maandag 31 mei 2010

Trefossa en de canon

De informatie die de Surinaamse Schrijversgroep '77 dankzij de altijd nijvere Ismene Krishnadath maandelijks rondstuurt, is een belangwekkende bron van informatie over activiteiten die in Suriname plaatsvinden. Iets merkwaardigs staat er echter in de aflevering van 31 mei j.l. Onder de kop 'Trefossalezing gepubliceerd' wordt gemeld:

Hein Eersel verzorgde in de aula van Self Reliance de eerste Trefossalezing in 2009, Canon, Cultuur en Vertaling. Hierin betoogde Eersel het belang van een eigen canon voor Suriname, omdat de culturele invalshoek van waaruit literatuur beoordeeld en gewaardeerd erg belangrijk is. Een canon is belangrijk omdat het richtinggevend is voor het literatuuronderwijs. In Suriname bestaat er veel onduidelijkheid over de literaire canon. De publicatie van de lezing mag dan ook gezien worden als een belangrijke bijdrage tot realisatie van een canon.

Het staat er allemaal reuze serieus en het lijkt logisch - lijkt, want er is hier toch een misverstand in het spel. Wie horen er tot de canon van de Surinaamse letteren (d.w.z. de groep teksten die wordt beschouwd als vaste waarden in de Surinaamse letteren en die erkenning hebben gekregen in bloemlezingen, literatuurgeschiedenissen en in het onderwijs). Voor het proza zou je kunnen zeggen: Albert Helman, en zeker nog een handvol: Leo Ferrier, Bea Vianen, Edgar Cairo, Astrid Roemer. En voor de poëzie: laat ik nu eens geen namen noemen, maar een weddenschap afsluiten: als 10 mensen die iets afweten van de Surinaamse literatuur elk een lijstje zouden moeten samenstellen van de 5 belangrijkste dichters, dan zou op GEEN van die lijstjes Trefossa staan. Hoeveel onduidelijkheid er misschien ook mag bestaan over de literaire canon in Suriname: er is geen zinnig mens die zal beweren dat Trefossa daar niet bij hoort. Dus wat de tekst van Eersel ook mag zijn, "een belangrijke bijdrage tot realisatie van een canon" kan het niet zijn, want Trefossa is misschien wel het hart van die canon.

It's not about cocaine, it's about oil

"We are looking at the beginning of an American military occupation of Jamaica. Once they get control of the oil and begin to invest billions to develop it, the term 'Strategic Resource' will apply, which also means 'vital to U.S. national security interests', which will require U.S. military bases to protect it. Think Iraq."

Read more, follow this link

Een avond in ‘Hawaii’

door Charles Chang

Het eerste wat je omhelst bij het binnenkomen is de zware reuk van sigaret en bier. Maar die onaangename prikkel lost in een paar seconden op wanneer vrouwen met bloemen in het haar zachtjes heupwiegend in het half duister voorbij lopen. De avond heet ‘Hawaiian Night’, alleen wuiven er geen palmen en de muziek is allesbehalve Polynesisch. Obers in hawaiihemden en themesong van de televisieserie Hawaii Five-O ontbreken ook op deze speciale party. Maar de vrouwen voldoen wel aan het thema. Collega’s tegen de wand met bloemen in het haar, fleurige kransjes om de hals en hula rokjes om de middel, lijken letterlijk op muurbloemen die wachten op een man. Met de blote buik in het licht, corpulent of niet, hebben ze geen moeite. Bij hun is dat een gewoonte, maar voor vanavond gaat het om de sexy uitstraling van het feminiene geslacht. Hun amazone uiterlijk verschilt ook maar weinig met die van de Polynesische inwoners van Honolulu.

Om een van ze aan je tafel te krijgen, is niet moeilijk. Als man hoef je alleen een paar seconden langer naar haar te kijken of een hand op te steken en ze komt aanschuiven.

De masculiene gasten worden goed vertegenwoordigd door Robby van de markt, Da Silva uit het bos, Xiao van de supermarkt en Hendrik de garnalenvanger. Normaal gekleed en niet in een surfbroek komen ze op de zoete thema af. De dj speelt maar wat hij heeft: van bubbleling tot bollywood. Hier kennen de vrouwen toch geen huladans en zijn ze beter in samba. In het nachtleven dat ze leiden hebben ze genoeg sponsors voor sigaret en drank. Tegen middernacht gaat een dienblad rond voor vrijwillige bijdrage, een half uur later kronkelt een van ze schaars gekleed om de paal. Daarna vertelt een blik in het rond dat sommigen in de zaal weg zijn voor een half uur werk. Over een paar weken mag je weer stormweer verwachten in ‘Hawaii’.

Expositie Schaafijs & wilde bussen

Opening expositie Schaafijs & wilde bussen: Straatkunst in Suriname

Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde zich in Suriname, met name in de hoofdstad Paramaribo, een verrassende vorm van popular art. Op de particuliere ‘wilde’ bussen, en op schaafijskarretjes werden schilderingen en teksten aangebracht, gaandeweg met een steeds uitbundiger uitstraling.

In dezelfde periode maakten reclameschilders een vergelijkbare ontwikkeling door. Anno 2010 bloeien deze vormen van straatkunst in Paramaribo als nooit tevoren. Honderden bussen vormen een rijdende tentoonstelling met afbeeldingen van afro-amerikaanse en Indiase sterren, treinen, trompetten en fraai gekalligrafeerde teksten; schaafijskarren geven kleurige accenten in het straatbeeld en complete gebouwen worden ingepakt in enorme hyperrealistische reclameschilderingen.
.



Deze straatkunst groeit nog steeds, zowel in omvang als in kwaliteit, en begeeft zich op het grensgebied van autonome en toegepaste kunst. Het maakt Paramaribo tot een levend en inspirerend openluchtmuseum. In dit boek wordt de geschiedenis van de Surinaamse straatkunst gereconstrueerd en maakt u kennis met de belangrijkste makers. Maar bovenal geeft Schaafijs & wilde bussen een overdonderende visuele impressie van deze weinig bekende kunstexplosie.

De opening van de expositie in Nederland opv4 juni om 17:00 uur bij CBK Zuidoost, Anton de Komplein 120, Amsterdam.

CBK Zuidoost presenteert van 4 juni t/m 19 augustus 2010 werk van 13 meesters van de Surinaamse straatkunst (Winston van der Bok, Ramon Bruyning, Ray Daal, Manoodj Gangadin, Johnny Khodabaks, Nishar Khodabaks, Bietje Kramer, Amatsoedir Mohamadigsan, Dennis Riebeek, Hendry Singoredjo, Elvis Sim Sjoe, André Sontosoemarto en Lloyd Wolff).

De schilderijen worden aangevuld met fotocollages van straatbeelden uit Suriname, tekstborden met achtergrondinformatie en een film met interviews met diverse schilders.

Artists in residence: Kwakoe Zomerfestival

Ramon Bruyning en André Sontosoemarto zijn twee weekenden aan het werk te zien op het Kwakoe Zomerfestival;zaterdag 31 juli, zondag 1 augustus, zaterdag 7 en zondag 8 augustus.

Schaafijs en Wilde bussen is nog te zien in Heden Hier (Den Haag) van 11 september t/m 25 oktober en in CBK Rotterdam.

Boekgegevens
Titel: Schaafijs & wilde bussen. Straatkunst in Suriname
Auteurs: Tammo Schuringa, Paul Faber en Chandra van Binnendijk,
ISBN 978 94 6022 054 8
Paperback, 160 pagina’s, € 19,50
Uitgever: KIT Publishers
Verkrijgbaar in boekhandel, bij de uitgever en via internet.



Op de foto: een schaafijskar op het strand van Galibi met op de achtergrond de nieuwbouw die kapitein Pane heeft gerealiseerd

Bibliotheek in Galibi

Op zaterdag 29 mei is in op Galibi aan de monding van de Marowijnerivier (de grensrivier die Suriname scheidt van Frans Guyana) een bibliotheek geopend voor de bewoners van de twee dorpen daar, Christiaankondre en Langamankondre. De bibliotheek is voorlopig gevestigd in het gebouw van de bestuursdienst. Schrijversgroep 77 was uitgenodigd voor de opening en werd vertegenwoordigd door de dichter Sombra. Namens S77 overhandigde Sombra een pakket boeken. O.a. Thea Doelwijt en Walther Donner hebben boeken geschonken voor het pakket. Ook de verzamelbundels van S77, Diversity is Power deel 1 en II, maakten deel uit van het geschenkpakket. Verder heeft S77 kortingen aangeboden bij aankoop van boeken van verschillende S77 schrijvers. De bibliotheek heeft de schrijvers gevraagd om vaker naar Galibi te komen om het lezen te promoten.
.

[Bericht bewerkt naar bericht van Schrijversgroep '77]


Foto: Travel Adventures

vrijdag 28 mei 2010

Veel gedoe over "onbekend" manuscript van Cairo

Er wordt opeens wel heel erg opgewonden gedaan over een zogenaamd onbekend manuscript van Edgar Cairo. Volkskrant-verslaggever Wim Bossema schrijft op 26 mei 2010 onder de kop 'Onbekend manuscript Edgar Cairo herontdekt':

Tijdens onderzoek voor een film over de Surinaams-Nederlandse schrijver Edgar Cairo is de documentairemaakster Cindy Kerseborn gestuit op een voltooid manuscript voor een roman, die nooit is uitgegeven. De titel is Negerhuis se buik se pijn. Het uitgetypte manuscript is niet gedateerd, maar Cairo voltooide het waarschijnlijk in 1983.

