woensdag 31 maart 2010

Wijnand Stomp 25 jaar theatermaker

Wijnand Stomp viert in de maand mei groots zijn jubileum met zijn nieuwe jeugdproductie Anansi in Love; met een interactieve pagina op www.anansiworldwideweb.com; en een nieuw verhalenboek Mister Anansi leert de wereld lachen. Als klap op de vuurpijl komt Stomp X-Large uit, zijn eerste officiële show voor volwassenen.

Voor meer informatie en boekingen kunt u terecht bij Puuree:
http://puuree.com

Anansi in Love

Een muzikaal & kleurrijk Caribisch liefdesverhaal voor iedereen 6 tot 106 jaar

Anansi is heimelijk stapelverliefd op Senora, de dochter van Koning Baas. Hoteldebotel tot over zijn oren verliefd! Alleen durft Anansi het haar niet te vertellen. Koning Baas heeft grote plannen voor zijn dochter Senora. Ze moet trouwen met een rijke man, liefst een prins natuurlijk. Senora wil zangeres worden, dat is haar grootste wens. Anansi vermomt zich als beroemde talentscout en belooft haar te
helpen om haar droom waar te maken. Zal de list werken en Anansi het hart van Senora voor zich winnen?

Wijnand Stomp tovert allerlei flamboyante Caribische personages tevoorschijn. Razendsnel wisselt hij van rol alsof er een heuse 3D film voor je ogen afspeelt. De vrolijke tropische klanken van muzikant Levi Silvanie en zangeres Rebecca Lobry nemen het publiek mee naar de Caraïben.

Te zien op 15 mei in de Doelen, Rotterdam. Van 16 (premiere), 17, 18, 19 mei in het Tropentheater, Amsterdam.
http://www.tropentheater.nl/smartsite.shtml?id=32728


Lancering interactieve Anansi-site

Op 16 mei wordt na de première van Anansi in Love het interactieve gedeelte van www.anansiworldwideweb.com feestelijk gelanceerd. Op deze site kunnen kinderen uit Nederland en de Nederlandse Antillen met elkaar verhalen uitwisselen. De oude 'pen vriend' vorm in een hightech jasje!

'Wil jij ook aan andere kinderen vertellen hoe het is om te leven op Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius, Saba of in Nederland? Mister Anansi zorgt ervoor dat jij in contact kan komen met andere kinderen die willen weten hoe leuk het is om te leven in een andere cultuur of met allerlei culturen door elkaar! Maak
foto's, een filmpje of schrijf een verhaal over de dingen die jij graag doet en mee maakt!'
http://www.anansiworldwideweb.net


Mister Anansi leert de wereld lachen

Leesboek vanaf 6 jaar paperback 128 pagina's ISBN: 9789025111168 € 9,95

Mister Anansi leert de wereld lachen is een vrolijke verzameling van Anansiverhalen die Wijnand Stomp als ‘Mister Anansi’ ten gehore brengt in zijn optredens. De tijdloze uitstraling van het klassieke spinnenmannetje weet hij op originele wijze te mixen met eigentijdse avonturen.

Anansi de spin vindt het maar niks dat alle verhalen in de wereld de verhalen van Nyankopon worden genoemd. Wie Nyankopon is? Dat is een god in Ghana in Afrika, om precies te zijn: de baas van alle andere goden.
Op een dag heeft Anansi een slim plan: hij gaat Nyankopon vragen of al die mooie verhalen zíjn naam mogen dragen! Stel je voor: Anansiverhalen! Hij ziet het helemaal voor zich… Nyankopon moet vreselijk lachen om de kleine spin: ‘Hahaha, jij wilt
dus dat het jouw verhalen worden! Wie denk jij wel dat je bent, Anansi? Ik zal jou eens wat vertellen. Mijn verhalen zijn eeuwenoud. Ze zijn een waardevolle schat voor de mensheid. En daarom bewaar ik ze!’ Maar Anansi is niet voor niets langs zijn spinnendraadje helemaal naar de hemel geklommen. Tenslotte stemt Nyankopon toe, op
voorwaarde dat de kleine spin drie levensgevaarlijke opdrachten uitvoert… http://www.uitgeverijholland.nl/titel/index.htm


Stomp X Large

Op 28 mei is Wijnand Stomps eerste stand-up storytelling show voor volwassen te zien in de Philharmonie te Haarlem. Stomp X-Large is alleen voor volwassenen van 16 tot 116 jaar!

In de 25-jarige carrière van Wijnand Stomp zijn de oren van zijn luisteraars gegroeid van small, medium naar X-Large. Wijnand Stomp vertelt verder en groeit mee met zijn publiek dat volwassen is geworden. In deze onzekere tijd waarin werkelijkheid fabels blijken en luchtkastelen uit elkaar spatten, waar zoete broodjes worden gebakken die bitter en zout smaken, snakt iedereen naar heldere verhalen met een goed eind. Stand-up Storytelling is de door Wijnand Stomp gecreëerde fysieke mix van vertellen, comedy, cabaret en muziek.
http://www.theater-haarlem.nl/programma/1246/X_LARGE_stand_up_storytelling/Wijnand_Stomp/

www.anansiworldwideweb.com
info@anansiworldwideweb.com

Nieuw e-journal Anton de Kom Universiteit

De Academic Journal of Suriname (AJS), het e-journal van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, is op 29 maart officieel gelanceerd. De AJS is het eerste digitaal wetenschappelijke tijdschrift van Suriname, en Surinaamse en andere academici kunnen er artikelen op diverse wetenschappelijke gebieden in publiceren De toegang tot het e-journal is kostenloos en de artikelen zijn vrij verkrijgbaar, nadat men zich heeft geregistreerd.

De AJS wordt voorbereid door de Anton de Kom Universiteit van Suriname. De ontwikkeling van de AJS-website is tot stand gekomen met financiële ondersteuning van Telesur. De AJS wil het forum zijn van en voor Surinaamse wetenschappers en academici. Enerzijds wil de universiteit het aanbod van wetenschappelijke artikelen en publicaties uit Suriname onder de aandacht te brengen van met name academici en studenten, anderzijds wil zij wetenschappers stimuleren van en over Suriname te publiceren en aldus de output te vergroten. De universiteit wil hiermee bereiken dat de wetenschappelijke bijdrage over Suriname een groter internationale bekendheid zal krijgen. Het is ook de bedoeling de publicaties voor een breder publiek toegankelijk te laten zijn.
Naast wetenschappelijke publicaties zullen ook nieuwsberichten en korte artikelen verschijnen over op handen zijnde en lopende onderzoeksprojecten en aanverwante zaken met betrekking tot de Universiteit van Suriname.

Er zijn drie mogelijke gebruikersgroepen binnen het systeem:
- gebruikers die algemene informatie willen en alleen de abstracts van de artikelen willen lezen;
- gebruikers die zich laten registreren om de volledige artikelen te kunnen verkrijgen;
- en auteurs die hun artikelen aanbrengen voor plaatsing in de AJS.
De manuscripten die door de AJS worden aangeboden, zullen aan hoge wetenschappelijke standaarden moeten voldoen om gepubliceerd te kunnen worden. Een adviesraad bestaande uit gepromoveerde wetenschappers van de Universiteit van Suriname aangevuld met een aantal externe vakdeskundigen en wetenschappers uit het buitenland, zullen het aanbod screenen op basis van vooraf opgestelde criteria en kwaliteitseisen.
De artikelen kunnen worden gewaardeerd via een ratingssyteem, zodat ook de mening van de lezers betrokken wordt. Ook is het mogelijk om reacties te geven op de geplaatste artikelen waardoor op deze wijze een discussieforum wordt gecreëerd. Bij de launch van de AJS op 29 maart in het University Guesthouse werd de website gepresenteerd met de eerste publicaties van vooral Surinaamse wetenschappers van de Universiteit van Suriname.

[Bron: De Ware Tijd]

maandag 29 maart 2010

Tien misverstanden over Dobru

Vandaag is het de 75ste geboortedag van R. Dobru (1935-1983). Onder Surinamers is hij vermoedelijk nog altijd de bekendste dichter. Maar er leven veel misverstanden over hem.

1. Dobru schreef het meeste van zijn werk in het Sranan.
Onjuist. In zijn debuutbundeltje Matapi uit 1965 stonden veel gedichten in het Sranan, maar de meeste van zijn gedichten schreef hij in het (Surinaams-)Nederlands. Ook al zijn proza schreef hij in het Nederlands; hij vertaalde alleen een fragment van Stedman naar het Sranan toe. Alleen Trefossa en Johanna Schouten-Elsenhout schreven al hun poëzie in het Sranantongo.

2. Dobru’s bekendste gedicht heet ‘Wan bon’.
Onjuist, de titel van het gedicht luidt ‘Wan’.

3. Dobru is een van de grootste schrijvers van Suriname
Nee, Dobru was tamelijk klein van stuk. Trefossa (19 jaar ouder dan Dobru) was groter, Guillaume Pool (5 jaar ouder) een hele kop groter, Edgar Cairo (13 jaar jonger) ook een hele kop. André Cirino was wèl kleiner dan Dobru.

4. De burgernaam van R. Dobru luidt Robin Ravales.
Onjuist. Zijn familienaam is Raveles, met twee e’s.

5. Als nationalist wilde Dobru niet in Nederland optreden.
Onjuist. Dobru heeft herhaaldelijk in Nederland opgetreden, onder meer voor studenten in Wageningen.

6. Internationaal is Dobru Suriname’s bekendste dichter.
Onjuist. Dit geldt zeker wel voor het Caraibisch gebied; in Nederland is hij zo goed als totaal onbekend, ondanks het feit dat van hem bij de Amsterdamse uitgeverij Meulenhoff in 1982 een kleine bloemlezing verscheen onder de titel Boodschappen uit de zon.

7. Dobru is een van de productiefste dichters van Suriname.
Onjuist. Dobru publiceerde tijdens zijn leven 9 dichtbundels. Slory tot op heden 32.

8. Dobru gooide met een stoel in de Surinaamse volksvertegenwoordiging.
Onjuist. Op 11 juni 1979 gooiden oppositiepartijen met stoelen in het Surinaamse parlement, omdat zij de regering niet toestond een meerderheid te krijgen door het toelaten van het lid M. Koorndijk. Dobru behoorde tot de PNR, een van de oppositiepartijen, maar het is niet bewezen dat hij zelf ook tot de gooiers behoorde. Hij schreef over het stoelincident wel een bekend gedicht, ‘Gooi een stoel’.

9. De meeste Surinamers kennen enkele gedichten van Dobru.
Onjuist. De meeste Surinamers kennen alleen het gedicht ‘Wan’.

10. Gerben Karstens maakte een prachtig portret van Dobru.
Onjuist. Het was Ruben Karsters die een prachtig portret van Dobru maakte. Gerben Karstens was een profwielrenner die bekend stond om zijn grappen en grollen in het tourpeloton. Zo reed hij eens ver voor het peloton uit, verstopte zich in de bosjes en sloot weer achter in het peloton aan, urenlang maakte het peloton jacht op de verdwenen coureur.

zondag 28 maart 2010

Ston oso: zwarte smet op Paramaribo’s blazoen

Een foto op de voorpagina van de Ware Tijd van gister, waarop een dame langs Ston oso loopt, Zwartenhovenbrugstraat # 88, op de hoek met de Dr. Sophie Redmondstraat, waarin en waarnaast de petflessen en andere troep hoog liggen opgestapeld, heeft hopelijk velen weer eens geattendeerd op het decennia oude schandaal dat Ston oso heet.

