woensdag 30 september 2009

Trefossa-avond in Almere op 13 oktober



De Surinaamse dichter Trefossa (1916-1975), pseudoniem van Henri de Ziel, wordt dinsdag 13 oktober door de Almeerse dichtersvereniging Aldichter tijdens haar elfde 'Dode Dichters Leven' in het zonnetje gezet.

Trefossa toonde aan dat het Sranantongo niet alleen een contacttaal was, maar ook een cultuurtaal. Hij schreef naast het Surinaamse volkslied gedichten in het Surinaams. Hij was in Suriname o.a. onderwijzer en bibliothecaris. Zijn eerste bundel “Trotji” dat aanhef of voorzang betekent, heeft zijn naam waargemaakt, doordat hij met zijn liefde voor de Surinaamse taal de creativiteit van veel Surinaamse dichters heeft vrijgemaakt. De Trefossa-avond wordt, heel toepasselijk, gehouden in restaurant de Ziel, bij het gezondheidscentrum Archipel in Almere-Literatuurwijk.

De inleiding zal worden gehouden door Ida Does die een documentaire over Trefossa heeft gemaakt en de muzikale entr’actes worden verzorgd door Henry Muldrow, die o.a. op muziek gezette gedichten van Trefossa zal zingen, begeleid door pianiste Francine Kersten. Hedy Jane Guds zal enkele gedichten in het Sranantongo voordragen. Dat het werk van Trefossa nog leeft, zal ook tot uiting komen in gedichten van Almeerse dichters die zich door Trefossa en zijn poëzie zullen laten inspireren.

Zaal open: 19.30 uur. Aanvang 20.00 uur. Entree: 3 euro. Poëziestraat 166, 1321 HT Almere Stad (Literatuurwijk). Buslijn 4: Halte Literatuurwijk Midden.

dinsdag 29 september 2009

Nieuwe roman Giselle Ecury

De tweede roman van Giselle Ecury, Glas in lood, wordt op 16 oktober a.s. officieel ten doop gehouden.

Deze presentatie vindt in het kader van de Bergense Kunsttiendaagse plaats bij Boekhandel Thomas, Stationsweg 7/9 te Bergen NH op vrijdag 16 oktober 2009, vanaf 19.30 uur.

Het eerste exemplaar wordt om 20.00 uur aangeboden aan Annemiek Paping, journalist van dagblad De Telegraaf.

Belangstellenden zijn van harte welkom!

Glas in lood is gepubliceerd door uitgeverij In de Knipscheer en zal die avond te koop zijn en gesigneerd worden door de auteur

ISBN 978-90-6265-645-5 – € 18,50 – 357 pagina’s

Eerdere uitgaven van Giselle Ecury: de gedichtenbundel Terug die tijd (2005) en de roman Erfdeel (2006).

maandag 28 september 2009

Heilbron op Kunst & Living

Ro Heilbron (Paramaribo, 1938) is uitgenodigd om deel te nemen aan de landelijke kunstmanifestatie Kunst & Living in Ahoy 2009, die zal plaats hebben in van 16 tot en met 18 oktober. Ro woont en werkt afwisselend in Nederland en St. Maarten. Hij is van geboorte Surinamer, met Indiaanse en Afrikaanse roots. Door een intensieve band met het Caraibisch gebied, zowel de Engelse, Franse en Nederlandse Antillen, voelt hij zich diep in zijn hart Caraibisch. Zijn werk portretteert hem als een schilder die zowel de mens in zijn verschillende culturele uitingen, rituelen en gebruiken laat zien als de mens in zijn verzet tegen geweld, onrechtvaardigheid en ongelijkheid. Heilbrons expressieve, kleurrijke stijl voert de toeschouwer van Suriname via het Caraibisch gebied naar het Zuid-Amerikaans en het Afrikaans continent. Zijn schilderijen tonen archeologische symbolen uit de Indiaanse beschaving, scènes van de Marronsamenleving, voodoorituelen en carnavalscènes, Jazzmusici en vrolijk swingende figuren.

Openingstijden:
Vrijdag 16 oktober - 17.00 tot 22.00
Zaterdag 17 oktober - 11.00 tot 18.00
Zondag 18 oktober - 11.00 tot 18.00
Entree: Volwassenen €10,-, 65 + pas/CJP/MJK pas € 2,- korting
Kinderen tot 7 jaar gratis

Uit de lucht vallen

In Mijn broer van Jamaica Kincaid stuit ik op de volgende waarneming: ‘Nu pas begrijp ik waarom mensen over hun verleden liegen, waarom ze zeggen dat ze iets anders zijn dan wat ze in werkelijkheid zijn, waarom ze een zelf verzinnen dat geen gelijkenis vertoont met wie ze eigenlijk zijn, waarom iemand het gevoel zou willen hebben dat hij of zij nergens bij hoort en van niemand afstamt, maar gewoon heel uit de lucht is komen vallen.’ De woorden intrigeren mij. Niet omdat ze zo mooi zijn opgeschreven. Dat zijn ze welbeschouwd niet. Ook niet omdat ze een waarheid onthullen die je bij je lurven grijpt. Daarvoor is die waarheid te obligaat. Maar wel omdat de alinea een sleutelpassage vormt in het verhaal dat Kincaid vertelt. En karakteristiek is voor de stijl die zij hanteert.

De observatie heeft betrekking op de broer, die in de titel van de roman wordt genoemd. Op jeugdige leeftijd overlijdt deze op Antigua aan aids na een kort leven dat zich grotendeels aan de aandacht van zijn familie heeft onttrokken. De schrijfster probeert haar broer in zijn laatste levensfase zoveel mogelijk bij te staan. Door medicijnen voor hem te kopen, contacten voor hem te leggen, zaken voor hem te regelen. Financieel en organisatorisch gaan de bezoeken aan de patiënt haar goed af, maar emotioneel hapert het. De auteur constateert dat ze haar broer eigenlijk nooit heeft gekend. Maar tegelijk stelt ze vast dat deze zich ook nooit heeft willen laten kennen. Zijn seksuele geaardheid maakte het hem onmogelijk om te zijn wie hij was. De maatschappelijke verhoudingen weerhielden hem ervan zijn ‘ware ik’ te tonen.

Tegelijk slaan de woorden – in het bijzonder de wens om nergens bij te horen en van niemand af te stammen - op de schrijfster zelf. Zij onderwerpt zich, vooral waar het gaat om de verhouding tot haar broer, aan een pijnlijk zelfonderzoek en bekent dat zij eigenlijk nooit van hem gehouden heeft. Omdat ze hem nooit heeft gekend, maar vooral ook omdat zij hem vereenzelvigt met een bestaan waaraan zij traumatische herinneringen bewaart. Een bestaan dat zij met succes ontvluchtte toen zij daarvoor de kans kreeg. De auteur is blij dat zij haar heil in de Verenigde Staten heeft gezocht. Ver verwijderd van de bekrompenheid van haar geboorte-eiland, van de kwaadaardigheid en onberekenbaarheid van haar moeder en van het giftige gelijk waarin haar ruziemakende familieleden zich hebben ingegraven.

Mijn broer is een boek vol tegenstrijdigheden. Kincaid wil uitvinden wie haar familieleden zijn en er achter komen wat hen beweegt. Maar tegelijk weet zij zich met deze behoefte geen raad. Zij staat gereserveerd tegenover hen en heeft ten diepste een afkeer van hen. Waarom zou je je druk maken om personen die weerzin bij je oproepen? Die de schrijfster als het negatief beschouwt van het gelukkige gezin dat zij in Amerika heeft gesticht?

Voor gemakkelijke verklaringen is bij Kincaid geen plaats. Het knappe van Mijn broer is juist dat de auteur allerlei overwegingen presenteert zonder deze in eenduidige verklaringen te willen vangen. Door haar onderzoekende opstelling en systematische wijze van verslaglegging wekt ze de indruk als een socioloog te werk te willen gaan, maar door haar voorliefde voor het intieme en particuliere en door het gebruik van precieuze, soms bezwerende formuleringen, is het altijd de literator in haar die het laatste woord heeft. Die suggereert in plaats van toont, verkent in plaats van benoemt, opwerpt in plaats van vaststelt.

De auteur komt niet los van de gemankeerde verhouding die zij onderhoudt met haar familieleden op Antigua. Zij wil deze relatie doorgronden, maar is zich bewust van de vergeefsheid van haar verlangen. Want deze naasten zijn haar naasten niet meer, zijn nooit haar intimi geweest en zullen altijd een gesloten boek voor haar blijven. De nietsontziende wijze waarop de auteur zichzelf en anderen analyseert, is hen vreemd.