De tekst bevond zich in de nalatenschap van Cairo (in 2000 overleden aan een maagbloeding), die wordt beheerd door zijn partner Jenny Hoolt. Zijn broer Arthur Cairo heeft een kopie. Het is een volwaardige roman, anders dan de esoterische werken die Cairo in de jaren negentig in eigen beheer uitbracht onder de naam Edgar Jezus Cairo.

Volgens Kerseborn hoort Negerhuis se buik se pijn tot het beste van Cairo’s literaire werk. Zijn bruisende stijl, vol taalvondsten en -vernieuwingen, komt goed tot zijn recht, zonder dat het ‘Cairojaans’ moeilijk te volgen wordt, zoals soms in zijn eerdere verhalen en Volkskrant-columns.

Cairo’s uitgever, Franc Knipscheer, zegt het manuscript indertijd wel te hebben gelezen, maar dat hij en zijn medewerkers van Uitgeverij In de Knipscheer in 1983 vreselijk druk waren met – ‘zo niet ‘gek’ werden van’ – de uitgave van Cairo’s gedichtenbundel Lelu lelu/ Het lied der vervreemding, ‘bijna 900 bladzijden tweetalige poëzie’. Zo was het manuscript van Negerhuis se buik se pijn in vergetelheid geraakt.

Knipscheer herlas de tekst onlangs. ‘Het is echt nog uit zijn goeie tijd. Hierin is hij voor mijn gevoel zeer de volksschrijver die hij in wezen wilde zijn.’ Knipscheer overweegt de roman alsnog uit te geven, ‘vanwege het ontstane Cairo-jaar’. Hij aarzelt echter nog tussen een heruitgave van Cairo’s gebudelde columns of van zijn bekendste roman Kollektieve Schuld, en de eerste uitgave van Negerhuis se buik se pijn.

Cairo heeft het in de inleiding bij Negerhuis over een ‘Romanwerk over de liefde tussen een zwarte vrouw en haar aanloopminnaar’. Het thema is het ‘het ongehuwde moederschap onder kreoolse Surinamers’, de vele los-vaste relaties – ‘de Wakaman-relatie (loslopers-relatie)’ – met volgens Cairo desastreuze gevolgen voor de gezinnen en bovenal de kinderen. Het perspectief ligt sterk met de vrouwelijke hoofdpersoon, Edwina, die verliefd wordt op een ‘gevaarlijke man’.

Een volgens Kerseborn kenmerkende passage voor het vrije en taboedoorbrekende proza van Cairo uit Negerhuis se buik se pijn:

‘Ba Daddy Weekend zag er prachtig uit. Was stevigman. Een beetje kfalekman ook (‘’gefaarlijke man‘ met betekenis van geweldige man zelfs tikkeltje geweldenaar). Hij had een grote, hoge borst vol negerhaar, dat stevigtaaie. Was donkerder als zij, Edwina, beetje rooie negerin.

Hij zei altijd dat hij had Kongobloed in zijn bast. Wie wou kon zulke dinges staan geloven, ma’ nie zij. Ze vond hem ‘typisch neger-opschepperig.’ Een man met, zoals negers zelf hun gezegdes zegden, ‘echte negerstreken’ ook.

Hij had twee cementzakhijsershanden en een rietvretersgebit dat blonk vanuit zijn grote mond. Zijn ogen fel, witwittig. Een brede neus met een stevige brug en twee enorme vleugels waaronder gaten als ademgrotten, bij zwartglanzende huid, waaruit inderdaad iets ‘Kongolees’uitsprak.

Ach, slavernijverleden stierf nooit. ’t Liet zich niet ontkennen ook, vooral niet aan het uiterlijk. En zeker niet aan die nengre-tori dinges: gedragingen van negerhuis.’


Einde citaat. Wat nu te denken van dit bij Cairo's partner (!) Jenny Hoolt ontdekte manuscript. Wie maar enigszins thuis is in het werk van Cairo, wist ook wel van het bestaan van dit manuscript. Edgar Cairo schreef nu eenmaal alsof de duvel hem op de hielen zat en zijn uitgever kon dat onmogelijk bijbenen. Maar het tragische relaas hoe Cairo met zijn "Cairojaans"zijn publiek voorbijschoot is ook bekend. Elke nieuwe uitgave werd op den duur op voorhand een winkeldochter: boeken berstensvol taalcreativiteit, maar slechts een handvol lezers.

Er zijn trouwens wel meer "onbekende" manuscripten van Cairo. In mijn archief heb ik een kopie van nog een complete roman uit zijn hoogtijdagen: Lot's triomf. Ik heb het manuscript wel eens tentoongesteld, maar geen haan die ernaar kraaide, zelfs Cairo's trotse negerhaan niet.

Dus we kunnen nog wel een tijdje vooruit met heruitgaven en opgewonden berichten in de Volkskrant. Maar goeie reclame voor een terechte heropleving van de aandacht voor Cairo's werk is het wel.

Lezing Arubaanse literatuur


De in Nederland woonachtige Arubaanse schrijver/dichter Quito Nicolaas neemt deel aan de 8ste editie van de St. Martin Book Fair. Deze vindt plaats van 3-5 Juni 2010 op het eiland van St. Maarten. Het thema van het literaire festival dit jaar is 'Nativity'.

Nicolaas zal op de Universiteit van St. Maarten een lezing verzorgen met als titel “How to identify Aruban literature today”. Hierin behandelt hij de Arubaanse literatuur in de socio-historische context van Aruba. Op basis van het concept Imagologie analyseert hij werken van de Arubaanse schrijvers Ernesto Rosenstand, Frank Williams en Jossy Tromp. Daarbij neemt hij ook in zijn analyse werken van de, in Nederland woonachtige, Arubaanse schrijvers die in het Nederlands en het Papiamento publiceren. Imagologie is de wetenschap die culturele representaties analyseert op hun beeldvorming over volkeren, culturen en samenlevingen.

Ook zal hij verschillende middelbare scholen bezoeken in Philipsburg, waaronder de Leonard Connor Primary School waar hij zal spreken over zijn werk als dichter, zijn schrijfervaring, de betekenis van het lezen en de rol van literatuur in een gemeenschap. Tijdens het culturele programma zal hij zijn gedichten voordragen. In de Openbare Bibliotheek van St. Maarten zal een signeersessie met de schrijver/dichter plaatsvinden.

Quito Nicolaas staat bekend om zijn gedichtenbundels Destino, Gerede twijfels, Atardi di antaño en zijn laatste werk Alameda. Hij schrijft in zowel Papiamento, maar ook in het Nederlands, het Engels en het Spaans. Hij is een fervent voorstander van het hanteren van het Papiamento als taal. In 2004 is zijn eerste roman in het Papiamento Tera di silencio verschenen. Met zijn lezingen in Nederland en in het Caribische Gebied geeft hij ruim aandacht aan de Arubaanse literatuur en stimuleert hij visieontwikkeling en het schrijverschap op Aruba en in Nederland. Momenteel werkt hij aan een Nederlandstalig roman die volgend jaar uitkomt.

Zijn activiteiten op het festival zijn te volgen via het blog Gedachten in Gedichten of via Facebook.

donderdag 27 mei 2010

Daayra met Raj Mohan

Slotconcert Azië festival in samenwerking met Uitgeverij In de Knipscheer

Met zijn Sarnami Geet uitvinding, waar de cd Kantráki (2006, PAN Records) het eerste concrete resultaat van is, gaat Raj Mohan nu een stap verder met de ontwikkeling en modernisering van liederen in Sarnami-Bhojpuri. Met de liederen van Kantráki zette hij de eerste stappen om de Surinaams-Hindoestaanse taal naar een hoger niveau te tillen in de vorm van de lichtklassieke Geet & Ghazal-zangstijl uit de Noord-Indiase muziek.

Met zijn poprockband zet hij een nog grotere stap waarbij hij het publiek van de jongere generatie wil bereiken maar vooral ook aantoont dat een taal geen beperkingen kent wanneer men deze in een hedendaagse kunstvorm wil gieten. Raj Mohan staat al jaren bekend als vernieuwende zanger/componist en dichter.

In maart van dit jaar heeft hij de opnamen voor zijn nieuwe cd in Londen opgenomen en afgemixt in de befaamde Real World Studios van Peter Gabriel. De cd komt later dit jaar uit als hij op toernee gaat in India en Suriname. Het optreden in MCH kan gezien worden als een voorpremière.

Met zijn Sarnami-Bhojpuri kunst heeft hij inmiddels ook buiten Nederland en Suriname de aandacht getrokken. Zo was hij als gastspreker bij een internationaal Bhojpuri conferentie in New Delhi (2007) en in Mauritius wederom voor de International Bhojpuri Conference voor enkele optredens en als spreker over zijn werk en bevindingen op het gebied van de Sarnami-Bhojpuri. In New Delhi heeft hij meerdere tv optredens gehad met Sarnami liederen zoals Mahua TV en Hamaar TV. Zenders die een miljoenen bereik hebben in India en daarbuiten. In februari 2010 gaat hij naar Patiala (Punjab, India) waar hij bij een internationale literair festival zal optreden als zanger en gedichten zal voordragen uit zijn bundel Bapauti / Erfenis (2007: In de Knipscheer)
In december 2010 gaat hij op tournee naar India (Kolkata en Bihar) met zijn popband.