Tekening van zij- en voorkant van het pand in originele staat

Geschiedenis
Over het bouwjaar van het pand bestaat onzekerheid, het pand moet ergens tussen 1776 en 1810 zijn gebouwd. Het was het enige bakstenen woonhuis dat niet in de eerste uitleg van de stad, begrensd door het Kerkplein en de Keizerstraat, lag. Dat was zo uitzonderlijk dat het daarom de naam Ston oso ofwel Stenen huis heeft gekregen. Het huis telde in de breedte vijf traveeën, met twee dubbele deuren aan de straatzijde. Dit wijkt af van de vrijwel overal elders voorkomende patroon van één deur in het midden. Het had twee lagen en een steil schilddak, dat met ronde tegels was afgezet en met dakkapellen aan alle zijden. Aan de restanten van vandaag is te zien dat de stoep over de gehele breedte loopt en de hoek om gaat aan de zijde van de Dr. Sophie Redmondstraat. De uitgebouwde galerij was drie vakken breed en 2 lagen hoog. Het balkon had ijzeren spijlen.

In het midden van de achttiende eeuw is Ston oso grotendeels uit hout opgetrokken. In die tijd was het niet gebruikelijk dat in Paramaribo panden volledig met bakstenen werden gebouwd. Om onduidelijke redenen werd voor dit gebouw een uitzondering gemaakt. Volgens de mofo koranti stonden in Ston oso slaven terecht die misdaden zouden hebben begaan, waar het pand de bijnaam Zwarten Hof aan te danken heeft. Hiervoor is echter nooit enig bewijs gevonden. Velen durven niet in Ston oso te komen, omdat zij ervan uitgaan dat de geesten van veroordeelde slaven onheil brengen. Sinds de negentiende eeuw heeft het monument onder meer dienst gedaan als woonhuis, levensmiddelenzaak en fotostudio.

Afbeelding uit Geschiedenis van Suriname | Van stam tot staat, Zutphen 1998, in veel gelijkend op het pand Zwartenhovenbrugstraat # 88, waar slaven worden verkocht

Boedelkwestie
Decennialang reeds staat dit pand te verpieteren. De overheid heeft in 2007 toch nog overeenstemming bereikt met de erven Tjon Joe Tjoen, die het uiteindelijk niet op onteigening wilde laten aankomen. De familie kreeg een ander stuk grond van de overheid en het terrein waar Ston oso op staat is nu officieel domeingrond. Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) kan nu uiteindelijk aan de slag en heeft nu een aanvraag bij de Dienst Domeinen lopen voor het verkrijgen van titel op de grond. Volgens directeur Stephen Fokké is dit nodig om fondsen voor de restauratie te kunnen verwerven, want geen enkele financier wil inkomen als er geen titel op de grond is. Zodra de financiering binnen is, wil SGES aanvangen met de conserveringsfase.

SGES is jaren bezig geweest met het zoeken naar financiering om het vervallen historisch pand weer in zijn oude glorie te herstellen. Eén van de organisaties was de Nederlandse Stichting Monumenten van de West-Indische Compagnie (MoWIC). Deze organisatie ontfermt zich over gebouwen over de hele wereld die ooit het bezit zijn geweest van de oude Nederlandse maatschappij. Kennelijk is MoWIC niet op de hoogte van de vorderingen van de overheid en heeft daarom nog altijd op haar website staan dat zij pas op de plaats heeft gemaakt totdat de erfgenamen onderling en met de Surinaamse overheid uit de onprettige onderhandelingen zijn geraakt.

Dan is er nog een ietwat mistig project van advocaat Jennifer van Dijk-Silos en de Nederlandse Stichting Advies Cultureel Erfgoed over de toekomst van Ston oso. Fokké is daarvan wel op de hoogte, maar “ik heb er verder geen bemoeienis mee”. Ston oso heeft voordat het werd gesloten dienst gedaan als winkelpand. Vanwege het gevaar dat het vormde voor voetgangers heeft het ministerie van Openbare Werken (OW) het dak en het balkon verwijderd. Een deel van de tichels en het balkon is op het achtererf van de Stichting Gebouwd Erfgoed opgeslagen. De bedoeling is dat, zoals de Unesco dat voorschrijft, de oude delen van het pand bij herbouw worden verwerkt in het gebouw.

Maar waarom er drie jaar nadat erf en pand in de boezem van de staat zijn gekomen, nog steeds niets gebeurt, blijft een typisch Surinaams raadsel.

De trieste toestand van het pand nu

Rotonde dwars door Ston oso
“Regelmatig hebben er verhalen gecirculeerd als zou er een rotonde bij de kruising Dr. Sophie Redmondstraat en de Zwartenhovenbrugstraat worden gebouwd”, zo meldt Fokké. Een ingenieursbureau is destijds zelfs op eigen houtje met het voorstel gekomen. De plannen zijn vrij uitgewerkt en men probeert het plan te verkopen aan OW om tot uitvoering over te gaan. Het wordt dus bewust de ether in gegooid, als zou er een rotonde komen en bepaalde mensen spelen dat spel mee. Bij die plannen zou het standbeeld van Kwakoe ook moeten plaats maken, en dat allemaal voor een rotonde, als of op iedere kruising een rotonde mogelijk is.

Volgens het plan zou de rotonde dwars door Ston oso gaan, waarbij het voetgangers- en rijwielgedeelte door Ston hoso heen zou gaan. Een absurd idee. “Van ons en van het ministerie van Onderwijs zal in elk geval geen toestemming worden gegeven tot uitvoering van dit rotondeplan. Bovendien is het te zot dat het ene departement zich jaren heeft ingezet om Ston oso in bezit te krijgen en het andere departement dan met een rotonde dwars door Ston oso zou komen”, zo besluit Fokké.

Waarom geen onderdoorgang creëren?
Maar nu zijn er bij OW tóch officiële studies in gang gezet om een rotonde aan te leggen op het bewuste kruispunt, alhoewel een leek al kan zien dat daartoe de ruimte ontbreekt, tenzij men Kwakoe onthooft en Ston oso als een onbetekenende hoop puin eenvoudigweg opruimt. Voor de technici van OW waarschijnlijk de ideale oplossing, maar waarom niet een onderdoorgang van de Dr. Sophie Redmondstraat gecreëerd, hetgeen architect Ir. Harnarain Jankipersadsing van Architektenbureau ARTO N.V. al veel eerder heeft bepleit, naar ik meen in zijn onlangs herdrukte en aan de minister van OW gepresenteerde Structuurvisie Paramaribo?


[Dit artikel is gelijktijdig geplaatst op www.surinamestemt.com]

Bernardo Ashetu - De worsteling

De worsteling


Dit is m'n liefde zei je
dit is m'n dichte liefde.

En ik zweefde als een zwaluw.

Men haalde spatjes onder uit
als versiersel voor gezichten
als plaksel voor vochtige benen.

En toen pas zag ik je worsteling
en hoe je faalde als een muis.
.


Foto: @ Desiree Riedewald

zaterdag 27 maart 2010

De verkenning van het regenwoud

door André R.M. Pakosie

Het beeld dat ik met dit artikel wil oproepen, is dat van een groep mensen, de voorouders van de Marrons, die, ondanks dat zij gedwongen werden getransporteerd van hun eigen werelddeel (Afrika) naar de slavernij in een onbekend werelddeel (Zuid-Amerika), toch zichzelf wisten vrij te vechten, zich terug te trekken in het tot dan toe voor hen onbekende Zuid-Amerikaanse oerwoud, zich daar te handhaven en zelfs een volk voort te brengen. Van die Marrons maak ik deel uit.

Ik heb mijn verhaal als volgt opgebouwd:
1. Wie zijn de Marrons?
2. Verkennen van het oerwoud tijdens de marronage
3. De overlevingsstrategieën die de Marrons toepasten
4. Opbouwen van hun samenlevingen
5. Traditioneel leerproces
6. Het gebruik van planten en bomen
7. Bespreken van een klein aantal planten
8. Bedreigingen van dit stukje tropische regenwoud


1. Wie zijn de Marrons?

De Marrons zijn de nakomelingen van Afrikaanse mensen, die in de zeventiende en achttiende eeuw gedwongen naar Suriname werden gebracht om als slaven te werken op de suiker-, koffie- en katoenplantages. Maar die het onrechtvaardige gezag van de koloniale overheid en de plantage-eigenaren niet accepteerden en alleen of in kleine groepen het oerwoud in trokken. Samen met de Inheemsen (de oorspronkelijke bewoners) zijn zij al eeuwen lang dé bewoners van het binnenland van Suriname.

Al op de slavenplantages waren mensen bezig banden met elkaar aan te gaan, om elkaar te ondersteunen in de moeilijke tijden die hen na het vertrek uit de plantages nog te wachten stonden. In het oerwoud kwamen zij terecht in een onbekend, ondoordringbaar en niet ongevaarlijk gebied. Bovendien hadden zij ook nog te maken met de koloniale machthebbers, die hen met huursoldaten achtervolgden. Het was voor de Marrons daarom zeer moeilijk om in een dergelijke situatie te overleven, laat staan om samenlevingen op te bouwen. Toch hebben zij dat gedaan en dat is een uitzonderlijk grote prestatie.

Dankzij een intensieve en goed georganiseerde guerrillastrijd wisten de Marrons de koloniale overheid uiteindelijk te dwingen om vredesverdragen met hen te sluiten en daardoor ook hun menselijke waardigheid te erkennen. In 1760 met de Ndyuka Marrons, in 1762 met de Saamaka, in 1767 met de Matawai en uiteindelijk in 1860 met de Boni. En alhoewel het koloniale bestuur, met de twee andere Marrongemeenschappen, de Pamaka en de Kwiinti, niet tot een vredesverdrag kwam, werd uiteindelijk ook hun vrijheid erkend.

2. Verkennen van het bos tijdens de marronage

Nadat de voorouders van de Marrons de plantages verlieten, kwamen zij in een onontdekt gebied terecht met moerassen, rivieren met vele, soms zeer woeste sula (watervallen) en honderden verschillende dier- en plantensoorten. Op nog geen hectare grond kunnen meer dan tweehonderd verschillende soorten planten voorkomen.

De Marrons hadden geen voedsel en geen onderdak, alleen hun eigen wijsheid, hun spirituele kracht en inzicht, saamhorigheid en doelgerichtheid: een menswaardig en vrij bestaan op te bouwen. Afhankelijk van de streek waaruit sommige Marrons afkomstig waren in Afrika, herkenden zij een aantal tropische planten en bomen, die als voedsel of geneesmiddel konden dienen. Maar ondanks de ogenschijnlijke overeenkomsten bleken bepaalde planten uit het Surinaamse tropische regenwoud toch niet dezelfde planten te zijn, die zij uit hun landen van herkomst kenden en gebruikten. Qua inhoudsstoffen konden de verschillen namelijk groot zijn. Voor de Marrons zat er dus niets anders op dan proefondervindelijk elke plant, elke vrucht en elke boom te onderzoeken - kortom het hele oerwoud - op hun waarde als voedingsbron, als geneesmiddel, als bruikbare middelen voor hun overleving. Er wierpen zich mensen op als proefkonijnen. Zij waren zeer dapper, omdat het eten van onbekende planten tot hun dood kon leiden. De Marrons hadden echter geen andere keuze. Allereerst proefden zij alleen van de plant, zonder deze door te slikken. Als na een dag geen complicaties optraden, ging men over op de volgende stap, het doorslikken van het sap van een plant, het eten van het vruchtvlees van een vrucht, enzovoorts. Op deze wijze verkregen en/of verbreedden de Marrons hun kennis over het tropische oerwoud. Maar ook van de Inheemsen leerden zij veel en niet te vergeten vormden de dieren een belangrijke bron van kennis. Als men zag dat een dier zonder probleem een bepaalde vrucht at, of de knol of het blad van een bepaalde plant, wist men dat de vrucht, de knol of het blad niet giftig was, althans niet dodelijk. Zo ontdekten de Marrons, dankzij de Dyabaa (Ara), dat pemba, witte pijpaarde, ontgiftend werkt. Pemba bevat namelijk kaolin.

