donderdag 30 september 2010

Jongerenproject Schrijversgroep '77

Hierbij worden belangstellenden uitgenodigd voor een informatievergadering over het jongerenproject van Schrijversgroep '77 op 5 oktober 2010 om 18.00 uur in Tori Oso (Frederik Derbystraat 76). Zowel jongeren (max leeftijd 29 jr) als ouderen die als begeleider willen meedoen zijn welkom. Op de vergadering wordt informatie verstrekt, kunnen vragen gesteld worden en kan men zich opgeven.

In 2011 geeft Schrijversgroep ’77 prioriteit aan jongeren. Het is de bedoeling dat drie Tori Oso-avonden worden ingevuld met Tori Happenings van jongeren. De maandelijkse publieksavonden op de laatste woensdag van de maand krijgen steeds meer bekendheid. Schrijversgroep ’77 wil de uitstraling ervan naar jongeren vergroten en is daarom op zoek naar enthousiaste ouderen en jongeren die willen helpen deze avonden te organiseren en invulling te geven. Jongeren barsten van talent, ook op literair gebied. De Schrijversgroep wil plaats maken voor dit talent en de verdere ontwikkeling ervan. De jongeren moeten worden begeleid bij het schrijven van een projectje, het zoeken van fondsen, het maken van een werkplan en bij de literaire invulling van de avond. Hiermee ontwikkelen de jongeren belangrijke vaardigheden die overal in hun maatschappelijk functioneren gebruikt kunnen worden. Aan de andere kant krijgt het literaire leven in Suriname weer een inspirerende push.

Info: Ismene Krishnadath, tel 520513 / 08912005.

Drie kunstmanifestaties bij TENT

Woensdag 6 oktober 2010, 18.00 – 20.00 u
Kunstenaarsgesprek What Did You Expect To See?

Kunstenaars Neil Fortune (op de foto), Otto Snoek en Kurt Nahar vertellen over hun werk in de tentoonstelling Paramaribo Perspectives / SuriNedWerk en gaan in gesprek met elkaar en met het publiek onder leiding van Alex van Stipriaan, hoogleraar Caribische Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
I.s.m. Kosmopolis Rotterdam, m.m.v. Framer Framed.
Beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Reserveren via Kosmopolis Rotterdam; m.vanderwilden@kosmopolisrotterdam.nl

Vrijdag 8 oktober 2010, 20.00 u
Filmavond Cinema Torarica: Short Stories from Suriname

Avond vol korte films, videoclips en videokunst van jonge (Surinaamse) filmkunstenaars, gepresenteerd door performancekunstenaar Quinsy Gario. Met werk van o.a. Melvin Moti, Jurgen Lisse, Ravi Rajcoomar, Kit-Ling Tjon Pian Gi, Samantha Soehandi, George Struikelblok, The Back Lot, Dave Edhard. Locatie: Rot(t)terdam by Roodkapje, Meent 119-133, Rotterdam.

Dinsdag 12 oktober 2010, 20.00 u
Lezingenavond Black Atlantic Revisited (Engels gesproken) in De Unie
De tweede avond in de serie lezingen en gesprekken rondom de potenties en de beperkingen van de hedendaagse kunst in een postkoloniaal, cultureel geglobaliseerd tijdperk. Curator Shaheen Merali (Londen/Berlijn), Lector Kunstgeschiedenis met focus op het Caribische gebied Leon Wainwright (Manchester) en hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de beeldende kunst van de nieuwste tijd Kitty Zijlmans (Leiden) presenteren hun onderzoekspraktijk. Journaliste en publiciste Marcia Luyten treedt op als gespreksleider.
In 1993 schreef Paul Gilroy de baanbrekende publicatie The Black Atlantic, waarin hij stelde dat er geen specifiek Afrikaanse, Caraïbische of Britse cultuur bestaat, maar een Black Atlantic Culture. Een transnationale cultuur waarvan de thema’s en technieken etniciteit en traditie overstijgen. Wat is het actuele perspectief op zijn ideeën en hoe verhoudt het perspectief van The Black Atlantic zich tot het cultuurdebat in Nederland?

Locatie: De Unie, Mauritsweg 34-35, Rotterdam. Reserveren via De Unie +31 (0)10 433 58 33.


Werk links: George Struikelblok Foto Jan Adriaans/Job Janssen; foto van Neil Fortune: Jurgen Lisse

Zwagerman wilde niet met Ramdas aan tafel

Schrijver Joost Zwagerman heeft zware kritiek op over hoe er volgens hem onder links kader wordt gedacht over kiezers die op de PVV stemmen. Hij noemt de intellectueel Anil Ramdas die de PVV-kiezer in een column honend 'white trash' noemde exemplarisch voor het linkse denken in Nederland en dan met name de PvdA. Ramdas was wel uitgenodigd door P&W, maar Zwagerman wilde niet met hem aan tafel.

Lees hier verder, met beelden van You Tube

Columnwedstrijd: 'Anders! Daarom sta ik hier'

Doe mee, laat je stem horen en win een meerdaagse Lutherreis voor twee personen.

De kerk beheert het oude goud van de christelijke traditie. Maar wat doet ze ermee? Begin 16e eeuw vonden sommigen dat de erfenis verkwanseld werd. Eén van hen, een augustijner monnik, zette zich in voor het opdelven van het goud. Van hem – Maarten Luther – zijn de gevleugelde woorden: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders.’ De rest is geschiedenis.

Die geschiedenis, die onder meer de Protestantse Kerk in Nederland heeft opgeleverd, is niet uitgewerkt. Maar wat valt er mee te doen? Leren hoe je kerken netjes sluit? Het gelovig deel der natie terugtrekken binnen de linies van de bible belt? Wij zijn ervan overtuigd dat een nieuwe generatie betere ideeën heeft. Bevlogen reformatoren met lef, haalbare plannen of hemelbestormende initiatieven. Hervormers, die zeggen: ‘Anders! Daarom sta ik hier.’ Het hoeven geen uitwerkte, doortimmerde ideeën te zijn – meer een column dan een preek, eerder een ‘cri de coeur’ dan een doorwrochte analyse.

Aandacht in Trouw en eregast op 31 oktober
De tien beste columns worden geplaatst op de website van dagblad Trouw. De winnende reformatoren zijn op Hervormingsdag eregasten van de Protestantse Kerk Amsterdam. Tijdens het 'Festival van de Hervorming' op 31 oktober wijst een jury drie winnaars aan: zij krijgen een boekenbon van 100 euro en spreken hun column live uit voor het festivalpubliek. Daarna kiest het publiek de beste bijdrage – de publiekslieveling wint de meerdaagse Lutherreis voor twee personen. Trouw zal verslag doen van de middag.

Kerkhervormers tot 35 jaar
Nog geen 35 jaar? Stuur je column ‘Anders! Daarom sta ik hier’ (maximaal 400 woorden) voor 20 oktober naar columnwedstrijd@protestantsamsterdam.nl of naar het Kerkelijk Bureau Protestantse Kerk Amsterdam, Nieuwe Keizersgracht 1 A, 1018 DR Amsterdam t.a.v. Hanna van Dorssen. De jury bestaat uit Ciska Stark (preekspecialist Protestantse Theologische Universiteit), Ruard Ganzevoort (hoogleraar praktische theologie Vrije Universiteit) en Lodewijk Dros (chef 'Letter & Geest' vanTrouw).