De muziek die Raj Mohan met zijn poprockband band laat horen is een mix van Indiase muziek en moderne muziek. Behalve pop en rock vermengt hij moeiteloos jazz en Indiase improvisaties bij zijn live optredens. Deze unieke combinatie wordt ten gehore gebracht in originele composities en teksten van Raj Mohan bijgestaan door de gitarist Lourens van Haaften (van de band People You Know).
Door de Hindoestaanse taal te zingen in pop en rock slaat Raj Mohan na Kantráki wederom een unieke weg in de Surinaams-Hindoestaanse muziek cultuur. Voor deze band schrijft ook teksten in het Hindi en Urdu om zo een nog breder publiek te kunnen bereiken en bedienen.

Bandleden:
Raj Mohan: zang
Lourens van Haaften: gitaar
Pim van Ham: drums
Suresh Sardjoe: tabla
Mark Alban Lotz: fluit
Marco van Os: basgitaar/contrabas

Datum: zaterdag 29 mei 2010
Aanvang: 20.30 uur
Toegang: € 7,50.

Voor boekingen en info:
Raj Mohan
T: 06-21661616
E: info@rajmohan.nl
W: www.Rajmohan.nl & www.myspace.com/rajmohanmusic
Foto's: Wouter van Haaften

Kuitenbrouwer haalt bezem door taalgebruik Geert Wilders

door Wilma Haan

Het 'Kalifaat van de Multicul', 'overlegpaleizen' en 'heimweeschotels'. Taalkenner en schrijver van 'De woorden van Wilders & hoe ze werken' Jan Kuitenbrouwer legt aan NU.nl uit hoe de 'Ethan Hunt van Den Haag' Nederland 'framet'.

Frames zijn, aldus de in het boek aangehaalde taalkundige George Lakoff, mentale constructies die bepalen hoe we de wereld zien. "Door de manier waarop Geert Wilders over Nederland spreekt, bouwt hij een frame waar bijna geen verweer tegen is", zegt de auteur.
Jan Kuitenbrouwer (1957) is journalist en columnist en een autoriteit op het gebied van taal. Hij heeft diverse boeken op zijn naam staan, Turbotaal uit 1987 was een absolute bestseller.

"Wilders spreekt voortdurend over hoe Nederland zou moeten zijn. Over hoe Nederland is bedoeld. Een mooi voorbeeld daarvan is zijn herhaaldelijke ‘waarschuwing’ dat we ‘dit land kwijtraken’. Kwijt aan de Islam, kwijt aan softe bestuurders en ga zo maar door. Hij veroorzaakt daarmee een gevoel dat het ons allemaal door de vingers glipt."

Stijlfiguren
En gevoel en emotie opwekken is nou precies een van de dingen waar het Wilders om te doen is, betoogt Kuitenbrouwer, die in zijn boek een boeiende uiteenzetting geeft van hoe allerlei stijlfiguren en taaltrucjes ervoor zorgen dat de PVV-voorman zijn politieke concurrentie retorisch de baas blijft.
"De metafoor van de onderbuik is in Nederland altijd een excuus geweest om niet over emoties te praten. Dat geeft Wilders dat rijk alleen."
Dus tijd voor een boek?
"Met het fenomeen framing houd ik me al een tijd bezig, als sinds ik zag dat het in de Amerikaanse politiek zo’n grote rol ging spelen. Dan weet je al, het komt ook hier. Wilders leek me al snel een uitgelezen persoon om een publicatie hierover aan op te hangen."
"Toen hij het vorig jaar september in de Kamer plots had over een ‘kopvoddentaks’ wist ik zeker dat ik een boek ging schrijven over Wilders’ taalgebruik."

Categorische waarheden
Kuitenbrouwer werkte zich door nagenoeg alle publicaties die er van Wilders, nadat hij de VVD verliet, zijn verschenen. "Als gewone krantenlezer kun je nog denken: 'Die Wilders weet het toch allemaal wel lekker bondig te formuleren.'"
"Maar als je zijn woorden in grote hoeveelheid tot je gaat nemen zie dat het eigenlijk ook niet heel veel meer is dan het strooien met categorische waarheden."

Uitspraak
Hoewel hij in zijn boek Wilders’ politiek puur linguïstisch benadert, kan Kuitenbrouwer het naar eigen zeggen toch niet helemaal laten af en toe een kanttekening te plaatsen.
"Het boek heb ik niet geschreven als Kuitenbrouwer de columnist, maar als ik me dan toch even laat gaan: Als Wilders alles wat hij zegt écht meent, kan hij eigenlijk niet goed bij zijn hoofd zijn. Neem de stelling dat er in Nederland geen moskeeën meer mogen worden gebouwd. Dat is toch eigenlijk een vreselijke uitspraak die indruist tegen alles wat Nederland is."
"En daarbij: hoe moeten we het uitvoeren? Een christen mag een kerk bouwen maar een moslim met hetzelfde idee krijgt een verbod? De andere optie is: Wilders woorden zijn een façade voor iets anders. Maar wat dat dan is? Geen idee."

U schrijft dat de veelbesproken ‘kopvoddentaks’ een uitglijer was. Wilders ging te ver?
"Het was een beetje zoals in het café. Iedereen lacht om je en je gaat steeds pikantere grappen maken tot de mensen om je heen plots allemaal stilvallen. Gênant."
"Het was veel te grof gesteld. Niemand ging meer op het idee in, het ging alleen nog maar om dat bizarre woord. Ook ik heb pas later begrepen dat hij het nog meende ook, belasting op hoofddoeken."

Heeft het Wilders' imago blijvend geschaad?
"Ik wil het ook weer niet overdrijven. Zijn aanhang vergeeft hem wel een foutje en er staan veel, zeker in hun ogen, goede vondsten tegenover."
"Tegelijkertijd was het voor velen een soort onthulling van 'hij deugt echt niet'. Ik denk dat veel mensen, inclusief mijzelf die hem ook nog wel een beetje amusant vonden toen vonden dat hij een grens overschreed."
Buiten dit foutje is Wilders vooral een briljante taalgebruiker, zo blijkt. Moeten we niet veel bewuster worden van hoe taal ons kan beïnvloeden?
"Over de relatie tussen taal en gedachte is nog erg veel te zeggen. De taalfilosofie en taalwetenschappen zijn het er nog lang niet over eens. Ik denk erover om een boek volledig aan framing te gaan wijden."
"Maar het hele idee van dat we denken in frames en metaforen vind ik erg aannemelijk. Alleen al al die versteende metaforen in onze taal. Iets dat belangrijk is, is ‘groot’, iets onbelangrijks ‘klein’. We hebben niet eens meer door dat we dergelijke metaforen gebruiken."

[Ontleend aan NU.nl]

Interview met George Struikelblok

door Eva de Mulder

Vroeger haalde hij onvoldoendes voor tekenen. Tót een vriend hem meenam naar het Nola Hatterman Instituut. Bijna twintig jaar later opende George Struikelblok zijn solo-expositie Adarsh, droombeeld. De expositie draagt de naam van zijn 1 maand jonge zoon. Zijn gezin en zijn werk gaan een nieuwe fase in.

Vertel eens iets over je jeugd?
“Toen ik werd geboren was mijn biologische vader al overleden. Mijn moeder trouwde een nieuwe man, die mij adopteerde. De naam Struikelblok kreeg ik van hem. Maar ook hij overleed al snel. Ik was pas twee en twee vaders armer. Daarna heb ik nooit meer een echte vader gekend.”

Wat heeft het met je gedaan?
“Toen ik voor twee jaar naar Jamaica vertrok en mijn toen zes maanden oude dochter bij mijn vrouw achterliet, voelde ik voor het eerst hoe het is iemand te verlaten. Op dat moment kon ik me voorstellen hoe het moet zijn geweest iemand te verlaten en verlaten te worden, hoewel ik destijds te jong was voor herinneringen. Op Jamaica kwamen die gevoelens boven drijven en werd ik gedwongen om het verleden naar de oppervlakte te halen.”

Gedwongen?
“Tot die tijd tekende ik vooral realistisch; portretten, huizen, bloemen, veel opdrachten. Ik maakte wat de mensen wilden. Tijdens de opleiding op Jamaica moest ik iets vinden wat van mezelf was. Daar heb ik nachten van wakker gelegen. Hoe doe je dat, je je werk eigen maken? Na veel gesprekken kwam ik erachter dat de dood van mijn vader nog ergens diep zat weggestopt. Schilderen bleek voor mij dé manier om het verleden te verwerken en er over te praten.”

Waar komt die roeping vandaan?
“Ik had vroeger een Chinese vriend. We deden alles samen: fietsen, films kijken. En hij deed nog iets anders. Hij tekende. Op een dag vroeg ik: ‘Waar ga je heen?’ Hij ging naar het Nola Hatterman Instituut. Omdat ik me verveelde, vroeg ik of ik mee mocht. Ik was veertien. En daar heerste zo’n leuke sfeer dat ik bleef komen. Ook bleek ik best een beetje te kunnen tekenen, terwijl ik op schoolvaak onvoldoendes haalde. Ik begon van tekenen te houden. Mijn moeder vond het maar niets. Zij wilde dat ik onderwijzer werd, daar kon je tenminste een degelijk bestaan mee opbouwen. Met tekenen was geen geld te verdienen. In 1997 kreeg ik een beurs voor Jamaica. Ik ging erheen met de gedachte dat ik heel wat voorstelde. Maar het enige wat ik eigenlijk kon, was mooie plaatjes maken. Iedereen probeerde Erwin de Vries na te doen. Op Jamaica leerde ik wat een echte kunstenaar onderscheidt van dat wat wij deden.”
.