In de verschillende Marrontalen zijn bepaalde planten naar deze dappere mensen, die zich opofferden voor het algemeen welzijn van hun medemens, vernoemd. Ik noem bijvoorbeeld de plant, Kumantisanku (cassia quinquangulata), vernoemd naar Kumanti Kodyo; Weinkaaki, vernoemd naar da Wein Kaaki. Helaas komen de namen van deze mensen niet voor in de Latijnse benamingen, die de westerse plantensystematici later aan planten gaven. Deze gebruiken slechts de namen van westerse mensen die de ontdekking van een plant claimden, planten die soms al eeuwen door een volk gebruikt werden en van wie de westerse ‘ontdekkers’, meestal hun kennis van de plant te danken hadden.


3. Overleven

Om te overleven was het belangrijk voor de Marrons om alle planten, bomen en vruchten goed te kunnen onderscheiden: welke waren eetbaar, welke giftig. Welke houtsoort was goed genoeg om daarvan boten te bouwen, welke bomen/planten waren geschikt voor het vervaardigen van pagaaien, voor het bouwen van tijdelijke of permanente woningen, welke planten waren geschikt voor het vervaardigen van huishoudelijke artikelen, drink- en eetartikelen, planten voor voedsel en planten voor de lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg. Het gaat in deze dan niet om een paar honderd planten. Een goed opgeleide traditionele kruidenkenner en/of kruidengenezer kent bijvoorbeeld meer dan vijfhonderd planten bij naam en weet bij welke ziekten deze gebruikt kunnen worden. Helaas zijn de Marronsamenlevingen vanaf 1980 van de vorige eeuw dusdanig veranderd, dat het aantal traditioneel opgeleide kruidenkenners en kruidengeneeskundigen nog maar minimaal is. Ik kom zo dadelijk nog terug op het traditionele leerproces, dat noodzakelijk is om een verantwoorde en gerespecteerde geneeskundige te zijn in de Marronsamenleving en daarbuiten.

4. Opbouwen van hun samenlevingen

Nadat de vredesverdragen getekend waren, konden de Marrons als vrije volken hun samenlevingen opbouwen, waarbij zij de politieke en sociaal-maatschappelijke structuren gebruikten die zij kenden vanuit de Afrikaanse landen van herkomst. Vooral bestaan er grote overeenkomsten tussen het traditioneel Asante gezag uit Ghana en het Marrongezag uit Suriname. (In het tijdschrift Siboga, jaargang 19, nr. 2, 2009 van het Marroninstituut stichting Sabanapeti is een artikel hieraan gewijd.)

De Marronsamenlevingen zijn gebaseerd op een matrilineair verwantschapssysteem, het zogenoemde Lo-familiesysteem. Elke Lo bestaat uit een of meer Bée, matrilinies, mensen met een gemeenschappelijke Gaanmma fu bée (de betoverovergrootmoeder, de vrouw die uit Afrika kwam en die als stichter van die groep mensen wordt gezien). In het kader van dit artikel voert het te ver om uitgebreid in te gaan op het ingewikkelde familiesysteem van de Marrons.
Wel nog een kort woord over de gezagsstructuren van een Marronsamenleving. De Gaanman staat aan het hoofd en wordt bijgestaan door alle Kabiten en Basiya van een Marronsamenleving en een volksvertegenwoordiging, de Bendiaseman (die bij elke zitting wisselend van samenstelling kan zijn). Op dit moment is Gaanman Gazon Matodja van de Ndyuka met zijn bijna 106 jaar, de oudste in functie zijnde Gaanman. Ook buiten het traditionele woongebied van de Marrons in het binnenland van Suriname en Frans-Guyana, zijn kabiten en basiya van het traditioneel gezag aangesteld, daar waar grote groepen Marrons aanwezig zijn: in Paramaribo, Frans-Guyana en Nederland. In Nederland wonen vijftien- tot twintigduizend Marrons. Ikzelf ben Kabiten van de Ndyuka Marrons hier in Nederland.

5. Traditioneel leerproces

Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw moest elk kind in het binnenland over de meest elementaire plantenkennis beschikken, om in staat te zijn te kunnen overleven in het regenwoud en om te voorkomen dat er ongelukken gebeurden. Daarnaast moest het kind ook weten wat te doen, mocht het toch in aanraking komen met bijvoorbeeld giftige planten of dieren. Ikzelf kreeg bijvoorbeeld, vanaf het moment dat ik met mijn ouders naar de ver gelegen akkers kon meelopen, al onderricht hierin. En dat was in die tijd standaard voor elk Marronkind dat geboren was en opgroeide in het tropisch regenwoud, tot zijn 12e jaar. Onderweg naar de akkers lieten mijn ouders mij eerst de planten zien langs het bospad, waarmee ik niet in aanraking mocht komen, omdat ze giftig zijn. Daarbij vertelden zij mij ook wat de werking was en welke plantendelen ik als antidota moest gebruiken, mocht ik toch met hen in aanraking komen. De volgende stap in het leerproces was om de niet-eetbare vruchten te onderscheiden van de eetbare. Daarna kwamen de eetbare vruchten aan bod.
Dus eerst een oriënterende fase waarin je als kind het onderscheid leerde tussen giftige, niet-giftige en eetbare vruchten.

In de tweede oriënterende fase gaat men dieper in op de wijze waarop je moet overleven in het oerwoud, het leren onderscheiden van planten, het verzamelen en het toepassen ervan. Ook leerde je een aantal recepten en hoe je deze moest bereiden. Dit alles vond op EHBO-niveau plaats en elk kind uit de Marronsamenleving dat in het binnenland was geboren en opgroeide, moest over deze basiskennis beschikken.
Toonde een kind, vanaf zijn ongeveer 12e jaar, interesse in het volgen van een opleiding als kruidengeneeskundige, dan ging het in de leer bij specialisten.
In de eerste fase van dit leerproces wordt de kennis, die het kind al verkregen had op EHBO-niveau, verder uitgediept. Daarnaast kwamen onderwerpen aan bod als de Toepassingsleer, Ziekteleer, Samenlevingsleer (sociaal, cultuur, ect.) en Behandelingsleer. En natuurlijk was praktische ervaring opdoen ook een must. De persoon in kwestie kan na deze periode beschouwd worden als een basisarts, die zich in de daarop volgende periode gaat specialiseren. Elkeen had zijn eigen specialisme, bijvoorbeeld bot- en spierproblemen, geestelijke problemen, enzovoorts.

Een opleiding tot gespecialiseerd kruidengeneeskundige duurt vijftien tot twintig jaar. Zelf heb ik daarna nog tal van trainingen gevolgd in verschillende landen buiten Suriname, o.a. in Amerika, China, India, Ghana en Thailand, om mijn kennis op het gebied van de traditionele kruidengeneeskunde te vergroten.

6. Het gebruik van planten en bomen

In de traditionele kruidenleer is het van belang om zich strikt te houden aan de regels ten aanzien van verzamelen en bereiding van de kruidenpreparaten. Zo dient men er altijd voor te zorgen, dat de plant waarvan men bepaalde plantenonderdelen verzamelt, blijft doorgroeien en niet beschadigd raakt. De plant wordt altijd toegesproken, voordat deze wordt geplukt. De inhoudsstoffen van elke plant variëren ook naargelang de dag vordert. Om de werking optimaal te laten zijn, kan een bepaalde plant alleen op een bepaald tijdstip onder bepaalde omstandigheden verzameld en gebruikt worden. Daarnaast gebruikt men planten bijna nooit enkelvoudig, maar altijd in meervoudige samengestelde kruidenpreparaten om de kwaliteit en geneeskracht van het preparaat te waarborgen. Dit is tegengesteld aan hetgeen de farmacologie doet: zij isoleren een bepaalde inhoudsstof, met een bepaalde geneeskrachtige werking, van de overige stoffen. Zij hebben op deze manier enorm veel plantenmateriaal nodig om een bepaalde hoeveelheid inhoudsstof te kunnen verkrijgen. Of het stof wordt in gesynthetiseerde vorm gemaakt.

7. Bedreigingen van het tropische regenwoud

Als wij naar de huidige stand van zaken kijken, dan zien wij dat het Surinaamse tropische regenwoud in toenemende mate bedreigd wordt door allerlei menselijke activiteiten. In de jaren vijftig en begin jaren zestig van de vorige eeuw werd zelfs een groot deel van het traditioneel woongebied van de Saamaka Marrons (1350 vierkante kilometer) onder water gezet voor het bouwen van een stuwdam om elektriciteit op te wekken voor een grote multinational, de bauxietmaatschappij Suralco, en voor Paramaribo. Flora en fauna verdwenen onder water, en mensen werden gedwongen om zich te vestigen in zogenoemde transmigratiedorpen, die niet eens voorzien werden van de elektriciteit die opgewekt wordt door de stuwdam die gebouwd is en waarvoor zij gedwongen moesten verhuizen.
Ook wordt het oerwoud bedreigd door grootschalige houtkap, goudwinning en de jacht naar medicinale kruiden door de farmaceutische industrieën. Men leert dus niet van de fouten uit het verleden. Opnieuw zijn er plannen om weer en nog meer stuwmeer aan te leggen. Als hieraan niets gedaan wordt, dan zal het tropische regenwoud van Suriname langzaam verdwijnen en tenslotte een grote kale vlakte worden. En de Inheemsen en de Marrons, maar ook de dieren, zullen geen leefbare woonomgeving meer hebben.
En….
Yu e aksi fa a e go nanga mi, fa a e go nanga Sranan, nanga grontapu?
Je vraagt hoe het met mij gaat, hoe het met Suriname en de wereld gaat?
Aksi den bon
Vraag het aan de bomen
Efu yu abi koloku kande yu kan fende wan ete na wan presi
Als je geluk hebt, bestaat er, ergens misschien, nog één,
di sa man piki yu
die jou antwoord kan geven
Yu e aksi tu fa wi sa go moro fara?
Je vraagt ook hoe het nu verder moet
Fa mi kan man piki yu na wan leti fasi
Hoe kan ik jou een zinnig antwoord geven,
efu no wan bon de moro
als er geen boom meer is
di kan tapu son nanga winti gi mi?
die de zon en de wind voor mij vangt?
di kan man gi mi a kouru san mi abi fanoudu?
Die mij de koelte kan verschaffen die ik nodig heb?
Bika te bon no de moro, nyun bro no de
Want als er geen bomen meer zijn, is er geen verse lucht

Geïnterviewd door de Staatstelevisie!


Of ik een interview wil geven voor de STVS, programma Suriname Vandaag? Natuurlijk wil ik dat wel. Ik ben in Suriname om enkele weken les te geven aan de Schrijversvakschool die twee jaar geleden haar deuren opende. Het is toch uniek dat een jong land als Suriname zo’n school heeft en zij kan wel wat bekendheid gebruiken, veel mensen hebben er nog niet van gehoord, merk ik. Ik zal kort aangeven wat er op die school gebeurt en dan dat ik geen schrijftraining geef maar Surinamistiek… enfin, het zal wel gaan.

