zondag 31 oktober 2010

Slaven (en geen tot-slaaf-gemaakten), negers (en geen Afro-Surinamers)

“Ik heb geleerd dat je de slavernij moet bekijken met de normen van zijn tijd. Als je naar de Gevangenenpoort in Den Haag gaat zul je zien dat blanke Hollanders daar de vreselijkste martelingen moesten ondergaan door andere blanke Hollanders. Zwarte slavenhouders in Suriname hielden zelf zwarte slaven. Slavernij heeft niets te maken met huidskleur, ras of etniciteit. Nu, op dit moment, anno 2010, zijn er wereldwijd 27 miljoen slaven. Dat is meer dan er ooit zwarte Afrikanen in slavernij naar de Nieuwe Wereld zijn gevoerd. Maar ik hoor de mensen die herstelbetalingen eisen, nooit over die slavernij die er nu is.”

Dat zei John H. de Bye (geboren in Paramaribo in 1942) bij de presentatie van zijn nieuwe historische roman Liefde in slavernij in Afro-Surinaams cultureel centrum Kwakoe in Amsterdam op 31 oktober j.l. Een redelijk gevulde zaal luisterde eerst naar het voorlezen van fragmenten uit het boek door Noraly Beyer en Alida Neslo. Daarna kwam de auteur zelf aan het woord, niet echt een soepel verteller, maar je kon een speld horen vallen. De Bye heeft niets met gemakzuchtige verhaaltjes. Een dame in het publiek kreeg lik op stuk, toen ze de opmerking maakte dat het woord ‘neger’ denigrerend is. Onmiddellijk haalde John de Bye er Frank Martinus Arion bij, die tijdens een discussie bij het festival Winternachten in 2002 zei: ‘Ik ben er trots op een neger te zijn.’ De Bye had ook Edgar Cairo kunnen citeren, of Rellum, of Dobru. John de Bye gebruikt dus het woord ‘neger’ in zijn boeken, en hij gebruikt ook het woord ‘slaaf’ want van het krampachtige ‘tot slaaf gemaakten’, dat je tegenwoordig zo vaak bij de politiek-correcten hoort, moet hij niets hebben. En in zijn boek zegt hij nog meer: ‘Wat kan het Nederlandse volk nu, honderden jaren later, verweten worden? Dat ze in slaven gehandeld hebben die door zwarte slavenhalers aangeleverd werden? In een tijd waarin zulks geheel normaal was en niemand anders wist? Laat me niet lachen.’

Je zou denken dat de 'herstelbetalers' wel flink tegengas gaven. Maar dat gebeurde niet. Niks van een debat. De 'herstelbetalers' bleven weg. Met het 'nu' kun je niet veel, dan komt het te dichtbij, dan word je aangesproken op je ethiek van alledag. Geen gezelliger melkkoe dan de geschiedenis van de slavernij.


John H. de Bye, Liefde in slavernij. Schoorl: Conserve, 2010, € 17,95.
.


.

Foto's: @ Michiel van Kempen

Ik lach met Grotius, en alle die prullen van boeken

‘Ik lach met Grotius, en alle die prullen van boeken’, aldus reageerde de directeur van de West Indische Compagnie Jan Gales, nadat hij voor de zoveelste maal blijk had gegeven van zijn afkeer van juridische procedures en wederom enkele tegenstanders in het gevang had laten opsluiten zonder enige vorm van proces.

Deze rechtsgeschiedenis van Curaçao neemt het eiland als uitgangspunt: de bewoners van Curaçao en hun relatie tot het recht en bestuur. De rechtsgeschiedenis van Curaçao kan opgedeeld worden in een aantal hoofdperioden, welke in dit boek afzonderlijk belicht worden. Over het recht van de Caquetios indianen is bij gebrek aan bronnen weinig informatie beschikbaar, maar met kennis uit andere vakgebieden, de archeologie en antropologie, kunnen het recht en de bestuurlijke organisatie in deze periode worden belicht. In de hierop volgende Spaanse periode (1499-1634) speelt het recht een centrale rol bij de verovering en het onder bestuurlijke controle krijgen van de Spaans-Amerikaanse territoria. Curaçao is een klein radertje in dit wereldrijk, maar door het vele archiefmateriaal dat dit legistisch ingestelde bestuur produceerde, is er veel informatie over deze periode.

Het bestuur ten tijde van de West Indische Compagnie (1634-1794), een private onderneming uitgerust met publiekrechtelijke bevoegdheden begon met een carte blanche, de aanwezige Spanjaarden en indianen werden op een boot naar de vaste kust gezet. Besturen, in de zin van het dienen van het algemeen belang, heeft voor de meeste directeuren van de WIC geen prioriteit. Burgers zijn marginaal hierbij betrokken, alleen blanke protestantse mannen kwamen in aanmerking voor het lidmaatschap van de Raad die wetten maakte, bestuurde en recht sprak. Een scheiding van machten en toezicht ontbraken in deze periode, daarbij was het feitelijk onmogelijk om vanuit Holland in te grijpen.

De Curaçaose maatschappij bestond in de 17e tot 19e eeuw niet alleen uit de WIC ambtenaren, twee andere bevolkingsgroepen springen in het oog: de joden en de slaven. Was er voor deze groepen de mogelijkheid een eigen rechtssysteem in stand te houden, en hoe verhield dit zich dan ten opzichte van het recht van de WIC? Ook het afsluitende hoofdstuk van dit boek gaat in op de problematiek van rechtspluralisme, een onderzoek naar de normatieve rol van brua. Hoe is de rechter te beïnvloeden met hulp van een brua-maker?

Na twee periodes begin 19e eeuw waarin Curaçao kortstondig bestuurd wordt door de Engelsen, neemt Nederland het beheer vanaf 1816 weer in handen. In deze eeuw zijn de invoering van het regeringsreglement van 1828, het langdurende proces van afschaffing van de slavernij in 1863 en de invoering van het Wetboek van Strafrecht en het Burgerlijk Wetboek (1869) belangrijke gebeurtenissen.

Ik lach met Grotius, en alle die prullen van boeken; een rechtsgeschiedenis van Curaçao.
Bastiaan D. van der Velden. Carib Publishing, 2010. ISBN: 978 90 8850 162 3. Prijs NAf 85.00

Bestellen klik hier

Multatulilezing door Ellen Ombre

Herinnering, vanavond in het Bijlmer Parktheater

In het kader van het Multatuli-jaar 2010 houdt Ellen Ombre de zesde en laatste Multatulilezing. In deze lezing-in-briefvorm vraagt zij advies aan Multatuli over hedendaagse problematiek rondom interculturalisme en (post-)kolonialisme. Daarna gaat zij in gesprek met Tjeerd Bijman (VPRO, Buitenhof).


Ellen Ombre werd geboren in Paramaribo. Op 13-jarige leeftijd kwam zij met haar familie naar Nederland. Ze debuteerde in 1992 met de veelgeprezen verhalenbundel Maalstroom. Daarna verschenen o.a.:

Vrouwvreemd : verhalen. De Arbeiderspers, 1994. De overgang van Suriname naar Nederland staat centraal. Door de ogen van telkens een andere hoofdpersoon wordt een gevoel van ontheemding beschreven. Een terugkeer naar Suriname eindigt ook wel eens in een teleurstelling, bijvoorbeeld wanneer de ik-figuur nostalgisch het dorp bezoekt waar ze is opgegroeid en haar oude buurmeisje bijna niet meer herkent.

Valse verlangens. De Arbeiderspers, 2000. De bundel speelt zich af in de 'Atlantische driehoek' Nederland -West-Afrika - het Caribisch gebied: ooit een handelsroute voor goud, slaven en wapens. Tegenwoordig is die driehoek een 'dwaalspoor', een weg naar misverstanden en onvervulbare verlangens: Ombre vertelt verhalen over Surinamers, Nederlanders en Afrikanen die ronddolen op zoek naar geld, liefde en geluk.

Negerjood in moederland: roman. Ellen Ombre. De Arbeiderspers, 2004. Hoofdpersoon is Hanna Dankerlui. Haar vader is een zwarte Surinamer, haar moeder stamt af van negerjoden met een vooroudergeschiedenis op Joden Savanne, een nederzetting van Sefarden, gevlucht voor de Spaanse inquisitie. Hannah is "met familiegeschiedenis opgezadeld". Ze zou een punt achter het verleden willen zetten en "licht door het leven reizen", maar ze is bang dat ze zonder herinneringen uit elkaar zal vallen. De roman begint in 2000, als Hannah, een nieuwe toekomst tegemoet, haar huis in de Amsterdamse binnenstad verlaat. We blikken terug op de persoonlijke geschiedenis van Hannah en die van haar ouders. Persoonlijke geschiedenis die verweven is met de grote geschiedenis: Negerjood in moederland is het verhaal van een individu vervlochten met de geschiedenis van Suriname.

Enige tijd geleden verscheen de tweede, uitgebreide druk van Wie goed bedoelt, zin + onzin van ontwikkelingshulp. Toen de eerste druk in 1996 verscheen maakte dit boek veel indruk. Ellen Ombre verstoorde het beeld dat Nederlanders van zichzelf hadden: een volk van gulle gevers dat voorop liep om de Derde Wereld uit haar lijden te verlossen. Zij kwam echter tot de conclusie dat ontwikkelingshulp zelden helpt en vaak schaadt. Met het geven van hulp lijkt het alsof we proberen ons schuldgevoel af te kopen. In deze tweede druk zijn stukken toegevoegd die Ellen Ombre de afgelopen tijd over Suriname (voor de Volkskrant) schreef.

Datum: zondag 31 oktober 2010, aanvang 20:00
Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam
Gratis, reserveren aanbevolen.

Foto: @ Cliff San A Jong

Fragment uit roman Verborgen leegte













Bibliotheek San Nicolas,1959.

