donderdag 29 oktober 2009

Gouvernantes in Suriname

door Rihana Jamaludin



De nieuwe gouvernante meldt zich bij een koopmansfamilie;
olieverfschilderij van Vasily Perov, 1866 -
The Russian Museum St. Petersburg



´Opgetogen liet Walther de globe ronddraaien, betastte de bol en bekeek dromerig het beschilderde oppervlak.
Ik kan niet ontkennen dat mijn leraressenhart sneller sloeg bij het aanschouwen van mijn pupil, die gretig boek na boek opensloeg en de bladzijden bestudeerde, waarderend mompelde of een verraste uitroep slaakte. Mijn zelfvertrouwen groeide, een oudere leerling onderwijzen was misschien nog meer vervullend dan een jongere, omdat de uitdaging groter was.´

Het beroep van gouvernante
Regina Winter is een toegewijde gouvernante in de historische roman ´De Zwarte Lord´, die zich in Suriname afspeelt. Gouvernantes in Suriname, er is weinig over hen bekend. Toch moeten ook deze werkende vrouwen de kolonie bezocht hebben, zij het waarschijnlijk in mindere mate dan hun mannelijke tegenhangers, de huisleraren.
Gouvernante worden was voor jongedames uit de hogere standen, die de pech hadden afkomstig te zijn uit een verarmde familie en geen kans hadden op een huwelijk, een van de weinige mogelijkheden om een inkomen te verwerven. Dienstmeid of fabrieksmeisje worden zat er voor arme vrouwen van stand niet in, zo zat de maatschappij niet in elkaar. Studeren of een beroep uitoefenen kon echter ook niet, want dat waren mannenzaken, te ingewikkeld voor een vrouw.
Wat nog net door de beugel kon, waren beroepen waarin de typisch vrouwelijke eigenschappen van pas kwamen, zoals verzorging van zieken of van kinderen. Gezelschapsdame zijn voor welgestelde bejaarde vrouwelijke familieleden, lesgeven aan jonge kinderen of oudere meisjes chaperonneren.
In de 19e eeuw nam het aantal gouvernantes fors toe door het tekort aan huwbare mannen - de Napoleonistische oorlogen hadden hun tol geëist. Ook was er grote werkeloosheid waardoor jonge mannen probeerden fortuin te maken buiten Nederland en wegtrokken naar de koloniën. Vele jonge vrouwen moesten dus zelf hun brood zien te verdienen.
Het beroep van gouvernante was niet beschermd. Iedereen die niet tot de arbeidende klasse behoorde kon gouvernante worden. Een goede gouvernante had onderwijs op school of van een privélerares genoten, en met zelfstudie veel bereikt. Haar positie lag nogal gevoelig; niet zo nederig als die van de dienstmeid, maar als inwonend lid van het personeel toch bescheiden op de achtergrond.
Een gouvernante uit verarmde adel afkomstig, zou moeite kunnen hebben zich dienstbaar op te stellen. Aangenomen werd dat de beste gouvernantes onderwijzersdochters of domineesdochters waren, vanwege hun veronderstelde kennis, deugden en godsdienstzin.

.




Gouvernante en pupil, 1854
- Mary Evans Picture Library







´In de avond kon het gebeuren dat de jonge meester prijs stelde op mijn gezelschap. Dan zaten we in de voorzaal en lazen elkaar voor en voerden gesprekken. Insecten, aangetrokken door de olielampen kropen over de tafel en moesten met handgewapper worden weggejaagd van onze thee en beschuiten.´

GOUVERNANTES IN SURINAME
In het algemeen kregen jongens vaker en meer uitgebreid onderwijs dan meisjes, die zich immers toch aan het huishouden zouden wijden. Daarom kwamen er vermoedelijk eerder huisleraren dan gouvernantes naar de koloniën.
In het kielzog van rijke vooraanstaande burgers of hoge ambtenaren met jonge dochters, moeten er echter ook gouvernantes naar de tropen zijn afgereisd. Vanuit Indische kring is meer over deze leraressen bekend, in de vorm van damesromans. Door het tekort aan blanke vrouwen in de koloniën, lag daar voor menige gouvernante immers de kans op een huwelijk en gezin.
Misschien ligt het aan de voor het beroep vereiste bescheidenheid, maar van gouvernantes in Suriname is nauwelijks iets bekend. Twee dames echter, hebben de annalen weten te bereiken vanwege hun betrokkenheid bij de politiek. In de 18e eeuw vestigde Charlotta van der Lith haar reputatie met haar grillige en soms bijna sinistere levensloop, terwijl Elise Haighton in de 19e eeuw naam maakte als feministisch activiste.

Charlotta Elisabeth van der Lith (1700 - 1753) was de dochter van een Luthers predikant, hoogleraar in de filosofie. Haar grootvader van moeders kant was een bekende Haagse medicus, dokter Helvetius. De familie verkeerde in de hoogste kringen, bij de doop van Charlotta waren vertegenwoordigers van de Duitse adel aanwezig.
In 1722 reisde Charlotta naar Suriname samen met het echtpaar Temming en hun dochter Catharina, van wie zij de gouvernante was. Hendrik Temming was juist benoemd tot gouverneur-generaal van Suriname.
Kort na de aankomst in Paramaribo stierf de vrouw van de gouverneur.
Bijna twee jaar later trouwde Charlotta met de weduwnaar. Zij kregen een dochter, maar de gouverneur maakte de eerste verjaardag van het kind niet meer mee, hij stierf in 1727. Temming liet zijn vrouw, hun dochter en haar stiefdochter zijn plantage Berg en Dal na. Charlotta bleef echter in de gouverneurswoning aan het Plein wonen. Haar zuster Philippina was intussen uit Nederland overgekomen. Zij zou in Suriname blijven wonen en in 1732 ongehuwd sterven ´na een razende ziekte´.
In 1728 arriveerde een nieuwe gouverneur, Hendrik de Cheusses, zwager van de inmiddels getrouwde stiefdochter van Charlotta. De nieuwkomer bevond zijn ambtswoning bewoond door de weduwe van zijn voorganger, maar dat bleek geen probleem, al na twee maanden gingen zij in ondertrouw en vierden een half jaar later de bruiloft. De Cheusses herbouwde het houten gouverneurshuis in steen, ondertussen woonde Charlotta op Berg en Dal. De geïsoleerde plantage doorstond in 1730 een aanval van marrons. Een jaar later werd hun dochter geboren. Maar ook dit huwelijk duurde kort, in 1734 overleed de man, slechts 32 jaar oud.
De Cheusses werd opgevolgd door zijn broer Jacob Alexander, die getrouwd was met Charlotta´s stiefdochter. Hij stierf echter kort na zijn ambtsaanvaarding. De beide weduwen bleven in het gouverneurshuis wonen, maar konden niet erg goed met elkaar overweg en hadden ook regelmatig ruzie over de door hen geërfde plantage Berg en Dal.
Bijna twee jaar later kwam er weer een vrijgezelle gouverneur naar Suriname. Joan Raye trof de weduwen de Cheusses aan in het gouverneurshuis. Zou er ook concurrentie geweest zijn tussen de beide vrouwen, nu er weer een man in huis was? Joan en Charlotta waren van dezelfde leeftijd, beiden midden dertig. In ieder geval trouwden zij ruim een jaar later, in 1737. Stiefdochter Catharina vertrok toen voorgoed uit Suriname.
Raye kreeg grote problemen met de kolonisten, die meestal hun best deden het de gouverneurs zo moeilijk mogelijk te maken. Bemoeienis van de Nederlandse overheid was door de vrijbuiters in de kolonie verre van gewenst. Getergd diende Joan Raye zijn ontslag in, maar stierf nog voordat hierover een besluit was gekomen. Hij was nauwelijks twee jaar gouverneur geweest. Charlotta erfde zijn plantage Breukelerwaard. Zij hadden samen een zoon, die enkele maanden na de dood van zijn vader geboren was.
Misschien dat trouwlustige heren zich door het ongeluk dat de weduwe achtervolgde lieten afschrikken, maar in Suriname was er nu eenmaal gebrek aan blanke vrouwen en voor de meer vromen waren uitspattingen met slavinnen geen optie.
De Waalse predikant Antoine Audra trouwde bijna vijf jaar later met Charlotta. Maar in 1744 stierf hij op plantage Breukelerwaard, na slechts anderhalf jaar huwelijk.
Weer vier jaar later huwde een predikant van de Franse gemeente met de weduwe Audra, Martin Louis Duvoisin. Hij stierf in 1751.
Naast haar huwelijken met drie bijna opeenvolgende gouverneurs, werd Charlotta vooral bekend door haar aanvaringen met de latere gouverneur Mauricius. Zij was een van de leden der Cabale, zoals de groep plantersfamilies die Mauricius het leven zuur maakte, door hem werd
.


