zaterdag 30 januari 2010

Journeys through the Black Atlantic

Afro-Modern: Journeys through the Black Atlantic

Friday, 29th January 2010 - Sunday, 25th April 2010 in the Tate, Liverpool UK.


This major exhibition, inspired by Paul Gilroy's seminal book The Black Atlantic: Modernity and Double Consciousness (1993), identifies a hybrid culture that spans the Atlantic, connecting Africa, North and South America, The Caribbean and Europe. The exhibition is the first to trace in depth the impact of Black Atlantic culture on Modernism and will reveal how black artists and intellectuals have played a central role in the formation of Modernism from the early twentieth century to today.


Renee Cox: River Queen,
from Queen Nanny of the Maroons 2004

From the influences of African art on the Modernist forms of artists like Picasso, to the work of contemporary artists such as Kara Walker, Ellen Gallagher and Chris Ofili, the exhibition will map out visual and cultural hybridity in modern and contemporary art that has arisen from the journeys made by people of Black African descent.Divided into seven chronological chapters, from early twentieth century avant-garde movements such as the Harlem Renaissance to current debates around 'Post-Black' art, this exhibition opens up an alternative transatlantic reading of Modernism and its impact on contemporary culture for a new generation.



Pablo Picasso, Bust of a Woman, 1909, Oil on canvas

One of the most controversial artist at the exibition is photographer mixed-media artist Renee Cox. She is known for her remake of Leonardo Da Vinci's Last Supper with a nude Cox sitting in for Jesus Christ, surrounded by all black disciples, except for Judas who was white. In 2001 some Roman Catholics and former mayor Rudy Giuliani were not amused.



[overgenomen van de blog Afro-Europe]

Voor meer informatie over deze expositie klik hier

Printstraat goed nieuws?

Een persbericht van de Stichting Auteursdomein, dd. 27 januari 2010 luidt:

Printstraat Centraal Boekhuis is goed nieuws

Dieptepunt in verkorting van levensduur boek gepasseerd


Centraal Boekhuis, Scan Laser, Euradius en Océ gaan samenwerken in de opzet van een on-demand printlijn bij het Centraal Boekhuis. Stichting Auteursdomein signaleert dit als een trendbreuk in ruim tien jaar verkorting van de levensduur van het boek. Ze verwacht dat de lijn vanaf nu geleidelijk zal worden omgebogen naar permanente leverbaarheid.

Tot zover het persbericht, dat hier helemaal te lezen is.

Deze ontwikkeling kan inderdaad betekenen dat boeken een onbeperkte looptijd gaan hebben, en dus niet langer na drie jaar (en vaak zelfs veel korter!) door de uitgeverij uit de handel wordt gehaald. Of dit ook goed nieuws is voor de printing on demand-"uitgeverijen" (waar nogal wat van de mindere goden in de Surinaamse en Antilliaanse letteren hun boeken onderbrengen) is nog maar de vraag. Zij leveren boeken altijd zelf rechtstreeks na een bestelling en zullen bij levering via het Centraal Boekhuis extra onkosten moeten gaan maken.

Verder moet worden afgewacht of uitgeverijen van literatuur deze ontwikkeling zullen aangrijpen om ook de wat moeilijkere titels (dichtbundels, toneelteksten) nu in hun catalogi zullen willen opnemen; een oplage van duizenden is immers niet meer noodzakelijk. Groot nadeel zal dan blijven dat dit soort boeken al helemaal nooit meer in de boekhandels terechtkomt, en dus nooit "spontaan" de boekenkopers onder ogen komen. Alleen wie van het bestaan van een titel weet heeft, zal die ook bestellen.

De trend wijst overigens de andere kant op: mede door de crisis bepalen uitgeverijen zich juist tot minder titels in hun aanbiedingscatalogi, zodat die beter in de markt worden gezet. Zie bijvoorbeeld de laatste catalogus van uitgeverij De Geus. Een betere marketing voor minder titels betekent dus meer Henning Mankell, meer Dave Eggers, meer Kader Abdolah, meer Robert Vuijsje, Heleen van Royen enz., en minder --- vult u zelf maar in.

Stichting Uitgeverij Auteursdomein
Keizersgracht 16 sous
1015 CP Amsterdam
Tel. 020-6252688


Illustratie rechts boven: Thomas Allen

.
Nog wat extra informatie, door Peter Luit van Nederlands Media Netwerk, dd. 3 februari 2010:

Het Centraal Boekhuis zit niet stil. Al eerder opperde directeur Hans Willem Cortenraad de distributie van eBooks in Nederland op zich te willen nemen. Maar hij gokt niet alleen op digitaal, hij lanceerde onlangs ook een print-productie unit in samenwerking met Océ, Euradius en Scan Laser.
De redenen zijn indrukwekkend. Van de in Nederland uitgebrachte boekentitels blijkt dat van 40% nog geen drie exemplaren worden verkocht. Schokkend cijfer, terwijl de boekenmarkt doorgaans weinig last heeft van economische bewegingen. De overige 60% moet het dan kennelijk heel goed doen.Per jaar wordt er ter waarde van 5,7 miljoen euro aan boeken afgeschreven. Het Centraal Boekhuis is de belangrijkste distributeur in ons land tussen uitgevers en de reguliere boekhandel. Het terugdringen van deze ‘verwaarlozing’ kan middels digital printing worden gerealiseerd. Het CB noemt het project Boek op Verzoek. Uiteraard zou met on-demand printing een totaal nieuwe logistiek opgezet kunnen worden. Maar het CB spreekt over het ‘geïntegreerd’ meelopen in de bestaande logsitiek. Persoonlijk zou ik de on-demand boeken direct per post versturen naar de besteller om de snelheid nog verder te bevorderen.
Euradius is met Printforce zeer ervaren in het digitaal produceren van single copies en kleine oplages van wetenschappelijke boeken en tijdschriften. Ook Scan Laser is, als één van de leveranciers van het huidige ‘Boek op Verzoek’ programma, gespecialiseerd in professionele printing on demand. Océ levert als een van ’s werelds grootste printerleveranciers de systemen en software voor het printwerk.
Eind 2008 opperde Cortenraad al in te zijn voor een distributierol op het gebied van eBooks in ons land. Begin vorig voorjaar is men ook daadwerkelijk van start gegaan. In workshops met uitgevers en boekhandelaren wil Cortenraad het juiste model opzetten op korte termijn enkele duizenden titels in de digitaale voorraad opnemen.
Met beide ontwikkelingen hoopt het CB haar leidende rol te behouden in het boekensegment. Cortenraad is overigens niet bang dat het grote magazijn in Culemborg op korte termijn haar functie zal verliezen. De markt voor gewone gedrukte boeken is in ons land voorlopig nog groot genoeg.

vrijdag 29 januari 2010

Boodschappen en ingevingen

De info van Schrijversgroep '77 meldt dat van de bekende atleet Glenn Pinas onlangs de gedichtenbundel Elk blad hangt aan een tak verscheen. Citaat: "Op de achterflap van het boek wordt vermeld dat Pinas Frans, Spaans en bouwkundig tekenen heeft gestudeerd op Cuba. Momenteel is hij werkzaam in Nederland als tekenaar. Vanaf 2006 ontvangt Pinas boodschappen en ingevingen." Van wie die ingevingen komen of voor wie Pinas boodschappen moet doen, meldt de info van de Schrijversgroep niet.

Clark Accord tien jaar

Van 3 tot en met 6 maart is in Nederland de voorstelling De koningin van Paramaribo te zien. Met de muziektheatervoorstelling die het levensverhaal vertelt van Maxi Linder, viert Clark Accord zijn 10-jarig schrijverschap. De hoofdrol wordt vertolkt door Sarina Voorn (o.a. backing Ruth Jacott). Ze wordt ondersteund door Anousha Nzume ( song teksten), Maria No en Zosja el Rhazi. Wie de schrijver wil ontmoeten, moet naar de zesde naar de voorstelling. Na afloop viert hij zijn verjaardag met een hapje en een drankje en muziek van DJ Roylistic. Kaarten zijn beperkt dus, bestel snel hier

Uitermate geschikt voor wachtkamer houdende instellingen

Expressions is een door Surinamers in Nederland uitgegeven glossy lifestyle-magazine voor de kleurrijke samenleving dat tweemaandelijks verschijnt, waarin talrijke onderwerpen in tekst en veel foto’s en andere illustraties de revue passeren. Veel onderwerpen die de Nederlandse multiculturele samenleving betreffen maar ook items over Suriname en de Antillen komen aan bod, zoals de rubriek Exotic living, waarin mooie huizen en hun bewoners in Paramaribo worden geportretteerd, maar ook Haar & Beauty, Mode, Reizen, Gezondheid, Culinair en nog veel meer.

Expressions is in Nederland verkrijgbaar bij tijdschriftkiosken en in Suriname in de beter gesorteeerde boekhandel, maar ook op andere verkooppunten z.a. Vaco, Icana in hotel Torarica, bij Choi’s en Best supermarkets.

Per januari 2010 is mw. Seema Gonsalves-Rajkumar belast met de verkoop en distributie van Expressions in Suriname. Tel.: 855 76 29; e-mail: seemag81@gmail.com. Adres: Poseidonstraat 71 in Paramaribo-Noord.

Abonneren
Per januari 2010 is het ook in Suriname mogelijk je op Expressions te abonneren.
D.w.z. vanaf nummer 43 van december/januari 2010. Kosten: Srd. 20 tot aan huis bezorgd in het stadsdistrict Paramaribo. Het enige wat u daarvoor hoeft te doen is bellen of mailen naar Seema en Srd. 120 (voor 6 nummers) overmaken naar DSB-Bank rekeningnummer 52 11 816. (Losse nummers kosten in Nederland € 4,95 per stuk!)
Een ophaalabonnement kan ook ad. Srd. 17. U wordt dan telkens opgebeld zodra u de nieuwe Expressions zelf kan ophalen a/d Poseidonstraat.

Losse exemplaren
Juist omdat Expressions vooral niet tijdsgebonden van aard is blijft het interessant zgn. oude nummers aan te schaffen. Dit kan nu voor slechts Srd. 5 per stuk.

Expressions 1 t/m 27
Ook kunt u voor slechts Srd. 50 een stapel van 16 Expressions t/m april/mei 2007 bestellen. Er zijn hiervan nog 25 stapels in voorraad. Uitermate geschikt voor wachtkamer houdende instellingen zoals van (tand)artsen, advocaten en notarissen.