In een van de laatste romans die Maureen van de bibliotheek in San Nicolas leende, zat een briefje. Het was geplakt tussen de papieren boekomslag en het boek. Een briefje geschreven met een vulpen en gevouwen in tweeën. De inhoud daarvan had ze niet meteen gelezen en deze zat nog in haar envelopje. De wijze waarop, de envelop was niet dichtgeplakt, nodigde je wel uit om dat zonder uitstel te lezen. Iedere week als ze langs eenzelfde route naar de bibliotheek liep, dacht ze aan het bestaan van dat briefje.

Wanneer ze langs de vele half afgebouwde woningen liep, fantaseerde ze van een meisje dat haar geheimen op deze wijze aan een andere wilde vertellen. Alleen het aantal jaren dat het zou duren voordat zoiets ontdekt werd, kon niemand weten. Al tijdens haar laatste dagen op het eiland had ze af en toe de neiging om de envelop te openen en de inhoud te lezen. Ze had zichzelf beloofd om dit pas op haar achttiende te doen. Al die tijd had ze met dit mysterie rondgelopen. Nu kon ze eindelijk de envelop openen en het in een adem lezen. Het briefje was geschreven in het Papiamento.

Laat nooit meer in de wereld
Iemand opstaan en de macht overnemen
Zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde
Een man die denkt dat anderen
Inferieur zijn aan Europeanen.
Iemand die meent dat buitenlanders
een gevaar voor de samenleving vormen.
Een samenleving die overtuigd is dat een vreemde taal,
cultuur en religie zal gaan domineren.


Ze kneep de brief in haar handpalm dicht. Ze was hevig geschrokken van de inhoud. Al die tijd had ze gedacht dat het een meisje betrof. Over liefde, zoenen, elkaars lichaam strelen en de ervaringen na een eerste vrijage. Nu werd het stil in haar bovenkamer. Was het toch een meisje uit San Nicolas? Of een jongen? Was het iemand die zij kende die het boek had gelezen. Was het iemand die haar had aangeraden om dat boek te lezen? Of was het haar oudere zus die haar op deze wijze pestte?Ze deed haar handpalm open en herlas de brief opnieuw. Ze zag beeldfragmenten van de kweekschool en de studenten Harm, Rachel, Bep, Arnoud en Sietske.

Hoe vaak had ze niet meegemaakt dat men haar behandelde als iemand afkomstig van een eiland zonder geschiedenis, cultuur en ambitie.

Vrijdag 12 november 2010
19.30 - 22.00 uur
Haasse/Vestdijkzaal
Openbare Bibliotheek Amsterdam
Oosterdokskade 143, Amsterdam
Toegang gratis
Kaartjes reserveren via www.oba.nl


©Foto:Arubiana/Caribiana,BNA

Paramaribo brasa!

Uitgeverij Bas Lubberhuizen nodigt u van harte uit voor de boekpresentatie van Paramaribo brasa!, samengesteld door Ko van Geemert.

Paramaribo brasa! is een bijzondere reisgids, die laat zien wat de Surinaamse hoofdstad betekent voor het werk van schrijvers en hoe de stad doorklinkt in de romans, verhalen en gedichten van Surinaamse en Nederlandse schrijvers. Kern van Paramaribo brasa! is een literaire stadswandeling, waarbij de belangrijkste schrijvers van vroeger en nu worden besproken en geciteerd, van Albert Helman tot Cynthia Mc Leod, van Bea Vianen tot Clark Accord, van Ischa Meijer tot Anil Ramdas.

Met bijdragen van John Jansen van Galen, Nancy de Randamie, Michiel van Kempen, Patrick Meershoek en Els Moor. Zij gaan in op typische Surinaamse kwesties, zoals de Decembermoorden van 1982 en de verwerking daarvan in de Surinaamse literatuur.

Datum: zaterdag 3 december 2010
Aanvang: 20.00 uur
Locatie: Vereniging Ons Suriname
Hugo Olijfveldhuis
Zeeburgerdijk 19
Amsterdam

Het boek wordt geïntroduceerd door Noraly Beyer, waarna zij samensteller Ko van Geemert en medewerkers aan het boek Michiel van Kempen en Patrick Meershoek zal interviewen.
Na de pauze lezen Karin Amatmoekrim, Annette de Vries, Antoine de Kom, Clark Accord en Thea Doelwijt (foto rechtsonder) (onder voorbehoud) voor uit eigen werk.

Ko van Geemert (1950) kwam vijftien jaar geleden voor het eerst in Paramaribo. Hij keerde vele malen terug en raakte gefascineerd door de stad en haar literatuur. Van Geemert is publicist en stelde in 2008 de literaire gids Amsterdam & zijn schrijvers. Literatuur op locatie samen.


paperback │ 228 pagina’s │ circa 100 illustraties, met plattegrond │ isbn 978 90 5937 262 7 │ € 22,50

Uitgeverij Bas Lubberhuizen│ Singel 389 │ 1012 WN Amsterdam │ 020 618 41 32 │ info@lubberhuizen.nl http://www.lubberhuizen.nl/

Fotos: @ Jean van Lingen

Negra: Identiteit, kracht, zwart, zwier en verdwaald

Joy Wielkens is ‘lost in translation’. In haar nieuwe show Negra stelt Joy zichzelf de vraag; wat zwart zijn is en wat zwart zijn voor haar betekent? Een persoonlijk, maar vooral muzikaal portret van een jonge oud-migrant.

Voor haar nieuwe programma reisde Joy af naar haar moederland Suriname. Ze maakte de bekende ‘back to the roots’-reis, om daar antwoord te vinden op de vraag wat afkomst voor haar betekent. Back to the roots bleek een illusie, niet eerder was het haar zo duidelijk dat ze hier in Nederland wortel had geschoten. Ze keerde terug met weinig antwoorden en meer vragen.

De weg van de zwarte diaspora is het uitgangspunt geweest voor de muziekkeuzes. Afrikaanse melodieën, Braziliaanse en Surinaamse ritmes en Nederlandse klanken wisselen elkaar af, om dat aan te geven wat generaties zwarte vrouwen onomstotelijk wel verbindt: muziek.

Joy Wielkens (1980) groeide op in Amsterdam. Dat de kleine Joy op de bühne op haar plek was, werd al snel duidelijk. “Joy forever, is a thing of beauty”. Eindeloze Michael Jackson-imitaties en tapdanschoreografieën op tramhaltes dreven haar moeder tot waanzin. Ze ging naar de Amsterdamse Jeugdtheaterschool en volgde daarna haar opleiding aan de Amsterdamse Kleinkunst Akademie.
Ze schitterde in haar afstudeervoorstelling Carmen (regie Titus Tiel Groenestege) en maakte in haar laatste jaar een Duitse solo Die sieben Todsünden (Brecht/Weill). En Duitsland zal nog vaak terug komen. Zo vertrok ze na de akademie naar Hamburg, Duitsland om in de musical The Lion King te spelen, als Shenzi, en speelde tot twee keer toe de rol van Jenny in Der aufstieg und fall der Stadt Mahagonny (Brecht/Weill). Twee seizoenen lang was Joy te zien in de politieserie Van Speijk. Zij vertolkte de rol van de koelbloedige rechercheur Leona Savonet. Ook was ze te zien in Spoorloos verdwenen (AVRO), Keyzer en De Boer Advocaten (KRO/NCRV) en De Popgroep (VPRO). In 2006 maakte Joy haar eerste solo programma Sneeuw. Een muziektheater programma over liefde en volwassen worden.

De co-regie van Negra is in handen van Javier López Piñón en Jolanda Spoel. Javier werd geboren in Barcelona. Hij studeerde vele jaren gelden af aan de theaterregie opleiding in Amsterdam. Javier is een veel gevraagd regisseur van opera en muziektheater in binnen- en buitenland, en is ook als dramacoach en dramaregisseur werkzaam. Jolanda studeerde aan de HKU en is nu artistiek leider van het nieuwe gezelschap Siberia in Rotterdam. Eerder ontwikkelde ze Studio Lef (een talentontwikkelingtraject en productiehuis) en was ze werkzaam bij MC Theater in Amsterdam als regisseur en choreograaf.

Joy is voor de muziek een samenwerking aangegaan met gitarist Mark Tuinstra (foto links). De veelzijdige Mark Tuinstra (1970) is autodidact. Hij begon al jong met piano, speelde toen drums, daarna bas en belandde uiteindelijk bij de gitaar. Na zijn studie journalistiek maakte hij van muziek zijn hoofdvak. Hij speelt momenteel in meerdere bands waaronder Bernie’s Lounge, Mesechinka, Oruga feat. Oene van Geel en Wolter Wierbos en A Fula’s Call. Stijlbeperking is niet voor hem weggelegd. Hij schakelt moeiteloos tussen jazz, Braziliaanse, Ethiopische, Bulgaarse en Indiase melodieën en toerde onder andere in Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, België, Ierland, Jordanië, Japan, Guatemala, IJsland en Brazilië. Naast gitaar speelt hij ook cavaquinho en soms drums/percussie. Gitaristen als Jimi Hendrix, Marc Ribot en Bill Frisell zijn zijn grote voorbeelden.

In de avondvullende serie zal de band aangevuld worden met bassist, gitarist en percussionist: Jura Gomes. Jura werd geboren in Brazilië, maar kwam in de jaren 90 in Amsterdam terecht. Hij is leraar Braziliaanse muziek op het conservatorium in Amsterdam en heeft zijn eigen jazzkwartet. Hij speelde met veel internationale artiesten, onder wie Ceumar.

