dinsdag 29 december 2009

Dictionnaire culturel des Caraïbes

Dictionnaire culturel des Caraïbes : histoire, littérature, arts plastiques, musique, traditions populaires, biographies is de volledige titel van dit woordenbeoek dat als ik één van de auteurs - Jean-Paul Duviols - volg meer een boek om door te bladeren en het plezier van de ontdekking van de auteur te volgen is, dan een strak georganiseerd alfabetisch naslagwerk. Tot mijn spijt is het boek in geen enkele Nederlandse bibliotheek verkrijgbaar en dat verbaast niet in de America's ligt het Frans koloniale erfgoed nog verder van het Nederlandse bed dan in het Europese. Ik botste op deze titel bij een zoektocht naar een andere reeks academische boeken over het koloniale verleden van de America's die allen handelden over de geschiedenis van afbeeldingen van de "Nieuwe Wereld" en de tekstuele terrreur in academia waarbij historici de afbeelding niet of nauwelijks als historische bron, of als onderwerp van historisch onderzoek wensen te beschouwen. Twee interessante titels over dit onderwerp van historisch beeldmateriaal kwamen bovendrijven na enkele dagen intensief onderzoek:

- Victoria Dickenson "Drawn from life, science and art in the portrayal of the New World" (University of Toronto Press; 1998)
- Jean-Paul Duviols "Le miroir du nouveau monde: images primitives de l'Amérique " (Presse Paris Sorbonne; 2006)

En tot mijn ontzetting zijn beide titels niet aanwezig in enige Nederlandse bibliotheek (via de Koninklijke Bibliotheek in de niet publiek toegankelijke zogenaamde National Catalogus gekeken, alsook - en dat is wel publiek toegankelijk - in worldcat.org en in beide gevallen geen resultaat, dus ook de fraai ogende bibliotheek van het Tropen Instituut heeft deze boeken over het hoofd gezien). Als oud-bibliothekaris voel ik dan enige woede boven komen, hoe kan het dat dit soort belangrijke titels geheel ontbreken? Want we mogen dan wel hoog frequent ons bekend voorkomende platen als illustratie materiaal in boeken, film documentaires en musea tegen komen (zoals van de hand van Theodore de Bry, 1528-1598 en Felipe Guaman Poma de Ayala, 1535-1616), die beelden ontberen tot op de dag van vandaag de historische duiding die zij behoeven en vaak is de kwaliteit door generaties van kopieerprocessen dusdanig erbarmelijk slecht dat als je dan uiteindelijk een echt origineel werk of een goede foto of digitale facisimile met voldoende resolutie onder ogen krijgt verbijsterd kunt zijn dat auteurs en curatoren in dit tijdperk van het beeld het wagen zulke beeldrommel aan ons te blijven voorschotelen. Ergo ik heb dan maar een aantal ex-collega's getipt en de boeken ook voor mijn eigen collectie via het Intertnet weten aan te schaffen. Als troost is er wel een recente Nederlandse academische studie over dit onderwerp "The representations of the overseas world in the De Bry collection of voyages (1590-1634)" van de hand van Michiel van Groesen in meerdere universitaire bibliotheken te vinden.


Dit is niet enkel een bibliografische afdrijving die buiten het vaarwater van de Caraiben valt, want beide werken behandelen natuurlijk ook de eerste Spaanse ontdekkingstochten en dan komen we toch in de wateren van dit blog.

Ter afsluiting dan terug naar de dictionnaire van het plaatje... één van de auteurs - Duviols van de "Le miroir du nouveau Monde" - wordt daarover geinterviewd op de vaak interessante video-site DailyMotion en ik zal proberen of ik een directe link in deze post, in het piepkleine venster dat Blogger mij biedt, weet te wringen:



Jean-Paul Duviols
Geüpload door slal. - Onafhankelijke web video's.

Perfect een aardig gesprek op een rumoerige plek met een Franse onderzoeker met een brede belangstelling waarin ook de sporen van de "Nederlandse" Antillen tot op de Guyanas niet ontbreken... hoop dit boek in het komende jaar nog eens zelf te kunnen inzien... wellicht kan blogredacteur Michiel van Kempen het op zijn universitair aanschaflijstje zetten!

zaterdag 26 december 2009

Vuile was en schone handen

Vuile was en schone handen. Dat is een terugkerend onderwerp in het Surinaamse deel van het Winternachten-programma in januari.

De Surinaamse documentairemaker Frank Zichem staat centraal in het filmprogramma van zaterdagavond 16 januari. Hij spreekt – aan de hand van filmfragmenten uit zijn indrukwekkend aantal documentaires - met filmkenner Bert Jansma over hoe hij omging met controversiële onderwerpen in Suriname. Mag je de vuile was wel buiten hangen? Ditzelfde thema komt aan de orde in een gesprek onder leiding van de Surinaams/Nederlandse publicist Sandew Hira (Dew Baboeram) met de Caribische auteurs Junot Diaz (Dominicaanse Republiek) en Kettly Mars (Haïti). Ook zij hebben te maken met de druk van hun lezers om de vuile was niet buiten te hangen.

Voor het hele Winternachtenprogramma klik hier

Zwarte huid als accessoire

In het Winternummer 2009/2010 van Oer; digitaal vrouwenblad zijn onder meer de volgende onderwerpen te lezen:

Marli Huijer: Opnieuw Beginnen
Noraly Beyer: De emancipatiegraad van Noraly Beyer
Joke Hermsen: Tijd van leven
Semira Dallali: Zwarte huid als accessoire
Beeldcolumn : Gelijkheid en Broederschap; Couturier Aziz in het Cobramuseum
David Barick over Joyce DiDonato
Helen Fermate presenteert Starshine Halasy (en trekt Oer Digitaal daarmee in de wereld van de Avatars)
Mode Gespot
Oerplein
En nog veel meer......


Klik hier



Bovenste foto: AP (nieuwslezer Lee Thomas)

donderdag 24 december 2009

Some Interesting Jamaican Facts

sent to us by Suzanne Broderick

If you are familiar with Jamaica, I can probably bet you (and win) you never knew half of these interesting facts on Jamaica. I myself was even surprised at some of these findings. Here you go!

Jamaica has the most "churches" per square mile of any country in the world. Source-Guinness Book of World Records. Over 1,600 "churches" all over Jamaica. That number is growing. We also have the most bars per square mile. The theory is everyone can get the "spirit"..
Jamaica was the first country in the Western world to construct a railway, even before the United States! This was only 18 years after Britain!
Jamaica is the first Caribbean Country to gain Independence.
Jamaica is the first team from the English-speaking Caribbean to qualify for the Football (Soccer) World Cup. This was the 1998 championship.
Jamaica stands strong in 3rd place on the list of countries to win the Miss World titles the most! [Hmmm!] The only countries to have won it more than Jamaica is India, Venezuela and the UK, but considering the size of Jamaica, you have to say that this achievement is monumental!
.


On his second voyage to the New World in 1494, the tip of the Blue Mountains in Jamaica was the first land sighted by Christopher Columbus.
Jamaica was the first commercial producer of bananas in the Western Hemisphere.
Jamaica also was the first island in the Caribbean to produce rum on a commercial basis.
The Manchester Golf Club in Jamaica, established in 1868, is the oldest in the western hemisphere!.
Apart from the United States, Jamaica has won the most world and Olympic medals.
2006-2007: World Fastest man and woman- you bet, are Jamaicans [Asafa Powell and Sherone Simpson]. And now "the Bolt"!
Jamaica has more multiple (two or more) live births than anywhere else in the world.
Jamaica was the first country to impose economic sanctions against the apartheid regime of South Africa.
Jamaica is the third largest island in the Caribbean.
Jamaica was the first Caribbean island to enact legislation, "The Motion Picture Industry (Encouragement) Act" to promote the making of films.
Jamaica is the first country to sign a Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria grant agreement.
Jamaica was the first tropical country to enter the IOC Winter Olympics. The bobsleigh team's efforts inspired the film 'Cool Runnings'.
Jamaica was the first colony England acquired by conquest. This was in the year 1655 when the Spanish were driven from the island.
We have the second largest butterfly in the world? (The Giant Swallowtail).
Another of the interesting facts on Jamaica is that it was the first British colonial territory to establish a postal service (in 1688).
Jamaica was the first Caricom country to liberalize the telecommunications sector. Since then, other Caricom countries have opened up to competition.
Another one I found to be one of the most interesting facts on Jamaica is that Jamaica was the first country in the Caribbean region to launch a web site, jamaicatravel.com. This was in 1994!
And if you know none of the above, (which is fine) I expect you at least know that Jamaica is the birth place of Robert ("Bob") Marley [smile]

that Port Royal in Jamaica was once labeled 'The wickedest city on Earth'?

that the Jamaican Flag is the ONLY flag in the world, that doesn't share any of the colors of the American flag?

[From the website:http://www.my-island-jamaica.com]

Bipolaire stoornis

In zijn mammoetbiografie Eric Williams. The Myth and the Man besteedt Selwyn Ryan veel aandacht aan de wapenfeiten van deze illustere politicus, die vooral als partijleider en eerste minister van Trinidad and Tobago (1956-1981) bekend is geworden. Zo staat hij uitvoerig stil bij het oprichten en met strakke hand leiden door Williams van de People's National Movement (PNM), de politieke partij die in het jaar van oprichting (1956) via verkiezingen de macht op het eiland naar zich toe trok en tot Williams’ dood niet meer uit handen zou hoeven geven. Het was de intellectueel begaafde en onvermoeibaar werkende Williams, die primair voor het succes van de PNM verantwoordelijk was.

Vermaard in dit verband waren Williams’ redevoeringen aan de University of Woodford Square. Met deze term verwees hij naar de vele toespraken die hij hield op het gelijknamige plein in Port-of-Spain. Zijn voordrachten waren bedoeld om het volk in menswaardigheid op te voeden, ideologisch te scholen en in de eigen geschiedenis in te leiden. Ook Williams’ betrokkenheid bij het terugkrijgen van de Amerikaanse marinebasis bij Chaguaramas wordt door Ryan uitgebreid besproken. In de vorm van een mars op Chaguaramas liet hij zijn partijaanhang de rechtmatige aanspraken op eigen grondgebied bevestigen en de Amerikanen uiteindelijk inbinden. Tenslotte was er Williams’ aandeel in het vormgeven en uiteindelijk laten mislukken van de West Indies Federation. Dit staatsverband, waarbinnen voormalige Britse koloniën in het Caraïbisch gebied in 1958 collectief onafhankelijk werden, was bedoeld om de levensvatbaarheid van de afzonderlijke landen zoveel mogelijk te waarborgen. De federatie viel echter al na drie jaar uit elkaar doordat de belangen van Jamaica en Trinidad and Tobago onverenigbaar bleken met die van de kleinere eilanden. Ryan vertelt met grote deskundigheid en een goed ontwikkeld gevoel voor verhoudingen over Williams’ betrokkenheid bij deze gebeurtenissen.