Meer informatie
Op www.protestantsamsterdam.nl staat meer informatie over de columnwedstrijd én over het volledige Hervormingsdagprogramma (´s morgens een protestants-oecumenische kerkdienst in De Nieuwe Kerk, ´s middags het ‘Festival van de Hervorming’, vervolgens de muzikale aftrap van ‘De Preek van de Leek’ en tenslotte een feestelijke borrel). Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met Abeltje Hoogenkamp (predikant voor de stad namens de Protestantse Kerk Amsterdam) via 06-51529847.

woensdag 29 september 2010

Minicongres Lalla Rookh aan de VU


Ter gelegenheid van de nieuwe bijzondere leerstoel Hindostaanse Migratie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam vindt er op zaterdag 2 oktober een minicongres plaats. Sprekers zijn Rajendre Khargi, secretaris van de Stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh, K. Sietaram, voorzitter van de stichting, Susan Legêne, hoogleraar politieke geschiedenis VU, Badri Narayan Tewari, associate professor University of Allahabad, en Chan Choenni (op de foto), die de bijzondere leerstoel gaat bezetten. De bijeenkomst wordt omlijst met een optreden van zanger/dichter Raj Mohan.

Toegang uitsluitend op uitnodiging.

dinsdag 28 september 2010

Erotiek in Paramaribo

door Noranja Ameleid

Hoe maken Surinaamse mannen gebruik van een schietstoel voor hun vrouwen? Is het juist om de kleine zeemeermin uit Kopenhagen gelijk te stellen aan de manatee (zeekoe of
lamantijn) uit de Guyanese wateren? Waarom Albert Helman de seksualiteit zo goed doorzag als een theatraal gebeuren. En waarom het beter is te seksen in flanellen ondergoed van de Hema, en Ruth San A Jong alleen al door de titel van haar verhaal ‘De onderbroek’ van meer realisme getuigt dan John Muller met zijn verhaal ‘De slip’. Waarom er heel veel flink geschapen kerels in de Surinaamse letteren voorkomen, maar nauwelijks erotiek zoals in de film L’amant van Jean Jacques Annaud, over een oudere Chinees en een jong Frans meisje in Vietnam. Waarom mati’s wel maar boelers veel minder voorkomen in de letteren. Al deze en nog heel wat meer intrigerende kwesties kwamen voorbij (en kregen een antwoord) in de voordracht die Michiel van Kempen op zondag 26 september j.l. gaf in de Villa Mattern in Amsterdam-Oost, in het kader van het Rode Loperfestival. Het was een mooie nazomermiddag en een gezelschap van 14.0 mensen bleef aan de stoel gekluisterd en bestookte de spreker met veel vragen. Wie thuis was gebleven, had ongelijk.


En een actueel citaat: `Pastoors zijn de enige mensen die door iedereen met vader worden aangesproken, behalve door hun zoons, die hen oom noemen.' Overigens niet van een Surinamer deze keer, maar van Ramón Sender uit zijn kleine roman Requiem voor een Spaanse boer.


Foto: @ Eddy Goedhart

Henk Tjon, geen honger en geen verdriet

Henk Tjon, een jaar geleden overleden

door James Ramlall

Paramaribo - De koppel Henk Tjon - Wilgo Baarn is een veel zeggend fenomeen in het theatergebeuren binnen onze podiumkunsten. Voeg hieraan de namen Eugene Drenthe, Henk Zoutendijk en ... het toneelleven van de jaren zeventig en tachtig is compleet. Henk Tjon was naast zijn theaterkunst ook een masterverteller.

Binnen het vormingswerk heeft Henk zijn eigen plaats, een plaats die hem niet is toegeworpen, maar één die hij heeft verworven. Zeldzaam en haast niet te evenaren. Naast zijn parate kennis over de verborgenheden van kunst en cultuur had Henk toegang tot gebeurtenissen die achter ons liggen. Henk kon spelenderwijs ook doordringen tot de Surinaamse kunst en cultuur geschiedenis. Henk had niet alleen kennis van dingen om ons heen, maar Henk beheerste het verleden op voortreffelijke wijze. Het heden wist Henk met een feiten panorama te omkleden en te versieren, zodat het verleden en de toekomst het heden bezongen.

Henk Tjon was naast regisseur ook dramaturg, drummer, zanger, Caribbeankenner en story teller. Henk was een fijnproever, smaakvolle consumer van Caribische gerechten. Zij, die Henk kennen, weten dat Henk Tjon een diep bewogen persoon was, naast zijn uitzonderlijke eigenschappen van behulpzaamheid, begrijpend inborst en medemenselijkheid. Henk Tjon kon ongemerkt doordringen tot verborgen leven van zijn evenmens om van daaruit de andere in zijn inzichten te benaderen en hem van adviezen en suggesties te voorzien voor evenwicht en harmonie. Henk kon kris kras door alle Surinaamse cultuurachtergronden wandelen en zich spiegelen binnen het verborgen leven van de ander zijn bestaan. Henk was ook opvallend verdraagzaam, hetgeen hem bemind, behoedzaam en sympathiek maakte. Henk had altijd een open oor voor suggesties, nieuwe beelden en gedachten in de ontmoeting met de andere. Henk Tjon was Henk Tjon.Op de Carifestas was Henk zeer gedreven, steeds weer op zoek naar perfectie, naar het nieuwe, naar het onhaalbaar bereik. Henk Tjon was altijd op weg naar het haast onmogelijke, dat op de duur toch een mogelijkheid werd.

.


V.l.n.r. Rufus Collins, Henk Tjon en Maarten van Hinte in 1987

Henk Tjon was een verwoed schrijver, die steeds bezig was het nog niet bekende op te tekenen, te stellen en op te stellen, te formuleren en te herformuleren. Tot laat in de nacht was hij betrokken bij het nog niet geschrevene op te tekenen en voor anderen toegankelijk te maken. Henk leefde voortdurend uit het verleden naar de toekomst door het haast vergane te belichten waardoor het achter ons liggende fenomeen, als een lichtend beeld voor ons schitterde als een iets dat er nog niet is, maar straks toch worden zal. Henk was altijd op weg naar het verborgene… het andere, dat er nog niet was, maar weldra weer worden ging… Henk was overal en toch nergens Henk was steeds weer op weg naar verder, op weg naar zijn fantasieën, naar een huis dat zeker niet zijn thuis was.

Het Doe Theater samen met Thea Doelwijt was Henk zijn droom en passie naast zijn vele hartstochtelijke herinneringen en verlangens. Henk heeft veel bereikt maar uiteindelijk is niets binnen zijn bereik gebleven. Henk was meedogenloos op weg naar zijn doelen, niet alleen voor zijn leerlingen, studenten en collega's, maar vooral voor zichzelf. Hij wist als geen ander dat het doel en visie elkaars congruenten zijn zonder het één kan het ander niet bestaan.

Henk zijn visie voor een eigen Surinaams theater is hem helaas niet gelukt, zoals voor zijn andere mede spelers in de toneel wereld. Zelfs Thea Doelwijt moest zich uiteindelijk aan deze beperking niet alleen onderwerpen, maar haast verslagen zich erbij neer leggen. Tenslotte zijn er vaak gebeurtenissen binnen het haalbare, die helaas niet te bereiken zijn. De kosmische wetten van Rta hebben haar eigen normen en wetmatigheden. Henk was zich van deze beperkingen uiterst bewust.