Wat is dat dan?
“Een echte kunstenaar legt er iets van zich zelf in. Je moet maken wat je zelf wilt maken. Niet bang zijn.”

Wanneer werd jouw werk kunst?
“Toen ik van Jamaica terug kwam, waren mijn werken heel somber. Donkere kleuren. Op dat moment maakte het mij niet meer uit wat de mensen ervan vonden. Het kwam uit mezelf en ik voelde me er goed bij. Langzamerhand sloop er meer kleur in omdat ik mijn verdriet een plaats kon geven. Ik kon er ook steeds makkelijker overpraten. Ik vertel mensen mijn verhaal met mijn doeken. Soms moeten ze huilen als ik de betekenis van een bepaald doek uitleg. Het is mijn verhaal, maar ook weer zo algemeen dat het voor veel mensen herkenbaar is: liefde, dood.”
Wat is er nieuw aan deze expositie?
“Het thema heeft een meer positieve lading. De figuren zijn er nog steeds, maar de achtergronden krijgen meer diepgang. De achtergrond is nu in vlakken verdeeld,de kleuren zijn helderder en er zitten schaduwen achter de figuren. Verder zie je dat ik veel gekleurde hokken gebruik en schrijf ik geen teksten meer, maar het hele alfabet.”

Wat betekent dat allemaal?
“De vlakken en hokjes geven uiting aan mijn gevoel van dat moment. Geel staat voor hoop, donkere kleuren voor verdriet. Ook blijdschap, vruchtbaarheid en andere dingen die op dat moment in mijn leven spelen, komen terug in de gekleurde vlakken. Het alfabet heb ik erin gezet omdat ik altijd vragen kreeg over de teksten in de schilderijen. Omdat met het hele alfabet alle woorden kunnen worden gemaakt, kunnen mensen er zelf uithalen wat ze willen.”

En de figuren blijven steeds hetzelfde?
“De koppen van de figuren worden wel steeds kleurrijker. De figuren zelf zijn mijn kenmerk. Het stellen meestal mensen uit mijn gezin voor. Met de vorm, die nu eenvoudiger en abstracter is geworden, en de houding druk ik de persoon uit en het gevoel van de figuur. Zoals bij het schilderij ‘Bescherming’ waar een vrouwfiguur over een kind staat gebogen. De vallende figuur is altijd mijn vader, omdat die uit een boom is gevallen.

Hoe ben je op dit idee gekomen?
“Altijd als ik zelf in het buitenland verbleef, sliep ik in een hotel. Slapen gaat daar prima, maar werken allerminst. Ik heb dit altijd als storend ervaren. Met dit atelier gaat een droom van mij in vervulling. Buitenlandse kunstenaars kunnen hier slapen en desnoods midden in de nacht op te staan om te werken. De ruimte is groot genoeg om bijvoorbeeld met verf te gooien en andere technieken toe te passen waarvoor veel ruimte is vereist. En ze kunnen hier exposeren. Natuurlijk kunnen er ook galeries terecht. Ik wilde dit zó graag voor elkaar krijgen dat ik al mijn geld erin heb gestopt.”

Ben je een leermeester voor anderen?
“Ik denk wel dat ik de jongere generatie kunstenaars die op het Nola Hatterman Instituut schilderen wat kan leren. Zelf heb ik bijvoorbeeld geen ezel, leg mijn doekenplat op de vloer en gebruik bijna nooit een penseel. De figuren komen tot stand door de verf uit het blik te laten lopen en verder veel verf te spatten. Laag over laag. Alleen de vlakken erachter maak ik met een grote kwast. Dat is toch weer een andere techniek.”

‘AtelierStruikelblok’ is gevestigd aan de Amsoistraat nummer 49. Of zoals Struikelblokhet zelf zegt: “Nieuw Charlesburg en dan bij de grote kankantrie direct naarlinks.”

[Ontleend aan Parbode]

One Tree United komt sterk terug

door Rosita Leeflang


Ter nagedachtenis van vooraanstaande of bijzondere Surinamers worden meestal boekjes met gedichten of verhalen, schilderijen of andere kunstwerken uitgegeven of vervaardigd. Roetoe Raveles wilde dat Suriname ook op andere manieren zijn vader gedenkt. Samen met zijn businesspartner Stokely Lenz ontwikkelde hij in 2008 een kledinglijn, die insloeg als een bom. Op zeer unieke manier werd Dobru op truitjes afgebeeld. Vanaf april van dat jaar werd de lijn op hoogtijdagen aan de man gebracht.

‘Neen, we zijn niet in slaap gevallen,’ reageert Roetoe, wanneer wordt gevraagd waarom de kledinglijn niet meer te verkrijgen is. ‘We waren bezig met het schrijven van ons businessplan. We zijn er toen in geslaagd om een hype aan te wakkeren en nu zijn we bezig het plan op zo dusdanige wijze op te zetten dat we een goede continuïteit kunnen geven aan dit initiatief.’ Hun organisatie One Tree United staat nu ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Het plan ligt klaar om uit te voeren, maar aan het financieel plaatje moet nog invulling worden gegeven. Een bijzondere ondersteuning krijgen de heren van ondernemers, met wie ze gesprekken voeren. ‘We krijgen coaching door dit alles heen. Ook van mannen die hem persoonlijk hebben gekend. Dan horen we de verhalen. Zelf[s] bij de drukkerij krijgen we ideeën mee.’

One Tree United wil het gedachtegoed van Dobru op een andere dan traditionele manier voortbrengen. In dit geval vooral naar de jeugd. ‘We willen de mensen vereenzelvigen met het nationaal gevoel dat hij zelf heeft gehad,’ zegt zijn zoon. ‘Dus wanneer wij terugkomen, doen wij het gestructureerder en lang niet alleen met shirts. Ik wil er geen tijd aan verbinden, maar we gaan die kondre hype echt voorzetten.’ One Tree United heeft in haar plan ook Nederland en de Caricom opgenomen.

De eerste aanzet, nu twee jaar geleden, is aardig gelukt. De shirts worden nog gespot en aan Roetoe en Stokely wordt vaak gevraagd wanneer ze terug komen. De belangstelling komt niet alleen uit Suriname, maar vooral ook uit Nederland. ‘Mensen posten de trui voor familie,’ weet Roetoe. ‘Als je de [het] shirt aandoet, moet je de achterliggende gedachte wel kennen. Het moet mensen aanzetten tot dis’ na Sranan, dis’ na mi.’ Overigens hebben de heren nog een kleine voorraad liggen. Het handelsmerk Dobru is intussen geregistreerd bij Intellectuele Eigendommen en biedt de mogelijkheid tot nog meer uitingen.

‘Van Suriname houden ongeacht wat,’ is de boodschap die Roetoe van zijn vader meekreeg in de 13 jaar waarin hij hem heeft mogen meemaken. Die boodschap draagt hij zijn leven lang met zich mee. ‘Het is onze presi. Wat we hebben is zo waardevol, dat we er niet bij stilstaan. Zo divers en alles is van ons allemaal.’

[overgenomen uit De Ware Tijd, 29 maart 2010]


Foto: Dobru tijdens een voordracht in Cuba (collectie Yvonne Raveles-Resida)

woensdag 26 mei 2010

Surinaamse taal bedreigd

Een dezer dagen dreigt een Surinaamse taal uit te sterven, het is het Surimoors of met de Engelse taalkundige term ook wel het Bwah-Bwah-Venetian genoemd. De taal lijkt veel op het Nederlands of het Surinaams-Nederlands, zij het met veel lange pauzen en met regelmatige tussenwerpingen met zwaar aangezet accent als “énhè” of "iejah". Het bijzondere aan de taal is dat die wel een goede grammaticale structuur heeft maar geen enkele semantiek, er is dus geen enkele woordbetekenis al vergist men zich daarin op het eerste gezicht gemakkelijk. Verder heeft de taal geen performatieve kracht: het uitspreken van de woorden leidt dus tot geen enkele actie. De Unesco heeft opgeroepen de laatste spreker van deze taal een beschermde status te verlenen. Naar verluidt zou Surinames enige echte kunstenaar, Erwin de Vries, al drie prototypen van een standbeeld voor de man in zijn tuin hebben klaar liggen; offertes op aanvraag.

De 10 meest bedreigde talen

Wat hebben het Apiaka, het Dampal en het Patwin gemeen? Het zijn allemaal talen van inheemse volken die nog maar door een iemand worden gesproken. Bijna de helft van alle 6700 talen wereldwijd loopt gevaar.

Met nog maar tien mensen in leven die het S'aoch - een Cambodjaanse taal - spreken is het volgens de Franse taalkundige Jean-Michel Filippi de hoogste tijd om dit culturele erfgoed te bewaren. Samen met de twee lokale organisaties zet hij zich in voor het behoud van deze en andere bedreigde Cambodjaanse talen die tijdens het bewind van de Rode Khmer en door verstedelijking een flinke knauw kregen. "Als een taal uitsterft, verlies je een venster op de wereld", aldus Filippi.

Het S'aoch is niet de enige taal die met uitsterven wordt bedreigd. Volgens schattingen van de Verenigde Naties dreigen 3000 talen van de 6700 talen ter wereld in de toekomst niet meer te worden gesproken. Het merendeel van deze talen behoort toe aan inheemse volken. Sommige worden zelfs door nog maar een iemand gesproken.