In zijn voorwoord schrijft Ryan dat hij een evenwichtige biografie heeft willen schrijven, gebaseerd op uitvoerig bronnenonderzoek en met de ambitie een zo waarheidsgetrouw mogelijk portret van Williams te schetsen. In die opzet is hij geslaagd. Maar hij doet meer dan het analyseren en in context plaatsen van de man die Trinidad and Tobago van het koloniale naar het postkoloniale tijdperk voerde en zijn volk normen en waarden probeerde mee te geven die pasten bij het heroïsche gevecht dat het kleine Trinidad met Engeland en de VS voerde om het beloofde land van de onafhankelijkheid te kunnen betreden. Zoals een goed biograaf betaamt, wil Ryan de mythe ontrafelen die Williams steeds heeft omringd en die de laatste ook doelbewust ten eigen voordeel cultiveerde, zonder daarbij overigens maar in de buurt te komen van het gewetenloze gemanipuleer of de onvervalste persoonsverheerlijking waaraan tijdgenoten als Fidel Castro, Forbes Burnham en Eric Gairy zich overgaven. Bij de zelfgecreëerde mythe van de strijdbare held Williams, die begiftigd door de goden als een Messias zijn volk bevrijdde van het juk van het kolonialisme, behoren onduidelijkheden en tegenstrijdigheden waaraan nog maar weinig systematische aandacht is besteed. Het is vooral in dit deel van het boek dat Ryan zijn meerwaarde als biograaf bewijst.

.


Het gaat hem daarbij in het bijzonder om Williams als politiek leider en minister-president, die een charmante kant bezat en mensen gemakkelijk voor zich wist in te nemen, maar die ook meedogenloos medewerkers aan de kant kon schuiven en collega-ministers tijdens kabinetszittingen tot op het bot kon vernederen en ongenaakbaar buiten belangrijke beslissingen kon houden. Het is de verdienste van Ryan dat hij zoveel mensen aan de praat heeft weten te krijgen over deze onhebbelijkheden van Williams. Want uit veel van deze getuigenverklaringen blijkt hoe moeilijk het was om met Williams samen te werken, hoe loyaal ministers en adviseurs ook waren en hoe actief zij hem als politicus ook steunden. Wat overigens niet betekende dat zij zich alles lieten welgevallen of zich door Williams naar believen als pionnen in het politieke schaakspel lieten gebruiken. Er waren grenzen aan hun trouw, al hadden financieel onafhankelijke politici het in dit opzicht gemakkelijker dan degenen die voor hun inkomsten van Williams’ welwillendheid afhankelijk waren. Hoe dit ook zij, één ding stond vast: Williams duldde geen kritiek of tegenspraak, ook niet van zijn naaste medewerkers. En hij voelde zich niet zelden zozeer boven zijn collega-politici verheven, dat hij zijn gehoorapparaat uitzette op momenten dat hij genoeg had van het gekibbel van de oppositie in het parlement. Een nadrukkelijker demonstratie van zijn minachting voor democratische beginselen was in de ogen van zijn tegenstanders, maar ook van veel van zijn medestanders nauwelijks mogelijk.

Deze twee gezichten van Williams hebben Ryan ertoe gebracht Williams een bipolaire stoornis toe te schrijven. Zijn kameleongedrag, stemmingswisselingen en woede-uitbarstingen rechtvaardigen volgens hem deze conclusie ten volle. Hoewel Ryan niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen of Williams onder psychiatrische behandeling stond, doet naar zijn zeggen Williams’ gedrag dit wel vermoeden. Met nadruk wijst hij op Williams’ ingeboren wantrouwen, arrogantie, egoïsme, paranoia, megalomanie en emotionele instabiliteit. En op diens behoefte aan een (reële of zelf gecreëerde ) vijand, die het hem mogelijk maakte zelf in het middelpunt te staan en dankbaarheid en bewondering te oogsten. Ryan lijkt er bijna van te schrikken als hij vaststelt dat er een zonderling gezelschap bestaat van politici met een bipolaire stoornis. Behalve Williams behoren onder andere Hitler, Stalin, Churchill en Fidel Castro tot deze categorie.

Ryan laat overtuigend zien dat Williams vanaf 1970 – dat is na het verschijnen van zijn autobiografie Inward Hunger – meer en meer is gaan tobben met zijn gezondheid. Zijn eenzelvigheid neemt toe en hij trekt zich steeds meer uit het openbare leven terug. De politiek biedt geen uitdagingen meer. Williams is teleurgesteld in de resultaten van zijn politieke strijd en ontmoedigd door de geringe inzet, discipline en offervaardigheid van zijn landgenoten. Tegen het einde van de jaren zeventig gaat het verder bergafwaarts met hem. Gevoelens van ontgoocheling nemen de overhand en uiten zich onder andere in suïcidaal gedrag. Als bij Williams diabetes wordt geconstateerd, weigert hij de voorgeschreven medicatie. Kort hierna overlijdt hij. Ryan oordeelt dat Williams met opzet zijn eigen levenseinde heeft willen verhaasten.

Door het gedrag van zijn hoofdpersoon onder een vergrootglas te leggen en in psychologische zin te duiden, heeft de auteur het inzicht in de mens en politicus Williams vergroot, zonder zijn uitgangspunt een afwogen portret van hem te willen schetsen maar een ogenblik te hebben losgelaten. Want ontluisterend is zijn levensbeschrijving nergens en van een afrekening kan al helemaal niet worden gesproken. Bij alle aandacht voor Williams’ minder aimabele kanten is er bij de auteur steeds oog voor Williams’ politieke en intellectuele verdiensten. Ryan verdient lof en waardering voor zoveel balanceerkunst.

18e El Hzjra Literatuurprijs

In de 18 jaar dat de El Hizjra-Literatuurprijs bestaat, zijn Hassan Bahara, Abdelkader Benali, Mohammed Benzakour, Khalid Boudou, Said El Haji, Monique Samuel, Mustafa Stitou en vele, vele anderen bekend geworden. Droom jij daar ook van of wil je gewoon weten hoe goed je bent? Stuur dan je verhaal, gedicht, essay of toneeltekst op. Je kunt schrijven in het Nederlands, Arabisch of Tamazight. Vermeld je voor- en achternaam, ook als je een schrijversnaam gebruikt. Vergeet vooral je leeftijd niet want anders word je in de hoogste leeftijdsgroep geplaatst. Schrijf in een aparte brief iets over jezelf, waarom je meedoet en wat je doet in het dagelijkse leven.
Om iedereen een gelijke kans te geven, worden de inzendingen ingedeeld op taal, leeftijd en soort werk. Ook beoordeelt de jury de inzendingen zonder namen of achtergronden van de deelnemers te kennen. De jury bestaat dit jaar uit: Mowaffk Al-Sawad (Irak), Khalid Boudou, Naima El Bezaz, Mohamed El Hadaoui (Marokko), en Halil Gür (Turkije).

De inzendingen van de winnaars worden gepubliceerd in een speciaal boekje dat wordt uitgegeven door Van Gennep. De winnaars krijgen geld (maximaal €400,-), een certificaat en een Masterclass om hun talent nog verder te ontwikkelen. Voor elke leeftijdsgroep zijn er aparte prijzen voor gedichten, verhalen, essays en toneelteksten. Ook zijn er aparte prijzen voor bijdragen in het Arabisch en het Tamazight. Veel kans om te winnen dus!
Op 9 mei 2010 wordt de El-Hizjra-Literatuurprijs 2010 uitgereikt in het Bibliotheektheater te Amsterdam.


Stichting El Hizjra
Singel 300
1016 AD Amsterdam
Tel. 020 4201517

Afbeelding: Abdelkader Benali en Rappa tijdens de Tweede Caraïbische Letterendag, foto Roeland Fossen.

Weg uit een schaduwtroebel land

door Joop Leibbrand

Aletta C. Beaujon (Curaçao 1933 – Aruba 2001) studeerde in Illinois en Utrecht psychologie en werkte als klinisch psychologe (met een speciale belangstelling voor criminologie en pediatrie) achtereenvolgens op Curaçao, in Leiden en op Aruba. Zij publiceerde als jonge vrouw van begin twintig en begeleid door haar oom Cola Debrot (1902-1981) een verzameling Nederlands- en Engelstalige poëzie, Gedichten aan de Baai en elders, waarmee zij in 1957 een dubbelnummer mocht vullen van het literaire tijdschrift Antilliaanse Cahiers: 67 Nederlandse gedichten, tien Engelse en een in het Papiamentu. De ontvangst was in het algemeen positief. Zo noemde Ed. Hoornik het werk ‘niet minder verrassend dan verblijdend’, sprak Pierre H. Dubois van ‘prille zuiverheid’, ‘dichterlijke trefzekerheid’ en van ‘visionaire landschappen’ die ontstegen aan de aardse werkelijkheid en schreef Frank Martinus Arion over de poëzie van zijn eilandgenote: ‘Aletta’s bundel is een grillige, fantastische reis: de reis die kinderen soms in hun dromen maken of waarvan heel blijde mensen soms spreken, als het leven hun goedgezind is.’

In 1959 verscheen in een keuze van Debrot in Antilliaanse Cahiers onder de titel 'Poems while in Delos' nog een veertiental Engelse gedichten. In 2008 werd in de collectie Antilliana van de Openbare Bibliotheek van Den Haag een kantooragenda uit het jaar 1957 gevonden met daarin onder de titel Words washed away / Weggespoelde woorden 78 met de hand geschreven gedichten van Beaujon (het overgrote deel in het Engels), waaronder de veertien 'Poems while in Delos'. Beaujon bleek dus twee bundels van 78 gedichten geschreven te hebben, waarvan het merendeel uit de tweede bundel ongepubliceerd bleef.

In De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue worden nu door de ontdekker van het manuscript, neerlandicus Klaas de Groot, en zijn mederedacteur dr. Aart G. Broek beide bundels in één band uitgegeven, aangevuld met enkele verspreide gedichten gevonden tijdens bibliotheekonderzoek op Curaçao en met vertalingen van de Papiamentstalige gedichten. De twee zoons van Aletta Beaujon, beiden medisch specialist in de West, schreven gezamenlijk een levensbeschrijving van hun moeder, die daaruit naar voren komt als een veelzijdig begaafde vrouw met een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en een sterke drang tot onafhankelijkheid.


.