Gouverneur Mauricius
- beeldbank.amsterdam.nl







genoemd. Jan Jacob Mauricius kwam in 1742 met zijn gezin in Suriname. Hij zou er negen jaar gouverneur zijn. Tijdens zijn bestuur kreeg hij een conflict met leden van de Raad van Politie waardoor hij de aan elkaar verwante plantersfamilies tegen zich in het harnas joeg. Stelselmatige en jarenlange tegenwerking was het gevolg. Ook Mauricius liet zich niet onbetuigd en de ruzies, beledigingen en protesten liepen zo hoog op dat tenslotte een poging werd ondernomen hem uit zijn ambt te laten ontzetten.
Mauricius noemde in zijn dagboek overigens nog een andere gouvernante, mevrouw Scherpingh, die hij vermeldde als ´dat kwaaie wijf, de gouvernante van de Waterkant´. Zij zou hem en zijn echtgenote hebben uitgescholden toen zij in hun koets voorbijreden.
Misschien was mevrouw Scherpingh, die aan de Waterkant nummer 30 woonde, ooit gouvernante geweest of gaf ze later les aan kinderen. In ieder geval was ze geboren als Suzanne Nutty (1701 - 1761). Niet vermeld is of ze in Nederland of Suriname geboren was. Voor ze met Ephraim Scherpingh, secretaris van het Hof van Politie, trouwde was ze de weduwe van Abraham Schedyn en daarna van Adriaan van der Beets geweest.
Het was echter Charlotta, die door Mauricius als het brein van het tegen hem gerichte complot werd beschouwd. In 1751 werd de gouverneur op non-actief gesteld, maar na onderzoek werd hij in 1753 door de Staten-Generaal van alle blaam gezuiverd en werd hem eervol ontslag verleend.
Charlotta overleed drie maanden na Mauricius´ eerherstel. Zij werd begraven op het fort Zeelandia.
Door Mauricius´ dagboek staat zij bekend als kwaadaardig, heerszuchtig en driftig. Anderen noemden haar echter een zeer verstandige, sterke en moedige vrouw.

´Juffrouw Winter, gelooft u dat kunst het volk kan inspireren tot opstand?´
Over deze plotselinge zijsprong midden in onze les esthetiek moest ik even nadenken. ´Eh, wel, Géricault en Delacroix leverden met hun schilderijen ´De Medusa´ en ´Vrijheid leidt het volk´ kritisch commentaar op de gebeurtenissen in hun tijd. Misschien leidde hun werk niet tot opstand, maar het inspireerde zeker. In ieder geval maakte hun werk deel uit van de sociale beroering.
Een beter voorbeeld is misschien de opera ´De Stomme van Portici´, die in Brussel tijdens de opvoering de gemoederen zo sterk verhitte, dat er oproer uitbrak. Niet lang daarna volgde de Belgische Opstand en sindsdien behoren de Zuidelijke Nederlanden niet meer bij Holland maar vormen een apart koninkrijk: België.´
´Zo!´ was Walthers verraste reactie, ´Een opera had dat effect?´
.





Elise Haighton
- Centraal Bureau voor Genealogie




Elise Adelaïde Haighton (1841- 1911) kwam uit de middenstand, als dochter van een vroegere kantoorbediende die zich had weten op te werken tot commissionair. Toen Elise 25 jaar was, stierf haar vader en liet haar moeder met tien kinderen en zonder kapitaal achter. Elise nam haar lot in eigen hand en behaalde in 1870 als een van de eerste vrouwen in Nederland de akte Middelbaar Onderwijs Nederlands. Zij begon artikelen te schrijven voor kranten, waarin vooral de kwestie van de vrouwenemancipatie belicht werd. Ook werd ze lid van de vrijdenkersvereniging De Dageraad en volgde de internationale ontwikkelingen aan het vrouwenfront op de voet. Tijdens de openbare vergaderingen van De Dageraad kon Elise haar ideeën nader uiteen zetten en zij stelde dat de positie van vrouwen niet wezenlijk verschilde van die van slaven. Zij verweet vrouwen uit de hogere burgerij en de middenstand dat ze niets deden om hun positie te verbeteren uit gemakzucht en gebrek aan ambitie. Maar ook de lage lonen voor arbeidsters, de bij wet geregelde onmondigheid en handelingsonbekwaamheid voor gehuwde vrouwen, stonden de emancipatie in de weg. Vrouwen moesten zich organiseren om gelijke rechten te kunnen verkrijgen.
In 1883 ontstond in socialistische kringen onenigheid over de te volgen weg. Dit leidde tot veel kritiek op Haighton en uiteindelijk tot een scheuring in De Dageraad. Toen ook nog Elises hartsvriendin Aletta Jacobs een vrij huwelijk aanging met iemand van de tegenpartij, gooide Elise de handdoek in de ring.
Zij vertrok in 1885 naar Suriname als gouvernante van de kinderen van de nieuwe gouverneur H.J. Smidt. In 1893 was zij weer terug in Nederland.
Het is merkwaardig dat er niets vermeld is in haar biografie over de acht jaren die zij in Suriname doorbracht. Was Elise door liefdesverdriet overmand niet in staat iets met haar idealen in Suriname te doen? Was zij door de politieke status van haar broodheer en de bescheiden positie van gouvernante gedwongen zich stil te houden? Beschouwde zij de tijd in Suriname als een exotische vakantie, dan wel verbanning uit haar eigen kring?
In 1883 bestond er geen slavernij meer in de kolonie en het Tienjarig Staatstoezicht waaronder de voormalige negerslaven verplicht waren nog tien jaar op de plantages te blijven werken, was reeds voorbij. Er waren al contractarbeiders uit China en India, en tegen het eind van haar verblijf ook uit Java. De woon- en werkomstandigheden van de arbeiders in Suriname liet veel te wensen over.
In Nederland was Haighton verweten geen aandacht te hebben voor de arbeidersvrouw en slechts te spreken voor de vrouwen uit de hogere burgerij en de middenstand. Hoewel uit haar geschriften en daden in Europa het tegendeel bleek, rijst toch de vraag of en waarom Elise in de kolonie niet van zich liet horen.
Waarschijnlijk beperkten de idealen van het socialisme en van de vrouwenbeweging zich tot de blanken, voor de inlanders golden op een of andere wijze andere normen. Hulp voor de armen in nood kwam van de kant van de kerk en van andere liefdadige organisaties. Elise had zich al eerder in Nederland van de kerk afgekeerd, die zij als belemmerend zag voor de ontplooiing van de vrouw.
In Suriname verkeerde Elise in de hoogste kringen. De gouverneur en zijn entourage hielden afstand van de bevolking om het gezag in stand te houden en wellicht kwam zij er daardoor niet toe zich bij een liefdadige organisatie aan te sluiten. Toch blijft het opmerkelijk dat een socialistische activiste zich jarenlang in een elitair milieu bleef afzonderen.
Na haar terugkeer in Nederland schreef zij een serie handleidingen voor de economisch zelfstandige vrouw en was op diverse fronten zeer actief in de vrouwenbeweging. Bij de organisatie van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 was zij lid van de voorbereidingscommissie van enkele van de congressen aldaar en was er tevens spreekster met een lezing over het gevangeniswezen. Zij pleitte voor opleiding en arbeidsbemiddeling in plaats van opsluiting van vrouwelijke gevangenen.
Ook was zij mede-organisatrice van de expositie afdeling West-Indië. Hier werd duidelijk hoe Elise de jaren in Suriname beleefd had. Tijdens de voorbereiding van de tentoonstelling schreef ze dat ze wel wilde meehelpen bij de organisatie van het paviljoen voor West Indië, maar dat dit deel van de tentoonstelling niet absoluut noodzakelijk was omdat er toch zo weinig bekend was over de koloniën.
Elise werkte ook internationaal door alle Vrouwencongressen in Europa te bezoeken als journaliste en soms als spreekster. Tot haar dood in 1911 bleef ze actief in de vrouwenbeweging.

Conclusies (niet wetenschappelijk) uit deze twee voorbeelden van gouvernantes in Suriname, zijn dat van de gouvernantes die Suriname bezochten, sommigen inderdaad getrouwd raakten en bleven, terwijl anderen na enige jaren dienst weer naar het moederland terugkeerden, voortijdig overlijden daargelaten. Vermenging met de bevolking en participatie in het koloniale leven gebeurde in het eerste geval meer dan in het tweede. Hoe hoger de status van de opdrachtgever, hoe meer afstand er - ook voor de gouvernante - tot de bevolking was. De koloniale visie dat de plaatselijke bevolking ten dienste stond van de machthebbers en dus letterlijk ´onderdaan´ was, belemmerde niet alleen de sociale omgang, maar ook een sociale visie.

Fragmenten:
De Zwarte Lord, Rihana Jamaludin, Amsterdam 2009
Bronnen:

Tussen salon en souterrain - Gouvernantes in Nederland, Greddy Huisman, Amsterdam 2000
Historie Suriname

Plantages Nationaal Archief Suriname
Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, Anna de Haas
Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland, Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging
Subjects and Citizens: Gender and Racial Discrimination in Dutch Colonialism at the End of the 19th Century, Berteke Waaldijk, Universiteit Utrecht

Dutch Manhattan 1609 - 2009


De Nederlandse wetenschap over 17de eeuws Manhattan

Lezingenreeks met live muziek 'Dutch Manhattan 1609-2009'

In 1609 arriveerde Henry Hudson namens de VOC op het eiland Manhattan. Deze 'ontdekkingsreis' was het begin van een speciale relatie tussen Nederland en New York die duurt tot de dag van vandaag.Dit najaar organiseert het Centrum Internationale Erfgoedactiviteiten (CIE) en het Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw van de Universiteit van Amsterdam (UvA) een lezingenreeks ter viering van de 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en New York. In vier avonden zullen verschillende aspecten van de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid op Manhattan belicht worden. Daarbij ligt de nadruk op de zeventiende-eeuwse kolonie rond de stad Nieuw Amsterdam, die in 1664 moest worden prijsgegeven aan de Engelsen.
De lezingen - afgewisseld door muzikale intermezzo's - vinden plaats in het restaurant van het karakteristieke Lloyd Hotel als onderdeel van Lloyd Time on Mondays. Het Lloyd Hotel vormt een passend decor voor de lezingenreeks, omdat het in 1921 is gebouwd als landverhuizershotel voor scheepvaartmaatschappij de Koninklijke Hollandsche Lloyd. Van hieruit voeren vele Oosteuropese immigranten in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw een nieuwe toekomst tegemoet.
.