Expressions 28 t/m 42
Dit betreft 13 van de meest recente nummers van Expressions t/m oktober/november 2009.
Deze stapels kosten Srd. 100 per stuk.

Voor meer informatie, abonnementen en bestellingen van oude, meer recente of losse exemplaren kunt u bellen of mailen naar Seema Gonsalves of naar Ricardo E. Meyer (86 76 395 of rmeyer@parbo.net)

.

donderdag 28 januari 2010

De methode Naipaul

Een middag in het centrum van Mumbai. Smog, uitlaatgassen, wild blaffende claxons. Ik zit opgevouwen op de achterbank van een taxi. Twee andere passagiers zitten naast mij. Bij iedere hobbel in het wegdek schampt mijn hoofd tegen het dak. Mijn benen lijken ingebouwd in de stoel voor mij. Alleen mijn linkerarm heeft enige bewegingsvrijheid. Hij steekt door het open raam naar buiten.

Als we bij een verkeerslicht halt houden, steekt door het andere achterraam plotsklaps een onderarm naar binnen. Als een magneet worden mijn ogen naar het uiteinde ervan getrokken. Een klomp verbrand vlees. Zwart geblakerd en bij de pols overwoekerd met strakgespannen rode blaren. Met moeite kan ik twee vingers onderscheiden Bijna organisch zijn ze met elkaar verkleefd. Ze herinneren mij vagelijk aan het lichaamsdeel dat ooit aan de onderarm bevestigd moet hebben gezeten. De bezitster van de vleselijke resten brengt een zacht klagend geluid voort. Een smeekbede om geld.

Tegenstrijdige gevoelens en gedachten maken zich van mij meester. Mededogen, begrip en genegenheid. Maar evenzeer irritatie, afkeer en wantrouwen. Beelden uit Slumdog Millionaire trekken aan mij voorbij. Scènes waarin volwassenen figureren die straatkinderen ronselen en hen opdragen om voorbijgangers geld uit de zak te kloppen. Inspelend op het medeleven van hun klandizie verminken zij de weerloze kinderen om de opbrengsten van hun bedelpraktijken te vergroten. Heeft deze vrouw haar toevlucht genomen tot een soortgelijke handeling om de gulheid van argeloze westerlingen af te dwingen?
.


Ik voel mij geblokkeerd in mijn handelen en verstrikt in mijn denken. Laat ik mij leiden door verstand en nuchtere berekening of ben ik bezig mij als een laffe rat aan mijn verantwoordelijkheden te onttrekken? Als de taxi weer optrekt, heeft geen van de inzittenen de smeekbede van de vrouw verhoord. Op onze bestemming aangekomen, vernemen we dat de chauffeur ons bij het afrekenen onbarmhartig heeft getild. Straf voor het weigeren van een uitgestoken hand? Afkoopsom voor een morele schuld?

V.S. Naipaul schreef ooit dat observaties van buitenstaanders over armoede in India zonder enige waarde zijn. Het zijn platitudes zonder betekenis, die steeds in dezelfde bewoordingen worden geuit. Ze onthullen weinig over de gevoeligheid van de waarnemer, maar verraden vooral zijn beperkte blik. De buitenstaander ziet het voor de hand liggende, maar heeft geen oog voor het omringende en voor het detail. In India moet je volgens Naipaul het voor de hand liggende negeren en dingen scheiden van mensen om van het onaangename te kunnen herstellen en zelfrespect te kunnen koesteren.

Een succesvol recept voor mentaal overleven? Dat moet worden betwijfeld. Naipaul zelf had drie boeken nodig om zijn verhouding tot India te kunnen bepalen. Werken waarin het weinig benijdenswaardige lot van de massa een terugkerend punt van aandacht is. Kennelijk zette de auteur zich toch niet zo gemakkelijk over het Indiase miljoenenleed heen. Maar toegegeven: bij het behandelen van dit thema is zijn observatievermogen ongeëvenaard. Zijn onblusbare nieuwsgierigheid brengt hem ertoe voorbij de mensen en achter de dingen te kijken. Hij neemt waar en rapporteert, maar hoedt zich voor iedere vorm van engagement.

En ikzelf? Het beeld van de uitgestoken stomp is scherpomlijnd en blijft ongemakkelijk stemmen. Zwart verbrande hand, onbruikbaar geworden, onbruikbaar gemaakt, het doet er niet toe. De kwetsuren vormen een stigma dat niet kan worden geheeld. Een merkteken van beschadigd leven, dat Mumbai in duizelingwekkende aantallen bevolkt en het zelfrespect van buitenstaanders op de proef stelt. De methode Naipaul schiet hier tekort.

Warrelwind

[Gedichtendag vandaag, dus laat ik mijn poëziedebuut dan maar eens maken.]


Warrelwind


Achter het oranje gordijn is het lichter dan normaal
daar ligt een sneeuwpak dat ik van hieraf niet kan zien
ik prent het in mijn hoofd bij eenentwintig graden
en is het waar dan druk ik er mijn tenen in
dan tintelt vrieskou aan mijn huid en met tegenzin
word ik gewaar dat die wereld waar ik tegenin
wil gaan, mij links en rechts voorbijraast
en met bevroren tenen in mijn fantasie laat staan.
Zo ben ik ook met jou gegaan,
jouw haren al even zacht oranje als dit gordijn
lieten veel vermoeden in mijn hoofd.
En al kan je mond dan eindeloos herhalen
ik heb je niets beloofd dat verder lag
dan één tik van de secondenwijzer, ik drukte
toch jouw spoor, en heb daarmee mezelf beroofd
van tintelingen buiten, en weet dat radiatorijzer
hier binnen nooit die warmte meer bereikt.
Nu stap ik naakt uit bed en open het gordijn
en zie het land gespannen onder witte lakens
en vraag me af of ik veel bakens heb gemist,
en of er nog verdwijnen, en hoe ik hier vandaan kom,
en over welke wegen, en of er veel bij deze witheid valt te vegen.
Veeg ik jouw haargordijn opzij, dan zie ik
een landschap gewelddadig mooi, leeg en rauw,
met doornen die draden trekken uit kostuums,
nu eens lieflijk glooiend, dan weer ruw en rotsig,
een land dat nauwelijks menselijkheid verdraagt
maar wel de wereld waarmee jij igama je verstaat.
Ik zie een labyrint dat achterwaarts beweegt
en waar jij met lange tenen sporen trekt,
een draad uitrolt, aan duizend stukken knipt
en daarmee droeve snipperregens wekt.
Ik krijg geen toegang tot dat land van kraaienpoten
en scheer me weg, de duikvlucht van een meeuw
ik druk mijn tenen werktuiglijk in de sneeuw
en gooi met grote halen witte vlokken in de lucht.
Maar de wind die hen doet dalen is van jou
en warrelt in mijn oor: waar dwaal je nou?



.

Een sjtetl in de tropen

Het boek Een sjtetl in de tropen. De Asjkenazische gemeenschap op Curaçao van Jeannette van Ditzhuijzen wordt op 9 februari in Curaçao gepresenteerd aan gouverneur Frits Goedgedrag, en op 18 februari van 17.00-19.00 uur in het Joods Historisch Museum, Nieuwe Amstelstraat 1, Amsterdam, waar Gevolmachtigd Minister van de Antillen, Dhr. Van der Plank, het boek in ontvangst zal nemen. Van Ditzhuijzen schetst in het boek een levendig beeld van de emigratie van Asjkenazische joden uit vooral Polen en Roemenië naar Curaçao vanaf de jaren twintig.

Veel Joden ontvluchtten toen de armoede en het antisemitisme in het oosten van Europa. Eigenlijk wilden ze naar Amerika, maar de toegang tot dat land werd door quotaregelingen bemoeilijkt. Vanaf 1926 kwamen Asjkenazische Joden, vooral afkomstig uit toenmalig Polen en Roemenië, aan op Curaçao. Zij werden door hun Sefardische geloofsgenoten aanvankelijk niet met open armen ontvangen. Desondanks hadden ze zich binnen vijftien jaar een stevige economische positie op het eiland verworven. Vooral de jaren na de Tweede Wereldoorlog vormden de hoogtijdagen van de Asjkenazische gemeenschap op Curaçao. Ze bezaten inmiddels de meerderheid van de winkels in Punda en hadden onderling een zeer hechte band. Het tropische Curaçao leek in bepaalde opzichten op een kleine sjtetl: een Oost-Europese stad waar veel, soms zelfs uitsluitend Joden wonen. In de loop der jaren zijn veel Asjkenazische Joden weer vertrokken. Tegenwoordig wonen nog maar iets meer dan honderd Asjkenaziem op het eiland. Maar allemaal herinneren ze zich nog het sjtetl-gevoel uit de tweede helft van de twintigste eeuw, dat Jeannette van Ditzhuijzen in Een sjtetl in de tropen heeft opgetekend, aan de hand van vele interviews en uitvoerig archiefonderzoek. Het boek is rijk geïllustreerd.

De Joodse begraafplaats Beth Chaim op Curaçao
Foto @: Michiel van Kempen

Auteur
Jeannette van Ditzhuijzen woonde van 1990 tot 1994 op Curaçao waar ze bij de Amigoe werkte. Sindsdien komt zij regelmatig terug om voor Nederlandse kranten en tijdschriften over Curaçao te schrijven. Ze schreef daarnaast diverse boeken over Curaçao en de andere Antillen. Van Ditzhuijzen woont in Almelo en werkt als freelance journalist.

Een sjtetl in de tropen. De Asjkenazische gemeenschap op Curaçao, door Jeannette van Ditzhuijzen; uitgegeven door KIT Publishers, in samenwerking met het Joods Historisch Museum, Amsterdam.
ISBN 9789460220449; € 24,50

Hervonden? Waar?

Jammer dat ik als expat er niet bij kan zijn in De Balie in Amsterdam als Anton de Kom er straks gaat worden geëerd als ‘hervonden held’.

Niet zo lang geleden, direct na het verschijnen ervan, heb ik de biografie van Anton de Kom ‘met rode oortjes’ gelezen, waarover ik op Caraïbisch uitzicht verslag heb gedaan met als epitheton ornans: “een monumentaal boek”. Daarbij heb ik echter ook de kanttekening geplaatst dat De Kom in Suriname nog lang niet de erkenning heeft gekregen die hij verdient.