Aletta Beaujon deelt haar geboortejaar met Hans Faverey, Cees Nooteboom, Wilfred Smit en Paul Snoek en is een jaar ouder dan Judith Herzberg, Rutger Kopland en Gerrit Krol. 1957 is het precieze jaar van verschijning van Uit slaapwandelen van Vroman, Weerszij van een wereld van Ellen Warmond, Amulet van Lucebert, Sonnetten van de kleine waanzin van Hans Andreus, maar ook van Achterbergs Spel van de wilde jacht. Guillaume van der Graft, Ida Gerhardt en Remco Campert hebben al volop gepubliceerd. Het innerlijk behang en andere gedichten van Lodeizen dateert al 1952, Vasalis’ Vergezichten en gezichten is van1954. Deze plaatsbepaling zegt veel over de grote diversiteit van de poëzie eind jaren vijftig van de vorige eeuw, maar wie in het Nederlandstalige werk van Beaujon zoekt naar invloeden of overeenkomsten komt er niet verder mee. Met geen van deze dichters blijkt Beaujon te vergelijken. Hoe zeer dit ook jeugdwerk is en de onderlinge stijlverschillen in de gedichten verraden dat zij duidelijk zoekende is en allerlei registers uitprobeert, van het soms bombastische gebruik van grote woorden voor grote gevoelens, tot eenvoudige, heldere onnadrukkelijkheid, daarachter klinkt wel degelijk een specifiek on-Hollands eigen geluid: zintuiglijk, picturaal, ongebonden, vrij. Kosmopolitisch ook, want in haar gedichten stapt zij moeiteloos over van de Antillen naar Amsterdam, en van daar naar Griekenland, met name het eiland Delos, waar veel gedichten, vooral ook de Engelstalige, gesitueerd zijn. In ‘Slagbaai’ (de familieplantage van de Beaujons op Bonaire) verwoordt zij op volstrekt natuurlijke wijze een arcadisch gevoel:


Slagbaai


We hebben
toen ’s middags de zon
wat minder fel werd
gezwommen
in zout helder water
over rode riffen
en wit zand

Pas toen het avond werd
zijn we ons gaan wassen
onder de pomp
tussen de twee huizen
in de reeds koele passaat

Wij zijn buiten gaan zitten
Ons haar is nog vochtig
van het wateren de avondbries
is strelend koel
ongelooflijk zoet
na de zoute hitte
van de dag

Ik voel mij
als Orpheus
in een delirium
van heerlijkheid
verheven zelfs boven de sterren
lichtjaren verwijderd

De zee ruist voortdurend
in ritmische rijmen
Zij heeft in de late middag
het strand verkracht
met geweldige golven
van schuim en zand

Als je beweegt
knarst de stoel
op de witte steentjes
om het huis

Wij begrijpen
dit oneindig ogenblik
van één zijn
door onmeetbare tijden
van zijn en worden

Het gedicht laat mooi Beaujons talent zien. De haast naïeve zuiverheid van de innemende eerste drie strofen, op een onnadrukkelijke manier vanzelfsprekend, wordt verbonden met een diepere filosofische laag, waarbij zij het grote gebaar niet schuwt. Sterren en lichtjaren, oneindige ogenblikken en vooral ‘onmeetbare tijden/ van zijn en worden’, vormen gevaarlijk materiaal voor een jonge dichter, maar door het te verbinden met de knarsende stoel op de witte steentjes – te vergelijken met die ene vlinderslag die de balans van het hele universum kan veranderen -, bereikt ze een geslaagd evenwicht. Er staan veel meer goede gedichten in deze bundel, en als een gedicht als geheel minder is, of ronduit onbeholpen, staan er altijd nog wel regels in die de moeite waard zijn. Zo verbeeldt zij in het gelijknamige gedicht het mythologische Griekenland: ‘In Griekenland/ wil ik beelden/ vangen in verf/ op perkamenten van vlezige stengels [...]// Op nimfen loeren/ goden en /gouden stieren ontvoeren/ mooie maagden/ met/ masturbatie/ mania’. Na haar levenswijze in ‘Spel”, dat voortborduurt op het daaraan voorafgaande ‘Nocturne’, vergeleken te hebben met die van een vlinder, vervolgt zij met ‘Zo heb ik met het denken/ gespeeld/ waar ik bloemen blozen zag// Ik heb gestreeld/ de eenvoud/ van de eerste droom’. Beaujon moet in Nederland – ‘een grijs en/ schaduwtroebel land’ – niet haar beste jaren gehad hebben. ‘Het hele gore noorden/ sluipt koud en donker samen’, schrijft zij in ‘Tropenmensen’ en zo beleefde ze er soms de eerste uren van de dag:


Winterochtend


In de nacht is het koud
verlaten lichten van de stad
in de zwarte ochtendtram
huilende ramen gebroken kleuren
de hemel breekt open en nat

Werkende mensen hebben al
vochtige jassen en
scheve schouders
slapende grote hoofden
winter schreeuwt
elektrische vlagen buiten
adem vlekt de ruiten

Wie vervolgens de zevendelige cyclus ‘Symbolen aan de Baai’ leest (het hoogtepunt van het eerste deel), kan gemakkelijk vaststellen hoezeer Beaujon een kind was van die andere wereld, ‘waar in de vroege koele rilling van de wind/ alles weer ontwaken moet/ en vergeten doet het dromen van iets anders’.

Als jonge dichter zal Beaujon zeker ambities hebben gehad: ‘Hooghartig heersen/ wil je/ met je schrijven/ en je denkt/ het ware/ te hebben gezien/ met de eigen ogen/ van je denken’, schrijft zij immers in ‘De jonge dichter’. Dat ze die in de poëzie niet heeft kunnen of willen waarmaken, ‘het klare denken verraadt de eigendunk‘, is jammer. Aan de andere kant: zo is een belofte altijd een belofte gebleven, en dat heeft ook wel iets moois.


Aletta Beaujon, De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue
Uitgever: In de KnipscheerJaar: 2009
ISBN: 9789062656462
Prijs: € 34,50
300 blz.


[Overgenomen uit Meander, literair e-zine; foto: @ Michiel van Kempen]

Boeli van Leeuwen Verzameld Werk 3

In de boekhandels ligt binnenkort het derde deel van wat moet uitgroeien tot het Verzameld Werk van Boeli van Leeuwen: de vijfde editie van de roman Schilden van leem.

In 1985 werd het Van Leeuwen’s comeback-roman genoemd na een publicatiestilte van bijna twee decennia. De uitvoering (genaaid gebonden met leeslint en met ‘buikbandje’) is gelijk aan de eerder verschenen heruitgaven van De eerste Adam en Het teken van Jona in 2007. Uitgever Franc Knipscheer vindt dit de beste manier om het werk van Boeli van Leeuwen zo lang mogelijk in druk te houden. “Ik ben er niet zo voor om van auteurs hun verzamelde werk in één band uit te geven. Zulke uitgaven staan vaak bol van de subsidies en ogen prestigieus, maar komen op mij over als een soort afscheid met een strik erom. Al snel komt zo’n boek in de ramsj terecht.”

Door de huidige manier van heruitgeven ontstaat een Boeli van Leeuwen-bibliotheek. Als al zijn titels op deze wijze zijn heruitgegeven, hoopt de uitgeverij met een afsluitend deel te komen waarin nog mogelijk ongepubliceerde of verspreid gepubliceerde teksten van Boeli van Leeuwen onderdak kunnen vinden en waarin literatuurwetenschappers hun licht kunnen laten schijnen over de betekenis van het oeuvre van deze Curaçaose auteur, die op 28 november 2007 overleed.

In Schilden van leem keert Dianklo Devereau zich na 25 jaar ambtenarij abrupt af van het establishment en wordt pro-Deoadvocaat in de armenwijken van Curaçao. ‘Hij lijkt op een flamingo, die in een zoutpan staat te suffen.’ Zodra er een heikele diplomatieke klus geklaard moet worden doet ‘de politiek’ toch weer een beroep op hem. Als in het hilarische hoofdstuk 6 van de roman de openbare vergadering van de Eilandsraad uiteindelijk instemt met het verzoek, aanvaardt Dianklo de gevaarlijke opdracht, maar geeft aan de uitvoering ervan een heel eigen invulling.

NRC Handelsblad schreef destijds: “Het is een prachtig boek, nergens zoetsappig of melodramatisch, maar geschreven in een betoverende veelheid van stijlen: soms hallucinerend, soms komisch, soms zachtaardig en melancholisch, dan weer snel en avontuurlijk. Het lijkt nauwelijks op de Nederlandse literatuur die langs de Noordzee wordt geschreven, eerder op het vertaalde werk dat we kennen van Zuid-Amerikanen als Gabriel García Márquez.”


Op de omslag van de heruitgave van Schilden van leem prijkt het schilderij Drydock van Wim Snelders, dat ook de oorspronkelijke uitgave uit maart 1985 sierde.

woensdag 23 december 2009

Solo, een liefde

door Walter Lotens

In Solo, een liefde bevestigt Tessa Leuwsha haar literair talent dat ze voor het eerst liet zien in haar debuutroman De Parbo-blues van 2005. Het is geen zeemzoet liefdesverhaal geworden, maar een gevoelige descriptie van een relatie waarin de Surinaamse vrouw, ondanks alle problemen, als sterke figuur overeind blijft.

De Surinaams-Nederlandse Tessa Leuwsha (1967) is een typisch literaire tussenfiguur, zoals de literatuuronderzoeker Michiel van Kempen die boeiende categorie van auteurs noemt. De auteur noemt zichzelf ‘een koloniaal product’. "Ik ben een kind van twee culturen: ik heb een creoolse vader en een blonde Amsterdamse moeder. Van kleins af aan heb ik het vreemd gevonden om niet helemaal ergens bij te horen. Dat gemengde gezin was toen een uitzondering, we vielen altijd op. In Nederland was ik een allochtoon. In Suriname ben ik dat ook," schrijft ze op haar website.
In 1996 wisselde zij Amsterdam in voor Paramaribo, waar ze nog steeds woont en werkt.
.

In 2005 debuteerde zij ijzersterk met de roman De Parbo-blues, waarvoor zij genomineerd werd voor de Debutantenprijs 2006 en de Vrouw&Kultuur Debuutprijs 2006. In dat eerste boek profileert de ik-figuur, die uit Nederland komt, zich ondubbelzinnig als een tussenfiguur: Anna Charmes, gaat tijdens een bezoek aan Suriname terug in haar (levens)tijd en in die van haar familie. In eenentwintig flitsende, caleidoscopische hoofdstukjes brengt zij op een niet-chronologische manier haar grootouders, de wasvrouw Heline en haar man Prince, maar vooral haar vader terug tot leven.

In Solo, een liefde, haar tweede roman, is Suriname veel duidelijker als achtergrond aanwezig. Er komen in dit werk geen personages van buitenaf op bezoek, die het land als geïnteresseerde outsider beschrijven. Solana en Orfeo, de twee hoofdfiguren, zijn Surinamers pur sang. De twee jonge mensen die elkaar toevallig ontmoeten in Paramaribo worden verliefd. Solana Cummings trekt vanuit Paramaribo waar zij op internaat is naar haar geboorteplaats Coronie. Op de boot ontmoet ze Orfeo Baag, die niet alleen het vaartuig bestuurt, maar ook muzikant blijkt te zijn. Hij is trompettist en tevens leider van een band die uit vier man bestaat. Wanneer dit gezelschap een tijdje later optreedt in Coronie ontmoeten Solana en Orfeo elkaar opnieuw. De vonk slaat over en samen trekken ze naar Paramaribo, waar ze in de volkswijk Frimangron gaan wonen.