Een greep uit de enorme lijst:
Apiaka, is een taal die wordt gesproken door een gelijknamige groep indianen in het noorden van Mato Grosso in Brazilië. In 2007 was er nog een iemand over die de taal sprak.
Bikya, wordt gesproken in het noordwesten van Kameroen. De taal kan inmiddels al uitgestorven zijn omdat de laatste spreker in 1986 werd geregistreerd. De taal lijkt op het Bishou, een eveneens bijna uitgestorven taal.
Chana, een taal uit de Argentijnse provincie Entre Rios, de laatste spreker werd in 2008 geregistreerd.
Dampal, de laatste spreker van deze taal woont in Bangkir, Indonesië. Althans in 2000 toen de Unesco dat vastlegde.
Diahoi, (ook wel bekend als Jiahui, Jahoi, Djahui, Diahkoi, Diarroi) werd in 2006 nog door een persoon in het zuidelijk deel van het Braziliaanse Amazonegebied gesproken.
Kaixana, eveneens een Braziliaanse taal. De 78 jaar oude Raimundo Avelino, de enige nog levende spreker van de taal, woonde in 2008 in Limoeiro in de staat Amazonas.
Laua, wordt gesproken in het centrale deel van Papoea Nieuw Guinea. De taal is onderdeel van de Mailuan talengroep. De laatste spreker werd in 2000 geregistreerd.
Patwin, een taal van de native Americans die in het westen van de Verenigde Staten leven. De enige spreker werd in 1997 in de buurt van San Francisco geregistreerd.
Pazeh, taal van een Taiwanese inheemse bevolkingsgroep met dezelfde naam. Mevrouw Pan Jin Yu (95) was in 2008 de enige geregistreerde persoon die het Pazeh nog beheerst.
Pemono, een taal uit Venezuela, de enige overgebleven spreker woont in een dorp in Majagua.

----

Rode lijst
Talen kunnen in de verdrukking raken door machtsverschuivingen en politieke of militaire druk, zoals het geval is met het S'aoch die door de Rode Khmer van hun land werden verjaagd. De meeste talen sterven uit door de enorme migratie naar de stad, waardoor mensen niet langer hun eigen streektaal gebruiken. De Unesco stelde een atlas samen van bedreigde talen waarbij je met behulp van google maps bedreigde talen kunt terugvinden. In Nederland staan het Fries en het Limburgs op de rode lijst.


[Overgenomen van OneWorld.nl. Bron: Christian Science Monitor]


Foto: Een vrouw van de Jarai uit Cambodja. Foto's: CC, UN

Ton Wolf - Drie kwatrijnen

Kom op met die kwatrijnen;
de dood is in 't verschiet!
-- De jouwe of de mijne?
Verdomd, ik weet het niet.


Wat heeft een mens toch weinig nodig.
Al is het leven nog zo klotig:
morgen Bayern - Inter! Robben!
Zijn die verkiezingen niet overbodig?


De wereld draait, de dag verstrijkt,
't Is groei en bloei alwaar je kijkt;
zo'n grote tuin is om te leren
dat leven niet voor werken wijkt.
.

Foto: Suriname, maart 2010, @ Michiel van Kempen

Schrijvers waren in Frans-Guyana

door Claudine Saaki

Een groep schrijvers, onder wie Ismene Krishnadath, Ellen Ombre, Kit-Ling Tjon Pian Gi en Kadi Kartokromo, zijn naar Cayenne vertrokken om het Cayenne Book Festival bij te wonen. Het boekenfestival wordt elk jaar door de organisatie Promolivres van La Guyane georganiseerd. dit jaar vond het festival plaats van 18 tot 22 mei.

De schrijvers vertrokken dinsdagochtend heel vroeg vanuit Paramaribo. De opening van het festival was om zes uur ‘s middags in Cayenne, in het complex van EnCre (Ensemble Culturel Regional). “De opening op dinsdag 18 mei, is heel goed verlopen. Het was interessant. We hebben naar een historische film over immigranten kunnen kijken,” laat schrijfster Ismene Krishnadath weten. Aan dit festival zijn er rondetafelconferenties verbonden, waaraan diverse schrijvers deelnemen.

Ismene Krishnadath doet mee aan twee rondetafelgesprekken, namelijk Ecrire le conte (Verhalen schrijven) en Migrations and heritages Indiens (Migratie en het Indiase erfgoed). Maar ook over het thema van het festival, de Caribische multiculturaliteit met speciale aandacht voor de roots uit Azië en het Midden-Oosten wordt er gediscussieerd.

Ellen Ombre en Kit-Ling Tjon Pian Gi zaten aan bij Dialogues interculturels dans la Caraibe (over interculturele dialoog in het Caribisch gebied). Op de laatste dag namen Kadi Kartokromo en Ellen Ombre deel aan een rondetafeldiscussie over Literatuur en Politiek. Promolivres heeft ook voor het unieke van dit festival gezorgd. De organisatie nodigde niet alleen schrijvers uit vanuit Suriname en Frans-Guyana, maar ook uit Iran, Brazilië en Haïti. Ook deze schrijvers kwamen met hun eigen boeken naar het festival. De talen van de verschillende boeken variëren van het Nederlands, Engels, Frans tot het Perzisch. “Al de Surinaamse boeken zijn ondergebracht bij een boekenhandel. En die worden door ons gesigneerd”, aldus Krishnadath.

[Bericht van De Ware Tijd]


Op de foto: Ellen Ombre, @ Ruben van Kempen

BookIsh Plaza online

Sinds 24 mei is de nieuwe webwinkel BookIsh Plaza online. BookIsh Plaza verkoopt nieuwe en tweedehands boeken. Bij ons vindt u proza en poëzie, onder andere boeken van schrijver Quito Nicolaas. Daarnaast kunt u ook terecht voor boeken op het gebied van de sociale- en politieke wetenschappen.

BookIsh Plaza verkoopt boeken op het terrein van literatuur, rechten, culturele antropologie en sociologie; onder andere van het Caribische Gebied en Latijns Amerika.
Boeken worden na bestelling in Nederland binnen 48 uur geleverd. De boeken worden verzonden in een geplastificeerde envelop. De verzendkosten in Nederland zijn gratis. U betaalt via IDEAL.


Ga naar BookIsh Plaza

[Bericht van Quito Nicolaas]

José Martí


Cultivo una rosa blanca
En julio como en enero,
Para el amigo sincero
Que me da su mano franca.

Y para el cruel que me arranca
El corazón con que vivo,
Cardo ni ortiga cultivo,
Cultivo una rosa blanca.

José Martí (28-01-1853 - 19-05-1895)

dinsdag 25 mei 2010

137 jaar Hindostaanse immigratie











Seminar + Culturele Avond

De emancipatie en participatie van Hindostanen in de Nederlandse samenleving



Dit jaar is het 137 jaar geleden dat de Hindostaanse immigratie een aanvang nam. Ter gelegenheid hiervan organiseert Sarnámi Instituut Nederland in samenwerking met Stichting Federatie Eekta op zaterdag 12 juni a.s. een seminar en een culturele avond.

In totaal zijn er 34.000 Hindostanen uit India naar Suriname getransporteerd. Hiervan is een deel terug gegaan naar India. Dit betekent dat het overgebleven deel van de Hindostanen een nieuw leven begon in Suriname. Een nieuw leven in een land waar zij een minderheid waren. Dat betekende jezelf ontwikkelen en aanpassen, een impliciete keuze voor emancipatie en participatie in een voor hen vreemd land. Intussen zijn wij 137 jaar verder en weten niet veel van de ontwikkeling die de Hindostanen hebben doorgemaakt. Het seminar gaat over deze ontwikkeling van de Hindostanen in de afgelopen 137 jaren.

Socioloog dr Chan Choenni (foto rechts) zal een historische schets geven. Voor de toehoorder die niet zo bekend is met de immigratiegeschiedenis biedt zijn inleiding een overzicht en historisch besef.

Vervolgens is het de bedoeling dat prof. dr Ruben Gowricharan (foto links) in zijn inleiding ingaat op de emancipatie en integratie van Hindostanen in Nederland. Hij zal de focus leggen op de Hindostanen maar ook een vergelijking maken met andere migrantengroepen in Nederland. Uiteindelijk moet het besef zijn dat Hindostanen nu een onderdeel van de Nederlandse samenleving uitmaken en dat zal in de toekomst niet veranderen maar alleen maar sterker worden.

Hierna zullen er 4 inleidingen volgen van Hindostanen die hun sporen verdiend hebben in een sector en of succesvol zijn in een sector. De keuze is arbitrair maar er is gekozen voor een ondernemer, een politicus, een arts (vrije beroep) en iemand uit de wereld van kunst en cultuur.

In de avond hebben wij een gevarieerd programma.
Bij het diner hebben wij een optreden van een pianist en een zangeres die Bollywoodliedjes ten gehore zal brengen. Na de opening volgen dan optredens van:
- Vandana Biere, Miss India Holland. U ziet een deel van haar performance zoals uitgevoerd in Durban, Zuid Afrika.
- conference van Narsing Balwantsingh. Met zijn scherpe observaties houdt hij ons een spiegel voor.
- optreden van dansgroep Devika Couprie. Gelet op het karakter van de avond gaan zij terug in de tijd en sluiten af met hedendaagse Bollywooddans.
- optreden van Pravini. De Hindostaanse topper die R&B ten gehore brengt.
- Bhaitak Gana formatie o.l.v. Narsing Balwantsingh.

Datum: zaterdag 12 juni 2010
Aanvang: 13.00 uur
Einde: 24.00 uur
Entree: 10 euro
Plaats: Concordia theater en zalen
Hoge Zand 42
Den Haag

Entree: € 10,-, programma, inclusief diner, snacks en drinken!!