Maandag 26 oktober:
Michiel van Groesen (Universiteit van Amsterdam), 'The Dutch encounter with the New World: textual and visual representations of North America at the time of Henry Hudson' en Jaap Jacobs (zelfstandig onderzoeker en schrijver), 'Tracing Dutch New York'.
Maandag 2 november:
Janne Nijman (Universiteit van Amsterdam), 'Hugo Grotius, the Law of Nations, and the American Indians.' Muziek: White Sands (band)
Maandag 9 november:
Martine Gosselink (Rijksmuseum), 'The Dutch origins of Manhattan'.
Maandag 16 november:
Frans Blom (Universiteit van Amsterdam), 'Selling Manhattan: Dutch Anglo picturing of New Netherland and New York.' Muziek: Karin Giphart (singer-songwriter)

Locatie: Restaurant Lloyd Hotel, Oostelijke Handelskade 34, 1019 BN Amsterdam, tel. 020- 5613636, https://webmail.uva.nl/exchweb/bin/redir.asp?URL=http://www.lloydhotel.com/
Toegang: Gratis, reserveren niet nodig
Tijd: 20:00
Taal: Engels
De lezingen worden mede mogelijk gemaakt door Uitgeverij Nieuw Amsterdam en Uitgeverij Boom.

Meer informatie, klik hier

Het Centrum Internationale Erfgoedactiviteiten (CIE) is een onafhankelijke, non-profit organisatie gericht op kennisuitwisseling op het gebied van internationale erfgoedsamenwerking en erfgoed van de Europese expansie in het bijzonder. Het is betrokken bij management van internationale erfgoedprogramma's en stimuleert academisch onderzoek op het gebied van erfgoed van de Europese expansie.

Afbeelding: Johannes Vingboon: Gezicht op Nieuw-Amsterdam, circa 1665, Nationaal Archief

woensdag 28 oktober 2009

44ste Nationale Kunstbeurs van start

Vanaf vrijdag 30 oktober t/m zaterdag 7 november 2009 vindt opnieuw de Nationale Kunstbeurs (NK) van Suriname plaats. Dit is al de 44ste editie. Meer dan 65 kunstenaars exposeren (en verkopen) hun werk in cultureel centrum Ons Erf aan de Prins Hendrikstraat te Paramaribo. De jaarlijkse kunstbeurs wordt georganiseerd door de Stichting Nationale Kunstbeurs Suriname.
De openingstijden zijn van maandag t/m zaterdag: 09.00 - 13.00 u en van 18.00 - 21.00 u. Op zondag is de beurs alleen geopend van 18.00- 21.00 u
De toegang tot de beurs is vrij.
. Sunil Puljhun, Dare devil, 2008, mixed media, 140 x 140 cm.
.


Annette Badenhorst, Dooie vlieg, 2009, fotografie

'n Indisch avondje in Amsterdam

door Lidewey van Noord

Op vrijdag 23 oktober ging Nederland Leest 2009 van start in de OBA. De openingsavond werd verzorgd door de Werkgroep Indische Letteren, aangezien dit jaar Oeroeg van Hella Haasse gratis wordt aangeboden aan de lezer. Hans van Velzen, directeur van de OBA, greep de gelegenheid aan om te laten zien dat ‘Amsterdam boordevol Indië is’. Op de website van de bibliotheek kan je nu zelfs een Indische fietstocht door Amsterdam vinden, die voert langs memorabele plekken die de koloniale herinnering aan het Amsterdamse VOC-verleden tot leven brengen.
.


Het was een Indisch avondje. Pamela Pattynama hield een lezing over Oeroeg (1948) en Sleuteloog (2002), waarin ze aantoonde hoe de vergelijking tussen beide werken niet alleen de ontwikkeling in het denken van Hella Haasse zelf aan het licht brengt, maar ook een metafoor vormt voor de publieke verwerking van een koloniaal verleden. De man van gas en licht van Nicolette Smabers werd gepresenteerd, waaruit blijkt dat Indië nog altijd een hedendaags onderwerp vormt. In de pauze was er spekkoek, Theodor Holman las op bevlogen wijze een brief van Tjalie Robinson voor, en daarna hield Wim Willems een lezing over deze Indo-voorvechter. De avond werd afgesloten met een discussie. Deze discussie werd geleid door Kester Freriks en en Sylvia Dornseiffer en droeg de titel “Ik hoor hier niet bij”, Indische stemmen in de literatuur. Kester Freriks lichtte de titelkeuze toe met de volgende zin: ‘Buitenstaanderschap is een wezenlijk kenmerk van de Indische literatuur.’ Zo verweet de nestor van de Indische literatuurwetenschap, Rob Nieuwenhuys, Hella Haasse bijvoorbeeld dat zij geen goed boek kon schrijven over de Indische samenleving, omdat ze blank was. ‘Voel jij je een buitenstaander binnen de Nederlandse literatuurwetenschap?’ vroeg Dornseiffer aan Pattynama. ‘Heb jij dat gevoel ook, dat je er niet bij hoort?’ Vol overtuiging – en hoorde ik daar lichte verontwaardiging in haar stem? – antwoordde Pattynama: ‘Ik hoor er wel bij! Indië is een belangrijke component van de Nederlandse cultuur en dus ook van de literatuur. Mulisch, Hermans en Reve hebben ook over Indië geschreven.’

De discussie over ‘erbij horen’ ging verder. Over de plek van de Indische literatuur binnen de Nederlandse literatuurgeschiedenis, en vooral het gebrek aan die plek. Over dat het niet mogelijk is in Nederland om tegelijkertijd Indo en Nederlander te zijn. Je moet ergens bijhoren, een keuze maken. Er werd een stukje vertoond uit de documentaire Ik ben een Indo ja, en zo wil ik leven die Ida Does maakte over Tjalie Robinson. In dat fragment kijkt Robinson vol verbazing naar de hoeveelheid spullen die Nederlanders in hun huis zetten: ‘Als ik ooit zo ga leven ben ik verloren.’ Misschien is die worsteling met de betekenis van identiteit wel het belangrijkste kenmerk van de Indische letteren. Een universeel en tijdloos thema overigens, want is dat ook niet waar het in hedendaagse migrantenliteratuur allemaal om draait?

Ik begon me wat ongemakkelijk te voelen, en ik keek eens om me heen. Ik telde nog vier andere blonde mensen in de zaal. Naast mij zaten de oprichters van de website http://www.indisch3.nl/, een weblog voor derdegeneratie Indische Nederlanders. Kennelijk zijn het vooral Indische mensen die de Indische letteren lezen, op zoek naar jeugdherinneringen, of de geschiedenis van ouders en grootouders. In mijn gedachten sprak de geest van Rob Nieuwenhuys mij streng toe: ‘Jij bent zo blank als Hella Haasse, hoe kan jij nou ooit iets goeds schrijven over de Indische letteren?’ Ik was een Nederlandse stem in de Indische literatuur. Ik hoorde er niet bij. En opeens vroeg ik me af: Willen de Indische letteren er eigenlijk wel bijhoren? Als alle Indische auteurs worden opgenomen in een volgende Nederlandse literatuurgeschiedenis, waar zal de discussie dan over gaan? Ik bleek een medestander te hebben in Nicolette Smabers, die heftig zei: ‘Uitzoeken in hoeverre mensen Indisch zijn is muggenzifterij. We kunnen het ook breder zien, de discussie kan over migratie gaan, ook nu zijn er kinderen die tussen twee culturen leven.’ Ik haalde opgelucht adem. Iemand durfde het te zeggen. Als je wilt dat de Indische letterkunde een prominentere rol gaat spelen binnen de Nederlandse literatuurbeschouwing, dan is het nodig om verder te kijken dan kwesties als ‘Hoe Indisch is deze auteur’ en ‘Waarom horen we er nog altijd niet bij’. Dan moet je het over de inhoud gaan hebben. Maar deze avond kreeg ik de indruk dat de Indische letteren zover nog niet zijn. De neiging om het unieke van de Indische literatuur te koesteren en te beschermen is te sterk. Zo noemde Pattynama de schrijfster Maria Dermoût een ‘verborgen juweel’, en daar voegde ze aan toe: ‘En ik weet soms niet of dat moet veranderen, of dat dat zo moet blijven.’ Duidelijker wordt het niet: de Indische letteren willen Indisch blijven, en lijken er nog niet aan toe te zijn om naast spekkoek ook bitterballen te serveren.