Orfeo en Solana

De roman ontwikkelt zich verder niet als het verhaal van Orpheus en Eurydice. Orfeo is geen Orpheus, zoon van de god Apollo en beroemd om zijn lierspel, maar een eenvoudige Surinaamse trompettist uit Frimangron die, zoals de meeste mensen daar, maar zeer moeilijk in zijn levensonderhoud kan voorzien. En Solana is geen mooie bosnimf zoals Eurydice, maar een zelfbewuste jonge vrouw met een sterke wil om zich niet te laten leven. Het wordt dus geen verhaal van een onmogelijke liefde omdat er een giftige slang in het spel zou zijn, maar eerder het verhaal van twee zeer uiteenlopende persoonlijkheden die elkaar aantrekken en afstoten. Orfeo en zijn vrienden-muzikanten Jimmy, Howard en Iwan vertonen niet de dynamiek van Solana die op eigen initiatief de band gaat aanprijzen bij de eigenaar van de Coconutclub. De vrouw blijkt, ondanks alle tegenslagen, de sterke figuur in deze roman en beantwoordt daardoor aan een beeld dat opgaat voor veel Surinaamse gezinnen en man-vrouwrelaties. Tegenover de landerigheid en besluiteloosheid van de man staat een vaak sterkere vrouw, die soms met geweld in haar relatie ‘gekoloniseerd’ wordt. Het gedrag van Orfeo is eerder escapistisch - hij wil ‘ergens carrière in het buitenland’ maken als muzikant - terwijl Solana een heel concreet doel wil bereiken, namelijk de akkers van haar overgrootvader opnieuw in cultuur brengen.

Tessa Leuwsha bevestigt in Solo, een liefde haar literair talent. Door haar intussen 13-jarig verblijf op Surinaamse bodem kan zij ook veel beter vanuit een insiderspositie beginnen schrijven. Dat doet zij zeker en overtuigend in deze tweede roman. Zij hanteert geen ‘toeristenblik’ meer, zoals Michiel van Kempen het in Welcome to the Caribbean, darling! noemt. De outsider is grotendeels insider geworden. Zij heeft haar plek gevonden in de Surinaamse samenleving én literatuur.

Tessa Leuwsha, Solo een liefde, Augustus, Amsterdam/ Antwerpen, 2009, 200 blz.
ISBN 9789045701745


[Overgenomen uit Uitpers nr. 115, 11de jg., december 2009]

Sovereignty of the Imagination

A new book by George Lamming

The new book by illustrious Caribbean novelist/thinker George Lamming has just been published on St. Martin, said Jacqueline Sample, president of House of Nehesi Publishers (HNP).

Sovereignty of the Imagination, with its main essays “Sovereignty of the Imagination” and “Language and the Politics of Ethnicity,” is the third Conversations title by Lamming and the second in the series published by HNP.

“The tight relationship between politics, knowledge, language, and the spaces of freedom in Lamming’s writings makes him one of the most important political novelists in Caribbean Literature,” said Anthony Bogues, a political scientist at Brown University.

Writer Fabian Badejo said that the Barbadian author’s text is “rich, elegant and intellectually seductive as ever; the thrust always towards a new Caribbean ‘with the sovereign right to define its own reality and order its own priorities’.”

“It is as if he were humming Bob Marley’s Redemption Song as a dirge, then intoning it as an anthem of ‘cultural sovereignty’ which [Lamming] describes as ‘the free definition and articulation of the collective self, whatever the rigor of external constraints’,” said Badejo. “For Lamming to publish a book of this quality in the Caribbean when he is much sought after by publishers abroad, is also an investment in his belief and work, in the people and region where his life’s commitment abides,” said Sample.

In the essay “Language and the Politics of Ethnicity” Lamming brings up a daring and widening definition of Caribbean people, culture and identity that embraces the region’s African and East Indian descendants in what we might call in St. Martin the way of ‘the bold and the brave,’” said Sample.

In the essay “Sovereignty of the Imagination” Lamming’s take on Caribbean political parties and unions may be troubling to some, especially politicians, but will be revealing to others.

Dr. Lamming also challenges us to face up to the difference between governing and ruling in a region where the majority of the nations are independent but where realizing sovereignty is still a profound struggle, said Sample.

According to Badejo, Lamming, as an abiding father of Caribbean literature, is “daring us to embrace a new definition of ourselves as we seek to carve out a niche for our democratic future in a world bent on branding us as victims of the past.”

“Lamming’s preoccupation with freedom is today very apropos because one feature of our contemporary world is the resurgence of a current of thought and action, which heralds the virtues of empire,” said Bogues, who is also a scholar with the Centre for Caribbean.
For more details see
http://www.houseofnehesipublish.com/

Caption1(book cover):“Sovereignty of the Imagination” and “Language and the Politics of Ethnicity” by George Lamming.Offshore Editing Services, P.O. Box 460, Philipsburg, St. Martin, Caribbean, Offshoreediting@hotmail.com

Erwin de Vries 80: een kunstenaar met extra ballen

door Sharda Ganga

[Toespraak bij de 80ste verjaardag van Erwin de Vries, ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling Ode aan de Vrouw, Fort Zeelandia, 20 december 2009]


Erwin is 80 jaar, en of ik dan ook iets wil zeggen, vragen ze. In drie minuten of minder, dus geen tijd voor lange verhalen en lange zinnen, of zelfs lange gedachten. Ik ben helemaal uit mijn element. Bovendien moet het nu eens een keer niet over mezelf gaan, maar over iemand anders, en dat is moeilijk. Ik vermoed dat dat een sentiment is dat Erwin ook helemaal kan begrijpen; immers, zijn lievelingsonderwerp is al jarenlang Erwin.

Toch even over mezelf, ik kan het niet helpen: Moeilijk vond ik dit praatje maken wel, want eerlijk gezegd brengen kunstexposities allerlei schooltijd trauma’s bij mij naar boven. Ik wilde zo graag kunnen tekenen en schilderen, maar helaas bleek dat niet mijn sterkste kant. De dodelijkste klap kreeg ik toen mijn tekenleraar, Glenn Fung Loi, op het Havo medelijden met me had, en dacht me een genoegen te doen door te zeggen: ik geef je een zes, want ik kan zien dat je heel veel moeite hebt gedaan. Het is pas dit jaar dat ik die klap enigszins te boven ben gekomen, en durfde iets met beeldende kunst te doen.Ik ben gaan leren batikken bij Sri Irodikromo, want ik dacht: wat kan daar nou fout mee gaan. Heel veel, dus, als je afgaat op al mijn broeken die nu vol was zitten, en de schamele hoeveelheid lapjes die ik heb geproduceerd. Hoe frustrerend is het dan niet voor mij om te lezen hoe productief Erwin tot de dag van vandaag is: hij hoeft maar te gaan zitten en hij schildert zo een schilderij bij elkaar.
Moet ik dat wel doen, vroeg ik me dus af, toen ze me vroegen hier aan te treden, want wat moet juist ik zeggen over een man die niet alleen iets kan wat ik nooit zal kunnen, maar die bovendien ook nog eeuwig met blote vrouwen bezig is, die openlijk verhaalt over zijn voorliefde voor pornografie en bekend staat om zijn buitensporige eigenliefde, in alle opzichten.
Maar dan bedenk ik: ben ik niet zo een voorstander van openheid en eerlijkheid? Van eigenheid, eigenzinnigheid, eigenaardigheid? Nou, dan pas ik misschien toch in dit defilé van vrouwen voor Erwin. Hoewel, defilë....dat is zo militaristisch. Parade dan? Maar dat ligt te dicht bij paraderen, en dan ben je maar 2 domme antwoorden verwijderd van een Miss-Surinameverkiezing, en dat stuit mij ook al tegen de borsten, en u begrijpt, tegen mijn D-cup kan behoorlijk wat gestuit worden.

Erwin dus: een beetje eigenaardig is hij natuurlijk wel. Ook wel aardig, maar vooral: eigenaardig. Hij groet me bijvoorbeeld al zeker 15 jaar op exact dezelfde wijze: Sharda, je bent een geweldige vrouw, zegt ie dan. Ik moet je schilderen. En ik loop dan snel weg, want ik ken mezelf, ik kan zo moeilijk nee zeggen, en voor je het weet zit ik daar te poseren en na afloop zegt ie dan zeker tegen me: nou, dat is dan 10.000 euro. En dan heb ik weer een probleem, want behalve een hypotheek moet ik dan ook nog een schilderij gaan aflossen, want de gedachte dat niemand mijn portret zou kopen en het daar op een stapel ligt weg te kwijnen is meer dan mijn ego kan verdragen. Maar wat moet ik dan met dat portret? Waar hang je zoiets? En zo stemt elke ontmoeting met Erwin mij tot nadenken, want dat is wat kunstenaars moeten doen toch?
U merkt het al: ik wist niet zo goed wat ik moest vertellen vanavond, dus hier een bloemlezing van lovende uitspraken over Erwin de Vries, door zijn beste vriend, Erwin de Vries: “Nu nog een Erwin de Vries Museum, want zo een figuur krijg je nooit meer. Om in de Rotterdamse Kunsthal te exposeren moet je de absolute top hebben bereikt. En ik ben de eerste en dat zal nog enige tijd zo blijven. Zoals Obama de eerste niet-blanke president is, zo ben ik de eerste kleurling die in de top van de kunst is terechtgekomen. Ik kan de mensen hier niet duidelijk maken hoe bijzonder ik ben."

Ja, ik ben het ermee eens: Erwin is bijzonder, even bijzonder als zijn halssieraad. Toen ik het de eerste keer zag vroeg ik: wat is dat Erwin, en hij antwoordde: dat zijn mijn ballen. Eigenaardig dat hij met een reservepaar rondloopt, kun je denken, maar tegelijkertijd natuurlijk heel symbolisch: één paar ballen, dat was niet genoeg voor Erwin de Vries. Laten we het vanavond voor eens en voor altijd met zijn allen beamen, zodat we die klacht nooit meer hoeven aan te horen: Erwin, we weten heus wel dat je bijzonder bent, echt waar. Je bent een man, een kunstenaar met ballen. Extra ballen. Gefeliciteerd.

dinsdag 22 december 2009

Papiamentu op school

door Hitzig Bazur

De tegenstanders van Papiamentu op school hebben kennelijk de meest recente veldslag gewonnen. Mogelijk een Pyrrusoverwinning, want het is in de eerste plaats zoals Prof. Dr Martinus Arion schrijft. Dat ten tijde van het Nederlands als instructietaal? gisteren bijna? nooit op deze wijze is getoetst. En toch zijn de slachtoffers veel voorkomend. Maar dus: Papiamentu voldoet kennelijk niet als instructietaal op school? althans volgens de ministeriele onderzoekingen, na zo'n korte toepassing en niettegenstaande de Unesco-aanbevelingen hierover? en gezien de vele dropouts uit de tijd, kunnen wij ook geen wonderen verwachten van het Nederlands......! Tijd om op de noodrem te staan. Als noch Papiamentu noch Nederlands tot goede resultaten leiden, welke instructietaal gebruiken we dan? Is er mogelijk iets anders aan de hand? Want er is toch een groep jongeren, die ongeacht hun afkomst toch met goed gemak de lagere school doorkomen, op bovengemiddelde wijze de gecoordineerde proefwerken realiseren en uitblinken op havo/vwo tot en met de afronding van hun hbo en wo toe. De meesten in het Nederlands en kennelijk ook een aantal van het Erasmuscollege. Waar is de omslag? Wat is het geheim? Het ligt, denk ik in de aandacht die deze jongeren genieten van met name hun ouders en hun eigen inzet, die niet beschikbaar is voor de overige sukkelaars (geen belediging bedoeld) die puur op geluk door het schoolsysteem proberen te laveren en vaak mislukken. Met of Papiamentu of Nederlands als instructietaal. De aandacht en de inzet moeten dus systematisch op een hoger peil ongeacht de instructietaal. Hoe realiseren wij dit?