De vormgeving van het decor is in handen van vormgever en decorbouwer Arianne van Boxmeer. Arianne studeerde aan de Hoge school voor de Kunsten in Utrecht. Ze werkte eerder samen met Hans van den Boom (Stella Den-Haag) en het Zuidelijk Toneel.
Het kostuum is van Farida Sedoc. Een eigenzinnige modeontwerpster, die tot twee keer toe haar collectie showde op de Amsterdam Fashion week. Ze is onderdeel van StreetLab in Amsterdam en heeft haar eigen label Hosselaer.

Voor de speellijst klik hier

Ronald Snijders componeert muziek voor jeugdtelevisieserie

Ronald Snijders heeft de muziek gecomponeerd en uitgevoerd voor een nieuwe tiendelige jeugdtelevisieserie De Avonturen van Buck en Tommy.

De filmopnamen werden gemaakt in het binnenland van Suriname en Paramaribo. De hoofdrolspelen zijn de kinderen Buck en Tommy Schinkel, de twee zonen van de Nederlandse regisseur Robert Schinkel die samen met zijn vrouw de film maakte en eerder dit jaar daarvoor in Suriname vertoefde. De film bevat prachtige beelden van schildpadden te Galibi, krokodillen, zeldzame kikkers en dergelijke. Over de muziek van Ronald Snijders waarin diverse fluiten en slagwerk te horen zijn en die werd opgenomen in zijn studio te Delft, zei Schinkel: “Het past er perfect bij”. De avonturen van Buck en Tommy werd onlangs met veel succes geïntroduceerd op 29 oktober tijdens het Cinekid-festival in Amsterdam. De serie is aangekocht door KRO-televisie en zal vermoedelijk begin 2011 worden uitgezonden, en later dat jaar ook in Suriname.

Een indruk van de serie kan mijn zien via YouTube, klik hier


Bovenste foto: Snijders met de twee hoofdrolspelers
Onderste foto: Snijders met regisseur Robert Schinkel

Here To Stay

[bericht van Gita Hacham]

Hierbij wil ik je uitnodigen voor mijn Tentoonstelling Here to stay. De opening is op 11 november om 17 uur in het CBK- Zuidoost, Anton de Komplein 120, Amsterdam. Ik hoop van harte dat je er bij wil zijn.

"Een installatie van kunstenaar en theatermaker Gita Hacham waarin mensen onthullen wat Here to Stay voor hen betekent. Bekende en minder bekende personen zullen voorspelbare en onvoorstelbare verhalen delen… Filosofische bespiegelingen naast down to earth-berichten, ontroering en verwondering gelinkt aan het alledaagse leven in vorm van objecten."

Op dezelfde dag 11 november om 20 uur mag ik de openingsvoorstelling doen voor het Black Magic Woman Festival bij het Bijlmerparktheater 5 minuten lopen van het CBK .

Gita Hacham studeerde aan de Nederlandse Film en Televisie Academie in Amsterdam en haalde haar master-graad bij DASARTS. Ze is een multidisciplinaire maker/kunstenaar. Zij werkt als schrijver en regisseur voor toneel en film, schrijft poëzie en treedt op als 'spoken word' artiest en dichter. Daarnaast maakt zij kunstinstallaties met gebruik van beeld en geluid.

Tentoonstellling informatie bij CBK:

Concept en uitvoering: Gita Hacham
Theatertechniek / geluid in objecten: Hein Drost
Geluidstechnicus: Jaap Lindijer
Productieleiding: Shyama Daryanani
Productie: Christine Overmeer
Projectleiding CBK Zuidoost: Renske de Jong

Met medewerking van: Abdelkader Benali, Dr Bloeme Evers, Chris Keulemans, Dominique Almeida, Jair Stranders, Loes Kuiper, Moniek Toebosch en Şaban Ol

Informatie voorstellling bij Bijlmerparktheater:

Concept, Film en Spoken word: Gita Hacham
Jazzmuziek: Pablo Nahar
Fysiek theater: Gerindo Kartadinata

Here to Stay is het thema van het Black Magic Woman Festival 2010. CBK Zuidoost nodigde Hacham uit om een tentoonstelling en performance rond het thema ‘Here to Stay’ te maken. De performance op 11 november 2010 is de openingsactiviteit van het Black Magic Woman Festival 2010 in het Bijlmer Parktheater.

Route naar CBK: klik hier
Route beschrijving Bijlmerparktheater: klik hier
Black Magic Festival: klik hier

zaterdag 30 oktober 2010

Blue Devil: Folkert de Jong & Remy Jungerman

door Charl Landvreugd

Blauw is de kleur van de hemel, daar waar de goden wonen. Het wordt in diverse culturen gezien als de kleur van macht en de kleur van bescherming. De duivel daarentegen is relatief. Waar hij in het Westerse denken de plek inneemt van de tegenstander bestaat hij in het oude West Afrikaanse denken van voor de monotheïstische religies niet. Dit denken dat de oversteek heeft gemaakt naar Suriname, manifesteert zich in de Winti-filosofie en de voorouderverering. Zowel het eren van de goden als de voorouders was voor de tot slaaf gemaakten verboden omdat het gezien werd als des duivels en gevaarlijk. Beide praktijken zijn honderden jaren in het geheim uitgevoerd.

Als je niet weet waar Metis Galerie precies ligt, is het vinden ervan als op zoek gaan naar een geheime plek. De nummering op de Lijnbaansgracht is niet makkelijk te volgen en bij het zoeken stuit je op de hekken van de Noord-Zuidlijn. Een lastige rivier om over te steken, maar als het lukt kom je bij de plek die aankondigt de ontmoeting tussen een Sjamaan en Dr. Frankenstein.

De Sjamaan in dit verhaal is Remy Jungerman. Zijn verbeelding van de voorouderverering laat een splitsing zien tussen felle kleuren en rustige tonen. In de Surinaamse beeldcultuur die Jungermans culturele achtergrond vormt, separeert hij hiermee het rijk van de levenden van dat van de doden. Offers en rituelen uit zijn persoonlijke geschiedenis worden twee dimensionale weergaven van contact met het verleden. Jungerman maakt een realiteit zichtbaar die lange tijd was verborgen. De levendige collages vertellen het verhaal van een levensbeschouwing die gericht is op het vinden van balans tussen verleden, heden en toekomst. In deze show zijn ze een cursus Afro-Surinaamse rituelen en filosofie voor beginners. Het is een spoedcursus die fungeert als inleiding tot het begrijpen van de rustige abstracties in de muurinstallaties.

De ruimtelijke werken verwijzen naar de meerdere dimensies waarin deze Afro-Surinaamse gedachte zich afspeelt. Door hun ogenschijnlijke platheid is het nooit zeker of men naar een sculptuur of schilderij kijkt. Het lijnenspel dat is afgeleid van de rituele pangi (omslagdoek) impliceert een oneindigheid in tijd en ruimte. De zorgvuldig geplaatste objecten markeren het moment van contact tussen mens en het verleden. Deze offers verschaffen toegang tot een multi-dimensionale wereld waar de kennis van de voorouders ligt verborgen.

Onttrokken aan de eerste blik, net om het hoekje staat het aandeel van Dr. Frankenstein beter bekent als Folkert de Jong. De keuze voor het werk ‘The Last Thinker’ had niet treffender gekund. Het sculptuur is een verbeelding van Auguste Rodin’s ‘De Denker’. In Rodins originele beeldengroep kijkt de Denker uit over de figuren onder hem in de hel. De Jongs interpretatie zit op houten pallets en heeft zijn hoed afgezet om eens rustig na te denken over wat hij ziet. Met de nieuwe informatie die beschikbaar komt door het werk van Jungerman heroverweegt ‘de laatste denker’ zijn interpretatie van de wereld. Daardoor komt in deze duoshow het werk van De Jong in een heel ander daglicht te staan. Het vervult een functie als vertegenwoordiger van Westers denken in een West-Afrikaans metafysisch stelsel. De Denker van Rodin wordt hier in verband gebracht met de Afro-Surinaamse filosofische traditie waar van origine ‘de hel’ niet bestaat. Als denker kan men zich dan afvragen hoe de Westerse filosofie zich had ontwikkeld als zij niet vast had gezeten in de gedachte dat het licht moet overwinnen op het donker.

De combinatie van deze twee kunstenaars en deze werken laat zien dat beide kunstenaars breken met traditie. Remy Jungerman doet dat door zichtbaar te maken wat tot voor kort geheim was. Daarnaast laat hij een manier zien waarop eenheid behouden wordt binnen een Caribische traditie. Folkert de Jongs ‘laatste denker’ heroverweegt de voorouderlijke filosofische traditie waar hij uit voortkomt. Als onderdeel van zijn Saltimbanques-serie benadrukt “The Last Thinker” de ironische zijde van het onbegrip tussen twee culturen.

Met Blue Devil is er een show weggezet die kennisoverdracht propageert. Wat in het ene systeem als een duivel wordt gezien, is in het andere een scheppende kracht. De Sjamaan en Dr. Frankenstein leggen de basis en wij als participanten op deze geheime plek volgen het voorbeeld.