Naast Henk hadden we in de jaren eind zeventig, begin tachtig Gorasing de dans- dramateurig met veel talent, vaardigheden, kennis en kunde. Gorasing had op gebied van dans veel bereikt. Toch moest hij er uiteindelijk in geloven, dat wens en verlangen reële fenomenen zijn die slechts achter de horizon bestaan en soms niet voorkomen in de kosmische wereld van de sterfelijke mens. Zoals het vele artiesten vergaat, verging het ook met de kunstenaar Henk Tjon. Toen de zachte bries tussen de bladeren speelde en de manjatrossen stil op de windgolven dobberden, was de tijd voor Henk aangebroken. Niets vermoedend, maar ook niets zeggend stond hij op en ging gewillig mee. Henk ging mee. Alles achterlatend wat hem eens zo dierbaar was. Zijn schrijfgerei lag deels op tafel en deels verspreid in de kamer. Zijn lichaam lag licht gebogen op de grond, want zo vond Wilgo Baren hem de volgende morgen, vond Wilgo Baren hem alleen, moederziel alleen. Zo kwam hij op aarde en zo ging hij hier vandaan, zonder moeder, zonder ziel, alleen. Henk was Henk alleen. De manjatrossen dobberden op de golven, op de golven van de wind. En een zachte bries speelde tussen de twijgen en de bladeren buiten, binnen was alles stil en stil.

Zijn cultuurvrienden hebben een herdenkingsavond voor Henk georganiseerd. Indrukwekkend en groots, met ala kondre en tra kondre dron. Eenieder heeft zich uitgeleefd. Van alle kanten hoorde men : ai mi boi a san bin bun so te, a neti bing great. Alleen wisten velen niet, dat Henk vaak pinaarde. Natuurlijk zijn er voor pinaren vele redenen. Dikwijls gegronde, minder dikwijls niet gegronde redenen, ongegrond. Maar meer dan eens zijn er redenen te over om alles goed te praten en de oorzaken van het pinaren daar te zoeken waar ze niet gezocht dienen te worden. Dan valt het geweten, diep vermoeid, in een voortdurende rust om niet meer te knagen, noch te spreken. Of Henk in zijn dagelijks doen gepinaard heeft of niet is nu niet meer interessant of relevant. Belangrijk is dat arme Henk een staatsbegrafenis heeft gehad en een ere lint van zus of zo. Of Henk de laatste dagen niet meer bij de chinees kon gaan is niet belangrijk. Alleen de vogels keken vaak verlangend en hoopvol naar de vensters, die niet meer opengingen en na een korte duur van teleurstelling en honger hebben de vogels naar nieuwe vensters uit gekeken. Spoedig waren ook de vogels Henk vergeten zoals vele van zijn cultuurmakkers. Er zijn mooie en lofwaardige woorden uitgesproken op de herdenkingsavond en bij het open graf, woorden voor en over Henk. Alleen Henk en de vogels hebben niets daarvan gemerkt, want de woorden zijn door de wind meegenomen naar verre oorden, heel ver van hier waar er niets heerst, geen honger en geen verdriet.-.

18/09/2010

[Uit DWT Online, 22-9-2010]

Prachtige staal van Caraïbisch theater op Derde Letterendag

Een tot de nok toe gevuld Bijlmer Parktheater zag zaterdag 25 september 2010 het neusje van de zalm van het Caraïbisch theater aan zich voorbijtrekken op de Derde Caraïbische Letterendag. Paulette Smit had een afwisselend programma met gasten uit Curaçao, Suriname, Aruba en Nederland samengesteld. Sharda Ganga en Maarten van Hinte zorgden voor zeer persoonlijke columns en een uitgelezen gezelschap aan acteurs speelde scènes van Thea Doelwijt, Astrid Roemer, Julien Ignacio en Norman de Palm.

.


Op de foto hierboven van links naar rechts John Leerdam, Jenny Mijnhijmer, Sharda Ganga, Thea Doelwijt, Noraly Beyer, Maarten van Hinte, Julien Ignacio en Norman de Palm.

Op de foto hieronder drie van de hoofdrolspelers van de avond: Paulette Smit, Noraly Beyer en Felix Burleson.

.


Bovenste foto: @ Michiel van Kempen

Onderste foto: @ Bert Nienhuis

1 jaar Bijlmer Parktheater

Het Bijlmer Parktheater viert haar eenjarig jubileum. Wat begon als een droom werd op 9 oktober 2009 werkelijkheid; het Bijlmer Parktheater opende officieel haar deuren voor het publiek. Met het theater hadden de vier partners, Circus Elleboog, Jeugdtheaterschool Zuidoost, Krater Theater en de 5 o'clock class een vaste plek om te programmeren en te produceren.

Vanaf de opening bezochten meer dan 50.000 mensen het theater voor circus, toneel, zang en dans. Jonge makers en professionals vonden er onderdak voor eigen performances. Diverse organisaties vonden er de perfecte locatie voor een lezing, viering of presentatie.

Rechts: directrice Ernestine Comvalius, hier in gesprek met Aart Broek, foto @ Bert Nienhuis


Van 4 t/m 9 oktober kan het publiek genieten van een divers programma:

Woensdag 6 oktober
Prinsesje Arabella 5+ | Tg. Lange Mannen

Donderdag 7 oktober
BOP - Bijlmer Open Podium

Vrijdag 8 oktober
Met Liefde in Overvloed - Jetty Mathurin (Uitverkocht)

Zaterdag 9 oktober
Kara Dara - Fresh Badwater

Meer informatie over de voorstellingen vindt u op de website.

Portretten van Brett Russel

“Coming from where I’m from”

Door zijn eigen ervaringen in Nederland en op Curaçao, besloot Brett Russel een bijdrage te leveren aan het doorbreken van wat hij ervaart als classificatie of ‘hokjesdenken’. Dit met betrekking op het uiterlijk van mensen en in dit specifieke geval Curaçaoënaars. Hij maakt 24 portretten waarin hij duidelijk maakt dat het uiterlijk van de ‘echte’ Curaçaoënaar, zeer divers is. Met deze serie hoopt Brett Russel niet alleen een ‘eye opener’ te hebben gecreëerd, maar tevens op vrolijke en laagdrempelige wijze een serieus onderwerp te hebben belicht.
Alle geportretteerden zijn Curaçaoënaars die op Curaçao zijn geboren en getogen.

Waar: cultuurcentrum VU, Griffioen, Uilenstede 106, Amstelveen
Open: 25 september t/m 7 november 2010


www.griffioenexposities.nl
www.vu.nl/griffioen

Marroninstituut Stichting Sabanapeti vierde 20-jarig bestaan

Op 21 september 1990 werd het Marroninstituut stichting Sabanapeti in Utrecht opgericht. Nu, na twintig jaar, kijkt het bestuur tevreden terug op het werk dat de stichting realiseerde voor de Marrongemeenschappen in Suriname, Frans-Guyana en de diaspora. Stichting Sabanapeti vierde haar verjaardag samen met haar vrienden en genodigden op 25 september 2010 in de aula van het Trajectum College in Utrecht.

.


