woensdag 30 juni 2010

50 jaar Congo – Michaël Slory zingt

Kongo

Gi Lumumba


Now di mi waka so langa, Mama Sula.
Now di mi waka fu suku a trowstu sote!
Now...
Wan doifi e tyari wan singi: a no mi dei.
Wan palmtaki e kon: a no mi dei.
Mi watra-ai n' a watra fu den sula.
A se kon furu so, mi Afrika!
A watra opo en singi go na loktu.
Na watra nomo di kan trowstu mi.

Congo

Voor Lumumba


Nu ik zo lang gelopen heb, Moeder Waterval.
Nu ik zoveel gelopen heb, wanhopig naar de troost zoekend!
Nu...
Een duif komt aan met een lied maar het is niet voor mij.
Een palmtak drijft aan: maar het is niet voor mij.
Mijn tranen zijn het water van de watervallen.
De zee is nu gezwollen, o Afrika!
Het water heft zijn lied aan in de lucht.
Slechts water is het dat mij troosten kan.
.

Foto: @ nakedmaninthetree

Festival Afrique-Carib

Op 26 en 27 juni vindt in Almere het festival Afrique-Carib plaats. Het festival biedt een muzikaal platform waar uiteenlopende bevolkingsgroepen op verschillende wijze met elkaar in contact kunnen treden, informatie uitwisselen en ervaringen kunnen delen. Daarnaast programmeert het de muziekgenres die bij het grote Nederlandse publiek nogal onbekend zijn. Eén van de genres is de Soca (SOuthern CAribbean), afkomstig van het Zuidelijk deel van het Caraibisch Gebied. Soca is het dominante genre op de Engelstalige eilanden. Initiatiefneemster van het festival is Ylanga Blinker, afkomstig uit Suriname en opgegroeid op Sint Maarten. In april 2005 heeft ze haar eigen stichting in Nederland opgericht genaamd Afrique-Carib Breathtaking Foundation.

Programma
Zaterdag 26 juni
12:00 – 17:00u
Esplanade, Almere Stad
When Steel talks…..everyone listens – Junior Panorama Knock Out
Holland’s first Steel Pan Panorama – Come and celebrate our Caribbean Heritage!
Met de Bijlmer Steelband Kids (BSK), Caribbean Steel International (CSI) en het Croydon Steel Orchestra (CSO).
Een dag vol muziek en demonstraties i.s.m. het Rode Kruis Almere.


Zondag 27 juni
13:00 – 22:00u
Stadhuisplein, Amere Stad
Met Fantan Mojah (Reggae, Jamaica), Nyali (AfroCulture, Zambia), T-Vice (Kompa, Haïti) en Philip Monteiro (Zouk, Cabo Verde / Senegal).

dinsdag 29 juni 2010

Antoine de Kom - De zon die uit de hemel viel

De rechtszaal is verlaten. De airco kouder dan ooit. Op de tafel waaraan de rechters zaten liggen stapels ordners als zwijgende getuigen te wachten. De getuigen hebben ingetogen hun hart gelucht en uitvoerig verklaard. De rechters hebben hen scherpzinnig ondervraagd. Wie hier regelmatig komt kan in stilte stukje bij beetje de legpuzzel maken.
Er komen vijftien mannen binnen die zonder iets te zeggen op de eerste rijen aan de rechterkant plaatsnemen. Dan wordt de zaak uitgeroepen. Dit keer is er geen publiek gekomen. De raadsman van verdachte heeft een grijze baard en staat er wat gekromd bij. De rechters komen binnen. Iedereen staat nu. Op de trap klinkt gestommel. Verdachte wordt binnengeleid. Hij is kalend, wat grijs en draagt een kort baardje. Hij is vrij corpulent geworden. Ik herken hem van televisie.
De voorzitter neemt met hem zijn personalia door. Zij begint aan het onderzoek ter zitting. Vraagt hem waarom hij steeds maar niet verschenen is. De raadsman komt tussenbeide: verdachte was daartoe niet verplicht.
Dan neemt verdachte het woord. Hij bekent. Hij neemt de volle verantwoordelijkheid voor de decembermoorden op zich. Hij keert zich om en zegt dat hij in het landsbelang elke straf zal aanvaarden.
De vijftien mannen zijn opgestaan en lopen de zaal uit, verdachte met een verbijsterd vragende maar onbevreesde blik achterlatend. Verdachte is niet de eerste de beste. Hij is de tegenwoordige president van het land. Hij heeft zich jarenlang ingezet voor de nationale waardigheid. Hij heeft daarvoor al grote offers gebracht. Het allergrootste is het verlies van zijn integriteit. Nu zal hij zichzelf gratie verlenen.
'Opa, zal ik nog eens iets vertellen over de heren B. en B.?' Ik zie dat mijn grootvader bezig is met een grote wereldkaart en dat hij daarop van alles bijhoudt.
'Ogenblikje, Antoine, ik ben even met Polen bezig. En dan heb ik met IJsland nog iets te stellen en ten slotte met het zuiden van de Verenigde Staten.' Opa trekt lijnen en maakt notities.
'Hoe weet u dat dat allemaal met elkaar te maken heeft? Ik was net vorige week in New Orleans voor het Amerikaanse psychiatriecongres. Vanuit mijn hotelkamer zag ik de Mississippi kolken. President Obama kwam laten zien dat hij echt wel iets tegen het ongekend grote olielek in de Golf van Mexico deed. Hij arriveerde moederziel alleen met de Air Force One. Maar de olie is al ruim een maand de baas. En dan IJsland: die vulkaan die as spuwt, de Eyjafjallajökull, waardoor ik niet naar Suriname kon, die vulkaan was een voorteken. Op het congres was er een psychiater-pianist die over Chopin vertelde en hem speelde. Hij liet de etude opus 10 nr. 12 horen, de revolutionaire, dat wil zeggen, uit woede tegen de Russische onderwerping van Polen gecomponeerd.'
'Antoine, neem dit van mij aan: overmacht en onderdrukking zijn regel. Neem het Surinaamse volk. Door de Nederlanders eeuwen geknecht, vind je het vreemd dat de heren B. en B. nu met dezelfde ruwe hand optreden? Ze zijn gekozen volgens de beste Nederlandse traditie. Je hoeft me niets uit te leggen.' Opa vouwt de kaart op.
'Denkt u eens aan de nabestaanden! Die moeten hun verwonding opnieuw meemaken en ondergaan dat B. aan B. gratie verleent! Is dit uw land? Ons land? Ik zou aan Tulane University in New Orleans parasitologie gestudeerd hebben om daarna terug te keren als er geen executies waren geweest zoals in 1982! Nu zit ik in Holland vast, net als u!' Ik kan me niet langer beheersen. Ik grijp mijn grootvader bij zijn arm, hij rukt zich los en omarmt me.
'Je hoeft me niets te vertellen over de heren B. en B. Weet je wat je doet? Luister naar iets moois, Chopin bijvoorbeeld. Die man was een en al verfijning. De dames waren dol op hem. Hij vroeg zijn pianoleerlingen hoelang zij dagelijks oefenden. Doe maar de helft was zijn devies. Hij werd op handen gedragen. Doe maar de helft.'
'Wat is de helft van B. en B.? Ik word hier wanhopig van, opa, ik snap niet dat u hier zo lichtvaardig over durft te zijn. Ik ben al dagenlang van slag.'
'De helft van B. en B. is B., dat wil zeggen: één B. Snap je het? Lees Gogol maar. Die Russen waren wat bijgelovig. Ze hadden het te pas en te onpas over de Boze. Ons land is door de duivel bezeten. Maar ach, als je de nazi's hebt meegemaakt dan valt dat toch mee, niet? Let eens op al het kwaad dat B. en B. niet begaan hebben. Daar zit veel goeds tussen!'
'Opa, de zon is uit het heelal gevallen en u doet alsof het morgen weer licht wordt. U wilt zo graag terug naar Suriname maar u kunt dat niet meer. Ik kan het maar ik wil niet meer.'
Mijn grootvader sluit zijn ogen en denkt na. Dan begint zijn lip te trillen. Hij fluistert iets over Suriname. Het is bijna niet te horen.

'Eenmaal hoop ik u weer te zien. Op de dag dat alle ellende uit u weggewist zal zijn.'


19/06/2010

[Dit artikel verschijnt in de Ware Tijd Literair en in het juli/augustusnummer van Wordt Vervolgd, het maandblad van Amnesty Nederland.]

Afbeelding: titelloos schilderij van Edgar Cairo

Dia di bandera

Op zaterdag 3 juli 2010 wordt van 13.00 uur tot 22.00 uur in de Jan Massinkhal in Nijmegen de landelijke viering van de 26ste Dag van de Vlag van Curaçao / Dia di Bandera gehouden. De dag wordt georganiseerd door gezamenlijke Antilliaanse/Arubaanse organisaties, verzameld in de stichting SOLAAN. De officiële opening wordt verricht door Mevr. E de Jongh-Elhage, minister-president van de Nederlandse Antillen, in aanwezigheid van onder anderen de heer Thom de Graaf, burgemeester van Nijmegen. Het podium wordt daarna gevuld door tientallen artiesten, van folkoredansgroep tot Antilliaanse koor en Tambú-band. Een ander onderdeel van deze viering is een uitgebreide Caraibische markt met vele verkoop- en informatiekraampjes. Klik voor meer informatie hier .
.
Foto: @ Michiel van Kempen

1 juli: Keti Koti


Aanstaande donderdag, 1 juli, wordt voor de 147ste keer Emancipatiedag gevierd, de Herdenking van de Bevrijding van de slaven op 1 juli 1863. In Amsterdam wordt het Keti Koti Festival gevierd in het Oosterpark.

Om 12:00 vertrekt de Bigi Spikri (grote optocht) vanaf de Stopera richting het Oosterpark (achter het Koninklijk Instituut voor de Tropen). Om 13:00 start de officiële herdenking, waarna om 14:30uur het festival losbarst op 4 podia, met een markt en veel gezelligheid. De weerlui voorspellen tropische temperaturen: 30 graden!

Voor meer informatie klik hier

Ontwikkelingssamenwerking: kwestie van beschaving?

“Het is ook normaal en een teken van beschaving dat welgestelde mensen bijdragen aan de verbetering van de levenssituatie van minderbedeelden.”