Portret van Anton de Kom, geschilderd door F. Elstak, afbeelding uit de biografie.

Dat is dan ook de reden dat ik verbaasd ben over –en het niet eens ben met– het epitheton ‘hervonden held’. Mogelijk is De Kom in Nederland hervonden, daarover kan ik als expat niet oordelen, maar in Suriname nog in geen lichtjaren.

Wellicht is dit aanleiding tot het wijzigen van de vooralsnog gebezigde titel, of beter nog, tot bezinning over de wijze waarop De Kom alsnog zijn verdiende eerherstel in Suriname kan krijgen (officiële erkenning van Nederlandse zijde dat hij ten onrechte is beschuldigd, wederrechtelijk gevangen genomen en Suriname uitgezet?).

Overigens: De Kom en zijn biografie kunnen niet genoeg gelezen worden!

woensdag 27 januari 2010

Tijdschriften en kranten in koloniale samenlevingen

TS-symposium 2010: De periodieke pers in (post)koloniale samenlevingen


Op 21 mei 2010 organiseert TS. Tijdschrift voor Tijdschriftstudies een symposium over de (post)koloniale pers. Kranten en tijdschriften vormen niet alleen een belangrijke bron van informatie over de koloniale geschiedenis; het medium van de (post)koloniale periodieke pers vormt in zichzelf een belangwekkend onderzoeksobject, zoals blijkt uit recente publicaties over de Indische en Surinaamse pers.

Dr. Angelie Sens, directeur van het Persmuseum, zal tijdens het symposium een keynote lezing houden over de rol, ontwikkeling en impact van de Nederlandstalige koloniale pers. Zij zal onder meer ingaan op de specifieke vragen en problemen die het onderzoek naar dergelijke bronnen met zich meebrengt.

De organisatoren hopen dat ook onderzoekers die zich specialiseren in andere taalgebieden een bijdrage zullen leveren. Een deel van het symposium zal daarom een internationale en comparatische invalshoek krijgen.

Prof. dr. Ieme van der Poel (Universiteit van Amsterdam) heeft zich bereid verklaard de keynote lezing voor deze sessie te verzorgen.

De redactie van TS nodigt tijdschriftonderzoekers uit voorstellen in te dienen voor lezingen over de (post)koloniale pers in de breedste zin van het woord. Bijdragen hoeven zich niet te beperken tot het Nederlandse taalgebied en kunnen zich ook richten op Europese periodieken die zich mengen in (post)koloniale kwesties en debatten. Voorstellen kunnen nog tot 1 februari a.s. worden gemaild naar redactie@tijdschriftstudies.nl.

Het symposium zal plaatsvinden op vrijdag 21 mei in de Sweelinckzaal, Drift 21, Utrecht. Nadere informatie en het programma zullen worden bekendgemaakt via http://www.tijdschriftstudies.nl/.

De organisatie van het smposium is in handen van Arja Firet (Universiteit Utrecht) en Maaike Koffeman (Radboud Universiteit Nijmegen).

dinsdag 26 januari 2010

Hervonden held: Anton de Kom

Op woensdag 17 februari vindt in De Balie in Amsterdam een programma plaats onder de titel 'Hervonden held: Anton de Kom'. Aan de avond verlenen medewerking Rob Woortman, Alice Boots, Michiel van Kempen, Antoine de Kom, Rudi Wester en Karin Amatmoekrim. De documentaire Wij slaven van Suriname uit 1999 van Frank Zichem en Ellen Brautigam (RVU) zal worden vertoond.

De naam Anton de Kom spreekt 65 jaar na zijn dood nog steeds tot de verbeelding. 'Vrijheidsstrijder, verzetsheld, vakbondsman, activist, schrijver en banneling,' staat er op het voetstuk van zijn beeld in de Amsterdamse Bijlmermeer geschreven. Maar zit er in die tekst niet minstens een grote fout? Tot voorkort was er maar weinig over zijn leven bekend. Was hij een communist? Schreef hij Wij slaven van Suriname zelf? Is het boek gecensureerd? Hoe en waar is hij precies omgekomen? Het levensverhaal van De Kom is door Alice Boots en Rob Woortman gereconstrueerd. In Anton de Kom (2009) vertellen ze over zijn jeugd in Paramaribo, zijn vertrek naar Nederland en over zijn afkeer van het Nederlandse kolonialisme, waarover hij zijn meeslepende boek Wij slaven van Suriname schreef. Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandde hij in het verzet en hij kwam om in een Duits concentratiekamp. De Koms gedachtegoed over Suriname en slavernij bleef van grote betekenis voor de ontwikkeling van Suriname tot een zelfstandige natie. Alice Boots en Rob Woortmans vertellen over hun zoektocht naar Anton de Kom, Michiel van Kempen gaat in op De Koms positie als schrijver van nog heel wat meer dan Wij slaven van Suriname, Rudi Wester, biografe van Jef Last, belicht de rol van Last bij de totstandkoming van het boek. Daarna voert Karin Amatmoekrim een gesprek met de deelnemers over de betekenis van Anton de Kom. Tot slot wordt de documentaire Wij slaven van Suriname vertoond.

Lokatie: De Balie, Leidseplein, Amsterdam

Migranten, muziek en beeldvorming

Wat voor effect heeft muziek op de beeldvorming met betrekking tot migranten, net als bijvoorbeeld eetgewoonten of kleding die beeldvorming bepalen? Kan muziek de integratie bevorderen of zit ze juist in de weg? Martin Tückermann deed onderzoek over dit onderwerp en schreef hierover een scriptie voor de Erasmus Universiteit waarbij de groepen Trafassi (Afro- Surinaams) en Raïland (Marokkaans) als uitgangspunt zijn genomen.

Titel lezing: Migranten, muziek & beeldvorming
Locatie: MCH / Haarlem
Datum: woensdag 3 februari 2010
Tijd: 20.00 - 22.00
Toegang gratis
Reserveren en informatie: 023 542 3540 of info@mondiaalcentrumhaarlem.nl

Foto: Trafassi

zondag 24 januari 2010

Het taalprobleem van De Nationale Assemblée

door Hein Eersel

Er was in De Nationale Assemblée kritiek op het Nederlands in de te behandelen stukken. Er werd op taalfouten gewezen. Van regeringszijde werd als verontschuldiging onder meer aangedragen dat een Belg de stukken zou hebben geredigeerd. Wat is er aan de hand in de Nationale Assemblée?Een lid van dat Hoge College besteedde veel tijd aan het onderstrepen van de taalfouten. Waar haalt dat lid de regels en normen vandaan om een stukje Nederlandse taal fout te noemen? We nemen aan dat hij het Groene Boekje (met de officiële spelling van het Nederlands), de dikke Van Dale (= woordenboek) en een of andere grammatica van het Europese Nederlands op zijn bureau heeft liggen. Daarin vindt hij regels, normen en aanbevelingen voor wat men correct gebruik van dat Nederlands noemt. Ons assembleelid is zich misschien niet ervan bewust dat die regels en normen door mensen zijn opgesteld, die gezag over het correcte taalgebruik menen te hebben: taalautoriteiten. En zo een taalautoriteit is de Nederlandse Taalunie, maar haar gezag wordt zelfs in Nederland niet door iedereen geaccepteerd. Zo hebben bijvoorbeeld De Volkskrant en het Genootschap Onze Taal het Groene Boekje verworpen en samen met anderen het alternatieve Witte Boekje uitgegeven. En dat betreft alleen de spelling van het Nederlands.Maar taalgebruik omvat heel veel meer dan de spelling van een taal.De (juiste) woordkeus, de woordvorm, de zinsbouw en de betekenistoepassing behoren er ook toe. En dan letten we niet op de verklanking van de taal (uitspraak van de klanken en intonatie). Ik geloof niet dat de leden van De Nationale Assemblee het Nederlands in klank willen laten horen zoals hun collega's in de Nederlandse Tweede Kamer dat doen. We noemen die uitspraak de ‘aardappeluitspraak’. In Suriname wordt die uitspraak uit een Surinaamse mond niet eens echt op prijs gesteld. Daar gaat de discussie dan ook niet over.De Nationale Assemblee heeft het dus alleen over het schriftelijk gebruik van het Nederlands en ze heeft zich daarbij kennelijk laten leiden door de Nederlandse taalautoriteiten die ze kent: de Taalunie met haar Groene Boekje, de dikke Van Dale en een of ander Europees-Nederlands grammaticaboek.