Voor vragen en opgave kunt u van wo-do-vr van 10.00-17.00 bellen met Asha Ganesh: 070 365 18 28. Mailen kan ook op a.ganesh@sarnamihuis.nl

Zie ook www.sarnamihuis.nl

Manchi, dichtbundel van Helena Engelbrecht-Fornara

Op vrijdag 28 mei 2010 vindt de presentatie plaats van Manchi, de dichtbundel van Helena Engelbrecht-Fornara (Aruba). De Gevolmachtigde Minister van Aruba, de heer Edwin B. Abath, zal het eerste exemplaar in ontvangst nemen.

De presentatie & receptie wordt gehouden van 15.30 – 17.00 uur in Het Arubahuis, Schimmelpennincklaan 1, 2517 JN Den Haag (070 – 356 6236). Meldt uw komst wel vooraf aan op indeknipscheer@planet.nl .

Manchi is een ode van Helena Engelbrecht-Fornara aan haar echtgenoot. Alles op Aruba en zelfs in Nederland herinnert aan hem, aan de jaren toen ze nog samen waren, aan de strijd tegen zijn ziekte en aan het verlies dat ze daardoor beiden leden. In deze bundel vol weemoed en verdriet komt niet alleen Manchi weer tot leven maar ook Aruba, het eiland waar ze hun liefde beleefden. Hij is er en hij is er niet in de geur van zijn overhemden of sigarettenrook, als honden huilen en ze naar zijn graf op Sabana Basora loopt. Zelfs als ze in de ogen van een hagedis kijkt, ‘hun’ Vallenato hoort of een broodje bakelauw voor de truck van Papillon bestelt.

Ik had nooit gedacht dat het zou gebeuren dushi
maar je begint te vervagen
je aanwezigheid als een tweede huid om me heen
begint losser over mijn vel te zitten


Helena Engelbrecht-Fornara bracht haar jeugd grotendeels door op Aruba. Op haar achttiende kwam ze naar Nederland, maar door haar liefde voor Manchi keerde zij vele jaren later terug naar Aruba om er ook na zijn dood voorgoed te willen blijven.


Ingenaaid 48 blz., € 13,50
ISBN 978-90-6265-654-7
Uitgeverij In de Knipscheer

Maandverband voor Sally

door Carry-Ann Tjong-Ayong


De laatste tijd zie je regelmatig op de televisie een spotje van Oxfam Novib, die oproepen tot het kopen van een bepaald merk maandverband, zodat Sally uit Soedan naar school kan en tevens maandverband kan aanschaffen.
Ik zie dit met enige verwondering aan.
Jarenlang kom ik regelmatig in het binnenland van Suriname, waar ik projecten doe met de Marronvrouwen, die van oorsprong Afrikaans zijn en vele tradities en gebruiken in stand houden. Ik woon, eet, slaap soms wekenlang bij hen in het dorp en een van de gebruiken die mij altijd opvallen, is de wijze waarop zij omgaan met vrouwen die menstrueren.
Deze vrouwen mogen niet deelnemen aan het gewone dorpsleven. Zij moeten op een afstand blijven van de anderen. Mogen zich niet met voedsel bezighouden, niet koken of met de anderen eten, niet deelnemen aan de krutu, de dorpsvergaderingen, ook niet met mij. Wat zij wel mogen heeft mij altijd aangenaam verrast. Zij wonen die periode in een speciaal vrouwenhuis, dat een eindje van de andere hutten af staat. hier zijn zij met lotgenoten samen, eten, brengen de dag door, slapen hier. Je hoort ze vrolijk lachen, praten, zingen. Ziet ze hun pangi borduren, eten koken, verhalen vertellen. Het ziet er gezellig en ontspannen uit. Ik vind het bovendien erg geëmancipeerd, een periode waarin vrouwen tot zichzelf kunnen komen, niet werken, maar uitrusten. Dat had ik vroeger ook wel gewild.
Ik vroeg mij dus verwonderd af, of de vrouwen in Soedan deze traditie niet hebben en zo ja, waarom Oxfam Novib dan zo'n dramatische oproep doet om de meisjes met maandverband naar school te sturen. In alle ontwikkelingslanden menstrueren vrouwen al eeuwenlang en redden zij zich moeiteloos op hun eigen manier. Moeten wij dan de Westerse frustraties hierop loslaten? Willen wij dat zij zich anders, dus Westers gaan gedragen, of willen de vrouwen dat zelf?
Wordt het hen trouwens wel gevraagd? Het beleid wordt meestal gemaakt door mensen die nog nooit in een eenvoudige hut hebben vertoefd.
Ik herinner mij het voorval in Leon, Nicaragua, van een ontwikkelingswerker, die in zijn dure gehuurde bungalow vier grote
honden hield. Het dienstmeisje huilde bittere tranen, omdat zij dagelijks kilo's vlees aan de honden moest opvoeren.
"Mijn kinderen kunnen hier een maand van eten!"snikte zij elke keer weer.
En deze man besliste over de aanpak van de arme mensen.
Soms zie ik Amerikaanse vrouwen op Marronwijze gekleed bij hen rondlopen, die hen Engelse les geven.
"Good morning!` roepen de kinderen mij na zonsondergang toe. Ik vraag mij af wat hier de bedoeling van deze taallessen is, en hoor later dat zij van de een of andere sekte zijn. Allerlei Christenen komen daar hun schuldgevoelens vrij kopen lijkt het wel.
En mij horen zij dan minzaam uit.`Wat doe jij hier` Ik haal mijn schouders op. "Ik woon hier."

cat, april 2010

Een interview met kabiten André Pakosie

"Dit was één van de dingen die mij toen aanzette om op te komen voor de belangen van de Marrons"

Een interview met André Pakosie, kabiten van de Ndyuka Marrons in Nederland

André Pakosie werd in 1955 geboren in het dorp Diitabiki, de hoofdplaats van de Ndyuka in Suriname, in een familie van genezers en spirituele leiders. Hij is opgeleid als fytotherapeut, een kruidengeneeskundige, en oefende aanvankelijk zijn beroep uit in zijn geboorteland, waar hij in 1980 het gezondheidscentrum Sabanapeti oprichtte. Gedwongen om Suriname te verlaten in de jaren ’80 – vanwege de oorlog tussen leden van de Marrongemeen-schappen en het militaire bewind – verhuisde hij naar Nederland. Daar heropende hij in Utrecht zijn gezondheids-centrum, nu onder de naam Fytotheek Pakosie in Utrecht. Zijn passie voor Marroncultuur bracht hij naar nieuwe hoogten met de oprichting van het Marron Instituut stichting Sabanapeti.
Via zijn organisatie en het zesmaandelijkse tijdschrift Siboga, stimuleert Pakosie cultureel en historisch bewustzijn over Marrons. Ook promoot hij de rechten van Marron naties. Jaarlijks organiseert Sabanapeti een feestelijke conferentie genaamd Mitiimakandii Dei (Ontmoetingsdag). Opbrengsten uit de activiteiten van Sabanapeti gaan naar projecten voor de ontwikkeling van Surinaamse Marrongemeenschappen. André Pakosie is regelmatig geprezen voor zijn verrichtingen. Enkele jaren geleden ontving hij de Gaaman Gazon Matodja Award en werd hij eervol onderscheiden door de president van Suriname en de koningin van Nederland. 2010 is voor hem een bijzonder jaar, omdat de jaarlijkse Dag van de Marrons, welke door Pakosie is geïnitieerd en in 1974 ingesteld, dit jaar in Suriname voor het eerst een nationale feestdag zal zijn.

AbengCentral nam contact op met André Pakosie om hem te vragen over zijn leven, carrière en de huidige positie van Marrons in Suriname. Klik hier voor het interview:

(Link naar het Nederlandstalige interview op de website van de stichting Sabanapeti)


(Link naar het Engelstalige interview op de website van Abeng Central)



Foto van Pakosie: @ Roël Lugard, 2010

Edgar Cairo bij de SLAA

Op vrijdag 28 mei organiseert de SLAA in Amsterdam een literaire avond rond het werk van Edgar Cairo. Klik op de afbeeldingen voor een groter formaat.





maandag 24 mei 2010

Tagore & Kishoendajal

In het kader van het Azië-festival presenteert het MCH in samenwerking met Uitgeverij In de Knipscheer op donderdag 27 mei 2010 het theaterstuk Mea Memoria, als ode aan de eerste Indiase Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore, door Mala Kishoendajal.



De Indiase schrijver Rabindranath Tagore werd geboren in 1861 in Calcutta en groeide op in een periode, dat India een Engelse kolonie was. Hij zette zich zeer in om een einde te maken aan de Engelse overheersing, vooral nadat hij in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur had gekregen. Rabindranath Tagore stierf in 1942.

Mea Memoria, ofwel ‘Voor zover ik mij herinner’, is een bewerking (monoloog) van de short story Het Skelet van Rabindranath Tagore uit diens bundel De Riviertrap. Hoewel een personage, de jongen die door de geest wordt bezocht, is ‘weg geretoucheerd’ is de rode draad intact gebleven, en zijn diverse passages zelfs letterlijk aangehouden, om de Indiase tijdssfeer die Tagore schetste, weer te kunnen geven.

De geest van een vrouw vertelt over haar zogenaamde geluk in een leven, waarin zij zichzelf verbeeldde een zeldzame schoonheid te bezitten. Alle mannen die zij uitnodigde op de denkbeeldige tuinfeesten in het teruggetrokken bestaan, dat zij noodgedwongen leidde met haar broer, waren verliefd op haar. Zij was gelukkig in die perfecte fantasiewereld, totdat een man van vlees en bloed zijn opwachting maakte. Haar verbeelding, waarin nu de man van haar dromen de hoofdrol speelde, kende geen grenzen….totdat de man met verpletterend nieuws kwam. Het bracht haar tot een daad met gevolgen voor niet alleen zichzelf, maar vooral ook hem die zij begeerde.