Blue Devil
Metis Galerie – Lijnbaansgracht 316, Amsterdam
Open: van 8 oktober tot 13 november


Info illustraties:
Remy Jungerman, Blue Devil, 2010/ mixed media, collage/ 122 x 150,5 cm/, © Office for Contemporary Art Amsterdam
Foto: Aatjan Renders

Folkert de Jong, The Last Thinker, 2010, © Office for Contemporary Art Amsterdam
foto: Aatjan Renders

Theo Para: ‘Bouterse werkt aan democratuur’

Essayist Theo Para schrijft in de jongste editie van het weekblad De Groene Amsterdammer dat president Bouterse ‘van de democratie een democratuur zal pogen te maken.’, ‘..een autoritaire quasi-democratie waarin de oppositie dusdanig verzwakt wordt dat ze slechts een rol mag spelen in het optuigen van de democratische façade.’ In het essay ‘Bouterse zegt eenzijdig de vriendschap op; Liever geen band met Nederland’ analyseert Para hoe Bouterse het Raamverdrag voor vriendschap en nauwere samenwerking uit 1992 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname ‘tot fictie maakt’. ‘Het isoleren van de Surinaamse bevolking van haar belangrijkste democratische bondgenoot past binnen het ontdemocratiseringsproces.’ Para is ook kritisch over de aangekondigde dienstplicht: ‘Door onder het mom van dienstplicht de jeugd te militariseren – een maatregel die Bouterse bewust aan het oog van de kiezer heeft onttrokken – hoopt hij zijn politieke draagvlak voor de verre toekomst veilig te stellen.’ Volgens Para zal Bouterse langdurig president willen blijven ‘omdat dat hem feitelijk straffeloosheid garandeert en immuniteit biedt die hem mogelijk maakt te reizen.’

Theo Para is auteur van het boek De schaduw van Bastion Veere, om de rechtsorde in Suriname, dat inmiddels in tweede druk is verschenen bij Uitgeverij Van Gennep in Amsterdam. Zijn essays verschijnen ook in de dagbladen De Ware Tijd (Suriname), Antilliaans Dagblad (Curaçao) en Diario (Aruba).


Op de foto: advocaat Bram Moszkowicz en Desi Bouterse

14e Black Magic Woman Festival

John Leerdam opent als man politicus en cultuurdrager de 14e editie van het Black Magic Woman Festival op donderdag 11 november in het Bijlmer Parktheater. Tijdens het kunstfestival presenteert een breed scala aan vrouwelijke performers en een enkele man zich in meer dan vijfentwintig verschillende programmaonderdelen. Naast de openingstoespraak is er een performance van kunstenares Gita Hacham en tevens een concert van de Kameroenese zangeres Ntjam Rosie. Het Black Magic Woman Festival is van donderdag 11 t/m zondag 14 november te beleven in het Bijlmer Parktheater.


Here to Stay

Het thema van dit jaar is Here to Stay. Dit is een verwijzing naar het simpele feit dat de grote groep diverse vrouwen in Nederland, met wortels in andere landen, hier is om te blijven. Zij staan voor eigenheid, originaliteit en diversiteit en bovendien verrijken zij op artistiek en cultureel gebied de Nederlandse samenleving. Het gaat om vrouwen die in alle lagen van deze maatschappij hun sporen hebben verdiend en daar trots op zijn. Het Black Magic Woman Festival is voor deze eigenzinnige vrouwen hét podium. De afgelopen maanden ging het Black Magic Woman Festival de straat op om deze vrouwen te fotograferen. Een aantal van hen zijn naast bekende vrouwen als Jetty Mathurin, Tanja Jadnanansing, Lauretta Gerards en Raja Felgata als model gebruikt voor het festival.


Hoogtepunten

Het festival heeft naast bijzondere hoogtepunten, twee Nederlandse primeurs uit de Verenigde Staten; de comedyshow Oblivious to everyone van de Amerikaanse Jessica Lynn Johnson, een Paris Hilton wannabe met verschillende persoonlijkheden en de Indiaas-Amerikaanse danseres Sheetal Gandhi geeft met haar Bahu-Beti-Biwi een moderne performance waarin Noord-Indiase muzikale danstradities met humor wordt gebracht. Tijdens de literaire avond gaat Karin Amatmoekrim in gesprek met schrijvers Quito Nicolaas, Jean Kwok (New York Times Bestseller List) en Annette de Vries.


Gezelligheid, eten en cocktails

Om even te ontspannen van het cultureel diverse aanbod, is er tijdens het festival een aparte Fringe lounge, die in samenwerking met het Amsterdam Fringe Festival doorlopend zal worden geprogrammeerd. Alle bezoekers kunnen daar genieten van het open podium, een kickbocks auditie van Imagine IC, een frisse cocktail en lekkere hapjes.

Het Black Magic Woman Festival is een initiatief van Krater Theater, de samenwerkingspartners van het festival zijn CBK Zuidoost, Imagine IC, ZO Cultuur, the Amsterdam Fringe, Aletta en MC.

Voor meer informatie over het festival: www.blackmagicwomanfestival.nl
Bekijk hier online het programmaboekje.


Foto links: John Leerdam in het Bijlmer Parktheater
tijdens de Derde Caraïbische Letterendag;
@ Jean van Lingen

Carry-Ann Tjong-Ayong - Het laatste huisje



Het houten huisje in de Mgr Wulfinghstraat, dat grensde aan de Sommelsdijkse Kreek is verworden tot een hoop verveloze planken met roestige spijkers. Vorige week stonden ze er nog met z'n drieën, scheef tegen elkaar aangeleund. De middelste was het hoogst, twee verdiepingen met een puntdak. In het rechter was vroeger een fietsenmaker. In het linker huisje woonde een Creoolse vrouw, die altijd aan het raam zat.

Als ik voorbij kwam met mijn schooltas, op weg naar huis in de Prins Hendrikstraat, zei ze steevast: "Dag meisje, ik ken je moeder, groet haar voor me". Ik vond dat zo aardig, dat het mijn vaste route werd. Thuis bracht ik de groeten over en Ma lachte, "Ja, ik weet wie het is".
Mijn moeder was erg bekend en geliefd, want ik kwam altijd wel iemand tegen, die haar liet groeten.
"Dag mevrouw!" "Dag meisjelief!"

Hier moest ik aan denken toen ik het oude lege huisje vermoeid tegen het andere zag leunen. Het rechterhuisje lag al in planken in elkaar geslagen op een hoop. De andere twee zouden spoedig volgen. Ik realiseerde mij dat overal in de stad deze vriendelijke arbeidershuisjes aan het verdwijnen waren, met hun twee raampjes, met jaloezieën of luiken en een gebloemd katoenen gordijntje ter grootte van een kussensloop, een houten deur in het midden en een klein stenen stoepje.

Het was begonnen in de Keizerstraat waar mijn ouma woonde. Ook zij zat altijd aan het raam en maakte een praatje met voorbijgangers. ik hield er van bij haar op de stoep te zitten luisteren naar de roddels uit de stad. Na haar dood werd het huisje verkocht aan een grote ondernemer die het met de grond gelijk maakte. Vergeefs zocht ik naar de plek waar ik zo gelukkig was.

Maar nu zie je steeds minder kleine huisjes en in de grote stenen huizen blijft iedereen boven achter lange gordijnen onzichtbaar zelfs voor de buren. Mijn stad wordt vreemd en onvriendelijk. De vroegere warmte en sociale cohesie verdwjnen met de kleine huisjes.

Wij rijden rond richting Kwatta of Molenpad en wijzen elkaar de laatste aan, als zeldzame juweeltjes. "Kijk die! en die!. Ik ken iemand die daar woonde. Zij zijn allemaal naar Holland." Sommige zijn begroeid met groene ranken, struiken of bomen die door de ramen of het dak naar buiten komen. Daar is reeds lang niemand geweest. Ik voel me weer een kind op weg naar school, maar ik besef tegelijk, dat ik mezelf voor de gek houd. Ik ben stokoud. Zo oud als mijn wegkwijnende stad.

.

vrijdag 29 oktober 2010

Rechter: geen copyright op kookrecepten

Een rechter in Liège stelt dat er volgens de wet geen copyright bestaat op kookrecepten. Een kookboekschrijfster uit Limelette (Louvain-la-Neuve) die haar recepten letterlijk terugvond in een ander boek spande de rechtszaak aan. Tevergeefs dus. Een andere kookboekauteur zegt dat als de politici een gat in de wet hebben laten zitten, dat gat snel gedicht moet worden.
[Bron: De Standaard]
Uitgeverij Dubois meldt ons dat met de feestdagen voor deur het weer is tijd om na te denken over cadeautjes en lekker eten. Geen zin in onnodige stress, zoeken in overvolle winkels, lange rijen voor de kassa en gesleep met cadeaus? Bestel dan nu dit originele, Surinaamse kookboekenpakket bij Uitgeverij Dubois! Nu voor slechts € 40,00! (normale prijs: € 54,50)

Het pakket bestaat uit:
Het Groot Surinaams Kookboek: het meest complete Surinaamse kookboek dat ooit is uitgegeven! In meer dan 300 pagina’s geeft deze klassieker een keur van gerechten, zowel voor de eenvoudige als de fijne keuken. De beproefde recepten zijn afkomstig van de Creoolse, Hindoestaanse, Indonesische en Chinese bevolkingsgroepen van Suriname.
Paperback - 336 pagina’s - auteurs: A.A. Starke & M. Samsin – Hewitt.



Wat de Surinaamse Pot Schaft: een verhaal à la Sex in the City, maar dan met een vleugje Suriname en een kookboek met heerlijke, Surinaamse recepten ineen!
Gebonden uitgave - 144 pagina’s - auteur: Diana Dubois.



Sonnie, de weggelopen roti-pannenkoek: een uniek lees – kook - kijkboek ineen voor de kleine kok! Het boek bevat een leuk verhaal en als je het omdraait heb je een kookboek met pannenkoek- en poffertjesrecepten uit heel de wereld. Rijk geïllustreerd en met een voorwoord van Ronald Giphart. Gebonden uitgave - 192 pagina’s - auteur: Diana Dubois.