In de 30 minuten durende videodocumentaire Realisatie van het mogelijke, gemaakt door de voorzitter, kabiten André R.M. Pakosie, zagen de aanwezigen wat stichting Sabanapeti in de afgelopen twintig jaar realiseerde: Bewaarder van de hoogste Marrononderscheiding, de Gaanman Gazon Matodja Award, voor personen die zich verdienstelijk maakten voor Suriname en met name voor de Marrongemeenschappen. Het uitgeven van het tijdschrift Siboga, het cultuurhistorische tijdschrift over de Marronsamenlevingen. Het realiseren van kleinschalige duurzame ontwikkelingsprojecten in Suriname op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, cultuur en gezondheidszorg. Het verrichten van onderzoek op het gebied van Marrongeschiedenis en –cultuur. Het verzamelen, inventariseren en documenteren van geschreven, audio(visuele) documenten en (kunst)voorwerpen. De totstandkoming van een archief- en documentatiecentrum. Het begeleiden van studenten, het overdragen van kennis en het ondersteunen van Marrons om met behoud van de eigen culturele identiteit een positie te verwerven en een positieve bijdrage te leveren in de samenleving waarin zij wonen. En natuurlijk de talrijke lezingen en cursussen aangaande de Marroncultuur en -geschiedenis, die kabiten Pakosie in Suriname, Nederland en daarbuiten verzorgde.

Na de pauze, waarin iedereen genoot van de heerlijke Marronkeuken, droeg Saamaka dichteres Orsine Walden ter ere van het twintigjarig bestaan een aantal van haar gedichten voor in het Saamaka en Engels. Hierna was het woord aan kabiten Pakosie. Hij verzorgde een indrukwekkende lezing over Het ontstaan en de ontwikkeling van de Afro-Surinaamse Creooltalen’. Hij ging daarbij niet alleen in op het ontstaan van het Sranan, Ndyuka, Saamaka, Matawai, Aluku, Kwintii en Pamaka, maar ook op de klassieke talen die vroeger gewoon in het dagelijks leven van vooral de Marrons gebezigd werden: Loangu, Anpuku, Papa, Kumanti, Anklibenda, Amanfu en Akoopina. Nu gebruikt men deze alleen nog maar binnen de religie. Daarnaast onderscheidt Pakosie de instrumentale talen - Wanwi-apinti, Kumanti-apinti, Kwadyo, Agbado, Benta, (Botoo) Tutu en Abaankuman -, die volgens hem, net zoals dat het geval is bij gebarentaal, bij de verbale communicatie ingedeeld dienen te worden. Elke slag vertegenwoordigt immers een onuitgesproken woord of een heel verhaal.

De aanwezigen luisterden aandachtig naar de verschillende fragmenten, die kabiten Pakosie van elke taal liet horen. Omdat hijzelf de zeven Afro-Surinaamse Creooltalen en op één na de klassieke talen spreekt én ook de instrumentale talen verstaat, kon hij deze unieke geluidsfragmenten onder andere verzamelen door zelf met mensen te converseren die deze talen nog beheersen. Bijzonder zijn ook de opnames van toespraken van verschillende reeds overleden gaanman van de Marronsamenlevingen, die elk in hun eigen taal spreken. Een Inheemse taal komt vervolgens aan bod, die de Marronleiders spraken om met de Inheemse leiders te kunnen communiceren.

.


Na zijn lezing ontstond een levendige discussie over het gebruik van de klassieke talen binnen de Wintireligie. Een van de eyeopeners die kabiten Pakosie zijn publiek meegaf, was het gegeven dat de klassieke talen normale talen zijn, die aangeleerd kunnen worden – zoals dat ook het geval is bij het Latijns dat gebezigd wordt binnen de christelijke religie, met name in de Rooms-katholieke kerk.


Het belang van het Marroninstituut


Op de vraag wat het belang is van het werk van Sabanapeti, antwoordde een van de genodigden: “De informatie die ik krijg van Sabanapeti over de Marroncultuur en geschiedenis is geweldig. Ook volgde ik de Afáka-cursus en leerde daardoor weer meer over mijn eigen cultuur”. De bekende Apinti masterdrummer, André Mosis, vertelde dat stichting Sabanapeti hem onder andere ondersteunde toen hij in Nederland kwam om zijn leven op te bouwen met behoud van zijn eigen Marronidentiteit. Een jonge toehoorster vond het juist erg goed dat de stichting arme mensen in Suriname helpt, bijvoorbeeld door het schooltasproject. Onder de aanwezigen bevond zich ook de bekende zangeres Denise Jannah, die de kracht van Sabanapeti roemt en haar standvastigheid gedurende de afgelopen twintig jaar. Zij hoopt dat dit unieke Marroninstituut nog groter wordt en nog meer mensen aantrekt dan dat het nu al doet.

Huid! van Raymi Sambo

Op zaterdag 2 oktober 2010 vindt de première plaats van de theatervoorstelling Huid! van Raymi Sambo.

Voor de dominante moeder van Steve, de oogappel van een Antilliaanse familie, staat zwart zijn gelijk aan zwak, lui, arm, lelijk en agressief zijn. Steve wil zichzelf en zijn achtergrond accepteren en neemt voor het eerst een vriendinnetje mee naar huis. Dit heeft grotere gevolgen dan verwacht. Regisseur Raymi Sambo (vorig seizoen te zien in Amandla! Mandela) maakt met Huid! een voorstelling over discriminatie door gekleurde mensen onderling. Maar ook over de universele zoektocht naar wie je bent, los van je huidskleur, afkomst en sekse. Met naast Raymi Sambo ook Everon Jackson Hooi (GTST) en anderen.

Theater aan het Spui, Den Haag, 20.30h.
Zie voor de speellijst okt-nov. www.raymisambo.nl

You Tube-filmpje, klik hier

Foto van Raymi Sambo, @ Brett Russel

Een slavenvertelling door Felix Burleson

Bij de laatste editie van Sail Amsterdam vertelde acteur Felix Burleson op een van de oudste (nagebouwde) boten van Nederland, de Kamper Kogge, die lag afgemeerd in de Amsterdamse haven, een slavenvertelling. Het verhaal werd gedurende twee dagen zes maal gebracht. Honderden mensen luisterden van op het dek of vanaf de kade ademloos toe. Hieronder een foto-impressie.

Calling out liberty

Calling out liberty: the Stono slave rebellion and the universal struggle for human rights


On Sunday, September 9, 1739, twenty Kongolese enslaved armed themselves by breaking into a storehouse near the Stono River south of Charleston, South Carolina. These rebels killed twenty-three white colonists, joined forces with other enslaved people, and marched toward Spanish Florida where they expected to find freedom. Before the day ended, however, the rebellion was crushed and many surviving rebels executed. South Carolina responded quickly with a comprehensive slave code that reinforced white power through laws meant to control the ability of enslaved to communicate.

.


The Stono Rebellion serves as a touchstone for Calling Out Liberty, an exploration of human rights in early America. Expanding upon historical analyses of this rebellion, Jack Shuler suggests a relationship between the Stono rebels and human rights discourse in early American literature. Though human rights scholars and policy makers often offer the European Enlightenment as the source of contemporary ideas about human rights, this book repositions the sources of these important and often challenged American ideals.

Jack Shuler is assistant professor of English at Denison University. He earned his Ph.D. in English from the Graduate Center–CUNY in 2007. His book Calling Out Liberty: The Stono Slave Rebellion and the Universal Struggle for Human Rights (Mississippi University Press, 2009) explores the development of human rights in early America repositioning the assumed sources of these important and often challenged ideals. His criticism, interviews, and poems have appeared in the Columbia Journal of American Studies, South Carolina Review, Fast Capitalism, Reconstructions: Studies in Contemporary Culture, Hanging Loose, The Brooklyn Review, Big City Lit, and Failbetter. His current book project, Blood and Bone: Truth and Reconciliation in a Southern Town (University of South Carolina Press, Forthcoming), examines the killing of three students on the campus of a historically black college in 1968.