Haar zelfonderzoek brengt de oplossing van de raadsels in haar leven ook niet dichterbij. Maar strikt genomen is het de schrijfster daar ook niet om te doen. Het is het schrijven zelf dat haar in beweging brengt en voortdrijft. Het proces, waarbij zij hoog inzet aan de non-fictie tafel, maar waar de fictie altijd als een welkome smaakmaker het scheppingswerk binnensluipt. En met de feiten aan de haal gaat. Subtiel en bijna ongemerkt.

‘Nu pas begrijp ik waarom mensen over hun verleden liegen, waarom ze zeggen dat ze iets anders zijn dan wat ze in werkelijkheid zijn.’ Als het er op aan komt, liegen we allemaal en doen we ons allemaal anders voor dan we zijn. Vaak zonder dat we er zelf erg in hebben en met de beste bedoelingen. Literatoren als Kincaid leggen er de vinger op en zetten gelijktijdig de werkelijkheid naar hun hand. Niemand komt heel uit de lucht vallen.

zaterdag 26 september 2009

Twee bruggen

door Bert Bakker

Westerdok, 5 september 2009, 15.00 uur - De burgemeester staat op de brug. Fonkelnieuw. Hij houdt een toespraak. Job Cohen opent een wijk aan de IJ-oevers van de stad.

Ontwikkeling van win-win: een stad heeft nu eenmaal geld nodig en mensen moeten wonen. Het Westerdokseiland is klein gebied aan de zuidkant. Er wonen hier nu veel mensen en de hoogbouw is al in de prijzen gevallen. Nieuwe bewoners kunnen trots zijn. De bewoners die er al langer woonden in arken en woonschepen kijken argwanend toe. De waarde van hun ligplaatsen is meegegroeid met de ontwikkeling. De brug lijkt zijn rug te bollen als een boze kat.

Deze brug van glimmend bauxiet verbindt de oude stad met een nieuwe woonhaven. Daar, waar ooit de trotse schepen uitvoeren om de wereldzeeën te bezeilen, om verre wingewesten in te lijven, daar staan nu, heel dichtbij, dure huizen op de kade. Cohen verbindt de stadsontwikkelingen van Zuid met een lijn naar Noord.

.

19.00 uur die zelfde dag. Even verderop, aan de andere kant van het station: Een brug kun je het niet noemen, meer een loopbrug op palen langs de oude haven aan het IJ. Zo kun je er komen vanaf het Stationsplein: bij de Openbare bibliotheek op het Oosterdokseiland.

Op de Caraïbische Letterendag wordt die avond in de Grote Zaal Edgar Cairo geëerd. Edgar Cairo (1948 – 2000) schreef vele boeken: romans, poëziebundels, theaterstukken, essays. Hij was de eerste migrant-schrijver die columns schreef voor de Volkskrant. Hij schreef over "het negerschap": de geschiedenis en het verdriet van de zwarte mens, in Afrika, het Caraïbisch gebied en het verdriet als migrant in Holland.

“Als een kleine hosselaar op een Nederlands achtererf en geslaagd zakenman, als verzetsheld en koning, als trotse neger én als mens die vooral met zichzelf worstelt.“

Cairo schreef in het Nederlands en het Sranan en vooral: in zijn eigen "Cairojaans". Zijn tijd ver vooruit riep hij evenveel bewondering als weerstand op. Hoe men ook zijn werk inschat, hij was een brug tussen verschillende culturen.

Zwoel. De krekels tsjirpen luidruchtig voor het slapengaan. Avondzon in september. De bladeren aan de palmbomen bewegen zachtjes in de wind. Papagaaien vliegen op. De vleermuizen trekken de stad uit naar de noordoevers. De loopbrug ligt lang en loom als een krokodil voor bibliotheekeiland. Deze brug verbindt inzichten van verschillende culturen, van Alexandrië tot Nieuw-Amsterdam. Hij verbindt openbaar en besloten, ver en dichtbij. Op deze brug wil ik blijven lopen, heen en weer.

8 september 2009


Foto's: @ Roeland Fossen

Henk Tjon en Thalia

[bijdrage van het Toneelgenootschap Thalia aan de singi neti voor Henk Tjon (Tam Pau), 24 september 2009]

door Carmelita Teixeira


Theaterfenomeen! Deskundig, dynamisch, fantasierijk, humoristisch en nog veel meer van dergelijke karakteristieken, zijn de afgelopen dagen gebruikt om de theaterman en persoon die Henk Tjon was, in de media neer te zetten. Geroemd en bejubeld, niet alleen nu hij er niet meer is, maar ook al tijdens zijn leven.

Theater en toneelgenootschap Thalia, meer dan 170 jaar oud en een begrip in het culturele leven in Suriname, kon niet om het theaterfenomeen Henk Tjon heen, zoals ook Henk niet om Thalia heen kon. Over de relatie die in 1970 begon en die ruim dertig jaren geduurd heeft, zouden wij het uitvoerig willen hebben, puttend uit documenten en persoonlijke ervaringen. Het is bekend dat grote delen van ons archief de tand des tijds niet hebben doorstaan. De nog in leven zijnde personen die in Thalia het meest met Henk gewerkt hebben, kunnen wij niet raadplegen. Frank Faverey heeft zich een aantal jaren geleden uit de organisatie teruggetrokken en onze nestor Wilfred Teixeira zit momenteel in Nederland.

.


We zouden daarom geneigd zijn te denken dat wij ermee klaar zijn als wij simpelweg de grote, bekende projecten opsommen die Henk bij ons realiseerde:

Henk en Thea (Doelwijt) vanaf 1973 met het Doe-theater in Thalia;

Henk als acteur in Lafu a no sjen in 1977, waarin hij de beroemde cabaretier Johannes Kruisland speelde en in 1982 als Henny in het Zuid Afrikaanse Egoli van Matsemala Manaka, een Thaliaproductie;

Henk als artistiek leider van het eerste Thalia-festival bij de heropening van het gerenoveerde theater in 1982;

Henk als bedenker van het artistieke concept en artistiek leider bij het acht maanden durende Ala kondre-festival ter gelegenheid van 150 jaar Theater Thalia in 1989;

Henk en Wilgo (Baarn) als de uitvoerders van de openingsceremonie voor de viering van 160 jaar Toneelgenootschap Thalia in 1997, met een optreden van de Ala kondre dron-formatie. En bij diezelfde viering als de bedenkers van Oremi, de tori neti, waarbij een reis gemaakt werd door de culturen van de Surinaamse samenleving.

Maar met deze simpele opsomming doen we geen recht aan de relatie Henk Tjon – Thalia.

In een poging via orale bronnen alsnog een stuk van onze historie vast te leggen, organiseerde Thalia eind 1996 en begin 1997 een drietal historische vertelavonden. De toen nog in leven zijnde theatermakers en acteurs werden, in aanwezigheid van publiek, in de foyer geïnterviewd door Carmelita Teixeira. De vertelavonden werden opgedeeld in drie periodes, startend in 1937, toen Thalia precies honderd jaar bestond. De deelnemers beantwoordden vragen over hun bijdragen en ervaringen in het theater. Henk Tjon en Wilgo Baarn participeerden in de laatste interviews op 25 maart 1997, die handelden over de periode na 1970. Dankzij deze interviews is de relatie van Henk Tjon met Thalia in zijn eigen woorden vastgelegd.

Een greep daaruit:

Hoe kwam Henk met zijn Doetheater in Thalia terecht?

‘Als theatermaker had ik,’ zei Henk, ‘een ‘klik’ met schrijfster/journaliste Thea Doelwijt. In 1970 maakten wij samen een soort cabaretmusical Frrrèk. Daarna volgden Hare Lach en in 1973 Land te koop. Deze stukken hebben ertoe geleid, dat we tegen elkaar zeiden: Nu willen wij echt toneel op niveau doen en wij willen het Surinaamse theater ontwikkelen en een nationaal theater bouwen, we moeten een company vormen. Een gezelschap dat getraind is, getraind in het theatervak. Zo ontstond Doe. Penningmeester Frank Faverey van Thalia werd de zakelijke leider van het Doe-theater.’

Doe had geen eigen theatergebouw, Thalia had een schouwburg maar in die tijd geen gezelschap. De twee werden het gauw eens: Doe werd het huistheater van Thalia. Het mocht er werken zonder daarvoor huur te betalen; huur werd alleen betaald als er werd opgetreden. Dat was de deal. Terwijl Frank goochelde met de financiële middelen, hield Doe Thalia niet alleen voor zichzelf, maar ook voor andere groepen open.