Ga naar het bestelformulier op de website van Uitgeverij Dubois en bestel het pakket o.v.v. uw achternaam/boekenpakket. Deze aanbieding is geldig tot en met 15 november 2010. Let op: voor verzending naar het buitenland gelden andere tarieven.
Uitgeverij Dubois
Bentincklaan 45 B
3039 KH Rotterdam
Tel +31 6 30941635

Nederlands Nieuw-Guinea: van thuisland tot overdracht

Nieuw-Guinea-delegatie naar Soestdijk, 1950. V.l.n.r. V. de Bruijn,
M. Kaisepo, J. Ariks, A. Arfan en N. Jouwe (Nationaal Archief/Anefo)

Het verhaal over de laatste jaren van het Nederlandse bestuur over Nieuw-Guinea speelt zich af op verschillende terreinen: de dekolonisatie van Indonesië, de binnenlandse politiek van Nederland, de bestuursgeschiedenis van Nieuw-Guinea en de internationale betrekkingen.

De overdracht van Nieuw-Guinea was een speerpunt van zowel de Nederlandse als Indonesische regering en ging gepaard met militaire conflicten tussen deze twee landen. Nederland had de beschikking over het in 1961 opgerichte Papoea Vrijwilligers Korps (PVK), Indonesië zijn speciale commando onder leiding van kolonel Soeharto. Tegelijkertijd werkte Nederland aan de vorming van een toekomstig onafhankelijk West-Papoea. Beide regeringen zochten voor hun standpunt steun bij de pas aangetreden Amerikaanse president John F. Kennedy. Op 19 december 1961 kondigde Indonesië officieel aan dat Nieuw-Guinea gewapenderhand zou worden bevrijd. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Oe Thant riep beide partijen op hun vijandelijkheden te staken. Amerika wilde een gewapend conflict vermijden, waarbij ook de Sovjet Unie betrokken zou kunnen raken. Nieuw-Guinea was een politieke en militaire onontwarbare kluwen geworden. Uiteindelijk werd op 15 augustus 1962 het akkoord gesloten waarbij werd vastgelegd dat Nieuw-Guinea tot 1 juli 1963 onder toezicht van de Verenigde Naties zou staan en daarna aan Indonesië zou worden overgedragen. Dat jaar werd ook het PVK ontbonden.

De eigenzinnige Nederlandse journalist Willem Oltmans speelde een opmerkelijke rol in de kwestie Nieuw-Guinea. Van huis uit aangespoord zich in de Indonesische kwestie te verdiepen, zocht hij vol verve zijn weg in het schemergebied tussen journalistiek, diplomatie en politiek activisme om het Indonesische standpunt naar buiten te brengen. Echter het Nederlandse publiek had er geen belangstelling voor. Oltmans was een van de weinigen die zich openlijk verzette tegen het Nederlandse beleid inzake Nieuw-Guinea.

In augustus 1962 kwam Papoealeider Nicolaas Jouwe met zijn vrouw en twee kinderen aan op Schiphol. Hij was ervan overtuigd binnen niet al te lange tijd terug te keren naar een vrij West-Papoea. Maar dat pakte anders uit. Een paar honderd Papoeagezinnen kwamen eveneens naar Nederland. In tegenstelling tot de Molukkers werden de Papoeas, evenals de Nederlands-Indische repatrianten, verspreid over Nederland ondergebracht.

Op zondag 14 november wordt in Bronbeek aandacht aan dit stuk geschiedenis besteed.

Sprekers en dagvoorzitter

Dr. P.J. Drooglever (1941) was als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag, waar hij de bronnenpublicaties over de dekolonisatie van Indonesië verzorgde. Zijn onderwijsactiviteiten speelden zich voornamelijk af in het kader van het cultureel akkoord met Indonesië, terwijl hij in Nijmegen de L.J. Rogier wisselleerstoel bekleedde. In 2005 verscheen zijn in opdracht van de regering geschreven studie over de Daad van Vrije Keuze in westelijk Nieuw-Guinea. In de loop van dit jaar verschenen daarvan vertalingen in het Engels en het Indonesisch.

Marc Lohnstein (1957) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht met als specialisatie overzeese militaire geschiedenis. Hij is geïnteresseerd in de uniformering van het civiele en militaire overheidsapparaat en onderhoudt de website www.ambtskostuums.nl over ambtskleding. Sinds 2005 is hij parttime onbezoldigd medewerker Museum Bronbeek.

Wouter Meijer (1982) studeerde in 2008 cum laude af op Willem Oltmans aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceerde over hem in het Tijdschrift voor Geschiedenis en in december 2009 verscheen van zijn hand 'Ze zijn gék geworden in Den Haag'. Willem Oltmans en de kwestie Nieuw-Guinea. Momenteel werkt hij in opdracht van de Willem Oltmans Stichting mee aan het persklaar maken van de memoires van Oltmans. Daarnaast studeert hij aan het IVLOS van de Universiteit Utrecht om zijn lesbevoegdheid te halen.

Nico Jouwe is de tweede zoon uit het tweede huwelijk van Papoealeider Nicolaas Jouwe en zijn Nederlands-Indische vrouw Louise Fisher. Hij werd in 1959 in Hollandia geboren en woont sinds 1963 in Delft. Hij studeerde psychologie in Leiden en maakte carrière in (bedrijfs)journalistiek en de overheidscommunicatie. Hij is freelance journalist en vooral actief als dagvoorzitter/gespreksleider.

Dagvoorzitter Frans Sulilatu was als wetenschappelijk medewerker op het gebied van alternatieve energiebronnen verbonden bij TNO. Momenteel is hij freelance adviseur op het gebied van milieuproblematiek gerelateerd aan alternatieve energiebronnen. Voorts is hij bestuurslid van de Stichting Indisch Erfgoed.

De entree voor deze themazondag is € 23,50 p.p. Opgave bij mw. N. Bosman, telefoon 026-376 35 78 (ma, di en do) of per e-mail kumpulan_bronbeek_evenementen@yahoo.com

Volgende themazondag Krijgsdans en traditionele krijgskunst uit de Indonesische archipel is op 23 januari 2011. Sprekers zijn Albert van Zonneveld en Sjoerd Jaarsma. Voorts zijn er filmbeelden uit 1938 met traditionele krijgsdansen te zien. De films behoren tot de collectie van museum Bronbeek en worden toegelicht door de conservator Hans van den Akker.

Sranantongo is de trots van de Surinaamse natie

Keuzes, beïnvloeding, misverstanden bij discussie over meertaligheid

door Ludwich van Mulier


De Officiële taal in onze democratische rechtstaat Suriname is het Nederlands. De algemene omgangstaal is het Sranantongo. De Surinaamse staat erkent de identificeerbare talen van alle cultuurgroepen. Binnenlandse en buitenlandse migratiefactoren hebben de actuele taalsituatie veranderd. Het wetenschappelijk inzicht in talen en hun interne ontwikkelingsprocessen, heeft meer dan ooit duidelijk gemaakt dat “Taalgedrag”- hoe de burger omgaat met de hem omringende talen- beleid vergt. Het niveau van de officiële taal is zelfs in het parlement abominabel gebleken. De algemene omgangstaal en de officiële taal dienen in de Nationale Assemblée een gelijke status te hebben. De officiële taal wordt vanuit het buitenland door onsamenhangende invloeden van derden (Taalunie, Nederland, België) geregisseerd, zonder dat onze regering er iets over heeft te zeggen. Er zijn gebieden in Suriname waar de bevolking noch de officiële taal, noch de omgangstaal spreekt maar zich behelpt met, Engels, Frans, en Braziliaans. Kortom de taalsituatie in meertalig Suriname is rijp voor een gericht en wetenschappelijk goed onderbouwd beleid. De discussie in Tori Oso is actueel.

Eenduidige begrippen en ontmaskering valse aantallen Het grondgebied Suriname behoort tot de taalregio van de Inheemse (Indiaanse) bevolking. De indiaanse (Tupi) talen zijn door toedoen van de Staat in een vergeethoek geraakt, o.a. ook door afname van de sprekersaantallen. Eens werden er op ons grondgebied voor 100% indiaanse talen gesproken. Vanaf halverwege de 16e eeuw hebben verschillende internationale talen in Suriname een thuis gevonden ten koste van de Indiaanse taal die nu slechts door 1,5% van de bevolking gesproken wordt. Hoe we ook over meertaligheid denken, over een ding kunnen we het snel eens zijn; de volledige beheersing van ten minste een taal is het gezondste uitgangspunt. De actuele situatie in Suriname is dat ironisch genoeg noch het Nederlands noch het Sranantongo 100% beheerst worden. Zelfs over de kwantitatieve omvang van de cultuurgroepen is er geen eenduidigheid. Het Algemeen Bureau voor Statistiek (ABS) worstelt openlijk met verouderde denkkaders hetgeen het definiëren van de etnische status van ingezetenen bemoeilijkt. De Chinese cultuurgroep (Hakka, Mandarijn , e.a. talen sprekend) bestaat uit oude, nieuwe, illegale, geïmmigreerde en transito Chinezen, en groeit het snelst. De Braziliaanse cultuurgroep, nu al 10 % van de Surinaamse bevolking, heeft een immigrantenstatus, maar is als taalgroep niet te verwaarlozen. Analyse van de cijfermatige gegevens van de zevende volkstelling (2005) brengt aan het licht, dat Surinamers met Afrikaanse referenties (ruim 32 %) de grootste cultuurgroep in Suriname vormen. De onjuiste etnische aanduiding en splitsing van creolen en Marrons moet worden herzien. Het Sranantongo is gegroeid vanuit het taalgebruik binnen de Afrikaans gerelateerde groep, in communicatie met de overige cultuurgroepen in Suriname. Als omgangstaal is zij allang buiten de groepsgrens van een cultuurgroep gestapt en geaccepteerd als collectief authentiek Surinaams product; een creatie van ons allemaal. Het geëmancipeerde Sranantongo kent meer sprekersaantallen buiten de Afrikaans gerelateerde cultuurgroepen, dat legitimeert zijn nationale status. Volgens de gehanteerde criteria van het ABS behoort ruim een kwart van de Surinaamse bevolking niet tot een specifieke cultuurgroep. Voor deze vitale groep - sommigen zeggen dat dit de echte Surinamers zijn van gemengd bloed- heeft het Sranantongo een nationale en cultureel intermediaire en bindende functie. De immigranten – nazaten van contractarbeiders - hebben zich van onderen op spontaan ingeburgerd in Suriname door zich o.a. primair het Sranantongo eigen te maken.