Op woensdag 30 juni vindt de boekpresentatie plaats van Verloren in wanorde; Dertig jaar ontwikkelingssamenwerking; een persoonlijk relaas van Karel van Kesteren tijdens het seminar Draagvlak voor duurzaamheid en mondiaal burgerschap in Hotel de Bosrand in Ede.
.



Programma

10:00 Aankomst & thee/ koffie (1e verdieping, Hotel de Bosrand)
10:30 Opening DPRN Task Force & KIT Publishers - Jan Donner (zaal VII/ VIII)
10:45 Lezing Karel van Kesteren (auteur en ambassadeur te Bulgarije)
11:00 Aanbieding eerste exemplaar aan Prof. Peter van Lieshout (voorzitter WRR)
11:05 Reactie Peter van Lieshout
11:30 Einde boekpresentatie

Adres en route

De Bosrand
Bosrand 28 6718 ZN EDE
T +31 (0)318-650150
F +31 (0)318-610580
M info@debosrand.com

Per trein
Per Intercity naar Station Ede-Wageningen. Vanaf het Station per bus (Veolia) richting Apeldoorn (lijn 108), uitstappen bij halte Boschlust. De secundaire weg haaks op de provinciale weg volgen (eveneens de bosrand geheten). De Bosrand uitlopen tot aan het Hotel de Bosrand.
Of neem vanaf het station een taxi (All-Time BCS
06-54395002/www.yourtaxi.nl) of regiotaxi (24 uur van te voren reserveren) naar Hotel de Bosrand, Bosrand 28 in Ede.

Per auto
Vanuit Utrecht: vanaf de A12 vanuit Utrecht, neem afslag A30 richting Barneveld en neem afslag Ede-Noord (afslag 2) richting Ede, ga linksaf de rijksweg (N224) op richting Ede, ga na 4.1 km linksaf de Apeldoornseweg op (N304). Op de N304 bij de eerste rotonde rechts, rechts aanhouden de bosrand op. Deze weg uitrijden tot aan het hotel de Bosrand. (aan het einde van de straat)

Vanuit Arnhem: vanaf de A12, vanuit Arnhem, neem de afslag Ede Oost en draai de N224 rechts op. Volg deze tot de kruising, rechtsaf Apeldoorn N304. Op de N304 bij de eerste rotonde rechts, rechts aanhouden de bosrand op. Deze weg uitrijden tot aan het hotel de Bosrand. (aan het einde van de straat)
Vanuit Amersfoort (A1-A30): vanaf Amersfoort op de A30 neem afslag Ede-Noord (afslag 2) richting Ede, ga linksaf de rijksweg (N224) op richting Ede, ga na 4.1 km linksaf de Apeldoornseweg op (N304). Op de N304 bij de eerste rotonde rechts, rechts aanhouden de bosrand op. Deze weg uitrijden tot aan het hotel de Bosrand. (aan het einde van de straat)

Zie ook het andere bericht op deze blogspot (10 mei)

Bovenste foto: Community Center in Kenia, @ Yeon Choi

maandag 28 juni 2010

Uma Tori Beurs

Bij voldoende belangstelling van vrouwelijke boekproducenten (let wel: mannen mogen ook meedoen, maar vrouwen moeten goed vertegenwoordigd zijn), wil S’77 meedoen met de Uma Tori beurs. De beurs vindt plaats op 1, 2 en 3 augustus 2010 in de Congreshal aan het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo. De beurs biedt een platform om produkten te presenteren aan het grote publiek, ook via live radio- en tv interviews alle drie dagen, de hele dag door. Tijdens de beursdagen zullen er live optredens, podiumshows en presentaties worden verzorgd. Ook mag het bedrijf een exclusieve podiumpresentatie of show presenteren. Standprijzen voor 3 dagen inclusief mediapromotion (radio en tv) voor en tijdens de beurs, beveiliging, 2 tafels en 2 stoelen, extra podiumreclame als u dat wenst zijn:
srd 375,- op de gang bij binnenkomst
hal srd 600,-
podium srd 900,-.
.

Geef je op bij Alphons Levens (8504362) of Ismene Krishnadath (8912005/520513).

[Bericht van Schrijversgroep '77]

Grote Anansiboek in Suriname


De presentatie van de jubileumuitgave Het grote Anansiboek van Johan Ferrier vindt plaats op donderdag 8 juli 2010 in Theater Thalia in Paramaribo om 18.00u. Het hoogtepunt is de uitreiking ervan aan vertegenwoordigers van scholen, kindertehuizen, bibliotheken, sponsoren en het Kinderboekenfestival. Deze jubileumuitgave van Het Grote Anansiboek kwam tot stand door een samenwerking van de familie Ferrier, de illustratice Noni Lichtveld en uitgeverij Conserve. De presentatie wordt georganiseerd door de commissie ‘Het Grote Anansiboek’ en de Stichting Projekten Protestants Christelijk Onderwijs.

Voor meer info 472072/472070

zondag 27 juni 2010

Waarom Multatuli en niet Anton de Kom?

De wekelijkse bijlage de Ware Tijd Literair van het Surinaamse ochtendblad de Ware Tijd was afgelopen zaterdag in z’n geheel gewijd aan Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, en zijn Max Havelaar, naar ik heb begrepen vanwege het Multatuli-jaar. Het is de uitkomst van een project van de sectie Nederlands van het Instituut voor Opleiding van Leraren (IOL) te Paramaribo, die dit heeft georganiseerd op verzoek van de Nederlandse Multatuli-vereniging.


Eduard Douwes Dekker, gedroomd onderkoning van Nederlandsch-Indië

Te waarderen is dat aandacht wordt besteed aan een van Nederlands belangrijkste schrijvers, al is het dan een obligate partij voor het Multatuli-jaar. Maar, alhoewel het begrijpelijk is dat op één krantenpagina te enenmale de ruimte ontbreekt om flink uit te pakken, het resultaat is maar magertjes. Twee van de vier artikelen zijn geschreven door Hilde Neus, docent aan het IOL en mederedacteur voor dit nummer van dWTL: één de verantwoording, het ander over de ‘hertaling’ (wat een afschuwelijk woord en welk een afschuwelijke daad) van Max Havelaar. De twee andere artikelen zijn geschreven door cursisten van het IOL, waarvan de originele inbreng van Sharon Veldkamp met haar brief aan Eduard Douwes Dekker noemenswaard is. Het vierde artikel is een obligaat uittreksel uit Multatuli leven en werk van Eduard Douwes Dekker van de hand van Dik van der Meulen.

Maar een raadsel blijft het kaderstukje links onderin de pagina, inhoudende een soort van vergelijking, een soort synopsis, van Max Havelaar en Wij slaven van Suriname die werkelijk nergens op slaat, en dat zonder enige verantwoording, toelichting en/of vermelding van samenstel(l)(st)er! Het lijkt ontsproten aan een slecht geweten dat er zoveel aandacht wordt besteed aan Multatuli, terwijl nauwelijks ooit zoveel eer is toegevallen aan de niet met Douwes Dekker te vergelijken Surinaamse verzetsheld Anton de Kom. Dat slecht geweten is terecht, want waarschijnlijk veroorzaakt door het ‘koloniaal syndroom’ dat ook de Biografie van Anton de Kom heeft aangetast (zie mijn artikel hier van 22 juni j.l.: Boots & Woortman, kolonialisme vanuit het perspectief van de kolonisator?).


Anton de Kom: "Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft."


Het is onbegrijpelijk dat tot op heden nog altijd geen enkele Surinamer/ Surinaamse zich geroepen heeft gevoeld om De Kom’s biografie vanuit Surinaams persectief te schrijven. Alhoewel, hierover schreef ik eerder in mijn artikel Anton de Kom, voorloper van Frantz (Zwarte huid, Blanke maskers) Fanon, dat afsloot met: “Deze miskenning van Anton de Kom ligt mede ten grondslag aan de onderwaardering die nog altijd Anton de Kom’s deel is in Suriname en die gehandhaafd blijft zolang er nog mensen rondlopen als Hans Breeveld, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die verklaart 'dat Anton de Kom is overschat en dat Suriname belangrijker helden heeft gekend, zoals Koenders, Dobru en Bos Verschuur' (Biografie Anton de Kom, pagina 405)." De Kom was zijn tijd ver vooruit, maar Breeveld kan dat vandaag de dag nog steeds niet inzien.

[Dit artikel is gelijktijdig gepubliceerd op http://www.surinamestemt.com/]

165 jaar Boeroe's in Suriname

Drie dominees, Van den Brandhof, Betting en Copijn, waren de organisatoren van de boerenkolonisatie van Suriname. Bij koninklijk besluit door koning Willem II op 23 januari 1843 werd besloten dat de kolonisatie zou plaatsvinden. Op 10 mei 1845 vertrokken de eerste twee zeilschepen, de "Suzanna Maria" en de "Noord-Holland". Daarna volgden de "Anthony en Eugenie" en de "Phoenix". Op 21 juni 1845 kwamen de eerste schepen aan te Voorzorg. In het totaal kwamen er 367 personen aan. Direct braken er ziekten uit. Uit het verslag aan de minister van Koloniën d.d. 15 september 1845 door een van de 3 artsen (W.M. Smit):

“Niettegenstaande nagenoeg allen bij hunne aankomst gezond waren, werden kort daarna velen door maaggalkoorts aangetast […]. Weldra nam de ziekte het karakter eener kwaadaardige zenuwkoorts aan, waarbij zich verschijnselen van rotkoorts voegden”. Het herstel verliep langzaam, de patiënten werden dan nog "bij herhaling door intermitterende koorts aangetast" en leden aan "ziekelijke aandoeningen der buikingewanden vooral lever en milt".
.

Herdenking van 75 jaar Boerenkolonisatie in 1920


Het resultaat was dat na 3 maanden 180 personen al overleden waren. Het bleek een experiment van “survival of the fittest” te zijn. Vanuit Voorzorg zijn de boeren eerst verhuisd naar Groningen en daarna hebben ze een bestaan opgebouwd rond Paramaribo.