Henk had zijn ‘kantoor’ in de artiestenvleugel, op de eerste etage, aan de achterzijde van het gebouw. Het woord ‘kantoor’ nadrukkelijk tussen aanhalingstekens, want Henk was geen kantoorman. Op het bordje boven de deur stond ‘regisseur’. Er stonden een tafel met veel paperassen, stoelen en een stretcher. In deze kamer voerde hij besprekingen, werkte ideeën uit, at en dronk er. Dit was zijn huis en zijn thuis, want hij bracht er niet alleen lange werkdagen, maar vaak ook de nacht door.

Een volgende periode. Wat deed Henk in de jaren tachtig in Thalia?

‘Een van onze doelen met het Doe-theater was een nationaal theater beginnen,’ verklaarde Henk. ‘Wat we daarmee bedoelden, was dat wij een soort laboratorium waren, waarin we van al die verschillende etnische groepen de theatervormen verwerkten. We begonnen een trainingsprogramma en ontwikkelden speltechnieken vanuit de verschillende etnische groepen. Stel je voor, ramlila of winti ofwayang die hun eigen technieken hebben, daar is een eigen toneelvorm voor. Daar werden door ons lessen voor ontwikkeld.’

Henk leerde het publiek op die vertelavond in 1997 op speelse wijze de handklap techniek die Saramaccaanse vrouwen bij hun sekete-liederen gebruiken, waarbij een gesmoord geluid klinkt, omdat ze bij het klappen kommetjes maken van hun handen. Een andere techniek die hij overbracht, was de dyeme: voeten een voor een met een lichte stamp neerzetten, mond open, geluid maken en uitademen.

Tot zover een greep uit het interview, dat nu niet helemaal kan worden weergegeven.

Henk trakteerde de aanwezigen op deze historische avond van 25 maart 1997, samen met Wilgo, op fragmenten uit Egoli, uit Anansi en als toegift kroop hij weer in de huid van Johannes Kruisland met de woorden:

‘Bonsoir, geacht publiek, dames, mijne heren

Ik moet vooral vandaag u heel extra salueren

Ik paar aan mijne groet de dank dat u hier heeft willen zijn,

Dat het zo een volle zaal is, vind ik natuurlijk ook fijn.’

Etcetera.

Henk wilde de historie van Thalia op papier zetten. Op een morgen in 2002 stapte hij met een aantal volgeschreven vellen in de hand, onze administratie binnen. Hij vroeg of dat voor hem uitgetypt kon worden. Het was niet af, hij zou er nog verder aan werken, zei hij. Het is bij die vier pagina’s gebleven. Thalia heeft dit onafgemaakte stuk van Henk bewaard, digitaal, veilig voor ongedierte en vocht. De tekst geeft weer hoe Henk Thalia zag en wat Thalia volgens hem nog zou kunnen.

Henk, Thalia e sari fu yu dede, ma wi e prisiri fu san yu libi na baka.

Voor een videoverslag van de herdenking van Henk Tjon bij DNA door Usha Marhe klik hier

The last dramatic sentence

The last dramatic sentence
we heard from him was:
“Silence! Total Silence!”


And all the trees and creeks
around understood:
this meant the end.
This Caribbean Soul
had bade us “Farewell!”
A man who unselfishly
had wrought
a kind of Caribbean Brotherhood

with music, theatre, poetry, dance
from an emerging state,
a state more than independance.

And it is this striving
we deeply appreciate.
A man showing up
our face of Brotherhood
everywhere.

Is this not a pillar
supporting us?

Therefore it is this
we bear in mind.
This treasure
this link he made
with our friends here and abroad.
A link a perpetual livelihood.

Michael Slory
22-09-2009

elke dag als ik ga odiooooooo odioooo



elke dag als ik ga
wordt mijn weg langer en mijn adem korter
elke dag als ik ga
gaan nieuwe deuren open
en anderen voor altijd dicht

elke dag als ik ga
zijn uren van blijdschap plots gevangen
in een minuut van stilte

elke dag als ik ga
is de drukte en de weelde om mij heen
plots verdwenen
in een houten kist
gevuld van top tot teen
en danst mijn geest
door de poorten van het hemelse kasteel
helemaal alleen

elke dag worden meters, kilometers
jaren worden maanden, maanden, weken,
weken, dagen, dagen, uren,
uren, minuten, minuten, seconden
dichterbij het graf

elke dag als ik ga
wordt een stem geboren
en gaat een wijze verloren

elke dag als ik ga
wordt mijn gil krachter, krachter en krachtiger
dan zachter, zachter, zachter
tot het muisstil is

elke dag als ik ga
wordt een bloem geboren
en vallen de dorre blaadjes af
elke dag als ik ga
leef ik als dit: mijn laatste lach

kurt nahar
voor henk tjon, september 2009

vrijdag 25 september 2009

Pa Henk Tjon, Kòrsou, 23-9-2009

Tur tambú lo kanta bo,
pia di esnan ku a bai dilanti
lo balia bo nan historia.

Kuantu di nos bo no a hiba pida kaminda
den bida, den búskeda di nos rais,
skondí tras di soñonan sukú?

Bo pashon, forsa, palabra, wowo ku ta
chispa kandela, ta buta bos kai den konsenshi
I … bo sa ken bo ta di bèrdè?

Ola di lus, sinti nos ta sinti
forsa frágil di spiritu,
flor di bo harí, alma di kultura

Nos sa, djaki pa bo, ta un rosea so
ta parti nos, i nos lo hari, huntu,
ora alma ku alma bolbe brasa otro.




Voor Henk Tjon, Curaçao, 23-9-2009


Trommels zullen jou bezingen
op de kadans van de stampende voeten
van hen die jou zijn voorgegaan …

Met zovelen heb je opgelopen een stukje
levensweg, op zoek naar wortels,
verscholen achter duistere dromen.

Je passie, kracht, woorden, ogen, schieten
bliksemschichten, lichten het bewustzijn op
en … weet je wel wie je werkelijk bent?

Golven van licht, voelen doen we,
de ontluikende kracht van de geest,
je brede lach, cultuur is de ziel.

We weten, één adem maar zijn we van elkaar
verwijderd en we zullen weer lachen samen,
als onze zielen elkaar wederzien.


Laura Quast, Diana Lebacs, Annemarie Braafheid,
Irene van Grieken, Greta Trapenberg, Rina Penso,
Ini Statia, Roy Colastica, Humphrey Monte,
June Leonora, Rudsel Isidora, Jeroen Heuvel

donderdag 24 september 2009

Surinaamse boekhandelexpert

Afgelopen zomer ben ik afgestudeerd op de boekhandels in Suriname. Net op een moment dat ik gewend begon te raken aan de verbaasde blikken. ‘Dan ben je snel klaar zeker’, of: ‘daar is er maar één, toch?’ ‘Nee’, antwoord ik nu volmondig, ‘ik ben er bijna een jaar mee bezig geweest en ik moest daarvoor meer dan vijftig verkooppunten afstruinen.’ Uren heb ik op mijn slippertjes door de brandende zon van Paramaribo gelopen, op zoek naar de boekhandels.

Toen ik van huis vertrok, waren de namen van zeventien winkels mij bekend. Vaco, de grootste, is het bekendst. Maar dat er nog vijftig andere verkooppunten van boeken zijn, daarvan zijn ook veel Surinamers niet op de hoogte. En dat terwijl bijvoorbeeld efteeBOOKS en Faranaz Literair toch een heel breed assortiment hebben: Nederlandse fictie en non-fictie, Surinamica, derdewereldliteratuur, kinderboeken. Op een kleine hoeveelheid Surinaamse uitgaven na is alles uit Nederland verscheept. Tientallen andere (kantoor)boekhandels en christelijke zaken wachten vrolijk op klanten. Ik ontdekte zelfs gespecialiseerde winkels die Amerikaanse literatuur, computerboeken of wetenschappelijk werk aanbieden.

Voor mijn onderzoek kon ik niet in Paramaribo blijven, maar moest ik naar Commewijne, Lelydorp, Moengo en Nieuw-Nickerie. In die laatste stad kom je door om zes uur ’s ochtends op een schimmige standplaats een oeroude bus te nemen en vervolgens vier uur lang te hobbelen. Met prachtig uitzicht over de plantages, dat wel. Daar aangekomen had ik precies één uur om de laatste bus terug naar de hoofdstad te halen. Veel tijd had ik gelukkig niet nodig, want drie van de vier winkels bleken opgedoekt. In Moengo, een piepklein dorpje met rode zandpaden, vond ik ‘Sorava boekhandel.’ Daar liggen zo’n dertig titels uitgestald waarvan het merendeel door de eigenaar van die winkel zelf geschreven. De verkoopster heeft maanden geleden voor het laatst een boek verkocht en het is dus maar goed dat Sorava ook in telefoons en zeepjes handelt.