[overgenomen van de blogspot De Amsterdamse Lezing]

CLAUS!

Zeven jaar na het overlijden van Z.K.H. Prins Claus der Nederlanden presenteren Stichting Julius Leeft! en Paradiso de eenmalige voorstelling CLAUS! Hierin brengen politici en BN’ers een hommage aan deze bijzondere man en de liefde voor ‘zijn’ Afrika. Op zondag 6 december 2009 zijn onder anderen Wouter Bos, Maartje van Weegen, Job Cohen, Gerda Havertong en Thom Hoffman te zien in Koninklijk Theater Carré. Dit alles vindt plaats onder leiding van regisseur John Leerdam.

CLAUS! is gegoten in de vorm van een theatrale reading met muzikale omlijsting. Ze vertelt niet alleen de geschiedenis van het leven van Prins Claus. Ze vertelt het verhaal over menselijkheid, hoop, teleurstelling ende zoektocht naar liefde. Het verhaal gaat ook over de liefde van de prins voor Afrika, zijn inzet voor ontwikkelingssamenwerking en zijn band met de Nederlandse Antillen en Suriname. En CLAUS! gaat natuurlijk over zijn relatie met de vorstin en die met zijn drie zonen en hun echtgenotes.

Het is voor de vijfde maal dat John Leerdam met zijn stichting bijzondere mensen om zich heen verzamelt voor een bijzonder theaterproject. Navoorstellingen over Suriname (2005), de Nederlandse Antillen (2006), de Molukken (2007) en Zuid-Afrika (2008) staat dit jaar dus Prins Claus centraal. Om het lustrum luister bij te zetten verhuizen cast en crew eenmalig van poptempel Paradiso naar Koninklijk Theater Carré. De cast en musici bestaan uit onder anderen uit Thom Hoffman, Kenneth Herdigein, Izaline Calister, Giovanca Ostiana, Jetty Mathurin, Paulette Smit, Raymi Sambo, Leslie Vos, Denise Jannah, Ruben Heerenveen, Wouter Bos, Gerda Havertong, Brian B, Job Cohen, Maartje van Weegen, Philip Freriks, Jörgen Raymann en Bert Koenders. Voor het vijfde achtereenvolgende jaar tekent Harto Soemodihardjo voor de muzikale leiding. De teksten zijn van de hand van Paulette Smit, Pieter Hilhorst, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Yoeri Albrecht en Guus Pengel, naar een idee van John Leerdam. Regie: John Leerdam, Tweede Kamerlid voor de PvdA en oud-directeur van Cosmic Theater. De complete lijst van cast en crew is hier terug te vinden.

Het stuk CLAUS! wordt eenmalig op de planken gebracht, op zondag 6 december 2009. Aanvang: 16.00 uur. Locatie: Koninklijk Theater Carré, Amsterdam.
De toegang varieert van 10 tot 25 euro.
De voorverkoop is reeds begonnen via www.theatercarre.nl en de bekende voorverkoopadressen.

Deze voorstelling wordt mede mogelijk gemaakt door Koninklijk Theater Carré, BKB, Aegon, Van den Oever, Zaaijer & Partners, NiNsee en Vereniging Antilliaans Netwerk. Met speciale dank aan het Bijlmer Parktheater.
.


V.l.n.r. Raymi Sambo, John Leerdam, Paulette Smit

dinsdag 27 oktober 2009

Spaans Amerika 1498-1550

Beste allen,

Hierbij wil ik jullie graag op de hoogte brengen van de cursus die mijn vader in november en januari zal verzorgen.
.

Zoals sommigen van jullie misschien wel weten is hij als docent verbonden geweest aan de vakgroep Spaans van de Universiteit van Amsterdam en eigenlijk heeft hij nooit met pensioen willen gaan. Hij verheugt zich dan ook enorm op het feit dat hij weer even mag lesgeven. Dat nu nog maar een handjevol mensen zich aangemeld heeft, is voor hem (zegt hij) dan ook van minder belang, maar het lijkt me toch leuk en goed wanneer er meer deelnemers zouden zijn. De aankondiging van de cursus heeft slechts in het blaadje van de Vrienden van het Barlaeus Gymnasium gestaan, vandaar dat ik op deze manier er ook nog bekendheid aan geef.

Ik besef dat het wat kort dag is (de eerste 'les' is al maandag 2 november aanstaande), maar als dat problemen oplevert is er vast wel een mouw aan te passen.
.


Hierbij een smakelijke beschrijving van de docent zelf en verdere gegevens:

Beschrijving:
De titel van mijn 'cursus' luidt: 'The Rise of the Spanish Empire' (Amerika), 1492-1550. Een subliem en in Kikkerland nauwelijks bekend onderwerp! Ter sprake, om even wat te noemen: verkenning van de Atlantische ruimte; de Columbus ontgoochelende fatale kolonisatie van Hispaniola (nu Dominicaanse Republiek en Haiti) en andere Grote Antillen, waarna met de verovering van Mexico (pas in 1519) een geheel nieuwe fase aanbreekt, die later ook het Inca-rijk fataal wordt. Achter de historische feiten schuilen tal van boeiende zaken. Bijvoorbeeld: de Paus had de Spaanse Kroon in 1493 toestemming verleend de al ontdekte en nog te ontdekken gebieden in bezit te nemen op voorwaarde van kerstening van de bewoners. Franciscanen, onder wie buitengewoon vermaard geworden figuren, die zich eerst de Azteekse taal eigen maken -de Azteken hadden geen schrift!- door met Indiaantjes op straat te spelen, zetten zich aan deze taak. Onderwijl gaven de misdragingen van de Spaanse kolonisten aanleiding tot een aantal fundamentele vraagstellingen: zijn de Indianen met rede begaafde wezens of zijn ook zij 'van nature slaven' (Aristoteles) of simpelweg 'bestias', valt oorlogvoering tegen hen onder de noemer van 'rechtvaardige oorlog' etc. Een openbaar dispuut, in 1550 gehouden in Valladolid (Spanje) ten overstaan van een 14-tal eminente theologen en juristen, moest hierop antwoord geven!
.


Cursisten zullen worden voorzien van Engelse teksten.
Data: 4 maandagavonden in november (start 2 november) en 4 maandagavonden in januari
Locatie: Barlaeus Gymnasium Amsterdam
Kosten: €100,- (over te maken op de rekening van de Stichting Vrienden van het Barlaeusgymnasium: 109170 o.v.v. (eigen) naam en cursusgetal 10.

Groeten! Judith
Judith Brouwer
Roelof Hartplein 2M
1071 TT Amsterdam
06-24646021

[Illustraties: kopergravures uit America van De Bry, 14 banden, 1584-1630]

Herinneringen uit de Immigratietijd

Het Sarnámihuis in Den Haag organiseert in samenwerking met Amrit Consultancy een serie bijeenkomsten in het kader van de orale geschiedenis van de Nederlands-Surinaamse Hindostanen onder de titel ‘Herinneringen uit de Immigratietijd’

1e bijeenkomst: zondag 1 november 2009:
Brieven en voorwerpen
Inleider: Sandew Hira (publicist)

Veel van de voorouders van Hindostanen uit India waren analfabeten. Maar toch was er een zekere mate van briefwisseling met India. Op deze bijeenkomst wordt een aantal brieven en voorwerpen geanalyseerd. Hebt u zelf brieven of voorwerpen uit de contractperiode, neem die dan mee, het liefst met het verhaal daarachter.
Inleider Sandew Hira heeft brieven verzameld uit lang vervlogen tijden. Deze brieven heeft hij gescand. Hij zal via een powerpoint presentatie de inhoud met ons delen. Deze brieven geven een mooi inzicht in de levenssituatie van Hindostaanse voorouders. De emoties van heimwee, het schrijnende verlangen naar thuis, de keuze om te blijven in Suriname. Wij willen het publiek enthousiasmeren om zelf te gaan graven in de eigen familiegeschiedenis en te zoeken naar historisch materiaal.
ze voorouders

Al enkele duizenden jaren waren mensen ongeletterd. Dit geldt nog altijd voor de meerderheid van de inwoners in India. De eerste generatie Hindostanen in Suriname, de contractarbeiders, waren eveneens overwegend analfabeet. De tweede generatie en daarna hebben steeds meer scholing genoten.

Ook de Hindostanen hebben zich door de eeuwen heen voorstellingen gemaakt van hun samenleving, de bovennatuurlijke krachten, hun koningen, helden en hun geschiedenis. Een deel van deze voorstellingen werd uitgedrukt in de vorm van volksverhalen, die van generatie op generatie werden doorgegeven. Vroeger was de mondelinge overlevering de belangrijkste communicatievorm. Onder de tweede generatie Surinaamse Hindostanen waren er boeiende verhalenvertellers. Deze verhalen hadden zij van hun ouders geleerd. Ook vele vrouwen zijn op dit terrein verdienstelijk geweest.

In de volksverhalen speelden meestal vorsten een belangrijke rol. Alle verhalen hadden een morele ondertoon.
Onze belangstelling gaat ook uit naar de verhalen na de contracttijd. Verhalen die u of uw adji, dada, náná of náani aan ons wil vertellen. De verhalen die in Suriname werden verteld, zijn niet of nauwelijks vastgelegd. Met het uitsterven van de tweede en de derde generatie Hindostanen zullen deze verhalen niet meer worden doorgegeven. Cultuurverlies? Jazeker. Het is cultuurhistorisch belangrijk om zoveel mogelijk van deze verhalen vast te leggen.