Het mediaveld in Suriname is met vier kranten, enkele maandbladen en ik weet niet hoeveel televisie- en radiostations spectaculair uitgebreid. Er is een academie waar journalisten worden opgeleid. De slaapverwekkende saaiheid van de tv uit de jaren ’80 heeft plaatsgemaakt voor een dynamische en kritische aanpak. Dus van dat front alleen maar goed nieuws!

Ik heb de studenten net iets verteld over “reinventing traditions” als de ploeg van de Staatstelevisie zich aanmeldt: een journaliste, een cameraman en een geluidsman die onmiddellijk luid gapend in een stoel kruipt.
De uiterst beminnelijke half-Javaanse is goed voorbereid, want ze heeft vellen met handgeschreven aantekeningen en ze heeft haar vragen opgeschreven. Ik stel een goede voorbereiding altijd zeer op prijs, dat geeft toch enige diepgang aan de zaak.
Vraag 1, netjes voorgelezen: ‘Kunt u vertellen waarom u in Suriname bent?’
De vraag verrast me, ja, goeie vraag, to the point. Ik ben in Suriname op uitnodiging van de Schrijversvakschool om een cursus Surinamistiek te geven aan de studenten.
Vraag 2, netjes voorgelezen: ‘Wat is het niveau van de Surinaamse schrijvers?’
Eeeh… ehhhh… mompel mompel (positivo gespeeld): het gaat de goede kant op, het drukwerk is beter dan vroeger.
Vraag 3, netjes voorgelezen: ‘Wat is de stijl van de Surinaamse werken?’
JJaaa, ja, jawel, jaja, jazeker, ja, nu u het zegt: ja de stijl, nou er wordt meer Surinaams-Nederlands geschreven, jaja!
En toen waren de vragen op. Camera af, geluid uit, gaapmannetje kruipt uit stoel. Waarop de uiterst beminnelijke half-Javaanse – ze is al bijna bij de deur – zich omdraait en uiterst beminnelijk tegen me zegt: ‘Die Surinamitie... eeh, wat is dat eigenlijk?’

donderdag 25 maart 2010

Het hoofd dekoloniseren

Decolonizing the mind

[bericht van Dew Baboeram]

Na het debat tussen Sandew Hira en Prof. Dr Gert Oostindie op 25 oktober 2009 dat georganiseerd werd door Vereniging Ons Suriname, wordt de discussie over decolonizing the mind voortgezet. Op 1 april 2010 organiseert Un Bondru in Suriname een lezing van Sandew Hira [schrijversnaam van Dew Baboeram] over mental slavery en decolonizing the mind. Hira’s inleiding bestaat uit twee delen.
.

Het eerste deel gaat in op het vraagstuk wat kolonialisme is en hoe het beeld van kolonialisme vanuit de wetenschap wordt gepresenteerd. Het is een kritiek op een stroming die hij noemt het wetenschappelijk kolonialisme en in Nederland geleid wordt de Prof. Dr. Gert Oostindie van de Universiteit Leiden. Hira laat zien waarom deze stroming onwetenschappelijk is. Zij heeft geen logische theorie. Zij is niet gebaseerd op feiten. Zij probeert het kolonialisme goed te praten in plaats van deze te analyseren.

Het tweede deel behandelt tien manieren waarop geestelijke kolonisatie heeft plaatsgevonden en daarmee ook tien manieren om de geestelijke dekolonisatie in te zetten. Iedere manier is een concept waarmee onze geest tijdens het kolonialisme is gevormd.

Datum: 1 april 2010
Plaats: Tori Oso in Paramaribo
Aanvang: 19.00 uur

Zie de aankondigingsvideo op YouTube, klik hier

[Of het hier om een 1 april-mop gaat, vermeldt het persbericht niet, WCL]

Adieu aan koelies...

Adieu aan Koelies, Nikkers en Makambas: de deconstructie van raciaal denken binnen de antropologie van de Cariben.

door Francio Guadeloupe


Introductie
Antropologen worden meestal gedreven door één vraag. Hun hele oeuvre-boeken, artikelen, essays, publieke optredens, kunstwerken en colleges-is vaak te reduceren tot het beantwoorden van die ene vraag. Dit is mijn vraag: hoe kunnen we in ons schrijven en onze wetenschapsuitoefening het rasdenken overstijgen. Om het concreter te formuleren: Hoe kunnen we als 21ste-eeuwse antropologen die zich bezighouden met het Caribische gebied ons ontdoen van de racistische termen nikkers, koelies en makambas die verbloemd worden door de raciaal ingekleurde concepten creolen, Hindoestanen, en blanken?

[Voor de hele tekst van de lezing, zie onze website, klik hier]

120 jaar Javaanse Immigratie

Zaterdag 27 maart wordt de aftrap gegeven van de viering van de herdenking van 120 jaar Javaanse Immigratie in Suriname. De organisatie is in handen van de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI). Het thema van de feestelijkheden is: Van Immigratie tot Integratie, en de hoogtijdag zal natuurlijk 9 augustus worden, de dag dat 120 jaar geleden de eerste Javaanse contractarbeiders in Suriname arriveerden. Er zullen tal van zang- , dans- en andere culturele manifestaties te zien zijn.
.

Programma
16:00u : Prodowaka (vanaf Directoraat Cultuur)
18:00u : Jaran Kepang opvoering
19:30u : Reyok opvoering
20:15 - 21:15u : Culturele show, met dans, pencak, klederdrachten show
21:30u : Terbangan Mulya Sejati
22:00u : Popconcert EMF & Friends


Plaats: Complex Fort Zeelandia Paramaribo
Datum: Zaterdag 27 maart 2010
Tijd: 16:00 uur - 00:00 uur
Teegang gratis
Er zijn uiteraard Javaanse gerechten te koop en er is een minicraftmarket

Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI)
Contactadres: Sana Budaya, Jozef Israelstraat 82, Paramaribo.
.

Mitimakandii Dei 2010

Op zondag 25 april 2010 organiseert het Marroninstituut Stichting Sabanapeti de Mitimakandii Dei(Ontmoetingsdag) 2010 in Utrecht.

Programma

13:30 uur Inloop
14:00 uur Welkomstwoord
14:10 uur Voordracht: Van Kwadyani tot Patrick, van Antoumé tot Angela: Naamgevingtraditie bij de Marrons van Suriname, door: Kabiten André R.M. Pakosie

De in slavernij gebrachte Afrikaanse mensen kregen westerse namen, zoals Pietje, Lucretia, Pasop en Elisabeth, want zij moesten ook mentaal slaven zijn. De Marronvoorouders vochten zichzelf vroegtijdig vrij, waardoor zij hun traditionelenamen behielden, die vroeger gebaseerd waren op een gegeven situatie of een gebeurtenis. Bijvoorbeeld, de schoonheid van een meisje of vrouw kwam terug in haar naam, zoals Amoifusi (zij is mooi om naar te kijken) of Antoumé (zij is oogverblindend). In de traditie van sommige Marrongemeenschappen in Suriname wordt een kind geboren met een dagnaam, de Akaanen (Kodyo voor een jongen, geboren op maandag, en Adyuba voor een meisje). De plaats-, water- en bergnamen én de traditionele persoonsnamen bij de Marrons hebben een boeiende geschiedenis…..
.

14:45 uur PAUZE
Tijdens de pauze kunt u tegen een gering bedrag eten en drinken verkrijgen.

15:45 uur Uitreiking Gaanman Gazon Matodja Award aan Prof.dr. Richard Price en Prof.dr. Sally Price
16:05 uur Toespraak: Hedikabiténi Mutu Antonius Poeketie van de Saamaka Marrons in Nederland
16:15 uur Informeel samenzijn
17:15 uur Sluiting

Datum: Zondag 25 april 2010
Tijd: 14.00 uur tot 17.15 uur
Plaats: Aula van het Vader Rijn College te Utrecht.
Adres: Vader Rijndreef 9, 3561 XB in Utrecht (zie routebeschrijving)
Zij die de Mitimakandii Dei willen bijwonen, moeten zich uiterlijk woensdag 21 april telefonisch opgeven via tel 030-2943402.

Bij de boekenstand kunt u reeds verschenen nummers van het Marrontijdschrift Siboga, alsook boeken en Marron muziek cd’s verkrijgen.

Opbrengst
De opbrengst van het eten, de drank en van onze boekenstand is bestemd voor ons Schooltasproject in Suriname, waarbij jaarlijks aan 70 kinderen uit noodlijdende gezinnen in Paramaribo en omgeving een schooltas met schoolmateriaal wordt gegeven om het nieuwe schooljaar goed te kunnen starten.

Attentie: om 14:00 uur, als het programma begint, gaat de deur van het Vader Rijn College dicht. u kunt u ons vanaf 13:00 uur op het volgende tijdelijke mobiele nummer bereiken: 0681713463, mocht u de weg kwijt zijn, of als u te laat bent en de deur van het Vader Rijn College dicht is.

Routebeschrijving
Vanaf Amsterdam en Den Bosch
A2 richting Utrecht, afslaan bij afrit 8 (volg Jaarbeurs) Ds. Martin Luther Kinglaan rechtdoor rijden, de brug over. Bij rotonde derde afslag Pijperlaan. De Pijperlaan alsmaar volgen, deze gaat over in de Joseph Haydnlaan, Lessinglaan, Spinozaweg, Thomas á Kempisweg, Cartesiusweg, St. Josephlaan en Marnixlaan. Doorrijden tot over de Marnixbrug. Voorbij een benzinepomp bij het eerst volgende stoplicht rechtsaf, de Brailledreef in. Deze straat blijft u volgen tot het tweede stoplicht. Hier slaat u linksaf de Taagdreef in. Direct daarna (ongeveer 120m) weer rechtsaf, dan bent u in de Vader Rijndreef waar de ingang van het Vader Rijn College is.

Vanaf Den Haag: A12 richting Utrecht. Volg route Jaarbeurs, bij knooppunt afslaan bij afrit 8 (zie verder Vanaf Amsterdam en Den Bosch)

Openbaar vervoer:
Vanaf Utrecht CS, bus lijn 7, richting Overvecht. Uitstappen bij halte Brailledreef. Rechtsom de hoek is de Vader Rijndreef en daarin de ingang van het Vader Rijn College. (Busrit vanaf CS is ongeveer 10 minuten. Bussen rijden om de 15 minuten.

Overleven in tijden van globalisering

De cultuurgeschiedenis van de Marrons van Suriname

Marrons zijn gevluchte West-Afrikaanse slaven en hun afstammelingen die in stamverband in de oerwouden van Suriname zijn gaan leven. In deze lezing
belichten twee experts verschillende aspecten van de Marron-cultuur.

Daan van Dartel
vertelt over de geschiedenis van de Marrons aan de hand van enkele tentoonstellingsthema’s zoals: religie, het geheugen en natuurlijke rijkdommen.
Thomas Polimé geeft als insider een kijkje in de hedendaagse marronsamenleving. Centraal staat de vraag: Zijn kleinere culturen in staat te overleven in tijden van globalisering? Ook gaat hij in op de symboliek van textiel en de diepere betekenis van de gebruikte motieven.
.

Programma
16.00 uur Ontvangst met koffie en thee
16.30 uur Aanvang lezing
17.30 uur Einde programma

De sprekers
Daan van Dartel is werkzaam als onderzoeker tentoonstellingen en publicaties bij het Tropenmuseum.
Thomas Polimé is antropoloog en (Aukaner) Marron. Hij was betrokken bij de ontwikkeling van de Marrontentoonstelling in het Tropenmuseum.