Datum: Vrijdag 15 oktober 2010

Locatie: Ninsee, Linnaeusstraat 35f, 1093 EE Amsterdam

17.30 – 18:00 uur : Inloop

18.00 - 18.45 uur : Presentatie. dr. J. Shuler

18.45 - 19.00 uur : Vragenronde/Discussie

Contact: Drs. Ruth Dors, r.dors@ninsee.nl of telefoon (020) 568 2083

Hannie Rouweler - Zwarte minnaar

voor mijn man


Jij met je donkere, glanzende huid van koper

als het paard dat ik elke ochtend

achter in mijn weide zag staan briesen

in een mistlaag van de winter

bracht mij in de donkerste nacht, het diepste

hart van de Caraïben. In elk woord, elke

fluistering hoorde ik de branding van de zee.

Jouw gebaren, sierlijk en intens, waren zo

uitbundig van vrolijkheid, je ogen straalden

als sterren hoog aan de hemel

terwijl je met je oude Toyota mij de buitenwijken

van de stad toonde, de haven, de vervallen huizen,

het strand met palmbomen, dat ik altijd bij je wilde blijven,

in de grootste armoede van dat verlaten eiland.

Ik moest gaan. Ik moest je achterlaten. Ik moest

de pijn voelen van verlies en grenzen

maar als ik de drums en liederen terughoor

van lang vervlogen tijden

ben jij het, die mij in vervoering brengt,

ben jij het, die mij laat leven, mij leven schenkt.

.



Black lover




You with your dark gleaming skin of copper
like the horse that every morning I used
to see snorting in my back meadow
in a seam of winter mist
brought to me in the darkest night the deepest
heart of the Caribbean. In every word,

every whisper, I heard the breakers of the sea.
Your gestures, graceful and intense, were so brimful

of gaiety, your eyes shining like stars high in the sky
while in your old Toyota you showed me the outskirts
of the town, the harbour, the dilapidated houses,
the beach with palms, that I wanted to stay with you

for always, in the utter poverty of that deserted island.
I had to go. I had to leave you behind. I had
to feel the pain of loss and boundaries
but when I once more hear the drums and songs
of times long past
you are the one who carries me away,
the one who lets me live, who gives me life.



Translation: John Irons

Spinoza en de vrijheid van meningsuiting

Op dinsdag 5 oktober a.s. houdt prof.dr Steven Nadler (University of Wisconsin-Madison) de zesde Gouden Eeuwlezing aan de Universiteit van Amsterdam onder de titel 'Spinoza and Toleration'. Steven Nadler zal Spinoza's denkbeelden over vrijheid bespreken aan de hand van zijn ideaalvoorstelling van de democratische staat. De focus zal liggen op de politiek-filosofische kwesties van de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van meningsuiting. De lezing zal worden ingeleid door prof.dr. José van Dijck en prof.dr. Frans Jacobs.

Het programma begint om 19:30 in de Aula van de Universiteit, Singel 411 (hoek Spui), Amsterdam. De toegang is gratis, de voertaal is Engels.

Belangstellenden wordt verzocht zich aan te melden per e-mail: goudeneeuw-fgw@uva.nl Voor nadere informatie zie de website van het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw, klik hier

Tammo Schuringa over Schaafijs en wilde bussen

Klik op de afbeelding voor een groter formaat

Kan poëzie de wereld redden?

door Thomas Vaessens

Het is een sleutelscène uit Ian McEwans Saturday: Daisy Perowne staat naakt en zwanger in de kamer, het middelpunt van een luguber gijzelingstafereel. Twee onbehouwen, agressieve, met messen gewapende mannen lijken haar te gaan verkrachten, onder het toeziend oog van haar welgestelde en cultureel onderlegde ouders. White trash komt wraak nemen op smaak, beschaving en welvaart. Maar dan leest Daisy Matthew Arnolds gedicht ‘Dover Beach’ voor. Het ongelofelijke gebeurt: een van de overvallers raakt ontroerd door de voordracht, waarna hij gemakkelijk te overmeesteren is en de overval met een sisser afloopt.

Nogal wat critici plaatsten vraagtekens bij McEwans scène: was dit niet al te naïef? Te karikaturaal? Gleed de auteur hier niet weg in onvervalste kitsch? “This is a good example of how too long in the literary bubble may cut you off somewhat from real life”, schreef bijvoorbeeld David Baddiel in The Times. In Nederland vond Barber van de Pol hetzelfde (‘zo soft dat het hele boek er acuut door in een draak verandert’). Het zou best kunnen dat Baddiel en Van de Pol gelijk hadden, maar dat neemt niet weg dat McEwan lang niet de enige is die Arnolds negentiende-eeuwse ideologie van de cultuur weer op de agenda zet.

Vandaag legt Anil Ramdas, in de Volkskrant verwikkeld in een interessante discussie met Joost Zwagerman, een verband tussen Wilders’ electorale succes en de culturele verwaarlozing van laaggeschoolde blanken. Waar Paul Scheffer de stelling verdedigde dat “de oude sociale kwestie” van blanke arbeiders zou zijn opgelost, daar meent Ramdas dat de blanke laaggeschoolden alleen maar van de radar zijn verdwenen. Ze hadden immers een huis en een auto. En ze konden op vakantie. Maar aan hun laaggeschooldheid is intussen niets veranderd. Ramdas:

“Ze zijn in culturele zin verwaarloosd. In plaats van ze deel te laten nemen aan de wereld van literatuur, poëzie, muziek en kunst, werden ze afgescheept met SBS- en RTL-amusement. Met Oh Oh Cherso en RTL Boulevard”.

Waar deze culturele verwaarlozing toe geeft geleid? Tot een op internetfora steeds beter zichtbare, boze white trash: In Ramdas woorden tot “mensen die zich niets aantrekken van fatsoensnormen en lijden aan een ernstig gebrek aan zelfbeheersing”. Het is deze groep die volgens Ramdas door Wilders effectief is gemobiliseerd.

Mij trof in Ramdas analyse vooral de suggestie dat “de wereld van literatuur, poëzie, muziek en kunst” reddend kan zijn in de huidige crisis.

Naïef? Karikaturaal? Kitsch?

In Den Haag staat een bruin kabinet te trappelen om, gebruik makend van Wilders’ electorale succes, de vingers van Rechts Nederland te gaan aflikken. Het kan geen toeval zijn dat dit kabinet juist op kunst en cultuur fors wil bezuinigen. Te vrezen valt dat we ons ook over de plannen voor het onderwijs weinig illusies hoeven te maken.

[overgenomen van De Amsterdamse Lezing, 28 september 2010]

Op de foto links: Anil Ramdas; @ Chris van Houts

De Dwaze Dagen en de Brass Babes

De Dwaze Dagen van De Bijenkorf zijn in Nederland uitgegroeid tot een koopgek consumentenfestijn, dat zelfs het NOS Journaal haalt. Dit jaar wordt de stormloop op de Bijenkorfvestigingen muzikaal omlijst door de Brass Babes, bestaande uit slechts drie muzikanten, maar klinkend als een kleine Big Band. Het trio Brass Babes onderscheidt zich niet alleen door de aparte bezetting van instrumenten - trompet, altsaxofoon en baritonsaxofoon - maar ook door het feit dat deze instrumenten worden bespeeld door drie zeer aantrekkelijke dames. Het trio bestaat uit: Raya Hadjieva op trompet en bugel, Sanne Landvreugd op alt- en sopraansaxofoon en Mechteld Bannier op baritonsaxofoon, een mix van Bulgaars, Surinaams, Fries en Zwitsers muziektalent.
.