Met Het Skelet schreef Tagore een tijdloos stuk over eenzaamheid en onmacht, en het gevaar van zelfdoding, wanneer men de grip op het leven verliest. Mala Kishoendajal heeft dit verhaal sinds 1998 in diverse toneelversies, o.a. onder regie van Shireen Strooker en van Nilo Berrocal Vargas, en voor uiteenlopende publieksgroepen gespeeld, o.a. in Literair Theater Branoul, Theater aan het Spui en in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Op 27 mei brengt zij in het kader van het Azië Festival in het MCH opnieuw een verrassende bewerking. Zij wordt dit keer muzikaal begeleid door de Haagse harpiste (Conservatorium Den Haag en Utrecht) Wendy Rijken. Na de opvoering van het stuk houdt Mala Kishoendajal een korte uitleiding over het stuk, over Tagore's tijd en over zijn overige werken, gevolgd door het door Wendy Rijken gespeelde volledig thema van Tagore, dat in het stuk zelf slechts als fragment voorkomt.


Aanvang 20.00 uur
Toegang € 5,00
MCH
Lange Herenvest 122
2011 BX Haarlem
Reserveren via: reserveren@mondiaalcentrumhaarlem.nl of telefoonnummer: 023 5423540


Foto boven: Mala Kishoendajal, rechts: Tagore

Jazz in Duketown

Honderden jazzmusici bevolkten het Pinkersterweekend de straten van 's Hertogenbosch voor het festival Jazz in Duketown, onder wie trio The Brass Babes rond saxofoniste Sanne Landvreugd. Een foto-impressie.









Foto's: @ Michiel van Kempen

India: heilig en hels

In de programmering van Mondiaal Literair gaat presentator Peter de Rijk op woensdag 25 mei in gesprek met Amal Chatterjee en met Indiagangers Anil Ramdas en Hans Plomp over de vele gezichten van dit immense continent.

Amal Chatterjee debuteerde met de roman Across the Lakes die zich afspeelt in Calcutta en waarmee hij genomineerd werd voor de Indiase Crossword Book Award. Verder is hij o.a. de auteur van de belangwekkende studie Representations of India. Hij schrijft over Brits-Indiase en Pakistaanse literatuur in Trouw en werkt momenteel aan zijn nieuwe roman Nirvanas.

Anil Ramdas was jarenlang correspondent van NRC/Handelsblad in India. Over India publiceerde hij onder andere Zonder liefde valt best te leven, Indiaas dagboek. Hij zal deze avond onder meer het fenomeen Bollywood belichten, mede aan de hand van enkele filmliedjes.

Van Hans Plomp verscheen afgelopen najaar het geprezen boek India - heilig en hels. Hij maakte talloze reizen door dit land vol pracht en gruwel, heiligen en demonen, adembenemende avonturen en weerzinwekkend onrecht, en komt daarover verhalen.

Zoals gebruikelijk wordt de talkshow halverwege onderbroken door een kort filmisch of muzikaal intermezzo. Dit keer vertoning van de zojuist voltooide korte videofilm ‘Ithaka’ (8 minuten) van beeldend kunstenaars Suzanne de Wit & Jules Kockelkoren. De poëtische film gaat over de terugkeer vanuit India naar Haarlem en over het verlangen om terug te keren naar India vanuit Haarlem en is gebaseerd op het bekende gedicht ‘Ithaka’ van K.P. Kavafis uit 1910.

Talkshow met schrijvers
Mondiaal Literair is een samenwerking tussen MCH en Uitgeverij In de Knipscheer. De maandelijkse schrijversavonden van Mondiaal Literair worden thematisch samengesteld, zoveel mogelijk naar aanleiding van recent bij Nederlandse uitgeverijen verschenen of te verschijnen boeken, die inhoudelijk de vaderlandse grens overschrijden. Centraal staat het interview met de auteurs, soms in een gezamenlijk gesprek, soms na elkaar. Uiteraard lezen een of meer schrijvers kort uit eigen werk. Uitgever Franc Knipscheer is de host van de avond. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk.

Woensdag 26 mei 2010, 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
Locatie: MCH, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
De toegang bedraagt 5 euro, koffie en thee inbegrepen
Op vertoon van bibliotheekpasje kunt u gratis één introducé meenemen.


Foto boven: Amal Chatterjee; onder: Anil Ramdas (@ foto Paul Blank)

vrijdag 21 mei 2010

Nieuwe roman van Jacques Thönissen

Vandaag wordt de nieuwe roman van Jacques Thönissen Devah gepresenteerd in de Biblioteca Nacional in Oranjestad op Aruba. De Hollandse doop vond op 28 april j.l. plaats in het Arubahuis in Den Haag. Een verslag.

door Giselle Ecury

Op 28 april was het zover: Jacques Thönissen bood in aanwezigheid van zijn vrouw en twee zoons, genodigden en belangstellenden het eerste exemplaar aan van zijn nieuwe roman, Devah, aan de Gevolmachtigd Minister van Aruba de heer Edwin Bibiano Abath.
.
Gevolmachtigd Minister Edwin B. Abath ontvangt uit handen van de schrijver het eerste exemplaar van Devah.


Na een warm bon bini door de persvoorlichter van het Arubahuis, Sydney Kock, sprak Franc Knipscheer van uitgeverij In de Knipscheer zijn welkomstwoord en zijn erkentelijkheid uit voor de gastvrijheid op deze bijzondere middag. Twee jaar tevoren had hij het manuscript van Devah toegestuurd gekregen.
“Hoewel de wortels van Jacques Thönissen in Nederland liggen, was wat ik las bepaald on-Nederlands – en ik bedoel dat in complimenteuze zin,” aldus de uitgever. “Thönissen neemt je mee, niet alleen van het ene land naar het andere, maar ook van deze tijd naar lang vervlogen tijden; én Thönissen speelt een ingenieus spel met de realiteit van alledag en wat ik gemakshalve maar even “de droomrealiteit” noem. En of je wilt of niet, je gaat als lezer mee met deze schrijver op zijn reis, want beide realiteiten zijn al na de eerste bladzijden even vanzelfsprekend. Het is bijzonder knap wanneer je dat als schrijver kunt bewerkstelligen. Als je dit boek gelezen hebt, en de reis ten einde is, heeft zich in je hoofd een film afgespeeld waar je zelf deel van uit leek te maken en verlaat je de zaal nog nahijgend van alles wat je hebt beleefd. Dan moet je – nadat je het boek hebt dichtgeslagen – even met de ogen knipperen om weer te wennen aan het felle buitenlicht en de wereld om je heen.”

Lovende woorden die het verlangen onder de aanwezigen het boek onmiddellijk aan te schaffen, deden groeien. Maar eerst nam de schrijver zelf het woord. Slank en vitaal stond hij daar, vol lof over zijn zoons die goede criticasters bleken te zijn en die hun vader regelmatig hadden terug gefloten: “Papa, wat schrijf je dáár nou, dat kun je toch niet maken!” Ook de foto van de auteur op het boekomslag is door een zoon gemaakt. Daar moest hij voor poseren bij de palm, achter de palm, voor een cactus, vlakbij zee en desnoods bijna ín de palm, totdat er 120 exemplaren waren om een keuze uit te maken..

Jacques Thönissen met uitgever Franc Knipscheer

Veel lof was er voor de corrector van de uitgeverij, die niet schroomde om met de rode pen bladzijde voor bladzijde te voorzien van opmerkingen om uiterst correct Nederlands te bewerkstelligen. En zoals het iemand die houdt van taal en tekst betaamt, maakte Thönissen ten slotte een mooie metafoor: “Devah heeft zo – met dank aan deze kundige en sympathieke uitgever – een mooi nestje gevonden. Het is niet de bedoeling, dat ze zich daar lekker gaat innestelen. Zij moet uitvliegen over Nederland, over de oceanen en zeeën naar Aruba en het Caribisch Gebied.”

Aan de tongval van Jacques valt nog te horen, dat zijn achtergrond ligt in Zuid-Limburg, in een dorpje nabij Roermond, terwijl hij er qua lengte en met zijn donkere ogen en haar beslist Arubaans uitziet. Al in 1962 heeft hij zich gevestigd op Aruba, waar hij begon als leraar Spaans en Handelskennis aan de MAVO. Daarna werd hij directeur van die school, het Augustinus College in San Nicolas. Zijn Nederlands heeft na al die jaren eveneens een licht Caribisch accent gekregen. Toch vraagt hij zich bescheiden af, hoe hij deze keer door de Arubanen gezien en gelezen zal worden. Hij is toch “die Hollander, die Macamba” gebleven, zelfs na 50 jaar op het eiland gewoond te hebben. En ook al zegt hij, uitsluitend naar Nederland te komen “als het moet”. Om vrijwel tegelijkertijd eraan toe te voegen, dat hij beslist niets tegen Nederland heeft. In tegendeel: Zuid-Limburg is hem lief. Maar op Aruba zal hij oud worden. Daar ligt het grootste deel van zijn leven en staat zijn huis met uitzicht over Savaneta, waar ik hem in 2007 eens heb opgezocht.