[tekst ontleend aan de website van de Stichting Boeroe Kon Makandra, klik hier]




Mini-beeldenroute Anton de Komplein

Ontwerpen van leerlingen verfraaien de openbare ruimte

De Straat van Sculpturen Junior aan het Anton de Komplein wordt op donderdag 1 juli om 16.00 uur geopend. De mini-beeldenroute aan de straatzijde voor CBK Zuidoost bestaat uit vergrotingen van ontwerpen die door scholieren zijn gemaakt in het kader van de Straat van Sculpturen 2009 (Open Source Amsterdam). De kunstwerken zijn te zien tot 27 augustus.

In de Straat van Sculpturen Junior zijn werken te zien van leerlingen van Open Schoolgemeenschap Bijlmer, het Augustinuscollege en Orioncollege Kingma. De ontwerpen kwamen tot stand in workshops onder leiding van Peter van den Heuvel, Freddy Lap, Berdien Nieuwenhuizen, Els Petit en Roos van de Velden.

De uitvergrotingen zijn gerealiseerd door Woodworks in samenwerking met een deel van de leerlingen.

Met veel succes werd in 2009 door de Stichting Straat van Sculpturen een beeldenroute met kunstwerken gerealiseerd: ’Open Source Amsterdam’. Kinderen uit Amsterdam Zuidoost werkten toen, samen met lokale kunstenaars, aan hún kunst voor de straat. De resultaten werden getoond in het Informatiecentrum, waar bezoekers konden stemmen op hun favoriet. Op initiatief van CBK Zuidoost, in samenwerking met het Amsterdams Fonds voor de Kunst, Stichting Straat van Sculpturen en Stadsdeel Zuidoost, is een selectie van de uitverkoren ontwerpen vergroot. De geselecteerde werken zijn tot 27 augustus te zien in deze ‘Straat van Sculpturen Junior’.


Bovenste foto: @ Michiel van Kempen

Nieuwe jongerenliteratuurprijs zonder de West

Donderdag 25 juni is in Amsterdam de jury van de Grote Jongerenliteratuur Prijs geïnstalleerd. De prijs is een initiatief van Stichting Lezen en het Nederlands Letterenfonds. Ondanks de recente belangstelling voor boeken voor jongeren, is er geen literaire prijs voor deze boeken. In samenspraak met auteurs, boekverkopers, bibliothecarissen, uitgevers, CPNB, Stichting Lezen Vlaanderen en de Nederlandse Taalunie werd de opzet voor de nieuwe prijs uitgewerkt. Doel van deze prijs is boeken voor jongeren een gezicht te geven in het boekenvak, de bibliotheek en het literatuuronderwijs. Stichting Lezen benadrukt met de prijs het leesplezier dat jongerenliteratuur aan een breed publiek biedt. Het Nederlands Letterenfonds stimuleert met de prijs de aandacht voor en de positie van auteurs en vertalers van jongerenliteratuur.

De jury bestaat naast voorzitter Hedy d'Ancona (oud-minister WVC) uit Ilke Froyen (programmering het Beschrijf te Brussel), Jenny de Jonge (vertaler Engels-Nederlands, oud-uitgever en oud-docent), Carolien Krikhaar (consulent voortgezet onderwijs Bibliotheek Utrecht), Martijn Koek (docent Nederlands), Mirjam Noorduijn (recensent De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad) en Daan van der Valk (boekhandel De Vries Haarlem).

De juryleden zullen de komende maanden ruim tachtig ingezonden boeken voor jongeren lezen en beoordelen. In november zullen twee boeken bekroond worden, één oorspronkelijk Nederlandstalig en één vertaald Young Adult-boek. De Nederlandse of Vlaamse auteur ontvangt een prijzengeld à € 5.000,- De buitenlandse auteur deelt zijn bekroning met de vertaler van zijn boek, ieder ontvangt € 2.500,-.

In 2011 wordt er naast deze vakjuryprijs ook een publieksprijs toegekend door jongeren zelf. In samenwerking met CJP wordt er vanaf voorjaar 2011 een stemcampagne georganiseerd op scholen, in bibliotheken, boekhandels en via internet.

Van het Nederlandstalige jeugdboek in Suriname, de Antillen of Aruba is geen sprake en die gebieden zijn dan ook niet vertegenwoordigd in de jury. Gewoon niet de moeite, zal men bij de Stichting Lezen gedacht hebben.

Stichting Lezen - www.lezen.nl - Tel 020 6230566

Foto: @ Michiel van Kempen

vrijdag 25 juni 2010

Mémoires de la Négritude

Mémoires de la Négritude: installatie (objecten, foto, video) van het Pan African Contemporary Arts & Film Collective (Brazilië, Nederland, Senegal), is het tweede deel van een serie presentaties van het project The State of L3 van Antonio Jose Guzman en OLAA / Organisatie Latijns Amerikaanse Activiteiten. De eerste aflevering Présence Africaine vond in mei plaats tijdens de Dak’Art Biënnale in Senegal. Vervolg presentaties zijn in de loop van het jaar te zien in Nederland en België.


De tentoonstelling wordt op zondag 27 juni om 16 uur geopend door Ivette Forster en Clark Accord in aanwezigheid van de kunstenaars uit Amsterdam, Dakar en Recife. Tot 20 juli 2010 is de expositie te zien.

De galerie ondergaat een drastische make-over en tijdens de opening staan met Afrikaans textiel ingepakte auto’s voor de deur.

Performance door Quinsy Gario (NL/Curaçao).

Fons Geerlings en Corien van Eyck van Heslinga heten u van harte welkom bij de opening.


Hedendaagse Panafrikanisme

Antonio Guzman - Panamees van geboorte, wonend in Nederland – maakte een documentaire over zijn zoektocht naar zijn eigen DNA: ‘The day we surrender to the air’.
Dat was de aanleiding voor ‘The State of L3’, een project dat drie continenten verbindt, dat op zoek gaat naar de Afrikaanse identiteit van kunstenaars en jongeren op die continenten. Een project dat in feite zoekt naar de verwantschap tussen al die deelnemers. Waarin herkennen ze elkaar? Waarin voelen en vullen ze elkaar aan? Heeft hun (beeld)taal overeenkomsten? Hoeveel en welke raakpunten heeft hun geschiedenis? Hoe vertalen ze hun Afrikaanse afkomst naar de dagelijkse praktijk? Is er sprake van een soort eigen staat voortkomend uit de verschillende continenten?

‘The State of L3’ is Panafrikanisme doorgetrokken naar deze tijd.
Marcus Garvey revisited. “(…) let us hold together under all climes and in every country (…).” ‘The Black Atlantic’ van de zwarte cultuurcriticus Paul Gilroy in een visuele vorm gegoten.

Meer informatie over het project en vervolg artikel van Rob Perrée.

Galerie 23
KNSM-laan 307-309
1019 LE Amsterdam
Tel: 020 - 6201321
Fax: 020 - 4182866
Info: e-mail
www.galerie23.nl

Openingstijden:
Maandag t/m vrijdag van 9 - 17 uur.
Zaterdag en zondag van 11 - 17 uur.

Bereikbaar met tram 10 halte Azartplein, bus 42 vanaf CS, bus 65 vanaf Station Zuid.

© 2010 de40eurogalerie

Nieuw kinderboek: de slavin Jacquelina

Aspha Bijnaar, Ineke Mok, Dineke Stam zijn de auteurs van het nieuwe kinderboek Jacquelina; slavin van plantage Drieveld.

Paramaribo, 1829 - 1830. Jacquelina is met haar vijftien jaar een mooie meid om te zien. Ze is dolverliefd op Kwasi, maar ze voelt zich rot omdat ze hem niet mag ontmoeten. Jacquelina is huisslavin op een plantage in Suriname. Ze is in de macht van haar meester, de oude slavenhouder Van Halm, die haar voor zichzelf wil. Het leven van een slavin gaat niet over rozen: aldoor hard werken en gehoorzamen aan de strenge regels van de baas.

De jaloerse Van Halm geeft haar straf op straf als ze Kwasi wil zien. Jacquelina ziet maar een uitweg om aan zijn wreedheid te ontsnappen. Dus… op een zonnige dag in 1829 wandelt ze de apotheek van meneer Goudman binnen. Hoe zal dat aflopen?

Jacquelina was een echte slavin en haar verhaal is echt gebeurd. Voor het eerst verschijnt zo’n geschiedenis in stripvorm. Dat maakt Jacquelina. Slavin van plantage Driesveld uniek!


Boekgegevens
Titel Jacquelina. Slavin van plantage Driesveld
Auteurs: Aspha Bijnaar, Ineke Mok, Dineke Stam

Illustraties: Kae Solo, ISBN 978 94 6022 109 5
Hardcover, 32 pagina’s, € 9,95
Uitgever: KIT Publishers ism NiNsee

Verkrijgbaar in boekhandel, bij de uitgever en via internet.


Presentatie

1 juli vanaf 16.00u perspresentatie Oosterpark Amsterdam tijdens het Keti Koti Festival (Hof van Anansi) na de NiNsee- 1 juli herdenking;

25 augustus vanaf 14.00u publiekspresentatie bij het NiNsee ter gelegenheid van de Internationale dag ter herinnering aan de slavenhandel en de afschaffing ervan (UNESCO).


woensdag 23 juni 2010

Bhojpuri Meeting 2011 in Orlando

Van 11 tot 14 februari 2011 vindt de First Bhojpuri International Meeting plaats in Orlando, Florida (VS). Er zijn lezingen, workshops, commerciële presentaties enz. enz. Bhojpuri-sprekers en hun nakomelingen bevinden zich in Bihar, UP, Jharkhand, Nepal, Fiji, Mauritius, Suriname, Guyana en Trinidad.

Voor meer informatie, klik hier

Michel Szulc-Krzyzanowski over zijn werk

Op vrijdag 25 juni geeft fotograaf Michel Szulc-Krzyzanowski een lezing over zijn werk in de Amsterdamse Gallery Lux. Michel Szulc-Krzyzanowski (laureaat van de Zilveren Camera) is de fotograaf van tal van projecten en fotoboeken, onder meer van Woorden die diep wortelen en Woorden op de westenwind, twee fotoboeken over schrijvers en vertellers in Suriname en Nederland. Na een periode van intensief werk in Afrika en een groot wereldwijd project over gelukkige mensen, heeft hij zich de laatste jaren weer toegelegd op het fotograferen van sequenties in de woestijn van Nieuw Mexico. Eind vorig jaar verscheen bij uitgeverij Voetnoot zijn 'verzameld fotowerk' Sequences; the ultimate selection.
.
Plaats: Gallery Lux, Postjesweg 1, Amsterdam
Tijd: 19.30-21.00 uur


Foto: Michael Slory in de Palmentuin in Paramaribo,
@ foto Michel Szulc-Krzyzanowski

Als ik W!J word

Als de individualisten die we allemaal zijn, blijven we in onze samenleving steeds op zoek naar vormen van 'samen'. Traditionele gemeenschapsvormen staan onder druk en nieuwe vormen kristalliseren zich uit. Welke kansen bieden deze nieuwe vormen van verbondenheid en waar begint het te wringen?