Datum en tijd: dinsdag 27 april 2010, aanvang 16.30 uur
Locatie: Leeszaal KIT Bibliotheek, Mauritskade 63 Amsterdam

Toegang: € 7,50 betaling ter plekke, studenten en KIT-leden € 5,00
Reserveren noodzakelijk:
KIT Bibliotheek Tel. 020 - 568 8462; E-mail: library@kit.nl

Betaald parkeren in de omgeving.

De tentoonstelling ‘Kunst van overleven’ is tot 9 mei 2010 te zien in het Tropenmuseum.

woensdag 24 maart 2010

Interview met Quito Nicolaas


Quito Nicolaas is an Aruban writer, poet and columnist. Born in Aruba, he moved to the Netherlands at age 17 to study Cultural Work, Political Science and Law. His writing career started with the publication of a poem in a Dutch-Antillian magazine. Since then, he has become one of the best known linguistic artists in the Aruba and Antillian literary field. He has expanded his work to include short stories, columns, reviews and critical essays, and often performs at meetings and festivals - in the Netherlands, Aruba, and elsewhere.

Full interview here

Tekeningen Peerke strip naar Stadsmuseum



door
Rihana Jamaludin


De tekeningen van de Peerke Donders strip ´De Grote Kleine Man´ zijn overgedragen aan het Stadsmuseum Tilburg. Bij de zaligverklaring van Petrus Donders in 1982, werd in Paramaribo een stripboek uitgegeven over het levensverhaal van deze dappere man.
Pater Donders (1809- 1887) heeft in Suriname zijn leven gewijd aan het verlichten van de nood van de melaatsen in het ballingsoord Batavia. Een leven van liefde en mededogen, van nederigheid en zelfopoffering.

Stichting Kinderkrant Suriname, waarvan ik destijds medewerkster was, gaf mij de opdracht om bij het door pater Bas Mulder geschreven kinderverhaal ´De Grote Kleine Man´ tekeningen te maken. Dit was tevens het eerste Surinaamse stripverhaal /stripboek.
Deze pentekeningen, 15 vellen in totaal, zijn nu overgedragen aan het Stadsmuseum in Tilburg, de geboortestad van Peerke Donders.
Hoewel het om jeugdwerk gaat, dat minder is dan later werk, hebben de tekeningen natuurlijk ook mijn hart. Ik ben daarom zeer vereerd dat ze deel mogen uitmaken van de Tilburgse collectie. Ronald Peeters, hoofd van het Stadsmuseum en beheerder van het Peerke Paviljoen zal de tekeningen in het Regionaal Archief bewaren.

Nieuwe roman van Karel de Vey Mestdagh


Op 1 april a.s. houdt Uitgeverij In de Knipscheer een nieuwe roman ten doop die zich afspeelt op de Nederlandse Antillen: Ruwe olie van Karel de Vey Mestdagh.

Karel de Vey Mestdagh is werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en sinds 2001 in de functie als adviseur Koninkrijksrelaties. Als zodanig heeft hij zich bijzonder ingezet voor de verbetering van de wederzijdse samenwerking tussen Nederland en de Nederlandse Antillen.
In een periode die gekenmerkt wordt door ingrijpende veranderingen, dekolonisatie en verdere globalisering, en de daarmee samenhangende spanningen, heeft hij op bijzondere wijze inhoud helpen geven aan de relatie tussen beide rijksdelen. Hij heeft zich ingezet om te komen tot nieuwe afspraken over de samenwerking met de Nederlandse Antillen als zodanig en voor het opzetten van een structuur van samenwerking voor de nieuw te vormen landen Curaçao en Sint Maarten. Hij werd voor die inzet benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Datum presentatie: donderdag 1 april 2010
van 18.00 – 19.00 uur (zaal open 17.30 uur)
Plaats: Centrale Bibliotheek ’s-Gravenhage
[Culturele ruimte op de 3de etage, naast de Collectie Antilliana]
Spui 68, 2511 BT Den Haag (bij het Stadhuis) *
R.S.V.P. indeknipscheer@planet.nl

* Voor hen die met eigen vervoer komen: in verband met werkzaamheden aan het Spui kan alleen geparkeerd worden in de parkeergarages in de omgeving.

Bent u verhinderd op 1 april?
Er vindt ook nog een programma plaats rond het verschijnen van Ruwe olie op 1 mei 2010 in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren vanaf 15.00 uur in Theater van ’t Woord in de OBA Amsterdam (naast het Centraal Station).

Zebrapad-oversteken: goed voor het lezen

In de Times of Suriname van dinsdag 23 maart 2010 staat op de Binnenlandpagina een foto van een wijdbeense agente in uniform met kniekousen op een zebrapad, tegenover zich een scholiere. Het bijschrift luidt: "Een politieagent die tijdens het Kinderboekenfestival een leerlinge leert hoe over te steken op het zebrapad. Dit jaarlijks terugkerend evenement ging gisteren van start en heeft als doel om het lezen te bevorderen onder de jongeren."
.


Schrijversgroep eert de vrouw



Woensdag 31 maart wordt een bijzondere avond van de Schrijversgroep ’77 in Tori Oso in Paramaribo, speels maar toch met een stevige inhoud. Presentaties van vrouwen, gedichten over vrouwen, commentaar van mannen en het laatste woord voor de vrouw. We beginnen stipt om 20.00 uur. Conferencier: Anne-Marie Sanches.
Programma:
Alphons Levens met zijn gedicht LEVEN
Ismene Krishnadath met het verhaal Eens op een einde
Panelcommentaren door Frits Wols, Eddy van der Hilst en Roué Hupsel
Arlette Codfried met kort proza
Panelcommentaren
Jeanette Vonsee met een poëtische verbeelding van een moeder
PAUZE
Michiel van Kempen met drie odes aan de vrouw en de liefde
Hilde Neus met een diversiteit aan petten
Panelcommentaar
Claudett de Bruin met limericks
Panelcommentaar
Alida Neslo met observaties en column
Panelcommentaar
Afsluiting

[Bericht van Schrijversgroep '77]

Op de bovenste foto: Lunice Heuvel (Surinaamse vrouw; niet in het programma); foto @ Ruth San A Jong.
Op de onderste foto: Michiel van Kempen (The Bronx; wel in het programma)

dinsdag 23 maart 2010

Paramaribo omgetoverd tot filmset voor Sonny Boy

Wandelaars die zondag 21 maart van een rustige ochtendwandeling wilden genieten bij Fort Zeelandia kwamen bedrogen uit. Het pittoreske stukje Paramaribo was omgetoverd tot een complete filmset. In Paramaribo vinden opnames plaats voor de speelfilm Sonny Boy. De film is gebaseerd op het boek van Annejet van der Zijl. Een waar gebeurd verhaal over de liefde tussen een zwarte Surinaamse jongen en zijn blanke Nederlandse hospita. Ruim dertig personen kwamen over uit Nederland om in vier dagen de scènes op te nemen die zich in Suriname afspelen.
Actrice Manouschka Zeegelaar-Breeveld speelt de moeder van hoofdpersoon Waldemar Nods en weet intussen hoe dat gaat: veel wachten op de scènes die moeten worden opgenomen. Ze kijkt er niet naar uit om in de kleren uit 1921 te moeten: "Een heleboel kleren over elkaar aan ter bescherming tegen de zon." Want de huid mocht niet te donker worden.
Prachtige mensen
De filmset in Suriname spreekt Zeegelaar-Breeveld erg aan. "Geweldig. Al die prachtige mensen in koto's en kleren uit die tijd." Ze wordt er zelfs een beetje emotioneel van dat dit mooie Surinaamse verhaal wordt verfilmd.
Regisseur Maria Peters is de hele dag bezig met de opnames van het zwemmen van de 13-jarige Waldemar, het begin van de film. Peters had de opnames niet graag in een ander land hebben moeten doen. Maar het was ook niet nodig naar een andere lokatie te zoeken. Ze is erg te spreken over de medewerking van de Surinaamse autoriteiten. "Wat we wilden filmen mag allemaal."











Artikel overgenomen van Radio Nederland Wereldomroep
Foto's: Guillo Grant bodyNsoulPhotography

maandag 22 maart 2010

Anton de Kom, voorloper van Frantz (Zwarte huid, Blanke maskers) Fanon

Op 26 februari j.l. hield Francio Guadeloupe, docent van de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies (CAOS) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeker bij de Amsterdam School for Social Scientific Research (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam, de tweede Van Lier-lezing, georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De veelzeggende titel van de lezing luidde: “Adieu aan koelies, nikkers en makambas: raciaal denken binnen de antropologie van de Caraïben”.

Francio Guadeloupe

Van deze lezing is 1 maart daaraan volgend op Caraïbisch uitzicht uitgebreid verslag gedaan door Peter Meel onder de titel “Bezem door de Caraïbistiek”, en hier in Suriname heeft de Ware Tijd Literair er op 20 maart een hele pagina aan gewijd. Waarschijnlijk omdat Guadeloupe (en Meel in diens voetspoor) de lat zo hoog heeft gelegd, werkt de daarin verpakte boodschap nogal eens verwarrend. Bijvoorbeeld waar Meel in z’n "Bezem door de Caraïbistiek" zegt: “Wij moeten ons niet langer opstellen als Fanon of Hoetink look-alike’s”, heeft hij vergeten dat Fanon daartegenover in Zwarte huid, Blanke maskers alweer afstand heeft genomen: “We moeten de mens niet vastleggen, want het is zijn bestemming om losgelaten te worden. Mijn daden worden niet bepaald door de last van de geschiedenis.”








Frantz Fanon, portret door Mustapha Boutadjine






Wie was Frantz Fanon?
Frantz Omar Fanon (1925-1961) was een op Martinique geboren psychiater, filosoof, revolutionair en schrijver. Hij was gezaghebbend op het terrein van de post-koloniale studies, en misschien wel de belangrijkste denker van de 20e eeuw over het onderwerp van dekolonisatie en de psychopathologie van de kolonisatie.

Veel van Fanon’s geschriften zijn terug te voeren tot de invloed van Aimé Césaire, zijn leermeester op Martinique. Maar terwijl gezegd kan worden dat Fanon’s werken direct beïnvloed zijn door de beweging van de Negercultuur, herformuleerde Fanon de theorie van Césaire en Léopold Senghor door het opstellen van een nieuwe theorie over bewustzijn. De Negercultuur baseerde het bewustzijn impliciet op raciale verschillen en spanningen. Fanon’s psychologische training en ervaring leidde hem ertoe veel van de problemen die hij tegenkwam te zien als psychologisch en als product van dominantie die ontstaat in onderdrukkende koloniale omstandigheden. Dat wil zeggen, bewustzijn beschouwt hij niet als een raciaal kenmerk, maar als een uit politieke en sociale omstandigheden ontstaan feit. Fanon’s bewustzijn was niet puur zwart, maar strekte zich uit tot alle gekolonialiseerde volken, ongeacht ras. Fanon’s eigen verklaring van het verschil tussen zijn theorie en die van Blaise Diagne, Senghor and Césaire was gebaseerd op een evolutionair model, waar de kolonialisatie-ideologieën overgaan van assimilatie naar Negercultuur, en tenslotte naar Fanon’s eigen theorie.