Wie de Brass Babes zelf wil horen – ook zonder zich als een malloot in de kooplustige mensenmassa te storten – kan terecht a.s. donderdag tussen 8:00 en 10:30 in Amstelveen, in Amsterdam tussen 13:00 en 15:30 en in Utrecht tussen 18:00 en 20:30. Op vrijdag 1 oktober tussen 9:00 een 11:30 in Den Bosch, tussen 13:00 en 15:30 in Eindhoven en tussen 19:00 en 21:30 in Maastricht.


Voor de website van de Brass Babes klik hier

De West in Hongarije

De Néderlandisztika Tanszék, oftewel de afdeling Nederlands van de Universiteit van Debrecen in Oost-Hongarije, huist in een monumentaal gebouw dat in de nadagen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelrepubliek werd neergezet. Ongetwijfeld voelen de studenten – de universiteit telt er 30.000 in totaal - op hun royale campus dat ze bij de onderwijstop van hun land horen. In de nazomerzon slenteren ze graag langs de grote fonteinenpartij of zitten op de trappen een sigaretje te roken (mijn indruk is dat er veel straffer gerookt wordt dan in Nederland). Toch zijn de studenten allerminst verwende rijkeluiskinderen: de colleges beginnen om 8 uur ’s ochtends en gaan met enkele kortere pauzes non stop door tot 8 uur ’s avonds.

Onlangs is er nieuw Erasmus-uitwisselingsverdrag tussen de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Debrecen gesloten, dat het mogelijk maakt dat docenten over en weer voor een periode komen doceren. En zo gewerd mij de eer als eerste een uitnodiging te mogen ontvangen van Dr. Gabor Pusztai, die de afdeling Nederlands leidt. Verschillende keren kreeg ik de verbaasde vraag als ik vertelde dat ik in Debrecen een cursus Nederlands-Caraïbische literatuur ging geven: ‘Maar zijn ze daar in Hongarije in geïnteresseerd dan?’ Jazeker, juist in kleinere landen waar ook Nederlands gestudeerd kan worden, is er een bijzonder belangstelling voor de ‘randgebieden van het Nederlands’; voor de koloniale literaturen van Nederland dus. Mogelijk omdat men vanuit de eigen positie in de neerlandistiek extra muros veel van de relatieve marginaliteit van de koloniale literaturen tegenover het ‘centrum’ Nederland herkent.

Een vakgroep Nederlands als die in Debrecen hoort natuurlijk tot de kleinere afdelingen van Hongarijes tweede universiteit. Dat verschaft de colleges direct een bijzondere intimiteit. We scharen ons rond een tafel in de bibliotheekruimte waar een video staat opgesteld. De groepen die ik college moet geven, zijn klein en dan ook nog enigszins uitgedund omdat sommige studenten stage lopen in Nederland. Ik realiseer me maar al te goed hoe razend moeilijk het Nederlands moet zijn voor iemand uit de Finnisch-Oegrische taalfamilie. De voordehandliggende wijze waarop in veel andere westerse landen praktisch iedereen zich van het Engels bedient, is in Hongarije vrijwel afwezig. Oudere taxichauffeurs spreken een mondje Duits, maar hippe jongeren die ik op straat de weg vraag in het Duits en het Engels, halen onverschillig de schouders op en lopen door. ‘Wij zijn een trots volk,’ verklaart een Hongaar met wie ik de lange busreis van Boedapest naar Debrecen maak.

De taal- en cultuursituatie van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba is complex, en ik betwijfel of de braaf jaknikkende tweedejaarsstudenten, die net één jaar Nederlands gehad hadden, het hele relaas kunnen volgen. Een gelukkige greep is dan weer de film Brokopondo, verhalen van een verdronken land van John Albert Jansen. De Saramakaanse dichter/schrijver Dorus Vrede vertelt daarin hoe de Saramakaner marrons van hun geboortegrond werden verdreven, toen het stuwmeer in midden-Suriname werd aangelegd. Ik snap maar al te goed hoe ‘exotisch’ een tropenkolonie met enthousiast dansende marrons moet overkomen voor dit publiek uit centraal Europa. Maar voor Dorus Vrede is het Nederlands óók een aangeleerde taal en hij praat langzaam en plechtig, staande in zijn korjaal midden op het van Blommesteijn-stuwmeer op de plaats waar ooit zijn geboortedorp Lombe lag.

De dagen vliegen om. Ik vertel over de slavernij en ja, natuurlijk over die ene Hongaar die de geschiedenisboeken van de West heeft gehaald: Frans Pavel Killinger die in 1910 een poging tot staatsgreep deed in Suriname. De derdejaars lezen de allereerste tekst van een migrant uit de West die naar Europa trok: Mijn aap schreit van Albert Helman. En de tweedejaars mogen zien hoe de vorming van de canon van klassieke teksten heel anders in zijn werk gaat in de West dan hier in Hongarije – ze hebben trouwens enorme moeite om zelf met de naam te komen van een Hongaarse winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur.

Het is 8 uur ’s avonds, ik heb beamer en laptop ingepakt, papieren geordend en merk tot mijn stomme verbazing dat er helemaal niemand meer aanwezig is. Ik doe de lichten uit, draai de deur op slot en een seconde gaat de gedachte door me heen dat ik als allerlaatste vlaggendrager van de Nederlandse cultuur en haar voormalige koloniën hier, bijna in Transsylvanië, het allerlaatste betoog heb afgestoken. Maar maandagochtend om 8 uur staan de studenten weer vol goede moed voor de deur van het instituut Nederlands in Debrecen.

Amsterdam Latin Festival

Dit najaar organiseert Pleasure samen met 1st Priority voor het eerst het Amsterdam Latin Festival op zaterdag 20 november. Een avond met live optredens van onder andere ‘La Princesa de la Salsa’ La India, Kassav, Prince Royce en Kevin Lyttle.

‘La Princesa de la Salsa’ La India (foto rechtsonder) lanceerde onlangs haar nieuwe album ‘Única’. De salsaprinses uit Puerto Rico is vooral bekend van haar nummers ‘Soy Diferente’, ‘Dicen Que Soy’ en ‘Sedúc...eme’. Met de nummer 1 notering van haar laatste single ‘Estúpida’ is La India de vrouw met de meeste nummer 1 noteringen in de Billboard Tropical Charts.

Kassav (Martinique, Guadeloupe), de meesters van de zouk, hebben bewezen met onder andere ‘Zouk La Se Sel Medikaman Nou Ni’ voor een opzwepend en dampend feest te kunnen zorgen. De populaire Kaapverdische zanger Nelson Freitas (van de hits ‘Deeper
’ en ‘Rebound Chick’) is ook aanwezig. Daarnaast kan er tijdens het Amsterdam Latin Festival worden losgegaan op de energieke Afro-Caribische beats van de Afrikaanse icoon Kaysha (Congo).

Soca wordt vertegenwoordigd door Kevin Lyttle (St. Vincent en de Grenadines), die in Nederland bekend werd met de hit ‘Turn me on’. Lyttle lanceerde onlangs zijn nieuwe album Fyah. Caché Deluxe (Curaçao) kan niet ontbreken op dit eerste grootschalige Latin event in Amsterdam. Zij hebben een unieke Caribische muziekstijl ‘Ritmo CachéDeLuxe’. Daarnaast hebben zij ook salsa, calypso en merengue in hun repertoire.