1. Langer op school: De jeugd van tegenwoordig moet veel meer kennis opdoen, dan de generaties kort voor hen. Wij leerden lezen en schrijven, maar hun krijgen ook de computer voor de kiezen en de ongelooflijk ruime informatiebron en mogelijkheden daarvan. Maar toch zitten zij ongeveer een gelijk aantal uren op school. Vergelijk hiermee: Er is nagenoeg geen enkel bedrijf dat minder dan 8 uur per dag zijn werknemers inzet. Vaak moet er zelfs overgewerkt worden om aan de doelstellingen te voldoen. Dan betreft het hierbij doorgaans repetitieve werkzaamheden, die de werknemer snel begrijpt maar de volume is groot. Kunnen wij dan verwachten dat de jeugd de vele gloednieuwe technieken (lezen, schrijven, computer, aardrijkskunde, geschiedenis, wiskunde) in slechts 4 uur per dag onder de knie krijgen? Zelfs onze poging ertoe is belachelijk. De jeugd moet gewoon langer op school; 8 uur per dag lijkt mij een goede aansluiting met de werksfeer van vroeger of later!

2. Lezen op school: Vaker dan niet zijn de kinderen die met goed en zeker uitstekend gevolg door de schooljaren komen, zij die vaak de leesboek tot zich nemen. In eerste instantie wellicht gedwongen, maar niet lang daarna met graagte. Ik kan me geen beter manier voorstellen om de taal te leren beheersen. Elke taal! De grammatica en de woordenschat stromen ongedwongen naar binnen en daarmee is ook de poort naar alle andere kennis wagenwijd open. In de 8 uur op school moet er dus veel gelezen worden; minstens een boek per taal per week (Papiamentu, Nederlands, Spaans, Engels). Als er,naar mijn visie, ook licht onderricht (zingen bijvoorbeeld) wordt gegeven in de overige top 5-wereldtalen (Frans, Duits, Chinees, Japans, Russisch), dan creeren wij een supermens op Curacao. Wat voor invloed heeft zo iets wonderbaarlijks op onze toekomstige economische ontwikkeling?

3. Toch Nederlands: Ik denk dat ik behoorlijk hoogbegaafd ben in het Papiamentu ondanks, omdat, door middel, niettegenstaande, desalniettemin! Ik heb gedurende jaren een tijdschrift in het Papiamentu geschreven en oplossingen (nieuwe woorden) verzorgd, die veel beter zijn dan de primitieve en lelijke constructies die de officielen nu maken. Toch geloof ik, dat het Curacaosche kind erbijgebaat is om zo snel als mogelijk in het Nederlands door te gaan, na zeg maar een jaar omschakeling. Curacao is nu eenmaal op basis van het Nederlands opgebouwd (alle wetten bijvoorbeeld) en het vervolgonderwijs binnen en buiten is op Nederlands gegrondvest. Maak het dus niet te moeilijk voor het kind,want de rest van zijn leven zal ook niet gemakkelijk zijn. Er moet met discipline gewerkt worden tijdens de studie en later op de werkvloer; laat het kind dat dus nu meteen gewoon ervaren. Met de technieken bij 1 en 2 kan het nietanders, dan dat het Curacaosche kind in de regel en niet toevallig met goed gevolg en (zeer belangrijk) met goed gevoel zijn school afgemaakt.

Awor e tradukshon na Papiamentu


Papiamentu na skol

E kontrinkantenan di Papiamentu ta parse di a gana e mas resien bataya. Tamuy probablemente un viktoria di ganja ganja pasombra e ta na prome lugamanera Prof. Dr. Martinus Arion ta skibi den su reakshon. Ku den tempu diHulandes komo idioma di instrukshon ? komosifuera ta ayera ? nunka no a hasie tipo di testnan aki. Pero ku tog e viktimanan ta abundante. Pues: Papiamentuta parse di no ta adekua komo idioma di instrukshon na skol ? alomenos segune investigashonnan ministerial, despues di un periodo demasiado kortiku diaplikashon i apesar di e rekomendashonnan di Unesco al respekto. Tumandona kuenta e hopi dropouts den e tempu ei, nos no por verwagt milagernan diHulandes tampoko......!?Ta tempu pa wanta brik skerpi. Pasombra si ni Papiamentu ni Hulandes ta kondusina bon resultadonan, kua idioma di instrukshon nos lo huza e ora ei? Akasotin un otro kos ta susediendo? Pasombra tin tog un grupo di hoben, ku, irespektonan desendensia tog ta pasa ku bon fasilidad door di skol basiko, ta realisae testnan kordina ku un resultado mas ku promedio i ta briya na havo / vwote i ku terminashon di nan hbo (skol profeshonal haltu) i wo (edukashon universitario sientifiko). Mayoria di nan por medio di skol na Hulandes pero algun di Erasmuscollege tambe. Kiko ta e sekreto? E ta sinta, asina mi ta pensa, den e atenshon kue hobennan aki ta hanja di nan mayornan espesialmente i nan propio empenjo, ku no ta presente serka e otro hobennan, ku ta tambalea door di e sistemadi skol puramente riba suerte i ku pues ta faya frekuentemente. Ku of Papiamentu of Hulandes komo idioma di instrukshon. Mester hisa i pone e atenshon i eempenjo pues sistematikamente riba un nivel mas haltu no importa e idiomadi instrukshon. Kon nos lo realisa esei?


1. Skol mas largu: E hubentud di awendia mester akumula muchu mas tantu konosementuku te hasta e generashon djis prome. Nos a sinja lesa i skibi, pero nan tahanja tambe e computer benta den nan skochi i e fuente di informashon i posibilidadnaninkreible di esei. Pero tog nan tambe ta sinta mas o menos mesun kantidaddi ora na skol ku nos. Kompara: No tin praktikamente ningun empresa, ku tahuza su trahadonan pa menos ku 8 ora pa dia. Hopi biaha mester traha extraora pa alkansa e metanan di e kompania. Den e kasonan aki ta trata di trabounanrepetitivo, ku e trahado ta komprende lihe, pero e volumen ta grandi. Akasonos por verwagt ku e hubentud por domina e multitud di teknikanan kompletamentenobo (lesa, skibi, computer, geografia, historia, wiskunde) den solamente4 ora pa dia? Te hasta e intentonan pa hasi esaki ta chistoso. E hoben simplementemester pasa mas ora na skol. 8 ora pa dia ta parse mi un bon konekshon kue ambiente di trabou di tempran of lat.

2. Lesa na skol: Mas biaha si ku no, e muchanan ku ta pasa nan anjanan diskol ku bon i sigur ku exelente resultado, ta esnan ku frekuentemente ta tuma un buki pa lesa. Den prome instante kisas obliga pero no muchu despuesku plaser. Mi no por imagina mi mes un miho manera pa sinja idioma. Tur idioma! E gramatika i e rikesa na palabra ta drenta sin resistensha i ku esei e portana tur otro konosementu ta habri hanchu. Den e 8 ora na skol pues mesterlesa hopi, por lo menos un buki per idioma pa siman. (Papiamentu, Hulandes,Spanjos, Ingles). Si segun mi vishon, duna instrukshon leve tambe den e Top5 idiomanan di mundu (Franses, Aleman, Chines, Hapones, Ruso), nos lo kreaun super hende na Korsou. Ki influensia un kos maraviyoso asina lo tin ribanos desaroyo economiko den futuro?

3. Tog Hulandes: Mi ta kere ku mi ta domina Papiamentu na un nivel bastantehaltu, apesar, pa motibu, pa medio di, irespekto, aunke! Durante hopi anjami a skibi un revista na Papiamentu aplikando solushonnan (palabranan noboentre otro) riba un miho base ku e konstrukshonnan primitivo, mahoso i avesesofensivo ku e ofisialnan ta pusha den nos garganta. Tog mi ta di opinion, ku e mucha Kurasalenjo ta miho sirbi pa pasa mas lihe posibel pa Hulandeskomo idioma di instrukshon, despues di un konekshon Papiamentu-Hulandes dilaga nos bisa un anja. Korsou ta kon ku bai bin un isla konstrui riba Hulandes (tur nos leinan por ehempel) i e edukashon sekundario i mas leu, paden ipafo ta basa riba Hulandes. Laga nos no purba pa hasi e kos demasiado difisilpa e mucha, pasombra restante di su bida tampoko ta fasil. E lo mester trahaku disiplina durante di su estudio i despues den su trabou. Laga e muchaexperiensia e lucha aki pues for di aworaki. Ku e solushonnan ku mi a menshonana 1 i 2 lo no por ta otro ku e mucha Yu di Korsou komo regla i no kasualidadlo termina su skol ku bon resultado i (sumamente importante) bon sintimentu.


Foto: @ Michiel van Kempen

Nieuwe videoclip Izaline Calister


Izaline Calister haar nieuwe videoclip is af en online te zien op YouTube. De video heet Mi Pais, en is afkomstig van het album Speransa dat afgelopen 18 november een Edison heeft gewonnen.

Izaline Calister - Mi Pais: Director: Gabri Christa Cinematography: Dolph van Stapele


Klik hier

Website Thea Doelwijt

De lange rij links naar schrijverswebsites die u rechtsonder op deze blogspot kunt vinden, maakt wel duidelijk hoezeer jonge auteurs gebruik maken van de mogelijkheden van het internet. Voor de oudere generatie blijkt het niet altijd eenvoudig to speed up with modernity. Maar er zijn uitzonderingen. Door de inzet van Usha Marhé heeft nu ook Thea Doelwijt haar eigen website.