De sociologen, theologen en andere wetenschappers in de bundel Als ik W!J word hebben ieder voor zich een ‘nieuw wij’ onderzocht: van het innig gevoel van verbondenheid onder deelnemers aan een stilteretraite tot de kortstondige gedeelde ervaring van een toneelstuk. Daarbij zoeken ze de balans tussen de persoonlijke betrokkenheid die nodig is om je te verbinden, en de nuchtere distantie die bij wetenschap hoort.


De essays vormen een boeiende verkenningstocht langs veranderende structuren, klassieke uitsluitingsmechanismen en nieuwe mogelijkheden. Ze zijn de eerste presentatie van de resultaten van het meerjarige onderzoeksproject van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving: Op zoek naar een nieuw ‘wij’ in Nederland. Inez van der Spek schrijft in het boek een bijdrage over een multiculti televisiecomedy en een boek van Abdelkader Benali.


Als ik W!J word; Nieuwe vormen van verbondenheid

Jonneke Bekkenkamp en Joris Verheijen (red.)
Uitgeverij Parthenon, 12,95, 125 pg.
Met bijdragen van Jonneke Bekkenkamp, Kees den Biesen, Kees de Groot, André Lascaris, Nico Schreurs, Inez van der Spek en Joris Verheijen.

Nieuwe roman John de Bye

Op zondag 31 oktober presenteert uitgeverij Conserve in samenwerking met Ninsee, de nieuwe roman van de Surinaamse auteur John H. de Bye, Liefde in slavernij - Een familiegeschiedenis in de achttiende eeuw

Plaats: Muiderslotkerk
Tijd: 14.30
Nader bericht volgt

**Locatie gewijzigd!, klik hier**

dinsdag 22 juni 2010

Boots & Woortman, kolonialisme vanuit het perspectief van de kolonisator?

Inmiddels bijna twee maanden geleden, op 3 mei om precies te zijn, is op de Surinaamse nieuws-site StarNieuws een artikel verschenen van Sandew Hira, onder andere auteur van Decolonizing the Mind, getiteld "Een koloniale biografie over Anton de Kom”, het werkstuk van Boots & Woortman dat ik hier zo’n half jaar geleden enthousiast heb besproken. Lezing van dit artikel liet mij zo nu en dan toch wel enige schaamte voelen, omdat Hira mij duidelijk maakte dat ik deze biografie kennelijk niet overal even objectief heb gelezen. Sindsdien vroeg ik mij af wat hiermee te doen, want ik vind dat de kritiek van Hira niet genegeerd mag worden. Ik zocht dus naar een gelegenheid om hiermee naar buiten te treden.


Sandew Hira


Die gelegenheid doet zich voor nu Christine Samsom en Els Moor hier zojuist onder de titel “De turbulente biografie van een boek” een artikel hebben gepubliceerd over het aprilnummer van OSO, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied, dat bijna helemaal is gewijd aan 75 jaar Wij slaven van Suriname, met als ondertitel De turbulente biografie van een boek. Onmiddellijk viel mij op dat de auteurs geen aandacht hebben besteed aan Hira’s visie (ook al valt die buiten de optiek van OSO), om welke redenen dan ook, niet geweten, niet gelezen, niet gewild, maar hoe dan ook jammer, want diens kritiek mag niet worden genegeerd, ook al is Hira dan niet onomstreden. Om dezelfde reden is het te betreuren dat Boots & Woortman hieraan nog geen aandacht hebben besteed.

De kern van Hira’s benadering is gelegen in diens uitspraak: “De terminologie –ze (Boots & Woortman, RvdM) praten over slaven, terwijl tegenwoordig antikolonialisten de term enslaved (tot slaaf gemaakt) gebruiken– verraadt hun opstelling in de slavernijdiscussies.” Het is een standpunt, maar een discutabel standpunt. Het is duidelijk dat de semantiek hier boekdelen spreekt, zoals dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten al decennia lang opgeld doet, getuige de steeds wisselende terminologie voor ‘zwarten’ tot wat nu heet ‘African Americans’ of 'enslaved Americans'. De andere kant van de medaille is, dat Hira uitermate achterdochtig is, achter elke boom schuilt voor hem een koloniaal/rascist. Dat is zijn goed recht, maar het voert af en toe wel ver. Maar dat gezegd zijnde, Hira heeft zeker niet altijd ongelijk.

Detail van het Nationaal Slavernijmonument in het Oosterpark te Amsterdam. De beeldengroep, ontworpen door de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries, stelt "heden, verleden en toekomst" voor.

Ik kan met Hira meegaan waar hij zegt: “Boots & Woortman wantrouwen De Kom’s intenties om eenheid onder Surinamers te brengen, waarvoor hij zo hartstochtelijk pleitte in zijn daden en woorden. Zo beschrijven ze een reactie in het koloniale blad De Banier: ‘In De Banier van 25 januari verschijnt een ingezonden stuk waarin de aantrekkingskracht van Anton wordt verklaard door het feit dat Hindostanen en Javanen de meest eenvoudigen van geest zijn. Vervolgens vragen de auteurs zich af: ‘Heeft Anton zich bewust gewend tot de contractarbeiders om daar zijn succes te behalen zoals vaker wordt beweerd? Was de aandacht van Anton voor deze arbeiders een kwestie van tactiek?’ Ze concluderen: ‘Vanuit zijn concept van eenheid en organisatie vond Anton dat alleen een gesloten front tegen het koloniaal bewind uitkomst kon brengen en dat de redenen zijn waarom hij zich ingespannen heeft voor de Javanen en de Hindostanen. Maar zijn bedoelingen zijn, zoals wel vaker, door de omstandigheden ingegeven.” (p. 122-123).

Waarna Hira zich afvraagt: “Waar baseren ze dit wantrouwen op? Niet op feiten, maar op hun eigen koloniale visie over de geschiedenis van Suriname en de strijd tegen het kolonialisme. Ze nemen de koloniale gedachte over dat Javanen en Hindostanen ‘eenvoudigen van geest’ waren en geen legitieme redenen hadden om zich te verzetten tegen het kolonialisme. Ze gaan vervolgens door op die redenering en proberen uit te leggen dat De Kom uit opportunistische redenen zich tot deze simpele geesten heeft gericht. Dat is een interpretatie en geen onderbouwing met feiten. Ze kunnen gewoonweg niet geloven dat de intenties van De Kom oprecht waren.

Het Desenkadena-monument op Curaçao. De naam van dit slavernijmonument betekent letterlijk 'ontketend'. De man in het midden van de bronzen beeldengroep probeert de ketting stuk te slaan. Het staat op de plek waar in 1795 de leiders van de toenmalige slavenopstand zijn gemarteld en geëxecuteerd.

Hun koloniale visie komt het duidelijkst tot uiting in de volgende passage: ‘Anton mag zijn gepassioneerde lezingen in het communistisch circuit dan beëindigen met de leuze die hij overneemt van de CPH: Indonesië, Curaçao en Suriname los van Holland, NU!, het is in wezen niet het pleidooi dat hij in zijn boek Wij slaven van Suriname houdt. Intelligent als Anton is, beseft hij heel goed dat er meer verschillen zijn tussen Nederlandsch-Indië en Suriname, dan alleen de omvang van land en bevolking. Indië heeft een eigen oude cultuur en een eigen bestuurselite. Suriname kent maar weinig intellectuelen en de enkeling die zich roert, zoals Doedel, is van gemengde afkomst. De voormalige slaven krijgen nauwelijks een kans zich te ontwikkelen en de contractarbeiders komen uit de armste lagen van de bevolking in hun thuislanden. Het ontbreekt de Surinaamse bevolking aan een bestuurlijke elite, een basis waarop de onafhankelijkheid kan drijven. Omdat Anton zich nergens uitspreekt over de aard van een zelfstandig Suriname, blijft het moeilijk na te gaan wat zijn exacte ideeën daarover waren. Het is zeker dat hij autonomie voor het Surinaamse volk opeiste, maar de vorm die deze moest aannemen, blijft onduidelijk.’ (p. 190) Hier praat niet Anton de Kom maar het duo Boots en Woortman, die gewoonweg niet accepteren dat De Kom al voor de Tweede Wereldoorlog - vooruitlopend op de Surinaamse nationalistische beweging– al de roep om onafhankelijkheid had gelanceerd. Ze construeren een eigen redenering die ze in de schoenen van De Kom schuiven.”

Kijk, zeker bij lezing van dit voorbeeld dat Hira gebruikt voelde ik schaamte, schaamte dat ik dit bij eerste lezing niet heb onderkent. Hier wreekt zich zonder twijfel dat ik een ‘bakra’ ben, die zich ondanks zijn lange verblijf in Suriname nog steeds niet heeft losgezongen van wat hem met de paplepel is ingegoten. En dat is zeker ook de zwakke plek bij Boots & Woortman, die ondanks hun lange en grondige voorbereiding op het schrijven van deze biografie hun afkomst niet verloochenen, hetgeen -zoals Hira aantoont- is doorgedrongen tot in hun opus magnum.

Hiermee toont Hira ook aan dat zijn achterdocht niet altijd onterecht is, en meer nog, dat de Surinaamse geschiedschrijving -tot nu voornamelijk in handen van bakra’s- door landgenoten moet worden overgedaan en herschreven.

Tweemaal Irodikromo

Op 21 juni opende in de Readytex Art Galleryin Paramaribo een fascinerende minifeature van het vader en dochter kunstenaars duo, Soeki en Sri Irodikromo. Uitbundig kleurgebruik, sierlijke details verwerkt in impulsieve composities en een duidelijke band met de culturele rijkdom van Suriname, zijn zichtbare overeenkomsten in het werk van Soeki en Sri. Maar in stijl en techniek verschilt het werk hemelsbreed. Einde van de tentoonstelling: 5 juli.