Fanon heeft grote invloed gehad op anti-koloniale en nationale bevrijdings bewegingen. Zijn boek De vervloekten der Aarde in het bijzonder was een leidraad bij het doen en laten van revolutionaire leiders als Ali Shariati in Iran, Steve Biko in Zuid Afrika, Malcolm X in de Verenigde Staten en Ernesto Che Guevara op Cuba. Van hen was alleen Guevara hoofdzakelijk geobsedeerd door Fanon’s theorieën over geweld. De belangstelling van Shariata en Biko daarentegen ging vooral uit naar respectievelijk Fanon’s ideeën over “de nieuwe mens” en “zwart bewustzijn”. Fanon’s invloed strekte zich uit tot de bevrijdingsbewegingen van de Palestijnen, de Tamils, African Americans en anderen. Zijn werk had een sleutel-betekenis voor de Black Panthers, vooral zijn ideeën betreffende nationalisme, geweld en het lompenproletariaat. Meer recent zijn radicale Zuid Afrikaanse volksbewegingen beïnvloed door Fanon’s werken.

De bekendste werken van Fanon (die in het Frans schreef) zijn: Peau noire, Masques blancs White skin, Brown masks Zwarte huid, Blanke maskers (1952), en: Les damnés de la Terre The Wrechted of the Earth De Verdoemden der Aarde (1961).

1e druk Wij slaven van Suriname, 1934

Anton de Kom, voorloper van Frantz Fanon
Gezien de ideeën en theorieën van Fanon is het vreemd dat er nog door niemand een verband is gelegd tussen Fanon en Anton de Kom, die in 1934, bijna twintig jaar voordat Fanon zijn theorieën publiceerde, in Wij slaven van Suriname schreef: “Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel blijft belast. Daarom wil dit boek trachten het zelfrespect der Surinamers op te wekken (…)”. Noch in de biografie van Boots en Woortman, noch in de lezing van Guadeloupe, noch in de reactie daarop van Meel, en evenmin in de Ware Tijd Literair is ook maar even gesignaleerd dat De Kom in 1934 de ideeën verwoordde die Fanon bijna twintig jaar later wereldberoemd zouden maken.

Deze miskenning ligt mede ten grondslag aan de onderwaardering die nog altijd Anton de Kom’s deel is in Suriname en die gehandhaafd blijft zolang er nog mensen rondlopen als Hans Breeveld, docent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, die verklaart dat Anton de Kom is overschat en dat Suriname belangrijker helden heeft gekend, zoals Koenders, Dobru en Bos Verschuur (Biografie Anton de Kom, pagina 405). De Kom was zijn tijd ver vooruit, maar Breeveld kan dat vandaag de dag nog steeds niet inzien.

Negernummer van Links richten, 1933

Zoals hierboven al is gesteld, Fanon’s bewustzijn was niet puur zwart, maar strekte zich uit tot alle gekolonialiseerde volken, ongeacht ras. Ook dit is een volledige parallel met de ideeën van Anton de Kom, die het niet te doen was om het belang van alleen maar de Creolen, nee, hij was er gelijkelijk voor allemaal, Creolen, Hindoestanen, Javanen, etcetera. Alhoewel Boots & Woortman in hun Biografie zeggen: “Maar Anton de Kom is niet alleen voor Surinamers van Afrikaanse afkomst een voorbeeld, ook mensen met een andere etnische achtergrond zien hem als een nationale held.”, moet helaas gesteld worden dat de auteurs hier een veel te optimistisch beeld schetsen, want een nationale held is De Kom nog lang niet.

Op 20 februari j.l. schreef ik hier het artikel: “Wanneer zal Anton de Kom in één adem genoemd worden met Codjo, Mentor en Present?”, waarin ik mij afvroeg: “Maar, sprekend over Surinaamse verzetshelden, hier heeft Anton de Kom om voor mij onbegrijpelijke redenen nog bij lange niet de status bereikt van gevierde helden als bijvoorbeeld Codjo, Mentor en Present, dit ondanks dat hij zijn hele leven in dienst heeft gesteld van de bevrijding en verheffing van zijn landgenoten.”

Onlangs sprak ik hierover met de éminence grise van de Surinaamse politiek, Jules Sedney, in 1952 mede-oprichter van Wi Egi Sani, te zelfder tijd de herontdekkers van Anton de Kom’s Wij slaven van Suriname, en zijn oordeel luidde: “Onzin, Anton de Kom is vele malen belangrijker dan Codjo, Mentor en Present”. Helaas zijn er in Suriname nog veel te weinig mensen die dat (willen) inzien.

zondag 21 maart 2010

Aanvulling en rectificatie op “Anton de Kom | z’n uitgever | z’n ontwerper”

Dankzij de reactie van Carl Haarnack op mijn artikel “Anton de Kom | z’n uitgever | z’n ontwerper” van 16 maart j.l. is er eindelijk licht in de duisternis gekomen. Aangezien hij liet weten dat in de collectie Buku-Bibliotheca Surinamica (www.buku.nl) zich een eerste druk met stofomslag van Wij slaven van Suriname en het Negernummer van Links Richten uit 1933 bevinden, heb ik hem verzocht om een afbeelding daarvan naar mij op te sturen, hetgeen hij omgaand heeft gedaan.


Stofomslag Wij slaven van Suriname, 1e druk, 1934

Het staat nu voor mij vast dat het stofomslag van de eerste druk van Wij slaven van Suriname niet is ontworpen door Piet Zwart, maar dat enkel de door Zwart gemaakte foto van Anton de Kom daarvoor is gebruikt. Door de reactie van Michiel van Kempen onder bovengenoemd artikel weten we nu ook dat de daar getoonde afbeelding # 3 het omslag is van de 2e druk als pocket-editie uit 1972.

Met zeer veel dank aan Carl Haarnack en Buku-Bibliotheca Surinamica.


Negernummer van Links Richten, 1933


23.3.2010 – Van Rob Woortman, mede-auteur van De Kom’s biografie, kreeg ik nog aanvullende informatie die interessant genoeg is om ze aan bovenstaand verhaal toe te voegen.
Zoals bekend is van de eerste druk een ingenaaide en een gebonden editie uitgebracht. De ingenaaid editie à Nf 1,90 was beplakt met grijs linnen en bedrukt met zwarte letters en had geen stofomslag. De gebonden editie à Nf 2,50 is beplakt met zwart linnen en bedrukt met grijze letters en had een stofomslag waarop de niet bewerkte foto van Piet Zwart staat afgebeeld.

zaterdag 20 maart 2010

Ook misbruik kinderen door paters op Antillen?

Uit onze rubriek "Cultuur van toen en nu"

Het heeft er veel van weg dat het deksel van de beerput is, nu op tal van plaatsen in de wereld gevallen van misbruik van kinderen door paters aan het licht komen. Ook tal van gevallen in Suriname zijn nu bekend geworden; tientallen slachtoffers hebben zich al gemeld bij Bert Smeets, de man die de actiegroep Mea Culpa heeft opgericht. De paus heeft het erevoorzitterschap van deze groep nog niet geaccepteerd. Beroerd is deze hele "affaire" voor de inzamelingsacties voor de restauratie van HET symbool van de Katholieke kerk: de vermolmde kathedraal aan de Henck Arronstraat. Die zal alleen nog verder weg zakken. Op momenten als deze, waarop het onnoemelijke leed van honderden mannen (en vrouwen ook) aan het daglicht komt, wordt duidelijk dat het NIET om individuele gevallen van zondeval gaat, maar om een systeem dat het misbruik legitimeerde: de ene hand wast de andere, de biecht blijft immers het alles afdekkende scherm, en voor wie het vergeten is: de ene priester neemt de andere de biecht af. Aan dit binnenkerkse systeem houdt deze paus natuurlijk ook vast, gezien zijn laatste toespraak tot de misbruikte Ierse voormalige misdienaars. Jammer dat hij zijn preek niet in het Papiamentu afstak. Hoe lang moeten we nu nog wachten voor ook de eerste gevallen op de Antillen naar buiten komen? Dat ook deze puur objectieve vraag zal worden bestempeld als tendentieuze opruiing, geeft al aan hoezeer een verderfelijk systeem het denken van velen heeft aangetast.

donderdag 18 maart 2010

Historia, literatura y idioma di un pais


Texto: Quito Nicolaas

Cada decada conoce su propio desaroyo, proceso y desafionan. Den e siguiente decada nos lo mester dedica mas atencion na fortifica e pilarnan di nos cultura. Un manera pa haci esaki ta pa concentra riba nos historia y literatura. Esaki aparte cu ta keda stimula nos arte, folklore, baile, canto & musica y teatro. Esei kier men cu mester tur sosten y coperacion di esnan den enseñansa.Ta bai cu ta planta e symbolonan di un Nacion cu ni un biento fuerte por bent’e abou.

Na final di aña 2009 nos por a señala e ciere di tres galeria na Aruba. Luna pasa por a experencia e ciere di e prome libreria, esta Libreria Mariska. Esaki riba su mes ta un señal cu mester tene cuenta cu ne. E prome reaccion ta cu e ciere ta un consequencia di e crisis-financiero. Esaki por ta un di e motibonan cu en berdad tin menos interes pa e obranan di nos autornan y artistanan. Falta di interes pa algo, por ehempel literatura ta bin dor di falta di dynamismo riba tereno di literatura. Si nada no ta sosede of tin mucho poco actividad riba tereno literario, esaki a lo largo lo muri. Den esei e artistanan – poetanan – escritor of musico/cantante mester bira mas pro-activo. No solamente un artista tin e tarea di contribui cu su obranan na nos Cultura. Pero e mester bira activo tambe den yuda organisa actividadnan. Ta di aplaudi di mira con autornan manera Desiree Corea, Liliana Braamskamp-Erasmus y Olga Zaandam ta hopi activo riba nan tereno. Un otro manera por ta den yuda cu e trabounan di un organisacion, esta den un directiva. Como artista bo ta keda un entrepeneur cu mester produci, mercadea bo producto, pr bo actividadnan y bende e productonan.

Enseñansa
Si na skol nos alumnonan ta siña algo di Segunda Guera Mundial y otro acontesimentonan mundial, no tin nada malo. Otro ta si ainda nos muchanan ta ser educa encuanto e.o. De slag bij Waterloo, Willem van Oranje, Renaissance y De Verlichting. Pa esnan cu ta bai sigui studia historia, kisas esaki ta util.Si mester mantene historia di Hulanda den e curriculo, anto ta miho pa limita esaki. Na su lugar mester dedica mas atencion na e historia di e region Latino-Americano/Caribense. Pero primera-mente e loke cu mas ta haci falta ta nos propio historia di Aruba. Material pa duna les tin suficiente cu por uza, ta un decision mester tuma pa duna nos enseñansa un otro cara. Si pa cierto gruponan di edad na scol secundario no tin material, anto por traha riba esaki. Den nos literatura nos conoce diferente obranan manera Perseverancia (M. Christiaans), Lago Heights (Y. Naar), Un siglo di recuerdo (R. de Veer) y e serie Edicion Educativo di Cas Editorial Charuba cu por ser uza pa conta algo di nos historia oral.

Un otro aspecto ta e enseñansa encuanto literatura Arubiano. Antes den añanan ´70 tabata uza stencilnan como material pa e alumno cera conoci cu e autornan local. Algo masha importante mes pa e alumno por identifica su mes cu e autornan di propio suela. Awendia tin mas material disponibel cu por ser uza, caminda cu e alumno por haya un bista di literatura local, literatura regional y literatura mundial. Pues ora e hoben caba su skol secundario e ta bon equipa y ta carga conocemento di e cultura y historia di su pais, su region y di Europa of otro part´i mundo. Importante pa e hoben ta fuerte para den su sapato, pasobra e sa di unda e ta bin y ki rumbo e ta bai. Bon prepara pa sigui studia den Caribe/America-Latina, Merca of Europa. Hecho ta si cu mester opta pa un orientacion cultural cu ta dirigi riba nos region y un orientacion politico cu ta dirigi riba Europa.