Klik hier

Foto van Thea Doelwijt: @ Usha Marhé

zaterdag 19 december 2009

Protehá e Wardador



door Jennifer Smit

In opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren van de eerbiedwaardige Maatschappij der Nederlandse Letteren (te Leiden) maakte de Curaçaose kunstenaar Tirzo Martha een portret van Elis Juliana. De titel van het kunstwerk is ‘Protehá e Wardador’ (Bescherm de beschermer). Op 2 december jongstleden werd op de UNA het kunstwerk onthuld. De schakel tussen de penningmeester van de Werkgroep, prof. dr. Michiel van Kempen, en de kunstenaar vormde kunsthistorica drs. Jennifer Smit, die het proces van deze opdracht begeleidde. Het kunstwerk is het eerste in een reeks van opdrachten die de Werkgroep wil verlenen aan talentvolle kunstenaars uit de Antillen, Aruba en Suriname om zo een link te leggen tussen de beeldende kunst en de letteren. Martha’s kunstwerk is nu voor het publiek tot eind 2009 te bezichtigen in Gallery Alma Blou, Landhuis Habaai, Frater Radulphusweg 4. Daarna verhuist het beeld naar de Openbare Bibliotheek in Amsterdam.

Dit portret van Elis Juliana is allesbehalve conventioneel. Dus geen realistische weergave van het gezicht van Juliana. Volgens Martha zijn dergelijke portretten er genoeg en de discussie of het wel of niet lijkt, hoeft derhalve niet gevoerd te worden. Martha wilde geen realistisch of figuratief beeld maken. Hij koos voor ‘een ander soort realisme, een andere interpretatie van wat Elis Juliana voor de Curaçaose samenleving betekent’. De multi-getalenteerde Juliana is volgens Martha terecht ‘een beschermer van ons cultureel erfgoed en heeft het grootste deel van zijn leven gewijd aan het onderzoeken en beschermen van het dagelijks leven van de Curaçaoënaar’.
Het ‘ander soort realisme’ van Martha bestaat uit een conglomeraat van allerlei objecten uit het dagelijks leven die samengepakt zijn in een witte vogelkooi. Uit deze kooi ‘erupteert’ als het ware een zwarte etalagepop. In zijn hoofd zijn verschillende flessen geplaatst, waarin zich verscheidene doosjes bevinden. Hierboven torent een paraplu en het geheel wordt bekroond door een porseleinen beeldje van een haan, symbool van de macho. Aan de achterkant van het beeld is een plastic helm aan de kooi bevestigd. Dit geheel staat op een krukje. Dat kooi en helm zinspelen op het beschermen, behoeft geen verdere uitleg. De ware postmodernist Martha heeft voor iedereen bekende objecten uit de dagelijkse realiteit bij elkaar gebracht en in een andere context geplaatst, namelijk die van Elis Juliana als beschermer van ons cultureel erfgoed. Martha recycleert dus als het ware letterlijk en figuurlijk alledaagse Curaçaose voorwerpen en geeft deze een nieuwe dimensie. Dat heeft Martha voortreffelijk en op zeer spannende en speelse wijze gedaan, niet alleen visueel maar ook inhoudelijk. Het portret is een schouwspel van zaken die iedereen onmiddellijk zal herkennen, zoals een flesje alcolado glacial, een afro-kam en een flesje rum. We zien bijvoorbeeld ook een rattenval en een knikkend speelgoedhondje. Iedere keer zal de toeschouwer iets nieuws ontdekken. Je raakt er niet op uitgekeken en kan je fantasie de vrije loop laten. Martha knipoogt eveneens naar de traditionele portretbuste door gebruik te maken van een etalagepop. En achter het deurtje van de kooi zien we een klein fotootje van Elis Juliana in zijn jonge jaren.
Voor meer foto's en een toelichtende tekst van de kunstenaar klik hier

Foto's: @ Michiel van Kempen

donderdag 17 december 2009

Gedichten bij kerst en oudjaar 2009

Plastic rituelen

Weer rituelen van verpakkingen
rode poppen met witte baarden
van boompjes die nooit verteren
kalkoen en ham gelukkig wel

weer rituelen van wat is gedaan
wat nog zal
wat nog echt moet
voor volgend jaar

weer verdrijven van onrustige geesten
in roodwaterwasjes
met rood geluidgeweld
rode sirenes
en rode hanen

een cup Fayalobi
leeft zijn onverteerbaar einde in verweerde staat
op het graf
linten lezen ‘we zullen je nooit vergeten’

alweer plastic rituelen

Ruth San A Jong
December 2009
.



Lieve Ruth,

Je hebt mijn ‘Malle Muze’ getriggered met je gedicht.
En zoals je op een mato-neti ‘doorsneden’ zou worden, zo kom ik in met het onderstaande:

en rode hanen...
die zich eenzaam koning wanen
in een lege kippenren.
Want de pommen en pasteien,
de kroket en pindasoep
zitten boordvol geliefden
van de leider van die troep.

Dus nu kraait hij uit frustratie
vaker zelfs dan wenselijk is:
"Laat ze schieten, laat ze branden!
Op naar de verdoemenis!
Als ik niet meer lief kan hebben
en geen kindjes meer ontvang
wat kan mij het leven schelen,"
en ons haantje werd toen bang

Stiekem liep hij naar misi Elly
op het grote Mensenplein
met zijn rode kop gebogen
waar die moordenaars ook zijn.
Hij liet zich spatten, liet zich baden
waste hanenhebi's weg
sprak een mondje voor de yorka's
en verdomme, hij had pech...

Want de auto week niet uit
voor een pas 'gewassen' haan
die verwoed begon te kraaien.
Alles toen in lichterlaaie
heel die houten binnenstad.
Dood lag hij daar, op zijn gat.

En we zullen je gedenken
met een lachje en een traan
vreemd hoe 't leven toch kan lopen
voor een oude rode haan!

Claudett de Bruin

dinsdag 15 december 2009

Francio Guadeloupe geeft 2de Van Lier-lezing

De Werkgroep Caraïbische Letteren organiseert de Tweede Rudolf van Lier op vrijdag 26 februari 2010 in Leiden. Onder de titel ">Adieu aan koelies, nikkers en makambas: raciaal denken binnen de antropologie van de Caraïben’ zal Francio Guadeloupe de lezing uitspreken. Francio Guadeloupe is docent bij de afdeling Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies (CAOS) van de Radbouduniversiteit Nijmegen en onderzoeker bij de Amsterdam School for Social Scientific Research (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam. Als co-referent zal optreden dr Aspha Bijnaar, onderzoeker bij het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) in Amsterdam

Locatie: zaal 011 van de Faculteit der Geesteswetenschappen, Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1 te Leiden

Programma
19.30 uur Welkomstwoord door de voorzitter van de werkgroep. dr Peter Meel
19.40 uur Van Lier Lezing, getiteld "Adieu aan koelies, nikkers en makambas: raciaal denken binnen de antropologie van de Caraïben door dr Francio Guadeloupe
20.30 uur Reactie door referent Aspha Bijnaar
20.45 uur Discussie met de zaal
21.30 uur Sluiting

Het programma begint om 19.30 uur precies.

R.A.J. van Lier was van 1949 tot 1980 buitengewoon hoogleraar in de sociologie en cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Indien u de lezing wenst bij te wonen, kunt u zich tot 1 februari 2010 aanmelden bij Efy Matulessy via e.p.matulessy@hum.leidenuniv.nl o.v.v. naam, adres, postcode en woonplaats. U kunt maximaal twee mensen aanmelden. Zolang er plaats is, ontvangt u binnen een week bericht terug per e-mail. Dit bericht dient uitgeprint als toegangsbewijs. U wordt verzocht dit mee te nemen en bij binnenkomst te tonen.

Het Lipsiusgebouw ligt op circa 15 minuten loopafstand van station Leiden CS. De locatie is eveneens per auto te bereiken, maar de parkeermogelijkheden in de omgeving zijn beperkt.

Informatie over de spreker vindt u door hier te klikken, en ook hier
Informatie over de referent vindt u door hier te klikken
Zie ook deze link

Op Youtube, klik hier

Voor een Levensbericht van Rudolf van Lier in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, klik hier

zondag 13 december 2009

Carry-Ann Tjong-Ayong - Wreed

wreed
vinden zelfs de stenen
van het fort, die rode tranen wenen
bloed dat na jaren nog een uitweg zoekt
en zouden de mannen
die in die nacht de misdrijven pleegden
ooit kunnen slapen hun ogen sluiten
of blijven die open
starend in de nacht
waar demonen hun rust verstoren
wijdopen in dezelfde angst
hun monden geluidloos opengesperd
in eeuwige schreeuw
voor altijd in de zwarte nacht...?
vervloeking
DB zul jij ooit vrede vinden
ooit rusten na die wrede daad
zullen de demonen die zich ‘s nachts nestelen
op je schuldige hoofd en schouder
ooit hun vaste plek verlaten
al word jij ouder en ouder
zullen zij hun krijsend schuldbeklag
in jouw oren staken
of uur na uur, dag in dag uit
maanden jaren decennia hun
beschuldigende kreten
blijven slaken


cat 8/12/09

Rihana Jamaludin in Suriname

Kersvers ligt ie in de boekhandel: de lijvige en schitterend uitgevoerde historische roman van Rihana Jamaludin, De zwarte Lord. Twee dagen voor Kerst wordt Jamaludins boek ook in Suriname ten doop gehouden, en wel op 23 december 2009 van 20.00 tot 22.00 uur in Tori Oso aan de Fred Derbystraat.

In haar debuutroman beschrijft Rihana Jamaludin het verhaal van de Bossche gouvernante Regina Winter die naar Suriname vertrekt om les te geven aan Walther Blackwell, een jonge kleurling die van zijn blanke vader een plantage heeft geërfd. Door de kolonisten wordt hij spottend de Zwarte Lord genoemd, vanwege zijn buitenissige gedrag.
Het leven in Suriname blijkt ontdaan van conventies en fatsoensnormen, maar ook omhuld met taboes en mysteries. Alles is doortrokken van de gevolgen van slavernij, voor degenen die erin leven, zwart en blank en de vele tinten daartussen.
Het is ook het jaar 1848, een woelig jaar voor de wereld, dat ook in Suriname zijn sporen nalaat. Hoe moeten de autoriteiten in Suriname omgaan met deze geest van oproer die een risico vormt voor de kolonie met zijn overmacht aan zwarte slaven?


Programma:

19:30 – 20:00 - Inloop
20:00 – 20:10 - Welkomstwoord door Rappa
20:10 – 20:30 - Rappa interviewt Rihana over het boek
20:30 – 20:40 - Muzikaal intermezzo door Lisibeti Peroti; Banya liederen met percussie, binta en digitale piano

20:40 – 21:10 - Voorlezen en vertellen over boek door Rihana en Rappa
21:10 – 21:20 - Muzikaal intermezzo door Lisibeti Peroti
21:20 – 21:30 - Overhandiging eerste exemplaar aan Dr. I. Jamaludin
21:30 – 21:40 - Dankwoord Rihana, Afsluiting door Rappa
Vanaf 21:45 - Verkoop De Zwarte Lord en signering
Tot 22:30 - Nazit met hapje en drankje

Wie de presentatie bij het Ninsee in Amsterdam wil zien, klikke hier
Zie ook http://www.rihanajamaludin.com/
Meld je aan bij De Zwarte Lord Club http://www.rihanajamaludin.hyves.nl/
De foto's zijn van de presentatie op 4 december j.l. in Amsterdam

vrijdag 11 december 2009

De schoonheid van blauw

Het verlaten verre ochtendlicht
woei naar de kusten van mijn droom
en het brandde daar
tot as
de middagzon rustte in de bomen
aan de baaien
tot zij niet meer was

[uit: Middagdroom]


The beauty of blue is found
around the finite shores of Delos’ lakes
the silent screams of diamonds
on the surface of the sea

[uit: Delos]
.