Suriname heeft (nog) geen taalautoriteit. Maar dat betekent niet dat De Nationale Assemblee klakkeloos de normen van de Nederlandse taalautoriteiten kan en mag toepassen op de eigen stukken. Het Nederlands wordt in Suriname gebruikt om een andere totaliteit van het leven onder woorden te brengen: een totaal andere natuur (weersomstandigheden, planten, dieren) dan de Nederlandse, een heel andere cultuur, andere sociale verhoudingen, een andere bestuurlijke indeling enzovoort. Duizenden woorden die niet voorkomen in het Europese Nederlands, worden daarvoor gebruikt en sommige woorden die op Europees-Nederlandse woorden lijken, hebben soms een geheel andere betekenis. Het Surinaams Nederlands wordt buitendien ook nog beïnvloed door andere talen. Het Europees Nederlands wordt traditioneel sterk beïnvloed door de omringende talen: Frans, Engels en Duits. Daarbij komt voor zeker wat de technologie betreft het Amerikaans Engels erbij. Het Surinaams Nederlands wordt in de eerste plaats beïnvloed door de eigen nationale talen: het Sarnami, het Sranan, het Surinaams-Javaans enz. Het Amerikaans en het Caraïbisch Engels spelen ook een rol in de veranderingen die het Surinaams Nederlands ondergaat. Kortom: het Surinaams Nederlands is in vele opzichten anders dan het Europese. Dit alles is taalkundig heel normaal. Overal komen dergelijke veranderingsprocessen voor.We merkten al op dat de Surinaams-Nederlandse uitspraak anders is dan de Europees-Nederlandse, maar ook grammaticale verschillen kunnen aangewezen worden naast de woorden die het Europees Nederlands niet kent, en verder eigen uitdrukkingen en zegswijzen. Neem alleen al de woorden als: grondhuur, ressort, district, granman, kapitein, basya, volksvergadering en de vele andere termen en begrippen uit de bestuurlijke sfeer. In het Europees Nederlands komen die woorden niet voor. Hun spelling is dus ook niet in het Groene Boekje geregeld en hun specifieke betekenissen staan niet in de dikke Van Dale vermeld. Neem het gebruik van de lidwoorden en verwijswoorden. In officiële stukken komen we tegen: de Raad van Ministers heeft in haar vergadering…..Daar is niets fout mee, als in Suriname het gebruik van dergelijke voornaamwoorden zo beregeld is. We hebben de gewoonte om bij aardrijkskundige woorden als Suriname haar te gebruiken. Laten we dat vastleggen. Naar woorden waarmee we niet-levende dingen benoemen, verwijzen we met het: die broek, waar heb je het gekocht? Dat gebruik wordt gestandaardiseerd. Het heeft daarom weinig zin om bij dergelijke woorden het woordgeslacht manlijk/vrouwelijk te vermelden in een woordenboek van het Surinaams-Nederlands. Ook voor het gebruik van de lidwoorden schijnt het Surinaams-Nederlands andere regels te volgen. Dan heeft het Surinaams Nederlands nog eigen formules om respect en beleefdheid uit te drukken. Er moet nog heel veel worden onderzocht. Maar één ding staat al vast: het Surinaams Nederlands kan niet als een soort aanhangsel van het Europees Nederlands beschouwd worden, het is een taalsysteem op zichzelf, waarin, zoals opgemerkt, het totale leven van de Surinamers tot uitdrukking wordt gebracht. Het spreekt vanzelf dat het daarom apart beregeld moet worden voor wat het correcte gebruik betreft. Daarvoor is wat men noemt standaardisatie nodig. Wat de Taalunie in Suriname doet door de taaltips in de krant en het verspreiden van boekjes over goede ambtenarentaal, is onjuist. Het vervreemdt de sprekers van het Surinaams Nederlands van de hantering van één van hun eigen talen en vergroot daardoor de taalonzekerheid. De normen van de Taalunie worden immers niet afgeleid van de taal zoals die in de Surinaamse straten, op de Surinaamse schoolerven en in de Surinaamse kantoren klinkt, maar zijn afgeleid van wat acceptabel taalgebruik mag heten aan de Noordzee. Zolang het Surinaams Nederlands nog niet officieel genormeerd (gestandaardiseerd) is, doet de Nationale Assemblee er goed aan mensen uit de eigen taalgemeenschap, die de Surinaamse taalsituatie van binnenuit kennen, in te huren om over het correcte taalgebruik in haar stukken te waken. Deze correctors kunnen natuurlijk waar het kan de normen gebruiken die te vinden zijn in bijvoorbeeld het Groene Boekje of het Witte Boekje, want het Surinaams Nederlands blijft hoe dan ook sterk verwant aan het Europees Nederlands, maar ze moeten vooral gebruik maken van bronnen als het Surinaams-Nederlands woordenboek van Dr. Renata de Bies. Daarboven moeten ze zelf creatief in onderling overleg beslissingen durven nemen over wat correct taalgebruik is. Zij treden dus eigenlijk voor De Nationale Assemblee voorlopig op als taalautoriteit tot de Surinaamse Taalautoriteit er is (in boekvorm of anderszins). De verantwoordelijkheid voor onze talen moet immers in Suriname bij Surinamers berusten.Waarvoor echter gewaarschuwd moet worden is dat de gewenste beregeling niet een keurslijf wordt, zeker niet tegen de achtergrond van onze veeltaligheid. Te strakke regulering remt het spontane taalgebruik. Een ruime variatie moet worden toegelaten, zolang de verstaanbaarheid en de duidelijkheid van de bedoeling, de communicatie, niet in het gedrang komen. Het gaat om communicatie, ook in De Nationale Assemblee, en daarbij is taal een hulpmiddel en geen doel.Is hiermee een oplossing gevonden voor het taalprobleem van De Nationale Assemblee? Gedeeltelijk, en dan alleen nog voor het Surinaams Nederlands. Maar er is, wat taal betreft, nog meer aan de hand in dit Hoge College. Zijn leden zijn democratisch gekozen, maar het democratisch recht om niet naar taal gediscrimineerd te worden, wordt hun onthouden. Ze mogen alleen meepraten met een voor sommigen vreemde, opgedrongen mond: de taal overgenomen van de voormalige koloniale overheerser. Het gevolg is dat voor hen de Assemblee geen parlement is, een plaats waar parler, praten, het middel is om wat gewenst is voor land en volk te bereiken. Integendeel, ze zwijgen daar.

Maar dit is een andere discussie, die bijvoorbeeld in een door De Nationale Assemblee bijeen te roepen nationaal congres over onze veeltaligheid en de democratie gevoerd moet worden. Het voorwerk zou in deze krant kunnen plaatsvinden.


[Ingezonden naar de Ware Tijd, 14/01/2010]

Zie ook de bijdrage van Rolf van der Marck, klik hier

zaterdag 23 januari 2010

Van het verdriet van een atleet naar succesvolle sitcom

door Rihana Jamaludin

In de Surinaamse sportgeschiedenis zijn vele illustere figuren, van Ampie Kamperveen tot aan Anthony Nesty, maar niet allen houden een prettige herinnering aan hun carriere over. De meest onfortuinlijke moet echter wel de atleet Wim Esajas zijn.
.

Wim Esajas in 1961, uiterst rechts, nadat zijn estafette ploeg van AAC een nieuw Nederlands record op de 4x 8oo meter vestigde. Deze ploeg zette een tijd neer van 7.39,00.

Wim Esajas was in 1960 de eerste atleet die door Suriname werd afgevaardigd naar de Olympische Spelen. Hij was in datzelfde jaar Nederlands kampioen geworden op de 800 meter. Een talentvolle atleet, die na een les discuswerpen, meteen in zijn eerste wedstrijd de toenmalige top van Nederland versloeg en winnaar werd bij de afsluitende clubwedstrijden van 1960. Het waren echter niet zijn prestaties die in de herinnering bleven, maar zijn ongeluk.
Siegfried Willem Esajas was 25 jaar toen hij voor Suriname uit kwam op de eerste Olympische Spelen waar het land aan meedeed. Het Surinaams Olympisch Comité (SOC) was juist in 1959 erkend door het Internationaal Olympisch Comité. Misschien kwam het door die onervarenheid, maar het ging fout.
Wim Esajas verscheen op de dag van de wedstrijd in Rome niet aan de start en liep zo de kans om zijn kunnen te tonen mis. Het gerucht ging dat hij zich had verslapen. Een ander gerucht luidde dat de trainer aan de bar zat en vergat Esajas te wekken.
Hoe dan ook, er werd - naast het vloeken dat waarschijnlijk ook gespuid is - hartelijk gelachen om deze mislukte eerste deelname van Suriname.

Esajas kreeg de bijnaam ´De Schone Slaper´. Hoewel hij ontkende zich verslapen te hebben, bleef spot hem achtervolgen. Esajas trok zich verbitterd terug uit de sportwereld en ging in de tuinbouw. Na zijn diploma behaald te hebben aan de tuinbouwhogeschool van Deventer, vestigde hij zich in Suriname als bloemenkweker. Met sport wilde hij niets meer te maken hebben.
Pas op zijn zeventigste verjaardag kreeg hij eerherstel. Het SOC, dat inmiddels 45 jaar bestond, was de archieven gaan sorteren en kwam een verslag tegen van Fred Glans, in 1960 secretaris-generaal van het comité. Glans gaf toe Esajas destijds ten onrechte te hebben meegedeeld dat diens kwalificatiewedstrijd naar de middag was verplaatst.
Esajas lag in het ziekenhuis en was net drie maanden eerder weduwnaar geworden, toen de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, Walter Sandriman, hem het certificaat ´Lifetime Achievement´ uitreikte. Van de voorzitter van het SOC, Gerhard van Dijk, kreeg hij een Olympische plaquette, een envelop met inhoud en een bloemstuk. Het eerherstel deed de veelgeplaagde man goed. Lang heeft hij er niet van kunnen genieten, Esajas overleed twee weken later in het ziekenhuis.
Het verhaal van de atleet die zich versliep is echter blijven hangen, om van tijd tot tijd weer op te duiken. Uiteindelijk inspireerde het de schrijvers van de succesvolle, wereldberoemde TV comedy ´Seinfeld´ tot een aflevering waarin zij een zwarte atleet opvoeren die zich verslaapt. Suriname was echter volgens de schrijvers zo onbekend dat zij er een ander Caraïbisch land van hebben gemaakt namelijk Trinidad (en Tobago).
Hieronder een deel van het script uit de bewuste aflevering, de scène waarin Jerry Seinfeld praat met zijn vriendin Elaine over een zekere marathonloper.





The Hot Tub

transcript by Paulo G.G. Moreira (PGM09@yahoo.com)originally broadcast 19.Oct.95 - 7th seasonwritten by Gregg Kavet & Andy Robin directed by Andy Ackerman



Jerry: So did you come up with a little stupid story for the Himalayan walking shoe yet?
Elaine: No. I'm completely blocked! In fact, I'm gonna work on it tonight. Oh. Oh no! Oh, I can't!I got that marathon runner coming in tonight.
Jerry: What marathon runner?
Elaine: You know, this guy Jean-Paul, Jean-Paul... I met him when I was working at Pendant,editing a book on running...
Jerry: Oh, wait! Jean-Paul, Jean-Paul! Isn't he the guy who overslept at the Olympics 4 years ago and missed the marathon?!
Elaine: Yeah, that's him.
Jerry: He's from uh...Trinidad and Tobago, right?
Elaine: Yeah, he's Trinidadian and...Tobagan. (laughs)

Jerry: How do you oversleep at the Olympics...?
Elaine: Ah, I know. I know...!
Jerry: I mean, it's like the biggest event of your life! You'd think you'd have, like, 6 alarmclocks, payin'-off little kids in the village to come banging on your door...
Elaine: Yeah, well, he was pretty devastated. This is his first race in 3 years.
Jerry: Ah...that's a big responsability on your hands.
Elaine: What responsibility? I don't have any responsibility.
Jerry: You gotta wake him up!
Elaine: Eh...he'll get up...