Soekidjan Irodikromo
Bij het creëren van zijn kunstwerken, zij het schilderijen, keramiek en vroeger ook batik, is het voornamelijk de waardevolle culturele en etnische diversiteit van Suriname die Soeki Irodikromo inspireert. Zijn werk is kleurrijk, uitbundig en één en al beweging. Dans en andere typische culturele manifestaties, met alle symbolen, attributen en voorwerpen die daarbij horen, zijn onherroepelijk de kern van het overgrote deel van zijn werken. Maar zijn eigen Javaanse achtergrond blijft sterk herkenbaar in zijn stijl en zijn composities. Sierlijke details, voorwerpen en elementen uit traditionele Javaanse cultuur zijn een onlosmakelijk deel van zijn artistieke identiteit.

Daar maakt de kunstenaar zich dan ook sterk voor. Hij vertolkt in zijn kunst zijn trots om Surinamer te zijn, burger van zo een rijk tropisch land bevolkt met een prachtige mix van verschillende etnische groeperingen, maar ook zijn trots om Javaan te zijn, jongen van het district, opgegroeid op de kampong, met een waardevolle culturele bagage, normen en tradities. Dat is de boodschap die Soeki met zijn kunst aan de gemeenschap wenst over te brengen. Een gevoel van zelfbewustzijn, van trots en nationalisme. Hij wil dat Surinamers beter gaan beseffen hoe uniek en waardevol de gevarieerde culturele en etnische samenstelling, maar meer nog de samensmelting, van dit land is. De hand van een ervaren kunstenaar, zelfverzekerd en kundig, is in het werk duidelijk te herkennen. In de kleurrijke en vaak abstracte composities die hij voornamelijk met zijn palletmes samenstelt, zijn talloze Surinaamse elementen prachtig verwerkt. Zijn levenslust en liefde voor de kleurrijke en veelzijdige Surinaamse cultuur stralen ervan af.

Sri Irodikromo
Het werk van Sri Irodikromo heeft een iets rustigere, maar niet minder krachtige uitstraling. Wel valt ook haar werk vanwege het sprekend kleurgebruik bijzonder in het oog. In de eerste instantie zijn het de warme rode, oranje en gele tinten en het helder blauw die de aandacht commanderen, terwijl het thema, de aandacht voor detail en de boeiende composities ervoor zorgen dat de aandacht aan elk werkstuk gegrendeld blijft. Surinaamse vrouwen van verschillende etnische en culturele achtergronden zijn al enige tijd één van de hoofdthema’s in de kunstwerken van Sri Irodikromo. De vrouw wordt uitgebeeld in haar traditionele klederdracht en vervolgens omringd met symbolen en elementen uit diens cultuur. De rol van de vrouw als moeder wordt nu ook extra belicht. Het bekende Surinaamse beeld van een inheemse of boslandcreoolse moeder met een kindje op de heup of in een doek gedragen op de rug zal in velen, bewust of onbewust, doch onherroepelijk een warm gevoel oproepen.

De stijl van Sri Irodikromo heeft een opmerkelijke kwaliteit. Zuivere en levensechte afbeeldingen in zachte contouren, impulsieve en willekeurige verftoepassingen, gescheurde doeken, verborgen alsook duidelijke symboliek en zorgvuldig aangebrachte details vormen samen verrassende composities. Ook nu weer krijgt het werk door de combinatie van verschillende technieken en materialen een rijke structuur. Stukjes pangi en gebatikte stof, kleurrijke geometrische borduursels zijn vertrouwde elementen in het werk van Sri maar de kralen en structuurpasta zijn nieuwe toevoegingen. In de collectie zitten ook werkstukken waar niet vrouwen op de voorgrond staan, maar waarin de symboliek het hoofdthema is.

Deze bijzondere minifeature van Soekidjan en Sri Irodikromo is te bezichtigen in de Readytex Art Gallery aan de Maagdenstraat, van 21 juni tot en met 5 juli 2010 tijdens de normale openingstijden van de Readytex winkelzaak.

Voor meer informatie over Soeki Irodikromo klik hier en Sri Irodikromo klik hier

De emancipatiegraad van Ernestine Comvalius

door Henna Goudzand Nahar

“Ik ben al 12 jaar de directeur van Krater Theater en sinds vorig jaar de directeur van het Bijlmerparktheater. Het is bij elkaar een drukke baan. Kort geleden merkte ik aan mijn lichaam dat ik wat gas terug moest nemen. Ik heb namelijk nog een gezin. Mijn oudste dochter van 33 jaar uit mijn eerste huwelijk - ik was 21 jaar toen ze werd geboren - woont al heel lang op zichzelf, maar mijn jongste dochter van zeventien, uit mijn tweede huwelijk, zit nog op de middelbare school. Dat vraagt het nodige, ook al is haar vader, mijn huidige man dus, erg betrokken bij de opvoeding.

Over mijn verleden? Ik ben als kind van negen in mijn eentje op het vliegtuig gezet naar Nederland.”

Lees het hele interview in het zomernummer over vrouwen en seksualiteit van Oer Digitaal Vrouwenblad, klik hier

Beeld: Achmet Peroti

Het gele carnaval

door Charles Chang

Sambamuziek, vlaggetjes, happy mensen. Wanneer Brazilië speelt, stromen alle Brazilianen naar hotel Perola. De Prinsessestraat is dan geel van de mensen en de entourage. In het grote feestcentrum vol beeldschermen lopen ‘vreemde eenden’ in een andere kleur. Maar zo voelt het ook wanneer je in een andere kleur dan oranje meekijkt naar Nederland in een Copa do Mundo. De Brazilianen dansen, bestellen bier of zoeken een zitplaats. Met de live sambamuziek, fel gele pruiken, gekleurde wangen en de file op straat, lijkt de sfeer op een gele carnaval. Het bier gaat niet per fles, maar in emmers met ijs over de toonbank. In de stroom van mensen voelen de feminiene gasten zich lekker in korte jeans en hoge schoenen. Boven de broekband puilen dan blote rondingen. “Thuis is toch anders, ik kom voor de stemming,” zegt Kewal. Hij wijst naar een vrouwelijke voorbijganger: “En ook voor de leuke dames!” Als derde reden noemt hij: “Brazilianen zijn niet als de Nederlanders, ze zijn spontaan - net als wij Surinamers!”
Dan begint de wedstrijd. Het commentaar in het Portugees komt door de rechtstreekse uitzending vanuit Brazilië. Voor de garimpeiros kon dat niet beter, voor de aanschuivende Surinamers maakt het niet uit. Het eerste schot gaat ver naast en toch wordt het fiasco bejubeld. Daarna blijft het opmerkelijk stil. Geen discussies, geen verwijt ˗ niks. Alleen de hartslagen gaan tekeer. Wie de rusttijd in de wedstrijd graag wil, is de band. Voor een kwartier wordt er weer gefeest, dan volgen de doelpunten. In het enorme gejoel zien tanden het daglicht, ogen schitteren, toeters en hoorns blazen je doof. Feminiene delen schudden niet meer door muziek maar door een sprong in de lucht. Bij een tegendoelpunt weten analisten en sabimans alleen wie de schuld heeft en niet of het een fraaie actie was. Na de wedstrijden mag Perola bier van de vloer dweilen. De stoelen gaan opzij - het is weer sambatijd!

[ontleend aan de website van Schrijversgroep '77]

Nieuwe uitgaven Indiase diaspora

Bij Chakra Publishing House op Trinidad verschenen drie nieuwe titels over Hindostaanse cultuur. Indian Caribbean Folklore Spirits van Kumar Mahabir is een mooi geïllustreerd boek over geesten van Indiase oorsprong die over het Caraïbisch zwerven, zoals (1) de raa-khas - een misvormde, demonische pasgeborene, (2) de chu-rile – de geest van een overleden zwangere vrouw, (3) de saap-in - een vrouw in het lijf van een slang, (4) Dee Baba – een mythische beschermheer van huis en land, en (5) de jinn, Sheik Sadiq - de geest in de fles. Hoewel je het niet zou denken is het boek voor alle leeftijden.

The Indian Diaspora in the Caribbean heeft dertien hoofdstukken over een onderwerpen zoals contractarbeid, migratie, acculturatie, globalisatie etc. Vier hoofdstukken gaan over Trinidad, vier over Guyana, en over St. Vincent, Grenada, Suriname en Martinique is er elk een hoofdstuk en tenslotte een hoofdstuk over het Caraïbisch gebied in het algemeen.
.

Het tijdschrift Indian Arrival Day commemorative 2010 heeft als thema Glimpses of indentureship: Traditional culture and agriculture in Kernahan Village in Nariva. Kernahan is een afgelegen plaatsje waar bijna alleen Hindostanen wonen. Orospronkelijk waren het Hindoes, maar tegenwoordig is de meerderheid Zevende-Dagsadventist. Er is geen school in het dorp en pas in 2000 kregen de inwoners electriciteit. Stromend water is er nog steeds niet.

Voor informatie en bestellingen: http://chakrapub.wordpress.com/ of //icctrinidad.wordpress.com.

[Bericht van Schrijversgroep '77]

Baud over politiek en etniciteit

Diversiteit en etniciteit zijn belangrijke thema’s in de Surinaamse literatuur. Ook internationaal scoort dit thema hoog. Zo kreeg The Ventriloquists Tale van Pauline Melville over een inheemse familie van de Rupunini Savanna in ons buurland Guyana belangrijke internationale prijzen. In 2010 won het boek de Prix de Lycée in La Guyane. De lezing die het IGRS (Institute fior Graduate Studies & Research van de Anton de Kom-Universiteit) op donderdag 24 juni organiseert is vanuit deze optiek een aanrader. Michiel Baud, directeur van het Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns Amerika (CEDLA) en hoogleraar Latijns Amerikaanse Studies aan de Universiteit van Amsterdam geeft een lezing over de poltieke invloed van de inheemse bewegingen van Latijns Amerika. De lezing is getiteld Politiek en etniciteit.