Na de onafhankelijkheid is in 1977 in Den Haag onder progressieve hindustaanse intellectuelen en mijn persoon als enige niet-hindustaan , de emancipatiebeweging (Jumpa Rajgaroo) van het Sarnami opgericht. De taalkundige grondlegger van deze belangrijke stroming is Motilal Marhé. Hij is de eerste Surinamer die wetenschappelijk de herkomst van het Sarnami–Hindi heeft onderzocht en erover heeft gepubliceerd. Verwantschap met het in het Noord–Oosten van India gesproken Bhojpuri vergemakkelijkte de taalkundige erkenning van het Sarnami; door 27,41% van de bevolking gesproken. De talen behorende bij de onderscheidenlijke Marron–cultuurgroepen, geproduceerd in gevangenschap, hebben een unieke uitzonderlijke status.

Geen volk zonder taal en letterkunde Het Nederlands (ABN) zal nimmer 100% door de Surinaamse bevolking worden beheerst omdat zijn bronnen zich elders aan de Noordzee (Nederland/België) bevinden. Het Nederlands loopt in Suriname altijd achter, behalve als wij de banden met de externe beïnvloeding doorknippen. Nationalisatie van het Nederlands is een optie, die door meerdere landen succesvol uitgevoerd is. In eerdere artikelen suggereerde ik hypothetisch dat deze genationaliseerde Nederlandse taal in Suriname, “Surinamees” zou kunnen worden genoemd. Onder de schutse van het genationaliseerde Nederlands zou het Sranantongo versneld kunnen worden geëmancipeerd.

James Baldwin, de Amerikaanse erudiete schrijver, zei mij in de jaren zeventig, toen ik hem in Amsterdam ontmoette over het Sranantongo, “Jullie zijn al 400 jaar bezig die taal te ontwikkelen? Jullie moeten opschieten.” Een gerespecteerde staat (territoir) heeft een volk (mensen met eigendomsrecht op dat territoir), en een eigen centrale taal (cultuur/communicatiemiddel). Die taal ontwikkelt en bestendigt zich alleen als er een letterkunde (schrijftraditie ) in bestaat, die overdraagbaar en conserveerbaar is. De bronnen voor die nationale letterkunde worden bepaald door de economie, de politiek, de maatschappij. Over de status van alle cultuurtalen die recht hebben op onderdak in het nationale Surinaamse huis, valt met rede te twisten.

Meertaligheid en culturele pluriformiteit Een actueel thema in de Europese landen is, het verplichten van immigranten (buitenlandse ingezetenen) om in te burgeren als voorwaarde voor participatie aan de maatschappij. Een taal- of culturele enclave (geregisseerd vanuit het land van herkomst c.q. een staat binnen een staat) wordt niet op prijs gesteld. Dit uitgangspunt – eerst aanpassen aan de taal van het ontvangende land - voorkomt dat groepen zich parasitair opportunistisch opstellen, binnen de rechtsstaat en enkel eigen groepsbelang, machtsusurpatie op etnische grondslag bepleiten. Het moderne marktdenken toetst de geïmmigreerde cultuurgroep bovendien permanent op haar culturele kostenfactor. Investeren in de overleving van de groep moet een collectief belang dienen. Talen vallen onder deze regels en uitgangspunten, die ook navenant van toepassing zijn op hun sprekers.

Op een conferentie in Venezuela vroeg een intellectueel mij of er een Surinaamse cultuur bestaat. Nog voordat ik antwoordde zei de man, dat hij niets wilde horen over Indonesische, Indiase, Afrikaanse, Nederlandse tradities, want die poppenkast, kleedpartijen had hij eens eerder gezien op een Carifesta-feest. Hij zei: “Die zogenaamde pluriforme cultuuruitingen zijn niet van Suriname. Jullie pronken met andermans veren.” Zijn vraag had betrekking op een nieuwe Surinaamse geïntegreerde multiculturele identiteit, die origineel groeit op Surinaamse bodem. Onder pluriformiteit wordt niet verstaan een statisch cultureel mozaïek of onderlinge vrijblijvende relaties tussen willekeurige talen op Surinaamse bodem. De toetsing aan een nationaal Surinaams denkkader, erkenning daarbinnen van een taalinstituut met nationaal gezag, en het hanteren van een eenduidig begrippenarsenaal en een duidelijke multidisciplinaire taalpolitiek zijn essentiële zaken in deze interessante brede maatschappelijke discussie. Surinaamse meertaligheid is in de “Dobru-benadering” een dikke boom stam Surinaamse originaliteit, met meerdere gelijkwaardige takken die verschillende cultuurtalen symboliseren. Die stam in “wan bon” is ontegenzeggelijk het Sranan.


Nijmegen, 26 oktober 2010

Op de foto: R. Dobru, @ R. Dobru Raveles Stichting

donderdag 28 oktober 2010

Nieuwe Oso weer gevarieerd en rijk

Het nieuwe nummer van Oso, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied is net verschenen, jrg. 29, nr. 2. Het is het varianummer van deze jaargang en bevat elf bijdragen.

Sabine van der Greft opent met een bijdrage over een Surinaams fenomeen dat in reisgidsen, buitenlandse kranten en televisieprogramma’s veel aandacht krijgt: de Surinaamse zangvogelsport. De auteur bespreekt de culturele betekenis van deze sport en besteedt daarnaast aandacht aan de mogelijkheid van plaatsing van de zangvogelsport op de UNESCO-lijst voor immaterieel werelderfgoed.

In de tweede bijdrage bespreken Jolijn Duijnhoven en Yvon van der Pijl een smakelijke bezigheid in Suriname: de Surinaamse publieke eetcultuur. Ondanks de vele verschillen in het multiculturele Suriname vinden Surinamers in de liefde voor eten een grote gemene deler. De auteurs signaleren ontwikkelingen in Suriname die wijzen op constructie van een ‘eenheidsidentiteit’ dóór en in eten. De (vermeende) invloed van mondialisering op de publieke eetcultuur van Paramaribo is het centrale thema in deze bijdrage.

Dianca Schipper beschouwt in haar bijdrage hoe Creoolse mannen de eigen rol in de zorg en opvoeding van hun kinderen zien, hoe zij zelf de band met hun kinderen ervaren en wat hun kinderen voor hen betekenen. In veel wetenschappelijke literatuur is het beeld over Creoolse mannen en vaders dat ze onverantwoordelijk gedrag vertonen door als partner ontrouw te zijn en niet of onvoldoende aan het huishouden en de zorg voor vrouw en kinderen bij te dragen.

Diana van Bergen en Sawitri Saharso behandelen in de vierde bijdrage suïcidaal gedrag van jonge Hindostaans-Surinaamse vrouwen in Nederland. Zij gaan in op de vraag in hoeverre deze groep in vergelijking met autochtone Nederlandse en andere migrantenvrouwen vaker overgaat tot suïcidaal gedrag en op de relatie tussen suïcidaal gedrag (zonder dodelijke afloop) en etnische afkomst.

In de vijfde bijdrage, van de hand van Peter Reimink, staat de strijd van de Trio-Inheemsen in het diepe zuiden van Suriname om hun leefgebied tegen pananakiri (mensen van buiten) te beschermen centraal. De auteur beschrijft lokale percepties en overwegingen van Trio ten aanzien van het landrechtendebat en de zich steeds meer opdringende mogelijkheden om te komen tot meer economische ontwikkeling.

Vanessa Elisa Grotti bespreekt in de zesde bijdrage de relaties tussen de sedentaire Trio en de nomadische Akuriyo in het zuiden van Suriname sedert eind jaren zestig. Begin jaren zeventig werd het merendeel van de nomadische Akuriyo overgebracht naar Trio-dorpen waaronder Tëpoe aan de Tapanahony. De auteur richt zich in haar bijdrage op de ontwikkeling van een duale hiërarchie tussen beide groepen, inferioriteit van de Akuriyo in de zichtbare wereld (het Trio-dorp) versus hun superioriteit in het woud.

In het zevende artikel behandelt Lodewijk Hulsman de handel van Nederlanders met Indianen in Suriname in de periode 1604-1617, een tijdvak dat tot op heden sterk onderbelicht is in de historiografie over Suriname. In deze handel vervulde De Guiaansche Compagnie een belangrijke rol. Op basis van verslagen van de Guiaansche Compagnie schetst de auteur een beeld van Suriname waar kleine groepen Europese mannen leefden tussen Indianen waarmee zij handelden en exportgewassen plantten.

De achtste bijdrage, van de hand van Suze Zijlstra, handelt over de representatie van inheemse vrouwen in Suriname in Nederlandse vroegmoderne reis- en landbeschrijving waarbij zij ingaat op de rolverdeling in het gezin en de kraam en opvoeding van de kinderen. De auteur vergelijkt deze beschrijvingen met de latere beelden van slavenvrouwen in dezelfde vroegmoderne literatuur over Suriname om verschuivingen in perspectief te plaatsen en het uitgangspunt van auteurs beter te kunnen duiden.

Ruud Paesie beschrijft in het negende artikel twee expedities naar de Akuriyo van de Coppename in 1717. De twee journalen van beide expedities zijn uniek historisch en antropologisch materiaal en behoren tot de eerste beschrijvingen van de Akuriyo. Beide journalen zijn als transcriptie in de bijdrage van Paesie opgenomen.
Henry Habibe
op de Eerste Caraïbische Letterendag,
11 november 2007

In de voorlaatste en tiende bijdrage van Fred de Haas staat de poëzie van de Arubaanse dichter Henry Habibe centraal. Habibe schrijft zijn gedichten voornamelijk in het Papiamentu, incidenteel ook in het Spaans en Nederlands. In zijn bespreking gaat De Haas in op de verwantschap tussen de inspiratie en de beelden van Habibes liefdespoëzie en een aantal Spaanse en Zuid-Amerikaanse geestverwanten.