Bij één winkel, efteeBOOKS, heb ik een onderzoeksstage gelopen om een beter beeld van de gang van zaken te krijgen. Met een rugzak vol aantekeningen kwam ik thuis. Hoe ga ik ooit een wetenschappelijke scriptie breien van al die flarden informatie, was mijn grote zorg. Want lessen in empirisch onderzoek krijg je niet bij de studie Nederlands. Na een half jaar ploeteren is ’ie er dan en kan ik mezelf met trots ‘expert’ noemen op het gebied van de Surinaamse boekhandels.

Cultureel beleid ontspoord

Vrijdag 25 september a.s. zijn er Statenverkiezingen op Aruba. Inzet van de oppositiepartijen en nieuwkomers in de politieke arena bij deze verkiezingscampagne is het verdrijven van de MEP uit het machtscentrum. Dit betekent in de context van de Arubaanse politiek, zoals ervaren in de afgelopen 22 jaren, of een machtsverschuiving komt richting AVP die een coalitie zal vormen met de andere partijen zoals de MPA of DR. Er zijn maar liefst acht partijen, waar onder twee nieuwkomers – de religieuze CURPA en de arbeiderspartij MSA/OLA – die meedoen.
De belangrijkste issues in deze campagne waren de sluiting van de raffinaderij Valero, de BBO (vergelijkbaar met de Nederlandse BTW), het onderwijs, economisch achteruitgang en de UPG-kwestie. Feit is dat geen der partijen met een overtuigend alternatief zijn gekomen van hoe zij het tij zullen keren. De UPG-kwestie zal de bepalende factor in de verkiezinguitslag zijn, als men uitgaat dat de Arubaan de verkregen Status Aparte binnen het Koninkrijk der Nederlanden niet zal opgeven. Grote vraag bij de verkiezing is of die machtswisseling ook komt in het voordeel van die partijen die de UPG-status propageren.

De campagneleiders en strategen van de twee grootste partijen MEP en AVP hebben alles uit de kast gehaald om hun partij en kandidaten zo goed mogelijk te laten profileren. Naast de traditionele manier van campagne voeren via de media (radio - tv- kranten) werd gebruik gemaakt van de mogelijkheden via Facebook en You tube. Verkiezingstrijd op Aruba is een proces waar behalve politici ook mediabonzen, lobbyisten, academici, opinieleiders en kapitaalkrachtigen om de kiezersgunst strijden. Gelukkig kunnen we constateren dat het opleidingsniveau van de kandidaten naar HBO/WO is opgekrikt. In het parlement moeten vertegenwoordigers met minimaal enkele jaren bestuurlijke ervaring en deskundig op een bepaald gebied plaats kunnen nemen.

De MEP gokt op de opkomst in Noord, waar het grootste kiezersaantal bevindt. De MEP heeft zijn rol vervuld - evenals de PPA deze betekenis had voor San Nicolas – om te streven naar de emancipatie van de kiezers in Noord, Paradera, Tanki Leendert en Sta. Cruz. Het is de MEP ook gelukt om deze woonkernen nieuwe economische impulsen te geven. De sociaaleconomische positie en het welzijn van deze bewoners is aanzienlijk verbeterd. De AVP is traditiegetrouw een partij van de midden- en hogere inkomens en concentreert zich in Playa en de welgestelde wijken. Als Christendemocratische partij heeft men een grote aanhang onder de minderbedeelden van San Nicolas.

Interessant is of de kiezers van de ten achtergestelde San Nicolas ditmaal op hun vertegenwoordigers zullen stemmen. Daartoe werd een groots campagne San Nicolas Awareness Project opgezet. Het lijkt er op dat de MPA van Monica Kock de rol van de PPA zal overnemen. De DR is een partij met een grote aanhang onder intellectuelen en starters op de arbeidsmarkt. De PPA behoudt zijn vaste kern van stemmers die traditiegetrouw op de partij stemmen.

Anders is de RED, die streeft naar bestuurlijke vernieuwing op grond van integriteit en deugdelijkheid van bestuur, zonder de Arubaanse autonomie te verkwanselen. In San Nicolas zijn er 9.592 stemgerechtigden die goed zijn voor zo’n vier parlementzetels. Zullen deze vier San Nicolas-parlementariërs en blok opereren om de belangen van San Nicolas voorop te stelle
n. Of zullen zij door de partijdiscipline aan een leiband lopen. Feit is dat een nieuwe regering niet langer de ontwikkeling van San Nicolas kan negeren.


Of dit politieke rumoer iets voor het cultureel literaire klimaat zal opleveren, valt vooralsnog te betwijfelen. Een verlaging van de indirecte belasting op boeken, tijdschriften en overig lectuur uit het buitenland werd niet eerder overwogen. Een subsidiebeleid om bijv. festivals, literaire-ontmoetingen, jongerentheater te stimuleren ontbreekt vooralsnog. Het beleid is bijna geheel gerelateerd aan de toerisme-industrie, maar vergeet daarbij dat zowel cultuur als literatuur als marketinginstrument gehanteerd kunnen worden om het regionale toerisme op gang te krijgen.

Met de mogelijke verkoop van de raffinaderij aan PetroChina, positioneert Aruba zich tussen de belangen van China en Venezuela enerzijds, en de belangen van de VS en Europese Unie (Nederland) anderzijds. Dat de bestuurders ook hun blik voorbij de eigen grenzen zullen werpen.

Bijmer Parktheater officieel van start

In het weekend van 9, 10 en 11 oktober gaat het Bijlmer Parktheater officieel van start. Naast de officiële openingsceremonie op vrijdagavond, zullen er dat weekend dans-, muziek-, en familievoorstellingen zijn plus de ‘Highlights' van de leerlingen van Circus Elleboog, Jeugdtheaterschool Zuidoost, Krater Theater en de 5 o'clock class. Tijdens de bouwwerkzaamheden van het Bijlmer Parktheater zijn er door de ploeg van de archeoloog Drs. M. van den Bodem een aantal interessante vondsten gedaan. De onderzoeker is zelf heel verbaasd dat er in de Bijlmer dergelijke oude Romeinse stukken teruggevonden zijn. In de vitrine in de foyer van het Bijlmer Parktheater zullen enkele vondsten ten toongesteld worden. De grootste (en meest unieke) vondst zal tijdens de officiële opening op 9 oktober aan de genodigden en het publiek getoond worden.


vr 9 oktober
Officiële openingsceremonie
Buitenprogramma openbaar, binnenprogramma alleen voor genodigden
Tijd: vanaf 20.00 uur
Samen met Jetty Mathurin, Mike Libanon, het gospelkoor Breathing Bijlmer en vele anderen wordt het Bijlmer Parktheater officieel in gebruik genomen. Wie de opening gaat verrichten is nog niet bekend.

za 10 oktober

Uw host is: Jeffrey Spalburg.

Highlights
Partners Bijlmer Parktheater
Tijd: 19:00 uur Prijs: € 4,00
In ‘Highlights' komen de hoogtepunten uit alle presentaties en voorstellingen van de partners van het Bijlmer Parktheater aan bod.

Ziel
Danstheater AYA
Dans
Tijd: 20:00 uur Prijs: € 4,00
In ‘Ziel' gaan zeven jonge dansers met u het Bijlmer Parktheater verkennen.

Showering in the dark
Multiple Moves i.s.m. Muiderpoorttheater
Jongeren | Dans
Tijd: 21:30 uur Prijs: € 2,00
‘Showering in the Dark' is een spel rond identiteit, cultuur en de verwachtingen van alle aanwezigen. De choreografie is in handen van Jasper Dzuki Jelen.

zo 11 oktober
Bijlmer Tori's
Wijnand Stomp
Masterclass voor iedereen |
Tijd: 11:00 uur en 13:00 uur Prijs: € 4,00
In zijn masterclass licht Wijnand een tipje van de sluier op en geeft een exclusief kijkje in de Stomp Tori keuken. Hij leert vertellers een verhaal tot leven te wekken.