Plaats: IGSR Staatsoliegebouw, Leysweg
Aanvang 19.30 u

Son ten na mi

Op 24 juni en 25 juni wordt de gedichtenbundel van wijlen voorzitter NAKS (Na Afrikan Kulturu fu Sranan) Elfriede Baarn-Dijksteel gepresenteerd. Onder het pseudoniem ‘Jenge’ heeft zij een groot aantal gedichten achtergelaten. De organisatie heeft samen met een deskundig team een selectie gemaakt voor de bundel Son ten na mi. Met deze geste wil de organisatie het gedachtengoed van Elfriede en daarmee ook van NAKS een blijvende plaats geven in de samenleving. In Suriname begint de presentatie om 19.00u in het NAKS centrum aan de Thompsonstraat. Inloop vanaf 18.30u.

Over de presentatie in Nederland en in New York zie de berichten hieronder op deze blogspot.

maandag 21 juni 2010

De biecht van een airhostess

Française schrijft boek over wanpraktijken bij lagekostenmaatschappijen

door Paul Demeyer


Vlak voor het toeristische seizoen begint, haalt een Franse airhostess zwaar uit naar lagekostenmaatschappijen. In haar boek 'Avions poubelles' beschrijft Lisa Bleyssac hoe die vliegmaatschappijen de veiligheid van passagiers in gevaar brengen.
De 38 jarige airhostess verbergt zich achter een schuilnaam want ze is nog altijd in dienst bij een Franse vliegmaatschappij. Ze doet haar job al sinds 1996 en werkte voor een viertal lagekostenmaatschappijen. Nergens noemt ze namen. Maar ze wil wel haar verhaal naar buiten brengen omdat ze vreest voor de veiligheid van de passagiers. We zetten de strafste uitspraken op een rijtje.

Eten: 'Wanneer we na de maaltijd afruimen, gooien we het voedsel dat nog op de borden ligt niet weg. Het wordt gespaard want meestal zijn er te weinig maaltijden aan bord en met die restjes, kunnen we toch iedereen te eten geven.'

Dronken de lucht in: 'Na de vlucht is het personeel vaak zo gestresseerd, dat het nog eens samen stevig doorzakt. Plots word je opgeroepen om er nog gauw een vlucht tussendoor bij te nemen omdat een collega ziek is geworden. Zo gebeurt het vaak dat het vliegpersoneel beneveld aan een vlucht begint.'

Smokkelen: 'Omdat douaniers respect hebben voor het uniform van de airhostesses, worden we bijna nooit gecontroleerd. Zo kunnen we zonder problemen met een koffer vol sigaretten door de douane gaan.'

Lange shifts: 'Soms draait dezelfde ploeg 42 uur aan één stuk door. Ik herinner me het volgende vluchtschema: Parijs-Tripoli-Kigali-Lilongwe-Harare (waar we zes uur konden rusten) -Rwanda-Parijs-Athene. De piloot was 52 en wist bij landing amper waar hij was.'

Zuurstof: 'Om snel te kunnen recupereren liggen piloten soms aan de zuurstoffles. Ze leerden dat van hun Indonesische collega's.'

Besparen: 'Eerst werd bespaard op de kwaliteit van drinkglazen, dan op het bestek, dan op de hoeveelheid zeep in het toilet. Nu op de kerosine. Ze doen dat door de airco niet aan te zetten zo lang de passagiers aan boord gaan. Soms duurt het zeer lang eer zo'n vliegtuig vol zit.'

Vervangstukken: 'Er wordt gefoefeld met de aankooppapieren zodat ze goedkope, niet- gehomologeerde vervangstukken kunnen gebruiken. Vaak moeten de airhostesses gaan helpen in het atelier. Wie dat weigert, wordt niet betaald.'

Roken: 'Het vliegpersoneel rookt tijdens de vlucht.'

Pillen: 'Om de hoge werkdruk aan te kunnen, slikt bijna iedereen Guronsan, dat is bijna zuivere cafeïne in de vorm van een pil.'

Vliegtuigen: 'Vaak vliegen we met tweedehandse toestellen die zijn gekocht op een vliegtuigkerkhof in de Mojave-woestijn.'

Lisa Bleyssac, Avions poubelles, une hôtesse de l'air dénonce les arnaqueurs du ciel. Uitgegeven door Editions de l'Arbre. Er zijn nog geen plannen voor een Nederlandse vertaling.

[overgenomen van De Standaard.biz]

De turbulente biografie van een boek

door Christine Samsom en Els Moor

Het aprilnummer van OSO, tijdschrift voor surinamistiek en het Caraïbisch Gebied, is bijna helemaal gewijd aan 75 jaar Wij slaven van Suriname met als ondertitel De turbulente biografie van een boek. Een uitdagende titel! Kan een boek een biografie hebben, zoals levensbeschrijvingen van mensen, van de wieg tot het graf? Wij slaven van Suriname is nog lang niet dood. Dat blijkt wel uit dit nummer van OSO.

Maar over de geboorte en jeugd van het boek is heel veel te vertellen. Dat is mede te danken aan de Anton de Kom. Biografie (2009) van Alice Boots & Rob Woortman. De journalist René Zwaap schrijft in een spannend verhaal en onder de titel 'Anton de Kom als staatsvijand. Hoe de CID bijdroeg aan de lancering van Wij slaven van Suriname', over de manier waarop de Centrale Inlichtingendienst (CID; voorloper van de AIVD in Nederland) invloed probeerde uit te oefenen vanaf het moment dat men daar lucht kreeg van de mogelijke publicatie van een kritisch, door antikolonialistische, communistische ideeën geïnspireerd boek, geschreven door de Surinamer Anton de Kom. Men hield hem al in de gaten vanwege zijn bewogen toespraken over discriminatie en onderdrukking in de koloniën op congressen van de communistische partij. Toespraken die terug te vinden zijn in de archieven van de CID. De minister van Koloniën waarschuwde de toenmalige gouverneur en bracht daarmee de autoriteiten in Suriname in opperste staat van paraatheid. Hierdoor was de komst naar Suriname van De Kom in 1933 om zijn zieke moeder te bezoeken al bij voorbaat verdacht en leidde die inderdaad tot een overspannen reactie, waarbij 2 doden vielen. De Kom werd verbannen naar Nederland. Diezelfde CID ging eind 1933 op bezoek bij ene De Neve van uitgeverij Contact, waar Wij slaven van Suriname zou verschijnen. Maar of dat heeft geleid tot cruciale veranderingen in het manuscript valt te betwijfelen. In zijn voorwoord vindt De Neve het wel nodig de lezers te verzekeren, dat enkele passages in overleg met de schrijver zijn gewijzigd. Uit deze interessante bijdrage van Zwaap blijkt in ieder geval de paniek bij de CID met betrekking tot de mogelijke invloed van Anton de Kom op de Nederlandse publieke opinie. (- C.S.)

In 'De geschiedenis van een manuscript. De wording van Wij slaven van Suriname van Anton de Kom' door Alice Boots en Rob Woortman - de auteurs van bovengenoemde biografie - staan twee vragen centraal: Werd Wij slaven van Suriname ernstig gecensureerd door de CID? En: is de schrijver Jef Last (co-)auteur? Beide vragen waarover lange tijd twijfels bestonden, worden ontkennend beantwoord. Het manuscript is vele malen in overleg tussen De Kom en de uitgever herschreven. In de biografie wordt daar ook uitgebreid op ingegaan met veel verwijzingen naar correspondentie ter zake. (- C.S.)

De essayist Theo Para (pseudoniem van Henry Does) is in ons land geen onbekende door zijn aanhoudende publicaties over de Decembermoorden in 1982, gebundeld in zijn vorig jaar verschenen boek De schreeuw van Bastion Veere. Zijn bijdrage onder de titel 'Anton de Kom en de menselijke waardigheid' begint met wat hij noemt 'een surrealistische gebeurtenis' op de Universiteit van Suriname: het 'openingscollege' door de legerleiding 'van een dictatoriaal regime' op 17 oktober 1983, na 9 maanden sluiting van de universiteit en de moord op twee vooraanstaande docenten, Sugrim Oemrawsingh en Gerard Leckie, op 8 december 1982. Para herinnert eraan dat Bram Behr toen hij in april 1982 gevangen zat in Fort Zeelandia, in een brief schreef dat hij, Bram, kracht putte uit de gedachten aan Anton (de Kom), die daar in 1933 ook gevangen had gezeten. Die verbondenheid in ideologie was duidelijk. Historische rolmodellen zijn van groot belang voor de identiteit en zeden van een volk.

Het is volgens Para een bezoedeling van de nagedachtenis aan Anton de Kom als vrijheidsstrijder en verzetsheld om als propagandastunt de universiteit een 'instrument van nationale bevrijding' te noemen en daar dan de naam van Anton de Kom aan te verbinden. Had een vreedzame De Kom in 1933 de jachtgeweren die men hem toen wilde brengen, niet geweigerd: 'Het was mij te doen om organisatie, niet om een bloedbad'. Van Para mag de naam van de universiteit blijven, maar dan als teken van vrijheid van het wetenschappelijk onderwijs en universitaire autonomie. Para prijst de literaire schoonheid van De Koms boek, bijvoorbeeld waar hij schrijft over de dapperheid van de marronvrouw Sery. Met Wij slaven van Suriname breekt De Kom een lans voor menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid. Kritiek heeft Para op de schrijvers van de biografie van De Kom, waar zij de sympathie van De Kom voor de communistische partij verzwijgen om een slecht imago van De Kom te vermijden. (- C.S.)

Interessant is de bijdrage van de cultureel antropoloog Wim Hoogbergen: 'Wat las De Kom voor zijn Wij slaven van Suriname?' Hoogbergen geeft een overzicht van de bronnen waarop De Kom zich heeft gebaseerd toen hij z'n boek schreef. Hij begint met de jeugd van De Kom die op school alleen maar 'Vaderlandsche Geschiedenis' kreeg... van Nederland..., waarbij hij hele rijen namen en jaartallen van gouverneurs moest leren ('mannen die met het zwaard des Vredes veiligheid en orde in Suriname beschermden: de Hollandse Vrede', schreef hij later in Wij slaven van Suriname). Hoogbergen noemt dat soort geschiedenisonderwijs een goed middel voor minderwaardigheidsgevoelens bij een ras: de helden van een ander volk prijzen.