Deze aflevering van OSO wordt zoals gewoonlijk afgesloten met de rubrieken Recensies (deze keer opmerkelijk kort , Lijst van recente publicaties en Berichten. Daartussen staat nog een artikel waarvan niet duidelijk is waarom dat niet als normal artikel bij de andere staat: ‘Suriname door de ogen van een achttiende-eeuwse biologiestudent’ van Tinde van Amstel.

Al met al weer een divers en rijk nummer.

Te bestellen: KITLV, T.a.v. Ellen Sitinjak, Postbus 9515, 2300 RA Leiden, E-mail hofte@kitlv.nl

De nalatenschap van Hans Faverey

In 1993, drie jaar na zijn vroege dood, verschenen de Verzamelde gedichten van Hans Faverey. Hierin zijn alle gedichten opgenomen die hij in bundels en tijdschriften bij zijn leven gepubliceerd had. Maar zijn oeuvre is veel groter. Twintig jaar na zijn dood komen nu alle voltooide ongepubliceerde gedichten voor het eerst ter beschikking van de lezer. Nooit eerder werd het oeuvre van een dichter zo ingrijpend uitgebreid ná de dood van een schrijver. Bijna tweehonderd gedichten komen er bij de reeds bekende. Waarom de dichter ze niet publiceerde is onbekend.

In elk geval kan het niet aan de kwaliteit liggen, want de Nagelaten gedichten zijn even intrigerend en trefzeker als de gedichten die we al kennen. Uitgeverij De Bezige Bij geeft het hele oeuvre van Faverey nu uit in één band, in samenwerking met Lela Zečković (de vrouw van de dichter) heeft Marita Mathijsen de editie tot stand gebracht.

Op 17 november zal het werk van Faverey van diverse kanten belicht worden bij de SLAA in Amsterdam: Piet Gerbrandy spreekt over Hans Faverey en de klassieken, Willem van Toorn over het lezen van Hans Faverey. Marita Mathijsen vertelt over de totstandkoming van de Verzamelde gedichten. Ook zullen er beelden uit de documentaire Dichter(s) bij Segers van Rein Bloem vertoond worden en gedichten voorgedragen worden door Ineke Holzhaus.

Met: Rein Bloem, Piet Gerbrandy, Ineke Holzhaus, Marita Mathijsen en Willem van Toorn

Locatie: SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam)
Kleine Gartmanplantsoen
Amsterdam
Datum: woensdag 17 november 2010
Aanvang: 17.00 uur

Foto: @ Chris van Houts

Inheemse vrouwen actief in COICA


door Josien Aloema-Tokoe, vanuit Quito, Ecuador


Josine Aloema-Tokoe
Tijdens het afgelopen congres van de COICA (Coordinadora de las Organizaciones Indigenas de la Cuenca Amazonia), gehouden in Iquitos, Peru, in november 2009 werd ik gekozen als een van de gebiedscoördinatoren voor mensenrechten, politiek en sociale zaken op voordracht van de OIS (Organisatie voor Inheemsen Suriname). Er zijn twee vrouwen die zitting hebben in het uitvoerend orgaan van de COICA, dat ben ik zelf en de ander is van Guyana, Apa voor het gebied Vrouwen en Familie, maar op dit moment heb ik dit gebied ook onder mijn hoede, omdat zij niet naar hier kan afreizen vanwege een gebrek aan financiële middelen. Ik heb de Wereldbank zover kunnen krijgen om mijn ticket naar hier te betalen na een vergadering met de Wereldbank in Washington. Ook de BIC (Bank Information Centre) heb ik om een bijdrage gevraagd. Ik ben nu vanaf 18 september hier in Quito, Ecuador, om richtlijnen te geven aan het goed functioneren van de COICA, want onze Algemeen Coördinator is ook niet in staat om naar hier te komen om het kantoor te coördineren. Ik ben ook gevraagd geworden om de vrouwenworkshop (taller de mujeres) te begeleiden voor de COICA, die hier plaats had van 12 tot 17 oktober j.l. Ik ben aldoor bezig met Inheemse zaken. Met betrekking tot het vraagstuk van klimaatsverandering (Redd, Redd+ etc.) moeten we ook
veel participeren vanuit de COICA. Ik ben nu bezig om een case study te maken met betrekking tot het vraagstuk van Inheemse vrouwen en klimaatsverandering voor weer een andere workshop in de Philippijnen vanuit de positie van de COICA. Die zal plaats vinden op 18 en 19 november 2010. Er is veel werk voor ons en we proberen vanuit de COICA met de donoren de Inheemsen van het Amazonebekken toch op een adequate manier via workshops de informatie te brengen en hun stem te laten horen op het Internationaal forum.

De website van de COICA vindt u door hier te klikken.

Capoeira in Suriname

door Anna Lavooi

Mijn onderzoek heeft plaatsgevonden in Suriname, waar ik de relatie tussen etniciteit en popular culture heb onderzocht. De vorm van popular culture die ik onderzocht heb is de capoeira. De enige capoeira groep in Suriname is ‘Grupo Capoeira Suriname’. Popular culture biedt de mogelijkheid om mensen van verschillende etnische groepen samen te brengen. Dit zien we ook terug in de capoeira in Suriname, die vertegenwoordig wordt door alle etnische groepen. Popular culture, en zo ook capoeira, verspreidt zich over de wereld. Hierdoor kan één dezelfde vorm van popular culture in verschillende situaties andere betekenissen hebben. 10 jaar geleden heeft de Braziliaanse mestre Marajo de capoeira voor het eerst geïntroduceerd in Suriname.

De scriptie van Anna Lavooi ‘Grupo Capoeira Suriname’; De relatie tussen popular culture en etniciteit is te vinden door hier te klikken.


Nationale Kunstbeurs 2010 (NK’10)

Samen met alle andere kunstenaars en kunstorganisaties in Suriname is ook de Readytex Art Gallery weer klaar voor de Nationale Kunstbeurs die dit jaar voor het publiek te bezoeken is van 29 oktober tot en met 6 november. De Nationale Kunstbeurs (NK) is voor de gallery elk jaar weer een belangrijk evenement. Het is natuurlijk een mooi moment om de gallery zelf te promoten, maar belangrijker nog, is het de meest ideale gelegenheid om het prachtige werk van onze kunstenaars aan een breder publiek te presenteren.

In haar kabinetten vertegenwoordigt Readytex Art Gallery dit jaar met genoegen de kunstenaars Reinier Asmoredjo, Raimen Bijlhout, Kenneth Flijders, George Struikelblok, Humphrey Tawjoeram, Ron Flu, Rinaldo Klas, Marcel Pinas, Wilgo Vijfhoven, Fineke van der Veen, Dhiradj Ramsamoedj en Henry Kartotaroeno (Soeka). Verder hebben ook dit jaar weer enkele partnerkunstenaars hun eigen kabinet: John Lie A Fo, René Tosari, Soeki Irodikromo, Kurt Nahar, Kit-ling Tjon Pian Gi, Sri Irodikromo, Roddney Tjon Poen Gie, Sunil Puljhun, en Hanka Wolterstorff. Het grootste deel van de kunstenaars komt op de NK’10 uit met nieuwe werkstukken en het assortiment is zoals altijd ontzettend divers. Marcel Pinas is er onder andere met zijn felgekleurde composities, Rinaldo Klas beeld in zijn figuratieve werk de positie van mens en natuur binnen huidige milieu vraagstukken uit en John Lie A Fo is er met een aangrijpende serie werkstukken over de kindslaven in Haïti. Natuurlijk is er nog veel meer. Vergeet dus tijdens uw bezoek aan de NK niet ook de kabinetten van de Readytex Art Gallery te bezoeken.

Naast onze aanwezigheid op de kunstbeurs hebben wij dit jaar gemeend iets speciaals te doen met de bestaande werkstukken uit onze collectie. De fantastische kunstcollectie waaronder ook heel wat recent werk zit dat nog nooit in een speciale expo tentoongesteld is, tonen wij graag tijdens deze kunstdagen ook aan het publiek. Zodoende organiseert de Readytex Art Gallery vanaf 29 oktober tot en met 6 november, in de vooravond, als randactiviteit van de NK, ook een eigen expositie dichtbij, en wel in De Hal aan de Grote Combéweg 45. De expositie genaamd Kunst is Kracht bevat een prachtige selectie schilderijen en beelden uit de huidige collectie van de gallery. De Hal bevindt zich op slechts korte afstand van Ons Erf waar de Nationale Kunstbeurs gehouden wordt en het is voor het kunstminnend publiek dus prettig en gemakkelijk om een bezoek aan beide exposities op één dag met elkaar te combineren.

George Struikelblok is vanwege organisatorische redenen dit jaar niet met een eigen kabinet aanwezig op de NK, maar ook hij organiseert in zijn eigen Atelier Struikelblok aan de Amsoistraat 49 een randactiviteit. In de periode van 29 oktober tot en met 5 november 2010 kan het publiek daar genieten van kunstwerken van Struikelblok zelf, met als thema Lob’ Makandra. Met veel kleur en diepte wordt in zijn werk de familie dynamiek tentoongesteld.