V.l.n.r. Kramer, George, Elaine, Jerry



En hoe liep dit verhaal af? Na allerlei verwikkelingen aangaande de andere spelers van de cast, gooit de chaotische figuur Kramer alles onopzettelijk in de war. Op de dag van de wedstrijd:

(Jerry's apartment)
(Jerry wakes up with the sunlight. Looks at the electric clock, which stopped at 4:02)
Jerry: 4:02? (Checks his wristwatch) Aaa-aaahhh! Eight forty seven Jean-Paul! Wake up! Wake uuuuup!
(gets out of bedroom, in panic) Jean-Paul! The electricity went out! Wake up! Wake up!
We gotta go! It's 8:47!
Jean-Paul: 8:47!? (jumps out of the sofa)
(both running around, getting ready to go)
Jerry: Come on, just put your clothes on! You'll get dressed in the car!
Jean-Paul: Idiot! I trusted you!
(Kramer comes in wrapped up in a blanket)
Jerry: Kramer, what happened to the building?! The electricity went out!

Na een hectische rit bereikt men de startplaats van de marathon.

(New York marathon)
(Jerry and Jean-Paul try to get to the starting line through a crowd)
Jerry: Make way! I've got-I've got a runner here! Get outta the way! Make way! Make way! Make way, it's a contender!
(an event guard stops them) Guard: Hey, hold it!
Jean-Paul: I'm late, man, I'm in the race!
Guard: Go ahead.
Jean-Paul: Thank you Jerry, you're a wonderful driver. Fantastic route, man!
Jerry: All right, go, it's a race! Come on!

En als alles dan toch gelukt lijkt te zijn, slaat het noodlot alsnog toe:

(New York marathon - Jerry, Elaine, Kramer)
(They're waiting for the runners to run by. Kramer remains "fully" dressed and is carrying a thermos with tea).
Kramer: (to Elaine) You want some hot tea?
Elaine: Oh no, thank you.
Kramer: Oh. There's some runners. Here they come!
(The first runner to appear is Jean-Paul)
Elaine: There's Jean-Paul! He's up front! He's leading! (jumping) Go Jean-Paul!(starts screaming)
Kramer: Oh yeah! Yeah! Come on! (starts howling)
Jerry: Come on, let's go Jean-Paul!
Elaine: Go Jean-Paaaaaul!
(We switch over to Jean-Paul. We hear him breathing. We hear his heart beating. Some people offer him drinks. Jean-Paul grabs one, Kramer's hot tea, and leaves scene. Kramer gets very surprised.
We then hear Jean-Paul screaming in pain, and it's not hard to guess why. Kramer puts on a "whatta hell" look, Elaine puts on an "ouch" look and Jerry puts on his "it's a shame" one.)

Ook in fictie zit het de atleet niet mee.

Bronnen: Wikipedia, www.seinfeldscripts.com, www.themazecorporation.net

Odo-kenner en sportjournalist Guno Hoen overleden

Sporthistoricus Guno Hoen is donderdagmiddag op 87-jarige leeftijd in Paramaribo overleden. De laatste tijd ging hij enorm achteruit. Precies een week terug was Hoen nog aanwezig bij de uitvaartdienst van voormalig sportdirecteur Ro Phoelsingh. Daags daarna werd hij wegens kortademigheid opgenomen in het ‘s Lands Hospitaal, waar hij zijn laatste adem uitblies.

Van de hand van Hoen verscheen in 1980 Sporthelden uit ons verleden, in 1989 verscheen Onze sporthelden deel II en tenslotte in 1999 Onze sporthelden deel III. Ook bracht hij een Sranan odo buku [Surinaams spreekwoordenboek] in 1988 op de markt dat herhaaldelijk werd herdrukt. In 2003 werd de Stichting Guno Hoen opgericht, met als doel het werk waarmee hij is begonnen voort te zetten. Deze stichting heeft zich sterk gemaakt om de complete fotocollectie (tussen 500 en 800 foto’s) van Hoen vorig jaar te laten opkopen door het directoraat Sportzaken. In de op te zetten Sports Hall of Fame krijgen deze plaatjes een plaats in het documentatiecentrum. De collectie wordt als “kostbaar” en “heel waardevol” beschreven.

Maar Hoen was meer dan sporthistoricus. Hij was een heel goede voetballer en was de beste schutter bij het nemen van strafschoppen. Hij deed ook aan korfbal, was een damliefhebber, maar verzot was hij op voetbal. Voetbal was zijn leven. Hoen is Voorwaartser in hart en nieren geweest, net als hoe hij altijd NPS’er is gebleven. Hij schopte het tot kernvoorzitter. Daarnaast heeft hij er voor gezorgd dat een aantal personen hun weg vond naar de sportjournalistiek. In 1940 toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak moest Hoen als 19-jarige naar de schutterij. Zijn verdiensten voor Suriname bleven niet onopgemerkt: in 1997 werd hij benoemd tot Ridder in de Ere Orde van de Palm en vier jaar later werd hij onderscheiden met de Lifetime Achievement Award. Hoen kreeg elf kinderen.

[Aangepaste tekst, overgenomen van Waterkant.Net]


Foto: @ Pim Ligtvoet

Twee bundels van folklorist en volksmusicoloog

door Jeroen Heuvel

Van Eric la Croes, ethnomusicoloog, is een bundel verschenen met wijze spreuken in het Papiamentu, Fuente di sabiduria (vrij vertaald is dat ‘Bronnen van wijsheid’). Deze bundel bevat vijfendertig Fuente in dichtvorm met als toetje nog twee gedichten. Het is in eigen beheer uitgegeven op 26 september 2009, een publicatie verzorgd door ‘Shon Krioyo’. De inleiding bij de bundel bladmuziek voor piano van dezelfde auteur uitgegeven door dezelfde Shon Krioyo op 5 juli 2006, Piano Krioyo, deel 1 (Piano pa nos hubentut) kan verhelderend zijn bij het lezen van deze bronnen.

Hoewel er veel wijsheid in de wereld is, zijn er maar weinig mensen die deze toepassen, zo luidt, vertaald, het motto van de bundel. De lengte van de bronnen varieert van vier regels in fuente 6 tot honderddertig regels in fuente 30. De kortste regels tellen twee lettergrepen, de langste bestaan uit veertien lettergrepen. Eric La Croes voelt zich goed wanneer hij Papiamentu praat en schrijft, omdat dat zijn moedertaal is, zo staat het in Fuente nr.1:

Ora mi papia i
skibi papiamentu,
mi ta sintimi bon.
Pasó’ e ta sede
di mi identidat.

Dat zijn moedertaal heel belangrijk is, blijkt uit het feit dat de eerste drie bronnen waar de auteur zich aan laaft alle drie Papiamentu als thema hebben.

Een ander thema is verdriet. In Fuente nr. 5 komt het woord fuente zelf aan bod, je kan misschien lessen trekken uit levensplezier, maar verdriet is een bron waardoor je je levensbestemming kan veranderen.

Den bida goso
por ta un lès,
òf un manera di biba.
Pero tristesa ta un fuente,
pa bo por kambia bo destino.

Dan komt de kortste bron. Ook hierin wordt over de mogelijkheid tot verandering gemediteerd. Bovendien zit in deze bron ook een woordspel met de Papiamentu uitdrukking die wordt uitgesproken wanneer mensen afscheid nemen tot de volgende dag: Te mañan ku Dios ke (Tot morgen, als God het toestaat).

Fuente nr. 6

Mi n’ sa di mañan,
Pero awe si mi por tren,
pa kambia mañan ku
Dios ke!!!

(Ik weet niet wat de dag van morgen zal brengen, maar vandaag kan ik werken om het morgen anders aan te pakken, met Gods wil.) Verdriet spreekt uit meer bronnen, verdriet of misschien is het beter om te zeggen verbittering. Bij voorbeeld in bron 9, waarin La Croes het tegen een niet nader genoemde ‘je’ heeft. Vrij vertaald: ‘Volgens jou ben je een God op aarde. Door dit soort gedrag zijn Curaçaoënaars slecht.’

De verbittering richt zich niet alleen op de naaste maar in sommige bronnen ook op de Schepper. In nr. 26 schrijft de auteur dat God weet wat hij doet, volgens de mensen althans, maar dat het er op lijkt dat God in het geval van La Croes hem zijn leven lang op de proef wil stellen en dat de schrijver deze beproeving beu is. Hij smeekt om met rust te worden gelaten en dat God nou maar eens anderen op de proef moet stellen.

Fuente nr. 26

Nan di ku Dios sa
kiko e ta hasi.
Ta parse ku den mi kaso,
Dios ke sigui purbami
hinter mi bida largu.
M’a kansa di purbashon!

Lagami na pas un ratu.
Purba otro! Si, purba otro!!
Lagami bin bei di tur sufrimentu.
Mi tambe ke biba bon i fasil !!!

Naast verdriet en verbittering leeft er ook hoop. In bron 25 schrijft hij de tijd te willen delen met de vrouw die hem aanvaardt zoals het leven hem heeft ‘verminkt’, omdat hij weet dat er geen potje zo scheef is of er past een dekseltje op en hij zal die vrouw gelukkig maken. Het maakt hem niet uit welke vrouw het zal zijn.

Fuente nr. 25

Den soledat m’a krese,
pero awó mi ke kompartí
mi tempu ku e ser femenino,
ku ta aseptá mi,
manera bida a trosemi.

Mi no ta pèrdè speransa,
Ami komo tapadera tambe
tin mi wea, ku ta pas mi.
Ta p’esei atami pa bo felisidat,
Muhé ken ku bo ke ta !!!

Opvallend is dat hij zich de deksel noemt. Waarom noemt hij zich niet de pot? Voer voor psychologen, ik waag me er niet aan. Wat ook opvalt is het niet altijd even nauwkeurige gebruik van hoofdletters. Hieraan is af te zien dat er geen redacteur aan te pas is gekomen, althans waarschijnlijk niet, er wordt immers geen redacteur vermeld. [Tijdens het schrijven van deze bespreking kreeg ik een tweetalige bundel van Eric La Croes onder ogen, Mucha ta pidi atenshon !!!, Kind vraagt om aandacht !!! waarin wel een redacteur, een eindredacteur, wordt genoemd, de auteur zelf namelijk, die de correcties door Rose Mary Allen en Richard Hooi van het Papiamentu en door Peter Klein van het Nederlands in deze bundel heeft verwerkt. Deze bundel met een tiental gedichten van La Croes en zes van Silvana Serfilia, in twee talen dus, is geproduceerd in 2000 maar pas zeven jaar later toen er voldoende geld voor was, gepubliceerd. In deze bespreking besteed ik verder geen aandacht aan deze bundel.]

