Het is alweer de zoveelste Antilliaanse roman die gaat over de gebeurtenissen rondom 30 mei 1969. In 1970 publiceerde Edward de Jongh zijn historishe roman E dia di mas historiko in het Papiamentu. Ook andere auteurs hebben dit als thema gehanteerd of hiernaar gerefereerd. Echter deze versie van Eric de Brabander heeft het meer als decor gebruikt. Vanuit de zijlijn wordt er nu gekeken naar deze dag, die een omwenteling teweeg bracht in de culturele identiteit en emancipatie van het volk. Op het eerste gezicht lijkt het alsof de roman bedoeld is voor liefhebbers van de koopvaardij, maar dan kom je bedrogen uit. Zoals gebruikelijk omvatten de romans van uitgeverij In de Knipscheer een thrillerelement dat het avontuurlijk en spannend maakt.Thema van de roman is de vriendschap tussen de drie buurtjongens die geen hoge of lage tonen kent en de gecalculeerde liefdesverhouding van een vrouw die meent er beter van te worden. In elke vriendschap heb je van nature een zekere spanning, die zich uit in meningsverschil, jaloezie en soms een woordenwisseling. En juist die spanning ontbreekt in de verhaallijnen. Het verhaal krijgt in het tweede deel van de roman een zekere wending, als men historische elementen weet op te voeren. Dan krijgt de setting die in Venezuela afspeelt meer cachet, te meer daar het zeer actueel is met de komst van Hugo Chavez aan de macht. De afstand tussen Curacao en Venezuela is dan ook niet langer een die je zwemmend de overkant bereikt.
De vriendschap tussen de tandarts Edward Raven bijgenaamd Boyo, de visser Kai en JonJon die in een rolstoel zich voortbeweegt is voor altijd. Dit ondanks dat Boyo als enige uit de wijk naar het buitenland vertrok, terwijl de achterblijvers qua maatschappelijke positie niet verder zijn gekomen. Het verhaal laat ook zien dat de sociale afkomst geen rol hoeft te spelen in de intermenselijke verhoudingen. Na een tijd gevaren te hebben komt het uiteindelijk toch tot een uitbarsting tussen de vrienden. Maar zoals in de Curaçaose cultuur geldt, wordt de haatliefde verhouding bedekt met een zwarte fluwelen mantel.
Het verhaal wordt vanuit het perspectief van Boyo verteld. Hierdoor raken de twee andere personages op de achtergrond en komen pas aan het eind van het verhaal in actie. Je verwacht dat het verhaal op een zeker moment via een flashback van de drie jeugdvrienden terugblikt op hun verleden. Dit had best gekund tijdens de urenlange bootreis naar Tucacas of gedurende hun terugreis naar Curaçao. Daarmee kon met de gebeurtenissen nog fris in het geheugen een contrast worden geschapen van het Curacao van vroeger en dat aan de vooravond van 30 mei 1969. Daar waar het vooral gaat om de klasse- en etnische tegenst
ellingen en de verschuivingen daarbinnen, had je met het oog op recente gebeurtenissen iets meer verwacht.Het verhaal gaat in vertraagd tempo voorbij, gehakt in stukjes. Af en toe wordt het een beetje langdradig als het continu gaat over de mal, het bouwen van een nieuw peñero en minder over de menselijke verhoudingen. Met het opvoeren van het personage van Dieter en Lisa krijgt het verhaal een draai. In het laatste deel van de roman komen de drie voornaamste personages echt tot leven. Er is dan meer interactie tussen de personages, met name de tot zijn rolstoel veroordeelde JonJon die zich afvroeg wat zijn rol eigenlijk was onder die twee vrienden?
De indruk bestaat dat de prille liefde tussen Doña Lisa en Boyo een nood ingreep is geweest om het verhaal wat smeuïger te maken. Via enkele filosofische verhandelingen krijgt de lezer een geraffineerd beeld van de Curaçaose maatschappij en samenleving. Jammer dat opnieuw uitgerekend Edward Raven (Boyo) – evenals vroeger de passanten in de Antilliaanse literatuur – als betweter wordt neergezet. De afloop van het verhaal, waarbij zowel Kai en JonJon komen te overlijden is niet zo goed doordacht. Niettemin is het een roman geworden die voornamelijk buiten de grenzen van Curacao afspeelt en nieuwe inzichten aandraagt over de relatie Yiu di Korsou en migranten. Het is een teken dat de Antilliaanse literatuur niet langer beperkt blijft tot het veelvuldig beschrijven van de eigen omgeving.