Hij geeft aan dat Anton de Kom, als trouwe bezoeker van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, vooral geput heeft uit Geschiedenis van Suriname (1861) van J. Wolbers, die Suriname nooit heeft bezocht maar een groot tegenstander was van de slavernij, en Reize naar Surinamen... (1799) van J.G. Stedman, en in mindere mate uit boeken van onder anderen Hartsinck, Helman, Roos en Vlier en... uit de Bijbel (de vervloeking van Cham!). Maar al die historische gegevens dienen slechts om zijn aanklacht tegen Nederland vorm te geven. Want daarom werd Wij slaven van Suriname geschreven en niet als geschiedenisboek. Als De Kom schrijft over het dagelijks leven op de plantages 'waar de planten des te beter schijnen te groeien naarmate zij beter met negerbloed bemest zijn', haalt hij de feiten weliswaar bij Stedman, maar het zijn De Koms woorden, zijn indrukken. Hij vindt getallen daarom ook niet belangrijk. De mens en zijn lot staan centraal, niet of het historisch allemaal wel volledig of juist is. De feiten, maar soms ook geruchten, helpen De Kom om 'een emancipatorisch boek te schrijven voor de zwarte bevolking, de nazaten van de slaven'.

Hoogbergen haalt aan het begin van zijn betoog een onderzoek aan dat gehouden werd onder sleutelfiguren uit de Afro-Caraïbische gemeenschap in Nederland: welke boeken of films over de slavernij hen persoonlijk het meest aanspraken. Tot onthutsing van Hoogbergen waren dat niet werken van wetenschappers als Oostindie, Thoden van Velzen, Van Stipriaan of Price, maar het waren Wij slaven van Suriname van Anton de Kom en Hoe duur was de suiker?'van Cynthia Mc Leod. Heeft dat misschien te maken met het feit dat er te weinig bezieling zit in al dat overigens verdienstelijk wetenschappelijk werk, terwijl juist die diepe verontwaardiging over mensonwaardige, discriminerende toestanden in het collectieve geheugen van de twee schrijvers én hun lezers in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is opgeslagen? (- C.S.)

'Doe iets!' is de krachtige titel van het prachtig geschreven artikel van Antoine de Kom, kleinzoon van de auteur waar in deze editie van OSO alles om draait. Het is geen wetenschappelijk essay over Wij slaven van Suriname, maar een mengeling van herinneringen aan zijn zoektocht naar zijn opa. Antoine werd geboren in 1956, toen zijn opa al elf jaar daarvoor in een Duits concentratiekamp was overleden. Het stuk begint en eindigt met een scène in een Surinaamse klas waarin Antoine zelf leerling is en de meester de gebeurtenissen van 1933 moet behandelen. In de beginscène is de meester een onzekere man die zijn leerlingen uitscheldt ('Stil jullie varkens! Jullie bos-apen!) en het duidelijk griezelig vindt om over De Kom te praten in het bijzijn van z'n kleinzoon. De klas aan het slot is modern, vol computers. Geen leerling kliert. Meester danst van vreugde. Op het scherm Anton de Kom, die hen toelacht.

Verder zijn er veel dialogen tussen Antoine en z'n opa in het verhaal. Kleinzoon vertelt zijn opa over het standbeeld in Amsterdam Zuidoost, opa is naakt... maar ook over de mogelijkheden die Suriname nu heeft en opa antwoordt... Zo springt Antoine in zijn tekst van het een naar het ander en de boodschap, van zijn ouders naar hem en van opa naar kleinzoon is: 'Doe iets'. Knap, humoristisch, modern, in proza en poëzie. Antoine de Kom laat ook zijn experimentele poëzie zien. U moet het lezen. (- E.M.)

'Literariteit', het literaire karakter van een tekst of een boek, dat is het onderwerp van twee bijdragen in deze OSO. Van Michiel van Kempen 'Menschen zijn er nauwelijks om van deze schoonheid te genieten. Anton de Koms Ons bloed is rood als bron van literariteit' en van Liselotte Hammond 'Wie zegt dat Anton de Koms Wij slaven van Suriname (geen) literatuur is?' In het woord 'literariteit' zit ook 'rariteit' en dat klopt ook wel. Het beoordelen van literaire kwaliteit moet passen bij de eigenheid van het te bespreken boek. De literaire kwaliteit staat nooit alleen, zo'n beoordeling kan een lite-'rariteit' worden.
Van Kempen onderzoekt niet Wij slaven van Suriname op 'literariteit', maar een romantekst, Ons bloed is rood (1933), die De Kom eerder heeft geschreven en nooit gepubliceerd. De tekst is jarenlang zoek geweest en recentelijk gevonden, met inkt geschreven in vier schriften. Een manuscript dus, waarin De Kom met rood potlood typografische aanduidingen heeft gegeven. Waarom is deze tekst nooit uitgegeven, vraag ik me af. Vond hij geen uitgever ervoor? Of zag hij een jaar later, toen hij Wij slaven van Suriname wel had gepubliceerd, in dat dat een veel belangrijker boek was? We weten het niet, maar of zo'n manuscript in kladschriften nou hét stuk is om de 'literariteit' van De Koms werk te beoordelen? Wel interessant is de inhoud: de roman gaat over de ontvluchte slaaf Kwakoe die in het binnenland een opstand voorbereidt en daarbij geholpen wordt door andere weggelopen slaven en door indianen. Vóór Wij slaven van Suriname was De Kom dus al bezig met het schrijven van een stuk eigen geschiedenis vanuit Surinaams, niet-koloniaal perspectief. Dat is immers wat hij ook deed met Wij slaven van Suriname.

Liselotte Hammond - die werkt aan een dissertatie over (postkoloniale) weerstand in de Surinaamse literatuur van de twintigste eeuw - slaat met haar artikel wél de spijker op de kop. Zij onderzoekt wat voor genre Wij slaven van Suriname is, een geschiedkundig boek, een essay... of fictie. Of het boek ook onder literatuur gerekend kan worden hangt af van wat men onder literatuur verstaat, en dat verschilt van periode tot periode. Literatuur functioneert in een bepaalde context. Een moeilijkheid bij dit werk is dat de auteur zich bewoog binnen verschillende culturele contexten. Een vraag hierbij is ook waarom Multatuli's Max Havelaar in de Nederlandse canon is terechtgekomen en Wij slaven van Suriname niet. Twee belangrijke literatoren en critici uit De Koms eigen tijd waren Eduard du Perron en Menno ter Braak. Hun literatuuropvatting was 'Vorm of Vent'. Het gaat er bij hen dus om wat de mens, de auteur, uitdraagt. 'De vorm' moet dus aansluiten bij het wezenlijke van 'de vent'. Du Perron schreef aan Ter Braak dat het een boek is waarbij je niet aan literatuur denkt, maar dat je absoluut gegrepen wordt door wat er staat. De Koms boek wordt in zijn tijd ook gezien als proletarische literatuur, die moet begrijpelijk zijn voor de arbeidersklasse, de lezers meeslepen en ze wezenlijke informatie verschaffen. Het gaat Liselotte Hammond dus om de vraag welke opvatting over literatuur wij zouden kunnen hanteren om De Koms boek op een adequate manier als literatuur te kunnen beschrijven. Daarvoor is een postkoloniaal perspectief noodzakelijk. Niet vanuit een nieuw te veroveren territorium voor de Nederlandse, Europese literatuurwetenschap. Dan is het nog steeds vanuit koloniale visie. (- E.M.)

Dit themanummer van OSO is over het algemeen geslaagd. Met kleinzoon Antoine de Kom vinden we dat hier, in Suriname, door deskundige vaklieden ook een soort OSO zou kunnen verschijnen, helemaal vanuit postkoloniaal, Surinaams perspectief, vanuit onderzoek en beleving en niet vol wetenschappelijke vaktermen, want die schrikken de gewone maar wel geïnteresseerde lezer af. 'Doe iets!'

IBS en KITLV: OSO, tijdschrift voor surinamistiek...: 75 jaar Wij slaven van Suriname. De turbulente biografie van een boek, jrg. 29, nr. 1, april 2010. ISSN 0167-4099
Voor info en abonnementen: KITLV ter attentie van Ellen Sitinjak, Postbus 9515, 2300 RA Leiden, e-mail: sitinjak@kitlv.nl

Representation of Slavery Museums, Memorials and Monuments

The National Institute for the Study of Dutch Slavery and its Legacy (NiNsee) invites you to participate in a two day International Symposium on June 29 & 30, 2010 in Amsterdam entitled: Public History and Collective Memory: Representation of Slavery Museums, Memorials and Monuments in the 21st Century. The planned symposium is designed to interrogate the meaning and significance of public history and collective memory in relation to the Trans Atlantic slave trade and slavery.

The objectives for the planned symposium are three-fold; First, to bring together scholars of slavery to interrogate and discuss the meaning and significance of public history and collective memory in relation to Trans Atlantic slavery. Second, to bring together experts to share experiences with and knowledge of slavery museums, memorials and monuments. Third, to use the knowledge gained from this symposium as background information for the commemoration of the 10 year anniversary of the slavery monument in the Netherlands.

Programme: Trajectories of Emancipation
Public History and Collective Memory: Representation of Slavery Museums, Memorial and Monuments in the 21st Century


Opening
Monday June 28th, 2010
Location: NiNsee
16.00-17.00 Guests are welcome to visit the NiNsee exhibitions, Child in Chains and Breaking the Silence
17.00-19.00 First day, arrivals, registration and reception

Day One
Tuesday, June 29th, 2010
Location: Vrije Universiteit Amsterdam
hoofdgebouw room 14 A-05
Morning Session- 9:30-12.45
Welcome Address: Artwell Cain

First Session:
Chair: Artwell Cain
Theme: Shared History, Multiple Meanings

Stephen Small - Keynote Address
“Back to the future from the back of the big house: Museums, Public History and Collective Memory”

This paper considers the mobilization by African Diasporic communities in the United States and Europe, to remember, commemorate and protest slavery and its legacy. This mobilization is placed in the context of broader protest and/or commemorative movements (such as the Holocaust, the Alamo, Japanese internment as well as other incidents of (inter-)national shame or guilt. In the paper I raise a series of questions concerning the role of academics, community mobilization, migration, and museums, all in the context of unequal access to resources (financial, political, and cultural) in struggles for collective representations. And for the legacy of slavery in particular, I make the case for serious consideration to be given to alternative sources of knowledge and insights as we draw on the voices and visions of Black men and women who have been historically marginalized.