In de inleiding van de muziekbundel van La Croes verwoordt de auteur duidelijk wat zijn uitgangspunt is in zijn muzikaal en compositorisch werk. Dit geldt mutatis mutandis ook voor zijn poëzie. De ondertitel van Piano Krioyo (deel 1) wijst er al op: hij wil dat de typisch oude Curaçaose muziek niet verloren gaat en wil dat de jeugd die blijft spelen. Hij is erg blij met de inzet van Randall Corsen, Tania Kross, Harry Moen, Livio Hermans en Etzel Provence om er enkele te noemen die die muziek blijven vertolken en wil dat daar gevolg aan wordt gegeven. Als ethnomusicoloog ziet La Croes de waarde van volksmuziek. Hij verwijst naar grote componisten als Belá Bartók en Zoltán Kodály die zich voor hun composities die nu als klassiek worden beschouwd en in de grote concertzalen wereldwijd worden gespeeld, vaak hebben gebaseerd op de volksmuziek die zij in afgelegen dorpjes hebben beluisterd. Muziek die in eerste instantie door de geleerde musici niet als volwaardig, maar als volks werden beschouwd. La Croes breekt een lans voor het niveau van de waarde van deze vaak genegeerde artistieke uitingen. Ook in zijn gedichten wil de folklorist een bron van meditatie en inspiratie zijn voor dat deel van het volk dat door de ‘geleerde’ schrijvers over het hoofd wordt gezien. In het Papiamentu (misschien niet overal geaccepteerd maar het staat wel in een woordenboek van Bonaire) bestaat het woord kulturista als homoniem, het heeft twee betekenissen: bodybuilder en ... ja, ik geloof dat er niet een equivalent in het Nederlands voor bestaat, of het zou cultuurliefhebber moeten zijn. Eric La Croes noemt zichzelf kulturista. Ik vermoed dat het net zoals een woord als Otrobandista en Papiamentista moet worden opgevat, dat zijn respectievelijk een liefhebber en kenner van Otrobanda en van Papiamentu. Eric is een kenner en liefhebber van cultuur.

In de literatuurgeschiedenissen, zoals Beneden en boven de wind van Wim Rutgers en De kleur van mijn eiland van Aart G Broek, staat over Eric La Croes onder andere vermeld dat hij Trinta di mei, mi ta konmemora bo / Dertig mei, ik herdenk je heeft geschreven, aan de vooravond van zijn afstuderen als psycholoog, op 23 mei 1978. In het tweetalig werk toonde La Croes zeer sociaal gericht een grote persoonlijke betrokkenheid bij 30 mei 1969 en de gevolgen op lange termijn voor land en volk. Volgens Laura Quast kunnen de Antillen Eric La Croes goed gebruiken, zoals ze dat in de Amigoe van 8 januari 1983 heeft geschreven naar aanleiding van een optreden van La Croes met zijn muziekgroep. In die bespreking schrijft zij dat La Croes kritiek levert op het feit dat veel mensen denken dat de taal en de manier van uiten van de hòmber chikí, de kleine mens, niet tot de grote cultuur behoort, of zelfs niet tot de algemene cultuur, maar dat hij heeft laten zien met begeleiding van zijn muziekgroep wat een rijkdom de taal van de hòmber chikí heeft. Zijn woordkeus, beeldspraak, ritme en voordracht in de muzikale omlijsting vormen een eenheid en een ware beleving. Quast vervolgt dan dat zij zich tijdens hoogtepunten van dat optreden afvroeg ‘waarom wij in ’s hemelsnaam nog steeds zo’n verbitterde strijd moeten voeren voor de erkenning van Papiamentu als taal, terwijl je deze taal tot in je botten voelt leven.’ Tenslotte vindt Quast dat in de gedichten van La Croes er één groot thema is: ‘het zoeken naar wie we zijn: het besef van onze vervreemding, de pijn die je voelt als je ziet hoe ver we soms van onze wortels zijn verdwaald, doordat we denken, dat alles wat van buiten komt goed is en wat van ons is minderwaardig.’ Zoals dat met smaak gaat, wordt er ook een recensent aangehaald, Jules Marchena, die slechts twee gedichten van Trinta di mei, mi ta konmemora bo de moeite waard vindt en dat de rest wat hem betreft niet rijp was voor publicatie. Ik laat het oordeel aan elke lezer apart over, de publicatie rechtvaardigt een bespreking. In de ogen en ziel van iedere lezer wordt een gedicht anders beleefd, iedere lezer heeft zijn eigen context en smaak, de een vindt Toon Hermans heel herkenbaar, treffend en daarom goed, een ander heeft er niets mee. Wat vindt u van La Croes?

vrijdag 22 januari 2010

Documentairemaakster Tessa Boerman op Black Ink

** Dit programma is afgelast!!! Klik hier!!! ***

De volgende editie van Black Ink vindt plaats op maandag 1 februari 2010. De film Zwart Belicht van Tessa Boerman zal worden vertoond. Boerman studeerde in 1993 af aan de Filmacademie als documentaireregisseur. Ze maakt sindsdien documentaires voor onder andere de VPRO. Daarnaast is ze filmprogrammeur voor Black Cinema Festivals en andere evenementen. Schrijver Clark Accord zal met haar in gesprek gaan. Theatermaker Anousha Nzume peilt de meningen in de zaal. Zoals altijd treedt de Soulmack op begeleid door Orville Breeveld.


Datum, tijd, locatie:

Maandag 1 februari 2010, 20-22.00 uur
Pakhuis De Zwijger
Piet Heinkade 179
Amsterdam
De toegang is gratis.

Voor meer informatie klik op de afbeelding van de e-flyer hiernaast.

donderdag 21 januari 2010

Etniciteit en taal

De Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam organiseert de bijeenkomst NU! over Etniciteit en taal op donderdag 4 februari om 20.00 uur in SPUI25.

Nederland maakt zich zorgen over de kwaliteit van het taalonderwijs. Het Nederlands van allochtone (en autochtone?) leerlingen zou te wensen overlaten. Tegelijkertijd stimuleert Europa meertaligheid, is de belangstelling voor tweetalig onderwijs groeiende en wordt er steeds vaker college in het Engels gegeven. Hoe gaat Nederland met die meertaligheid om? In hoeverre is er bij de vermeende taalproblematiek sprake van een etnisch probleem? En wat is de situatie in andere landen, zoals Amerika? Dat zijn enkele van de vragen die op deze avond aan de orde komen.

De sprekers

Prof. dr. C.E. (Catherine) Snow promoveerde in de psychologie aan de McGill University, Montreal. Zij was daarna acht jaar verbonden aan de vakgroep voor Algemene taalwetenschap van de UvA. Sinds 1979 werkt zij aan de Harvard Graduate School of Education op het gebied van taal- en leesontwikkeling, in tweetaligen en kinderen met verhoogde sociale risico's.

Prof. dr. P.C. (Pieter) Muysken is akademiehoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij doet innovatief onderzoek en begeleidt jonge onderzoekers op het gebied van Taalwetenschap. In 1999 kreeg hij voor zijn werk de NWO-Spinozapremie, een prijs van drie miljoen gulden die hij mocht besteden aan onderzoek en die geldt als de hoogste eer in de Nederlandse wetenschap.

Prof. dr. F. (Folkert) Kuiken is bijzonder hoogleraar Nederlands als tweede taal vanwege de gemeente Amsterdam. Hij coördineert de duale master Nederlands als tweede taal en is (mede-)auteur van diverse leermiddelen en handboeken. Daarnaast doet hij onderzoek op het gebied van taalbeleid en taalproductie. Kuiken is bestuurslid van de Association Internationale de Linguistique Appliquée (AILA).

Datum, tijd en plaats
donderdag 4 februari, 20.00 - 22.00 uur
Locatie SPUI25 (tegenover Athenaeum Boekwinle) in Amsterdam
Toegang gratis
Aanmelden is verplicht en kan via de site http://www.blogger.com/

Hindostaanse schrijvers doorbreken taboes

In Mondiaal Literair, de spraakmakende talkshow met schrijvers, voelt Peter de Rijk op 10 februari de Hindostaanse schrijvers Orchida Bachnoe, Mala Kishoendajal, Usha Marhé en Raj Mohan aan de tand over de taboes in de Surinaamse literatuur. In een slotgesprek geeft socioloog en schrijver Dr. Chan E.S. Choenni commentaar op de besproken thema’s als eenzaamheid, incest en zelfmoord. Halverwege het programma vertoning van een korte documentaire over de nestor van de Hindostaans-Surinaamse poëzie Shrinivasi.

Orchida Bachnoe is de achterkleindochter van Munschi Rahman Khan die als enige emigrant zijn migratie vanuit India naar Suriname heeft opgetekend. Ze studeerde in Nederland Arabische taal- en letterkunde en debuteerde in 2007 in de verhalenbundel Waarover we niet moeten praten. Ze werkt nu aan een boek met als voorlopige titel Azijn in mijn aderen dat in Nederland en in Mumbai speelt met als thema’s zelfmoord en transformatie.
Mala Kishoendajal debuteerde in 2001 opvallend met Dame Blanche over hoe Hindostaanse gebruiken en rituelen proberen stand te houden in een Nederlandse entourage, in 2002 gevolgd door Het Boegbeeld over een Hindostaanse BNer die van haar voetstuk valt en over een Hindostaanse huishoudster die in alle anonimiteit werkt voor de toekomst van haar kinderen. Onlangs verscheen haar eerste dichtbundel Pijn in parlando. Michiel van Kempen: «Het Hindostaanse luik waarin de lijn India -Suriname - Nederland wordt doorgetrokken, maakt indruk.»
Usha Marhé baarde opzien met Tapu sjén /Bedek je schande, een boek over Surinamers en incest, waarvan later dit jaar een herziene editie uitkomt. In 2007 verscheen van haar Dulari-De weg van mijn naam, zes verhalen over zes vrouwen die allen hun specifieke stem laten horen in een cultuur waar zwijgen tot voor kort gewoonte was. Samen vormen de verhalen een ode aan de veerkracht van vrouwen in het algemeen. Biblion: «Een fraai debuut, waarvan de volgroeide vertelstijl respect afdwingt.»
Raj Mohan maakte naam als componist en muzikant van traditionele Indiase muziekstijlen met zijn bands Vistar en Shai’rana, maar verwerkt deze invloeden ook met eigentijdse, westerse muziekvormen in zijn Raj Mohan’s Popband. Hij is de eerste singer-songwriter die een album uitbracht in het Sarnami, de moedertaal van de Surinaamse Hindostanen: Kantráki ofwel Contractarbeider. Deze cd stond ook aan de basis van zijn eerste dichtbundel Bapauti / Erfenis uit 2008, in de pers verwelkomd als «een aanwinst voor de Surinaams-Hindostaanse literatuur».
Van de hand van de in Haarlem woonachtige Chan Choenni verscheen in 2009 de boekuitgave Madad sahàra sahàyta- analyse en aanpak sociale problematiek onder Hindostanen in Suriname.