Ladybird speelt met Moed!
Breathing Bijlmer & Jörgen Raymann(middag) & Jetty Mathurin (avond)
muziek
Tijd: 15.00 & 20.00 uur Prijs: € 10,-
Vanaf de rug van lieveheersbeestjes gaan we op een muzikale reis op zoek naar liefde, de blues, overwinning en geluk. Breathing's top vrouwelijke solisten uit alle origines die Amsterdam rijk is betoveren ons met hun rode ziel met zwarte stippen. Onderdeel van het programma op 11 oktober zijn de uitvoeringen van de winnaars van de compositie wedstrijd voor kinderen tussen vijf en tien jaar. Concept, samenstelling en arrangementen: Orville Breeveld, regie: Raquel Abrahams, arrangementen: Orville Breeveld, Lorenzo Mignacca,& Combattimento Consort. Spelers: Michelle David, Anne Dockter, lieveheersbeestjes, Zanillya, Amy Fasola, Bijlmer Gitaartrio, Joancy en Teema.


Foto: Circus Elleboog. Foto van Jean van Lingen.

woensdag 23 september 2009

Theater zal altijd met ontwikkeling te maken hebben

door Henk Tjon (1948-2009)


Als actief theatermaker in een postkoloniale omgeving heb je goed beschouwd geen keuze in de manier waarop je theater maakt. Altijd zul je met je werk mensen bij elkaar willen brengen, uitwisseling en cohesie tussen mensen en hun culturen willen stimuleren. Natuurlijk is het zo dat je directe omgeving je werk voor een groot deel bepaalt, maar wat alle theatermakers die niet in het westen werken, met elkaar gemeen hebben, is dat zij meestal niet werken voor een elite. Of je nu in India, Oeganda, Suriname of Ecuador werkt, theater staat midden in de samenleving. Daar ontleent het ook voor een groot deel zijn zeggingskracht aan.
Voor mij persoonlijk is de artistieke drang altijd de grootste drijfveer geweest. Maar wat ik met mijn theater wil bereiken geldt ook voor zij die theater als middel toepassen om andere doelen te bereiken. We willen allemaal communiceren, mensen raken, mensen aan het denken zetten. Die functie van het theater blijft altijd het belangrijkst. Helaas zeulen we allemaal als ex-kolonies een vervelende geschiedenis met ons mee. Het feit dat anderen jaren lang voor ons bepaalden hoe wij waren en wie wij waren, daar zijn we nog lang niet van verlost. Dat blijft nog heel lang een grote rol spelen.
In de zoektocht naar identiteit heeft theater een enorm belangrijke functie. Het Theatre of the Oppressed dat voort is gekomen uit het forumtheater van Augusto Boal is daarin van eminent belang geweest. Het is een enorm grote beweging geworden die zich wereldwijd steeds sterker manifesteert. Daarbij ligt veel minder de nadruk op theater als artistiek expressie, maar het belang ervan is onbetwist. Dat kan nooit overschat worden.
Zelf kies ik liever voor artistieke uitgangspunten, maar dat is persoonlijk. En ook dan zijn zeer tastbare resultaten mogelijk. Dankzij jarenlange inspanningen van theatermakers op de Carifesta, het Caribische cultuurfestival dat sinds 1972 bestaat, is er inmiddels een vrij verkeer mogelijk van kunstenaars in de landen van Caricom, de Caribische handelsorganisatie. Met het theater in Suriname hebben we invloed op de taal. Door het theater zijn we van bepaalde denigrerende woorden afgekomen in Suriname. Zo zal niemand meer het woord 'koelie' in de mond nemen.
Theater zal altijd met ontwikkeling te maken hebben. Of je het nu gebruikt om voorlichting te geven over aids, of om mensen sociaal weerbaar te maken, of dat je je puur artistiek wilt uitdrukken: de boodschap die je het publiek willen meegeven is altijd voor iedere serieuze theatermaker het belangrijkste uitgangspunt.

[november 2007; introductie tot The power of culture]
----------------------------------------------------------------------------------
Op donderdag 24 september 2009 zal van 19.00 tot 24.00 een herdenkingsprogramma voor Henk Tjon plaats vinden in Fort Zeelandia, Paramaribo.
Zie ook de advertentie helemaal onderaan deze blogspot.

Michi

Op zondag 4 oktober wordt een nieuw prentenboek gepresenteerd: Michi. Een leuk, leerzaam en sfeervol prentenboek in Papiamento, Papiamentu, Engels en Nederlands. De tekst is van schrijfster en dichteres Olga Orman, de prenten zijn van kunstenares Wendela de Vries.

Zondag 4 oktober 2009 15.00 uur
Openbare Bibliotheek Amsterdam
Oosterdokskade 143 Annie M.G. Schmidt theater

Deze presentatie vindt plaats in samenwerking met de OBA en de Werkgroep Caraïbische Letteren

Programma
• Inloop vanaf 15.00 uur
• Aanvang programma 15.15 uur; Presentatie door Natalie Wanga, schrijfster
• Welkomstwoord door Alida Kock, directeur La Kock Publishing
• Ban ban pasa un rondu - kinderliedjes en kringspel met kinderen
• Onthulling en uitreiking van het boek Michi
• Kamishibai-voorstelling van Michi door Olga Orman
• Sluiting programma ± 16.15 uur

Van ± 16.15 - 17.00 uur
• Mogelijkheid tot bezoek aan de expositie van Wendela de Vries op de jeugdafdeling van de OBA
• Boekverkoop en signeersessie
• Gezellig samenzijn met drankje en een hapje

Uitgever: La Kock Publishing
Prijs van het boek € 12,50

Olga Orman is op Aruba geboren en woont in Nederland. Het willetje van haar eigenwijze eerste kleinkind Eva, bracht haar op het idee om samen met Wendela de Vries dit prentenboek ‘Michi’ te maken.

Wendela de Vries, opgegroeid in Suriname en op Bonaire, tekende Michi, het lieve, soms stoute maar altijd ondernemende peutertje, de tropische vrucht van de hechte samenwerking met Olga Orman.

Voor meer informatie over Olga Orman en Wendela de Vries zie dit eerdere bericht




Negro prayer

Back in the days of steam ships, only rich white people sailed at sea. One day while sailing, something suddenly happened to the ship. It was about to sink. Terrified, the white folks aboard didn't know what to do. Someone suggested that they do what the Negroes did: "Pray". Unfortunately, no one knew what to say. So they called "Thomas", a black cook on the ship and asked him to pray. Thomas agreed, came up on deck, removed his cap and began like this:


"LAWD one day I wuz hongray,

I went to a restrant to git me sumpin' to eat!..

An da sign said:
'FOR WHITE FOLKS ONLY.'

Den, I went to da water fountin to git
me some wauter an da sign said:
'FOR WHITE FOLKS ONLY.'

Den Lawd, I went to de toilet room and da sign said:
'FOR WHITE FOLKS ONLY'.

So Lawd Almitee....when dis here big 'ol boat sanks.. let it be:

'FOR WHITE FOLKS ONLY.'

In yo name I pray,
Amen




To the friends of Negro emancipation, this print is inscribed. Painted by Alexandre Rippingille; engraved by David Lucas. (London: Thomas Boys, 1834). De tekst erbij luidt: ‘ glorious and happy era on the first of August, bursts upon the Western World; England strikes the manacle from the slave, and bids the bond go free.’ Separaat gepubliceerde aquatintgravure, ter herdenking van de slavenemancipatie in het Britse rijk in 1834. (Library Company of Philadelphia).

De blote tiet van Elizabeth Swann

Elizabeth Swann, de mooie gouverneursdochter, komt in Pirates of the Caribbean op merkwaardige plaatsen terecht. Zoals in het derde, en definitief laatste deel het punt waarop de wereld eindigt en de schepen uit de oceaan vallen – de enige plaats waar je met Kras Reizen niet naartoe kunt. Piraten zijn natuurlijk gek op mooie gouverneursdochters en de gemanicuurde Elizabeth komt met gasten in aanraking die je nog met geen tang zou willen aanvatten. Een groot Frans parfummerk moet gedacht hebben: dat type kan wel een geurtje gebruiken en zo dook Keira Knightley vorige week plots levensgroot op bij de bushaltes.



Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet door had dat het Keira Knightley was. Ik was al langs zeker vijftien van die billboards gereden en er was me maar één ding opgevallen: dat model was te naakt. Centraal in het beeld: een witte borst waarvan de tepel bedekt werd door een brede bretel. Ik stelde tevreden vast dat ik niet in Saoedi-Arabië woonde, waar deze reclame tot vreselijk bloedvergieten zou leiden, en begreep dat de tepel bedekt was voor de Amerikaanse biblebelt, maar toch was de plaat te bloot. Na vijftien billboards wist ik nog niet of de reclame over een fles Disaronno Originale ging of over iets anders. Die tiet leidde af. Ja, ik reed te snel, maar ik kon toch moeilijk een sleep toeterende auto’s achter me laten wachten, omdat ik die plaat beter wilde bekijken. Viespeuk, heeft zeker niks beters te doen, rij door!
Waar is het nou reclame voor?, vroeg ik mijn kinderen, die elke dag de bus nemen en die billboards van nabij bestudeerd hadden. Voor Chanel, riepen ze. Papa, dat is Elizabeth Swann! Ik geloofde er niks van: dan had ik haar toch wel herkend! Maar ze waren categorisch: Elizabeth Swann. Keira Knightley dus. Maar had die zo’n borst? En zo wit, zo wit? Bruine, streeploze borsten is toch het welvaartsideaal? Ik nam me voor de volgende dag een foto van zo’n bushokje te gaan maken.
Maar de volgende dag: geen Keira Knightley meer te bekennen. Alle bushokjes waren voorzien van een andere reclame, voor kleding vermoedde ik, het was even onduidelijk als de foto’s op de modepagina’s van Tussen de rails, waaronder altijd staat dat dat rottige t-shirtje 270 euro kost, terwijl je dat t-shirtje amper kunt zien. Nee, geef mij maar de folders van Zeeman en Wibra, dan weet je wat je koopt.
Ik reed eens rond: zo vroeg konden toch al die billboards niet ververst zijn? Maar nee, niks, er was ’s nachts hard gewerkt. Een stad verderop bleek niet geabonneerd op dit reclamebedrijf. Dus maar op het internet gezocht. De site van Chanel, doorgeklikt naar ‘Français’ en dan de muis gesleept naar ‘Parfums & beauté’. Tot mijn stomme verbazing heeft Elizabeth Knightley-Swann opeens een witte blouse aan. Zelfs het vermoeden van een borst is er niet meer. En wat ook vreemd is: de ruches van de blouse wapperen naar links, maar Keira’s haar golft voorbeeldig omlaag. Hier en daar een bui met windstoten dus, maar wel verschrikkelijk lokaal.

Als ik klik op de Parfums & Schoonheid is die blouse er nog altijd, zij het opeens helemaal doorzichtig. De borst schijnt er parmantig doorheen, en de rechtermouw van de blouse is verdwenen. Keira Knightley als een kartonnen speelpoppetje dat je naar believen kleertjes kunt aan- en uittrekken. De piraat gekaapt.
Een snelle rondgang over het buisnet leert me dat Keira Swann naar believen verbouwd is door de reclamejongens. Ze heeft er twee cupmaatjes bijgekregen, en: ‘Haar borstkas werd verlengd, haar rimpels werden weggewerkt en haar handen kregen een gladder voorkomen.’ Het klinkt allemaal als het tunen van een Volkswagen-Golf. Dat lijkt bot, maar die billboards zijn veel geraffineerder dan u denkt. Natuurlijk moet er het beeld van de avontuurlijke gouverneursdochter uit Pirates of the Caribbean achter opduiken. Maar die witte tiet is ook een verwijzing naar de vroeg-Renaissancistische afbeeldingen van de Maagd Maria die haar lelieblanke borst aanbiedt aan het kindeke Jezus – Fouquet, Mabuse, die schilders. Dat kindeke is dan wel weggeretoucheerd, want je moet het er ook weer niet te dik bovenop leggen, en bovendien wil Chanel toch ook vooral de vrouw zónder kinderen maar mét grote portemonnee bereiken (andere vrouwen kopen wel hun stinkerdje voor 3,95 in een glimmende verpakking bij de Marokkanen aan het Brusselse Noord-Station).
Er is een vierde deel van Pirates of the Caribbean in de maak. Ik zal eens naar de Maagd van Jean Fouquet gaan kijken, maar toch niet helemaal met de onnozele onbevangenheid waarmee ik deel 1 tot en met het definitief laatste deel 3 heb bekeken.


Jean Fouquet, De Maagd Maria en het Kind omringd door de engelen, midden 15de eeuw

dinsdag 22 september 2009

Poëzie schrijven en presenteren

Krater Theater gaat in oktober van start met een nieuwe cursus poëzie schrijven en presenteren . Een keer per maand op zaterdagmiddag van 13.00 tot 17.00 uur geeft Gita Hacham les. Gita Hacham is schrijfster, dichter en theatermaker. Zij heeft een unieke werkwijze ontwikkeld die zeer gewaardeerd wordt door cursisten zoals blijkt uit de uitspraken:

“Je leert je eigen grenzen overstijgen”.“Het is meer dan poëzie alleen”.“je groeit als kunstenaar”.

Onderdelen van de poëziecursus zijn:
- Kennismaken met poëzie van verschillende schrijvers
- Je eigen schrijfstijl ontwikkelen
- Leren luisteren en analyseren van poëzie
- Bezoeken van musea
- Kunst kijken en over kunst schrijven
- Je eigen visie op poëzie ontwikkelen en onder woorden brengen
- Poëzie presenteren voor publiek

Wat heb je nodig?
- Een leergierige houding en liefde voor poëzie
- Commitment, want van jou wordt verwacht dat je elke les aanwezig bent
De cursus bestaat uit 9 lessen en kost € 80,- Gaarne dit bedrag voor aanvang storten op rekening 4557035 t.n.v. Krater Theater

Wanneer:
Iedere les duurt van 13.00 – 17.00 uur
les 1: 17 oktober 2009
les 2: 28 november 2009
les 3: 19 december 2009
les 4: 16 januari 2010
les 5: 13 februari 2010
les6: 17 april 2010
les 7: 15 mei 2010
les 8: 19 juni 2010
les 9: 10 juli 2010

Bijlmer Parktheater, Anton de Komplein 240 te Amsterdam Zuidoost
Tel.: 020-3113933
Voor meer informatie: Jessica Meade info@krater.nl
www.bijlmerparktheater.nl

In Memoriam Henk Tjon

Henk Tjon (Paramaribo, 25 augustus 1948 – aldaar, 18 september 2009)

door Ini Statia

Een bigi Sranangman is heengegaan! Zonder dat jij het misschien weet, Henk, en zonder dat ik het zelf wist, besefte ik pas wat voor onvergetelijke indruk je op me hebt gemaakt, toen ik hoorde dat je afgelopen vrijdag overleden was. Het is al decennia geleden dat ik als piepjonge studente in Nederland jouw indrukwekkende cabarettheaterproductie Land te koop live ervaarde. Zelf gelijk verkocht, kocht ik de LP die ik jarenlang koesterde en bijna stuk draaide. Zo maakte ik voor het eerst kennis met je prachtige werk, je kwaliteit, jouw Caribisch theater met kritische inhoud. Diep in mijn hart staat gegrift het ontroerende lied “Abaisa, memre, memre, memre, Abaisa, memre.” Nooit had ik toen kunnen vermoeden dat precies achttien jaar later wij, als leden van de vertelgroep Lingua Franca, de grote eer zouden krijgen om met jou samen te werken, een echte regisseur! Ik sprak jouw zus die me eraan herinnerde dat ik het toen al had verwoord: het is werkelijk een onbeschrijflijk diepe en mooie ervaring om samen met een groep kunstenaars van verschillende oorsprong onder professionele leiding een artistiek product tot stand te brengen; een heel andere dimensie dan je dagelijkse werk! Het snijdt je dwars door je ziel, laat een merkteken achter! Dat geschenk gaf jij ons, Henk. Je nam ons serieus en daarom juist spaarde je ons jouw kritiek niet. Daar heb ik nog het meest van geleerd! Na onze tweede voorstelling ter gelegenheid van het 45-jarig bestaan van het Cultureel Centrum Curaçao, wisten we – ondanks het bedrieglijke applaus – dat het op dat moment geen topprestatie was. En jij, Henk, durfde het ons gewoon in ons gezicht te zeggen. Ik vergeet nooit de toon waarop je het zei, hoe je de onheilspellende woorden sprak, terwijl je licht voorover helde: “Jullie waren slécht! Sléécht!” O, wat krompen we ineen! Maar we namen het, want we wisten dat het waar was; we voelden dat je het uit intense liefde deed, een adembenemde liefde voor ons, je vak, de voorstelling, voor kwaliteit, voor onze Curaçaose, Caribische, Latijns-Amerikaanse cultuur. We bogen nederig ons hoofd en bleven even goede vrienden. En daar was ook Allpa Kalpa! Jij had ze net ontdekt, Zuid-Amerikaanse muzikanten die oorstrelende ‘música indígena de los Andes’ in het CCC speelden. Jij vroeg hen om ons muzikaal te begeleiden, een spontane ingeving. Voor jou was multiculturaliteit immers geen leeg begrip, maar levende werkelijkheid. Zo begonnen zeer gedenkwaardige repetities. Eén van die jongens bleef op Curaçao en werd mijn Chileense zwager, vader van twee prachtige ‘yu di Kòrsou’s!’ Maar je was niet alleen bij ons geliefd, Henk. Je regisseerde toen ook zes bekende Curaçaose actrices: Annemarie Braafheid, Norma Cova, Diana Lebacs, Rina Penso, Laura Quast en Greta Trapenberg. Groot waren je verdiensten voor het theaterleven in Suriname, Curaçao, het Caribisch gebied en in Nederland. Grondlegger was je van talloze vernieuwende theatergroepen en producties. Niet in de laatste plaats was je initiatiefnemer van het Caribbean Festival of Arts (CARIFESTA).