Onlangs verscheen De schoonheid van blauw/The Beauty of Blue, het verzamelde dichtwerk van de Antilliaanse dichteres Aletta Beaujon (Curaçao 1933 – Aruba 2001), bezorgd en van een nawoord voorzien door Aart G. Broek en Klaas de Groot.

Als jonge vrouw van begin twintig publiceerde zij in 1957 een cyclus van 78 gedichten, een sprankelende verzameling Nederlands- en Engelstalige poëzie: Gedichten aan de Baai en elders. Onder anderen Ed. Hoornik, Pierre H. Dubois en Adriaan Morrën staken de loftrompet over haar debuut. Alsook Frank Martinus Arion: «Aletta’s bundel is een grillige, fantastische reis: de reis die kinderen soms in hun dromen maken of waarvan heel blijde mensen soms spreken, als het leven hun goedgezind is.»

In Antilliaanse Cahiers in 1959 werden op verzoek van haar oom Cola Debrot nog 14 gedichten van haar afgedrukt, maar daarna werd het stil rond Aletta Beaujon en raakte zij als dichter in de vergetelheid. Ze ging op Aruba werken als psychologe, waar zij in 2001 overleed.

In april 2008 ontdekte neerlandicus Klaas de Groot in de Openbare Bibliotheek van Den Haag (waar zich de voormalige Sticusa-collectie bevindt) een kantooragenda uit het jaar 1957. Hierin staan achtenzeventig handgeschreven gedichten die Aletta Beaujon schreef gedurende haar verblijf in Griekenland in de zomer van dat jaar: de 14 gedichten uit Antilliaanse Cahiers en 64 tot nu onbekende en niet eerder gepubliceerde gedichten.

Het merendeel van de gedichten is in het Nederlands geschreven, een kleiner deel in het Engels (vandaar de tweetalige titel) en slechts twee gedichten in het Papiaments (speciaal voor deze uitgave ook vertaald in het Nederlands). De twee cycli van elk 78 gedichten vormen, tezamen met nog een handvol getraceerde verspreid gepubliceerde gedichten, haar volledig poëtisch werk. Dat is nu voor het eerst in één uitgave verschenen: 300 bladzijden.

Wim Brands sprak met medesamensteller Klaas de Groot jongstleden zaterdag 5 december voor de VPRO-radio. Klik hier om dat gesprek te beluisteren.

Op donderdagmiddag 17 december 2009 wordt Klaas de Groot van 15.00 uur tot 15.30 uur Nederlandse tijd (10.00 uur tot 10.30 uur Antilliaanse tijd) live geïnterviewd door Peter de Rijk op Radio Amsterdam FM in het programma Kunst&Cultuur. De uitzending vindt plaats vanaf de 4de etage in de nieuwbouw van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (op 5 minuten loopafstand van het Centraal Station) en is door publiek bij te wonen. De OBA is gevestigd aan de Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam. Radio Amsterdam FM is te beluisteren op 106.8 FM, op de kabel 103.3 en via internet door op deze site te klikken op het volgende logo luister live! Het interview is via deze site nog 1 week na uitzending te beluisteren en tot 2 maanden na uitzending door hier te klikken.

Aletta Beaujon De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue Gedichten. Haarlem: in de Knipscheer, 2009. Genaaid gebonden met stofomslag, met leeslint, 300 blz. ISBN 978-90-6265-646-2 € 34,50
Het boek is sinds afgelopen week ook verkrijgbaar in Curaçaose en Arubaanse boekhandels. Er wordt gedacht over een presentatie van het boek op Curaçao binnen afzienbare tijd.

dinsdag 8 december 2009

Die reënboog is ’n spieël aan skerwe

door Breyten Breytenbach

As ontgogelde utopis glo ek ons het nie net die droom van een nasie verloor nie, maar dat die Suid-Afrikaanse samelewing in al sy geledinge terminale simptome toon van magsmisbruik, arrogansie, rassisme, vervolgingswaansin, oorlewingsvrees en ’n endemiese oneerlikheid met politieke gatkruip wat klaarblyklik belangriker as bekwaamheid geag word. En dat politieke en kulturele en fisieke moorddadigheid hoogty vier. (Natuurlik is dit ’n veralgemening: “Ons is nie almal so nie.” Miskien moet mens liewer sê: “Ons hoef nie almal so te wees nie.” En ek voeg by: Ek glo dat dit deur stryd anders gemaak kan word.)
Kan die verdere inkalwering van die land en haar instellings nog enigsins verhoed word? Hoe keer mens dat die gehawende wete van “Suid-Afrikaner” te wees verder uitrafel?
Was ons ooit “Suid-Afrikaners”? Wat is die gemene deler tussen verskillende bevolkingsgroepe en klasse wat dieselfde geografiese gebied bewoon – of dit nou histories afgebaken, geannekseer of verbeel is? Is ons enigste verbintenis dalk die negatiewe een van wedywerende nasionalismes en strydende geskiedenisse, van verspilde bloed en die intieme verhouding tussen verdrukker en onderdrukte, tussen roofdier en prooi? Indien ons dan nie kan opgaan in ’n bewustelik gedeelde “geheel” nie, is daar plek vir saambestaan wat nie deur geweld gereguleer word nie?
Suid-Afrika het nie uit die gedeelde herinnering aan ’n nasionale “geheel” ontstaan nie. Die land se kontoere en magslyne was nog altyd getrek aan die hand van opeenvolgende konstrukte van ekonomiese en sosiale bewimpeling: stamme en koninkryke wat veg om oorheersing; setlaaroorwinnings; kolonialisme, en toe die Boererepublieke wat baklei om weg te kom van Britse imperialisme; ná die nederlaag, die Unie van uiteenlopende historiese en streekidentiteite almal onder die Britse kroon; apartheid soos ingevoer deur die Britte en daarna gevestig toe die Afrikaners se Nasionale Party in 1948 die mag verkry, begelei deur sogenaamde afsonderlike ontwikkeling; die nasionale bevrydingstryd, en nou die heerserskap van ’n “revolusionêre” regime wat oortuig is hulle sal regeer “tot Jesus weer kom”. In die proses is gemeenskappe verpletter en verstrooi en inheemse tale verneder tot die “volkstaal” van kombuis en myn en sjebien.
.


Toe afhanklike state en plaasvervangerbewegings met die einde van die Koue Oorlog skielik moes begin skarrel vir beskermhere, geloofwaardigheid, ’n gewaande legitimiteit en dikwels ook vir geld en vir wapens, was dit dalk onvermydelik dat ’n proto-sosialistiese nasionale bevrydingsbeweging soos die ANC, nou sonder Sowjet-dekking of internasionale sosialistiese voeding, sou ontpop as wagmeester van die vryemarkstelsel. ’n Nuwe bedeling sou immers nie sonder toestemming van Kapitaal tot stand kon kom nie.

Mettertyd word die een-party- heerserskap en kultuur van toe-eiening en patronisering omgesit in ’n beleid van staatskapitalisme verdoesel as sosialisme – op voorwaarde dat die staat aan die ANC behoort – en opgedoek as die Nasionale Demokratiese Revolusie. (Goeie ou Westerse begrippe: “nasionaal”, “demokraties”, “revolusie”: vandat ons almal ons samesyn in Engels begin verwoord het, is daar mos nie meer ruimte vir inheemse denkkonstruksies nie.)
Die vervanging van die minderheidsregering wat slegs die belange van die wit gemeenskap verteenwoordig het, was egter geen revolusie nie. Die staat se kankergang was en is aaneenlopend; mag bly gesentreer in die geslote komiteevuiste van die regerende party, al is dié nou ook afgevaardig deur ’n meerderheid landgenote vasgeverf in die geskiedenis; die huidige Grondwet bevraagteken in die praktyk nie die strukture van politieke magsmonopolisering óf die ekonomiese stelsel waarop die staat berus nie.

Ná 1994 was daar vir ’n wyle ’n inklusiewe wil om saam te staan rondom die droom van ’n nuwe nasieskap wat die etiek van vergewensgesindheid en dalk selfs onderlinge vertroue sou kon beliggaam, maar dit het gou afgedryf in die riool van verraaide verwagtinge en roofpolitiek, vrees en ongebreidelde vraatsug, bandeloosheid en rassisme.. Daar is veral geen werk gemaak van inklusiwiteit nie. Hoe kan daar dan “genesing” plaasvind?

Ná die aanvanklike oorgangsfase van saambinding was dit gou duidelik dat die Een Nasie as beloofde land gerig gaan word deur hegemoniese Swart Nasionalisme en ’n diepe behoefte om die verlede ongedaan te maak en die geskiedenis te herskryf. Die party aan bewind se eis van, “dis nou ons tyd, dis ons beurt om te eet” – wat na sionalisme gebaseer op huidskleur as die laaste wegkruipplek van die skurk en ’n manier om met die verlede af te reken manipuleer – beteken in die praktyk die meedoënlose verryking van ontplooide kaders ten onkoste van die res van die bevolking.

Daardie “onkoste” – verarming, gebrek aan dienslewering – het die land nou uitgelewer aan misdaad en etniese populisme. En die alledaagse werklikheid maak dit al hoe duideliker dat daar van die Afrikaners verwag word dat hulle hul vaardighede, plase, skole, bankkaarte, aandele, selfone, wapens, drank en tuinvurke stil-skuldig oorhandig voordat hulle verdwyn uit Afrika en die geskiedenis, en dat hulle geen morele reg het om beswaar te maak nie.

Wat nou?
Ons is al lank nie meer in die paradigma van versoening nie. En al sê dié wat met die lekkerkry van skuld op die knieë kruip in die versugting om “swart”, onsigbaar en monddood te word ook wat, iedere landsburger het dieselfde reg op gelyke en waardige behandeling. Die Afrikaners, net soos al hulle landgenote, het die reg op ’n eie taal wat tot haar volle potensiaal uitgeleef kan word, het die reg op veiligheid en ordentlike skole en hospitale.

Ons het die reg en die verpligting, as individue en as kultureel herkenbare bevolkingsgroep, om met elke greintjie invloed waaroor ons beskik ons saak aan die internasionale gemeenskap bekend te maak, om die onderskeid duidelik te maak tussen historiese aandadigheid (aan apartheid) en oorlewing, om te veg vir regstelling en transformasie.