Kwame Nimako
“Conceptual Clarity, Please!
On the uses and abuses of the concepts of ‘slave’ and ‘trade’ in the study of the Trans-Atlantic Slave Trade and Slavery”

This paper reflects on the way the concepts of ‘slave’ and ‘trade’ have been used in the study of the Trans-Atlantic Slave Trade and Slavery. There seems to be a disjuncture between the concepts of slave and trade and the empirical basis for those concepts. The concept of slave suggests that slaves were traded; we will argue that the empirical bases hereof are weak. The concept of trade is also based on collaboration theory. Here also we will argue that the empirical bases hereof are weak.

Coffee Break

Second Session
Chair: Ramon Grosfoguel

Dmitri van den Bersselaar
"A shared history of the transatlantic slave trade?"
Co-Authored with Thomas Thurston from the Gilder Lehrman Center at Yale

This paper will introduce and discuss the first ‛Middle Passages’ International Teachers Institute. The institute was held in Ghana in August 2009 and brought together teachers from the United Kingdom, Ghana and the United States with leading slave trade historians and education specialists. The aim of the institute was to bring together, and reflect on, the different ways in which the slave trade is taught in each of the three countries from which our teachers came.

Alan Rice
“Guerrilla Memorialisation: The Politics of 21st Century Slave Remembrance Memorials in Europe”

This paper will discuss Lubaina Himid’s satirical performance piece. What are Monuments For … Possible Landmarks on the Urban Map (2009). In this she manipulates a glossy guide book to the world cities of London and Paris to imagine what might have been if the contributions of African diasporan peoples to the capitals had been fully taken on board in the memorial landscape over the last three centuries.

Lunch 13.00-14.00

Afternoon Session 14.15- 17.00
Chair: Kwame Nimako
Theme: Inclusion of voices (African, Caribbean) who have been traditionally absent from the discussion on commemoration, representation, and teaching in the realm of slavery and the Trans-Atlantic slave trade.

Sadri Khiari
The Issue of Memory in Decolonial Struggles in France

Veronique Helenon
"The Commemoration of the abolition of slavery in the French Context"

This paper examines the steps taken by Black French to organize the abolition of slavery in France. Aspects of the situation in the French Caribbean will also be included. How does this commemoration inform the current situation of Blacks in the French Republic today? Special attention will be paid to the meaning and limits of this event.

Ramon Grosfoguel
Memory, Slavery and Epistemic Racism
Elviera Sandi
The case of Suriname

.


Day Two
Wednesday June 30th, 2010
Location: Vrije Universiteit Amsterdam
hoofdgebouw room 7 A-06
Morning Session-9.30-12.45
Theme: Belonging, visual representations and the legacy of colonialism
First Session
Chair: Dienke Hondius

Susan Legêne
“Detached inclusion: Belonging, the legacy of migration experiences and their public representation”

In the normative Dutch discourse on the integration of immigrants in Dutch society, good (cultural) citizenship is linked to affinity with the national history of the Netherlands. The Dutch history of slave trade, slavery and abolition is acknowledged as part of this national history. However, as far as this acknowledgement also integrates (part of) the history of Dutch people of Surinamese descent into the history of the Netherlands, this historical inclusion creates new detachments in the present as well. Is there a continuity with respect to the notion of cultural citizenship, between colonial Surinamese society and current public representations of a shared migration past in the Netherlands? What could be the value of historicizing this notion of cultural citizenship? This will be the leading question in this paper that will focus on legacies of slavery and indentured labour.

Cheryl Bolden
“Collective memory , Collective responsibility . Why it is important to include the youth in the conversation concerning the legacy of slavery.”

Coffee Break
Chair: Kwame Nimako

Hardy Frye
" Slavery Legacy and the Civil Rights and Black Power Movements,"

Rael Salley
"Exhibiting Memory: Visuality, Museums and Black Diaspora"

Lunch 13.00-14.00

Afternoon Session 14.15-17.00
Theme: Debate on social responsibility and wrestling with issues of public commemoration

Moderator: Léontine Meijer-van Mensch

Three key stakeholders can be indentified with regard to the preservation of heritage in general and intangible heritage in particular, i.e. the source community itself, local and national authorities, and (heritage) professionals. In the Netherlands, the debate on intangible heritage is rather recent. The UNESCO Convention of 2003 has stimulated discussion among professionals, but in a limited sense. The last few years, however, the topic has been addressed by politicians and as a consequence, intangible heritage became subject of a public debate. Much more than tangible heritage, intangible heritage became the focus point of a national debate on identity. This political instrumentalisation of (intangible) heritage by appropriation and rejection, introducing the dichotomy between ‘us’ and ‘them’ is clearly illustrated by the speech delivered by the Dutch politician Rita Verdonk in 2008. Is the memory of slavery still not perceived as an intrinsic part of Dutch society? What is the role of the heritage professional and the source community in this? Do on the one hand, professionals create meaning and visibility, but on the other hand, however, does professional involvement not tend to exclude source communities from the process of signification and appropriation?

Guest Participants:
Andrea Kieskamp
Wayne Modest
Stephen Small
Dmitri van den Bersselaar

17.00- Closing conversations over drinks on the terrace of the Vrije Universiteit


This event has been organised by the National Institute for the Study of the Dutch Slavery and its Legacy (NiNsee) in collaboration with the Vrije Universiteit.

To register for this event, please contact Amy Abdou at a.abdou@ninsee.nl

‘Boy from Bombay’ wil het universum openen

Salman Rushdie beet spits af met Vrijheidslezing in Leiden
door Vera de Lange

"Fundamentalisten hebben nooit seks," is de verklaring van Salman Rushdie voor religieuze intolerantie. "Meer seks zou een oplossing kunnen zijn."
Tijdens de eerste Leidse Vrijheidslezing, georganiseerd door de Universiteit Leiden in de Pieterskerk, hield de vandaag 63 geworden 'boy from Bombay' een meeslepend en humorvol betoog over de vrijheid van meningsuiting. Schrijver en essayist Salman Rushdie is wereldwijd bekend door zijn boek The Satanic Verses uit 1988, dat ertoe leidde dat de Iraanse ayatollah Khomeini een fatwa tegen hem uitsprak, waarna hij tien jaar ondergedoken zat.
De onderdrukking van boeken en schrijvers neemt volgens hem de laatste jaren toe als gevolg van religieus fundamentalisme. Bijvoorbeeld in Egypte, waar islamisten recentelijk de verhalen van 1001 Nacht aan banden probeerde te leggen, omdat er te veel seks in voorkomt.

Ook de ‘oorlog’ die tegen hem is gevoerd, bekijkt Rushdie van de humoristische kant. Hij vertelde over een jongen in Engeland die zijn boek verbrand had, zonder het gelezen te hebben. "Boeken zijn niet echt mijn ding", verklaarde hij. Kenmerkend was Rushdies reactie toen er een film over hem werd gemaakt, waarin hij als gevaarlijk persoon werd neergezet die vermoord moet worden. Hoewel de film hem uiteraard erg tegenstond, ook vanwege de "onmodieuze safaripakken" die zijn vertolker hierin droeg, zorgde hij er persoonlijk voor dat deze ook in Engeland vertoond kon worden. De film, waarin hij als straf van God door de bliksem getroffen werd, was zo slecht dat uiteindelijk niemand ging kijken.

De vrijheid van meningsuiting is absoluut en ondeelbaar, aldus Rushdie. "Zelfs Dan Brown moet worden toegestaan te leven en te publiceren." Literatuur kan volgens hem elke vorm van tirannie overwinnen. "Zoals de luid naar de hemel blaffende hond in een boek van Saul Bellow, zie ik het als mijn taak om te proberen het universum te openen."


[Overgenomen van NRCBoeken.nl, zaterdag 19 juni 2010]

Op de foto: Rushdie met Padma Lakshmi (inmiddels zijn ex)

Waarom Azië rijk en machtig wordt

De afgelopen halve eeuw is de armoede in de wereld in een spectaculair hoog tempo teruggedrongen. De afname komt voor een aanzienlijk deel op het conto van Azië. Veel Aziaten die in een armoedige samenleving werden geboren, hebben hun oude dag in een moderne maatschappij. Over de ontwikkeling van Azië is de laatste jaren veel geschreven, maar deze literatuur beperkt zich gewoonlijk tot de kwestie van het ‘hoe’ en niet van het ‘waarom’. Als de Aziaten zo hard werken, waarom had dat in eerdere eeuwen dan zo weinig resultaat? Waarom begon de ontwikkeling van Azië in het geïsoleerde Japan? Waarom duurde het zo lang voordat andere Aziatische landen volgden? En waarom zijn de grote beschavingen van Azië - China en India - zulke laatkomers op het toneel? Roel van der Veen volgt en verklaart de golf van modernisering over het continent stap voor stap. Hij sluit af met de lessen van de Aziatische weg naar rijkdom en welvaart en laat zien wat arme landen daarvan kunnen leren.


Waarom Azië rijk en machtig wordt biedt een uniek inzicht in een van de belangrijkste stadia van de menselijke ontwikkeling, met grote gevolgen voor de hele wereld.

Roel van der Veen (Bedum, 1957) is werkzaam voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in de functie van wetenschappelijk raadadviseur. Hij is tevens bijzonder hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar Nederlands Buitenlands Beleid aan de Universiteit van Groningen. Zijn onderzoek richt zich vooral op Afrika en Azië. In 2002 verscheen zijn boek Afrika. Van de Koude Oorlog naar de 21ste eeuw, dat een standaardwerk werd op het terrein van de recente Afrikaanse geschiedenis en ontwikkelingsproblemen. Het werd een aantal malen herdrukt. Het boek werd vertaald in het Engels, Frans en Chinees, en zal volgend jaar in het Zweeds verschijnen.


Presentatie
De presentatie van het boek vindt plaats op vrijdag 25 juni 2010 om 15.30 uur
in de grote vergaderzaal van het Bestuursgebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) aan de Oude Boteringestraat 44 in Groningen.

Op 7 september zal er naar aanleiding van de verschijning van het boek een seminar plaatsvinden op het Instituut Clingendael te Den Haag.

Boekgegevens
Titel Waarom Azië rijk en machtig wordt
Auteur: Roel van der Veen
ISBN 978 94 6022 042 5
Paperback, 592 pagina’s
€ 35,00
Uitgever: KIT Publishers