Prensa
Anualmente tin diferente buki ta keda publica riba mercado. E unico cu nos ta haya pa lesa ta un anuncio cu e buki a sali of relato di e anochi di presentacion di e buki. E lector cu ke sa mas di e contenido di e buki, ta keda den scuridad. Opinion di otronan cu ta lesa un buki na un otro manera ta masha importante den esaki. Mester introduci un systema di balota un buki, pa bon of malo cu esaki a ser skirbi. Den pasado por a mira bukinan ta ser edita, sin menciona p.e. e aña cu esaki a keda publica. Awendia ainda bo ta wak tin biaha cu no ta tuma e parti di lay-out na pecho.
Den esei lo ta bon pa skirbi un reseña di e buki tambe. Asina e lectornan por lesa un comentario di e buki. E autor tambe por siña aprecia e remarkenan cu tin riba su obra. E critica cu bo ta scucha semper ta cu e obranan cu ta keda publica no ta di un nivel halto.



E ilusion nos no mester tin tampoco, pasobra ta awor numa nos literatura tin un cien aña ta existi. Ta bay cu alo largo nos lo yega un punto si, caminda cu nos por bisa cu e nivel ta satisfactorio. Di e forma aki ta engrandece nos literatura, caminda cu e obranan ta haya un cobertura mas amplio. Antes tabata opina cu no tin interes p’e tipo di articulonan asina den corant. Mas bien mester a recuri na Ñapa di Amigo. Den esei nos ta lubida cu e promedio di e nivel di educacion di nos pueblo a subi. Acerca ta bin cu mayoria di e populacion ta lesa un corant na papiamento. Pues esnan cu un nivel di estudio avansa tambe ta lesa nan matutino na papiamento. Literatura ta algo cu mester keda transmiti via di radio, corant y television. Te ainda ta na radio Kelkboom so ta existi e programa di Dushi Awacero musical riba diasabra merdia, den cual ta combersa cu e autor. Cada un di e medionan tin nan funcion den stimula literatura, unda cu por ehempel e corant por corta e articulo y warda esaki den un archivo pa historia.

Television
En general e programacion di nos plantanan televisora di Tele-Aruba y ATV-15 a bai hopi dilanti. Esaki debi na e competencia fuerte y e profesionalismo cu gradualmente a keda introduci. Pa añas largo nos conoce e programa Un rato cu Dika cu sa trata e tema di literatura den su programa. Acerca nos tin e programa di Nos mainta, caminda cu a trata e buki di Savaneta cu tei pa sali. Loke cu ta haci falta ta un programa na television, den cual ta trata Literatura di Aruba. Den un programa asina cu un duracion di mei ora, por bai mas den profundo encuanto por ehempel e tema. y estilo di skirbi. Por combersa cu autornan, lector riba caya, linguista, literator, recencista, libreria, studiantenan y maestronan. Asina por tira un bista rib´e e proceso di skirbimento. Aruba conoce un shen autornan cu ta y no ta na bida mas, cu ta hacie interesante pa papia riba esnan cu a skirbi na inicio di siglo 20. Por hasta parti e programa cu un seccion di buki pa mucha, unda e mucha mes por bin na palabra pa conta algo di e buki cu el a lesa. Na Aruba tin suficiente autor cu por yena un programa mensual asina. E librerianan lo no keda sin sponsor un progama.

Librerianan
Nos ta custuma cu bo ta drenta un libreria cumpra un postcard, revista of un buki. Awendia bo ta mira mas y mas cu librerianan ta reserva un huki, unda bo por sinta lesa y blader den un buki. Un libreria por hunga un papel importante den stimula literatura Arubiano. Libreria Van Dorp, estableci na Aruba desde 1967 y cu su 19 filiaalnan di De Wit & Van Dorp te ainda ta e unico libreria cu ta organisa encuentronan cu nos autornan. Gobierno tambe por tin un rol pa cu stimula lesamento y literatura. Por reduci e BBO riba prijsnan di buki y revistanan, asina cu e prijs den libreria tambe ta bira mas barata. Si den añanan 80 un famia na Aruba tabata saca un promedio di $150 pa cumpra buki/revistanan pa aña, ultimamente esaki no tabata e caso mas. Manera indica e librerianan ta cambiando nan interior pa por acomoda e cliente. Si antes un libreria tabata un luga pa hobennan sconde p’e awacero, awendia e mester bira un luga caminda escritornan, poetanan, lectornan, maestronan, studiantenan, artistanan y recensista/columnista ta topa otro. Topa otro pa papia riba desaroyonan y literatura.

Festival di literatura
Na Aruba nos ta conoci cu e anual Luna di Cultura, na unda ta tene yen di actividad riba tereno literario. Banda di esei tin e actividad di Winternachten/Crusa Laman, unda ta cera conoci cu autornan di otro paisnan. Sinembargo na Aruba mes no conoce un festival di literatura. Un festival como podio pa e autornan local lansa nan obranan nobo y deleita e publico cu nan poemanan. Esaki ta un manera tambe pa stimula e produccion local. Si den e Aña Cultural nos por a wak casi binti buki a keda publica, den e aña despues nos por a mira e cantidad aki cai atrobe. Tin suficiente organisacion pa carga e trabounan, sinembargo mester fiha bon e rumbo y maneho cu tei hiba.

Boekhandel als ontmoetingsplek voor schrijvers en kunstenaars

door Quito Nicolaas

In de boekenwereld heeft de kredietcrisis eveneens haar gevolgen gehad, dat o.a. Boekhandel Mariska onlangs falliet werd verklaard. Met z’n 19 filialen verspreid over Aruba is Boekhandel Van Dorp/De Wit Stores de grootste boekhandel op het eiland. Inspelen op de marktontwikkelingen is hierbij van cruciaal belang geweest. Bij het verder stimuleren van de lokale literatuur kan een boekhandel een belangrijke rol spelen. Was een boekhandel vroeger een schuilplaats voor scholieren, tegenwoordig moet het meer een ontmoetingsplaats zijn voor schrijvers, dichters, recensenten, lezers, leerkrachten, denkers, kunstenaars, journalisten en programmamakers. Vandaag het slotdeel van ons gesprek met Nico Luydens.


Wat doet Boekhandel van Dorp nog meer aan boekenpromotie?

Ook met de nationale feestdagen zoals Dia di Betico, 18 di maart en op Koninginnedag worden speciale activiteiten georganiseerd. De lokale auteurs worden uitgenodigd om een boekenkraam te bemensen en hun boeken te verkopen. Daarnaast hebben we op 20 maart een dergelijke activiteit in verband met de Internationale Gedichtendag. Verschillende dichters worden dan uitgenodigd om hieraan mee te doen.

De boekenprijzen op Aruba zijn vrij duur, met name die uit het buitenland. En dat geldt ook voor tijdschriften. Waarom is er geen gezamenlijk inkoopcentrale voor alle boekhandels met de mogelijkheid van bulkkorting en een besparing op de transportkosten?

In het verleden was er zo’n inkoopcentrale, in de tijd dat er een Vereniging van boekhandels op Aruba nog bestond. Maar het had nooit gefunctioneerd.


Hetzelfde geldt voor gezamenlijke advertenties in de dagbladen voor pas verschenen boeken van locale auteurs?

Jammer genoeg, werkt dit niet. Onze boekhandel bestelt gemiddeld zo’n 30 -50 exemplaren bij een recent verschenen boek. Dit in verband met bijv. een signeersessie of boekenpromotie. Andere boekhandels bestellen hooguit 6 exemplaren. Er is met andere woorden geen evenredigheid qua bestelling. En dit bemoeilijkt om tot een redelijke verdeling van de kostente komen als het om boekenpromotie gaat.

Kun je spreken van een hausse als het gaat om Papiamentstalige literatuur?

Ja, er is zeker sprake van een opgang. Vaak wordt de lokale literatuur aangeschaft om naar familieleden in het buitenland op te sturen. Met name met de jaarwisseling wordt er veel gekocht. Opmerkelijk is dat men veelal is begonnen met het verzamelen van Arubaanse literatuur. Alles wat op de boekenmarkt verschijnt wordt meteen gekocht.

De markt voor kinderboeken is verzadigd. Hoe staat het met de jeugdliteratuur?

Ik vind dat er veel meer gedaan moet worden om de leescultuur op Aruba te bevorderen. Er moet veel meer boeken voor de leeftijdsgroep 13 -18 jr. vertaald of uitgegeven worden. Dus voor de categorie tieners. In dat opzicht is er weinig jeugdliteratuur. Alle auteurs richten zich op de markt voor kinderen en volwassenen.

Wat zou nog meer gedaan kunnen worden om de leescultuur te bevorderen?

Alle leesbevorderingactiviteiten zijn nu gericht op de kleuters. Het kind wordt van jongsaf aan gestimuleerd om te lezen. Het kind ontwikkelt een leesgedrag, maar op een bepaalde leeftijd is er dan geen lectuur in het Papiaments voor zo’n kind. Ik doel hier opnieuw op de jeugdliteratuur. Daarentegen heb ik wel boeken voor alle leeftijden in het Nederlands. Dus op dat vlak heeft of ervaart het kind geen gap. Instellingen moeten veel meer gedurende het gehele jaar organiseren en zich niet alleen concentreren tijdens de Kinderboekenweek.

Welke rol kunnen Arubaanse dagbladen spelen, zodat lokale auteurs meer worden verkocht?

De lokale dagbladen zouden een belangrijke rol kunnen spelen in het stimuleren van een leescultuur. Maar ook om onze lokale auteurs een steun in de rug te geven. Men zou bijv. met een weekend-bijlage moeten komen - vergelijkbaar met de Ñapa van de Amigo – waarin de Papiamentstalige literatuur centraal staat.

Het eerste deel van het interview met Nico Luydens verscheen in Caribisch uitzicht op 10 maart 2010.

woensdag 17 maart 2010

Opening CBK Zuidoost 1 april a.s.

Uitnodiging: Opening CBK Zuidoost donderdag 1 april 2010
U bent van harte uitgenodigd om op donderdag 1 april vanaf 16.00 uur de feestelijke opening van het nieuwe onderkomen van het Centrum Beeldende Kunst Zuidoost aan het Anton de Komplein 120 bij te wonen.

Openingsprogrammering
Première Do the Bijlmershake een film van Olivia Glebbeek & Evelien Krijl
- De Politiekapel van Suriname tentoonstelling van Sara Blokland
- Educatie in actie: The OSBshake door leerlingen van OSG Bijlmer en Olivia Glebbeek & Evelien Krijl
- Goesting presentatie van bijzondere werken en nieuwe aanwinsten in de kunstuitleen
- Beelden in de Binnentuin: driedimensionaal werk van Barbara Kluiver, Else Ringnalda en Jikke van Loon

Uitgebreide informatie over het programma: www.cbkzuidoost.nl

Tot ziens op 1 april
Anton de Komplein 120 1102 DR Amsterdam Zuidoost Tel. 020-25 25 401

dinsdag 16 maart 2010

Anton de Kom | z'n uitgever | z'n ontwerper

Na lezing van Wij slaven van Suriname (afb. # 1) van Anton de Kom en diens Biografie door Boots & Woortman was ik geïntrigeerd door de figuur van Gilles Pieter de Neve, uitgever, oprichter en directeur van Uitgeverij Contact te Amsterdam, die het anno 1934 heeft aangedurfd een zo controversiëel boek van zo’n controversiële auteur te publiceren.