Andere bijeenkomsten zijn op:

8 november 2009
Verloren tradities
Welke tradities hadden onze voorouders behouden Welke bestaan niet meer, maar werden vroeger nog in stand gehouden?

15 november 2009
Het einde van het contract
Hoe was de situatie van onze voorouders in de eerste jaren na de beëindiging van het contract Welke obstakels kwamen ze tegen in hun nieuw leven en hoe zijn ze hiermee omgegaan Wat hebben uw voorouders u hierover verteld Welke verhalen zijn bij u bekend.

29 november 2009
De opstand van Mariënburg in 1902

De opstand van Mariënburg in 1902 was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van contractarbeid in Suriname. In deze bijeenkomst worden de bronnen behandeld van deze geschiedenis van de opstand. Komt u zelf uit Mariënburg en heeft u verhalen gehoord over de opstand van familie en vrienden, breng dan uw verhaal mee.

6 december 2009
Terug naar Uttar Pradesh
Van ruim 34.000 immigranten keerde eenderde terug. Sommigen zijn opnieuw geëmigreerd vanuit India naar Suriname. Wie kent in zijn -haar familie mensen die teruggekeerd zijn en misschien nog contact hebben onderhouden met Suriname. Welke verhalen zitten achter deze zoektochten.


Aanvangstijd: telkens 14.00 uur
Plaats:
Sarnamihuis
Brouwersgracht 2
Den Haag
Tel. 070- 3651828
OV: tram 2 en 6, randstadrail 3 en 4
https://webmail.uva.nl/exchweb/bin/redir.asp?URL=http:/// (website onder constructie)
Entree 2 euro.
Gaarne aanmelden bij: info@sarnamihuis.nl
Voor info kijk op https://webmail.uva.nl/exchweb/bin/redir.asp?URL=http://www.sarnamihuis.nl/ of https://webmail.uva.nl/exchweb/bin/redir.asp?URL=http://www.amcon.nl/

Verzamelde Gedichten van Aletta Beaujon

Op maandag 26 oktober 2009 werd in het Kabinet van de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag het verzamelde dichtwerk van de Antilliaanse dichteres Aletta Beaujon gepresenteerd. De gevolmachtigde minister, mr. Marcel van der Plank, evenals Aletta Beaujons kleinzoon, Carolus van Leeuwen, en neefje, Rudolf Beaujon, ontvingen de eerste exemplaren tijdens een drukbezochte aanbieding.

De verzamelde gedichten zijn verschenen onder de titel De schoonheid van blauw/ The Beauty of Blue. De tweetalige titel geeft aan dat Beaujon niet alleen Nederlandse maar vooral ook veel Engelse gedichten heeft geschreven. Haar enkele Papiamentstalige gedichten, bijvoorbeeld één voor Pierre Lauffer, zijn eveneens in de bundel opgenomen, ook in vertaling. Het boek is schitterend uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer. Het is in harde cover gebonden, met stofomslag en leeslint.

De bundel is gebaseerd op de eerste uitgave van Beaujon, de omvangrijke bundel Gedichten aan de baai en elders, die in 1957 verscheen. Hieraan konden tientallen niet eerder gepubliceerde gedichten worden toegevoegd, die met de hand waren opgeschreven in een agenda. Die agenda belandde in de afdeling Antilliana van de Centrale Bibliotheek in Den Haag (een collectie gebaseerd op de vroegere Sticusa-bibliotheek). Het manuscript werd in april 2008 ontdekt door Klaas de Groot, die samen met Aart G. Broek de redactie van de uitgave deed. Ook zijn er nog enkele verspreide gedichten gevonden tijdens bibliotheekonderzoek op Curaçao.

Aletta Beaujon (Curaçao 1933 – Aruba 2001) schreef in een ogenschijnlijk losse vorm over haar geliefde Antilliaanse eilanden, maar ook veel over de oude Griekse wereld die zij liet herleven. Met name in gedichten over het eiland Delos is dat te zien. Zij heeft in haar werk zowel uiteenlopende periodes als ruimten bij elkaar gebracht. Daardoor is zij een auteur van alle tijden en plaatsen.

Aletta Beaujon, De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue. (redactie Aart G. Broek en Klaas de Groot) Haarlem: In de Knipscheer, 2009. 304 pp; gebonden, genaaid, met stofomslag en leeslint; euro 34,50, NAfl. 75,00.

Foto’s : Antillenhuis/studio FVS.

maandag 26 oktober 2009

Amandla! Mandela – De Musical

Diepgaande musical met Mandela als strijder

door Annette Embrechts



Mensen die zich zijn eerste bezoek aan Amsterdam nog herinneren, twintig jaar geleden, voelen soms nog het kippevel dat hen bekroop toen ze Nelson Mandela door de grachten zagen varen: zoveel moed en intelligentie, zoveel beheersing en diplomatie, zoveel menselijkheid en geschiedenis verenigd in één persoon.

Iets van die siddering ging zaterdagavond door Carré, toen acteur Kenneth Herdigein als Mandela verscheen aan de arm van Winnie Mandela (Sophia Wezer), toen nog zijn echtgenote. Kreten van verrukking uit het publiek, alsof het historische moment zich herhaalde, van de vrijlating van ’s werelds beroemdste Apartheidsgevangene, na 27 jaar opsluiting op Robbeneiland.

Het is knap hoe Herdigein op toneel dit icoon dicht weet te naderen. Zo dicht dat zelfs genodigden uit Zuid-Afrika na afloop zeiden dat hún Mandela hier stond. Op het speciaal aangemeten scherpe accent valt zeker iets af te dingen: het schelle staccato klinkt soms snerpend. Maar Herdigeins inleving is fenomenaal. Bovendien maakt hij van Mandela geen grootheid waarop nauwelijks kritiek mogelijk is, maar een volhardend strijder, koppig en overtuigd.
Motor van Amandla! Mandela – De Musical – is evenwel niet de persoon Mandela, maar de bron waaruit hij als ANC-strijder altijd is blijven putten: de oerwijsheden over ‘gelijkheid, broederschap en respect’, geleerd van Xhosa-chiefs uit zijn cultuur. Tekstschrijver en regisseur Koen van Dijk heeft de belangrijke politieke geschiedenis van Mandela, vanaf zijn jeugd tot aan zijn inauguratie als eerste zwarte president van Zuid-Afrika, met vaart bewerkt tot meeslepend musicaldrama. Geweldloos verzet, revolutie, kiesrecht, sabotage, rassenwetten, nationalisme, en communisme, dat alles krijgt schwung zonder aan diepgang te verliezen. De onenigheid met zijn ANC-collega’s over zijn solistische koers komt uitvoerig aan bod.
Voor de pauze is de voorstelling muzikaal het interessants, als het Zuid-Afrikaanse a-capellakoor Khayelitsha United Mamboza voor veel Afrikaanse dynamiek zorgt, als onderstroom voor heftige polemiek. Na de pauze kiest componist Frank Uyttebroeck voor meer westerse melodieën, die blootleggen dat niet alle acteurs over evenveel zangregisters beschikken.
Toch staat er een overtuigende cast, stijlvol gekleed, op het podium, groots in saamhorigheid, waarin naast Herdigein ook Felix Burleson, Raymi Sambo en Jeremy Sno floreren als respectievelijk Walter Sisulu, Oliver Tambo en Ahmed Kathrada.
Opvallend in dit grotendeels zwarte tableau is de treffende typecasting van de blanke acteurs – de rollen zijn nu eens omgedraaid: Wil van der Meer als de welbespraakte anti-apartheidsadvocaat George Bizos en Peter Bolhuis als diverse blanke leiders (Hendrik Verwoerd, Pieter Willem Botha en Frederik Willem De Klerk). Allemaal staan ze hun mannetje.
En zo schrijft deze Amandla! Mandela op meerdere fronten theatergeschiedenis: een belangrijke musical over de historie van Zuid-Afrika maar ook over de emancipatie van donkere acteurs op het blanke musicalpodium.