Waren er signalen die zich aandienden, kregen wij vooraankondigingen van je dood? Bezocht je ons? Toch merkwaardig dat de laatste tijd, nu wéér achttien jaar later, in diverse gesprekken, herinneringen aan Lingua Franca en het culturele leven in de jaren negentig op Curaçao werden opgehaald. Was het een teken? Wij van de voormalige vertelgroep Lingua Franca – en ik spreek gerust namens hen – zullen jou, Henk Tjon, te allen tijde blijven eren en gedenken. Namens hen maak ik nu ook een diepe buiging voor je. Sribi switi, brada!


Foto: De Nieuw Amsterdam

ik ging op reis & ik kwam thuis

[Weerslag van een reis van Suriname naar Zuid-Afrika, en weer terug, in het kader van een literaire uitwisseling, Diversity is Power II, oktober 2008]






ik
ging
op
reis
&
ik
kwam
thuis
ik ging op reis & ik kwam thuis
dat was alles


meer dan alles is het niet
meer dan alles is er niet

ik ging op reis
& ik nam mee
mijzelf, gefragmenteerd,
wat onbestemd verlangen & verdriet
& heimwee niet

ik kwam thuis
& ik nam mee
mijzelf, gefragmenteerd,
wat onbestemd verlangen & verdriet
& heimwee niet

ging ik op reis
& kwam ik thuis
was dat alles
ben ik die ik was
maar dan anders
mijzelf, gefragmenteerd,
wat onbestemd verlangen & verdriet
& heimwee niet
dat was alles
maar dan anders

meer dan alles is het niet
meer dan alles is er niet

Ik ging dus op reis, in oktober 2008, en ik kwam thuis. Dat was alles. Op het vliegveld in Johannesburg, and hey, we’ve been there, dus zeggen wij the airport in Jo’burg, wachtten wij op het toestel dat ons naar Amsterdam zou brengen. Anne Huits vroeg aan me, eigenlijk was het meer een constatering: “Wat lijkt thuis nu ver weg hè? En wat lijkt het lang geleden dat we vandaar vertrokken.” En ik realiseerde me op dat moment dat dat voor mij niet zo was. Niet langer hingen Van Liers dichtregels als een ontmoedigende tegelspreuk boven mijn hoofd: “Nergens meer thuis te zijn / niet in het uur, niet in het land”. Ik voelde mij thuis, zowel in het uur als in het land, daar op de airport van Jo’burg. Ik was op reis gegaan en ik was thuisgekomen.

Dit besef, a new sense of belonging, de realisatie dat tijd noch plaats van wezenlijk belang zijn voor iemand die door werelden reist en die overal thuis kan zijn, dit alles inspireerde me uiteindelijk tot het schrijven van Brieven uit de woestijn, de novelle waar ik nu mee bezig ben. Ik kwam thuis en dat was niet alles. Ik ging op reis. Ik bleef gewoon thuis maar ging toch verder weg dan ik ooit geweest was. Am I losing you? Wie De Kleine Prins kent weet dat ogenschijnlijke tegenstrijdigheden vaak de grootste waarheden bevatten: “Alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.”

Ik ben er van overtuigd dat wij ieder voor zich onze eigen werkelijkheid creëren. Elk moment van ons leven maken wij keuzes hoe wij de wereld om ons heen ervaren. Leggen we verbanden, kleuren we de lege plekken in, geven we namen aan onze gevoelens, brengen we beweegredenen onder woorden, kiezen we nieuwe reisdoelen. We wandelen ons zelfgekozen pad, we scheppen onze eigen wereld. En soms, soms dan stappen we in elkaars wereld, dan kijken we met ons hart en zien geen muren meer, maar slechts nog open armen. Dan ontmoet je een brada waarvan je niet wist dat je die had en je wordt opgenomen in je nieuwe familie . Je herinnert je iets dat je vergeten was. Je vindt terug wat je dacht voor altijd verloren te hebben. Het kan zijn dat het lot je heel goedgezind is en dat jouw kwetsbare hart in de liefdevolle handen van een volslagen vreemde geheeld wordt, alsof je binnenste der binnensten geen geheimen kent voor die ander. Of dat je je evenbeeld weerspiegeld ziet in een gezicht dat in niets op het jouwe lijkt.

De brieven uit de woestijn vertellen het verhaal van een vrouw die alles achter zich laat: haar bezittingen, de woorden, herinneringen en zelfs gedachten. Op een dag ontwaakt zij en bevindt zich in het hart van de woestijn, in de volmaakte leegte. Langzaam maar zeker geeft ze de wereld om zich heen weer vorm. Na enige tijd verschijnt er nog een vrouw in de leegte, maar die zwijgt in alle talen. De vrouw die er het eerst was begint dan, bevangen door "wat onbestemd verlangen & verdriet / & heimwee niet", brieven te schrijven, in het zand, aan een vriend, en vindt langzaam maar zeker de weg naar zichzelf terug. Dit is een fragment.


Lieve vriend,

Zal ik je een geheim vertellen? Eens heb ik je getekend, met mijn vingers de contouren van je lichaam in het zand getrokken. Uren heb ik tegen je aan gepraat. Het was zo fijn je te kunnen vertellen over de scherven van mijn herinnering die ik in het mulle zand teruggevonden heb. Eén voor één gaf ik ze een plaats, een mozaïek vormend waarin je steeds duidelijker te herkennen was.

(...)

Hier in het hart van de woestijn leer ik eindelijk om los te laten. Verder van alles vandaan dan ik me ooit heb kunnen voorstellen te zijn, kijk ik naar mijn lege handen waardoor het zand stroomt, eindeloos, eindeloos, zonder dat ik zelfs nog poog om het vast te houden. Dan voel ik mijn hart dat vol is en wil jubelen. Dat doe ik meestal niet, gewoon, omdat er niemand is, behalve de vrouw en ik. Nog steeds is er geen woord over haar lippen gekomen. Ik weet niet eens of wij dezelfde taal spreken.

Maar laatst, toen mijn hart overstroomde, nadat ik de warmte van je nabijheid in mijn bloed had gevoeld, toen werd het me te machtig. Ik begon, lach niet, kerstliederen te zingen, waande mij even omringd door een menigte mensen die dezelfde verbondenheid voelden als ik. En toen ik mijn ogen opende, toen zag ik een zwerm duiven boven onze hoofden cirkelen. Voor het eerst zag ik de vrouw glimlachen. Ze strekte haar armen uit naar de vogels en begon zelfs te bewegen met een bezieldheid die ik nog niet eerder bij haar gezien heb. Ik was uitgelaten. Bleef zingen, terwijl zij in haar handen meeklapte. En ik telde de vogels, de boodschappers van vrede. Zevenentwintig waren het er.

(Marieke Visser - Boxel, 26 maart 2009)

Een beeldverslag van het bezoek aan Zuid-Afrika, gemaakt door Wim Louwrier, is te vinden op You Tube. Deel I hier en Deel II hier.

In vijf delen is op You Tube ook een interview met Marieke Visser en Charles Chang over de reis te beluisteren; het eerste deel hier.

maandag 21 september 2009

De Kunst van de Dichter (3)

Henry Habibe meent – met een verwijzing naar Eggels - dat een suggestieve titel als Vulkanisch Samenzijn in het algemeen associaties oproept met hartstocht en erotiek. Dat kan best zo zijn. Elders in Caraïbisch Uitzicht spreekt Jeroen Heuvel in zijn recensie van “Eruptieve Coïtus”. Ook hij herkent het verschijnsel.
Habibe gaat echter voorbij aan de essentie van mijn artikel: “Ik heb de indruk,” schreef ik “dat nog teveel dichters zich uitsloven om met beeldspraak en stijlbloemen de lezer te imponeren, terwijl die gekunsteldheid veeleer afdoet aan hetgeen zij zeggen willen.” Voorbeelden genoeg in Vulkanisch Samenzijn. Ik heb er enkele aangehaald. In zijn inleiding associeert Frank Martinus het vulkanisch gedeelte van het samenzijn met rotsblokken op een berg. Het symbool van een fulminante fallus zou het kunnen zijn. Of vergis ik mij ?

