een biografie verdient. Dit kan zijn door de eerste en laatste zin van de biografie uit te schrijven, een geweldige (auto)biografische anekdote uit de doeken te doen, een levensloop in hoofdlijnen te geven of juist een dag uit het dagelijks leven van de hoofdpersoon te schetsen De vorm is geheel vrij.
In ieder geval moet onder de titel van het voorstel in twee zinnen worden uitgelegd waar het boek over zal gaan, een zogenaamde ‘pitch’. Een korte en krachtige samenvatting waardoor direct duidelijk wordt dat deze biografie geschreven en gelezen moet worden.
Op 10 maart beoordeelt een vakjury tijdens het programma de beste inzendingen. De winnaar krijgt een prachtig gebonden uitgave van zijn of haar biografie en maakt kans op het daadwerkelijk en officieel uitgeven van deze biografie.

Kortom:

Ken je een mooi onderwerp voor een biografie?
Of:
Ben je een mooi onderwerp voor een biografie?
Schrijf in maximaal 400 woorden op waarom en mail je voorstel voor 31 januari naar odilebodde@slaa.nl, onder vermelding van je naam, leeftijd en e-mailadres.

Spoken: the very first Paramaribo edition

Vandaag is het zover. Een heuse ‘poetry slam’ staat Suriname te wachten. Spoken, Dichter bij de Dichter komt na twee jaar toeren dwars door Nederland, nu eindelijk naar Suriname. Ballroom Energy, L’Hermitageweg 25 is de plek waar het allemaal staat te gebeuren.

Het initiatief voor Spoken komt van hiphop-artiest Blaxtar. Via zijn platenlabel RAEN Music organiseerde hij een reeks succesvolle Spoken edities. De productie van Spoken Suriname ligt in handen van DeSaN Productions van Nancy de Randamie.

Wat is Spoken?
Spoken word artists oftewel woordkunstenaars van verschillende background komen bij elkaar om het publiek hun woordkunsten te tonen. Zonder muzikale begeleiding zoals we dat van de meesten van hen gewend zijn. Direct na de ‘woord’-performance krijgt de woordkunstenaar indringende vragen over zijn of haar werk. Daarna is er voor het publiek de gelegenheid tot vragen stellen. Door dit uniek concept, kom je als publiek dichter bij de dichter en leer je je favoriete zanger, mc of poëet eens van een andere kant kennen.

Line-up Spoken - The Paramaribo Edition
Enver, Ori, Rappa, Tekisha Abel, Mr.Double B., Baby-G en Sherida Asinga en natuurlijk Blaxtar zijn van de partij op 22 december. Zowel ‘oud’ als nieuw tekstwerk van eigen hand zullen ze ten gehore brengen tijdens de Paramaribo Edition van Spoken, Dichter bij de Dichter.

Energy
Toen Sammy Doerga, eigenaar van Energy, hoorde over het SPOKEN concept, besloot hij direct mee te doen. De ballroom wordt in Spoken-stijl omgetoverd en ook de muziek voor, na en tussen de performances, zal geheel in Spoken-stijl zijn.

Facebook and special guests
De Spoken events zijn ook te volgen via Facebook en Hyves. Voor de Paramaribo edition is er ook een Open Group aangemaakt. Meld je aan en blijf zo op de hoogte van alle Spoken-activiteiten. De eerste 3 gasten die naar ikben@SPOKEN.fm mailen dat ze graag naar Spoken- The Paramaribo edition willen, krijgen een fles champagne na binnenkomst in de ballroom. Zo wordt het een extra bijzondere Spoken-avond voor jou.

Next Spoken
De eerstvolgende Spoken NL zal zijn in het Bijlmerpark theater, 20 maart 2011.
DeSaN Productions en Raen Music hebben voor Suriname al een volgende Spoken-editie gepland. Medio volgend jaar moet je Spoken - The Commewijne Edition, meemaken te Mambo River resort, Peperpot, Commewijne.

Spoken, dichter bij de Dichter – The First Paramaribo Edition
Locatie: Ballroom Energy, L’Hermitageweg 25, Uitvlugt
Datum: 22 december 2010
Zaal open: 19.00u
Aanvang: 20.00u
Toegang: gratis