[Overgenomen uit de Volkskrant, gepubliceerd op 26 oktober 2009 08:12, bijgewerkt op 26 oktober 2009 11:57]

[Op de foto links: Felix Burleson die in Amandla! de rol van Walter Sisulu speelt. Foto: Roeland Fossen]
De website van de musical geeft meer informatie, hier klikken

De vitaliteit van een malse boezem

In memoriam Bert Decorte (1915-2009)

De Vlaamse dichter Bert Decorte is op 94-jarige leeftijd overleden. Decorte werd op 2 juli 1915 geboren in Retie als 8ste van 10 kinderen (één van zijn broers was de vader van theatermaker Jan Decorte). Na zijn middelbare school ging hij aan de slag als loopjongen in de Delhaize in Antwerpen en later, na zijn legerdienst, verzeilde hij in de ambtenarij waar hij het schopte tot diensthoofd op het Departement Cultuur en Letteren van het ministerie van Onderwijs waar hij tot aan zijn pensioen bleef werken. Decorte debuteerde in 1937 met de sonnettenbundel Germinal. De 21-jarige Kempenzoon werd meteen omarmd als hét nieuwe grote talent. Zo schreef Marnix Gijsen in De Standaard: "Sedert Paul Van Ostaijen, is Bert Decorte het eerste fenomeen, het eerste wonderkind dat wij in de Vlaamse poëzie zien verschijnen." De poëzie van Decorte, vooral in zijn beginjaren, situeert zich binnen het Vitalisme, de in de jaren '30 toonaangevende stroming waarvan in de Nederlandstalige poëzie vooral de vroege Hendrik Marsman de belangrijkste exponent was. Centraal in de poëtica van het Vitalisme is de klemtoon op de intense, intuïtieve levensdrift. Dit gaat gepaard met een beschavingskritiek, want het leven dat verheerlijkt wordt speelt zich af in de natuur, niet in de beschaving. Vooral de boerenstiel temidden van het eenvoudige plattelandsleven werd verafgood als een waar walhalla. Ter verduidelijking een fragment uit Decortes gedicht 'Brabant':

...Altijd duikt Breugel op in dit landschap:
'k Zie Luilekkerland of een dorp in een dal,
en de ploegende boer toont nog verwantschap
met die onvergetelijke van Ikaros' val.
Niets is vernepen hier, benauwd en smal:
de hemel legt zijn volle handen open.
In 't aards geloof laat hij zich gaarne dopen,
wie deze vrouw haar malse boezem bood.
Wat zou hij elders liefde willen kopen,
die hier onder een vlier een vrouw in de armen sloot?...


(uit Bert Decorte, Refreinen, 1943)

[Overgenomen van de blogspot Dodenwake, geplaatst door Mich]
.
Pieter Breughel de Oude, De val van Icarus, ca. 1558

zondag 25 oktober 2009

Cosmic Award voor Noraly Beyer

Noraly Beyer – lid van de Werkgroep Caraïbische Letteren – ontvangt donderdag 5 november de Cosmic Award uit handen van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. De uitreiking vindt plaats midden in de elfde editie van MC’s theaterfestival voor nieuwe toneelschrijvers en theatermakers: Hollandse Nieuwe 11.
.
Noraly Beyer met Maarten van Hinte op de Tweede Caraïbische Letterendag. (Foto: @ Roeland Fossen.)

Noraly Beyer krijgt de onderscheiding voor haar inzet en haar rol als boegbeeld binnen de Nederlandse samenleving waarin zij fungeert als voorbeeld en pleitbezorger voor diversiteit in de media. Op Curaçao geboren uit Surinaamse ouders, heeft ze een aantal jaren in Suriname gewerkt bij de nieuwsdienst van de Surinaamse televisie. In Nederland werkte ze bij de NOS en de Wereldomroep als journalist en nieuwslezer. Tussendoor speelde zij in diverse toneelstukken. Sinds haar terugtreden als nieuwslezeres verzorgt zij veelvuldig presentaties bij tal van manifestaties.

De Cosmic Award is een tweejaarlijks terugkerende prijs waarmee uitdrukking wordt gegeven aan de waardering van MC voor een kunstenaar van niet-Nederlandse afkomst die zich binnen de Nederlandse samenleving via zijn werk op uitzonderlijke wijze profileert en zijn achtergrond laat meespelen in zijn werk.

De Werkgroep Caraïbische Letteren feliciteert Noraly Beyer van harte met haar Award!


zaterdag 24 oktober 2009

Nominaties Black Magic Woman Literatuurprijs

Van 12 t/m 15 november pakt Het Black Magic Woman Festival uit in het spiksplinternieuwe Bijlmer Parktheater met het thema New Beginnings.

Er wordt ook een nieuw begin gemaakt met de Black Magic Woman Literatuurprijs voor zwarte-, migranten- of vluchtelingenschrijfster voor een gepubliceerd verhaal/boek in het Nederlands of algemeen beschikbaar in een Nederlandse vertaling.

De genomineerden zijn Tessa Leuwsha met Solo, een liefde, Naima el Bezaz met Het Gelukssyndroom en Karin Amatmoekrim met Titus. De drie geselecteerde boektitels worden gejureerd op zeggingskracht, originaliteit en actualiteit van schrijfsters in de diaspora.

De jury van deze eerste Literatuurprijs bestaat uit Laetitia Griffith (Tweede Kamerlid voor de VVD), Christine Otten (schrijfster), Lucia Nankoe (letterkundige en specialiste in Caraibische vrouwenliteratuur), Michiel van Kempen (letterkundige en Surinamist) en Alfred Schaffer (schrijver en redacteur Bezige Bij).

Het Koninkrijk der Kinderboeken en het Kinderboek in het Koninkrijk der Nederlanden

door Olga Orman

In september werd in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam 'De middag van het kinderboek' gehouden. De middag was georganiseerd naar aanleiding van de Annie M. G. Schmidt-lezing van dit jaar door de bekende schrijver van kinderboeken Sjoerd Kuyper. Hij had in zijn lezing een alarmerend beeld van de positie van de schrijver van kinderboeken in vergelijking met de positie van de schrijver voor volwassenen geschetst.

Door de commercialisering van de branche vindt er steeds vaker geen herdruk van succesboeken meer plaats en worden de schrijvers van kinderboeken min of meer gedwongen om serieboeken te maken die sneller verkopen, wat veelal ten koste van hun creativiteit gaat. Boeken belanden sneller in de ramsj, omdat de boekhandelaren steeds nieuwe producten willen hebben. En aan de contracten met uitgevers schort er van alles.

Anders dan de titel dan ook doet vermoeden ging 'De middag van het kinderboek' in de OBA niet over het kinderboek op zich maar over de positie van de schrijvers van kinderboeken. Op deze middag hadden enkele bekende schrijvers, onder andere Ted van Lieshout en Hans Hagen, verenigingen van uitgevers en van schrijvers middels een forum bijeengebracht om afspraken te maken voor een nieuwe start en allereerst te komen tot een degelijk basiscontract voor de schrijvers van kinderboeken. Uit het publiek kwamen heel veel klachten naar voren.

Ik had eerder het genoegen gehad om de scherp geformuleerde en met veel humor doorspekte lezing van Sjoerd Kuyper bij te wonen op het moment dat ik zelf voor het eerst bij het zoeken naar een uitgever voor mijn nieuwe prentenboek Michi het pad had gekruist van 'Het Koninkrijk der Kinderboeken'. Mijn twee eerste prentenboeken waren uitgegeven door een onderwijsbegeleidingsdienst voor educatieve doeleinden. Daardoor waren ze redelijk verspreid in het onderwijsveld en vanwege het bekende verhaalfiguur Anansi ook in geheel het Koninkrijk der Nederlanden.

Maar een boek uitgeven bij één van de gerenommeerde uitgevers biedt meer voordelen. Het boek wordt meegenomen in de pr-machine van het CPNB (de stichting voor Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) met alle daarbij horende privileges en zal een groter bereik hebben. Ik trok samen met mijn illustratrice en vormgever de stoute schoenen aan en belandde aan de grachtengordel in een monumentaal pand met onder de arm de blauwdruk van Michi.

Na een hartelijke ontvangst en het bekijken van de prenten met uitleg van het idee voor het prentenboek werd ons duidelijk gemaakt, dat dit boek niet bij de doelgroep van de uitgever paste. Op de vraag waarom, werd aangegeven dat de doelgroep, vooral ouders, door het boek zouden bladeren en zich er niet in zouden herkennen en het boek niet zouden kopen. De tekeningen van de illustratrice laten een kind en ouders zien uit een multiculturele samenleving. Op ons weerwoord dat het thema van het boek een universeel karakter heeft namelijk de peuterpubertijd, werd gezegd dat er al zoveel boeken hierover gaan. Dat we het prentenboek in de talen die in het Koninkrijk der Nederlanden gesproken worden wilden uitgeven, was niet bespreekbaar. In het verleden had men wel projectmatig zoiets gedaan, maar de oplage was dan te klein en niet rendabel. We konden enkele prenten achterlaten en men wilde de redacteuren er nog naar laten kijken. Na drie maanden was er nog geen bericht en na zelf contact te hebben opgenomen, hoorden we dat het boek was afgewezen.

Er zijn maar weinig schrijvers van kinderboeken uit de Antillen en Aruba die opgenomen zijn bij deze uitgevers. Dank zij Miep Diekman zijn in het verleden enkele schrijvers van kinderboeken gecoached en is hun werk uitgegeven. Ook kwam er onder andere een samenwerking met de uitgeverij Charuba tot stand, die echter niet lang duurde. Sindsdien zijn de poorten min of meer hermetisch gesloten.
.

Ondertussen hebben we Michi ondergebracht bij La Kock Publishing, een ideële zelfstandige uitgeverij. Michi werd 4 oktober in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam gepresenteerd in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren en werd door een zeer gemengd publiek
met open armen ontvangen. Zowel de Nederlandse als de Engelse als de Papiamentse versies gaan als broodjes over de toonbank. Multiculturele Koninkrijk der Nederlanden herkent zich wel degelijk in Michi die even als ieder ander peuter haar 'terrible three'-fase doormaakt. Alleen zullen multiculti peuters en ouders zichzelf ook eindelijk weer eens in een prentenboek herkennen.