Openingstijden Nationale Kunstbeurs 2010 in Ons Erf:
29 okt. t/m 6 nov.: Ma t/m Za 9:00 – 13:00 & 18:00 – 21:00 uur
Zo 18:00 – 21:00 uur

Kunst is Kracht, Readytex Art Gallery in De Hal:

29 okt. t/m 6 nov.: Ma t/m Za 18:00 – 21:00 uur
Zo 18:00 – 21:00 uur

Lob’ Makandra George Struikelblok in Atelier Struikelblok:
29 okt. t/m 5 nov.: 18:00 – 20:00 uur


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Readytex Art Gallery op tel.no: 421750

[Persbericht van de Readytex Art Gallery]

Afbeelding: boekomslag met een schilderij van John Lie A Fo

Artlab met bewegingstheater naar Frans-Guyana

Artlab.sr is uitgenodigd door de Franse organisatie KS&CO om in het kader van de versterking van de culturele samenwerking met haar buurlanden bewegingstheater te komen presenteren in Saint Laurent (Frans-Guyana) bij de aanvang van het nieuwe theaterseizoen.

Van 29 t/m 31 oktober verzorgt ArtLab.sr workshops in Kathak, Bollywood, Penchak Silat en Capoeira in Saint Laurent en Mana. Op 30 en 31 oktober zullen de producties Mahashakti en Our Story van Artab.sr in theater Koko Lampu in St. Laurent te zien zijn.

Later dit jaar komt KS&CO naar Suriname. Op initiatief van ArtLab.sr zal dan een masterclass drama worden verzorgd door Ewlyne Guillaume, artistiek leider van KS&CO.
De voorstelling Daiti van KS&CO zal in december in Paramaribo te zien zijn.
.

Cynthia Mc Leod: “Ik was flabbergasted”

Aan iemand die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de Surinaamse gemeenschap wordt jaarlijks de Rotary Vocational Excellence Award uitgereikt. Dit jaar was het de beurt aan Cynthia Mc Leod. De van huis uit leerkracht heeft voornamelijk veel betekend als schrijfster.

Haar historische romans hebben de Surinaamse geschiedenis in een ander daglicht gezet. De historische stadswandelingen en boottochten brengen zowel toeristen als onze eigen jeugd de vaderlandse geschiedenis bij. Mc Leod had dit niet aan zien komen: "Niemand was meer verbaasd, ik was flabbergasted. In eerste instantie was ik zelfs verontwaardigd omdat ik al 20 jaar niet meer werk. Later begreep ik dat het om mijn hobby ging. De hele Surinaamse samenleving kent me als schrijfster."
.

Cynthia Mc Leod luistert naar de lovende woorden die over haar gesproken worden dinsdagavond bij de uitreiking van de Rotary Vocational Excellence Award 2010 in de Ballroom van Torarica.


Rotary Club Paramaribo, Rotary Club Paramaribo Central en de hosting club Rotary Club Paramaribo Residence stelden een onafhankelijke commissie in om voor de zeventiende keer een nieuwe laureaat te verkiezen. Hiervoor worden strikte criteria gehandhaafd. Zo moet de loopbaan kwalitatief van hoogstaand niveau zijn, de bijdrage aan de ontwikkeling van de sector moet significant, innoverend en creatief zijn. De beroepsuitoefening moet uitstijgen boven de normale verwachtingen, professionele standaarden moeten worden gehanteerd en er vindt een toetsing aan de Rotary Four-way Test plaats. Naast haar bijdrage aan de koloniale geschiedenis en het boeien van de jeugd en toeristen hiervoor, spelen haar romans, studies en voordrachten waarmee zij de Surinaamse literatuur aanzienlijk heeft verrijkt en haar sociale projecten een rol in haar verkiezing.

26 oktober lijkt een magische datum in het leven van Mc Leod. Precies 23 jaar geleden werd haar meest verkochte en gelezen boek, Hoe duur was de suiker? uitgegeven, haar kleindochter werd geboren op deze datum en nu krijgt ze deze bijzondere onderscheiding. Tijdens de bijzonde joint-meeting van de drie Rotary's werd een documentaire over het welbewogen leven van de nieuwe laureate getoond. Hierin was te zien hoeveel indruk ze maakt op haar collega's, vriendinnen, studenten en andere personen in haar leven. "Ze is echt tha bomb," roept een student in de documentaire. Mc Leod is op haar beurt ook bijzonder gesteld op haar studenten. "Dankzij hen ben ik gaan schrijven. Ze bleven me stimuleren en aanmoedigen: Juf u moet schrijfster worden!"

[overgenomen uit De Ware Tijd, 28/10/2010]

De bibliotheek van de toekomst

De Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam organiseert op dinsdag 30 november 2010 van 15:30 - 17:30 uur een discussiebijeenkomst over de bibliotheek van de toekomst.

De computer bestaat nog geen dertig jaar en internet nog geen twintig jaar. Toch heeft de pc nu al onmiskenbaar een allesomvattende en onomkeerbare verandering in het bibliotheekwezen teweeggebracht, met IT als techniek en ‘digitaal' als ‘default' voor de verschijningsvorm van informatie. Deze paradigmawisseling viel samen met de overgang naar het derde millennium van onze jaartelling. De gevolgen ervan kunnen niet overschat worden, en deze transitie is misschien nog wel ingrijpender dan de uitvinding van de boekdrukkunst destijds.

Dit geldt voor de wetenschappelijke bibliotheek nog sterker dan voor de gewone bibliotheek. In de meeste bibliotheken van de Universiteit van Amsterdam is de gedrukte collectie verschrompeld tot een fractie van wat ze was; tegelijk is de omvang van de depotcollectie (in het IWO) alleen maar toegenomen. De bibliotheek beleeft echter een opmerkelijke revival als plek voor ingetogen en toegewijde studie en ook als plek voor ontmoeting, samenwerking en overleg - en niet alleen in tentamenperiodes.

De missie van alle publiek toegankelijke bibliotheken is om documenten, informatie, te delen met zoveel mogelijk gebruikers. Dan is een digitale versie die dag en nacht voor iedereen overal beschikbaar is, uiteraard te verkiezen boven een al dan niet beduimeld exemplaar in een bibliotheek in een gebouw dat meer gesloten dan geopend is. Informatie, ook geesteswetenschappelijke informatie, is of wordt binnenkort digitaal, en informatie-uitwisseling vindt primair langs digitale weg plaats.

Wordt de bibliotheek in de toekomst louter virtueel? Is er nog een toekomst voor open opgestelde collecties en behoefte aan studieplaatsen? Wordt de Digitale Bibliotheek zo gebruiksvriendelijk dat studenten en medewerkers geen behoefte meer hebben aan ondersteuning door bibliotheekmedewerkers?
Medewerkers van de UB en bibliotheekgebruikers van de Faculteit Geesteswetenschapem gaan met elkaar in discussie over de bibliotheek van de toekomst.


Programma

- Opening door prof. dr. José van Dijck, decaan FGw
- Presentatie door Nol Verhagen, directeur UB
- Presentaties door prof. dr. Rens Bod (Logic and Language), dr. Julia Noordegraaf (Mediastudies) en dr. Frans Blom (Nederlandse letterkunde)
- Presentatie door een studentenafvaardiging
- Discussie met de zaal o.l.v. prof. dr. Irene Zwiep
- Aansluitend borrel


Locatie: P.C. Hoofthuis, Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam

Zaal/kamer: 1.05

De 250.000ste bezoeker van deze blogspot!

Vandaag verwelkomde deze blogspot – zonder enig verder geruis – de 250.000ste bezoeker. Gestart op maandag 6 april 2009 heeft Caraïbisch Uitzicht een almaar groeiend aantal bezoekers gezien. Er zijn mensen die de blogspot “onder een vaste knop” hebben en elke dag even kijken wat er aan nieuws staat. Anderen vallen min of meer toevallig binnen.

Welke berichten werden er het vaakst gelezen?

Bij afstand het meest populair was het bericht van 24 augustus 2009 w
aarin Erwin de Vries stelde dat Corneille en Appel erg beperkt zijn als schilders. Mogelijk kwam dat door de illustraties of omdat het bericht vol verrassingen staat voor wie op de links in het bericht (de blauw oplichtende woorden) klikt. Het bericht werd sinds verschijnen al 914 keer aangeklikt.

Veel bezocht waren ook de berichten over het programma van de Derde Caraibische Letterendag, verschenen op 10 september 2010 en 18 juni 2010: 353 keer afzonderlijk bezocht, resp. 259 keer. En dan als derde het bericht over het eeuwfeest van Johanna Schouten-Elsenhout, verschenen op 11 juli 2010, en tot op vandaag 218 keer afzonderlijk bezocht.
.


Erwin de Vries vervaardigt een portret van Johanna Schouten-Elsenhout
Foto: @ Michiel van Kempen


Het ligt in de bedoeling om de website van de Werkgroep en de blogspot binnenkort te vernieuwen en te integreren, zodat alle culturele nieuws gelieerd aan de activiteiten van de Werkgroep praktisch bij elkaar staat. In een handomdraai nieuws en bijzonderheden over het Caraibisch gebied, en up-to-date informatie over lezingen, Letterendagen, boekpresentaties en andere manifestaties die worden georganiseerd onder de paraplu van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Nadrukkelijk willen we iedereen erop wijzen dat de blogspot graag berichten opneemt van wie dan ook die iets aardigs of vermeldenswaardigs te vermelden heeft over de Caraïbische cultuur in heel brede zin. U kunt berichten doorsturen naar het emailadres of zelf vragen om rechten te krijgen toegewezen, wanneer u van plan bent met een zekere regelmaat zelf stukjes te plaatsen.

Let u er ook op dat wanneer u naar beneden scrollt, u rechts allerlei trefwoorden vindt die verwijzen naar berichten op deze blogspot. Dat maakt het u gemakkelijk een bericht te vinden.

Foto linksonder: Felix Burleson en Gerda Havertong op de Derde Caraïbische Letterendag, @ Jean van Lingen