Verder zal het jonge talent Prince Royce, de grote Bachatero van dit moment, voor het eerst optreden in Nederland tijdens het Amsterdam Latin Festival. Zijn album en single ‘Stand by me’ hebben dit jaar weken achtereen op nummer 1 gestaan in alle tropische en Latin charts.


Datum: zaterdag 20 november 2010
Lokatie: Heineken Music Hall Amsterdam
Entree: € 45,00 (excl. servicekosten)
Vip: € 85,00
Deuren open: 18.30 uur


Kaartverkoop is inmiddels gestart via de voorverkoopadressen van Ticket Service Nederland en http://www.ticketservice.nl/

Meer informatie: http://www.amsterdamlatinfestival.nl/

KNHG-najaarscongres 2010 ‘A New Dutch Imperial History’

On Friday, October 1st, 2010 the Royal Netherlands Historical Society (RNHS) will organize the conference ‘A New Dutch Imperial History. Connecting Dutch and Overseas Pasts’.

.

The conference ‘A New Dutch Imperial History’ aims to integrate colonialism and imperialism into the historiographical debate in the Netherlands. Speakers at the conference will seek fresh connections between the history of the colonies and that of the Dutch metropole, and explore the potential of new approaches in imperial history to the Dutch historical practice. Such issues are not only of interest to a small circle of specialists, but also to the wider community of historians of the Netherlands.

In recent years, the history of empire in particular has received fresh attention from historians in Great Britain and France. The central issue in the British ‘New Imperial History’ is the connectedness between the European metropoles and the different parts of their empires. Avoiding European-centred narratives of a dominant metropole and peripheral colonies, historians have looked for a more balanced interpretation of the reciprocity of social and cultural influences, and have developed the concept of a single imperial space as an analytical framework. In France, recent research has focused on the cultures of imperialism and explored the moral dimensions of the colonial relationship in the past and the present. These developments in neighbouring countries offer important stimuli to the Dutch historical community.

Keynote speakers from Great Britain (Alan Lester) and France (Romain Bertrand) will expound the latest developments in the field of the new imperial histories. Other participants will be asked to explore the issue of connectedness, reciprocity and colonial identities in the Dutch colonial world. They will do so by examining several themes of both Dutch and Dutch colonial history, including migration networks, the circulation of information and knowledge and the influence of the empire on culture and moral values.

The conference will have four panels: 1) Migration circuits; 2) Information and cultural networks; 3) Imperial values and 4) Imperial knowledge. In a round table debate, specialists on colonial as well as Dutch metropolitan history will be invited to reflect on the prospects of linking up their pasts into an integrated narrative.

Programme
Abstracts

The conference will take place in the National Library of the Netherlands (KB) in The Hague.

The conference fee is € 30,- (€ 25,- for members of the RNHS and € 15,- for (PhD) students) and includes lunch. The conference fee should be transferred to account number 6934391 (IBAN: NL25 INGB 0006 9343 91, BIC: INGBNL2A) of Nederlands Historisch Genootschap in The Hague.

Registration by way of an e-mail to: info@knhg.nl, or by telephone: +31 (0)70 3140363.

Sharda Ganga - Neks geen seks


[column uitgesproken op de Derde Caraibische Letterendag, zaterdag 25 september 2010 te Amsterdam]

Om echt op z’n Surinaams te beginnen: eerst een klacht. De werkgroep Caraibische Letteren heeft mij onder valse voorwendselen naar deze avond gelokt. Ik heb enthousiast ja gezegd tegen de uitnodiging omdat ik ben afgegaan op de titel van de avond: “Scènes buiten het huwelijk”. He, dacht ik blij, seks, overspel, buitenvrouw, buitenman… wat zal ik zeggen: ik ben een zelfbenoemd expert; nog een ervaringsdeskundige in mn ver verleden, zo je wil. Geen wonder dat ze mij vragen, dacht ik dus, net voor ik beschaamd tot inkeer kwam: mi gado, kent iedereen dan mijn tori?
Vorige week kreeg ik dan het programma van de avond te zien. Politiek en theater bleek mijn onderwerp; neks geen seks. Mijn ticket was al betaald, dus er was geen weg terug.
En dat dames en heren, is het grootste verschil tussen deze Caraïbische Letterendag en de politiek in Suriname. Want in de Surinaamse politiek is er altijd een weg terug .
Vraag maar aan bijvoorbeeld Ronnie Brunswijk en Desi Bouterse. Brunswijk begon als lijfwacht van Bouterse, verwerd tot zijn oorlogsvijand, maar vond uiteindelijk de weg terug naar Bouterse’s harteke.
Vraag ook maar aan Paul Salam Somohardjo. Die heeft “de weg terug” tot nieuwe hoogtes gebracht. Hij kwam zelfs terug uit de dood. Want, vertelde hij enkele jaren geleden toen hem werd gevraagd naar zijn officiele voornaam, “toen ik klein was heette ik Salam, maar toen ging ik dood, en mn moeder bracht me naar de lukuman, en die zei: je moet hem geen Salam roepen maar Paul, en toen leefde ik weer”. In ons verkiezingcabaret Kiespijn uit 2005, barstte na deze monoloog het koor los in kerkzang: Paultje no dede..a de na libi, Paultje is niet dood, hij leeft weer!.
Want dat is een ander kenmerk van de politici in mijn zo geliefd Suriname: ze kunnen herrijzen. Ik bekijk nu de nieuwe wind die waait in onze politiek en zie vooral veel oude mannen waaien, oud in jaren, en vooral ook oud in de zin van: mi gado, besta jij ook nog, waar was je de laatste 10 tot 20 jaar?
Wat dat betreft zijn onze politici misschien wel het beste bewijs van de evolutietheorie. Bezie ze, en je twijfelt er niet langer aan dat we verwant zijn aan alle wezens die deze aarde bewonen. Hoe anders kun je verklaren dat sommige mensen bepaalde eigenschappen van kakkerlakken hebben behouden: ze overleven, net als kakkerlakken, hele politieke ijstijden, maar als het milieu ze aanstaat komen ze patsboem weer tevoorschijn, zo goed als nieuw.
Ik heb er overigens het volste vertrouwen in dat als de tegenpartij ooit weer aan de macht komt, ik exact hetzelfde gevoel van déjà-vu zal hebben. De politiek in Suriname is erg milieubewust. Men recyclet.
Dat recyclen is overigens niet voorbehouden aan politici. Sommigen van ons zijn weleens geneigd om te vervallen in oude fouten, bijvoorbeeld oude overspelige minnaars.
Vandaar ook dat ik, vlak na onze verkiezingen, hoofdschuddend keek naar de gretigheid waarmee de meest onbetrouwbare politici zich aanboden eerst aan de ene, dan aan de andere, dan weer aan de ene, en weer de andere zijde van het politiek spectrum, en bij elke oversteek hun eeuwige trouw en liefde verklaarden. Erg herkenbaar, dacht ik, en niet erg bestendig deze liefde. Want de ervaring leert dat recyclen van liefdes vooral ingegeven wordt door tijdelijke krasheid, om het maar even kras te zeggen, en dat het absoluut niet gaat om jou, maar om het stillen van die krasbehoefte. Het maakt de seriële overspeligen dan ook niets uit wie die behoefte wil helpen stillen. En dan wordt je al gauw weer wakker en kijkt naar de vergane glorie naast je en denkt: wacht even, hebben we dit script niet al eerder gespeeld? Ook minnaars verliezen, net als politici, wel hun haren, maar nooit hun overspelige streken.
U merkt het, het persoonlijk leven, het theater en de politiek liggen voor mij dicht bij elkaar. Tegenwoordig is theater en politiek natuurlijk gewoon een tautologie. Niet alleen in Suriname, ook in Nederland.
Een feit dat ik met veel plezier al die moeilijk kijkende mensen in Nederland inpeper, elke keer als ze tegen me zeggen: hoe is het mogelijk…Bouterse als President. Dan zeg ik natuurlijk: hoe is het mogelijk, Wilders als puppetmaster van Nederland. Leedvermaak is een verfoeilijke eigenschap, ik weet het, maar het is zo lekker. Net als..nou ja, u weet intussen wel wat ik bedoel.
Het zijn gouden tijden voor theatermakers in zowel Suriname als Nederland, denken sommigen. Maar voor deze theatermaker zijn het maar barre tijden. Als de werkelijkheid nog vele maken bizarder is dan wat ik had kunnen verzinnen, dan is het misschien tijd om mjn pen aan de kankantrie te hangen en een andere bezigheid te zoeken. Liefst één waar al mijn liefdes en al mijn talenten een plek hebben. Ik denk dat ik maar een eigen politieke partij opricht.