Korte film over Shrinivasi
Tevens vertoont Mondiaal Literair een documentaire film over Shrinivasi. Hij, inmiddels 83 jaar oud, is een van de belangrijkste Surinaamse dichters en ontegenzeggelijk een inspiratiebron voor de schrijvers van deze avond.


Talkshow met schrijvers
Mondiaal Literair is een samenwerking tussen MCH en Uitgeverij In de Knipscheer. De maandelijkse schrijversavonden van Mondiaal Literair worden thematisch samengesteld, zoveel mogelijk naar aanleiding van recent bij Nederlandse uitgeverijen verschenen of te verschijnen boeken, die inhoudelijk de vaderlandse grens overschrijden. Centraal staat het interview met de auteurs, soms in een gezamenlijk gesprek, soms na elkaar. Uiteraard lezen een of meer schrijvers kort uit eigen werk. Uitgever Franc Knipscheer is de host van de avond. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk.

Woensdag 10 februari 20.00 uur
Zaal open: 19.30 uur
Locatie: MCH, Lange Herenvest 122, 2011 BX Haarlem
De toegang bedraagt 5 euro, koffie en thee inbegrepen
Op vertoon van bibliotheekpasje kunt u gratis één introducé meenemen
Reserveren vooraf is wenselijk: 023 – 542 3540
http://www.mondiaalcentrumhaarlem.nl/


Foto rechtsboven: Orchida Bachnoe, @ Jaap Pop
Foto linksonder: Shrinivasi, @ Usha Marhé

De graftombe van Papa Doc

De verschrikkelijke aardbeving van ruim een week geleden heeft Haïti nogmaals op treuruige manier in het wereldnieuws gebracht. De geschiedenis van het land wordt gekenschetst door rampen, staatsgrepen en machtswisselingeni. O.a. de Cubaanse schrijver Alejo Carpentier en de Curaçaose auteur Hans Vaders schreven erover. Carpentiers fascinerende roman Het koninkrijk van deze wereld gaat over de slavenopstand in het begin van de 19de eeuw. De bloedige rellen in het Haïti ten tijde van Baby Doc Duvalier worden tegelijk beklemmend en hilarisch beschreven in een ooggetuigenverslag van de hoofdpersoon in Tropische winters van Hans Vaders (1949).
.


Hieronder hoofdstuk 8 van het boek:


Op het prominentenkerkhof bij de Rue Guilloux wordt de majestueuze graftombe van Papa Doc, de vader van Duvalier, volledig gesloopt. Het imposante mausoleum blijkt een immens lege, holle ruimte. De teleurgestelde, razende menigte opent vervolgens de laatste rustplaats van generaal Gracia Jacques, bij leven een fervent aanhanger van François Duvalier. Uitzinnig brullend sleept de ontketende volksmassa de geopende kist met het gebalsemde, in gala-uniform gestoken lijk van de legeraanvoerder door de straten van Port-au-Prince. Winkeliers verdelen gratis flessen rum.
Gracia Jacques wordt bespuwd, geschopt en met machetes doorstoken. Daarna wordt het lichaam met petroleum overgoten en in brand gestoken.
De eerste berichten sijpelen binnen dat huizen van beruchte tontons macoutes worden omsingeld.
Ik loop naar de Roxy Bar aan de haven, maar die is gesloten. Rond twaalf uur, in het zenit van de zon, vallen de eerste doden van de dag. In de Rue Pavér wordt een magazijn met auto-onderdelen geplunderd. Vijftig meter van mij vandaan zie ik een soldaat zijn M-16 geweer schouderen. Twee mannen verlaten overhaast het gebouw. De één kiest ongelukkigerwijs het midden van de weg. De ander komt snel op mij toerennen met iets blinkends in de vuist. Hij kijkt mij recht in het gezicht. Blijft mij onafgebroken recht in de ogen kijken. Hij struikelt, struikelt opnieuw, valt, staat op. Een schot. De man valt nogmaals, een halve meter van mij verwijderd. Uit zijn opengereten borstkast bloesemt een fragiele, prachtige rood-witte vlinder. Een Haïtiaanse Rembrandt van Rijn. De anatomische les van prof. Tulp in optima forma tot leven gebracht. Ik sta er verbijsterd naar te staren. De man ademt niet meer. Hij is dood, morsdood. In zijn rechterhand houdt hij nog steeds een kleine autolamp geklemd. Zijn kameraad ligt, de benen wijduit in zijn eigen urine met een kogel door het hoofd terzijde van een open riool. Een klein straaltje bloed vloeit uit zijn verwrongen mond. Ik vloek.
Konjo bo mama, had ik mijn camera maar meegenomen. Goede, mooie kleurenfotos make the real money.
Verderop in dezelfde straat wordt het marmeren kantoor van Haïti Air, troetelkind van de Duvalier-familie, op grondige wijze van iedere luister ontdaan. Rekeningen en tickets liggen verspreid over straat.
.


Ik bereik, via een moeilijke omweg, het regeringsgebouw voor Telecommunicatie in het centrum om te telefoneren met de redactie in Nederland. Alleen vanuit dit kantoor bereikt Haïti de buitenwereld en het buitenland Haïti. Andere verbindingen zijn er niet meer. Het contact komt onwaarschijnlijk snel tot stand, ondanks het feit dat er slechts één operator op haar post is gebleven. Vlug bel ik mijn verslag door. Een compleet oproer, Duvalier weg, generaal Henri Namphy aan de macht, de laatste week zon 300 doden, aantal gewonden niet meer te tellen, de beer is werkelijk los. In Amsterdam is men bijzonder blij met het beknopte bericht. Er is immers op dat moment geen andere Nederlandstalige journalist in het land. Vervolgens weet ik met grote moeite de krant op Curaçao te bereiken. Oh, leuk dat je belt Alex, een goede vakantie? Ja, er waren geloof ik wel wat kleine problemen. Maar die zijn nu toch opgelost? We kregen juist een ANP-bericht binnen. Wist je al dat Duvalier weg is? We brengen het op pagina drie. Verder alles rustig. Niets aan de hand dus, alles normaal. Je moet de groeten hebben van... Wat...? Henri Namphy...? Wie is die klootzak...? Slechte verbinding zeg. Anyway, ik heb je kinderen nog gezien. Wat...? Nee, nee, dat kan niet, dat kan ik niet geloven, want het ANP zegt... Ome Henk, schreeuw ik in de kakofonie van geluid om mij heen door een krakende lijn. Het is hier een complete revolutie, ze knallen ze als ratten af, luister..., en ik houd de hoorn van het telefoontoestel buiten de cel. Op het voorplein van het communicatiegebouw ratelt een machinegeweer. Drie mensen liggen stuiptrekkend in het stof; anderen duiken in de smerige riolen om aan de ricochetterende kogels te ontkomen. Ja, er zal misschien nog wat geschoten worden of is het misschien al carnaval? Het Algemeen Nederlands Persbureau zegt... Ik smijt de hoorn op de haak, want op deze manier laat ik de dollars onverantwoord rollen en die dollars denk ik de komende dagen nog hard nodig te hebben.
.

Hans Vaders, Tropische Winters. Haarlem: In de Knipscheer, 2001. ISBN 9789062 655205

Panama - een foto-impressie

Tekst en foto's: Jos de Roo
.


Panama is een metropool (1,3 miljoen inwoners) met een oud koloniaal deel en een druk modern deel. Het contrast fascineert. Er zijn plekken in Panama waar de Indinanen nog op hun traditionele wijze wonen en leven. Het deed ons erg aan Suriname denken: je moet er heen per korjaal, het dorp ligt hoog aan de rivier, zelfs de klei is even glibberig als in Suriname. Daar zagen we een ritmisch muziekinstrument dat we nog nooit hadden gezien: het schild van een schildpad.
.





Tenslotte: het meest fascinerende is het Panamakanaal. De schepen worden met sluizen 28 meter hoger gebracht. In de sluis hebben ze een speling van tien centimeter. Het schip wordt door treintjes en kabels zo in de sluit gamanoevreerd dat het de kades niet raakt. De schepen varen echt in file. Het kanaal ligt hoger dan de Pcific en de Atlantic. Bij elke schutting loopt dus een enorme hoeveelheid zoet water het kanaal uit. Om te zorgen dat er genoeg water in blijft is een rivier omgeleid die water toevoert. Te bedenken dat dit al in het begin van de twintigste eeuw is gerealiseerd!
.





Ook nog gezien in het bedevaartsoord Porto Bello een zwart Christusbeeld. Fascinerend is dat deze lijdende Christus niets kwijnends heeft: hij kijkt woest en wild. De Bijbel zegt dat God de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis. Dit beeld laat zien dat het andersom is.
.

Thalia 170 jaar

Het Toneelgenootschap Thalia bestaat deze maand 170 jaar. Het is dezer dagen eerder een holding voor andere theatergezelschappen in Suriname die ruimte en faciliteiten zoeken dan een levende toneelgroep, maar hoe dan ook: het is toch uniek dat in een land waar zoveel zaken al zo snel verdwijnen, Thalia nog immer bestaat. De Werkgroep wenst Thalia Proficiat toe!
Wie Thalia wil feliciteren kan dat doen op het adres: thalia@sr.net
Hieronder de advertentie voor het allereerste stuk dat het toneelgenootschap 170 jaar geleden opvoerde.
,


woensdag 20 januari 2010

Portretten van Vincent Jong Tjien Fa

Van 24 januari t/m 8 maart 2010 presenteert de Amsterdamse Galerie 23: Portretten die spreken, schilderijen van Vincent Jong Tjien Fa (Amsterdam / Nederlandse Antillen / Suriname) in combinatie met sculpturen van Abou Sidibé (Burkina Faso / Mali). Jong Tjien Fa is als kunstenaar ook bekend onder de naam Vince.