(afbeelding # 1, omslag 1985 t/m heden)

Gilles Pieter de Neve
Gilles Pieter de Neve (1904-1973) is vernoemd naar zijn grootvader, Luitenant Generaal Gilles Pieter de Neve, officier van het Koninklijk Nederlandsch- Indisch Leger (KNIL) en van 1875–1879 commandant van het KNIL, Ridder en Officier in de Militaire Willemsorde. Hij was een neef van Eddy de Neve, bekend Nederlands voetballer, die deel uitmaakte van het eerste nationale voetbalteam, dat in 1905 de wedstrijd tegen België won met 4–1 door vier goals van De Neve. In 1938 publiceerde Eddy de Neve bij gelegenheid van Nederlandsch Oost-Indië’s deelname aan de FIFA Worldcup van dat jaar zijn memoires, getiteld Koning Voetbal.

Uitgeverij De Baanbreker
In 1930 maakt Gilles de Neve met zijn uitgeverij ‘De Baanbreker’ een vliegende start met de publicatie van de Baanbrekerskalender. Het was de eerste uitgave van de dan 25-jarige Gilles de Neve, die kort daarvoor was gestopt met zijn rechtenstudie en die in 1927 militaire dienst had geweigerd, kennelijk uit de behoefte zich af te zetten tegen zijn traditioneel burgerlijk milieu. Deze weekkalender was een stevig politiek manifest en met z’n politieke prenten, fragmenten uit boeken, toespraken, foto’s, stukken over film, van meestal socialistische kunstenaars, onder wie George Grosz, Henriette Roland Holst, J.J.P. Oud en Gerrit Rietveld, direct typerend voor de signatuur van de uitgeverij. "Revolutionair" noemde Just Havelaar de kalender in zijn bespreking in Het Vaderland, en hij prees de manier waarop men de tijdgeest had weten vast te leggen.

(afbeelding # 2, de in Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur weergegeven boekband)

Uitgeverij Contact
“Er bleek geld te verdienen aan het socialisme”, zo schrijft Toef Jaeger in Uitgeverij Contact’s jubileumuitgave 1933-2008 Een kleine geschiedenis, die mij door de uitgever welwillend is toegestuurd en waarvan ik hier dankbaar gebruik heb gemaakt. Wanneer De Neve op 2 oktober 1933 naar het Handelsregister stapt om de naam ‘De Baanbreker’ officieel te laten wijzigen in ‘Contact‘, omdat die naam beter paste bij zijn internationale aspiraties dan ‘De Baanbreker’, bedraagt het kapitaal Nf 5.000,00. Op dat moment was Uitgeverij ‘Contact’ een feit. In 1935 komt Chris Blom erbij, aanvankelijk als vertegenwoordiger, vanaf 1937 als mededirecteur, hetgeen hij zou blijven tot 1973, toen de uitgeverij geruisloos opging in het Kluwer-concern. Ondanks beider burgerlijke afkomst waren zowel De Neve als Blom politiek van uitgesproken linkse signatuur.

Met Blom werd ook het tijdschrift Het Fundament binnengehaald, een voortzettig van het jongerentijdschrift De Jonge Gids, dat Blom in 1927 had opgericht. Vanaf nu werd het door Contact uitgegeven. Het was een "onafhankelijk blad voor politiek, economie, cultuur en literatuur". Soms werd aan deze ondertitel nog toegevoegd "documentair principieel-anti-militaristisch" (1934-1935). De verantwoording van de eerste jaargang is helder wat inzet en bedoeling betreft. Wèg met de romantische kunstzinnigheid, wèg met de Tachtigers, wèg met wie het louter om vormgeving van emoties te doen is. In plaats daarvan een flink pleidooi voor schrijven met het oog op een betere maatschappij.

(afbeelding # 3, het in Geschiedenis van Suriname Van stam tot staat afgedrukte boekband met stofomslag)

Linkse signatuur en anti-fascistisch karakter
De uitgeverij had een openlijk anti-fascistisch karakter, hetgeen duidelijk wordt geïllustreerd door haar uitgaven, zoals de roman Partij remise van Jef Last, Het gemeenschapshuis voor werkeloozen van Jacq. Engels, Tien miljoen kinderen van Erika Mann, Konrad Heidens biografie Adolf Hitler en Ernst Toller’s biografie Ik was een Duitscher. Het zijn allemaal boeken waarin wordt gewaarschuwd voor het gevaar uit het oosten, en van de meeste van dezen werden de oplages in 1940 na de inval van de Duitsers door De Neve uit voorzorg vernietigd.

Contact was vóór de 2e wereldoorlog ook in linkse kringen niet onomstreden, waar elke schijn van gematigdheid in die tijd als een zwakte werd beschouwd door een nóg linksere kring. De publicatiegeschiedenis van Anton de Kom’s boek Wij slaven van Suriname is daarvan een mooi voorbeeld. De Kom had enkele stukken van zijn boek in wording gepubliceerd in Links richten, en die waren flink geredigeerd, namelijk nóg radicaler gemaakt.


(afbeelding # 4, foto door Piet Zwart zoals die op het stofomslag van 1934 is verwerkt)

De lancering van Wij slaven van Suriname
Toen De Kom’s boek na veel gedoe in 1934 bij Contact verscheen, waren hij en De Neve van de oorspronkelijke versie uitgegaan, die iets minder expliciet politiek was gekleurd. Het resultaat was dat Wij slaven van Suriname in het vakblad De Uitgever werd aangehaald als een voorbeeld van lafhartigheid. Het voorwoord was ook niet handig geformuleerd. Daarin stond dat in verband met de opmerkzaamheid van zekere zijde voor dit boek betoond de uitgever het noodzakelijk had gevonden om in overleg met de schrijver enkele wijzigingen aan te brengen "ten einde de ongestoorde verspreiding van het werk te verzekeren".

Censuur!, aldus De Uitgever. Het beginsel van persvrijheid zou zijn aangetast, terwijl er slechts zelfcensuur was toegepast, en Contact was “moeizaam bezig de grondbeginselen overboord te gooien”. Het was niet terecht, maar het tekent het klimaat van die tijd.

(afbeelding # 5, door Piet Zwart bewerkte foto, volgens Pattler voor het omslag bedoeld)

De boekomslagen van Wij slaven van Suriname
Het omslag van de jongste, 12e druk, van Wij slaven van Suriname geeft jammer genoeg geen blijk van enige fantasie bij de huidige uitgever. Om te beginnen blijken alle drukken sinds 1985 een en hetzelfde omslag te hebben, een ontwerp van Wim ten Brinke, die daarbij gebruik heeft gemaakt van afbeeldingen uit P.J. Benoit, Reis door Suriname (1938), slaven en kooplui. Een romantisch plaatje, dat in de verste verte geen verband heeft met en geen recht doet aan de (dikwijls gruwelijke) inhoud van het boek, anders dan dat alle daarop figurerende personen zwart zijn.


(afbeelding # 6, boekband Piet Zwart Vormingenieur)

Daarom ben ik op zoek gegaan naar de omslagen van alle twaalf drukken, maar daarmee ben ik nauwelijks verder gekomen. Van Uitgeverij Contact kreeg ik het bericht dat zij geen afbeeldingen (meer) kunnen produceren van alle omslagen doorheen de tijd, en verder dat sinds 1985 het omslag ongewijzigd is gebleven. Nu kende ik twee afbeeldingen van een afwijkend omslag, te weten het in Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse Literatuur (afb. # 2) weergegeven boekomslag, en het in Eveline Bakker e.a., Geschiedenis van Suriname Van stam tot staat (afb. # 3), afgedrukte boekomslag. Aangezien bij Van Kempen staat vermeld dat het de 1e druk betreft en bij Bakker niets daarover, en in de wetenschap dat er voor de oorlog slechts één druk van het boek is verschenen, heb ik Van Kempen om informatie gevraagd, die mij snel uit de droom hielp: de afbeelding in zijn boek is er een van de boekband, die in Bakker’s boek is er een van het boek mét stofomslag (dat volgens Van Kempen hoogst zeldzaam schijnt te zijn).


(afbeelding # 7, brochure voor NKF)

Laatste probleem: Piet Zwart?
Rest mij nog een laatste probleem, namelijk wie was de ontwerper van boekband en stofomslag uit 1934? In de Biografie van Boots & Woortman zijn twee foto’s aan te treffen die het vermoeden doen rijzen dat de typograaf Piet Zwart de ontwerper zou zijn geweest. Dat zijn: “foto van Piet Zwart zoals die op het boekomslag van 1934 is verschenen” (afb. # 4) en “door Piet Zwart bewerkte foto, volgens Pattler voor het omslag bedoeld” (afb. # 5).


(afbeelding # 8, vierkant en plat draad, NKF)

Piet Zwart (1885-1977) (afb. # 6), van origine architect, werkte onder andere voor de architecten Jan Wils (o.a. Olympisch Stadion, Amsterdam) en Berlage (o.a. de Beurs van Berlage) voordat hij overschakelde naar fotografie, typografie en industriëel ontwerp en zodoende een pionier werd van de moderne of elementaire typografie. Hij verliet de traditionele typografische regels, en gebruikte in zijn commerciéle werk de basisprincipes van het constructivisme en van ‘De Stijl’. Zijn werk kenmerkt zich door het gebruik van primaire kleuren, geometrische vormen, herhaalde woord-patronen en een vroeg gebruik van fotomontage. Als ontwerper werd Zwart wereldberoemd door zijn werk voor de Nederlandsche Kabel Fabriek (NKF) Delft (afb. # 7, 8 en 9) en de Nederlandse Post Telegraaf & Telefoon (PTT) (afb. # 10). Hij haalde de typografie ùit de 19e eeuw en schiep ontwerpen in lijn met bewegingen als DaDa, De Stijl, Futurisme en de nieuwe industriële eeuw van Europa.

(afbeelding # 9, zagen boren vijlen)

Helaas kon de uitgeverij mij ook geen uitsluitsel geven of Piet Zwart inderdaad boekband en stofomslag van de 1e druk heeft ontworpen. Of het verdere ontwerp van stofomslag en boekband ook van Zwart zijn, blijft voor mij vooralsnog ongewis. Informatie bij het Surinaams Museum in Paramaribo leerde mij dat zij een 1e druk in hun bibliotheek hebben, dus ben ik blij gestemd daarheen getogen om dan eindelijk een 1e druk in ogenschouw te mogen nemen.

Het was een plechtig moment waarop de bibliothecaresse –met witte handschoenen– mij het boek overhandigde, maar al gauw werd het een ontgoocheling, want het boek zag er niet uit. Gestoken in een povere kunststofband ter vervanging van de originele band, en al helemaal zonder stofomslag, had het voor mij inmiddels magische boek elke allure verloren. Het bleek deel II in de serie Mensch en Maatschappij te zijn, ingenaaid Nf 1,90, gebonden Nf 2,50.

Bij de titelpagina was een fragment ingelegd van wat waarschijnlijk het stofomslag moet zijn geweest, mét de foto van Piet Zwart (afb. # 4), maar het miste de kracht van afbeelding # 3, waarvan ik nu dus moet betwijfelen of het wel het stofomslag is geweest. Ook aan de binnenkant van het boek was hieromtrent geen enkele informatie te vinden. Ik vrees dat Piet Zwart er –behoudens die foto– helemaal niet meer aan te pas is gekomen, want ook de tekst, het zetwerk, was hooguit door een ‘zetter met enig gevoel’ uitgevoerd, maar een echte typograaf heeft het boek moeten ontberen. Jammer.



(afbeelding # 10, Het boek van PTT, 1938)