Zijn basistaal is het Nederlands, maar met Arubanen spreekt hij Papiaments. Vooral omdat de laatste jaren de bevolking de eigen taal de voorkeur geeft en het Nederlands daardoor is teruggedrongen. Thönissen vraagt zich af, hoe men hem nu zal gaan interpreteren. Het is voor hem belangrijk, hoe zijn nieuwe roman juist op Aruba ontvangen zal worden.

Zijn eerdere werken Tranen om de ara (1998), Eilandzigeuner (2001) en De roep van de troepiaal (2004) spelen zich allen af op Aruba. De boeken mogen door scholieren gelezen worden voor de verplichte literatuurlijst ten behoeve van de examens en hebben voor hen een herkenbaar decor. Maar Devah speelt zich voor een groot deel af in Oost-Europa, gezien door de ogen van het hoofdpersonage, een ik-figuur, die een zoektocht maakt om de identiteit van het meisje Devah te achterhalen: “Ik bracht de foto dichter bij mijn ogen en focuste op het verlegen lachend meisje op de achtergrond. Haar gezichtje lichtte op, en als door mijn oog ingezoomd, vergrootte het zich, kwam als het ware op mij af. Ik draaide de foto om. De datering stond in typische, aan de voet afgeplatte blokschriftletters. Devah 22-8-85, las ik. 22 augustus: mijn geboortedag. 1985: toen werd ik acht. Mijn mond viel open.”

Jacques heeft de verschillende feiten die in dit boek aan de orde komen via het Internet getoetst. Schrijven heeft hij altijd gedaan. Het is voor hem een soort dwang, een behoefte zijn fantasiewereld te concretiseren. Hij kwam ermee naar buiten door het maken van toneelstukjes voor school en ten behoeve van het straattoneel – Teatro foro – een manier van toneelspelen waar het publiek sterk bij betrokken wordt en mag participeren, opdat een bepaald probleem voor de mensen hanteerbaar kan worden. Zo ziet men, dat er overal een oplossing voor gecreëerd kan worden, ook voor moeilijkheden in het dagelijks leven.

De beste creatieve momenten ervaart Thönissen als hij rijdt op zijn mountainbike of als hij aan het hardlopen is. Helaas verdampen die ingevingen direct. Gelukkig komen er alternatieven voor in de plaats. De auteur schrijft vrijwel altijd van achter zijn laptop met uitzicht over Savaneta en de Caribische Zee. Dit maakt alleen al, dat ik ervan overtuigd ben dat dit nieuwe boek van de sympathieke Jacques Thönissen beeldend en prachtig zal zijn.

Jacques Thönissen
Devah
Roman
Ingenaaid, 320 blz.,
ISBN 978-90-6265-652-3
Prijs: € 19.50
Eerste druk 2010

Een net afgestudeerde student aan de kunstacademie treft op een rommelmarkt een tekening aan van een jong meisje, gesigneerd door zijn vader. Wanneer hij zijn vader met het portret confronteert, valt deze dood neer. Dan begint de ik-figuur een zoektocht die hem door verschillende Oost-Europese landen voert.
Devah is een boek waarin herinnering wedijvert met droombeelden en droombeelden aanschurken tegen de werkelijkheid van het heden. Wie vergeten was wat het magisch realisme ook alweer inhield, doet er goed aan Devah te lezen. Thönissen toont het, ontvouwt het.


Foto's: @ Nico van der Ven

Muziek uit Pakistan, China en India

Musica Globalista presenteert zondag 23 mei 2010 in het kader van het Azië festival:


Shahzad Ali Khan (Pakistan)
Fang Weiling (China)
Julia Ohrmann
en top-tablaspeler Niti Ranjan Biswas (India)

Programma
15.30- 16.30 Shahzad Ali Khan
17.15- 18.00 Fang Wei Ling
18.00- 19.30 pauze
19.30- 21.00 Julia Ohrman, Niti Ranjan Biswas

In de pauze wordt er een vegetarische Indische maaltijd geserveerd. De catering is van Toko Lina. Wilt u van te voren daarvoor reserveren? Telefoon 023 542 3540 of mail: info@mondiaalcentrumhaarlem.nl
Toegang: € 5,00 voor 1 concert, € 12,50 voor alle concerten, maaltijd € 10,00.

Azië festival: Musica Globalista: Shahzad Ali Khan - Fang Weiling - Julia Ohrmann
Wanneer: 23 mei 2010
Tijd: 15.30-21.00 uur
Locatie: Mondiaal Centrum Haarlem, Lange Herenvest 122, Haarlem

Klik hier voor meer informatie



Op de foto's: Fang Weiling en Nita Ranjan Biswas

donderdag 20 mei 2010

Female Hiphop

Where My Girls At?!

Het Historisch Museum Rotterdam zet een spotlight op female Hiphop. Een tentoonstelling, optredens, demo´s en workshops presenteren in stijl de vrouwelijke invloed op Hiphop. Muziek, lifestyle, mode, dans en de beeldvorming binnen deze veelzijdige subcultuur komen aan bod. De expositie in het Gemaal op Zuid en diverse events geven een beeld van de geschiedenis en de huidige stand van zaken van vrouwen in de Hiphop-scene. Internationaal én met een Rotterdamse invalshoek.



Hiphop is op het eerste gezicht een macho subcultuur. Wie beter kijkt, ziet dat vrouwen al vanaf het ontstaan van Hiphop in het New York van de jaren zeventig actief meedoen. De tentoonstelling geeft een overzicht van vrouwelijke Hiphop aan de hand van vijf onderdelen die elk een aspect van de subcultuur belichten: mode en stijl.

Mode
Rotterdams eigen ‘street’stylist Isis Vaandrager toont de old skool én nieuwe Hiphopstijlen, in kleding, asseccoires en andere stijlelementen, waaronder een aantal bijzondere modellen uit sneakercollectie van Rotterdams Hiphop icoon Aruna Vermeulen. In een stop motion animatie komt de verzameling tot leven.

Dans
De energie van tien vrouwelijke Rotterdamse Hiphop dansers wordt gevangen door 18 jarig filmtalent Yoji Moniz aka Brokelephant. De breakers, poppers, lockers, wackers en new style dansers vertegenwoordigen ieder hun eigen stijl.

Muziek
Een rijke collectie muziek en videos, van Salt-N-Pepa tot Lauryn Hill, pompt uit de Female Hiphop jukebox. Jee Nice van Anattitude Magazine presenteert haar Hiphop Timeline, met muziek door vrouwelijke Hiphop artiesten van 1973 tot 2008.

beeldvorming
Saskia Haex eert de Queens of Graffiti in een serie zeefdrukken met de meest invloedrijke internationale graffiti artiesten. De graffiti Timeline toont tags en pieces door de jaren heen.

Film
Films brengen de vrouwelijk kant van Hiphop tot leven. Naast (fragmenten uit) diverse internationale films van onder andere Rokafella, Martha Cooper en Nika Kramer, wordt een speciaal voor deze expo gemaakte video van Mike Redman vertoond. Hierin komen opnames van female MC´s uit de Nederlandse Hiphopgeschiedenis samen.

Events
De events van Where My Girls At?! zijn net zo divers als Hiphop zelf: muziek- en dansoptredens, workshops, discussies, battles, bike-polo, een graffiti jam en een sneaker-ruilmarkt staan op het programma. Op 15 mei en 19 juni in het Gemaal op Zuid en op 18 juli tijdens Street Science Festival in het CBK.

Locatie: Get Gemaal op Zuid, Pretorialaan 141, Rotterdam
Data: 15 mei 2010 - 10 juli 2010
Open wo - za van 11 tot 17 uur, toegang gratis

´t Gemaal is een initiatief van TENT, CBK, Kosmopolis Rotterdam en het Historisch Museum Rotterdam en wordt ondersteund door Pact op Zuid en woningbouwvereniging Vestia. Where my girls at?! wordt mede mogelijk gemaakt door het HipHopHuis. www.gemaalopzuid.nl

Bastaardmuziek

De Nazaten speelt naar eigen zeggen bastaardmuziek. Hiermee wil de groep duidelijk maken dat de origine van hun muziek niet duidelijk te achterhalen is. Zo weerklinken invloeden van (militaire) marching bands, calypso, kaseko (Surinaamse dansmuziek die beïnvloed werd door kawina en calypso) en jazz, een mix waarmee de groep ondertussen al vijftien jaar succes oogst. In 2005 verstuurden De Nazaten een uitnodiging naar de Amerikaanse stersaxofonist James Carter, om in het ensemble als gastsolist op te treden. Een succesvolle tournee was het resultaat, waarbij de Amerikaan zich zozeer amuseerde dat de samenwerking enkele jaren later nog eens werd overgedaan. Tijdens deze concertreeks stond het opnamemateriaal klaar, waardoor De Nazaten en James Carter nu vereeuwigd zijn op het live-album Skratyology.

Zie ook you tube, klik hier
Blogspot klik hier
Website klik hier


Bezetting:
Robby Alberga - gitaar
Klaas Hekman - piccolo, sopraan- and basssax
Carlo Ulrichi Hoop - conga's en Surinaamse percussie
Keimpe de Jong - sopraan- en tenorsax
Setish Bindraban - trompet
Gregory Kranenburg - drums
Chris Semmoh - skratyi en Surinaamse percussie
Patrick Votrian - trombone en sousaphone
Carlo Jones - altsax

Het grote Anansiboek gedoopt

Op zondag 16 mei j.l. werd in Amsterdam een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd. Een fotoreportage, met o.m. de kinderen-Ferrier, Denise Jannah en Robby Alberga, Guillaume Pool, Gerda Havertong.