Fons Geerlings heet U van harte welkom bij de opening. De tentoonstelling wordt op zondag 24 januari 2010 om 16 uur geopend door Glenn Helberg, psychiater en voorzitter Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) in aanwezigheid van Vince.

Locatie:
Galerie 23
KNSM-laan 307-309
1019 LE Amsterdam
Tel. 020-6201321
E-mail galerie23@sbk.nl
Website http://www.galerie23.nl/
Openingstijden: maandag t/m vrijdag 9-17 uur, zaterdag en zondag 11-17 uur

Bereikbaar met tram 10, halte Azartplein, bus 42 vanaf CS, bus 65 vanaf Station Zuid

Nieuwe Oso over o.m. Astrid Roemer


Het laatste nummer van Oso, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied (jaargang 28, nr. 2, 2009) biedt de volgende bijdragen:


Artikelen
Koen Alefs, De kunst van het niet-weten; Pingojacht in West-Suriname.

Cindy Nortan, Winti en criminaliteit; Magische rituelen en attributen bij delicten.

Matthijs Ponte, Gaten naar de toekomst [over Astrid Roemer].

Annika Ockhorst, ‘Hervorming van de culturele uitwisseling? Het cultureel akkoord, 1975-1982.

Leni Thiers, Een Surinaams compromis tussen steen en hout; De kathedraal van Paramaribo.

Marije Schaafsma, Suriname en de Hollandse ziekte; Economische ontwikkeling tussen 1975 en 2002.

Ruud Paesie, Van monopolie naar vrijhandel; De illegale slavenhandel tijdens het octrooi van de Tweede West-Indische Compagnie, 1674-1730.

Daniël Tuijnman, Politie en leger in Suriname; De interne ordehandhaving van 1895 tot 1940.


Essay

Rashid Novaire, Een zee van mogelijkheden; Obstructie en ontwikkeling in een Surinaamse module fictief schrijven.


Recensies

Wieke Vink, Creole Jews; Negotiation community in colonial Suriname (door Lila Gobardhan-Rambocus); S. Ramsahai, Thuiswedstrijd in een vreemd land; Een 5 Inhoud sociaal wetenschappelijke analyse van voetbal in eigen kring (door Rosemarijn Hoefte); Ellen de Vries, Nola; Portret van een eigenzinnige kunstenares (door Edwin Marshall); Tip Marugg, De hemel is van korte duur; Verzameld werk 1945- 1995 (samengesteld en bezorgd door Aart G. Broek en Wim Rutgers) en Petra Possel, Niemand is een eiland; Het leven van Tip Marugg in gesprekken (door Michiel van Kempen).


Irene Rolfes: Recente publicaties, I Suriname, II Nederlandse Antillen en Aruba

Wim Hoogbergen, In Memoriam Silvia Wilhelmina de Groot-Rosbergen (1918-2009)

2009 Continuação (Vervolg)

door Marcel de Kom


Alles werd nu een droom met zeilen witte drukte
Droge warme wind uit het zuidoosten met
Verhalen van het achterland
Schoongewreven in gebergte en mist
De roodbruine sporen censuur achterlatend op groen blad.

Woorden van jij, van ik, van zij en gouden toekomst
Gravel slingerwegen met vierentwintig bochten per kilometer
Een corridor voor wind naar de kust
Mesties en mulatten marrons ronden de stoffige wegen
Voetstappen op nat leem en droge tak

De brulapen roepen om een vaardige behandeling
Van hun vrees op de hoek van Highway en Latour
Waar ons volk zich bij wijze verstopt in koelbox en ijs tussen
Zacht barbequevlees met pindasaus

De bevrijding van het beknelde in hedendaags doorgeschoten landing
Het luchtrooster van takken en stammen aan het einde van de horizon
Het wachten op de nieuwe dag wanneer de zon weer zal opstijgen
Bloed dragend op het voorhoofd nu weten sleets ontbreken is

Continuação (Vervolg)
2010


Paramaribo 31 december 2009

Winnaars literaire prijsvraag Small Axe

De uitgevers van Small Axe, Caribbean platform for criticism, schreef in 2009 een literatuurwedstrijd uit. Deze first annual Literary Prize voor "poetry and short stories from emerging writers whose work centres on regional and diasporic Caribbean themes and concerns" levered de volgende winnaars op:

Kort proza:

First place: Ashley Rousseau, St Andrew, Jamaica
Second place: Alake Pilgrim, D'Abadie, Trinidad and Tobago
Poëzie:
First place: Monica Minott, Kingston, Jamaica
Second place: Tanya Shirley, Kingston, Jamaica
De winnende teksten zullen worden gepubliceerd in Small Axe 32 van July 2010.

Deadline voor de volgende inzending is april 2011. Voor verdere details klik hier.
Hier de link naar de website van Small Axe: klik hier

.

Charlotteville, Tobago; foto @ Michiel van Kempen

dinsdag 19 januari 2010

Nieuwe kleding stewardessen op Caraïbische vluchten

Schiphol, 19 januari 2010 - De economische crisis is ook hard aangekomen bij de KLM. De luchtvaartmaatschappij voelt dat ook in de Transatlantische vluchten op bestemmingen naar het Caraïbisch gebied. Een verdere verlaging van de tarieven zit er volgens woordvoerster mevrouw Van der Naad niet in, maar de maatschappij heeft wel naarstig gezocht op welke wijze vluchten naar het gebied aantrekkelijker kunnen worden gemaakt. ‘De prijzen op de oliemarkt fluctueren nog altijd zo sterk, dat een verlaging van de prijs voor een ticket van Schiphol naar Paramaribo volgende week weer zou kunnen betekenen dat we het tarief opnieuw moeten herzien. Dat schrikt het publiek af. We hebben daarom gedacht dat de aantrekkelijkheid van zonnige bestemmingen als Suriname, Curaçao, Aruba en Sint Maarten er veel bij zou winnen, wanneer het uniform van het vliegtuigpersoneel een zonniger aanschijn kreeg. Het publiek zal bij deze aanpassing worden betrokken met een prijsvraag. Het kan kiezen uit zeven spiksplinternieuwe modellen.’

Tot 1 februari 2010 kan het publiek – ook zij die nog nooit KLM vlogen – stemmen op een aantal modellen van de nieuwe, luchtiger cabinekleding. Het kledingmodel dat het meeste stemmen behaalt zal zo snel mogelijk na 1 februari 2010 op alle vluchten naar Caraïbische bestemmingen worden gedragen, met uitzondering van Havana, omdat veel Russische reizigers op Schiphol een overstap maken en dan vaak blijken al een stevige slok wodka op te hebben. De nieuwe uniformen zullen worden vervaardigd door het atelier van Joginder Singh Bhatia aan Connaught Circle in New Delhi, India. Het atelier kwam als het ging om een prijs/kwaliteit-verhouding als beste uit de bus.

Onder diegenen die het uitverkoren kledingmodel hebben gekozen, zullen drie prijzen worden verloot: een retourticket Amsterdam-Paramaribo; een retourticket voor een vlucht Schiphol-Eindhoven om de ‘oude’ uniformen nog te zien plus een waardebon voor 10 kg overbagage; en een stel winter- en zomerkousen met het KLM-logo in de naad.

Of de lancering van deze actie niet wat ongelukkig getimed is, nu juist in het Caraïbisch gebied de tragedie van de aardbeving in Haïti heeft plaatsgevonden? ‘De actie zou al eerder gelanceerd worden,’ antwoordt mevrouw Van der Naad, ‘ maar de Indiase leverancier kampte met het probleem van het vinden van de juiste kleur hemelsblauwe stikdraad. En daar hechten wij bijzonder aan. Wij vliegen ook normaal niet op Port-au-Prince, het is geen leuke vakantiebestemming, weet u. Maar wij werken wel mee aan een hulptransport dat onze partner Air France binnenkort stuurt voor al die stakkerds. Zo zijn er suikerzakjes die wel eens op de koffieschoteltjes van suikervrije KLM-passagiers belanden en dan komen er vlekjes op die zakjes zodat ze niet meer presentabel zijn, maar die suiker is nog heel goed. Al die suikerzakjes willen wij kostenloos ter beschikking stellen ter distributie door de Haïtiaanse overheid. Het is een begin. Over melk in cupjes wordt nog niet nagedacht, nee.’

‘De vraag naar het nieuwe uniform speelt ook in op de wensen van de Bond van Vliegend Personeel; zij hadden al geregeld geklaagd dat de stof van het bekende blauwe uniform niet comfortabel is bij landingen in tropische gebieden,’ aldus KLM-spokeswoman mevrouw Van der Naad.

Er kan gestemd worden door hier te klikken.
Ook in het bananenstalletje vlak bij Gate F, waar alle passagiers voor vluchten naar het Caraïbisch gebied altijd worden afgevoerd, wordt een urn geplaatst waarin passagiers schriftelijk hun voorkeur kunnen kenbaar maken.

maandag 18 januari 2010

Robert Vuijsje naar Suriname

Robert Vuijsje publiceerde vorig jaar Alleen maar nettte mensen, een roman waarin de hoofdfiguur (een op een Marokkaan lijkende jongeman uit het chique Amsterdam-Zuid) op zoek gaat naar een lekker(e) donkere vrouw. Het boek riep veel discussie op en legde de schrijver geen windeieren want er werden circa 90.000 exemplaren van verkocht. De aandachjt voor het boek kreeg vooral een grote push doordat de roman de Gouden Uil kreeg. Nu staat het genomineerd voor het Taalinktproject zodat het mogelijk is dat binnenkort ook Surinaamse jongeren massaal kennis kunnen maken met Robert Vuijsje. De schrijver komt zelf van 16 - 23 februari naar Suriname en zal dan o.a. actief zijn met een boekpresentatie bij Zus & Zo, een gastcollege aan het IOL en de AMS, en hij zal signeren bij boekhandel VACO aan de Domineestraat. Mogelijk komt er nog een discussieavond over de zwarte vrouw in de literatuur.

Hier een link met uiteenlopende reacties op Alleen maar nette mensen en Vuijsjes commentaar daarop.


Foto van Robert Vuijsje: @ Belga