maandag 27 september 2010

Gewetensvraag voor de Surinaams/Nederlandse schrijver

door Rihana Jamaludin

Het is een vraag die steeds weer langs komt in interviews en bij optredens: is een schrijver niet aan zijn/haar publiek verplicht, om een stem te geven aan de arme Surinaamse volksvrouw, of de arbeider of marron of slaaf.

Keuzen
Eigenlijk is het antwoord kort: een schrijver is tot niets verplicht; wanneer het verhaal geschreven wordt, is vaak nog lang niet zeker of het manuscript ook een uitgever en publiek zal vinden. De schrijver kan dus alleen van zichzelf uitgaan en moet beslissen hoe, waarom en voor wie het boek geschreven wordt. Daarbij kan nooit iedereen tevreden gesteld worden. Dat is al inherent aan het maken van keuzes: is het verhaal bestemd voor kind of volwassene, wordt van de lezer al of niet een zekere mate van scholing verwacht, moet het verhaal ook buiten Suriname te volgen zijn of hoeft dat niet, etc. Bij elke keus zal een groep lezers teleurgesteld worden.

Historie
Aan de desondanks terugkerende vraag gaat in Suriname een traditie vooraf, van auteurs die zich ten doel stelden het volk ´op te voeden`. Het begon al in de 30er jaren bij Anton de Kom die met zijn Wij slaven van Suriname politieke bewustwording beoogde.
Dobru slechtte in de jaren ´60 raciale barrières met o.a. De Plee en zijn bekende gedicht 'Wan (bon)'. In deze tijd is het Alphons Levens (foto rechts) die consequent taalgebruik, vorm en onderwerp aanpast aan zijn doel: met poëzie een kritische kijk op de samenleving bij zijn lezers te bewerkstelligen.

Schrijverschap
Het is ook een vraag die eerder door Surinaams publiek wordt gesteld dan door Nederlanders; de verantwoordelijkheid om niet alleen iets voor jezelf, maar ook voor de ander te schrijven. Dat past nu eenmaal meer in de ´wij-cultuur´ van Suriname en minder in de ´ik-cultuur´ van Nederland, de periode van moralistische verzen en verhalen ligt hier in het verleden. En een land in opbouw verwacht van schrijvers en kunstenaars meer ´nuttige` dan creatieve producten, voor jezelf bezig zijn komt dan egoïstisch over.
Het brengen van een boodschap spreekt het verstand aan = nuttig. Het creëeren van schoonheid spreekt het gevoel aan en kan minder aanspraak maken op nut. Zonder boodschap krijgen we ´leeg geschrijf`, verstand en gevoel willen beiden aangesproken worden.
Leeg geschrijf heeft minder te maken met onderwerp, maar meer met hoe de inhoud is vormgegeven. Immers ook onderwerpen als politiek of religie kunnen stuurloze geschriften opleveren. Het vinden van de balans vergt oefening, ontwikkeling van het schrijverschap. Dit geeft aan dat schrijven een vak is. Het ´opvoeden` blijft ondergeschikt aan het schrijverschap omdat het vak dat vraagt. De schrijver zou anders geen schrijver zijn, maar opvoeder.

Inspiratie
Daarom hebben kunstenaars en schrijvers het privilege om op hun eigen wijze vorm te geven aan dat wat nog tot uitdrukking moet komen. Dat, wat nog niet zichtbaar is, maar toch versluierd aanwezig is. Ideeën die zo vluchtig zijn, dat ze met een zekere onbevangenheid tegemoet getreden moeten worden. Hoe goed kan de ontvanger de inspiratie duiden, ´de boodschap thuis brengen`? Verplichting vormt dan een belemmering, inspiratie kan niet van buitenaf gedicteerd worden. Voor de ontwikkeling van het schrijverschap is vrijheid noodzakelijk.


Foto: @ Michiel van Kempen

vrijdag 24 september 2010

Crème de la crème van het Caraïbisch theater bijeen


Op zaterdag 25 september is de crème de la crème van het Caraïbisch theater bijeen op de Derde Caraibische Letterendag, die om half acht ’s avonds van start gaat in het Amsterdamse Bijlmerparktheater. De internationale bijeenkomst vindt plaats onder de noemer: Scènes uit een huwelijk; Overspel in de politiek en in de liefde: de toneelschrijfkunst van Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Er worden stukken opgevoerd uit het theaterwerk van Astrid Roemer, Thea Doelwijt, Julien Ignacio en Norman de Palm.


Een uitgelezen gezelschap acteurs tekent voor de readings van de theaterteksten: Felix Burleson, Gerda Havertong, Maureen Tauwnaar, Linar Ogenia, Naro Petronilia, Paulette Smit en Bo Bojoh. De regie is in handen van John Leerdam.


Voor de debatten is uit Suriname overgekomen theatermaakster Sharda Ganga (klik hier) en uit de Antillen Norman de Palm. Verder nemen deel Thea Doelwijt, Maarten van Hinte, Julien Ignacio, John Leerdam en Jenny Mijnhijmer. Debatleiding: Noraly Beyer.


Aan de wanden: theaterfoto’s van Jean van Lingen, die de
Letterendag ook in beeld zal brengen. Verder zijn er de kunstwerken te zien die in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren zijn gemaakt (klik hier voor meer informatie).
In de pauze en na afloop : boekentafels in de foyer van het theater.
De avond wordt afgesloten door de spetterende zevenmansformatie Faya Djang, die speelt tot 01.00 uur !!
Aanvang : 19.30 !!
Entree : € 10,00.
Reserveren vooraf niet nodig, maar u kunt desgewenst wel kaarten telefonisch bestellen via de kassa van het Bijlmerparktheater.
Voor elke bezoeker gratis een Caraibisch boek, welwillend beschikbaar gesteld door uitgeverij In de Knipscheer.
Waar:
Bijlmerparktheater, Anton de Komplein 240, 1102 DR Amsterdam-Zuidoost
(vlak achter het winkelcentrum Amsterdamse Poort, bij de plaats waar in de zomer de hoofdingang van het Kwakoefestival is).

Foto geheel boven: Felix Burleson (@ Sam Jones); boven links: Gerda Havertong, rechts Diana Lebacs en onder John Leerdam (@ Michiel van Kempen)