Erich Zielinski
21 september 2009


Afb: The Big Stake, ca. 1900

Een soort van warm Holland

Op zaterdag 19 september j.l. las Rihana Jamaludin voor op het internationale colloquium over de historische roman en het slavernijverleden, georganiseerd door NiNsee en Kwaku in Amsterdam. Hieronder een fragment uit De Zwarte Lord, historische roman die zich afspeelt in de 19e eeuw en die in november verschijnt bij KIT Publishers. De Bossche gouvernante Regina Winter geeft in Suriname les aan Walther Blackwell, een jonge kleurling die van zijn blanke vader een plantage geërfd heeft. De dandy wordt door de kolonisten spottend ´De Zwarte Lord´ genoemd. In dit fragment bevindt de gouvernante zich op een feest in het paleis van de gouverneur, een eer die haar als blanke ten deel valt en die haar in haar dienende positie, in Nederland nooit gegund zou zijn.

In mijn eentje liep ik naar de ingang; hoge, met rood-wit-blauw vlaggendoek behangen deuren, geflankeerd door soldaten in uniform. Onwennig, want gewoonlijk halfverscholen in het kielzog van mijn werkgeefsters rokken, betrad ik de grote zaal. De ramen en deuren stonden wijd open, opdat de zo gewenste verkoeling uit de schaduwen van de tuin naar binnen kon drijven. Voor het eerst sinds bijna twee maanden zag ik weer zoveel blanke mensen bij elkaar, het was alsof ik in een soort van warm Holland was binnengestapt. Maar achter de galerij, zichtbaar door de openstaande tuindeuren, schemerde tussen de palmkruinen de beginnende avond zachtpaars, een contrast zo scherp met de menigte deftige Europeanen dat ik me een moment in een exotische droom waande. Overweldigd door de overvloedige indrukken hield ik mijn pas in.
Vioolmuziek. De liefelijke klanken deden mijn korte besluiteloosheid vervluchtigen. Een ensemble speelde, gekostumeerd als achttiende-eeuwse hofmusici compleet met gepoederde pruiken. Een magere muziekmeester dirigeerde de stukken met korte, verbeten gebaren. Af en toe drukte hij met een ongeduldige beweging het afglijdende lorgnet terug op zijn glimmende neus, sloeg dan vlug een blad om. Verwonderd merkte ik op dat sommige van de violisten zwart waren. Geconcentreerd bespeelden de mannen hun muziekinstrument, het publiek negerend. Hun donkere huid stak prachtig af tegen het zilvergalon op de fluwelen jasjes en kniebroeken. Tegelijkertijd verleenden de gekrulde witte pruiken het tafereel iets onwerkelijks. Tot ik de verstolen druppels transpiratie zag glijden van pruikrand naar kraag, een vochtig spoor op de wang achterlatend. Dit was Suriname. Mozarts melodieën verweefden zich met het concert van de cicaden, die buiten luidruchtig begonnen waren te concurreren.
De Hollandse driekleur was de oude vertrouwde, als ornament gedrapeerd langs de wanden en boven de lijsten van grote spiegels die elk lichtschijnsel verdubbelden. Koperen kroonluchters en veelarmige kandelaars verlichtten de zaal en voorzagen de rijen portretten aan de muren van een zachte glans, leven aan linnen verlenend. Centraal tussen de vereeuwigde hoogwaardigheidsbekleders stond natuurlijk het schilderij van koning Willem II, omringd door uitbundige bloemenhulde van kransen en ruikers, die het ontbreken van zijn persoonlijke aanwezigheid moest vergoeden.
Links van de zaal ontwaarde ik door een openstaande deur een lange tafel met overdadig buffet. In livrei geklede slaven liepen af en aan met bladen gevuld met dranken en versnaperingen. Aan de rechterzijde van de grote zaal stond tegen de wand een tableau vivant opgesteld. Met losse palmtakken was een jungletafereel gecreëerd, met als ik het goed zag, echte Indianen.
Het duurde even voor ik in de mij omringende massa onderscheid kon maken tussen de verschillende personen. Maar spoedig werd me duidelijk wie ik voor me had. De mannen in officieel uniform waren van het Nederlands bestuur. Hun vrouwen waren zoals ik van de Amsterdamse en Haagse elite gewend was geweest. Zij het dan dat ik nu ontvangen werd met een hartelijkheid die me nog nooit eerder bij officiële gelegenheden ten deel was gevallen. Terwijl ik aan deze of gene werd voorgesteld, stelde ik gaandeweg vast dat de hoofdambtenaren en officieren weliswaar even Nederlands waren als ikzelf, maar dat de rest van het gezelschap zeer gemêleerd was.
Er waren planters en administrateurs, rechters en handelaren. De eersten bruingebrand en tanig, de laatstgenoemden rozig en blank. Sommigen sprekend als de Surinamers, anderen met een Hollands, Duits, Frans of Engels accent. De inwoners van Paramaribo leken wel uit alle grote Europese landen afkomstig en ook nog uit naburige landen als Brazilië en Jamaica.
Ambtenaren en geestelijken bleken vaak enige jaren in Oost-Indië achter de rug te hebben, of na een poos werken in de West, al weer bijna op weg naar Azië. Was er in het Moederland sprake van werkeloosheid, de aanwezigen wekten de indruk dat voor hun werklust één land te weinig was. De hele aardbol wachtte op ontginning.
Menige burger was naar het feest gekomen met in zijn of haar kleding een groot vertoon van luxe. Kostbare kanten ruches, satijnen strikjes en fleurige zijden bloemen sierden rokken en kapsels. Heren hadden weliswaar minder opschik, maar vertoonden een voorkeur voor opzichtig dure stoffen. Vergeleken met Holland was de mode hier beslist weelderiger, maar op een of andere wijze ook ietwat verlopen.
Daar speelde mee dat als zo'n deftig heerschap zijn mond opendeed, hij opeens blijk kon geven van botte manieren of lompe luidruchtigheid. Avonturiers van allerlei allooi, wie Vrouwe Fortuna gunstig was geweest, toonden dit maar al te graag. Beschaving en boersheid gingen hier letterlijk hand in hand.
Slaven, in de regel onmisbaar voor het dragen van zelfs de kleinste voorwerpen als pijp of tabaksdoos, waren vanavond gelukkig door niemand meegenomen, een enkeling daargelaten die wegens een lichamelijk gebrek hulp nodig had. De slaven van de gouverneur namen de bediening voor hun rekening, blootsvoets schrijdend over de glanzende vloeren, zwijgend hun zilveren bladen torsend vol flessen en glazen.
---------------------------------
Zie ook de site van Rihana Jamaludin, klik hier
De Zwarte Lord is ook op Hyves te vinden, klik hier

Foto: Rihana Jamaludin in de Muiderkerk; rechts van haar Margot Dijkgraaf en Cynthia McLeod

Debuteren in Nederland moeilijk?

"Kon jy op deeglike ondersteuning vanuit die Nederlandse literêre wêreld reken om jou digterskap te ontwikkel? Jong digters in Suid-Afrika moet dikwels baie lank wag voordat hulle werk gepubliseer word." vraagt Louis Esterhuizen. Antwoordt Ester Naomi Perquin (foto): "In Nederland, dink ek, is dit net so moeilik om by ’n gevestigde uitgewery te debuteer as in Suid-Afrika. Die leserspubliek vir poësie is beperk en die uitgewer neem ’n risiko. Tog verskyn daar eintlik ongelooflik baie, gemeet aan die grootte van ons taalgebied. En publikasie in literêre tydskrifte, op die internet of voordragte by digterlike bekgevegte (poetry-slams) en feeste bied ook almal moontlikhede."

Lees het interview op Versindaba.

Dit najaar organiseert de Werkgroep Caraïbische Letteren een avond speciaal voor Caraïbische schrijvers en dichters met vragen als: is debuteren moeilijk? Hoe maak ik me zichtbaar in de letterenwereld? Hoe "zet ik een boek in de markt"? Aankondiging van plaats en datum volgt nog.

Foto: @ Maatje van Eck