23 oktober 2009

[Onderste foto: Mieke Taekema. Voor meer foto's hier klikken]

Winti neti tijdens Museumnacht

Wie zijn precies Mama Aisa, Apuku, Busi Ingi, Kromanti en de andere goden uit de Winti? Tijdens de Museumnacht in Amsterdam brengt het NiNsee ze even tot leven. Onder leiding van Marianne Markelo stellen ze zich persoonlijk aan u voor. Hoe herkennen we Mama Aisa, welke karaktereigenschappen typeert de Kromanti, in welke kleuren hult de Busi Ingi zich het liefst? Welke danspas hoort bij de Apuku? Maar vooral welke boodschappen hebben ze voor ons, aardse wezens en wat is hun plaats in de kosmos? Onder het schijnsel van de lantaarnpaal, bij het Slavernijmonument zal Marianne Markelo ons dit ‘mysterie’ uit de doeken doen. Winti is de religieuze voorstellingswereld van Afro-Surinamers. Het is een complex geloof in goden en geesten, waarbinnen magisch-religieuze praktijken centraal staan.

Zaterdag 7 november 2009
Slavernijmonument, Oosterpark (start vanaf Tropenmuseum)
De voorstelling wordt twee keer opgevoerd:
21.15u – 22.15u
23.15u – 24.15u

Voorverkoop passe-partout: € 17.50
Avondverkoop passe-partout: € 20.00

De voorstelling kan bezocht worden met de Museumnacht passe-partout, deze geeft toegang tot o.a. 42 musea tijdens de Museumnacht. Passe-partouts zijn te koop via alle verkooppunten van Ticket Service Nederland. Ze zijn ook online te bestellen http://www.ticketservice.nl/.

Voor meer informatie over de Museumnacht en het volledige programma zie http://www.n8.nl/.

Bovenste foto: Sally & Richard Price
Onderste foto: Marianne Markelo

Rainforestfestival gestart











In Paramaribo is het Rainforestfestival van start gegaan. Hierboven een foto-impressie van de openingsavond, door Ruth San A Jong. Zie ook het bericht verder op deze pagina.

donderdag 22 oktober 2009

Boeli van Leeuwen-prijs voor echtpaar-Coomans

Op vrijdag 9 oktober j.l. werd de eerste Premio Boeli van Leeuwen door Lizanne Dindia, Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao, uitgereikt aan Henny Coomans en - postuum - zijn echtgenote Maritza Eustatia. Hieronder het rapport van de jury die onder voorzitterschap stond van Edsel (Papi) Jesurun.


Dan nu de aanleiding voor dit samenzijn: de uitreiking van de eerste Premio Boeli van Leeuwen.

Volgens de criteria van de eilandelijke overheid wordt de prijs toegekend aan een persoon of organisatie die –ik citeer uit de voorwaarden- op cultureel, juridisch, bestuurlijk, sociaal of journalistiek gebied een intellectuele prestatie heeft geleverd van wetenschappelijke diepgang, die tevens voortgekomen is uit maatschappelijke betrokkenheid.

.


Maritza en Henny Coomans-Eustatia verlaten het paleis op de

Dam in Amsterdam na de uitreiking van de Zilveren Anjer.


De door de commissie Boeli van Leeuwen vastgestelde criteria luiden:

- de prestatie getuigt van orginaliteit en creativiteit

- de prestatie is exemplarisch en inspirerend voor de samenleving

- de prestatie is zowel blikverruimend als eilandoverstijgend.

Zware eisen en zware criteria dus. Zoveel zware eisen en criteria zijn gesteld dat men in eerste instantie zou zeggen: wie kan aan al die voorwaarden voldoen? Moet er niet wat water in de wijn gedaan worden? Het antwoord luidt: nee, dat is niet nodig.

Het verheugt de jury te kunnen meedelen dat zij al snel iemand vond die aan al die criteria voldoet. Of beter gezegd: een koppel vond dat samen aan al die criteria voldoet: het echtpaar Henny en Maritza Coomans-Eustatia. Helaas moet de prijs postuum aan Maritza worden uitgereikt. (Maar Henny: je hebt met haar - getuige je boek ‘Sprookjes voor Maritza’- een ‘lijntje naar boven’, dus dat komt wel goed).

Het is hier van belang om te memoreren dat de jury weliswaar onder voorzitterschap stond van de voorzitter van de ‘Commissie Premio Boeli van Leeuwen’, ofwel mijn persoon, maar dat die voorzitter niet heeft deelgenomen aan de beraadslagingen van de overige juryleden. Het waren –in alfabetische volgorde- de juryleden Erwin Calmes, Joe Eustatia, Norbert Hendrikse, Brian Mezas en Marjo Nederlof die de keuze lieten vallen op Henny en Maritza Coomans-Eustatia. Als formele juryvoorzitter, maar ook als oude vriend van Henny en Maritza, sluit ik mij van harte aan bij deze voordracht.

Waarom krijgen Henny en Maritza als eersten deze prestigieuze ‘Premio Boeli van Leeuwen’? Laten we de criteria de revue passeren om te onderbouwen waarom juist zij volgens de jury in aanmerking komen voor die prijs:

‘Er moet sprake zijn van een prestatie met wetenschappelijke diepgang.’

Henny (als universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam) en Maritza (als directeur-bibliothecaris van de Stichting Wetenschappelijke Bibliotheek en als bibliothecaris van de Universiteit van de Nederlandse Antillen) hebben in hun arbeidzame leven tal van publicaties op hun naam gebracht die van belang zijn voor cultureel-historisch onderzoek over de Antillen.

Uit de lange lijst van publicaties (die aan dit juryrapport wordt toegevoegd) verwijst de jury kortheidshalve naar de door Maritza samengestelde catalogi en artikelen over auteurs Cola Debrot en Pierre Lauffer en de samen met Henny in 1987 geschreven bibliografie over archeologie en de indianen op de Antillen en Aruba, waarbij zij het manuscript uit 1881 van A.J. van Koolwijk aan de vergetelheid ontrukten.

Alleen al deze twee voorbeelden verwijzen naar hun brede belangstelling voor alles wat de Antillen aangaat. Daarmee wordt voldaan aan het criterium ‘dat die wetenschappelijke diepgang van de publicaties tevens moet zijn voortgekomen uit maatschappelijke betrokkenheid’.

Ook mag niet onvermeld blijven de Bibliography of the Papiamento language, die in 2005 door de Fundashon pa Planifikashon di Idioma werd uitgegeven samen met de Stichting Libri Antiliani.

Het feit dat Henny en Maritza de oprichters zijn van de Stichting Libri Antiliani, die tot doel heeft het uitgeven van Antilliaanse publicaties te bevorderen, bevestigt hun maatschappelijke betrokkenheid. Onder de redactie van onder anderen Maritza en Henny mocht ikzelf in 1995 een bij de Stichting Libri Antilliani uitgegeven Liber Amicorum ontvangen onder de naam Caribische Cadens, waaraan vele wetenschappers, maar ook enkele politici hebben bijgedragen.

Dan het volgende criterium:

‘De prestatie is blikverruimend en eilandoverstijgend’

Henny ontdekte in 1964 in de VS teksten en tekeningen van de gouvernementsarts Hendrik van Rijgersma, die van 1863 tot 1877 op Sint Maarten verbleef, en fotografeerde diens tekeningen.

In 1988 wist Henny samen met Maritza de Walburg Pers te overtuigen om het boek ‘Flowers from Sint Martin, the 19th century watercolours of Westindian plants painted by Hendrik van Rijgersma’ uit te geven, een jaar later gevolgd door Henny’s boek over Antilliaanse schelpen, ook aan de hand van Rijgersma’s manuscript.

Henny en Maritza hebben indertijd getracht de eigenaar van de manuscripten te bewegen dit cultuur-historisch erfgoed aan de Antillen te schenken of te verkopen, maar dat is niet gelukt. Waar de originelen nu zijn, is onbekend. Maar dankzij de arbeid van het echtpaar Coomans kunnen we er nog steeds kennis van nemen.

Een van hun grootste verdiensten bestaat daarin dat Henny en Maritza een platform gaven aan andere wetenschappers op tal van terreinen. Neem bijvoorbeeld het in 1990 verschenen ‘Building up the future from the past’. Een boek over architectuur, monumenten, binnenhuisarchitectuur en juwelen. De 25 auteurs schreven in het Engels en de publicatie mag dan ook met recht ‘eilandoverstijgend’ worden genoemd.

‘Blikverruimend’ is ook het door hun stichting Libri Antilliani in 1999 uitgegeven ‘Veranderend Curaçao’, een serie essays opgedragen aan Lionel Capriles ter gelegenheid van diens 45-jarige ambtsjubileum bij de MCB.

Maritza –van wie het idee afkomstig was- en Henny zochten en vonden zo’n 55 auteurs van naam, zowel Antillianen als Europese Nederlanders, die schreven over

Antilliaanse architectuur,

botanie en zoölogie,

geneeskunde en farmacie,

economie en bankwezen,

handel en industrie,

levensbeschouwing,

onderwijs,

sociologie,

slavernij,

folkore,

cultuurgeschiedenis,

museologie,

kunst en kunstnijverheid,

taal- en letterkunde,

recht

en de relatie tussen de Antillen en Nederland.