Auteur(s): Eric C. de Brabander
Prijs: 16,90 euro
ISBN: 9789062656431
Jaar: 2009
Categorie:Literaire roman,novelle
Uitgever: Uitgeverij In de Knipscheer
Aantal pagina's: 271
"Alweer de zoveelste roman over 30 mei 1969": dat is wel erg kort door de bocht, Quito. Er is het boek van De Jongh geweest, maar dat was meer een documentaire. En hier en daar zijn er wat verwijzingen, bijna allemaal terloops, oppervlakkig. Waar blijft nu de echt grote Antilliaanse roman over het meest traumatische moment in de moderne Antilliaanse geschiedenis? Frank Martinus Arion heeft er zich ook nooit aan gewaagd; die kwam na 1969 met een roman over Lourdes....
BeantwoordenVerwijderenBij een Amsterdamse uitgeverij ligt nog een manuscript - met de confrontaties rondom 30 mei 1969 als thema - dat reeds vorig jaar moest worden gepubliceerd.In de uitgeverswereld is men eerder geneigd om uitsluitend verhalen met een wijsvinger in de verkeerde richting te publiceren. Onder de bestaande Curaçaose auteurs bespeur ik geen animo om in navolging van Hugo Claus een vergelijkbare Het verdriet van Curaçao te schrijven, maar misschien moet die nog opstaan. Het volk zelf probeert dit deel van hun geschiedenis te verzwijgen. Waarom steeds weer het verleden verdoezelen?
BeantwoordenVerwijderenJa, wat er bij uitgeverijen en in bureauladen ligt, weet ik natuurlijk niet, maar het is toch opmerkelijk dat er 41 jaar na dato niets substantieels is geschreven over de trinta di mei. Maar ik geloof er helemaal niets van dat uitgevers "eerder geneigd zijn om uitsluitend verhalen met een wijsvinger in de verkeerde richting te sturen". Welke richting zou dat dan moeten zijn? Welnee, de Antilliaanse Claus zou met open armen worden ontvangen, maar die is er niet. Vergeet niet dat Arions "Dubbelspel" indertijd ook niet zo'n Nederland-vriendelijk boek was!
BeantwoordenVerwijderenIk krijg steeds de indruk dat redacteuren zich steeds meer bemoeien met de tekst-inhoud van het manuscript, zodat het uiteindelijk geen creatie en eindproduct is van de schrijver.Het is alom bekend dat Nederland moeite heeft met hun verleden in Indonesië, Suriname, de Antillen en Aruba. Uiteraard publiceert een uitgever voor eigen rekening en risico en kan het zo zijn dat de scherpe kantjes af moeten.
BeantwoordenVerwijderenToch moet het mogelijk zijn dat schrijvers o.a. de grilligheid van beide landen (Curacao - Nederland) kunnen optekenen en wat de geschiedenisboekjes niet vermelden deze in romanvorm te beschrijven.
Er zijn tal van andere thema's die als zijweg van de 30 di mei in aanmerking komen.
Luister eens, Quito, Nederland is Nederland, maar je maakt mij niet wijs dat Nederlandse uitgeverijredacteuren een verlengstuk zijn van de kabinetten Balkenende I-XIII. Ik draai al erg lang mee in dat wereldje, en er zijn een hoop redacteuren die hun werk niet naar behoren doen, en er zijn er ook die niks van het Caraibisch gebied weten of van het soort taal dat daar gebruikt wordt, maar ik heb het nog nooit meegemaakt dat ze inhoudelijk in een tekst ingrepen omdat ze vonden dat er teveel tegen Nederland werd geschopt. Of zit jij bij de uitgeverij van Geert-met-de-cavia-op-het-hoofd?
BeantwoordenVerwijderenNu aan het werk!
Alweer een boek over 30 mei 1969?
BeantwoordenVerwijderenHet is niet mijn bedoeling geweest daarover te schrijven, 30 mei is hooguit de kerstboom waaraan ik mijn bedenksels heb gehangen.
Een roman voor liefhebbers van de koopvaardij? Waar heb ik in godsnaam die indruk gewekt? Vriendschap tussen drie buurtjongens? Mijn god, heb je het boek wel gelezen? Volgens mij, maar ik kan me vergissen, gaat het boek over de vriendschap tussen drie personen die door omstandigheden als ziekte, verlangen naar dood en sociale gebeurtenissen zwaar op de proef wordt gesteld. Ik heb een vrouw die kunstenaar is. Ze zei, ach, als het kunstwerk in een museum hangt, dan is het niet meer van jou. Dan kan iedereen er in zien wat die wilt.
Zo is het maar net. Ook voor boeken.
Eric de Brabander