Dit beteken dat gesprekke, aangevuur deur ’n morele en praktiese verbeeldingsvermoë, rondom die noodsaak van ’n opnuut geformuleerde Suid-Afrika – gegrond in ’n bestel van funksionerende federale deelstate, met dieselfde regte en moontlikhede vir almal – op alle vlakke aan die orde van die dag moet kom. (So nié, is dit nag.)

Maar hierdie keer moet die burgerlike samelewing keer dat besluite gemaak deur skelms en politieke perdediewe en plunderaars en vergelders en komiteekakkerlakke en dié wat in alle skynheiligheid op eie borste trommel, nie weer aan ons opgedwing word nie.

[in Rapport 12/5/2009]


Foto: @ Michiel van Kempen, Zuid-Afrika 2001

How to remove a stocking elegantly

The Amsterdam Burlesque Festival organizes a beginners workshop: the introduction to the art of tease

You don’t need to have the ambition to be a burlesque performer, but it is all about exploring your inner Diva and opening a new world of sensuality with a big smile and a wink. We will work on a classical burlesque routine with basic moves like tassel twirling, shimmies, bumps, grinds and how to remove a stocking and gloves elegantly. It will be loads of fun, and don’t worry, burlesque is all about attitude. We will not make you strip down to your G-string!

Burlesque - Bootcamp 5 Day Intensive Workshop with Photoshoot

This all inclusive 5 part burlesque workshop will help refine your Burlesque performance and give you the confidence and extra boost needed in becoming the best performer you can be! The workshop will cover everything from making a sparkling professional signature act, individual concept building, tips and tricks on costumes, props and appearance to help bring out your inner femme fatale! All workshop participants will have the opportunity to perform at our newcomers showcase!

About the teacher

Miss Beeby Rose is a Pioneer Dutch Burlesque artiste and co-producer of the Amsterdam Burlesque Festival. Since 2003 she has been is a fixture in the Dutch community, being the very first ‘Neo-Teaser’ on the scene to branch out and tour Internationally. Her style is reminiscent of the true elements of this long lost art; Beauty, elegance, grace and poise mixed with a touch of gypsy and exotic flavor. Trained in Classic Oriental Dance with a background in Theatre design, this true virtuoso brings the highest quality of Burlesque performance to every show she presents.

Beginners Workshop Details

Dates: 24 January or 20 February
Place: Amsterdam
Time:13.30-16.30
Price: 75 euro
Book before January 1st and receive a 20% discount

Burlesque Bootcamp Details

Dates: Februari 7 & 28th March 7, 21&28th
Place: Amsterdam
Time:13.30-16.30
Price: 250 euro Including Photoshoot

For details email to: beebyburlesqueinfo@gmail.com

Afbeelding: @ Tim Ayres

Jos Campman hoofdredacteur en directeur MTNL

De Raad van Toezicht van de Stichting Multiculturele Televisie Nederland (MTNL) heeft Jos Campman (51) per 15 januari benoemd tot hoofdredacteur en algemeen directeur. Hij volgt Bart Römer op, die per 1 november netmanager is van Nederland 2.

Campman krijgt de opdracht mee om de inhoudelijke kwaliteit van MTNL verder te verbeteren en de herkenbaarheid te vergroten. Hij was van 1999 tot 2006 hoofdredacteur en directievoorzitter bij Radio en TV Gelderland, waar hij leiding gaf aan inhoudelijke en organisatorische vernieuwingen.

Eerder was hij hoofdredacteur bij Wegener-dagbladen, chef stad- en regioredacties Utrechts Nieuwsblad en woordvoerder van D66-leider Hans van Mierlo.

Sinds juli 2008 was Campman veel op Curaçao, waar hij wekelijks live de tv-talkshow Drayer&Campman produceerde en presenteerde. Eerder adviseerde hij als interimmanager de bekende radiostations Hoyer1 en Hoyer2. Campman leverdels correspondent van de NPS-radio bijna dagelijks een bijdrage aan het Radio 5-programma Dichtbij Nederland. Ook gaf hij in Nederland en op de Nederlandse Antillen managementadvies aan media en communicatieadvies aan bedrijven, overheden en maatschappelijke instellingen.

MTNL - dat komend jaar 25 jaar bestaat - maakt informatieve tv-programma’s voor landelijke, regionale en lokale omroepen. Doel is diversiteit in de media te brengen vanuit het ‘gekleurde’ perspectief, om zo recht te doen aan de diversificatie van de samenleving en de daarmee samenhangende verschillende culturen, levenswijzen en standpunten. De organisatie richt zich daarbij in eerste instantie op de Randstad en met name Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

De selectiecommissie - onder leiding van voorzitter Yasemin Tümer van de Raad van Toezicht – liet zich bijstaan door Abel & Erselina Consultancy in Amsterdam.

Bernardo Ashetu - Bij drieën

Nee, ik gebruik ze nooit bij tweeën, altijd bij drieën. Over deze zoete vruchten valt trouwens niet te praten. Gewoonweg 's nachts zagen wij ze in de verte. Mijn vriend stal de eerste, samen stalen we toen een mand vol. Sindsdien neem ik ze tot mij als dagelijks voedsel. Ze hebben een kleur waarop ik verliefd ben en hun smaak en sap maken het onmogelijk ze bij tweeën te gebruiken. Ik neem ze steeds bij drieën en sluit dan de witte gordijnen voor de rode sofa waarop ik altijd zo ongelofelijk droom, zo ongelofelijk en uitzinnig dat ik dik­wijls denk buitensporig van aard of ziek van geest te zijn.
.

Opnieuw Mediaprijs voor Sharda Ganga

Bij de tiende uitreiking van de UNFPA Caribbean Population Awards, op 27 november jl in Kingston Jamaica, nam Sharda Ganga de Gold Award in ontvangst voor het theaterstuk Kettingreactie en de edutainmentfilm Sma Mofo/Gossip.

Dr. Paloma Mohammed, die namens de jury het woord voerde, gaf in haar speech aan dat de award werd uitgereikt aan iemand die al jarenlang producties maakt die hun weg vinden binnen het heel Caraibisch Gebied en overal mensen tot denken stemt. Surinaams én Caraibisch, herkenbaar en confronterend, zo werd het werk van Ganga getypeerd.

In 2008 maakte Sharda Ganga in opdracht van het Nationaal AIDS Programma het edutainment theaterstuk Kettingreactie, waarin zes personen vertelden over hun leven en keuzes, die leidden tot het punt waarop ze een HIV-test gaan doen. Kettingreactie is opgezet als een serie dialogen, een serie verhalen die aan elkaar verbonden zijn.

Op 1 december van hetzelfde jaar ging ook Sma Mofo/Gossip, een HIV edutainmentfilm, in première op het William Kraanplein tijdens de nationale herdenking van Wereld Aidsdag. Sma Mofo is deel van het Caribbean HIV-edutainmentkit dat Projekta maakte in opdracht van Caricom/PANCAP.

Beide producties zijn gemaakt volgens het edutainmentprincipe, dat Ganga omschrijft als “het gelukkig huwelijk tussen onderzoek en kunst”. Dat betekent dat er onderzoek is gedaan naar de onderwerpen die aan de orde komen, en dat de drafts van het stuk eerst zijn getest met doelgroepen voor het theaterstuk en de film hun uiteindelijke vorm kregen. De dialogen en personages uit het stuk zijn gebaseerd op interviews, gewone gesprekken en literatuur. Zowel Sma Mofo als Kettingreactie zijn producties van Stichting Projekta/CAST2.

In 2005 won Ganga de eerste Caraibische Media Awards voor Suriname, namelijk zowel de PAHO Caribbean Media Awards en de UNFPA Population Award met de film Wan Lobi Tori.
UNFPA is het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. De Population Awards, voorheen UNFPA Caribbean Media Awards, zijn voor de 10e keer uitgereikt.

Schrijf een verhaal voor Troepiaal

Kinderen groeien op in een kleurrijke samenleving. Het Nederlandse taalgebied telt meer dan negentig nationaliteiten en culturen, elk met hun eigen smaak, geur en kleur. Nu nog een jeugdliteratuur waarin al deze smaken, geuren en kleuren terugkomen, zodat alle kinderen zich kunnen herkennen in de literatuur die ze lezen.
.

Het Fonds voor de Letteren organiseert in samenwerking met het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, Boekids Literair Jeugdfestival en uitgeverij Lemniscaat een wedstrijd voor kinder- en jeugdverhalen, onder het motto Schrijf een verhaal voor Troepiaal'. Troepialen zijn een familie van kleurrijke zangvogels. Het verhaal moet 1.500 2.000 woorden lang zijn en gericht zijn op kinderen tussen de vijf en vijftien jaar. In het verhaal komt onze gemengde samenleving op een vanzelfsprekende manier tot uitdrukking. Insturen kan tot 28 februari 2010.

Kijk hier voor meer informatie.

Foto: @ Michiel van Kempen

Nigger For Life

Meet Dr Neal Hall. A graduate of Cornell and Harvard University, he is an ophthalmologist and reactionary poet.
.


He recently published a critically acclaimed anthology of verse – Nigger For Life – reflecting his painful, later-life discovery that in “unspoken America” (despite hard work and drive) race is the yardstick by which he is “first” measured and judged; it is the benchmark against which his life and accomplishments are metered and thereby accorded diminished value, dignity and equality – all of which are indispensable in accessing choice, opportunity, power and freedom in America.
Nigger For Life reveals his deep sense of betrayal combined with his fervent passion for life and his desire for equality for “all”. His words pierce through in candid, gut-wrenching clarity. He bares his intelligence, wit and dreams.

Lees hier verder

Anders maakt bijzonder

Zojuist is een nieuw prentenboek van Henna Goudzand Nahar uitgekomen met illustraties van Jeska Verstegen: Lang leve Olifant.

Olifant is jarig. Als hij in zijn nieuwe feestkleren voor de spiegel staat, ziet hij ineens dat hij een scheve slurf en een flapoor heeft. Hoe kunnen Bever en Varken hem zó nu aardig vinden? Zijn vrienden leggen het aan hem uit.

“En juist omdat jij een flapoor hebt, Olifant,” zei Bever.
“En omdat je slurf een eindje de andere kant op staat,” vulde Varken aan.
“Ben je niet zomaar een olifant,” zei Bever, “maar onze Olifant.”

En dan kan het verjaardagsfeest van Olifant eindelijk beginnen.

Net als De stem van Bever behandelt Lang leve Olifant een thema dat sterk leeft in onze samenleving. De felgekleurde, vrolijke illustraties van Jeska Verstegen houden het prentenboek echter luchtig en maken ‘anders zijn’ bespreekbaar met jonge kinderen.

Lang leve Olifant
Jeska Verstegen (illustraties)
Henna Goudzand Nahar (tekst)
Vanaf 3 jaar
Formaat 21,5 x 28,7 cm
Omvang 32 bladzijden
NUR 273, 274
ISBN 978 90 5116 120 5
Prijs € 13,95