Alleen al deze uitgave, die in 2500 exemplaren is uitgebracht en die 820 pagina’s telt, mag met recht ‘exemplarisch en inspirerend voor de samenleving’ genoemd worden en getuigt van ‘orginaliteit en creativiteit’.

De oplettende luisteraar heeft in voorstaande opsomming van beschreven terreinen natuurlijk iets gemist: de godsdienst. Maar daarin heeft Maritza indertijd voorzien door de catechismus van dominee Conradi (het Ewanheli di San Matheo, Publikado abou di direkshon di Domini C. Conradi, Minister di St. Ewanhelie) uit te geven. Het is een facscimile van de druk uit 1844.

En last, but not least, noemt de jury het in 1991 verschenen ‘Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud’, een verzameling van zo’n 45 essays over Tip Marugg, Frank Martinus Arion en over de man naar wie de vandaag uit te reiken prijs is vernoemd: Boeli van Leeuwen.

Henny schreef voor dit boek onder meer een biografie over Boeli, terwijl Maritza zich boog over ‘De gnostische levensfilosofie in het werk van J.S. Corsen en Boeli van Leeuwen’. Daarnaast stelde zij een bibliografie van en over Boeli’s werken tot 1991 samen.

De Boeli van Leeuwen-prijs is voor een stel bekwame en warme mensen die een perfecte symbiose vormden in hun gezamenlijke passie voor cultuur en wetenschap over de Antillen. Zij wisten ook anderen te stimuleren en te enthousiasmeren om hun kennis daarover met de rest van de gemeenschap te delen.

Een team dat in relatief korte tijd veel heeft gerealiseerd. Pabien. De jury denkt dat Boeli ingestemd zou hebben met haar keuze.

Henny, mag ik je uitnodigen de eerste Premio Boeli van Leeuwen mede namens Maritza in ontvangst te komen nemen.


Eerste Premio Boeli van Leeuwen voor echtpaar Coomans-Eustatia

Maritza Coomans-Eustatia en dr. Henny E. Coomans hebben afzonderlijk en gezamenlijk veel betekend voor de cultuur van de eilanden, voor Curaçao in het bijzonder, en voor de culturele banden in het Koninkrijk. Henny was directeur van de Wetenschappelijke Bibliotheek die later opging in de UNA bibliotheek, waar Maritza bibliothecaris werd. In eendrachtige samenwerking heeft het echtpaar tal van levensbeschrijvingen en bibliografieën van vooraanstaande Curaçaoënaars gepubliceerd. Met hun Stichting Libri Antilliani hebben ze de eilanden op diverse manieren op de kaart gezet door talrijke luxueus uigevoerde publicaties. Al deze aspecten zullen deze dagen, nu aan het echtpaar de eerste Premio Boeli van Leeuwen werd uitgereikt, wel aan de orde worden gesteld. Ik zou hier daarom graag op een ander aspect wijzen, op het eerste oog misschien een detail, maar niettemin heel wezenlijk


Het is heel bijzonder dat de eerste Premio Boeli van Leeuwen juist aan de nagedachtenis van Maritza Coomans-Eustatia wordt uitgereikt, omdat Maritza in een uitvoerig artikel dat verscheen in Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud: Boeli van Leeuwen, Tip Marugg en Frank Martinus Arion (1991) een bijdrage heeft geleverd over de prille auteur Boeli, waarin ze blijk geeft van een diep gevoelde verwantschap met wat Boeli in zijn prozadebuut De Mensenzoon heeft willen aangeven.


In 1947 debuteerde Boeli van Leeuwen met een bundeltje poëzie Tempels in woestijnen en een prozawerk De Mensenzoon. Beide werken zijn nooit herdrukt en dat wilde de auteur ook niet. Hij heeft ze zelfs zo veel mogelijk teruggevraagd en vernietigd. Niettemin heeft Boeli van Leeuwen in De Mensenzoon diepe gedachten verwoord over zijn persoonlijke interpretatie van het Lijdensverhaal van Jezus, een interpretatie die afwijkt van de gebruikelijke als zou Judas de grote verrader van Jezus geweest zijn. Voor Boeli was de Judasfiguur juist de ‘lotsbepaler’, de voltrekker van het lot dat de Christus ter vervulling van de Schrift moest ondergaan. De centrale vraag voor Boeli was: “Waarom moest Judas Christus verloochenen?”Het was voor hem het kernpunt en de grootste vraag in het Nieuwe Testament.

Maritza Coomans-Eustatia heeft deze vraag opgepakt in haar bijdrage ‘De gnostische levensfilosofie in het werk van J.S. Corsen en Boeli van Leeuwen’. Ik beperk me hier natuurlijk tot de laatst genoemde, tot Boeli van Leeuwen om de gedachtegang van Maritza weer te geven: ‘Judas heeft hem [Jezus] niet verkocht of doelbewust willen vermoorden. Zijn daad was een lotsdaad en hij heeft net zoo min schuld aan zijn eigen handeling als ieder ander.’ Maritza vraagt aandacht voor de stelling dat Judas juist de meest gelovige van de discipelen was: ‘Van Leeuwen beschrijft Judas als de enige trouwe volgeling van Jezus, boven allen uitverkoren.’


Maritza Coomans-Eustatia heeft in het prozadebuut De Mensenzoon van Boeli van Leeuwen een literair werk van de verbeelding gevonden dat haar zowel emotioneel diep raakte als tot kritisch nadenken stemde. Volgens haar draagt het de wijsheid van het hart uit. Dit kan niet duidelijker worden gezegd dan met de woorden van Maritza Coomans-Eustatia zelf, aan het slot van haar bijdrage: “Met De Mensenzoon van Boeli van Leeuwen als basis ben ik jaren geleden begonnen aan een zoektocht naar waarheid omtrent de Judas-figuur. Zo blijkt hoe één geschrift een geweldige invloed kan hebben.”


Het is daarom bijzonder dat de eerste keer dat de Premio Boeli van Leeuwen wordt uitgereikt deze prestigieuze prijs juist aan haar en haar echtgenoot verleend wordt.


[AD, 12 oktober 2009]

woensdag 21 oktober 2009

Rainforest Kunst Festival van start

Morgen, 22 oktober, start in Paramaribo het Rainforest Kunstfestival. Het festivalthema 2009 is Global Warming.

Global Warming is de term waarmee de stijging van de temperatuur van de aarde wordt aangegeven die sinds een eeuw 0,74°C bedraagt. De stijging van de temperatuur wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van koolstofdioxide (CO2) en andere broeikasgassen in de atmosfeer en door vernietiging van het tropisch regenwoud ten behoeve van landbouw, mijnbouw en uitbreiding van infrastructuur.
ArtLab.sr kiest voor dit thema omdat Suriname één van de meest bedreigde landen is. Door de stijging van de zeespiegel lopen stedelijke- en landbouwgebieden in onze kuststrook het risico grotendeels te verdwijnen.
De gevolgen van Global Warming moeten daarom meer bekend raken in onze samenleving.

Alle deelnemers profileren zich aan de hand van het festivalthema.

Het programma bestaat uit:
* Het Rain Forest Scholenprogramma voor VOJ-scholieren
* Het Rain Forest Podium met optredens van Surinaamse en buitenlandse artiesten
* De Rain Forest Beurs met informatie en educatie, beeldende kunst, fotografie, een toerismebeurs & craft market en een expositie van producten uit de landbouw- en sierteelt.
* Het Rain Forest Fast Healthy Food Restaurant.

Anja Steffens, Danzarte Studio Curaçao
"Danzarte Studio heeft speciaal voor het Rainforest Kunst Festival een voorstelling gemaakt met het thema Global Warming. De kinderen van Danzarte staan bekend om hun spectaculaire luchtdansen, trapeze acts , steltlopers en vuurspuwers. Hoog in de lucht dansen zij aan lange doeken of draaien als duo in de Lyra en de T-trapezes rond. Dit keer gebruiken ze hun acrobatische kunsten om de nadruk op het behoud van onze aarde te leggen. De voorstelling heeft dan ook de naam KAS gekregen. KAS betekent huis en de aarde is het huis van iedereen. In de voorstelling geven de kinderen aan wat de relatie is tussen de aarde en alle levende wezens die afhankelijk zijn van alles wat de aarde voortbrengt. Zij hopen hiermee visueel de bewustwording van het publiek te prikkelen. Ook het gebruik en vaak het misbruik van onze fossiele stoffen zoals aardolie en houtskool komt aan bod. Olie met haar dubbele gezicht, zowel noodzakelijk voor de mens als funest voor het milieu en de natuur. Houtskool waarvoor er over de hele wereld bergen afgegraven worden, maar die het noodzakelijke vuur en de energie voor het menselijk bestaan genereren.

De kinderen hebben lang gesproken over wat te doen om misbruik te voorkomen en hoe verder te gaan in de toekomst. Iedereen was het er over eens dat de jeugd en de kinderen de toekomst in handen hebben en dat zij gebruik kunnen gaan maken van nieuwe technologieën en nieuwe wetenschap. In de voorstelling KAS hebben de allerkleinsten dan ook een prominente plaats."

Voor meer informatie klik hier